direct naar inhoud van Regels

Piushavengebied 2009, 7e wijziging (Schoenerstraat)

Status: vastgesteld
Identificatie: NL.IMRO.0855.WYZ2015005-e001
Plantype: gemeentelijke overheid/wijzigingsplan

Toelichting

 

Hoofdstuk 1 Inleiding

 

1.1 Aanleiding tot planontwikkeling

Op het binnenterrein van de Schoenerstraat, Galjoenstraat, Barkstraat en Piushaven wordt een parkeerterrein gerealiseerd om de parkeerdruk die ontstaat onder andere door de komst van horecagelegenheden naar de havenkom in het Piushavengebied op te vangen. De aanleg van het parkeerterrein is in overeenstemming met het geldende bestemmingsplan "Piushavengebied 2009". Bij dit bestemmingsplan is aan het binnenterrein maar ook aan 4 woningen aan de Schoenerstraat de bestemming "Verkeer-Verblijf" toegekend. De 4 woningen aan de Schoenerstraat zijn in het bestemmingsplan Piushavengebied 2009 wegbestemd omdat bij de vaststelling van het bestemmingsplan de inrichting en ontsluiting van het parkeerterrein niet bekend was.

Nu het plan voor de aanleg van het parkeerterrein afgerond is blijkt dat 3 van de 4 aanwezige woningen niet hoeven te verdwijnen voor de aanleg en ontsluiting van het parkeerterrein. De percelen met deze woningen kunnen derhalve de bestemming "Wonen" krijgen.

Daarnaast is er een verzoek ingekomen van de horeca ondernemers aan de Piushaven om op het binnenterrein een bergruimte voor de plaatsing van miniperscontainers te realiseren. Met dit wijzigingsplan wordt dit mogelijk gemaakt.

In het bestemmingsplan Piushavengebied 2009 zijn de voorwaarden voor de wijziging van de bestemming opgenomen (artikel 26.9)

In dit artikel is bepaald dat burgemeester en wethouders de bestemming "Verkeer-Verblijf" gelegen binnen de 'Wro-zone - wijzigingsgebied 9' kunnen wijzigen in de bestemmingen "Wonen" en/of "Gemengd".

Dit plan wijzigt de bestemming "Verkeer-Verblijf" ter plaatse van de bestaande woningen in "Wonen" en daar waar de containerruimte is voorzien in "Gemengd".

Met deze toelichting wordt een basis gegeven voor de bestemmingsplanwijziging waarmee medewerking kan worden verleend aan de bouw van de containerruimte en het terugbestemmen van de 3 woningen.

1.2 Het plangebied

Het plangebied omvat de woningen Schoenerstraat 1, 3 en 5 en een perceelsgedeelte achter het perceel Piushaven 23.

 

Hoofdstuk 2 Ruimtelijk beleidskader

 

2.1 Inleiding

In dit hoofdstuk volgt een korte weergave van het bij het opstellen van dit wijzigingsplan van kracht zijnde ruimtelijke beleidskader.

2.2 Rijk en provincie

Volgens de Verordening Ruimte van de provincie Noord-Brabant is het plan gelegen in stedelijk gebied. Er spelen geen provinciale of rijksbelangen. Derhalve wordt het ruimtelijk beleidskader op provinciaal en rijksniveau (provinciale Verordening Ruimte en de AMvB Ruimte) niet besproken.

2.3 Gemeente

 

2.3.1 Ontwerp Omgevingsvisie Tilburg 2040

Op 21 september 2015 heeft de Raad de Omgevingsvisie Tilburg 2040 vastgesteld.

De Omgevingsvisie richt zich op Tilburg als vitale, duurzame stad in een moderne netwerksamenleving. De ontwikkelingen in de economie, de maatschappij en de leefomgeving gaan niet ten koste van elkaar, maar sluiten op elkaar aan en versterken elkaar. People, planet en profit zijn in balans.

People: Het is prettig wonen en werken in Tilburg, een stad met veel verschillende woonbuurten en verschillende soorten werklocaties. De woonmilieus passen bij de leefstijl van de mensen.

Planet: We gaan voor een gezonde en leefbare stad, anticiperen op de effecten van klimaatverandering, zoals hitte, droogte en hogere temperaturen. In het economisch systeem wordt herbruikbaarheid van producten en grondstoffen steeds belangrijker. Verder krijgen groen en water een steeds prominentere rol in de stad. De grote natuurgebieden om de stad zijn met elkaar verbonden. Dat versterkt het ecologisch systeem en de veerkracht van de natuur.

Profit: Om ook in de toekomst sterk genoeg te zijn, wil Tilburg de kracht van BrabantStad benutten. Tilburg is een stad die mensen kansen biedt: op aangenaam werk en op een fijne woon- en leefomgeving.

Om antwoord te geven op de vraag hoe we dit gewenste toekomstbeeld samen met burgers en partners in de stad voor elkaar kunnen krijgen volgt de Omgevingsvisie Tilburg 2040 een strategie met drie sporen:

 

Functie van de Omgevingsvisie

De Omgevingsvisie Tilburg 2040 is een koers- en inspiratiedocument. Het is een kompas voor investeringen in het fysieke domein. Een uitnodiging aan de stad om samen te werken aan de ontwikkeling van een stad waar het fijn wonen, werken, leven en recreëren is. De visie biedt burgers en bedrijven ruimte om initiatief te ontplooien en reikt de gemeente handvatten aan om haar strategie af te stemmen op het geschetste toekomstperspectief. De Omgevingsvisie Tilburg 2040 geeft ook richting aan de inzet van de gemeente; in welke onderdelen de gemeente haar geld, tijd en bestuurskracht investeert. En welke prioriteiten daarbij gelden.

Specifiek voor dit plan geeft de Omgevingsvisie aan: Dit wijzigingsplan maakt het terugbestemmen van 3 bestaande woningen mogelijk en de bouw van een ruimte voor minicontainers van circa 50m2. De omgevingsvisie is niet van toepassing.

2.3.2 Stedenbouwkundige visie

In de Stedenbouwkundige Visie 2013 staat m.b.t. de locatie Piushaven 20 en achterliggend parkeerterrein het volgende. De locatie is eigendom van de gemeente. Om de gehele front van dit bouwblok ontwikkelmogelijkheden te geven en de recreatieve uitstraling van de havenkom te waarborgen is het noodzakelijk in de nabije toekomst te kunnen voorzien in nieuwe parkeerplaatsen.

Hoofdstuk 3 Milieuaspecten

 

3.1 Inleiding

Dit hoofdstuk geeft weer hoe milieuaspecten een rol hebben gespeeld bij het opstellen van het voorliggende wijzigingsplan.

3.2 Milieuhinder bedrijven

Bij het beoordelen van (binnen het plangebied of elders gelegen) de bedrijven welke invloed hebben op het plangebied, is gebruik gemaakt de VNG-brochure Bedrijven en Milieuzonering. De VNG brochure is een richtlijn en vormt geen wettelijk kader. Er is voor deze richtlijn gekozen omdat er verder geen goede andere richtlijnen of kaders voorhanden zijn om milieuzonering goed in ruimtelijke plannen af te wegen. In de VNG-uitgave staan richtafstanden voor geur, stof, geluid en gevaar die gebaseerd zijn op een “gemiddeld” modern bedrijf. Deze richtafstanden gelden vanaf de perceelsgrens (of de opslagvoorziening of installatie) tot aan de gevel van woningen in een ´rustige woonwijk´. Indien het bedrijf afwijkt door grootte, technische voorzieningen et cetera is het mogelijk om gemotiveerd af te wijken van de (indicatieve) afstanden.

Binnen het wijzigingsplan zijn alleen gevoelige bestemmingen mogelijk in de woonvlek aan de Schoenerstraat. In de omgeving zijn diverse bedrijfsmatige activiteiten aanwezig. Deze functies vallen binnen de bestemming "Gemengd" waarvoor de lijst functiemenging geldt. Hiermee is een aanvaardbaar woon- en leefklimaat op de woningen gegarandeerd.

Binnen het plan is ook een bestemming "Gemengd" opgenomen t.b.v. opslag van afvalstoffen van de inrichtingen (Horeca) aan de Piusstraat. Voor de functie gemengd geldt eveneens dat alleen activiteiten conform de lijst functiemenging zijn toegestaan met het oog op de omliggende woningen. Hiermee is voor de omliggende woningen tevens een aanvaardbaar woon- en leefklimaat gegarandeerd.

3.3 Externe veiligheid

 

3.3.1 Inleiding

Externe veiligheid beschrijft de risico's die kunnen ontstaan als gevolg van opslag of handelingen met gevaarlijke stoffen. Dit heeft betrekking op inrichtingen (bedrijven), transportroutes en buisleidingen. Omdat de gevolgen bij een calamiteit groot kunnen zijn, is in wetgeving bepaald wanneer risico's verantwoord moeten worden. Deze zogenoemde verantwoordingsplicht betekent dat in ruimtelijke procedure de keuzes moeten worden onderbouwd én verantwoord door het bevoegd gezag. Hierbij geeft het bevoegd gezag aan in te stemmen met de risico's en de betreffende situatie aanvaardbaar te vinden.

De volgende besluiten zijn van belang bij ruimtelijke procedures:

  1. Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) van 2004 (sindsdien enkele keren aangepast);

  2. Besluit transportroutes externe veiligheid (Bevt) van 1 april 2015;

  3. Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) van 1 januari 2011.

Daarnaast heeft de gemeente Tilburg een beleidsvisie externe veiligheid vastgesteld met de titel "Veilig en verantwoord ontwikkelen".

3.3.2 Beleidsvisie externe veiligheid

In de beleidsvisie externe veiligheid wordt het plangebied Schoenerstraat aangemerkt als een luw gebied. Binnen een luw gebied gelden de volgende voorwaarden:

Aan bovengenoemde randvoorwaarden wordt voldaan. De ruimtelijke ontwikkeling is niet strijdig met het gemeentelijke externe veiligheidsbeleid.

3.3.3 Verantwoordingsplicht

Bij het opstellen van een bestemmingsplan moet worden beschreven of een ontwikkeling ligt in het invloedsgebied van een risicobron. Per risicobron (transportas, buisleiding of inrichting) is in een besluit vastgelegd wanneer de verantwoordingsplicht moet worden ingevuld en is de inhoud van de verantwoording bepaald.

 

In bijlage Inventarisatie risicobronnen en verantwoording Schoenerstraat zijn de risicobronnen die relevant zijn (binnen het invloedsgebied liggen van een risicobron) geïnventariseerd. Uit de inventarisatie blijkt dat het plangebied ligt in het invloedsgebied van de A58 en het spoortraject Breda-Tilburg-Vught. De verantwoordingsplicht is hiervoor ingevuld en opgenomen in de bijlage.

3.3.4 Conclusies en restrisico

Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied van de A58 en het spoortraject Breda-Tilburg-Vught. Personen in het plangebied worden aan externe veiligheidsrisico's blootgesteld, ook na maatregelen. Vanwege de ligging van het bestemmingsplan binnen het invloedsgebied van deze risicobronnen is de verantwoordingsplicht ingevuld (zie bijlage inventarisatie risicobronnen en verantwoording Schoenerstraat). Voor de verantwoording is gebruikgemaakt van het standaard advies van de Brandweer Midden -en West Brabant. De relevante onderdelen uit het advies zijn verwerkt in de verantwoording.

Uit het bovenstaande worden de volgende relevante conclusies getrokken:

Het bevoegd gezag accepteert de externe veiligheidsrisico's en neemt de verantwoording voor het groepsrisico.

3.4 Geluid

Sinds het einde van de jaren zeventig vormt de Wet geluidhinder (Wgh) het juridische kader voor het Nederlandse geluidsbeleid. De Wgh bevat een uitgebreid stelsel van bepalingen ter voorkoming en bestrijding van geluidshinder door wegverkeer, railverkeer en industriële activiteit. Het stelsel is gericht op het voorkomen van nieuwe geluidgehinderden.

3.4.1 Wegverkeerslawaai

In het moederplan Piushavengebied 2009 zijn de woningen aan de Schoenerstraat 1, 3 en 5 heeft wegbestemd. De woningen krijgen wederom de bestemming wonen. De woningen zijn niet gelegen binnen zones van wegen zoals bedoeld in hoofdstuk VI van de Wgh ("zones langs wegen"). Dit betekent dat er geen toetsing aan de (normen van de) Wgh hoeft plaats te vinden. De woningen zijn zodanig gesitueerd dat ze allemaal kunnen beschikken over een geluidluwe gevel en -buitenruimte waardoor sprake is van een aanvaardbaar akoestisch woon - en leefklimaat en derhalve een goede ruimtelijke ordening.

3.4.2 Railverkeerslawaai

De geluidbelasting t.g.v. het spoortraject Breda-Tilburg-Eindhoven/Den Bosch gebaseerd op het Geluidregister spoor bedraagt maximaal 70 dB. Dit komt overeen met een zonebreedte van 600 meter conform artikel 1.4a van het Besluit geluidhinder. Het plangebied ligt buiten deze zone. Dit betekent dat er geen akoestisch onderzoek hoeft plaats te vinden naar de optredende geluidsbelasting t.g.v. railverkeerslawaai en dat er geen toetsing aan (de normen van) de Wgh/Besluit geluidhinder hoeft plaats te vinden.

3.4.3 Industrielawaai

In het plangebied is de vestiging uitgesloten van bedrijven die vallen onder Onderdeel D van Bijlage I van het Besluit omgevingsrecht. Hoofdstuk V "Zones rond industrieterreinen" van de Wet geluidhinder is hierdoor niet van toepassing.

3.4.4 Luchtvaartlawaai

Als gevolg van de nabijheid van het militaire vliegveld Gilze-Rijen gelden in delen van Tilburg geluidzones (de zogenaamde Ke-zones). Deze zones liggen niet over het plangebied.

3.5 Lucht

Het doel van de Wet luchtkwaliteit (opgenomen in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer) is het beschermen van mens en milieu tegen de negatieve effecten van luchtverontreiniging. Het besluit is primair gericht op het voorkomen van effecten op de gezondheid van mensen. De grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, zwevende deeltjes (PM10; fijn stof), lood, koolmonoxide en benzeen geven het kwaliteitsniveau van de buitenlucht aan, dat op een gegeven tijdstip moet zijn bereikt en waar het juiste kwaliteitsniveau al aanwezig is, zoveel mogelijk in stand gehouden moet worden.

De bestemmingen in het plangebied zijn getoetst aan de luchtkwaliteitsnormen uit hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. Het plan dat voorziet in het herbestemmen van een drietal woningen wordt gekenmerkt als een "niet in betekenende mate"-project, zoals bedoeld in het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen). Daarnaast zijn er geen luchtgevoelige bestemmingen zoals bedoeld in het Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen), aanwezig. Vanuit de Wet milieubeheer, titel 5.2 luchtkwaliteitseisen, bestaat dan ook geen bezwaar tegen dit plan.

3.6 Bodem

In het belang van de bescherming van het milieu zijn, ten einde de bodem te beschermen, regels gesteld in de Wet bodembescherming (Wbb). De wet is van toepassing op bestemmingsplannen die nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk maken zoals bijvoorbeeld stedelijke uitleggebieden, stedelijke herstructurering of herontwikkelingsopgaven, waarbij het gebruikelijk is om in de toelichting nader in te gaan op eventuele verontreinigingsituaties op basis van een uitvoerig bodemonderzoek.

Het voorliggende plan maakt geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk behalve de bouw van de containerruimte. Dit betreft een beperkte ontwikkeling. Ten behoeve van de aanleg van het parkeerterrein wordt de bodem gesaneerd. Om deze reden zijn bodemgegevens voor dit wijzigingsplan niet relevant.

Bodembeleid gemeente Tilburg: in goede aarde

In deze nota valt te lezen hoe de gemeente Tilburg te werk gaat bij bodemsanering in Tilburg. De nota is opgebouwd uit vier delen, respectievelijk de hoofdlijnen van het beleid, het gemeentelijk beleid verder uitgewerkt, het maatregelenprogramma en het meerjarenprogramma bodemsanering.

3.7 Natuur en Ecologie

In het kader van de burgerparticipatie (zie paragraaf 7.2) is afgesproken om 2 bestaande bomen op het perceel achter Piushaven 23 te handhaven.

Voor wat betreft Flora en Fauna geldt dat dit een dermate kleine wijziging betreft, (de woningen staan er en worden gewoon weer tot wonen bestemd, de enige feitelijke wijziging is het plaatsen van minicontainers met een maximaal totaal oppervlakte van 50m2) dat er geen flora en fauna onderzoek nodig is.

 

 

 

Hoofdstuk 4 Wateraspecten

Dit hoofdstuk geeft weer hoe wateraspecten een rol hebben gespeeld bij het opstellen van het voorliggende wijzigingsplan.

4.1 Bestaand watersysteem

De gebiedskenmerken in de bestaande situatie zijn:

Kenmerk:

In plangebied:

Stroomgebied

Voorste Stroom

Waterbeheerders

Gemeente Tilburg (stedelijk water)
Waterschap De Dommel

Bruto oppervlakte

Ca. 400m²

Afvoerende oppervlakte

Ca. 220m²

Terreinhoogte

Ca. 13,75+

Maatgevende grondwaterstand

Ca. 11,80+

Ontwateringdiepte

Ca. 2m (voldoende voor alle doelen)

Riolering

Gemengd stelsel in Schoenerstraat

Afkoppelgebied

Niet van toepassing

Oppervlaktewater

Niet van toepassing

Keur beschermde gebieden

Niet van toepassing

Volgens het vigerende bestemmingsplan zou het merendeel van de oppervlakte verhard worden, bij het aanleggen van de geprojecteerde parkeerterrein.

4.2 Duurzaam waterbeheer

Beleidskader

Het waterschap De Dommel heeft het Waterbeheerplan 'Waardevol Water 2016 - 2021 vastgesteld.

Naast dit beheerplan beschikt het waterschap over verschillende beleidsregels en van de Keur waterschap De Dommel (datum intrede 1 maart 2015), die van belang is voor eventuele ontwikkelingen.

Het waterbeleid van de gemeente Tilburg voor de periode 2010 - 2015 was vastgelegd in de Structuurvisie Water en Riolering (SWR) met een visie voor de komende 30 jaar en wordt eind 2015 vervangen door het vGRP 2016-2020. Bij de totstandkoming van dit beleid zijn de waterbeheerders nauw betrokken. De Omgevingsvisie 2040 is in september 2015 vastgesteld. Daarin zijn alle uitgangspunten en opgaves voor de komende decennia vastgelegd. Daarin wordt de vastgestelde visie verder afgewikkeld. In het vGRP is verder invulling aan het lange termijn beleid dat gestart is met het Waterplan (1997), het Waterstructuurplan (2002) en voorgaande Gemeentelijk Rioleringsplannen.

 

Afwegingen

Drie van de vier bestaande woningen en bijhorende achtertuin (totaal ongeveer 100m²) krijgen hun aanvankelijke bestemming "Wonen" terug en dan ook niet meer omgebouwd tot parkeerterrein; de vigerende bestemming Verkeer en Verblijf bij de woning Schoenerstraat 7 wordt gehandhaafd ten behoeve van de ontsluiting van het parkeerterrein. Verder wordt er een perceelgedeelte van Piushaven 23 bestemd tot Gemengd ten behoeve van de berging van containers. Dit betreft een oppervlakte van 50m².

Aan de hand van deze ontwikkelingen en de grootte van het plangebied kan er geconcludeerd worden dat er nauwelijks of geen impact is op het watersysteem, waardoor randvoorwaarden gesteld moeten worden, anders dan de volgende algemene uitgangspunten:

4.3 Watertoets

Aangezien er nauwelijks sprake is van waterbelangen in het plangebied, hebben waterschap De Dommel en gemeente besloten de watertoets maximaal verkort te volgen. Hierdoor wordt deze waterparagraaf direct verwerkt in het ontwerpplan, zoals in eerder gemaakte afspraken om het vooroverleg vereenvoudigd te volgen. Het waterschap kan naderhand een voorlopig wateradvies verstrekken ten tijde van de terinzagelegging. Het waterschap heeft op 11 maart 2016 aangegeven in te stemmen met het plan.

Hoofdstuk 5 Juridische regelgeving

 

5.1 Indeling van de regels

In dit wijzigingsplan worden de regels van het moederplan "Piushavengebied 2009" van toepassing verklaard.

In het eerste artikel wordt de bij het wijzigingsplan behorende verbeelding benoemd en wordt geregeld dat deze voor de betreffende percelen in de plaats treedt van de verbeelding behorende bij het bestemmingsplan "Piushavengebied 2009". Op de verbeelding zijn de bestemmingen "Gemengd" en "Wonen" toegekend aan de betreffende percelen/perceelsgedeelte.

In het tweede artikel wordt de aanduiding "erf" geregeld die toegekend is aan de gronden achter de woningen aan de Schoenerstraat.

In het derde artikel worden de regels van het bestemmingsplan "Piushavengebied 2009" van toepassing verklaard.

Als bijlage bij de regels is de boomwaardekaart gevoegd. In artikel 21.6 van het bestemmingsplan Piushavengebied 2009 wordt naar deze kaart verwezen.

5.2 Procedure

Voor dit wijzigingsplan dient de procedure zoals opgenomen in artikel 3.9a van de Wet ruimtelijke ordening te worden gevolgd. Deze procedure verloopt als volgt:

  1. het ontwerp wijzigingsplan ligt gedurende zes weken ter inzage;

  2. Burgemeester en wethouders geven tevoren kennis van de terinzagelegging in een of meer dag- of nieuwsbladen, die in de gemeente worden verspreid en voorts op de gebruikelijke wijze;

  3. de kennisgeving houdt mededeling in van de bevoegdheid voor belanghebbenden tot het schriftelijk kenbaar maken van zienswijzen bij het college tegen het ontwerp wijzigingsbesluit, gedurende onder a. genoemde termijn;

  4. indien tegen het ontwerp wijzigingsplan zienswijzen zijn kenbaar gemaakt, wordt het besluit met redenen omkleed;

  5. Burgemeester en wethouders delen aan hen die zienswijzen hebben kenbaar gemaakt de beslissing daaromtrent mede en stellen het wijzigingsplan, al dan niet gewijzigd, vast.

 

Hoofdstuk 6 Financiële uitvoerbaarheid

De bouw van de containerruimte komt voor rekening van de horeca exploitanten. Aan het terugbestemmen van de bestaande woningen zijn geen kosten verbonden.

Voor de bestemmingsplanwijziging zijn leges verschuldigd. De verschuldigde leges zijn inmiddels voldaan. Het plan is derhalve economisch uitvoerbaar. Omdat er geen sprake is van een bouwplan als bedoeld in artikel 6.12 eerste lid van de wet ruimtelijke ordening is kostenverhaal derhalve niet nodig. Er is dus geen exploitatieplan als bedoeld in artikel 6.12 Wro opgesteld.

 

Hoofdstuk 7 Burgerparticipatie en overleg

 

7.1 Overleg ex artikel 3.1.1 Bro

Aangezien er geen Rijks- en provinciale belangen gemoeid zijn met dit wijzigingsplan is toezending niet nodig aan de betreffende instanties.

7.2 Burgerparticipatie

Ter uitvoering van het de handreiking burgerparticipatie en de nadere uitwerking burgerparticipatie Piushaven is voor de ontwikkeling van het parkeerterrein een planteam (Planteam Parkeren Schoenerstraat) in het leven geroepen. Het planteam bestaat uit omwonenden van het plangebied.

Het planteam heeft diverse malen vergaderd in 2014 en 2015 en heeft op 19 juni 2015 een gekwalificeerd advies uitgebracht. Het Kwaliteitsteam Piushavengebied heeft gereageerd op dit advies. Voor dit advies en de reactie van het kwaliteitsteam wordt verwezen naar Bijlagen 1 Advies planteam.

Het planteam stemt in met het ontwerp voor het parkeerterrein en daarmee met het terugbestemmen van de 3 woningen aan de Schoenerstraat. Een deel van het planteam is tegen de komst van de containerruimte vanwege de verwachting dat dit (geluids)overlast zal geven. Omdat het hier elektrisch bediende containers betreft en er afspraken zijn gemaakt over het gebruik van de containers, wordt aangenomen dat de overlast acceptabel wordt geacht mede gelet op de locatie gelegen in centrum stedelijk gebied. Op 9 december 2015 heeft een inloopavond plaatsgevonden over met name de inrichting van het parkeerterrein. Deze inrichting is geen onderdeel van deze procedure.

7.3 Zienswijzen

Het ontwerpwijzigingsplan heeft, in overeenstemming met het bepaalde in artikel 3.9a. van de Wet ruimtelijke ordening (Wro), gedurende zes weken ter inzage gelegen, te weten van1 februari 2016 tot en met 14 maart 2016. Tijdens deze periode zijn er geen zienswijzen ingediend.