direct naar inhoud van Artikel 5 Algemene bouwregels
Plan: Einsteinstraat 3, 5 en 7 Landgraaf
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0882.BPEINSTEIN35703001-VG01

Artikel 5 Algemene bouwregels

5.1

Het is verboden op de in het plan begrepen gronden te bouwen enig bouwwerk waarbij de aangegeven bebouwingsgrens wordt overschreden, behoudens overschrijdingen die volgens deze regels zijn toegestaan.

5.2

Het is verboden op de in het plan begrepen gronden te bouwen een bouwwerk of een complex van bouwwerken, indien daardoor een ander bouwwerk of een complex van bouwwerken, hetzij niet langer zal blijven voldoen aan, hetzij in een grotere mate zal gaan afwijken van het plan.

5.3

Indien in de afwijkingsbevoegdheden bij de afzonderlijke bestemmingen niets staat vermeld over bebouwingspercentage resp. goothoogte, kan bij hantering van de afwijkings- of wijzigingsbevoegdheid met maximaal 10% van het ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage' resp. 'maximale goothoogte' aangegeven bebouwingspercentage resp. goothoogte worden afgeweken.

5.4

Op gronden van de in de artikel 4 aangegeven bestemming mag slechts worden gebouwd indien en voorzover noodzakelijk voor de inrichting ten behoeve van de in het betreffende artikel omschreven doeleinden met inbegrip van het behoud en/of herstel van de bestaande bebouwing, met dien verstande dat:

  • a. de gevels der gebouwen in de aangegeven gevellijn moet worden gehandhaafd.
5.5 Bijgebouwen
5.5.1 Bouwregels met betrekking tot bijgebouwen

Aangebouwde en/of vrijstaande bijgebouwen, alsmede carports/overkappingen, mogen uitsluitend worden opgericht op en in de voor 'Bedrijventerrein' aangewezen gronden, voor zover het grondgebonden (bedrijfs)woningen betreft, met dien verstande dat:

  • a. de goothoogte van de aangebouwde en vrijstaande bijgebouwen maximaal 3,20 m. mag bedragen;
  • b. de aangebouwde en vrijstaande bijgebouwen minimaal 3,00 m. achter de naar de weg gekeerde gevellijn of de in het verlengde daarvan getrokken denkbeeldige lijn worden gebouwd en waar geen gevellijn is aangegeven op een afstand van minimaal 3,00 m. vanaf de naar de weg gekeerde zijdelingse/voorste perceelsgrens;
  • c. indien een bijgebouw wordt geplaatst op een grotere afstand dan 25 meter achter de naar de weg gekeerde gevellijn of de in het verlengde daarvan getrokken denkbeeldige lijn, dan mag het bijgebouw ook in de andere zijdelingse perceelsgrens worden geplaatst.
5.5.2 Afwijken van de bouwregels
  • a. Burgemeester en wethouders kunnen een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 6.5.1 onder a en c ten behoeve van de bouw van een duivenhok, met dien verstande dat:
    • 1. de goothoogte maximaal 4,00 m. mag bedragen;
    • 2. de oppervlakte maximaal 12 m² mag bedragen;
    • 3. de afstand tot enige perceelsgrens minimaal 1,00 m. moet bedragen;
    • 4. het bepaalde in 5.5.1 onder b. onverminderd van toepassing is.

  • b. Burgemeester en wethouders kunnen een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in 5.5.1 onder b. ten behoeve van de bouw van aangebouwde en/of vrijstaande bijgebouwen, tot in de naar de weg gekeerde gevellijn of de in het verlengde daarvan getrokken denkbeeldige lijn met uitzondering van garages/carports/overkappingen met de toegang gericht naar de weg gekeerde perceelsgrens, hiervan moet de afstand tot de bestemming 'Verkeer' minimaal 5,00 m. bedragen.
5.5.3 Algemene voorwaarden bij afwijken

Een omgevingsvergunning als bedoeld in 5.5.2 wordt slechts verleend indien aan het stedenbouwkundig beeld en de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse geen afbreuk wordt gedaan en de belangen van derden niet onevenredig worden geschaad.