| Plan: | Hofdreven |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.0879.BPHofdreven-VS01 |
Het college van burgemeester en wethouders van Zundert heeft onlangs een positief besluit genomen om tot een logische stedenbouwkundige afronding van de zuidoostkant van Rijsbergen te komen. Deze afronding heeft betrekking op de planlocatie Hofdreven. De Hofdreven is een zijstraat van de Sint Bavostraat en is gedeeltelijk verhard. Het verharde deel van de Hofdreven is een woonstraat en ligt binnen de dorpskern van Rijsbergen, het onverharde deel van de Hofdreven ligt in het buitengebied van Rijsbergen, het beekdalgebied. De percelen van de planlocatie liggen precies op de rand van de dorpskern Rijsbergen en het buitengebied. In de onderstaande figuur is de planlocatie weergegeven.
Afbeelding; Ligging plangebied
Het percelen zijn kadastraal bekend onder de gemeente Rijsbergen, sectie H, onder de nummers 1736, 3288, 3289, 3638, 3639.
Beperkte afronding bestaand stedelijk gebied
Het plan Hofdreven heeft betrekking op het herontwikkelen van een agrarisch bedrijf naar vier woningen, drie nieuwe woningen en het herbestemmen van 1 woning van bestaande bedrijfswoning naar een (burger)woning. Woning 1 is de woning die wordt herbestemd naar (burger)woning. Woning 2 was aanvankelijk een nieuwe woning binnen het 'bestaand stedelijk gebied' en woning 3 en 4 waren aanvankelijk twee nieuwe woningen buiten het 'bestaand stedelijk gebied'. De ontwikkeling van de locatie Hofdreven was gedeeltelijk strijdig met de provinciale verordening van Noord-Brabant. In het kader van het vooroverleg is het plan besproken met de provincie. De provincie heeft destijds aangegeven dat oprichting van de 2 zuidelijke woningen (woning 3 en 4) enkel kan op basis van artikel 4.12 Vr 'beperkte afronding bestaand stedelijk gebied'. Het college van burgemeester en wethouders heeft daarom Gedeputeerde Staten verzocht om de begrenzing van het bestaand stedelijk gebied te wijzigen. Gedeputeerde Staten heeft daarop het besluit genomen om deze grenzen te wijzigen en de woningen mogelijk te maken. Zie hiervoor Hoofdstuk 4.
Afbeelding; Betekenis ligging te ontwikkelen woningen
Hofdreven in relatie tot andere plannen
Naast het plan Hofdreven (A) is er ook een initiatief voor de ontwikkeling van een landgoed en het aangrenzende beekdalgebied (B). In de voorontwerpfase van het bestemmingsplan 'Hofdreven' is bewust nog geen doorkijk gegeven naar het geïnitieerde landgoed (totaalvisie). Omdat de uitwerking van het landgoed steeds concreter wordt, verzoekt de provincie om in het ontwerp bestemmingsplan Hofdreven wel een totaalvisie van het landgoed met het bijbehorende beekdalgebied op te nemen. Dit omdat de ontwikkeling van Hofdreven enerzijds zorgt voor een betere dorpse afronding van het bestaand stedelijk gebied maar anderzijds ook een entreefunctie zal gaan vervullen voor het nieuw te ontwikkelen beekdalgebied.
Afbeelding; Ligging plangebied Hofdereven (A) en Landgoed (B, indicatief)
Het voorliggende bestemmingsplan heeft als doel om de voorgenomen ontwikkeling van de 4 woningen planologisch mogelijk te maken. De twee woningen die vallen buiten het 'bestaand stedelijk gebied' worden daarnaast op basis van artikel 4.12 Vr 'beperkte afronding bestaand stedelijk gebied' verantwoord. De in dit bestemmingsplan opgenomen totaalvisie van het beekdalgebied onderbouwt mede dat aan de gestelde voorwaarden wordt voldaan. De provincie zal daarom de ontwikkeling van Hofdreven beoordelen als een autonome ontwikkeling die samenhangt met de latere ontwikkeling van het beekdalgebied.
Ter plaatse van de locatie Hofdreven geldt het bestemmingsplan “Buitengebied Zundert”(NL.IMRO.0879.BPbuitengebied-vs01), zoals dit op 4 september 2012 is vastgesteld en waarop de provincie Noord-Brabant een aanwijzing overeenkomstig artikel 3.8 lid 6 Wet ruimtelijke ordening heeft gegeven. In dit bestemmingsplan zijn aan het plangebied de onderstaande bestemmingen en aanduidingen toebedeeld.
Afbeelding; uitsnede bestemmingsplan Buitengebied Zundert
Ekelbestemming(en):
Agrarisch – Agrarisch bedrijf
Agrarisch met waarden – Beekdal
Aaduiding(en):
Bomenteelt
Bouwvlak
Dubbelbestemming(en):
Waarde - Archeologie – 2
Waarde - Archeologie – 4
Gebiedsaanduiding:
Reconstructiewetzone – extensiveringsgebied
De gronden hebben een agrarische bestemming, waardoor het bouwen van woningen niet mogelijk is. De beoogde ontwikkeling is strijdig met het geldende bestemmingsplan “Buitengebied Zundert”.
In hoofdstuk 2 wordt een beschrijving van de huidige en gewenste situatie beschreven. Bij de beschrijving wordt gebruik gemaakt van de lagenbenadering van de provincie Noord-Brabant. Hoofdstuk 3 beschrijft, voor zover relevant, in hoofdlijnen de beleidsdocumenten die door de te onderscheiden overheden ten aanzien van het plangebied zijn gepubliceerd. Dit geeft een impressie van het beleidskader voor het bestemmingsplan. In hoofdtuk 4 is de verantwoording opgenomen met betrekkig tot de strijdigheid met de verordening ruimte op basis van de beperkte afronding stedelijk gebied. In hoofdstuk 5 worden de verschillende omgevingsaspecten van de ontwikkeling getoetst. In hoofdstuk 6 wordt aangegeven hoe het beleid en de ontwerpuitgangspunten zijn verwoord in de planregels. In hoofdstuk 7 wordt de economische uitvoerbaarheid beschreven en de maatschappelijke uitvoerbaarheid in hoofdstuk 8.
Bij de beoordeling, initiëring en ondersteuning van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in Noord-Brabant hanteert de Provincie Noord Brabant de zogeheten lagenbenadering. De lagenbenadering gaat uit van drie lagen. De onderste laag wordt gevormd door de bodemtypologie, de geomorfologie en het watersysteem en de hiermee samenhangende natuurlijke, landschappelijke en cultuurhistorische (landschaps)waarden. Het grote belang van de onderste laag vindt zijn oorzaak in de lange reproductietijd en daarmee de onvervangbaarheid van deze waarden en systemen. Dit betekent dat het bodem- en watersysteem vanaf het begin een (meer) sturende rol moeten krijgen in het ruimtelijke planvormingsproces. De planbeschrijving is opgebouwd aan de hand van deze lagenbenadering.
Bodemtypologie
De gronden in het plangebied worden volgens de bodemkaart ingedeeld bij de eerdgronden en het beekdallandschap, de gronden rondom de Aa of Weerijs. Het indelen van gronden is gebaseerd op specifiek te onderscheiden bodemlagen. Alle gronden waarvan het ophogingsdek dikker is dan 50 cm worden, ongeacht het verdere bodemprofiel, tot de eerdgronden gerekend. Eerdgronden is een begrip uit de Nederlandse bodemclassificatie. Hieronder verstaat men alle moerige gronden en minerale gronden met een humusrijke bovengrond (de minerale eerdlaag, een Ap of Ah horizont).
De cultuurgronden die in de beekdalen liggen behoren tot de Beekeerdgronden. Bij dit vochtige eerdgrondtype bevat de humeuze bovenlaag leem, afkomstig van de beek.
Deze minerale eerdlaag is doorgaans het gevolg van een eeuwenlange geleidelijke ophoging met humushoudend materiaal door de mens veelal voor agrarische doeleinden. Het agrarisch bedrijf, de boomkwekerij, aan de Hofdreven is zo'n bedrijf dat zich gevestigd heeft op deze agrarische beekeerdgronden. Het plangebied grenst direct aan het stedelijk gebied en is daarom niet gelegen in het lagere waardevolle beekdallandschap van de Aa of Weerijs.
Bij de transformatie van het gebied wordt rekening gehouden met de aanwezige bodemtypologie.In paragraaf 2.2.1 Totaalvisie Beekdalzone wordt onder het kopje 'Besloten kamers' de aspecten die een rol hebben gespeeld bij de inrichting van het gebied verder toegelicht.
Afbeelding; uitsnede bodemkaart Provincie Noord-Brabant
Geomorfologie
Geologisch gezien ligt het plangebied in het westelijke deel van het Brabantse zandplateau. Dit plateau strekt zich uit tussen twee hoger gelegen zandruggen, die van Alphen naar Oosterhout in het oosten en die van Ossendrecht naar Halsteren in het westen. De in het huidige landschap aanwezige hoogteverschillen, beeklopen en natuurlijke gesteldheid van de bodem zijn voor een groot deel ontstaan door dynamische of geomorfologische processen van ijs, wind en water en dateren uit de periode van het Pleistoceen (ca. 2 miljoen jaar geleden tot 8.000 v. Chr.) en het Holoceen (10.000 jaar geleden tot heden).
De eerste bevolking vestigde zich omstreeks 1.050 na Chr. vanuit de Raamberg tussen de Moersloot en de Raamloop en verspreidde zich over kleine nederzettingen (esdorpen) in het landschap. Rond de eerste nederzettingen binnen de gemeente Zundert werden de zandruggen, de hogere delen, als bouwland (es) ingericht met als omkadering soortenrijke houtwallen (zie ook de cultuurhistorische laag). De beekdalen waar het plangebied zich bevindt werden in gebruik genomen als hooi- en graslanden (beemden).
Omstreeks 1700 bestond de gemeente Zundert voornamelijk uit voedselarme heidevelden. Aan de randen van de akkergronden werd de heide ontgonnen als weidegrond voor de schapen. Binnen de gemeente Zundert liggen rond de kernen oude bolvormige bouwlandgronden (essen of enken) die tijdens de potstalcultuur zijn ontstaan. Tijdens deze jarenlange cultuur hadden de vroeger aanwezige heidegebieden binnen de gemeente Zundert een belangrijke functie voor de boeren. Ze dienden als weide voor de schapen en als winplaats voor de plaggen die als strooisellaag werden verwerkt in de stallen. De ophopende strooisellaag met mest werd uitgereden over de bouwlanden waardoor een dikke humeuze donkere bovenlaag werd gevormd op de aanwezige onderlaag van lemig fijn zand. Deze lagen zijn in het plangebied ook terug te vinden, de grondmonsters laten een Antropogene, humeuse, bovenlaag van 50 tot 60 zien.
Na 1800 nam de particuliere heidebebossing sterk toe, waarna vaak weer ontginning volgde. Verder werden grootschalige bebossingen aangelegd en vonden ontginningen tot landbouwgrond plaats door grootgrondbezitters en gemeenten. De vruchtbare beekdalen waarvan het plangebied onderdeel uitmaakt werden verder ontwaterd en als weide, later ook als boomkwekerijen, verder geëxploiteerd. Veel van deze ontginningen omsluiten nog een groot aantal oorspronkelijke min of meer natuurlijke terreinen. Tijdens de 20e eeuw werden door de verdere opkomst van kunstmest ook delen van de nog aanwezige voedselarme heidegebieden in ontginning genomen. Dergelijke jonge ontginningen worden in het tegenwoordige landschap nog gekenmerkt door een grootschalige, rechtlijnige verkaveling.
De gronden in het plangebied worden volgens de geomorfologische kaart ingedeeld bij de dalvormige laagte, beek of rivierdalbodem.
Op de kaart is duidelijk het patroon van het beekdal te zien (blauw-groen). Tegen het beekdal aan liggen hogere afzettingen (groen). Dit zijn plekken geweest waar men zich vroeger graag vestigde, iets hoger dan het omliggende land, maar tegen het vruchtbare beekdal. Het plangebied is precies gelegen op de grens tussen het lagere beekdal en de hogere afzettingen en het huidige stedelijk gebied.
Bij de transformatie van het gebied zal de inrichting worden afgestemd op de aanwezige geomorfologie in het gebied.In paragraaf 2.2.1 Totaalvisie Beekdalzone wordt onder het kopje 'Beslotenkamers' de aspecten die een rol hebben gespeeld bij de inrichting van het gebied verder toegelicht.
Afbeelding; Uitsnede geomorfologische kaart Provincie Noord-Brabant
Oppervlaktewater
Het oppervlaktewatersysteem binnen de gemeente Zundert maakt deel uit van het stroomgebied van de beek Aa of Weerijs, dat onderdeel uitmaakt van de rivier de Mark. Het bestaat uit een beeksysteem, zijbeken en gegraven waterlopen.
De Aa of Weerijs is de grootste waterloop die de gemeente Zundert doorsnijdt. De beek passeert oostelijk de kernen Rijsbergen en Zundert. De loop van de beek is na 1960 genormaliseerd. Een aantal oude beekmeanders is in het landschap terug te vinden, onder meer in het gebied de Goorkens en ten noorden van de kern Zundert. Verder zijn in het beekdal van de Aa of Weerijs tussen België en de Krabbebossen nog relicten aan te treffen van het vroegere beekdallandschap zoals oude sloten en bermen. De Aa of Weerijs heeft vooral een aan- en afvoerfunctie van water voor de landbouw. Daarnaast heeft de beek een ecologische verbindingsfunctie en een belangrijke kano- en viswaterfunctie. Langs de Aa of Weerijs zijn amfibieënleefgebieden aanwezig binnen een tweetal oude meanders (Blauwe Hoef en Krabbenbosschen/Montense laan).
Langs de Hofdreven en rondom het plangebied lopen sloten die afwateren op de Aa of Weerijs. De transformatie van het plangebied heeft geen invloed op de ruimtelijke en ecologische kwaliteiten van Aa of Weerijs. De huidige sloten in en grenzend aan het gebied blijven behouden en worden waar mogelijk versterkt door herinrichting en verbreding van het profiel.
Afbeelding; Uitsnede waterkaart Provincie Noord-Brabant
Cultuurhistorie
De kern Rijsbergen is ontstaan op de overgang van het beekdal van de Aa of Weerijs naar de hogere zandgronden. Het dorp is van oorsprong een tiendakkerdorp, een agrarisch dorp dat zich in de middeleeuwen ontwikkelde. De meest historische bebouwing van Rijsbergen is gelegen aan de Sint Bavostraat, de voormalige Napoleonroute, en langs de Hoge en Lage Straat. In de loop der tijd is de kern verder verdicht, waarbij open ruimtes tussen de bebouwing zijn opgevuld.
De Hofdreven is een zijstraat van de Sint Bavostraat en is een dreef met een lange historie. Van oudsher loopt de dreef vanuit het centrum van Rijsbergen naar de rivier, maar sinds dat de loop van de rivier is "genormaliseerd" heeft de dreef een "open einde" en eindigt deze in de weide aan de rivier. Het eerste deel van de dreef vanaf het centrum gezien is een straat met woningen. In het beekdal loopt deze straat over in een onverhard pad. Aan de beide zijden van dit pad staan nog steeds bomenrijen.
Afbeelding; Uitsnede historische kaart Provincie Noord-Brabant
De beekdalzone Aa of Weerijs bestaat uit akkers en weiden met bosjes en losstaande bomen. Haaks op het bebouwde gebied is het coulisselandschap met bomenrijen gericht op de beek, als overblijfsel van de besloten kamers, nog goed zichtbaar. De besloten kamers waren van oudsher open gebieden waarbij de kavelgrenzen ingeplant zijn met dichte houtwallen of houtsingels. Hierdoor is er een zogenaamde kamerstructuur ontstaan van kleine aan elkaar gekoppelde open gebieden omsloten met dichte beplanting. Op de historische kaart is te zien dat de besloten kamers vooral gelegen waren rondom Hofdreven en ten westen van Hofdreven.
Aan de oostzijde van De Hofdreven bevinden zich tussen het centrum van Rijsbergen en het beekdal nog enkele agrarische percelen en de Brandsloot. De agrarische percelen zorgen ervoor dat het open landschap zich hier uitstrekt tot aan het Brandslootpad.
Het historische karakter van de beekdalzone wordt gekenmerkt door de afwisseling van open en besloten gebieden. Het meer besloten karakter bevindt zich rondom Hofdreven tegen de kern aan met nog twee belangrijke overgebleven 'houtsingels', langs de Hofdreven zelf en een bomenlaantje parallel aan de begraafplaats.Deze overgebleven groenstructuren zijn niet een afronding van het stedelijk gebied maar juist een voorbeeld van een landschapselement/houtsingel dat de begrenzing is van een dergelijke kamer.
Afbeelding; Bestaande groenstructuren beekdalzone
Het echte open landschap van het beekdal bevindt zich in een zone langs de Aa of Weerijs. De schaalvergroting in de landbouw heeft ervoor gezorgd dat veel van de kenmerkende houtwallen en houtsingels verloren zijn gegaan, waarmee het kampenlandschap op veel plekken zijn besloten en kleinschalige karakter heeft verloren.
Het karakter en kwaliteit van de besloten kamers en de diversiteit van open en gesloten is nog deels aanwezig in het landschap. Met name binnen het plangebied Hofdreven zijn de overblijfselen van de groene besloten kamers nog goed zichtbaar. Deze kwaliteit blijft met deze ontwikkeling behouden en krijgt daardoor tevens de kans om te worden versterkt.
De tweede laag wordt gevormd door de infrastructuur. Deze laag, met belangrijke weg-, spoor- en waterverbindingen, moet - evenals de onderste laag - meer sturend worden voor ruimtelijke ontwikkelingen dan nu het geval is. Om de onderste laag te sparen en verdere versnippering van natuur en landschap te voorkomen, vindt de provincie uitbreiding van de infrastructuur met nieuwe, ingrijpende doorsnijdingen van het Brabantse land ongewenst.
De ontsluitingswegen van het plangebied bestaan uit de Hofdreven; de Hofdreven sluit aan op de doorgaande route St. Bavostraat. De Hofdreven is een doodlopende weg voor bestemmingsverkeer. Een aantal woningen en het agrarische bedrijf zijn hierop ontsloten. De weg wordt een onverhard pad richting het beekdal.
Bij de transformatie van het gebied worden de bestaande ontsluitingsstructuren behouden en worden er geen nieuwe ontsluitingen toegevoegd, zodat het landschap niet verder wordt versnipperd. Van ingrijpende doorsnijdingen is in dit plangebied dan ook geen sprake.
Afbeelding; Uitsnede topografische kaart, wegen
De derde en bovenste laag bestaat uit het ruimtegebruik voor wonen, werken, landbouw en recreatie. Dit wordt ook wel de occupatie genoemd. Deze vorm van ruimtegebruik moet meer dan voorheen worden afgestemd op de onderste twee lagen.
Afbeelding; Luchtfoto plangebied en omgeving
Het gebied ten noorden van het plangebied langs de Hofdreven is een klein woonbuurtje gelegen dat bestaat uit vrijstaande en twee onder één kap woningen. Over de gehele lengte van de Hofdreven is aan weerszijden bebouwing gesitueerd. De bouwhoogte varieert tussen 1 en 2 bouwlagen met kap. Nagenoeg alle woningen hebben een zadeldak en dakpannen als dakbedekking. Alle woningen zijn met baksteen als schoon metselwerk gebouwd en variëren sterk in leeftijd. Het straatprofiel van de Hofdreven is zeer smal en openbaar groen ontbreekt. Het agrarisch bestemde perceel dat grenst aan de woningen Hofdreven 15,17 en 19 is door de eigenaren van Hofdreven 15 in gebruik genomen als tuin bij de woning. Het perceel wordt duidelijk begrensd door een pad dat hiermee de grens vormt van het stedelijk gebied aan deze zijde van de Hofdreven. Aan de andere zijde wordt het huidige stedelijk gebied begrenst door het te saneren agrarische bedrijf.
Foto Hofdreven
Foto's Tuin Hofdreven 15, grens van het stedelijk gebied
Precies op de overgang van de woonstraat Hofdreven en het beekdallandschap van de Aa of Weerijs en dus aan de rand van het dorp is een agrarisch bedrijf, een boomkwekerij, gevestigd. De bestaande bedrijfsvoering bestaat uit het behandelen van boomzaden en het opkweken van pluggen (zaden die al zijn ontkiemd en een beginnende groei kennen). Deze plug planten worden gekweekt in permanente teelt ondersteunende materialen, zoals tunnels en/of kassen. De aanwezige bebouwing bestaat uit een bedrijfswoning (twee-onder-een-kap), bedrijfsgebouwen en de daarbij behorende teeltondersteunende voorzieningen. Deze voorzieningen zijn noodzakelijk voor de bedrijfsvoering en zijn permanent aanwezig. Bijna het gehele terrein aan de zuidoostzijde is verhard. De gronden aan zuidwestzijde zijn onbebouwd en onverhard. Deze gronden worden gebruikt voor het optelen van planten/bomen.
De agrarische bedrijfsvoering zorgt door de vele kweek ondersteunende voorzieningen voor een rommelige uitstraling.
Vooral de tunnelkassen zijn dominant aanwezig. Deze bepalen sterk het beeld van de dorpsrand en zijn vanuit het beekdal overal zichtbaar. Als je je verplaatst over de Hofdreven, is het niet duidelijk waar het dorp ophoudt en waar het (recreatieve) beekdallandschap begint. Dit maakt dat er nu geen logische stedenbouwkundige afronding is van de zuidoostelijke dorpsrand en een duidelijke entree van en naar het dorp wordt gemist.
Foto's Ten oosten en westen van Hofdreven, een rommelige dorpsrand
Zoals in de inleiding is aangegeven is het plan Hofdreven een autonome ontwikkeling die ook in samenhang kan worden gezien met de ontwikkelingen van het landgoed en het bijbehorende beekdallandschap. In deze paragaaf wordt daarom een doorkijk gegeven naar de totaalvisie voor het beekdallandschap.
De totaalvisie voor het beekdallandschap heeft de ambitie om de aanwezige en historische kenmerkende landschapskwaliteiten en de recreatieve functies te versterken, waarmee de kwaliteit van het beekdallandschap wordt vergroot en aansluiting wordt gezocht bij de provinciale en gemeentelijke ambities.
In de structuurvisie van de Provincie Noord Brabant worden de kernkwaliteiten van Brabant beschreven (hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1.1/2). De beekdalzone van Rijsbergen is gelegen in het deelgebied Baronie met als hoofd kernkwaliteiten beken, bossen en buitens. De beekdalzone wordt tevens aangemerkt als groenblauwe mantel, bestaande uit overwegend gemengd landelijk gebied met belangrijke nevenfuncties voor natuur en water. De totaalvisie sluit aan op deze kernkwaliteiten.
De gemeentelijke structuurvisie (hoofdstuk 3 Beleidskader 3.2.1) zet in op het versterken van de beekdalzone, zowel landschappelijk als recreatief, waarbij het belangrijk is een goede entree te realiseren op de overgang van het dorp naar het beekdallandschap.
Kijkend naar de lagenbenadering kan geconstateerd worden dat de beekdalzone van Rijsbergen opgedeeld kan worden in drie structurerende elementen:
Afbeelding; drie structurerende elementen beekdalzone
1. Besloten kamers
Op basis van de bodemtypologie, geomorfologie en cultuurhistorie (de onderste laag) is duidelijk te concluderen dat het gebied grenzend aan het dorp de hoger gelegen agrarische (eerd)gronden zijn met de van oudsher besloten groene kamers. Het gaat hier om een kernrandgebied dat zich feitelijk binnen het beslag van het stedelijk gebied van Rijsbergen bevindt. In dit gebied zal het oorpronkelijke karakter van de besloten groene kamers worden versterkt door aanleg van houtsingels en bosplantsoenen. Een besloten kamer vormt daarmee tevens een groene en dorpse afronding van het stedelijk gebied. Binnen de besloten groene kamers is ruimte voor landelijk wonen aan de groene dorpsrand van Rijsbergen en de bebouwing van het nieuw landgoed. Met de aanleg en het herstel van nieuwe beplantingselementen wordt bijgedragen aan het behoud en de versterking van dit oorspronkelijke karakter en wordt nieuwe bebouwing op een logische manier ingepast in het landschap. Het versterken van de besloten kamers vergroot daarnaast het contrast tussen open en besloten karakter van het beekdallandschap.
2. Open beekdallandschap
Tussen de besloten groene kamers en de Aa of Weerijs ligt het lager gelegen open beekdallandschap. In deze zone rondom de Aa of Weerijs blijft de openheid van het beekdallandschap uitgangspunt in het plan. Wel zal het beekdal een robuuster karakter krijgen dichter bij het oorspronkelijke karakter, door bijvoorbeeld ruige kruidenrijke graslanden. De oevers aan weerszijden van de Aa of Weerijs gaan deel uitmaken van een Ecologische-Verbindings-Zone en worden ingericht conform het plan van Dienst Landelijk Gebied. De inrichting van het landgoed zal hierop aansluiten. Daarnaast worden in dit gebied de mogelijkheden voor recreatieve uitloop van het beekdal verbeterd.
3. Laan Hofdreven
De Hofdreven is een belangrijke historische lijn.Deze historische lijn wordt verstekt door de Hofdreven een nieuwe laanprofilering te geven als onderdeel van de besloten groene kamers en passend bij de allure als oprijlaan naar het Landgoed. De gebouwen begeleiden de laan en staan op een klassieke manier symmetrisch gepositioneerd ten opzichte van de Hofdreven.
Door de ontwikkeling van deze drie structurerende elementen ontstaat een betere verbinding tussen 'dorp en land'.
Afbeelding; sfeerimpressie toekomstige situatie Beekdal Aa of Weerijs met de nieuwe dorpsrand en het landgoed
De (her)ontwikkeling van het plangebied de Hofdreven is een autonome ontwikkeling die past binnen de totaalvisie van het beekdallandschap Aa en Weerijs. De ontwikkeling Hofdreven vormt een kwalitatieve afronding van de dorpsrand binnen het concept van de besloten groene kamers. De bestaande woningen die over de gehele lengte van de Hofdreven aan weerszijden zijn gesitueerd, worden logischerwijs doorgezet en krijgen daarnaast in het landschap een ‘poortfunctie’ naar het beekdallanschap dat erachter ligt. Met de ontwikkeling wordt de overgang van het bestaande woongebied op een logische wijze naar het beekdal begeleid, waarbij de harde, niet passende onderbreking door het thans gevestigde bedrijf wordt weggenomen. Het saneren van de bedrijfsactiviteiten en het slopen van de bestaande (tunnel-) kassen leveren op zich al een verbetering op; daarnaast is sprake van een forse groenontwikkeling, waarmee de landschapsverbetering verder vorm krijgt. In de voorgenomen ontwikkeling vormt de bebouwing beeldbepalende elementen. Het landelijk wonen in de groene besloten kamers wordt een bijzonder woonmilieu en hiermee een waardevolle toevoeging aan de bestaande voorraad en diversiteit in de kern van Rijsbergen. De verplichting tot sloop en bedrijfssanering en de aanleg van het groen is vastgelegd in overeenkomsten tussen initiatiefnemers en de gemeente. Daarnaast zal de aanleg van het groen middels een voorwaardelijke verplichting worden geborgd in het bestemmingsplan.
Afbeelding; Besloten kamers plan Hofdreven
Binnen het plangebied worden de van oorsprong besloten kamers versterkt. De ontwikkeling heeft betrekking op 2 besloten groene kamers, ten weerszijden van de laan Hofdreven. De nog aanwezige beplantingselementen van de oorspronkelijke besloten (historische) kamers worden behouden en waar mogelijk versterkt en uitgebreid. De erfbeplanting, houtwallen, houtsingels, laantjes en bospercelen vormen hier een samenhangend patroon waarin de nieuwe bebouwing van het plan Hofdreven is opgenomen. Deze 2 kamers vormen een op zichzelf staand afgerond geheel aan de dorpsrand. In een later stadium kunnen de besloten kamers worden uitgebreid, bij de ontwikkeling van het Landgoed. De bebouwing is door het gesloten karakter enkel vanuit de laan Hofdreven zichtbaar en tast daardoor de landschappelijke kwaliteiten van het landschap niet aan.
Afbeelding; Autonome ontwikkeling plan Hofdreven met doorkijk naar ontwikkeling landgoed
Hoofdbebouwing
Voor wat betreft de situering van de hoofdgebouwen (woningen) wordt voor woning 2 aangesloten bij het regime van de bestaande gevarieerde voorgevelrooilijnen aan de Hofdreven. Woning 3 en 4 vormen de zogenaamde 'dorpsrand woningen' die een ‘poortfunctie’ hebben naar het beekdallanschap dat erachter ligt. Deze woningen zijn gesitueerd aan weerszijde van de Hofdreven en zijn naar voren geschoven ten opzichte van de woningen langs Hofdreven. De woningen staan symmetrisch ten opzichte van elkaar, waardoor de 'poortfunctie' wordt versterkt. Voor de massa van de bebouwing wordt aangesloten bij de huidige structuur van de Hofdreven. De woningen zullen bestaan uit één of anderhalve bouwlaag met een kap. Voor woning 1 en 2 wordt aangesloten op de vigerende hoogte langs Hofdreven met een goot- en bouwhoogte van 5 en 9 meter. Voor de woningen 3 en 4 geldt dezelfde maximale goothoogte. Om ten behoeve van de poortfunctie een steilere kap te kunnen realiseren geldt voor deze woningen een maximale nokhoogte van 10 meter.
Afbeelding; Planopzet Hofdreven (exclusief uitwerking VO-openbare ruimte)
Afbeelding; Nieuwe dorpsrand met de 'dorpsrandwoningen' als poortfunctie aan de Hofdreven
Verkeer en parkeren
Laan Hofdreven
Het symmetrisch profiel van de Hofdreven bestaat uit een rijbaan voor autoverkeer met aan weerszijden een sloot en berm. Vanaf de 'Dorpsrandwoningen' gelijk met de zuidrand van de besloten kamer, wordt het profiel voorzien van laanbeplanting met eikenbomen. Op deze manier wordt ook middels het profiel van de laan een duidelijke overgang van het dorp naar het landschap gecreëerd wat de 'poortfunctie ' ondersteunt. Hierdoor krijgt tevens de monumentale boom aan het begin van de laan voldoende ruimte en bescherming. Bij de uitwerking van het profiel van Hofdreven is rekening gehouden met de monumentale boom. Ter plaatse van de boom maakt de weg en kleine slinger om zo voldoende aftstand te creëren. Het VO-openbare ruimte wordt op dit moment verder uitgewerkt. In het bestemmingsplan is door middel van de bestemming Verkeer voldoende ruimte gereserveerd voor de ontsluitingsweg. De bouwvlakken voor de woningen staan op voldoende afstand van de weg. De weg wordt zodanig aangelegd dat deze toegankelijk is voor brandweervoertuigen, waarbij indien noodzakelijk ter plaatse van de boom de begeleidende berm geschikt zal zijn voor het berijden door hulpdiensten. Bij het VO-openbare ruimte wordt middels een situatietekening aangetoond dat de bochtstralen voldoende groot zijn. Het profiel van de verlenging van de Hofdreven dient 5 meter breed te zijn, indien er een keerlus komt kan deze teruggebracht worden tot 4,5 meter. Door middel van een voorwaardelijke verplichting wordt geborgd dat aan de gestelde maatvoering van de brandweer wordt voldaan.
In de huidige situatie is er een ondergrondse brandkraan gelegen op circa 75 meter van de nieuwe dorpsrandwoningen. In het bouwbesluit wordt een maximale afstand van 40 meter voorgeschreven. De brandweer adviseerd daarom een aanvullende primaire bluswatervoorzieningen te creëren. De benodigde bluswatervoorziening zal worden aangebracht conform de geldende eisen en is tevens geborgd in de regels van het bestemmingsplan.
Afbeelding; Principeprofiel Laan Hofdreven vanaf de 'Dorpsrandwoningen'
Parkeren
De woningen worden ieder voorzien van een eigen inrit aan de Hofdreven. In overeenstemming met het gemeentelijk parkeerbeleid dient bij de verdere uitwerking van het ontwikkelingsplan voorzien te worden in de afwikkeling van de volledige parkeerbehoefte op het eigen terrein. Conform het gemeentelijk beleid zal voor de woningen 2,2 parkeerplaats per woning worden gehanteerd. Deze parkeerplaatsen worden geheel op eigen terrein gerealiseerd.
Ondanks het feit dat de parkeernorm in het voorliggend plan nog niet is uitgewerkt in concrete parkeerplaatsen en aantallen, is duidelijk dat de kavels voldoende ruim zijn en voldoende ruimte bieden voor het realiseren van parkeerplaatsen. Voor wat betreft de geldende parkeernormen en rekenwaarden wordt verwezen naar paragraaf 3.2.4 van de voorliggende toelichting.
Groen/natuur
Er worden ruime kavels gerealiseerd passend bij het karakter van landelijk wonen. Daarnaast ontstaat er daardoor voldoende ruimte op de kavels voor het versterken van de besloten kamers met kruidenrijk grasland, houtsingels en struweel. Ter plaatste van de archeologische vindplaats is gedeeltelijk een open ruimte gemaakt, waar een bij de schaal en de aard van het gebied passend agrarisch grondgebruik is toegestaan. Voor de inrichting is een beplantingsplan opgesteld (Bijlage 2 Beplantingsplan van de regels) . De borging en realisatie van de landschappelijke kwaliteitsverbetering is geborgd middels een voorwaardelijke verplichting in het bestemmingsplan. Daarnaast hebben de gemeente en initiatiefnemers een privaatrechtelijke overeenkomst ondertekend waarin de aanleg en handhaving van de inrichting van de beplanting langs de openbare weg als ook, de landschappelijke inpassing zijn vastgelegd.
Beeldkwaliteit
Ten behoeve van het plan Hofdreven worden beeldkwaliteitseisen opgesteld. Voor het plangebied is een apart beeldkwaliteitplan opgesteld, wat als Bijlage 1 Beeldkwaliteitsplan Hofdreven Rijsbergen bij de regels van het bestemmingsplan is gevoegd. Het beeldkwaliteitplan is tegelijk met het ontwerpbestemmingsplan tervisie gelegd en is door de gemeenteraad vastgesteld. Belangrijke richtlijnen bij de uitwerking van het beeldkwaliteitplan zijn:
De provincie Noord-Brabant heeft op 1 oktober 2010 de Structuurvisie ruimtelijke ordening vastgesteld. Op 1 januari 2011 is deze Structuurvisie in werking getreden. De provincie geeft in de structuurvisie de hoofdlijnen van het ruimtelijk beleid tot 2025 (met een doorkijk naar 2040). De visie is bindend voor het ruimtelijk handelen van de provincie. Het is de basis voor de wijze waarop de provincie de instrumenten inzet die de Wet ruimtelijke ordening biedt. De visie geeft een ruimtelijke vertaling van de opgaven en doelen uit de Agenda van Brabant. Daarnaast ondersteunt de structuurvisie het beleid op andere provinciale beleidsterreinen, zoals het economisch-, mobiliteits-, sociaal-, cultureel-, milieu- en natuurbeleid.
Bij de ruimtelijke keuzes zijn de kernkwaliteiten van de provincie sturend. Ruimtelijke ontwikkelingen moeten bijdragen aan de kracht en identiteit van Noord-Brabant. De provincie wil de contrasten tussen klei, zand en veenontginning versterken. Voor het zandlandschap betekent dit het versterken van het mozaïeklandschap door menging van functies die de afwisseling en kleinschaligheid versterken. In het gebied rond Zundert wil de provincie ruimte geven aan een optimale en duurzame ontwikkeling van de boomteelt. Verder wordt aandacht gegeven aan een robuust water- en natuursysteem en duurzame energie.
Het landschap van Brabant verschilt van streek tot streek. In de Uitwerking Gebiedspaspoorten beschrijft de provincie 12 Brabantse landschapstypen. Voor elk geeft zij de kenmerkende landschapskwaliteiten en haar ambitie om deze kwaliteiten te versterken bij nieuwe ontwikkelingen. Hiermee wil de provincie gemeenten en initiatiefnemers stimuleren om de kwaliteit van het Brabantse landschap te versterken. De Uitwerking gebiedspaspoorten is niet verplichtend maar biedt een handreiking.
Kenmerken Baronie
In de structuurvisie is de ontwikkellocatie (A+B) gelegen in het gebiedspaspoort Baronie met als hoofd kernkwaliteiten, beken, bossen en buitens. De locatie is gelegen in het westelijk deel van de Baronie. De Baronie is onderdeel van het dekzandplateau dat doorsneden wordt door beken. Het bekensysteem van Aa of Weerijs en Mark bevindt zich in het westelijk deel van de Baronie.
Het ontginningslandschap
De Baronie bestaat uit een afwisselend zandlandschap met een grofmazig mozaïek van oude en jonge zandontginningen en bossen. Kenmerkend voor de oude zandontginningen zijn de akkercomplexen met aan- en omliggende buurtschappen en bijhorende groenstructuren. Hiervan is het oude zandlandschap met bolle akkers, beemden, hakhoutbosjes en -wallen en buurtschappen rond Casterlé cultuurhistorisch karakteristiek.
In de Baronie komen meer open en meer besloten jonge zandontginningen voor. De besloten jonge zandontginningen worden gekenmerkt door bebouwing langs oude wegen, kleinschaligheid door de afwisseling van akkers en weiden met bosjes en losstaande bomen. Op de overgang van bos naar beekdal is een coulisselandschap ontstaan met transparante bomenrijen, gericht op de beek. Verder is een onregelmatig verkavelingspatroon met weinig bebouwing kenmerkend.
De open jonge ontginningen hebben een meer open, rationeel en rechtlijnig karakter. De enkele strakke opgaande beplantingselementen in de vorm van wegbeplanting zijn verschillend gericht.
Belangrijke cultuurhistorische identiteitsdragers van het agrarische cultuurlandschap zijn de akkercomplexen met aanliggende buurtschappen en groen, de landgoederen en de plantages met loof- en naaldhout. In de beekdalen, kwelzones en rondom de bossen is sprake van grondgebonden landbouw.
De Baronie wordt doorsneden door beek- en waterlopen die samenhangen met de beeksystemen van Donge, Mark, Aa of Weerijs, ´t Merkske, de Chaamse beken en de Strijbeekse beek. Turfvaarten in de west- en noordrand van de Baronie hebben een relatie met de stad Breda en de turfhaven in het stadscentrum.
Door de afwisseling in het landschap van de Baronie is de natuur rijk aan soorten die karakteristiek zijn voor kleinschalig cultuurlandschap, open agrarisch landschap, hooilanden, vochtige graslanden, poelen en sloten. Het is een van de belangrijkste gebieden voor amfibieën in Brabant.
Het moderne landschap
De verschillen tussen de oude en jonge ontginningen zijn door landinrichting in de afgelopen decennia grotendeels verloren gegaan. Het landelijk gebied van de Baronie heeft een meer open karakter gekregen. In de zuidwesthoek rondom Zundert ligt een omvangrijke concentratie boomteeltbedrijven. In dit gebied is de landbouw dominant aanwezig. Door landinrichtingen zijn grote kavels en een betere ontsluiting gecreëerd voor met name akkerbouw en rundveehouderij. Incidenteel is er sprake van glastuinbouw en zijn er sterke bedrijven op het gebied van boomteelt en groenteteelt. Intensieve landbouw is geconcentreerd in een paar grote clusters van bedrijven. Vooral het gebied ten zuiden van Breda wordt gekenmerkt door een menging van landbouw, natuur en wonen. Opvallend zijn de verspreid liggende dorpen. Veel van deze dorpen hebben de afgelopen decennia hun kleinschalige karakter behouden. Ook de aaneengesloten boscomplexen zijn kenmerkend voor het moderne landschap van dit deel van de Baronie. Ze hebben een belangrijke natuur- en recreatiefunctie.
Ambitie gebiedspaspoort Baronie
Versterken contrasten in het landschap :
Conclusie
De ontwikkeling van de Hofdreven als een bijzondere vorm van landelijk wonen in de groene dorpsrand en de ontwikkeling van een nieuw Landgoed past binnen de gebiedskenmerken van de Baronie, waar er ruimte wordt geboden voor deze initiatieven in het beken- en boslandschap. In de totaalvisie voor het beekdalgebied worden de aanwezige en oorspronkelijke kenmerkende landschapskwaliteiten, zoals de 'besloten kamers' met de houtsingels en bomenlanen en de lager gelegen schrale graslanden, versterkt en de nieuwe bebouwing landschappelijk ingepast. Hierdoor ontstaat nieuwe natuur en landschap waarbij de mogelijkheden voor recreatieve uitloop naar het beekdallandschap wordt verbeterd. Het plan Hofdreven vormt de schakel tussen de kern van Rijsbergen en het Landgoed met het beekdallandschap, waardoor er een betere relatie ontstaat tussen dorp en land (zie ook uitgebreide gebiedsvisie, hoofdstuk 2, totaalvisie beekdalzone en plangebied Hofdreven).
De te beschermen provinciaal ruimtelijke belangen zijn vastgelegd in de Verordening ruimte 2014. Deze verordening is op 7 februari, 14 en 18 maart door Provinciale Staten vastgesteld en op 18 en 19 maart in werking getreden. De verordening vormt het provinciaal toetsingskader voor ruimtelijke plannen en geeft regels waarmee een gemeente rekening moet houden bij het ontwikkelen van bestemmingsplannen. Door deze regels weten de gemeenten al in een vroeg stadium waar ze aan toe zijn.
De onderwerpen die in de verordening staan, komen uit de provinciale structuurvisie. Daarin staat welke belangen de provincie wil behartigen en hoe ze dat wil doen. De verordening is daarbij één van de manieren om die provinciale belangen veilig te stellen. Belangrijke onderwerpen in de Verordening ruimte zijn:
- ruimtelijke kwaliteit;
- stedelijke ontwikkelingen;
- natuurgebieden en andere gebieden met waarden;
- agrarische ontwikkelingen, waaronder de intensieve veehouderij
- overige ontwikkelingen in het landelijk gebied.
In de onderstaande figuren zijn de uitsneden van de kaarten behorende bij de Verordening ruimte 2014 weergegeven. Uit de figuren blijkt dat de planlocatie Hofdreven 11 is aangemerkt als; 'Bestaand stedelijk gebied, Kernen in landelijk gebied', 'Groenblauwe mantel', 'Gemend landelijk gebied' en 'Beperking Veehouderij'. Voor het buitengebied geldt voor alle besluitvlakken artikel 3 'Bevordering ruimtelijke kwaliteit'.
stedelijke ontwikkeling
Toetsing artikel 4:
Het plangebied is gedeeltelijk binnen het “Besluitvlak Bestaand stedelijk gebied - kernen in landelijk gebied” gelegen. Het gaat hier om het stedelijk concentratiegebied onderscheidenlijk bij een kern in landelijk gebied.
Natuur en landschap
Toetsing artikel 6:
Het plangebied is gedeeltelijk binnen het “Besluitvlak Groenblauwe mantel” gelegen. De regels strekt tot behoud, herstel of duurzame ontwikkeling van het watersysteem en de ecologische en landschappelijke waarden en kenmerken van de onderscheidene gebieden.
overige agrarische ontwikkeling en windturbines
Toetsing artikel 7:
Het plangebied is met een heel klein gedeelte (noordelijk deel plangebied) binnen het “Besluitvlak Landelijk gemend gebied” gelegen. In dit besluitvlak wordt de ontwikkeling van een gemengde plattelandseconomie nagestreefd.
ontwikkeling intensieve veehouderij
Toetsing artikel 25:
Het plangebied is geheel binnen het “Besluitvlak beperking Veehouderij” gelegen. Nieuwvestiging, uitbreiding, hervestiging van en omschakeling naar intensieve veehouderij zijn niet toegestaan.
Conclusie
De toevoeging van de meest noordelijke nieuwe woning (woning 2) past binnen de kaders van de Verordening ruimte (Vr). De twee andere woningen (woning 3 en 4) vallen echter buiten het 'bestaand stedelijk gebied'. Oprichting van deze woningen kan enkel op basis van artikel 4.12 Vr 'beperkte afronding bestaand stedelijk gebied'. De twee woningen zullen op basis van artikel 4.12 Vr 'beperkte afronding bestaand stedelijk gebied' worden verantwoord.
Afbeelding; Verschillende gebiedskenmerken in relatie tot planopzet
De strijdigheid kan worden opgeheven door de geometrische begrenzing van de gebieden voor stedelijke ontwikkeling aan te passen. De verordening ruimte geeft hiervoor in artikel 4.12 de mogelijk, mits;
De verantwoording en onderbouwing met betrekking tot Artikel 4.12 Vr 'beperkte afronding bestaand stedelijk gebied' is opgenomen in hoofdstuk 4 Beperkte afronding bestaand stedelijk gebied.
Met betrekking tot de Groenblauwe mantel worden de landschappelijke waarden en gebiedseigen kenmerken behouden en versterkt door het realiseren van de besloten kamers en de Laan Hofdreven. Voor de gebieden Landelijk gemend gebied en Beperking Veehouderij worden de provinciale belangen niet aangetast. Door het saneren van het agrarisch bedrijf onstaat juist ruimte om de landschappelijke waarde van de groenblauwe mantel te versterken. Ook de verantwoording en onderbouwing van deze thema's zijn opgenomen in hoofdstuk 4 Beperkte afronding bestaand stedelijk gebied.
Het Inrichtingsplan Weerijs-Zuid (2010) heeft tot doel de verbetering van leefbaarheid, landschap, economische ontwikkeling en realisatie van water- en natuurdoelen. De ondertitel is niet voor niets “de juiste grond op de juiste plaats voor landbouw, natuur, recreatie, water, wonen en werken”.
In het Inrichtingsplan wordt de Hofdreven genoemd als een strategische locatie vanuit leefbaarheid en recreatie voor het herstel van landschappelijke structuren. De aanleg van het zogenaamde “Ommetje Rijsbergen” dient te worden nagestreefd.
De invulling in bestemmingsplan Hofdreven is gericht op een verdere uitbouw van het uitgangspunt besloten "Kamers van het verleden" zoals voor deze locatie beschreven in het Inrichtingsplan.
Daarnaast geldt dat de Visie in het Inrichtingsplan (het hoofdstuk waarin staat beschreven hoe het gebied eruit ziet na uitvoering van het Inrichtingsplan) spreekt over "dorpsrandontwikkeling en recreatieve routes die de leefbaarheid van Rijsbergen vergroten". Met bestemmingsplan Hofdreven worden die aspecten bereikt: "dorpsrandontwikkeling" door sanering van genoemd bedrijf en het creëren van een meer samenhangend geheel, onder meer door het realiseren van beperkte woningbouw in de besloten kamers en "recreatie" door het maken van een uitnodigende entree naar de (in andere plannen nog verder te versterken) recreatieve functie van het beekdal.
Conclusie
De beoogde ontwikkeling versterkt de positie van de Hofdreven, doordat het verstorende element van de bedrijfsvoering wordt weggenomen en wordt vervangen door een passende overgang van stedelijke bebouwing naar het beekdal met besloten "Kamers van het verleden".
De gemeenteraad van Zundert heeft op 19 december 2011 de “Structuurvisie Rijsbergen 2020” vastgesteld. De structuurvisie Rijsbergen 2020 geeft op hoofdlijnen aan op welke wijze de gemeente in de toekomst om wil gaan met ruimtelijke ontwikkelingen. Ten aanzien van de planlocatie wordt in hoofdstuk 4 'de visie per opgavegebied', in paragraaf 4.3.2. 'visie voor 2020' de locatie Hofdreven als 'kleine herstructureringslocatie van een bedrijfsperceel' genoemd. Voor deze locatie is aangegeven dat hier twee woningen kunnen worden gerealiseerd, waardoor een mooie entree gecreëerd kan worden bij het binnenkomen of verlaten van het dorp Rijsbergen via de Hofdreven. Deze locatie biedt kansen voor een onderscheiden landelijk woonmilieu aan het beekdal met beeldbepalende bebouwing.
Ten aanzien van het beekdallandschap gaat de structuurvisie in op het versterken van de beekdalzone Aa of Weerijs door middel van het versterken van de landschapselementen, het versterken van de relatie dorp en beekdalzone en de realisering van nieuwe recreatieve routes voor zowel de fiets als de wandelaars.
Afbeelding; Uitsnede Structuurvisie Rijsbergen
Conclusie
Het plan Hofdreven is in overeenstemming met de Structuurvisie Rijsbergen 2020. In de structuurvisie is er destijds echter voor gekozen de ontwikkeling aan de dorpsrand te concentreren aan de oostzijde van Hofdreven. Naar aanleiding van de stedenbouwkundige en landschappelijke analyse van het gebied is het logischer de bebouwing te situeren aan weerszijden van de Hofdreven. Een uitgebreide motivatie over de situering van de kavels en de bebouwing is opgenomen in hoofdstuk 2 planbeschrijving.
Daarnaast draagt de ontwikkeling van Hofreven ook bij aan het versterken van de beekdalzone Aa of Weerijs door middel van het herstellen van de historische besloten kamers en het herprofileren van de Laan Hofreven. Hierdoor wordt het dorp op een landschappelijke manier afgerond en ontstaat er een logische entree aan de rand van het dorp.
De gemeenteraad heeft op 29 oktober 2013 de thematische structuurvisie Landschap 2025 vastgesteld. De thematische structuurvisie Landschap 2025 beschrijft de huidige situatie van het landschap en de visie voor de toekomst. Daarnaast bevat de structuurvisie concrete projecten om deze toekomstvisie te realiseren. De locatie Hofdreven 11 ligt voor een deel binnen de aanduiding “beekdal” in de structuurvisie Landschap, waarbij onder meer sprake is van de opgave om bestaande bouwblokken niet te vergroten en (nagenoeg) geen ruimte te bieden voor teeltondersteunende voorzieningen als kassen of pot- en containervelden.
Conclusie
De beoogde ontwikkeling versterkt (door het saneren van het bouwblok en de latente uitbreiding daarvan en van de teeltondersteunende voorzieningen) de opgave ten aanzien van de “beekdalen” in de Structuurvisie Landschap en is daarmee dus in overeenstemming.
Op 22 december 2009 heeft de gemeenteraad de Woonvisie Zundert 2010-2014 vastgesteld. Vooraf kan gezegd worden dat de woonvisie niet alleen gaat over bouwen, maar over wonen in algemene zin. Wonen is véél meer dan alleen bouwen.
Aangegeven wordt dat binnen de gemeente Zundert, de kern Rijsbergen de sterkste verhuisbinding heeft met Breda en in die zin ook aantrekkelijk is voor potentiële vestigers. Ook zijn de bewoners van Rijsbergen wat meer dan de andere kernen gericht op Etten- Leur. Daarnaast wordt gesteld dat in Rijsbergen redelijk wat voorzieningen aanwezig zijn, ook op het gebied van zorg. De samenstelling van de bevolking in Rijsbergen ligt dicht tegen het gemiddelde van de gemeente Zundert aan. Er zijn iets meer gezinnen met kinderen dan gemiddeld en iets minder alleenstaanden. De verwachting is dat het aantal inwoners afneemt en dat in 2020 een kwart van de bevolking 65 jaar of ouder is. De vergrijzing is in Rijsbergen het sterkst van alle kernen. In de afgelopen jaren (2004- 2008) zijn er bijna 100 woningen gerealiseerd in Rijsbergen. Bijna de helft daarvan betreft zorgappartementen. In de afspraken met de provincie zijn circa 125 woningen in Rijsbergen opgenomen.
Gewenste ontwikkelingsrichting en accenten in Rijsbergen zijn:
Conclusie
De beoogde ontwikkeling sluit aan bij de beoogde onwikkelingsrichtingen, uniek woonmilieu en behoud van aantrekkelijke uitstraling en groen van Rijsbergen.
De Nota Parkeernormen is als onderdeel van het GVVP vastgesteld. Bij de totstandkoming van de gemeentelijke parkeernormen is aangesloten bij de landelijk gehanteerde parkeernormen op basis van het ASVV 2004, met dien verstande dat er geen minimale of maximale normen zijn gegeven, maar concrete eenduidige normen per woonsegment zijn benoemd. De parkeernota is erop gericht te voorkomen dat nieuwe ontwikkelingen binnen de kern leiden tot een toename van de parkeersdruk in de directe omgeving van het plangebied. Daarom hanteert de gemeente Zundert de stelling dat het realiseren van minder parkeerplaatsen op eigen terrein dan de parkeernorm voorschrijft niet is toegestaan.
Het voorliggend plan behoort tot de categorie ‘niet stedelijk, rest bebouwde kom’. Hiervoor wordt voor dure woningen, 2,2 parkeerplaats per woning als norm aangehouden.
Om te kunnen beoordelen of binnen nieuwbouwplannen voldaan wordt aan de gestelde parkeernorm worden de onderstaande rekenwaarden gehanteerd.
Conclusie
In het kader van de omgevingsvergunning dient op basis van bovenstaande rekenwaarden bepaald te worden of voldaan wordt aan de gestelde norm.
In de gemeentelijke welstandsnota zijn beleidsregels opgenomen betreffende de welstandscriteria. Daarbij gaat het om algemene welstandscriteria, gebiedsgerichte ontwikkelingskaders, specifieke objectgerichte welstandscriteria en sneltoetscriteria. De welstandscriteria hebben betrekking op de plaatsing van woningen/aanbouwen/ bijgebouwen, de vorm en maatvoering en ten slotte op de architectuurtypering, kleurstelling en het materiaalgebruik.Hierbij wordt onderscheid gemaakt in de volgende indeling:
Niveau 1: zeer waardevolle welstandsgebieden. Extra bescherming gericht op consolidatie van de bestaande veelal cultuurhistorische of landschappelijke kwaliteiten;
Niveau 2: bijzondere welstandsgebieden. Extra inspanning tot voordeel van de bestaande of gewenste ruimtelijke kwaliteit;
Niveau 3: reguliere welstandgebieden. Normale inspanning met als uitgangspunt het handhaven van de basiskwaliteit;
Niveau 4: welstandsvrije gebieden. Geen welstandstoetsing.
Plangebied
Het plangebied is in de welstandsnota aangeduid als ‘gemengde dorpsuitbreiding’. De gemengde dorpsuitbreidingen zijn divers van opzet. Het betreft uitbreidingen die ingepast zijn ofwel in de bestaande landschapsstructuur of de bestaande dorpsstructuur. Ze hebben daarmee een eigen karakter die niet zo zeer een uiting is van eerdere gebiedstyperingen die gerelateerd zijn aan bepaalde tijdsperiodes in de stedenbouw en architectuur. In het gebied Hofdreven bestaat de bebouwing uit vrijstaande en twee onder één kap woningen, die terug liggend op de kavel zijn gesitueerd. De bouwhoogte varieert tussen 1 en 2 bouwlagen met kap. Nagenoeg alle woningen hebben een zadeldak en dakpannen als dakbedekking. Alle woningen zijn met baksteen als schoon metselwerk gebouwd en variëren sterk in leeftijd. Het straatprofiel is zeer smal en openbaar groen ontbreekt. Voor het gebied geldt een welstandsniveau 3.
Conclusie
In het voorliggend plan is rekening gehouden met beschreven gebiedstypering. Door middel van de verbeelding en regels zijn de goot en bouwhoogte vastgelegd. Door middel van het vastleggen van bouwblokken wordt een afstand tot weg gegarandeerd. Ten behoeve van de planontwikkeling zijn uitganspunten voor de beeldkwaliteit geformuleerd, deze zijn in bijlage 1 bijgevoegd.
De te beschermen provinciaal ruimtelijke belangen zijn vastgelegd in de Verordening ruimte 2014. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de verantwoording van deze belangen. De planlocatie Hofdreven is aangemerkt als; 'Bestaand stedelijk gebied, Kernen in landelijk gebied', 'Groenblauwe mantel', 'Agrarisch gebied' en 'Extensiveringsgebied'.
De twee noordelijke woningen (woning 1 en 2) passen binnen de kaders van de Verordening ruimte (Vr) en wordt in dit hoofdstuk niet verder behandeld. De twee andere woningen (woning 3 en 4) vallen echter buiten het 'bestaand stedelijk gebied' en zijn gelegen in de gebiedskenmerken 'Groenblauwe mantel', 'Agrarisch gebied' en 'Extensiveringsgebied'. Oprichting van deze woning wordt verantwoord op basis van artikel 4.12 Vr 'beperkte afronding bestaand stedelijk gebied'. De ontwikkeling van de woningen aan Hofdreven is een autonome ontwikkeling die in samenhang met de ontwikkeling van het Landgoed kan worden beschouwd. In hoofdstuk 2 Planbeschrijving is in paragraaf 2.2.1 de totaalvisie van het beekdallandschap opgenomen waar de locatie Hofdreven binnen de besloten groene kamers de poort vormt naar het achterliggende beekdallandschap.
Voor het wijzigen van de grenzen van bestaand stedelijk gebied gelden de volgende regels:
Artikel 4.12 Wijziging grenzen bestaand stedelijk gebied op verzoek
Artikel 3.2 Kwaliteitsverbetering van het landschap
Artikel 6 Groenblauwe mantel
Artikel 7 Gemend landelijk gebied
Beschrijving gemengd landelijk gebied
Artikel 25 Beperking Veehouderij
In afwijking van artikel 5.1, eerste lid onder c (bescherming ecologische hoofdstructuur), artikel 6.3 en artikel 7.3 (veehouderij) bepaalt een bestemmingsplan ter plaatse van de aanduiding 'Beperkingen veehouderij' dat:
Artikel 36.5 Procedure wijziging van grenzen op verzoek
De autonome ontwikkeling van Hofdreven vormt met de toevoeging van 2 extra woningen, de zogenaamde 'Dorpsrandwoningen', een beperkte afronding van het bestaand stedelijk gebied van Rijsbergen. De ontwikkeling van Hofdreven heeft een logische stedenbouwkundige opzet. De locatie is gelegen in hoger gelegen 'besloten groene kamers' als onderdeel van het besloten karakter van de beekdalzone en sluit aan op het bestaande stedelijk gebied. Door de ontwikkeling van het plan wordt het mogelijk in dit gebied het aanwezige agrarisch bedrijf te saneren, de historische structuur van besloten kamers te versterken en het historisch karakter van de laan Hofdreven te versterken. Daarnaast wordt door middel van de 'Dorpsrand woningen' een poortfunctie gerealiseerd naar het achterliggende uitloopgebied van het beekdal. (zie ook hoofdstuk 2 planbeschrijving). Hierdoor onstaat een duidelijke overgang tussen dorp en land.
Onderstaande verantwoording verwijst naar de subleden van artikel 3.2 kwaliteitsverbetering landschap.
Afbeelding; situatietekening en impressie ontwikkeling nieuwe dorpsrand
Ad 1) De ruimtelijke ontwikkeling op basis van de totaalvisie voor het beekdalgebied gaat gepaard met een fysieke verbetering van de aanwezige en potentiële kwaliteiten van natuur, landschap, cultuurhistorie en een verbetering van de extensieve recreatieve mogelijkheden van het gebied. Binnen de ontwikkeling van het plan Hofdreven vindt landschapsverbetering plaats door het realiseren van bosplantsoenen en houtsingels als onderdeel van de historische 'besloten kamers'. Daarnaast ontstaat door de ontwikkeling ruimte voor het versterken van het historisch karakter van de laan Hofdreven.
Ad 2) De landschappelijke en cultuurhistorische verbetering is in het bestemmingsplan financieel, juridisch en feitelijk geborgd. De bosplantsoenen en houtsingels als onderdeel van de 'besloten kamers' zijn door middel van de bestemming Groen - Landschapselement geborgd. Een beplantingsplan is hiertoe opgesteld. Dit plan levert een extra bijdrage aan cultuurhistorisch herstel in de vorm van de besloten kamers en de laan Hofdreven, dat van oudsher hier aanwezig waren. Borging vindt daarnaast plaats door middel van een overeenkomst.. In een anterieure overeenkomst worden afspraken gemaakt met betrekking tot de aanlegverplichting, die worden geborgd in de regels van het bestemmingsplan via een voorwaardelijke verplichting: de gronden kunnen voor wonen worden gebruikt, uitsluitend indien en voor zover binnen een termijn van 6 maanden na het verlenen van de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen, uitvoering wordt gegeven aan de aanleg en instandhouding van bosplantsoen en houtsingels ter plaatse van de bestemming Groen-Landschapselement.
De landschappelijke en cultuurhistorische verbetering past binnen de hoofdlijnen van het te voeren ruimtelijk beleid. (zie paragraaf 3.1 en 3.2) van provinciaal en gemeentelijk beleid).
Ad 3.) De landschappelijke inpassing van de bebouwing, draagt bij aan het toevoegen, versterken en herstellen van landschapselementen als onderdeel van de 'besloten kamers' die een bijdrage leveren aan de versterking van de landschapsstructuur en de relatie dorp-land. Daarnaast wordt door de landschappelijke inpassing de huidige dorpsrand ter plaatste van de Hofdreven verbeterd. In plaats van een rommelige dorpsrand met een agrarisch bedrijf, ontstaat er nu een duurzame stedenbouwkundige afronding van het gebied met een duidelijke poortfunctie en een groene omzoming. Door het saneren van het agrarisch bedrijf wordt verharding, opslag en de tunnelkassen weggenomen. De herprofilering van de laan Hofdreven versterkt de historische lijn en de relatie tussen het centrum van Rijsbergen en het beekdal.
Ad 4.) Kwaliteitsverbetering als bedoeld in het eerste lid is voor de planlocatie Hofdreven verzekerd. Een passende financiële bijdrage in een landschapsfonds is dan ook niet nodig.
Ad 5.) Met betrekking tot de planlocatie zijn geen afspraken noodzakelijk in het regionaal ruimtelijk overleg,
Ad 6.) Is niet van toepassing.
De locatie Hofdreven is tevens gelegen in de groenblauwe mantel. De groenblauwe mantel bestaat overwegend uit gemengd landelijk gebied met belangrijke nevenfuncties voor natuur en water. Het zijn meestal gebieden grenzend aan het kerngebied natuur en water die bijdragen aan de bescherming van de waarden in het kerngebied. De beheergebieden EHS liggen binnen de groenblauwe mantel. Ook de groene gebieden door én nabij de stedelijke omgeving zijn onderdeel van de groenblauwe mantel.
De waarden in de groenblauwe mantel zijn vaak gekoppeld aan landschapselementen (zoals houtwallen en heggen), het watersysteem (zoals de aanwezigheid van kwel) en het voorkomen van bijzondere planten en dieren. De groenblauwe mantel is opgebouwd uit een aantal deelgebieden die:
Vanwege de beperkte ontwikkeling van Hofdreven draagt dit plan niet bij aan het versterken van de bodem- en watersyteem in het gebied. Wel wordt door de sanering van het agrarisch bedrijf de verharding,opslag en de tunnelkassen weggenomen, die zo duidelijk zichtbaar zijn vanuit het beekdallandschap. De ontwikkeling is daarnaast gekoppeld aan de landschapselementen, zoals bosplantsoenen, houtwallen en heggen en tast door de ligging direct grenzend aan bestaand stedelijk gebied de kernwaarden van het beekdallandschap niet aan. De provinciale waarden worden niet aangetast.
Het gemengd landelijk gebied is slechts een klein ondergeschikt deel van het plangebied, eigenlijk opgespannen tussen het bestaand stedelijk gebied en het beekdallandschap. In het plangebied Hofdreven heeft het agrarisch bedrijf aangegeven op een andere locatie het bedrijf te willen voort zetten, omdat er op de huidige locatie geen voldoende ontwikkelingsmogelijkheden zijn. In het plangebied is de ontwikkeling van landbouw geen primaire doelstelling. De provinciale waarden worden niet aangetast.
In het plangebied Hofdreven wordt een agrarisch bedrijf gesaneerd met bijbehorende opstallen en voorzieningen. Het bedrijf is geen veehouderij, maar door sanering van het agrarisch bedrijf wordt ingespeeld op de beperking van agrarische bedrijven in het beekdallandschap en het versterken van de extensieve recreatieve uitloopmogelijkheden. De provinciale waarden worden niet aangetast.
In onderstaande afbeelding is een overzicht weergegeven voor het gebied, wat op verzoek gewijzigd dient te worden. Het oranje gedeelte maakt al onderdeel uit van het bestaand stedelijk gebied. Het gearceerde gedeelte is de beperkte stedelijke afronding die met beoogde planontwikkeling gerealiseerd wordt.
Op de verbeelding behorende bij het onderhavig bestemmingsplan zijn de volgende gebiedsaanduidingen opgenomen:
Afbeelding; Wijziging grens 'Bestaand stedelijk gebied'
De twee noordelijke woningen passen binnen de kaders van de Verordening ruimte (Vr). De twee andere woningen vallen echter buiten het 'bestaand stedelijk gebied'. Op basis van artikel 4.12 Vr 'beperkte afronding bestaand stedelijk gebied' heeft het college van burgemeester en wethouders de Gedeputeerde Staten verzocht om de begrenzing van het bestaand stedelijk gebied te wijzigen, omdat::
In dit hoofdstuk is aangetoond dat het plan Hofdreven tot een logische stedenbouwkundig opzet leidt en dat het plan op meerdere vlakken leidt tot kwaliteitsverbetering van het landschap en de provinciale waarden niet worden aangetast.
Het hier gaat om een beperkte afronding van het stedelijk gebied in de dorpsrandzone dat zich feitelijk binnen het beslag van het stedelijk gebied van Rijsbergen bevindt. In dit gebied zal het historische karakter van de besloten groene kamers en de 'poortfunctie naar het beekdallandschap worden versterkt en kan tevens in een later stadium de ontwikkeling van het Landgoed aangesloten worden. Het saneren van het agrarisch bedrijf en het versterken van de besloten kamers draagt bij aan de kwaliteitsverbetering van het landschap, waarbij het contrast tussen open en besloten karakter van het beekdal wordt vergroot.
Het voornemen van de gemeente Zundert om Gedeputeerde Staten (GS) te verzoeken de grenzen van het 'bestaand stedelijk gebied' in de Verordening ruimte voor het gemeentelijk plan aan te passen heeft samen met het gemeentelijk ontwerpplan ter inzage gelegen vanaf 23 juli 2015. Vanwege een onvolledige publicatie heeft de gemeente de publicatie aangevuld en de termijn voor het indienen van zienswijzen verlengd tot en met 16 september 2015. Gedurende deze termijn was het mogelijk te reageren op het aanpassen van de Verordening ruimte. Het college van GS heeft van de mogelijk tot het indienen van een zienswijze gebruik gemaakt omdat de uitvoering van de verplichte kwaliteitsverbetering nog niet was gewaarborgd in een overeenkomst met de initiatiefnemer. Inmiddels is deze overeenkomst gesloten, waarmee aan de zienswijze van GS is tegemoet gekomen. Daarnaast zijn door burgers nog 3 zienswijzen ingediend.
Kopieën van de kenbaar gemaakte zienswijze in verband met het ontwerpbestemmingsplan Hofdreven zijn door de gemeente Zundert aan GS toegezonden. Deze zijn beschouwd als inspraakreactie op de beoogde wijziging van de verordening en zijn betrokken bij de besluitvorming tot herbegrenzing van het plan Hofdreven.
In de toelichting van het ontwerp bestemmingsplan Hofdreven en de daaraan ten grondslag liggende stukken wordt zorgvuldig onderbouwd dat aan de regels behorend bij een verzoek om wijziging van het bestaand stedelijk gebied wordt voldaan. Planologisch is dit op een juiste wijze door vertaald in het ontwerp van het gemeentelijk plan dat daarmee voldoet aan de daaraan gestelde regels in de Verordening ruimte.
Artikel 4.12 van de Verordening voorziet in de bevoegdheid om wijziging van het bestaand stedelijk gebied te verzoeken mits het gaat om een beperkte afronding die tot een logische stedenbouwkundige opzet leidt.
In de toelichting bij het bestemmingsplan wordt dit door de gemeente op een goede wijze gemotiveerd waardoor GS van mening is dat sprake is van een beperkte en logische afronding van de kern Rijsbergen.
De vereiste kwaliteitsverbetering op grond van artikel 4.12 lid 1 sub b van de Verordening bestaat uit het saneren van het agrarisch bedrijf, het realiseren van een struweel en houtsingel en 1.200m2 kruiden- en faunarijk grasland. Daarnaast heeft de gemeente een ruimtelijke visie opgesteld waarin de samenhang met de ontwikkeling van een landgoed in de nabijheid van het plangebied en het beekdalgebied voldoende wordt onderbouwd.
Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant heeft overwogen dat:
de gemeente Zundert heeft verzocht om wijziging van de begrenzing van het bestaand stedelijk gebied aan de Hofdreven (een zijstraat van de Sint-Bavostraat) aan de zuidoostkant van de kern Rijsbergen, aangewezen in de Verordening ruimte 2014;
met deze wijziging de vaststelling van het bestemmingsplan "Hofdreven" mogelijk wordt gemaakt;
Gedeputeerde Staten bereid zijn dit verzoek in te willigen en daartoe de relevante begrenzingen in de Verordening ruimte 2014 aan te passen;
Op 17 november 2015 heeft Gedeputeerde Staten het besluit genomen om de Wijziging Verordening ruimte 2014 vast te stellen. De Wijziging verordening ruimte 2014 ivm plan Hofdreven, Zundert kan worden geraadpleegd op http://www.ruimtelijkeplannen.nl en via ruimtelijkeplannen.brabant.nl
Afbeelding: kaart herbegrenzingsbesluit
De bescherming van het archeologische erfgoed in de bodem en de inbedding ervan in de ruimtelijke ontwikkeling, is het onderwerp van het Europese Verdrag van Valetta (Malta). In 1992 ondertekenden twintig Europese staten, waaronder Nederland, dit verdrag.
Het verdrag werd in 1998 door een goedkeuringswet bekrachtigd en op 1 september 2007 in de Wet op de archeologische monumentenzorg vertaald in nieuwe wetgeving. De wet regelt in aansluiting op het Europese verdrag de bescherming van archeologisch erfgoed in de bodem, onder andere door inpassing van de belangen van archeologie in de ruimtelijke ordening. Het is noodzakelijk dat de gemeente in het ruimtelijk beleid waarborgen inbouwt voor de omgang met het bodemarchief.
Met het oog op de ontwikkelingsmogelijkheden die dit bestemmingsplan biedt, is het in de toekomst mogelijk dat nieuwe ontwikkelingen de mogelijke archeologische sporen in de bodem aantasten. In deze gevallen is archeologisch onderzoek wel verplicht.
Om aanwezige en de te verwachten archeologische waarden inzichtelijk te maken is door de gemeente Zundert een gemeentespecifieke archeologische beleidskaart opgesteld. Deze kaart vormt de vertaling van het beleid dat de gemeente hanteert in het kader van de archeologische monumentenzorg.
Op de gemeentelijke archeologische beleidskaart is het plangebied aangeduid als 'Archeologisch waardevol gebied 2: Waarde archeologie hoog(archeologisch waardevolle terreinen)', 'archeologisch waardevol gebied 4: Verwachtingswaarde archeologie hoog(gebied met een hoge archeologische verwachting) en 'archeologisch waardevol gebied 5: Verwachtingswaarde archeologie middelhoog(gebied met een middelhoge archeologische verwachting).
Hier gelden een onderzoek vrijstellingsnormen voor het plangebieden van respectievelijk 100m2, 500m2 en 5000m2.
Figuur 6, uitsnede archeologische beleidskaart
Oostzijde Hofdreven
In opdracht van Tenax Tree-plug & Seeds V.O.F. heeft Antea Group in maart/ april 2015 een archeologisch bureau- en booronderzoek uitgevoerd voor een locatie aan de Hofdreven te Rijsbergen (gemeente Zundert), zie Bijlage 1 Archeologisch onderzoek- oostzijde Hofdreven.
Op basis van het bureauonderzoek blijkt dat het plangebied gelegen is in een zone die een hoge archeologische verwachting kent. Voor het plangebied dat in opdracht van Tenax Tree-plugs & Seeds werd onderzocht valt deze verwachting uiteen in twee onderdelen. In algemene zin ligt het gebied in het beekdal van de Aa of Weerijs wat een hoge archeologische verwachting betekent voor het aantreffen van archeologische resten uit de steentijd. Specifiek voor het plangebied geldt daarnaast een verwachting op de resten van een hofhuis uit de nieuwe tijd. Het gaat hierbij om het “Hof te Rijsbergen” dat in Archis 2 is geregistreerd als AMK-terrein 2186.
Op basis van het archeologisch veldwerk kunnen de volgende conclusies worden getrokken:
Op basis van het uitgevoerde bureau- en booronderzoek adviseert Antea Group derhalve dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling voor wat betreft het aspect archeologie hiermee afdoende is onderzocht en dat, anders dan de handhaving van de planologische bescherming ter plaatse van de grachtcontour, de verwachtingswaarde kan worden bijgesteld naar laag. Dit ter beoordeling aan de gemeente Zundert, in deze de bevoegde overheid voor het aspect archeologie.
Westzijde Hofdreven
In opdracht van Somnium Real Estate B.V. heeft Antea Group in mei 2015 een archeologisch bureau- en booronderzoek uitgevoerd voor een locatie aan de Hofdreven te Rijsbergen (gemeente Zundert), zie Bijlage 2 Archeologisch onderzoek- westzijde Hofdreven
Op basis van het bureauonderzoek blijkt dat het plangebied gelegen is in het beekdal van de Aa of Weerijs. Het meest zuidelijk gelegen perceel ligt daarbij op korte afstand van de actieve beekloop die hier sinds het rechttrekken van de beekloop gedurende de tweede helft van de twintigste eeuw ligt. Door de ligging in het beekdal en mogelijk nabij de rand van het beekdal geldt op de gemeentelijke archeologische beleidskaart een hoge archeologische verwachting op het aantreffen van archeologische resten uit de steentijd. Dit wordt in Archis 2 ook bevestigd door de aanwezigheid van AMK-terrein 2166, zijnde een terrein van hoge archeologische waarde met veronderstelde bewoningsresten uit het
mesolithicum.
Op basis van het gefaseerd uitgevoerde veldwerk is geconstateerd dat het plangebied dusdanig laag ligt op de gradiënt van het beekdal dat er geen sprake meer kan zijn van behoudenswaardige archeologische vindplaatsen binnen het gehele plangebied. In hoeverre de geconstateerde bodemroering verklaard kan worden uit de ligging laag in het beekdal of dat dit mede verklaard moet worden uit de bodemingrepen uitgevoerd bij het rechttrekken van de waterloop is met zekerheid vastgesteld.
Op basis van het uitgevoerde bureau- en booronderzoek adviseert Antea Group derhalve dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling voor wat betreft het aspect archeologie hiermee afdoende is onderzocht en dat, anders dan de handhaving van de planologische bescherming ter plaatse van de grachtcontour, de verwachtingswaarde kan worden bijgesteld naar laag. Dit ter beoordeling aan de gemeente Zundert, in deze de bevoegde overheid voor het aspect archeologie.
Conclusie
Het bevoegd gezag is akkoord dat het gebied met de verwachtingswaarde WRA-4 vrij gegeven kan worden. Om deze reden zijn de gronden niet meer voorzien van de dubbelbestemming 'Waarde-Archeologie 4'. 'Waarde-Archeologie 2' blijft als dubbelbestemming op de plankaart gehandhaafd. De contour is aangepast naar aanleiding van het booronderzoek en het advies van de regioarcheoloog. Deze contour wijkt iets af ten op zichte van de gemeentelijke archeologische beleidskaart.
Naast mogelijk aanwezige archeologische waarde, kan er ook sprake zijn van andere cultuurhistorische waarden. Te denken valt aan eventuele aanwezige monumenten, monumentale/waardevolle bomen en historische stedenbouw / geografie.
Monumenten
Binnen, of in de directe nabijheid van het plangebied komen geen monumenten voor.
Monumentale/ waardevolle bomen
Het college van burgemeester en wethouders heeft een lijst met waardevolle bomen binnen de bebouwde kommen vastgesteld. De bomen op deze lijst moeten in beginsel in stand gehouden worden. In het plangebied komt één waardevolle boom voor. Deze boom, Canadese populier, is circa 70 jaar oud en staat rechts achter Hofdreven 15.
Historische stedenbouw/geografie
De Hofdreven is aangeduid als lijn van 'redelijke hoge waarde' binnen de historische geografie. Een uitgebreide omschrijving van de historisch geografische waarden is opgenomen in paragraaf 2.1.1 De onderste laag, de ondergrond.
Conclusie
Het plan versterkt de bestaande cultuurhistorische/geografische waarde. De monumentale boom zal worden ingepast in het nieuwe profiel van de Hofdreven.
Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient in verband met de uitvoerbaarheid van een plan rekening te worden gehouden met de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijzigingen dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur op schone grond te worden gerealiseerd.
Of de bodem een planontwikkeling in de weg staat, wordt middels een historisch onderzoek en eventueel aangevuld met een bodemonderzoek bepaald. Als uit historisch onderzoek blijkt dat binnen de nieuwe bestemmingen sprake is geweest van een activiteit met een verhoogd risico op verontreiniging, dan is een volledig verkennend bodemonderzoek noodzakelijk. De resultaten van het historisch onderzoek, het bodemonderzoek en de conclusie met eventuele saneringsadviezen worden in het bestemmingsplan vermeld.
Wet algemene bepalingen omgevingsrecht
In de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) staat dat een omgevingsvergunning, voor het bouwen op een vermoeden van ernstig verontreinigde grond, pas in werking treedt nadat:
Wet bodembescherming
Als er sprake is van ernstige bodemverontreiniging dan gelden de regels van de Wet Bodembescherming (Wbb). In de Wbb is een saneringsdoelstelling bepaald (het saneren naar de functie) en een saneringscriterium (wanneer moet er gesaneerd worden (bij zogenaamde “spoed- of risicolocaties”)).
Besluit bodemkwaliteit
Het Besluit bodemkwaliteit (Bbk) geeft de lokale bevoegde gezagen de mogelijkheid om de bodemkwaliteit binnen hun gebied actief te gaan beheren binnen de gegeven kaders. Dit geeft onder andere ruimte voor nieuwe bouwprojecten, zoals woningen en wegen. Daarnaast worden de kwaliteit en de integriteit van belangrijke intermediairs bij bodemactiviteiten beter geborgd. In het besluit staan ook regels met betrekking tot het toepassen van bouwstoffen, grond en baggerspecie.
Het plangebied is momenteel in gebruik als boomkwekerij. Aangezien sprake is van functiewijziging is verkennend bodemonderzoek voor dit bestemmingsplan noodzakelijk. Uit informatie van het bodemloket (www.bodemloket.nl) blijkt dat de planlocatie niet is onderzocht.
In opdracht van Somnium Real Estate B.V. is door Wematech Bodem Adviseurs B.V. in juni 2014 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van de percelen aan de Hofdreven te Rijsbergen, zie Bijlage 3 Bodemonderzoek.
Wet bodembescherming
Geconcludeerd kan worden dat de bovengrond plaatselijk licht verontreinigd is met lood en PAK. De ondergrond is plaatselijk licht verontreinigd met PCB. Het grondwater is plaatselijk licht verontreinigd met barium, koper, molybdeen, nikkel, benzeen, xylenen en dichloorpropanen.
Besluit bodemkwaliteit
Geconcludeerd kan worden dat de bovengrond ter plaatse van het noordoostelijk gedeelte van de onderzoekslocatie indicatief voldoet aan de klasse industrie. Voor het overig gedeelte van de onderzoekslocatie voldoet de bovengrond aan de achtergrondwaarde.
De ondergrond ter plaatse van het oostelijk gedeelte van de onderzoekslocatie voldoet indicatief aan klasse wonen. Het westelijk gedeelte van de onderzoekslocatie voldoet aan de achtergrondwaarde.
De eventueel tijdens de bouwactiviteiten vrijkomende bovengrond is geschikt voor hergebruik ter plaatse. Mogelijk kan de bovengrond voldoen aan de eisen voor achtergrondwaarden grond. Voor een formeel oordeel van de toepassingsmogelijkheden van de vrijkomende grond (hergebruik) dient voldaan te worden aan hetgeen wat beschreven staat in de Regeling en het Besluit bodemkwaliteit (aanwezigheid bodemfunctiekaart en/of AP04 onderzoek). Vooralsnog dienen voor de overtollige grond, afkomstig van de onderzoekslocatie, de eisen van het binnen de gemeente van toepassing zijnde beleid in acht genomen te worden.
Gezien de verkregen resultaten van het onderzoek dient de gestelde hypothese "niet verdachte locatie" formeel gezien verworpen te worden. Gezien de geringe overschrijdingen en het van nature voorkomen van verhoogde achtergrondgehaltes in het grondwater is het echter gerechtvaardigd de gestelde hypothese te accepteren.
Op basis van het historisch onderzoek, de zintuiglijke beoordeling van de grond- en grondwatermonsters en de resultaten van het chemisch-analytisch onderzoek kan gesteld worden dat binnen de huidige functieklasse geen gebruiksbeperkingen hoeven te worden gesteld aan de onderzoekslocatie. De verkregen resultaten geven geen aanleiding tot het uitvoeren van een nader bodemonderzoek.
De resultaten van het onderzoek vormen geen belemmering de voorgenomen bouwplannen ter plaatse te realiseren. Geadviseerd wordt de resultaten van het onderzoek bij de aanvraag om omgevingsvergunning te voegen.
Bij het ontwikkelen van een nieuw ruimtelijk plan is het belangrijk om rekening te houden met geluidsbronnen en de mogelijke hinder of overlast daarvan voor mensen. De beoordeling van het aspect geluid in ruimtelijke plannen vindt zijn grondslag in vooral de Wet geluidhinder. Daarnaast vindt de beoordeling zijn grondslag in de Wet ruimtelijke ordening (Wro), op grond van een goed woon- en leefklimaat.
In de zin van de Wet geluidhinder (Wgh) zijn de objecten zoals woningen, geluidsgevoelige terreinen en andere geluidsgevoelige gebouwen beschermt tegen wegverkeerslawaai, industrielawaai, spoorweglawaai en omgevingslawaai. Onder geluidsgevoelige terreinen wordt verstaan: terreinen behorend bij andere gezondheidszorggebouwen dan algemene categorale en academische ziekenhuizen, alsmede verpleeghuizen en woonwagenstandplaatsen. Geluidsgevoelige gebouwen zijn onder andere onderwijsgebouwen, ziekenhuizen, verzorgingstehuizen, psychiatrische inrichtingen. Woningen zijn in de zin van de Wgh een geluidsgevoelig object.
In het kader van de Wgh liggen er zones rond wegen, spoorlijnen en gezoneerde industrieterreinen. Wegen op een woonerf of met een maximumsnelheid van 30 km/uur hebben geen zone. Binnen een zone moet voor het realiseren van nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen, zoals woningen, onderzoek worden gedaan naar de geluidsbelasting.
Binnen dit plangebied is enkel het aspect wegverkeer van toepassing.
Wegverkeer
Binnen het plangebied ligt een weg, de Hofdreven. Voor de Hofdreven geldt een snelheidsregiem van 30 km/uur. Hierdoor hoeft voor deze weg geen toetsing aan de Wet geluidhinder plaats te vinden.
Spoorweglawaai
Het plangebied is niet gelegen binnen de invloedssfeer (geluidszone) van spoorlijnen.
Industrielawaai
Het plangebied is niet gelegen binnen de invloedssfeer van gezoneerde bedrijventerreinen.
Conclusie
Samengevat kan geconcludeerd worden dat er in het kader van het bestemmingsplan geen nader akoestisch onderzoek behoeft plaats te vinden
Het onderzoek naar luchtkwaliteit wordt uitgevoerd op grond van hoofdstuk 5, titel 5.2 'Luchtkwaliteitseisen' van de Wet milieubeheer. De titel 5.2 'Luchtkwaliteitseisen' is beter bekend als de Wet luchtkwaliteit.
De kern van de Wet luchtkwaliteit is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Het NSL is een bundeling maatregelen op regionaal, nationaal en internationaal niveau die de luchtkwaliteit verbeteren en waarin alle ruimtelijke ontwikkelingen/projecten zijn opgenomen die de luchtkwaliteit in belangrijke mate verslechteren.
Het doel van de NSL is om overal in Nederland te voldoen aan de Europese normen voor de luchtverontreinigende stoffen. Voor wegverkeer zijn stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10) de belangrijkste stoffen. De in de Wet luchtkwaliteit gestelde norm voor NO2 en PM10 jaargemiddelde grenswaarde is voor beide stoffen 40 µg/m3. Daarnaast mag de PM10 24 uurgemiddelde grenswaarde van 50 µg/m3 maximaal 35 keer per jaar worden overschreden. Met het van kracht worden van het NSL zijn de tijdstippen waarop moet worden voldaan aan de jaargemiddelde grenswaarden NO2 en PM10 vastgesteld op 11 juni 2011 voor PM10 en 1 januari 2015 voor NO2.
Naast de introductie van het NSL is het begrip 'niet in betekenende mate' (NIBM) bijdragen een belangrijk onderdeel van de Wet luchtkwaliteit. Een project draagt NIBM bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit als de NO2 en PM10 jaargemiddelde concentraties niet meer toeneemt dan 1,2 µg/m3. In dat geval is de ontwikkeling als NIBM te beschouwen.
Een ruimtelijke ontwikkeling vindt volgens de Wet luchtkwaliteit doorgang als tenminste aan een van de volgende voorwaarden is voldaan:
Voor zover de ruimtelijke ontwikkeling is opgenomen in het NSL of de ontwikkeling kan worden aangemerkt als NIBM-project is toetsing aan de normen van de Wet luchtkwaliteit niet nodig.
In de 'Regeling niet in betekenende mate bijdrage (luchtkwaliteitseisen)' (Regeling NIBM) zijn voor verschillende functiecategorieën cijfermatige kwantificaties opgenomen, waarbij een ontwikkeling als een NIBM-project kan worden beschouwd. Deze categorieën betreffen landbouwinrichtingen, spoorwegemplacementen, kantoorlocaties, woningbouwlocaties en een combinatielocatie van woningbouw en kantoren.
In de Regeling NIBM is aangegeven dat een woningbouwlocatie tot maximaal 1.500 woningen aan één ontsluitingsweg is aan te merken als een ontwikkeling die NIBM bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. In voorliggend bestemmingsplan wordt uitgegaan van de realisatie van maximaal 3 nieuwe wooneenheden.
Dit betekent dat de voorgenomen ontwikkeling in het bestemmingsplan Hofdreven is aan te merken als een ontwikkeling die NIBM bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Daardoor is toetsing aan de grenswaarden uit de Wet luchtkwaliteit niet nodig.
In het kader van een goede ruimtelijke ordening zijn de jaargemiddelde concentraties NO2 en PM10 in de omgeving van het plangebied inzichtelijk gemaakt. Deze concentraties zijn afkomstig uit de NSL-monitoringstool 2014. Nabij het plangebied bedraagt de jaargemiddelde concentraties NO2, PM10 en PM2,5 respectievelijk maximaal 20 µg/m3, 21,5 µg/m3 en 14 µg/m3 bedraagt. De jaargemiddelde grenswaarde voor NO2, PM10 (beide 40 µg/m3) en PM2,5 (25 µg/m3) wordt niet overschreden.
De voorgestane ontwikkeling is aan te merken als een project dat NIBM bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Toetsing aan de grenswaarden van de Wet luchtkwaliteit is dan ook niet nodig.
Geconcludeerd kan worden dat het aspect luchtkwaliteit geen belemmeringen oplevert voor de voorgenomen ontwikkelingen in dit bestemmingsplan (artikel 5.16, lid 1 aanhef en onder c Wm).
Daarnaast is in het kader van een goede ruimtelijke ordening ter plaatse van het plan de jaargemiddelde concentraties NO2 en PM10 bepaald. Deze waarden zijn veel lager dan de gestelde grenswaarden uit bijlage 2 van de Wet luchtkwaliteit. Een overschrijding van de grenswaarden is dan ook niet te verwachten.
Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Milieuzonering betekent het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen:
VNG-brochure Bedrijven en milieuzonering
In de brochure Bedrijven en milieuzonering (VNG, 2009) wordt een handreiking gegeven voor het verantwoord inpassen van bedrijfsactiviteiten in de omgeving. De handreiking geeft informatie over een aantal ruimtelijk relevante milieuaspecten van een scala van bedrijfsactiviteiten. In deze handreiking worden bedrijven ingedeeld in verschillende categorieën, al naar gelang de mate van hinder en inpasbaarheid. Ook maakt de handreiking onderscheid in verschillende gebiedstypen zoals een rustige woonwijk, rustig buitengebied en gemengd gebied. Aan de hand van de categorie-indeling kan bepaald worden of, en eventueel onder welke voorwaarden, een bedrijf inpasbaar is in de omgeving.
De gemeente heeft voor voor de ontwikkeling een inhoudelijke beoordeling opgesteld. Voor de toetsing aan de uitgangspunten van de VNG-publicatie zijn de omliggende bedrijven geïnventariseerd. De bedrijven en zonering zijn in de onderstaande omgevingstabel en figuur opgenomen. De richtafstanden en indices die behoren bij het bedrijfstypen zijn eveneens vermeld.
|
|||||
| Nr: | Adres: | SBI: | Omschrijving: | Cat: | Afstand: |
| 22 | Sint Bavostraat 50 | 5211 | Supermarkten,warenhuizen | 1 | 10 |
| 23 | Sint Bavostraat 53 | 5224 | Detailhandel brood en banket | 1 | 10 |
| 24 | Sint Bavostraat 55 | 5530 | Restaurants, cafetaria's, snackbars, viskramen e.d. | 1 | 10 |
| 26 | Sint Bavostraat 58c | 9260 | Schietbaan flobert, geweer | 4.1 | 200 |
| 82 | Hofdreven 7a | 112 | Akkerbouw en fruitteelt (bedrijfsgebouwen) | 2 | 30 |
Figuur 7, bedrijven en zonering
Geurhinder:
Het plangebied van de ontwikkellocatie ligt aan de rand van de bebouwde kom Rijsbergen. In het kader van het MER bestemmingsplan Buitengebied Zundert (2012) is een indicatieve achtergrondwaarde voor geur bepaald. De omgeving is op deze kaart als "Redelijk goed" aangeduid. Uit de legenda van de MER-kaart blijkt dat de geurbelasting onder de 5 OU, met een kans van 5 % op geurhinder. De locatie voldoet daarmee aan de norm voor woondoeleinden.
Stofhinder:
Van de in de omgeving aanwezige inrichtingen, genoemd in de omgevingstabel, is geen stofhinder te verwachten.
Geluid:
De afstanden in de omgevingstabel hebben alle een relatie met geluid. De richtafstanden worden gemeten van de rand van het bestemmingsvlak, zoals opgenomen in de vigerende bestemmingsplannen. Indien de nieuwe woningen binnen de richtafstanden vallen, moet worden aangetoond dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat.
De richtafstand behorende tot de inrichting Hofdreven 11 komt te vervallen. Met het onherroepelijk worden van de bestemmingsplan, vervalt de agrarische bestemming. De richtafstanden van dit bedrijf komen dan te vervallen.
De publicatie VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering (uitgave 2009) geeft een richtafstand van 200 meter voor pistool- en geweerbanen.De richtafstand is gebaseerd op geluidshinder. In de publicatie wordt geen onderscheid gemaakt tussen geweer- en pistoolbanen, evenmin in professioneel dagelijks gebruik en hobbymatig gebruik. Een schietbaan dient onder alle omstandigheden aan de eisen te voldoen.
De richtafstand is met name bedoeld om nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen op voldoende afstand te houden van schietbanen, ter voorkoming van geluidshinder binnen deze nieuw te bouwen/projecteren woningen. Van de richtafstand kan gemotiveerd worden afgeweken, een akoestisch onderzoek kan als een bewijsmiddel worden gebruikt.
Het bouwplan van onderhavig bestemingsplan betreft het bouwen van 3 woningen, waarvan de meest nabij de schietbaan te projecteren woning op 180 meter van de schietbaan komt. Gezien de geschiedenis en het gebruik van de schietbaan, kan gesteld worden dat een afstand van 180 meter toereikend is en dat er op basis van de ervaringsinformatie nog steeds sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Het initiatiefvoorstel zal de ontwikkeling en het gebruik van de schietbaan niet nadelig beperken, daarvoor zijn de woningen op 1,5 meter afstand van de schietbaan maatgevend.
Gevaar/externe veiligheid:
Bij de dorpskern van Rijsbergen zijn geen BEVI-inrichtingen aanwezig.
De te projecteren nieuwe woningen liggen buiten invloedsgebieden vervoer gevaarlijke stoffen over de Sint Bavostraat, zodat een verantwoording groepsrisico niet aan de orde is.
Driftszones boomkwekerij:
De boomkwekerijbedrijven bevinden zich op grotere afstand(meer dan 20 meter van de bouwlocaties), waardoor er geen beperkingen zijn vanwege driftzones van boomkwekerijen.
Overig:
Door de ruimtelijke opzet van het plan is er geen hinder van verkeer, parkeren of ontsiering te verwachten.
Ten behoeve van het aspect gevaar dient voor de flobertbaan een verantwoording te worden opgesteld.
De bescherming van belangrijke gebieden voor vogels en andere diersoorten is gebaseerd op de Europese Habitatrichtlijn en de Europese Vogelrichtlijn. De Habitatrichtlijn richt zich op de bescherming van natuurlijke habitats en leefgebieden van aangewezen planten- en diersoorten. De Vogelrichtlijn richt zich op de bescherming van het leefgebied van beschermde vogelsoorten.
De protectie van de gebieden die op grond van beide richtlijnen in Nederland zijn aangewezen, is geregeld in de Natuurbeschermingswet. In, maar ook in de nabijheid van een beschermd gebied, gelden vanuit deze wetgeving regels.
De Ecologische Hoofdstructuur (EHS) is een netwerk van belangrijke natuurgebieden in Nederland. De EHS bestaat uit een samenhangend geheel van bestaande natuurgebieden, landbouwgronden met natuurwaarde, nieuwe natuurgebieden en ecologische verbindingszones. Het vormt de basis van het Nederlandse natuurbeleid. De EHS heeft tot doel onze flora en fauna te beschermen. De Provinciale Ecologische Hoofdstructuur wordt beschermd middels de Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie en de gemeentelijke bestemmingsplannen.
Waar het soorten planten en dieren betreft, is de bescherming verankerd in de Flora- en faunawet. Het doel van deze wet is de instandhouding en bescherming van alle planten- en diersoorten die in het wild in Nederland voorkomen.
Op grond van artikel 75 van de wet kan ontheffing van het verbod worden verleend en op grond van de ex artikel 75 vastgestelde AmvB gelden enkele ontheffingen van het verbod. Het systeem werkt als volgt:
Voor vogelsoorten bestaat geen ontheffingsmogelijkheid.
Overigens geldt voor alle planten en dieren (dus ook voor soorten, die niet zijn opgenomen in de Flora en faunawet) de algemene zorgplicht. Deze houdt in dat iedereen 'voldoende zorg' in acht moet nemen voor alle in het wild levende planten en dieren en hun leefomgeving (LNV, 1998). Veelal komt de zorgplicht erop neer dat tijdens werkzaamheden negatieve effecten op planten en dieren zoveel mogelijk dienen te worden voorkomen en dat bij de inrichting aandacht moet worden besteed aan de realisatie van geschikt habitat voor plant en dier.
De zorgplicht geldt altijd en voor alle planten en dieren, of ze beschermd zijn of niet, en in het geval dat ze beschermd zijn, ook als er ontheffing of vrijstelling is verleend. De zorgplicht betekent niet dat er geen effecten mogen optreden, maar wel dat dit, indien noodzakelijk, op zodanige wijze gebeurt dat de verstoring en het eventueel lijden zo beperkt mogelijk is.
Ten behoeve van het plan is geen onderzoek uitgevoerd, wel is waarnemingen.nl geraadpleegd. Hieruit blijkt dat ondermeer de Roodkopklauwier in de buurt van het plangebied is waargenomen.
|
Figuur 8, overzicht waarnemingen.nl
Aangezien de gronden van het plangebied aan de westzijde volledig zijn verhard en de gronden aan oostzijde intensief agrarisch gebruikt worden, is het aannemelijk dat deze soorten niet ter plaatse van de voorgenomen ontwikkeling voorkomen.
Het is niet aannemelijk dat er beschermde soorten ter plaatse van de voorgenomen ontwikkeling voorkomen. Voor het uitvoeren van werkzaamheden zal worden gehandeld conform de gedragscode “Flora en Faunawet Ruimtelijke Ontwikkeling”.
Nederland is groot geworden door het leven met en de strijd tegen het water. In de 20e eeuw is, doordat er te weinig rekening is gehouden met het waterbelang, veel ruimte aan het water ontrokken en veel afvalwater direct geloosd op oppervlaktewater. Om de toekomst van Nederland veilig te stellen is het nodig om te anticiperen op klimaatsveranderingen en bij de ruimtelijke planvorming goed rekening te houden met water. De waterbeheerder heeft de taak, kennis en kunde om daar zorg voor te dragen. Daarom is het belangrijk om hem vroegtijdig te betrekken bij de planvorming.
Het vroegtijdig betrekken van de waterbeheerder en het meewegen van het waterbelang is, door middel van de Watertoets, sinds 1 november 2003 verankerd in het 'Besluit op de ruimtelijke ordening 1985'.
Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren beleidsnota¡¦s verschenen aangaande de waterhuishouding, alle met als doel een duurzaam waterbeheer (kwalitatief en kwantitatief).
Europa:
Nationaal:
Provinciaal
Beleid Waterschap Brabantse Delta
Het waterschap Brabantse Delta is verantwoordelijk voor het waterbeheer in de gemeente. Het gaat dan om het waterkwantiteits en - kwaliteitsbeheer, de waterkeringzorg, waterzuivering, het grondwaterbeheer, het waterbodembeheer en vaak ook het scheepvaartbeheer.
Het waterschap heeft de grondslag van haar beleid opgenomen in het waterbeheersplan 2010-2015 "Water beweegt", wat is afgestemd op het hiervoor genoemde Europees, nationaal en provinciaal beleid. Speerpunten uit het waterbeheerplan zijn veiligheid, droge voeten, voldoende water, gezonde natuur, schoon water, genieten van water en het waterschap als calamiteitenorganisatie.
Het waterschap heeft in een toetsingskader RO "De ruimte blauw geordend" aangegeven wat de ruimtelijke consequenties zijn van het waterbeleid.
Daarnaast heeft het waterschap, waar nodig, nog toegespitst beleid en beleidsregels op de verschillende thema's/ speerpunten uit het waterbeheersplan en heeft het waterschap een eigen verordening : de Keur en de legger. De Keur bevat gebods- en verbodsbepalingen met betrekking tot ingrepen die consequenties hebben voor de waterhuishouding en het waterbeheer. De legger geeft aan waar de waterstaatswerken liggen, aan welke afmetingen en eisen die moeten voldoen en wie onderhoudsplichtig is. Veelal is voor deze ingrepen een watervergunning van het waterschap benodigd. De Keur is onder andere te raadplegen via de site van waterschap Brabantse Delta.
Het waterschap hanteert bij nieuwe ontwikkelingen het principe van waterneutraal bouwen, waarbij gestreefd wordt naar het behoud of herstel van de 'natuurlijke' waterhuishoudkundige situatie. Vanwege dit principe wordt bij uitbreiding van verhard oppervlak voor de omgang met hemelwater uitgegaan van de voorkeursvolgorde infiltreren, bergen, afvoeren. De technische eisen en uitgangspunten voor het ontwerp van watersystemen zijn opgenomen in de 'beleidsregel Afvoer hemelwater door toename en afkoppelen van verhard oppervlak, en de hydrologische uitgangspunten bij de keurregels voor afvoeren van hemelwater'.
Watertoets
Het watertoetsproces is een belangrijk instrument om het waterbelang in ruimtelijke plannen en besluiten te waarborgen. Het gaat daarbij om alle waterhuishoudkundige aspecten, waaronder veiligheid, wateroverlast, watertekort, waterkwaliteit en verdroging, en om alle wateren: rijkswateren, regionale wateren en grondwater. Het is niet een toets achteraf, maar een proces dat de initiatiefnemer van een ruimtelijk plan en de waterbeheerder in een zo vroeg mogelijk stadium met elkaar in gesprek brengt.
De voorgenomen ontwikkeling heeft betrekking op het herontwikkelen van een agrarisch bedrijf, dat is gespecialiseerd in het behandelen van boomzaden en het opkweken van pluggen (zaden die al zijn ontkiemd en een beginnende groei kennen). Deze plug planten worden gekweekt in permanente teeltondersteunende materialen, zoals tunnels en/of kassen. Het bouwvlak in het huidige bestemmingsplan is vrijwel volledig verhard (bedrijfswoning, loods, tunnelkassen, verharding).
De percelen liggen precies op de rand van de dorpskern Rijsbergen en het buitengebied. Aan de noordwestzijde ligt dus het dorp Rijsbergen terwijl aan de zuidoostzijde van het plangebied het beekdal van Aa of Weerijs ligt. Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 1,2 hectare en is dus voor een belangrijk deel in gebruik als agrarisch bedrijf met bedrijfswoning en verdere opstallen en daarnaast als akkerland. Het ligt op de overgang van eerdgronden naar laagveengronden.
De hoogteligging van het gehele plangebied is door middel van een terreinmeting volledig in beeld gebracht. Globaal heeft het plangebied een hoogteverloop van circa 0,65 meter. Het maaiveld loopt op van ca. NAP +6,09 meter in het zuiden tot NAP +6,74 meter in het noorden.
Riolering
In de Hofdreven ter hoogte van het plangebied is een GEM-stelsel gelegen. Het vuilwater binnen het plangebied is aangesloten op dit stelsel. Het regenwater dat binnen het plangebied neerslaat op verharding stroomt grotendeels bovengronds af richting de sloten.
Oppervlaktewater
Het plangebied watert via waterlopen categorie B rechtstreeks af op de hoofdwaterloop Aa of Weerijs.
Grondwater
De locatie is niet in een grondwaterbeschermingsgebied of waterwingebied gelegen (Provinciale Milieuverordening 2010), en evenmin in een beschermd gebied zoals aangegeven in de Keur (Keur Waterschap Brabantse Delta).
De GHG zoals opgenomen in de wateratlas van de provincie Noord Brabant bevindt zich tussen 0,6 en 0,8 m -mv. Met een planhoogte van gemiddeld ca. 6,40 m +N.A.P. komt de GHG uit tussen de 5,60 en 5,80 m+N.A.P..
De gemeente Zundert heeft ten behoeve van het inzichtelijk maken van de grondwaterfluctuatie een grondwatermeetnet opgezet. Voor de kern van Rijsbergen zijn een drietal peilbuizen geplaatst. Onderstaand is per locatie aangeven wat de HG31 (i.v.m. meetperiode van ca. 3,5 jaar) betreft:
De peilbuis Risten 47 ligt 500 meter ten noorden van het plangebied en kent een nagenoeg gelijke ligging ten opzichte van de watergang Aa of Weerijs (Risten 47 op circa 100 m van de Aa of Weerijs, plangebied circa 130 meter).
Gezien de ligging van het plangebied geeft de peilbuis Risten 47 voor het plangebied een realistisch beeld. Dit beeld bevestigt de GHG van de grondwatergegevens van de provincie.
Na de voorgenomen ontwikkeling is dus sprake van drie vrijstaande woningen/kavels met een ruime groeninvulling, zoals die indicatief is weergegeven op deze illustratie.
| huidig m² oppervlakte | toekomstig m² oppervlakte | |
| daken woningen en bijgebouwen | 375 | 1125 |
| tunnels (permanent teeltondersteunend) | 3500 | 0 |
| oppervlakteverharding eigen terrein | 2700 | 800 |
| oppervlakteverharding openbaar gebied | 0 | 550 |
| onverhard | 6575 | 9310 |
| Totaal | 11.785 | 11785 |
Het blijkt dat het oppervlak aan verharding/bebouwing met 2.735 m² afneemt. Hierdoor wordt er vanuit het waterschap en gemeente geen retentie geëist en is het geoorloofd direct af te koppelen.
Advies behandeling regenwater (RWA)
Vanuit het waterschap Brabantse Delta dan wel de gemeente Zundert worden geen aanvullende voorzieningen in het kader van berging/infiltratie van regenwater geëist. Ten behoeve van de toekomstige ontwikkeling moet het regenwater gescheiden worden afgevoerd. Het regenwater afkomstig van de daken en verharding (zowel van privaat terrein als van openbaar gebeid) dient te worden afgevoerd op de in het plangebied aanwezige sloten.
Advies behandeling vuilwater (DWA)
Het DWA-stelsel vanuit het plangebied dient te worden aangesloten op het gemeentelijke GEMstelsel in de Hofdreven. Er dienen bij de gemeente Zundert vergunningen te worden aangevraagd voor de aansluiting op het gemeentelijk rioolstelsel.
Ontwatering en drooglegging planlocatie
Om grondwateroverlast te voorkomen, wordt gestreefd naar een bepaalde minimale ontwateringsdiepte bij de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG). Voor het plangebied is een GHG bepaald van gemiddeld 5,70 m +N.A.P.. Het huidige maaiveld van de planlocatie bedraagt gemiddeld 6,42 m +N.A.P., waardoor er een ontwatering is van 0,72 m (6,42 – 5,70). Voor stedelijk bebouwd gebied wordt in de keur van het waterschap Brabantse Delta een ontwateringsdiepte van 0,70 m –mv nagestreefd; hier voldoet het plangebied aan.
Gezien de kleinschaligheid van de planontwikkeling en de afname in verharding (2.735 m²) wordt de planontwikkeling binnen de beleidsgrenzen hydrologisch neutraal ontwikkeld. Het aspect water vormt hierdoor geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van de voorgenomen bestemmingsplanwijziging.
In overeenstemming met het beleid van de gemeente Zundert zal het RWA-stelsel worden aangesloten rechtstreeks op de in het plangebied aanwezige sloten. Het DWA-stelsel vanuit het plangebied dient te worden aangesloten op het gemeentelijke GEM-stelsel in de Hofdreven. Er dient bij gemeente Zundert een vergunning te worden aangevraagd voor de aansluiting op het gemeentelijk rioolstelsel.
Dit hoofdstuk geeft inzicht in de wijze waarop het plan is vertaald in juridisch bindende regels, met hieraan gekoppeld een verbeelding. De regels bevatten het juridische instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden en de regels over de toegelaten gebouwen. De verbeelding heeft een ondersteunende rol voor toepassing van de regels evenals de functie van visualisering van de bestemmingen. Bij het opstellen van de verbeelding en bijbehorende regels is zo veel als mogelijk aangesloten bij de methodiek van het nu geldende bestemmingsplan 'Centrumgebied Rijsbergen'. Het bestemmingsplan 'Hofdreven' is opgesteld conform de Standaard voor Vergelijkbare BestemmingsPlannen 2012.
De toelichting heeft geen juridisch bindende werking, maar heeft wel een belangrijke functie bij de onderbouwing van het plan en soms voor de uitleg van bepaalde bestemmingen en regels.
De regels zijn ingedeeld in 4 hoofdstukken.
Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels en bevat 2 artikelen. Het eerste artikel geeft een omschrijving van enkele in de regels gehanteerde begrippen. Het tweede artikel geeft aan hoe ten aanzien van maten, oppervlakte en inhoud gemeten moet worden.
In hoofdstuk 2 worden de verschillende bestemmingen behandeld. Per bestemming wordt aangegeven welke doeleinden/functies zijn toegelaten op de gronden en wat en hoe er mag worden gebouwd.
In hoofdstuk 3 worden de algemene regels behandeld. Dit zijn onder meer de afwijkingsmogelijkheden en algemene bouwregels.
In hoofdstuk 4 worden de overgangs- en slotregels aangegeven.
Onderstaand is een korte toelichting opgenomen van de in de regels opgenomen bestemmingen.
Artikel 1 Begrippen
In dit artikel is een aantal begrippen verklaard die gebruikt worden in de regels. Een en ander voorkomt dat er bij de uitvoering van het plan onduidelijkheden ontstaan over de uitleg van bepaalde regelingen.
Artikel 2 Wijze van meten
In het artikel 'wijze van meten' is een regeling opgenomen waarin bepaald is hoe de voorgeschreven maatvoering in het plan gemeten moet worden.
De regels in verband met de bestemmingen kennen allen een min of meer gelijke opbouw en bestaan in ieder geval uit bestemmingsregels en bouwregels. Voor enkele bestemmingen zijn daarbij bijzondere gebruiksregels opgenomen en/of een afwijkingsbevoegdheid.
De bestemmingsregels betreffen de centrale bepaling van elke bestemming. Het betreft een omschrijving waarin de functies worden genoemd, die binnen de bestemming zijn toegestaan (=het gebruik). In een aantal gevallen is een specificering opgenomen van de toegestane functie, welke correspondeert met aanduidingen op de verbeelding.
De bouwregels zijn direct gerelateerd aan de bestemmingsregels. Bouwregels zijn dan ook alleen van toepassing bij de toetsing van aanvragen voor een omgevingsvergunning.
Binnen het plan worden de volgende bestemmingen gebruikt:
Artikel 3 Agrarisch met waarden - Beekdal
Deze bestemming is toegekend aan de gronden (op perceelsniveau) die in het beekdal van de verschillende stromende beken liggen. In deze beeklopen die van zuidwest naar noordoost lopen liggen karakteristieke, waardevolle elementen die beschermd dienen te worden. Het betreft de Aa of Weerijs, Bijloop en de Kleine Beek.
De begrenzing van dit gebied is gebaseerd op de begrenzing van de Groenblauwe mantel in de Verordening Ruimte en de begrenzing uit de Gebiedsvisie Boomteeltontwikkelingsgebied. Ook sluit de begrenzing aan bij het bestemmingsplan Buitengebied Zundert. Om een invulling te geven aan deze bescherming wordt er geen extra ontwikkelingsruimte geboden (geen intensivering) in de beekdalen voor de boomteeltsector.
Artikel 4 Groen - Landschapselement
Om de groene kamers en de lamdschappelijke inpassing te kunnen realiseren is de bestemmings 'Groen - Landschapselement' opgenomen. Gebouwen zijn binnen deze bestemming niet toegestaan. Binnen de bestemming zijn wel speelvoorzieningen toegestaan. Parkeren en het aanleggen van (ontsluitings)wegen en in- en uitritten is binnen deze bestemming niet toegestaan.
Aan de Hofdreven zijn de woningen terug liggend op de kavel gesitueert. Door middel van de 'Tuin' bestemming wordt deze stedenbouwkundige opzet vastgelegd. De bestemming 'Tuin' is bedoeld voor voor- en zijtuinen alsmede voor in- en uitritten voor woningen en andere langzaamverkeersroutes ten behoeve van de ontsluiting van aangrenzende gronden. Op deze gronden zijn onder andere erfafscheidingen tot een hoogte van 1 meter, erkers en vlaggenmasten toegestaan.
Artikel 6 Verkeer
De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor wegen en straten, wandel- en fietspaden met een functie hoofdzakelijk gericht op de afwikkeling van het doorgaande verkeer, parkeer-, groen- en speelvoorzieningen, waterhuishoudkundige doeleinden, waterberging en waterlopen met bijbehorende gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
Gebruik
De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor alle woningen in het plangebied met bijbehorende gebouwen en bouwwerken, erven, tuinen, parkeervoorzieningen en verhardingen.
Verder zijn binnen deze bestemming mogelijkheden opgenomen voor het uitoefenen van aan huis verbonden beroepen en/of bedrijven. Dit gebruik is niet direct toegestaan, maar wordt mogelijk gemaakt door middel van een afwijking. Om per situatie een afzonderlijke afweging te kunnen maken is met een afwijking van de gebruiksregels de mogelijkheid opgenomen om dit gebruik binnen de woonbestemming toe te staan. Belangrijke voorwaarde daarbij is dat de parkeersituatie goed is geregeld en dat het beroep of de bedrijfsmatige activiteit door de hoofdbewoner(s) wordt uitgeoefend.
Eveneens is het wonen ten behoeve van de mantelzorg in vrijstaande en aangebouwde bijgebouwen middels een afwijking van de gebruiksregels mogelijk gemaakt.
De borging en realisatie van de landschappelijke kwaliteitsverbetering is geborgd middels een voorwaardelijke verplichting. Zodoende is er meer dan voldoende borging dat de kwaliteitsverbetering ook daadwerkelijk wordt gerealiseerd en in stand wordt gehouden.
De realisatie van brandveiligheidsvoorzieningen is geborgd middels een voorwaardelijke verplichting, teneinde te komen tot een veilig woon- en leefklimaat.
Om het beoogde samenhangend geheel tussen de verschillende woningen beter te borgen is het beeldkwaliteitsplan via nadere eisen als bijlage gekoppeld aan de regels.
Woningtypologie
Ter plaatse van de gronden aangegeven met de aanduiding 'twee-aaneen (tae)' is een vrijstaande dan wel één aaneengebouwde woning toegestaan; toegestaan. Ter plaatse van de aanduiding 'vrijstaand' zijn alleen vrijstaande woningen toegestaan.
Hoofdgebouwen
De hoofdbebouwing is verankerd in bouwvlakken met een gevellijn. Zo wordt de maatvoering, de situering en de vorm van de hoofdgebouwen vastgelegd. Uitbreidingen van de hoofdgebouwen over twee bouwlagen mogen alleen plaatsvinden binnen de bouwvlakken. De minimum en maximum goot- en bouwhoogte van de hoofdbebouwing is aangeduid op de verbeelding.
Aanbouwen en bijgebouwen
Erfbebouwing wordt in principe vanaf 1 meter achter de voorgevel van de woning toegestaan. Het maximum te bebouwen oppervlakte aan aanbouwen en bijgebouwen, inclusief overkappingen, bedraagt maximaal 50% van het gezamenlijke zij- en achtererf tot een grootte van maximaal 80 m2. Voor de bestaande woning is vanwege de reeds aanwezige bebouwing een afwijkende maatvoering (240 m2) opgenomen.
De maximale goothoogte van aanbouwen en aangebouwde bijgebouwen is de hoogte van de 1e bouwlaag van het hoofdgebouw + 0,25 meter en de bouwhoogte bedraagt niet meer dan 5 meter. Bij vrijstaande bijgebouwen is de goot- en bouwhoogte respectievelijk 3 en 5 meter, met dien verstande dat voor bijgebouwen gelegen in de zijdelingse perceelsgrens een nadere hoogteregeling is opgenomen.
Artikel 8 Waarde - Archeologie 2 en Artikel 9 Waarde - Archeologie 4
De dubbelbestemmingen omvatten de gebieden van de archeologische beleidskaart. Het gemeentelijk archeologiebeleid is hierbij het uitgangspunt geweest. Op deze wijze worden mogelijke archeologische waarden beschermd.
Afhankelijk van welke verwachtingswaarde is toegekend geldt een archeologisch onderzoek als verplichting vanaf bepaalde bodemingrepen.
In dit hoofdstuk worden, in aanvulling op de bestemmingsregels, aanvullende regels gesteld.
Artikel 10 Anti-dubbeltelregel
Het artikel 'Anti-dubbeltelregel' bevat bepalingen om te voorkomen dat met het bestemmingsplan strijdige situaties ontstaan of worden vergroot. De redactie is wettelijk vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening en overeenkomstig opgenomen.
Artikel 11 Algemene bouwregels
In dit artikel is een aantal aanvullende bouwregels opgenomen die voor alle bestemmingen kunnen gelden, zoals een regeling voor ondergronds bouwen en de aanwezigheid van bestaande maten.
Artikel 12 Algemene afwijkingsregels
In dit artikel is in aanvulling op de afwijkingsmogelijkheden uit de bestemmingen nog een aantal algemene afwijkingsmogelijkheden opgenomen. Het betreft hier een standaardregeling die het mogelijk maakt om bij de uitvoering van bouwplannen beperkte afwijkingen van het plan mogelijk te maken. Bijvoorbeeld een geringe overschrijding van de toegestane bouwhoogte of het mogelijk maken van de bouw van schakelkastjes (nutsgebouwtjes) in het openbare gebied.
Daarnaast is dit artikel een regeling ten behoeve van het het huisvesten van arbeidsmigranten opgenomen.
Artikel 13 Algemene wijzigingsregels
In dit artikel is in aanvulling op de wijzigingsbevoegdheden uit de bestemmingen nog een aantal algemene wijzigingsmogelijkheden opgenomen. Het betreft hier een standaardregeling die het mogelijk maakt om bij de uitvoering van bouwplannen beperkte afwijkingen van het plan mogelijk te maken die niet met toepassing van de afwijkingsbepalingen geregeld kunnen worden. Bijvoorbeeld een geringe wijziging van de bestemmingsgrens.
In de overgangsrechtregel is een regeling opgenomen voor bebouwing en gebruik dat al bestond bij het inwerking treden van het plan, maar dat strijdig is met de opgenomen regeling. Onder bepaalde voorwaarden mag deze strijdige bebouwing en/of strijdig gebruik worden voortgezet of gewijzigd. De redactie is wettelijk vastgelegd en overeenkomstig opgenomen.
Artikel 15 Slotregel
In de 'slotregel' is de officiële naam van het plan bepaald. Onder deze naam kan het bestemmingsplan aangehaald worden.
Wanneer met een bestemmingsplan een bouwplan, zoals gedefinieerd in artikel 6.2.1 Besluit ruimtelijke ordening, mogelijk wordt gemaakt, dient conform artikel 6.12 Wet ruimtelijke ordening een exploitatieplan te worden opgesteld. Deze eis geldt niet indien het kostenverhaal anderszins is verzekerd.
Het voorliggend plan heeft geen financiële gevolgen voor de gemeente, het kostenverhaal is middels een anterieure overeenkomst overeenkomstig artikel 6.2.1 Bro anderszins verzekerd.
Het voorontwerpbestemmingsplan heeft, volgens de gemeentelijke inspraakverordening ter inzage gelegen van 17 juli 2014 tot en met 4 september 2014. Op 19 augustus 2014 heeft de gemeente een inloopavond gehouden, waar de planontwikkeling is gepresenteerd en er gelegenheid was om vragen te stellen over het plan.
In het kader van het wettelijk voorgeschreven vooroverleg ex. artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening zijn de volgende instanties digitaal geïnformeerd over het voorontwerp bestemmingsplan Hofdreven:
De betreffende instanties zijn in de gelegenheid gesteld een reactie in te dienen.
Inspraak en overleg
Tijdens de inspraakperiode zijn drie inspraakreacties en 2 vooroverlegreacties ingediend. In bijgevoegd inspraak- en vooroverlegrapport zijn de inspraakreacties (paragraaf 2.1) en overlegreacties (paragraaf 2.2) samengevat en voorzien van een gemeentelijke beantwoording (Bijlage 4 Nota Inspraak en Vooroverleg). De reacties zijn wel in hun totaliteit beschouwd. Daarbij is aangegeven of de opmerkingen leiden tot aanpassing van het ontwerpbestemmingsplan. Naar aanleiding van de inspraakprocedure is tevens een aantal ambtelijke wijzigingen in het plan doorgevoerd. Deze ambtelijke wijzigingen zijn in hoofdstuk 3 van de nota toegelicht.
Zienswijzen
Het ontwerpbestemmingsplan "Hofdreven" te Rijsbergen heeft vanaf 23 juli 2015 tot en met 16 september 2015 ter inzage gelegen. Openbare kennisgeving heeft plaatsgevonden in de Staatscourant, de Zundertse Bode en op de websites www.zundert.nl en www.ruimtelijkeplannen.nl.
Tijdens de terinzagelegging is iedereen de mogelijkheid geboden om schriftelijk of mondeling zienswijzen naar voren te brengen bij de gemeenteraad van de gemeente Zundert ten aanzien van het ontwerpbestemmingsplan "Hofdreven" en ten aanzien van het verzoek tot herbegrenzing van de structuur 'Bestaand stedelijk gebied'. Ten aanzien van het concept beeldkwaliteitsplan kon eenieder een reactie indienen bij het college van burgemeester en wethouders. In totaal zijn 4 schriftelijke zienswijzen naar voren gebracht. Er zijn geen mondelinge zienswijzen ingediend. De ingebrachte zienswijzen zijn gericht tegen het ontwerpbestemmingsplan "Hofdreven". Daarnaast is er een advies van de brandweer ontvangen.
In een seperate Nota van zienswijzen wordt in hoofdstuk 2 het advies van de brandweer behandeld. De ingebrachte zienswijzen worden in hoofdstuk 3 besproken. In het vierde hoofdstuk wordt de ambtshalve aanpassing aangegeven. In hoofdstuk 5 wordt de algehele conclusie weergegeven. Tot slot bevat hoofdstuk 6 de bijlagen. De zienswijzen zijn daar waar noodzakelijk verwerkt in het bestemmingsplan.