TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22t, Vijverlaan 2
| Status: | vastgesteld |
| Identificatie: | NL.IMRO.0855.TAM2025007-c001 |
| Plantype: | bestemmingsplan |
Regels TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22t, Vijverlaan 2
Preambule
Dit TAM-omgevingsplan is gericht op de beperking van de bouwmogelijkheden op de locatie Vijverlaan 2 in Tilburg. Dit TAM-omgevingsplan vormt juridisch een nieuw hoofdstuk (hoofdstuk 22t) van het omgevingsplan van de gemeente Tilburg. Dit hoofdstuk is op grond van artikel 11.1, tweede lid, van het Besluit elektronische publicaties bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl. Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen.
De in dit op www.ruimtelijkeplannen.nl uitgegeven deel van het omgevingsplan (hierna: dit deel) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk 22t van het omgevingsplan van de gemeente Tilburg. In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer '22t.' gelezen worden. In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord 'Bijlage', na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage '22t.' gelezen worden.
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Artikel 1 Toepassingsbereik TAM-omgevingsplan
De regels in dit TAM-omgevingsplan zijn van toepassing op de locatie ‘Vijverlaan 2’, waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0855.TAM2025007-c001 zoals vastgelegd op https://www.ruimtelijkeplannen.nl
De besluiten als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c, g, h, i, j, k, l of m, van de Invoeringswet Omgevingswet zijn niet van toepassing op de locaties, bedoeld in het eerste lid.
Artikel 2 Begripsbepalingen
Begripsbepalingen die, op de dag van de inwerkingtreding van de Omgevingswet, zijn opgenomen in de volgende bijlagen zijn van toepassing voor dit TAM-omgevingsplan, tenzij in dit artikel daarvan is afgeweken:
bijlage bij artikel 1.1 van de Omgevingswet;
bijlage 1 bij het Besluit activiteiten leefomgeving;
bijlage 1 bij het Besluit bouwwerken leefomgeving;
bijlage 1 bij het Besluit kwaliteit leefomgeving;
bijlage 1 bij het Omgevingsbesluit;
bijlage 1 bij de Omgevingsregeling.
2.1 bouwlaag
een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder (bron: VNG).
2.2 bouwvlak
Een geometrisch bepaald vlak waarmee gronden zijn aangeduid waar ingevolge de regels bouwwerken zijn toegelaten.
2.3 bouwwerk van algemeen nut
een bouwwerk ten behoeve van nutsvoorzieningen.
2.4 horeca
het bedrijfsmatig verstrekken van ter plaatse te nuttigen voedsel en dranken, het bedrijfsmatig exploiteren van zaalaccommodatie, en/of het bedrijfsmatig verstrekken van nachtverblijf (bron: VNG).
2.5 horecacategorie 1 - daghoreca
horeca inrichting, niet zijnde een horeca inrichting als bedoeld in horecacategorie 2, waar hoofdzakelijk kleine etenswaren en/of dranken worden verstrekt. Openingstijden: tussen 07:00 en 23:00 uur.
Voorbeelden: thee en koffie-concepten, brood en lunchconcepten, ijs en yoghurt concepten. Ook concepten zoals omschreven bij horecacategorie 3 zijn mogelijk, mits de openingstijden kunnen worden beperkt.
2.6 horecacategorie 2 - droge horeca
horeca inrichting waar hoofdzakelijk kleine etenswaren en/of alcoholvrije dranken worden verstrekt.
Voorbeelden: fastfoodconcepten, healthy fastfoodconcepten, snackbars, shoarmazaken. Indien er alcohol wordt geschonken valt de horeca inrichting in horecacategorie 3.
2.7 horecacategorie 3 - eetgelegenheden
horeca inrichting, niet zijnde een horeca inrichting als bedoeld in horecacategorie 2, waar hoofdzakelijk maaltijden worden verstrekt.
Voorbeelden: restaurants, pizzeria's, all-you-can-eat-concepten, café-restaurants.
2.8 horecacategorie 4 - café- en barconcepten
horeca inrichting waar hoofdzakelijk dranken worden verstrekt, en waar eventueel in combinatie daarmee kleine etenswaren worden verstrekt.
Voorbeelden: cafés, bars, pubs, bier-, wijn- en cocktailconcepten.
2.9 horecacategorie 5 - uitgaan en zalen
horeca inrichting waar hoofdzakelijk dranken worden verstrekt en entertainment wordt aangeboden, zoals (live) optredens en mechanische muziek.
Voorbeelden: clubs, discotheken, feestcafés, uitgaansconcepten, zalen- en partycentra, danscafés, karaokebars. Combinatie met (onderdelen van) horecacategorie 3 of 4 vallen ook binnen deze categorie.
2.10 horecacategorie 6 - verblijfshoreca
horeca inrichting waar hoofdzakelijk gelegenheid tot tijdelijk slaapverblijf wordt gegeven, en waar eventueel in combinatie daarmee maaltijden, dranken en/of kleine etenswaren worden verstrekt.
Voorbeelden: hotels, motels en pensions.
2.11 nutsvoorzieningen
voorzieningen ten behoeve van het openbare nut zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen, voorzieningen ten behoeve van ondergrondse afvalinzameling en apparatuur voor telecommunicatie (bron: VNG).
2.12 omgevingsplan
het omgevingsplan van de gemeente Tilburg.
2.13 onbebouwd erf
dat deel van het perceel dat geen bouwvlak of erf betreft.
2.14 ondergeschikte delen van een bouwwerk
ondergeschikte delen aan een gebouw zoals trappen, bordessen, funderingen, kelderingangen, overstekende daken, goten, luifels, balkons, balkonhekken, schoorstenen, liftopbouwen en andere ondergeschikte dakopbouwen (bron: VNG).
2.15 TAM-omgevingsplan
het TAM-omgevingsplan met betrekking op de locatie Vijverlaan 2 in Tilburg met identificatienummer NL.IMRO.0855.TAM2025007-b001 van de gemeente Tilburg.
2.16 voorgevelrooilijn
De naar het openbaar gebied toegekeerde lijn die het bouwvlak begrenst en aansluit aan het onbebouwd erf c.q. het openbaar gebied.
Artikel 3 Meet- en rekenbepalingen
Voor dit TAM-omgevingsplan gelden de volgende meet- en rekenbepalingen:
3.1 dakhelling
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak.
3.2 Inhoud van een bouwwerk
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.
3.3 Bouwhoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.
3.4 oppervlakte van een bouwwerk
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
3.5 Afstand tot zijdelingse perceelsgrens
tussen de zijdelingse grenzen van een perceel en enig punt van het op dat perceel voorkomend (hoofd-)gebouw, waar die afstand het kortst is.
Hoofdstuk 2 Algemene regels
Artikel 4 Algemeen gebruiksverbod
Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties is het verboden gronden of bouwwerken te gebruiken anders dan overeenkomstig de aan die locatie toegedeelde activiteiten.
Op grond van het in a. bedoelde gebruiksverbod zijn in ieder geval de volgende activiteiten verboden:
wonen in een vrijstaand bijbehorend bouwwerk, met uitzondering van mantelzorg;
wonen in onzelfstandige wooneenheden door meer dan 5 personen;
het storten van puin en afvalstoffen, anders dan ter realisering en/of handhaving van de toegelaten gebruiksactiviteiten;
het opslaan van gerede of ongerede goederen, zoals vaten, kisten bouwmaterialen, werktuigen, machines en onderdelen hiervan, anders dan ter realisering en/of handhaving van de toegelaten gebruiksactiviteiten;
het opslaan van gebruiksklare of onklare voer- en vaartuigen of onderdelen daarvan, anders dan ter realisering en/of handhaving van de toegelaten gebruiksactiviteiten; en
het plaatsen of geplaatst houden van onderkomens.
Artikel 5 Aanvraagvereisten omgevingsvergunning
De aanvraagvereisten als bedoeld in paragraaf 22.5.2 van het omgevingsplan Tilburg d.d. 1 januari 2024 zijn van overeenkomstige toepassing op een omgevingsvergunning die is vereist op grond van dit TAM-omgevingsplan. Als de regels uit paragraaf 22.5.2 van het omgevingsplan Tilburg d.d. 1 januari 2024 in de toekomst een andere plek in de structuur van het omgevingsplan Tilburg krijgen, zijn die regels van overeenkomstige toepassing met inachtneming van de daarop doorgevoerde wijzigingen.
Bij een aanvraag om omgevingsvergunning worden de gegevens en bescheiden ingediend die redelijkerwijs benodigd zijn voor de beoordeling van de aanvraag.
Artikel 6 Maatwerk- en of vergunningvoorschriften
Het bevoegd gezag kan aanvullende maatwerk- en/of vergunningvoorschriften stellen ten aanzien van:
een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld;
de verkeersveiligheid;
de sociale veiligheid;
de brandveiligheid;
de milieusituatie;
de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden;
het uitvoeren van werken en werkzaamheden.
Artikel 7 Parkeerregeling
Het bouwen van bouwwerken en het gebruiken van gronden en bouwwerken is uitsluitend toegestaan indien voorzien wordt in de aanleg van voldoende parkeergelegenheid. Hierbij wordt voldaan de Nota Parkeernormen 2023 (of diens opvolger). Indien de Nota Parkeernormen 2023 (of diens opvolger) wordt gewijzigd, dient te worden voldaan aan de gewijzigde (parkeernormen, rekenmethode, voorwaarden en vrijstellingsregels in de) Nota Parkeernormen.
Indien het gebruik van een bouwwerk of een terrein aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden of lossen van goederen moet zijn verzekerd dat op eigen terrein wordt voorzien in voldoende ruimte voor laden en lossen zoals neergelegd in de CROW Kennisbank, publicatie ASVV 2021.
Artikel 8 Voorwaardelijke verplichting waterberging
Het bouwen van bouwwerken met een oppervlakte van 50m² of groter is uitsluitend toegestaan indien voorzien wordt in de aanleg van voldoende waterberging. Hierbij wordt voldaan aan de waterbergingsopgave zoals neergelegd in het Programma water en riolering 2024 - 2027 (of diens opvolger). Indien het Programma water en riolering 2024 - 2027 (of diens opvolger) wordt gewijzigd, dient te worden voldaan aan de gewijzigde waterbergingseis.
Het bouwen van een bouwwerk wordt ook toegelaten als naar het oordeel van het bevoegd gezag de realisatie van waterberging redelijkerwijs niet mogelijk is en op een andere, gelijkwaardige wijze voorzien wordt in de waterbergingsopgave.
Artikel 9 Bouwen met afwijkende maatvoering
9.1 Vergunningplicht bouwen met afwijkende maatvoering
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een bouwwerk te bouwen met een maatvoering groter dan de in dit TAM-omgevingsplan bepaalde maximale maatvoering.
9.2 Beoordelingsregels bouwen met afwijkende maatvoering
De omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk met een maatvoering groter dan de in dit TAM-omgevingsplan bepaalde maximale maatvoering kan worden verleend, indien:
de afwijking van de in dit TAM-omgevingsplan genoemde maten en afmetingen maximaal 10% bedraagt;
de met deze omgevingsvergunning toegestane bebouwing geacht kan worden in overeenstemming te zijn met de voor desbetreffende bestemming nagestreefde doeleinden;
gelet op de omringende bebouwing geen overwegende stedenbouwkundige bezwaren bestaan;
gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken niet onevenredig worden aangetast; en
voldaan is aan de volgende voorwaarden:
de ontheffingsmogelijkheid wordt niet cumulatief gebruikt; en
de ontheffingsmogelijkheid heeft niet tot gevolg dat er een nieuwe bouwlaag ontstaat.
Artikel 10 Bouwen met geringe afwijking van grenzen
10.1 Vergunningplicht bouwen met geringe afwijking van grenzen
Het is verboden zonder omgevingsvergunning bouwwerken te bouwen buiten de daarvoor in dit TAM-omgevingsplan aangewezen grenzen.
10.2 Beoordelingsregels bouwen met geringe afwijking van grenzen
De omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk buiten de daarvoor in dit omgevingsplan aangewezen grenzen kan worden verleend, indien:
bij het definitief ontwerp en bij definitieve uitmeting blijkt dat enige geringe afwijking in het belang van een bebouwing of inrichting is;
de met deze omgevingsvergunning toegestane bebouwing geacht kan worden in overeenstemming te zijn met de voor desbetreffende bestemming nagestreefde doeleinden;
gelet op de omringende bebouwing geen overwegende stedenbouwkundige bezwaren bestaan; en
gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken niet onevenredig worden aangetast.
Artikel 11 Overgangsrecht bouwwerken
Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk, en afwijkt van de regels in dit TAM-omgevingsplan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot:
gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;
na het tenietgaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.
Het bepaalde onder lid 1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd zijn met het omgevingsplan zoals dit gold voor de inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan, daaronder begrepen het overgangsrecht van het omgevingsplan zoals dat gold voor de inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan.
Artikel 12 Overgangsrecht gebruik
Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.
Het is verboden het met dit TAM-omgevingsplan strijdige gebruik, bedoeld onder lid 1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dit TAM-omgevingsplan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.
Indien het gebruik, bedoeld onder lid 1, na het tijdstip van inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
Het bepaalde onder lid 1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het omgevingsplan zoals dit gold voor de inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan, daaronder begrepen het overgangsrecht van het omgevingsplan zoals dat gold voor de inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan.
Artikel 13 Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Hoofdstuk 3 Functies en activiteiten
Artikel 14 Horeca
14.1 Toepassingsbereik - aanwijzing locatie 'Horeca'
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locatie die op de verbeelding is aangewezen als ‘Horeca’.
14.2 Gebruiksactiviteiten locatie 'Horeca'
14.2.1 Toegelaten functies en gebruiksactiviteiten
Op de locatie 'Horeca' worden de volgende functies en gebruiksactiviteiten toegelaten:
horeca-activiteiten van horecacategorie 1;
horeca-activiteiten van horecacategorie 2;
horeca-activiteiten van horecacategorie 3;
horeca-activiteiten van horecacategorie 4;
horeca-activiteiten van horecacategorie 5;
horeca-activiteiten van horecacategorie 6;
bijbehorende en ondergeschikte tuinen en erven;
bijbehorende en onderschikte parkeer-, stallings- en verkeersvoorzieningen;
bijbehorende en ondergeschikte groen- en speelvoorzieningen;
bijbehorende en ondergeschikte kantines en restauratieve voorzieningen;
bijbehorende en ondergeschikte objecten voor beeldende kunst;
water en waterhuishoudkundige voorzieningen; en
nutsvoorzieningen.
14.3 Bouwactiviteiten locatie 'Horeca'
14.3.1 Hoofdgebouw bouwen
Voor het bouwen van een hoofdgebouw op de locatie 'Horeca' gelden de volgende regels:
het hoofdgebouw wordt gebouwd binnen het bouwvlak;
ondergeschikte delen van een bouwwerk, voor zo ver gelegen binnen de locatie 'Horeca', mogen het bouwvlak overschrijden;
ten minste 80% van de voorgevel van het hoofdgebouw wordt in de voorgevelrooilijn gebouwd;
de maximale bouwhoogte bedraagt het met de maatvoeringsaanduiding op de verbeelding aangegeven maximum; en
de maximale goothoogte is gelijk aan de maximale bouwhoogte.
14.3.2 Bijbehorend bouwwerk bouwen
Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken op de locatie 'Horeca' gelden de volgende regels:
bijbehorende bouwwerken worden gebouwd binnen het bouwvlak; en
bijbehorende bouwwerken bestaan uit maximaal één bouwlaag;
14.3.3 Bouwwerk van algemeen nut bouwen
Voor het bouwen van bouwwerken van algemeen nut op de locatie 'Horeca' gelden de volgende regels:
bouwwerken van algemeen nut worden niet gebouwd voor de (verlengde) voorgevelrooilijn;
de maximale bouwhoogte van bouwwerken van algemeen nut bedraagt 3,5 m; en
de maximale oppervlakte van bouwwerken van algemeen nut bedraagt 50 m².
14.3.4 Bouwwerk, geen gebouw zijnde, bouwen
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, op de locatie 'Horeca' gelden de volgende regels:
de hoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt niet meer dan 2 m, met dien verstande dat de hoogte van erf- en terreinafscheidingen op het onbebouwd erf niet meer dan 1 m mag bedragen; en
de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt niet meer dan 3 m in het bouwvlak en niet meer dan 1 m in het onbebouwd erf;
14.3.5 Ondergronds bouwwerk bouwen
Voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken op de locatie 'Horeca' gelden de volgende regels:
ondergrondse bouwwerken worden gebouwd in het bouwvlak;
de maximale verticale diepte van een ondergronds bouwwerk bedraagt 3,5 m; en
ondergrondse bouwwerken worden gebouwd onder het maaiveld en aan de straatzijde onder het straatpeil.
Artikel 15 Waarde - Archeologie
15.1 Toepassingsbereik - aanwijzing locatie 'Waarde - Archeologie'
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locatie die op de verbeelding is aangewezen als 'Waarde - Archeologie'.
15.2 Werken en werkzaamheden verrichten locatie 'Waarde - archeologie'
15.2.1 Aanwijzing vergunningplicht werken en werkzaamheden
Op de locatie 'Waarde - Archeologie' is het verboden om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden te verrichten:
het ontgronden, afgraven en/of anderszins ingrijpend wijzigen van de bodemstructuur dieper dan 0,50 m en met een oppervlakte van meer dan 30 m2;
het verlagen of verhogen van het waterpeil;
het uitvoeren van grondbewerkingen dieper dan 0,50 m en met een oppervlakte van meer dan 30 m2;
het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op een of andere wijze indrijven van voorwerpen in de grond.
15.2.2 Uitzonderingen
De vergunningplicht in 11.2.1 is niet van toepassing op werken en werkzaamheden die:
reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan dan wel krachtens een reeds verleende vergunning;
het normale onderhoud betreffen; of
in het kader van onderzoek naar archeologische waarden worden uitgevoerd.
15.2.3 Beoordelingsregels vergunningplicht
De omgevingsvergunning wordt alleen verleend indien de aanwezige archeologische waarden naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders niet onevenredig kunnen worden geschaad.
Ter voorkoming van schade kunnen één of meer van de volgende verplichtingen aan de omgevingsvergunning voor het verrichten van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden kunnen worden verbonden:
de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor de aanwezige archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden;
de verplichting tot het doen van opgravingen, en/of;
de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij vergunning te stellen kwalificaties.
15.2.4 Bijzondere aanvraagvereisten
Bij een aanvraag omgevingsvergunning voor het verrichten van werken en werkzaamheden als bedoeld in 15.2.1 dient een rapport te worden overlegd waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld.