direct naar inhoud van Artikel 3 Bedrijventerrein
Plan: Einsteinstraat 3, 5 en 7 Landgraaf
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0882.BPEINSTEIN35703001-VG01

Artikel 3 Bedrijventerrein

3.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Bedrijventerrein' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. bedrijven, zoals opgenomen in 'Bijlage 1 bij de regels: toegesneden lijst van bedrijfstypen' en/of daarmee, naar het oordeel van burgemeester en wethouders, vergelijkbare bedrijven, met de daarbij behorende voorzieningen en met dien verstande dat de volgende milieuzonering in acht wordt genomen:
    ter plaatse van de aanduiding:   zijn de volgende categorieën bedrijven, zoals opgenomen in 'bijlage 1. bij de regels: toegesneden lijst van bedrijfstypen' (of daarmee qua milieueffecten gelijk te stellen bedrijven), toegestaan:  
    'bedrijf tot en met
    categorie 2'  
    categorie 1 tot en met 2
     
    'bedrijf tot en met
    categorie 4.1'  
    categorie 1 tot en met 4.1  
  • b. het geven van cursussen;
  • c. bedrijfswoningen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning';
  • d. detailhandel in volumineuze goederen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'detailhandel volumineus';
  • e. horeca, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'horeca';
  • f. een kantoor, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'kantoor';
  • g. verkoop van motorbrandstoffen inclusief lpg, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'verkooppunt motorbrandstoffen met lpg';
  • h. detailhandel gerelateerd aan de verkoop van moterbrandstoffen inclusief lpg, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van detailhandel - tankstation';
  • i. terras als onderdeel van de ondergeschikte horeca, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'terras';
  • j. een schaatsbaan, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - schaatsbaan' met horeca ondergeschikt aan en ten dienste van de schaatsbaan;
  • k. doeleinden van openbaar nut;
  • l. groenvoorzieningen;
  • m. ontsluitingswegen en voorzieningen ter ontsluiting van de bedrijven;
  • n. parkeervoorzieningen conform de parkeernormen zoals opgenomen in 'Bijlage 2 Parkeernota Landgraaf 2008' en conform het bepaalde in 11.3.2;
  • o. voorzieningen voor het vasthouden (infiltratie), bergen en afvoeren van hemelwater.
3.2 Bouwregels
3.2.1 Algemeen

Op de tot 'Bedrijventerrein' bestemde gronden mogen uitsluitend worden gebouwd:

  • a. gebouwen, geen woningen zijnde, ten behoeve van de onder 3.1 genoemde doeleinden;
  • b. één bedrijfswoning per bouwperceel, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning',

en de daarbij behorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde, die qua aard en afmetingen bij deze bestemming passen.

3.2.2 Regels met betrekking tot gebouwen
  • a. Gebouwen en andere bouwwerken dienen uitsluitend in het bouwvlak te worden opgericht.
  • b. Ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage' is het maximale bebouwingspercentage binnen de aangegeven bouwgrenzen c.q. bouwvlakken aangegeven.
  • c. Ter plaatse van de aanduiding 'maximale bouwhoogte' is de maximale bouwhoogte binnen de aangegeven bouwgrenzen c.q. bouwvlakken aangegeven.
  • d. De (voor)gevels van de gebouwen moeten geplaatst worden in de naar de weg gekeerde bouwgrens.
  • e. De afstand van de gebouwen tot de zijdelingse perceelsgrens dient minimaal 3,00 m. te bedragen.
  • f. De bedrijfswoning mag in maximaal 2 bouwlagen worden gebouwd. De hoogte van een bouwlaag mag niet meer dan 3,20 m. bedragen.
  • g. De bouwdiepte van de bedrijfswoning mag maximaal 17,00 m. bedragen.
  • h. De inhoud van de bedrijfswoning mag minimaal 250 m³ en maximaal 750 m³ bedragen. De bijgebouwenregeling zoals opgenomen in artikel 5.5 is overeenkomstig van toepassing.
  • i. De bedrijfswoning mag met een plat dak of met een kap worden afgedekt.
3.2.3 Regels met betrekking tot bouwwerken, geen gebouwen zijnde
  • a. Bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mogen uitsluitend binnen het bouwvlak gebouwd worden, met uitzondering van:
    • 1. erfafscheidingen, welke binnen het gehele bestemmingsvlak mogen worden gebouwd;
    • 2. reclame-uitingen, welke uitsluitend buiten een afstand van 3,00 m. van de bestemmingsgrens mogen worden gebouwd;
    • 3. een luifel ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - luifel';
  • b. De bouwhoogte mag ten hoogste 10,00 m. bedragen, met uitzondering van:
    • 1. erfafscheidingen, waarvan de hoogte voor de voorgevelrooilijn maximaal 1,00 m. hoog en achter de voorgevelrooilijn maximaal 2,00 m. hoog mogen zijn;
    • 2. reclame-uitingen, waarvan de hoogte buiten het bouwvlak maximaal 5,00 m. mag bedragen;
    • 3. een luifel ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - luifel' waarvan de hoogte maximaal 6,00 m. mag bedragen;
    • 4. antennes en antennemasten die maximaal 12,00 m. hoog mogen zijn.
3.3 Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen ten aanzien van de situering en de afmetingen van de hoofdgebouwen, bijgebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde:

  • a. indien dit noodzakelijk is ter waarborging van de ruimtelijke kwaliteit en het stedenbouwkundig beeld, dan wel indien dit noodzakelijk is voor een verantwoorde stedenbouwkundige inpassing in de bestaande bebouwing;
  • b. ter voorkoming van onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken.
  • c. Burgemeester en wethouders nemen bij het toepassen van nadere eisen de in artikel 10 gegeven procedure in acht.
3.4 Specifieke gebruiksregels
3.4.1 Specifieke gebruiksregels van de gronden

Onder verboden gebruik als bedoeld in artikel 7.1 wordt tenminste verstaan gebruik van de grond voor:

  • a. detailhandel, behoudens overeenkomstig artikel 3.1 onder d en g;
  • b. risicovolle inrichtingen, zoals bedoeld in het 'Besluit externe veiligheid inrichtingen', uitgezonderd ter plaatse van de aanduiding 'verkooppunt motorbrandstoffen met lpg';
  • c. zoneringsplichtige inrichtingen, uitgezonderd bestaande zoneringsplichtige inrichtingen;
  • d. opslag van goederen en materialen buiten het bouwvlak.
3.4.2 Specifieke gebruiksregels van de opstallen

Onder verboden gebruik als bedoeld in artikel 7.1 wordt tenminste verstaan het gebruik van de opstallen voor:

  • a. detailhandel, behoudens overeenkomstig artikel 3.1 onder d en h;
  • b. horeca, behoudens overeenkomstig artikel 3.1 onder e en j;
  • c. zelfstandige kantoren, behoudens overeenkomstig artikel 3.1 onder f
  • d. wonen, behoudens in een bedrijfswoning ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning';
  • e. permanente of tijdelijke bewoning van hoofd- of bijgebouwen;
  • f. opslagdoeleinden, anders dan in verband met het toegelaten gebruik, waarbij in ieder geval als strijdig gebruik wordt aangemerkt: brand- en explosiegevaarlijke opslag, waaronder opslagruimte voor vuurwerk;
  • g. een seksinrichting;
  • h. hotel;
  • i. zaalaccommodaties.
3.5 Wijzigingsbevoegdheid
3.5.1 Wijzigingsbevoegdheid ten behoeve van de realisatie van een hotel met zaalaccommodatie ter plaatse van de aanduiding Wro-zone - Wijzigingsgebied

Burgemeester en Wethouders kunnen ter plaatse van de aanduiding 'Wro-zone - Wijzigingsgebied' de bestemming 'Bedrijventerrein' wijzigen ten behoeve van de realisatie van een hotel met zaalaccommodatie, met dien verstande dat:

  • a. circa 37 hotelkamers met bijbehorende voorzieningen, zoals zaalaccommodatie, restaurant en portierwoning, zijn toegestaan;
  • b. de portierwoning pas gerealiseerd mag worden als gelijktijdig een bedrijfswoning op Einsteinstraat 5, ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning', komt te vervallen;
  • c. in voldoende mate in de parkeerbehoefte wordt voorzien, overeenkomstig de parkeernormen zoals opgenomen in 'Bijlage 2 Parkeernota Landgraaf 2008' en conform het bepaalde in 11.3.2;
  • d. geen sprake is van milieuhygienische belemmeringen, of gelet op de aard en de omvang van het wijzigingsplan, met noodzakelijk (milieu)onderzoek is aangetoond dat het plan als nog uitvoerbaar is;
  • e. het groepsrisico als gevolg van de toename van het aantal personen verantwoord wordt geacht;
  • f. door middel van een bedrijfsontwikkelingsplan de noodzaak c.q. haalbaarheid is aangetoond;
  • g. het binnenklimaat van de hotel met zaalaccommodatie gewaarborgd wordt.
3.5.2 Wijzigingsbevoegdheid ten behoeve van het verwijderen van de aanduiding 'bedrijfswoning'

Burgemeester en Wethouders kunnen de bestemming 'Bedrijventerrein' wijzigen ten behoeve van het niet meer toestaan van een bedrijfswoning op Einsteinstraat 5 ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning' om daarmee te voldoen aan de voorwaarde uit artikel 3.5.1 onder b.