TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22r, Stokhasseltlaan 38
| Status: | vastgesteld |
| Identificatie: | NL.IMRO.0855.TAM2025005-c001 |
| Plantype: | bestemmingsplan |
Regels TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22r, Stokhasseltlaan 38
Preambule
Dit Tam-omgevingsplan is gericht op het faciliteren van een gebiedsontwikkeling op locatie Stokhasseltlaan 38 in Tilburg. Dit TAM-omgevingsplan vormt juridisch een nieuw hoofdstuk (hoofdstuk 22r) van het omgevingsplan van de gemeente Tilburg. Dit hoofdstuk is op grond van artikel 11.1, tweede lid, van het Besluit elektronische publicaties bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl. Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen.
De in dit op www.ruimtelijkeplannen.nl uitgegeven deel van het omgevingsplan (hierna: dit deel) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk 22r van het omgevingsplan van de gemeente Tilburg. In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer '22r.' gelezen worden. In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord 'Bijlage', na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage '22r.' gelezen worden.
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Artikel 1 Toepassingsbereik TAM-omgevingsplan
De regels in dit TAM-Omgevingsplan zijn van toepassing op de locatie ‘Stokhasseltlaan 38’, waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0855.TAM2025005-c001 zoals vastgelegd op https://www.ruimtelijkeplannen.nl.
De besluiten als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c, g, h, i, j, k, l of m, van de Invoeringswet Omgevingswet zijn niet van toepassing op de locaties, bedoeld in het eerste lid.
De regels in afdeling 22.2 met uitzondering van paragraaf 22.2.7.3, en de regels afdeling 22.3 zijn niet van toepassing voor zover die regels in strijd zijn met regels in dit TAM-omgevingsplan.
Artikel 2 Begripsbepalingen
Begripsbepalingen die, op de dag van de inwerkingtreding van de Omgevingswet, zijn opgenomen in de volgende bijlagen zijn van toepassing voor dit TAM-omgevingsplan, tenzij in dit artikel daarvan is afgeweken:
bijlage bij de Omgevingswet;
bijlage 1 bij het Besluit activiteiten leefomgeving;
bijlage 1 bij het Besluit bouwwerken leefomgeving;
bijlage 1 bij het Besluit kwaliteit leefomgeving;
bijlage 1 bij het Omgevingsbesluit;
bijlage 1 bij de Omgevingsregeling.
2.1 TAM-omgevingsplan
Het TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22r, Stokhasseltlaan 38 met betrekking op de locatie Stokhasseltlaan 38 in Tilburg met identificatienummer NL.IMRO.0855.TAM2025005-c001 van de gemeente Tilburg.
2.2 omgevingsplan
Het omgevingsplan van gemeente Tilburg.
2.3 aanduiding
Een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.
2.4 agrarisch bedrijf
Een bedrijf waar uitsluitend of in hoofdzaak door middel van het telen van gewassen of het houden van dieren producten worden voortgebracht, waaronder mede wordt verstaan de met die activiteiten qua aard vergelijkbare activiteiten, zoals een productiegerichte paardenhouderij, inclusief pensionstal.
2.5 bed & breakfast
Het bieden van de ten opzichte van het hoofdgebruik ondergeschikte mogelijkheid tot recreatief nachtverblijf en ontbijt aan personen die hun hoofdverblijf elders hebben.
2.6 bebouwingspercentage
Het percentage dat per bouwperceel bepaalt hoeveel procent van dat bouwperceel - binnen het aangegeven bouwvlak - ten hoogste mag worden bebouwd.
2.7 Beeldkwaliteitsplan
Een plan dat de gewenste beeldkwaliteit van de bebouwing en de buitenruimte beschrijft met toetsbare criteria.
2.8 bouwwerken van algemeen nut
Bouwwerken ten behoeve van nutsvoorzieningen.
2.9 dikke fractie
Vaste mest die bestaat uit koek na mestscheiding met mestcode 13 (vaste rundveemest) en 43 (vaste varkensmest) of een mengsel waarin mestcode 13 en/of 43 zit.
2.10 extensief recreatief medegebruik
Extensieve vormen van recreatie, zoals wandelen en fietsen, die plaatsvinden in gebieden waar de hoofdfunctie meestal natuur of bos betreft.
2.11 horeca
Het bedrijfsmatig verstrekken van ter plaatse te nuttigen voedsel en drank en het bedrijfsmatig exploiteren van zaalaccommodatie en of het bedrijfsmatig verstrekken van nachtverblijf.
2.12 huishouden
Persoon of groep personen die een huishouden voert waarbij sprake is van een onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan, die binnen een woning gebruik maakt van dezelfde voorzieningen.
2.13 nutsvoorzieningen
Voorzieningen ten behoeve van het openbare nut zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen, voorzieningen ten behoeve van ondergrondse afvalinzameling en apparatuur voor telecommunicatie
2.14 ondergeschikte delen van een bouwwerk
Ondergeschikte delen aan een gebouw zoals trappen, bordessen, funderingen, kelderingangen, overstekende daken, goten, luifels, balkons, balkonhekken, schoorstenen, liftopbouwen en andere ondergeschikte dakopbouwen.
2.15 ondergronds bouwwerk
Elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal die onder het straatpeil is gelegen.
2.16 Parkeren
Parkeren als bedoeld in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990: "Het laten stilstaan van een voertuig anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van passagiers of voor het onmiddellijk laden of lossen van goederen";
2.17 peil
voor een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang;
voor een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter plaatse van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw.
2.18 permanente teeltondersteunende voorzieningen
Teeltondersteunende voorzieningen, niet zijnde kassen, die voor onbepaalde tijd worden gebruikt.
2.19 productiegebonden detailhandel
Detailhandel in goederen die ter plaatse worden vervaardigd, gerepareerd en/of toegepast in het productieproces, waarbij de detailhandelsfunctie ondergeschikt is aan de productiefunctie.
2.20 sociale huurwoning
Een huurwoning met een aanvangshuur onder de grens als bedoeld in artikel 13 eerste lid onder a van de wet op de huurtoeslag.
2.21 teeltondersteunende voorzieningen
Voorzieningen in, op of boven de grond, die door agrarische bedrijven met plantaardige teelten worden gebruikt om de volgende doelen na te streven:
verbetering van de productie, onder meer door teeltvervroeging en -verlating, terugdringing van onkruidgroei en beperking van vraatschade;
verbetering van de arbeidsomstandigheden, onder meer door gewassen verhoogd te telen;
het bereiken van positieve effecten op milieu en water (bodembescherming, terugdringen onkruidbestrijding, effectief omgaan met water, en dergelijke).
Voorbeelden zijn aardbeiteelttafels, afdekfolies, anti-worteldoek, boomteelthekken, hagelnetten, insectengaas, plastic tunnels, teeltondersteunende kassen, schaduwhallen en vraatnetten.
2.22 Tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen
Teeltondersteunende voorzieningen, die op dezelfde locatie gebruikt kunnen worden zo lang de teelt dit vereist, gedurende maximaal 6 maanden. Deze tijdelijke voorzieningen hebben een directe relatie met het grondgebruik.
2.23 Verbeelding
De verbeelding van het TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22r, Stokhasseltlaan 38.
2.24 weg
de weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b van de Wegenverkeerswet 1994, alsmede de daaraan liggende en als zodanig aangeduide parkeerterreinen,
de – al dan niet met enige beperking – voor het publiek toegankelijke pleinen en open plaatsen, parken, plantsoenen, speelweiden, bossen en andere natuurterreinen, ijsvlakten en aanlegplaatsen voor vaartuigen;
de voor het publiek toegankelijke stoepen, trappen, portieken, gangen, passages en galerijen, welke uitsluitend tot voor bewoning in gebruik zijnde ruimte toegang geven en niet afsluitbaar zijn;
andere voor het publiek toegankelijke, al dan niet afsluitbare stoepen, trappen, portieken, gangen, passages en galerijen; de afsluitbare alleen gedurende de tijd dat zij niet door of vanwege degene die daartoe naar burgerlijk recht bevoegd is, zijn afgesloten.
2.25 wonen
Activiteit inhoudende de bewoning van een woonruimte.
2.26 woning
Een ruimte of complex van ruimten, bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden.
2.27 geluidluw gevel(deel)
Een gevel(deel) die is gelegen aan de zijde van een woning met een cumulatieve gluidbelasting (Lcum) niet hoger dan 55 dB.
2.28 geluidluwe buitenruimte
Een buitenruimte bij een woning waarop een cumulatieve geluidbelasting (Lcum) van maximaal 55 dB plaatsvindt.
Artikel 3 Meet- en rekenbepalingen
Voor dit TAM-omgevingsplan gelden de volgende meet- en rekenbepalingen:
3.1 dakhelling
Langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak.
3.2 De inhoud van een bouwwerk
Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.
3.3 De bouwhoogte van een bouwwerk
Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen.
3.4 De goothoogte van een bouwwerk
Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, de booiboord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.
3.5 De oppervlakte van een bouwwerk
Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
3.6 Afstand tot zijdelingse perceelsgrens
Tussen de zijdelingse grenzen van een perceel en enig punt van het op dat perceel voorkomend (hoofd-)gebouw, waar die afstand het kortst is.
Hoofdstuk 2 Algemene regels
Artikel 4 Algemeen gebruiksverbod
Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties is het verboden gronden of bouwwerken te gebruiken anders dan overeenkomstig de aan die locatie toegedeelde activiteiten.
Op grond van het in a. bedoelde gebruiksverbod zijn in ieder geval de volgende activiteiten verboden:
wonen in een vrijstaand bijbehorend bouwwerk met uitzondering van mantelzorg;
wonen in onzelfstandige wooneenheden door meer dan 5 personen;
het storten van puin en afvalstoffen, anders dan ter realisering en/of handhaving van de toegelaten gebruiksactiviteiten;
het opslaan van gerede of ongerede goederen, zoals vaten, kisten bouwmaterialen, werktuigen, machines en onderdelen hiervan, anders dan ter realisering en/of handhaving van de toegelaten gebruiksactiviteiten;
het opslaan van gebruiksklare of onklare voer- en vaartuigen of onderdelen daarvan, anders dan ter realisering en/of handhaving van de toegelaten gebruiksactiviteiten;
het plaatsen of geplaatst houden van onderkomens.
Artikel 5 Aanvraagvereisten omgevingsvergunning
De aanvraagvereisten, als bedoeld in paragraaf 22.5.2. van het omgevingsplan Tilburg d.d. 1 januari 2024, zijn van overeenkomstige toepassing op een omgevingsvergunning die is vereist op grond van dit TAM-omgevingsplan. Als de regels uit paragraaf 22.5.2 van het omgevingsplan Tilburg d.d. 1 januari 2024 in de toekomst een andere plek in de structuur van het omgevingsplan Tilburg krijgen, zijn die regels van overeenkomstige toepassing met inachtneming van de daarop doorgevoerde wijzigingen
Bij een aanvraag om omgevingsvergunning worden de gegevens en bescheiden die redelijkerwijs benodigd zijn voor de beoordeling van de vergunningaanvraag voorgelegd.
Artikel 6 Maatwerk- en of vergunningvoorschriften
Het bevoegd gezag kan aanvullende maatwerk- en/of vergunningvoorschriften stellen ten aanzien van:
een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld;
de verkeersveiligheid;
de sociale veiligheid;
de brandveiligheid;
de milieusituatie;
de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden;
het uitvoeren van werken en werkzaamheden.
Artikel 7 Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Artikel 8 Parkeerregeling
Gronden op de locatie(s) die zijn aangewezen als 'Wonen' mogen enkel worden bebouwd of gebruikt onder voorwaarde dat voorzien is in 16 parkeerplaatsen en in 10 stallingsplaatsen voor fietsen.
De onder a. bedoelde parkeer- en stallingsplaatsen moeten zijn aangelegd voordat de woningen in gebruik worden genomen.
Artikel 9 Voorwaardelijke verplichting waterberging
Voor 'bouwactiviteiten' en de aanleg van oppervlakteverharding binnen locatie(s) 'Wonen' gelden de volgende regels:
Het bouwen van bouwwerken met een oppervlakte van 50 m² of groter en de aanleg van oppervlakteverharding binnen de locatie(s) 'Wonen' is uitsluitend toegestaan indien voorzien wordt in de aanleg van voldoende waterberging.
Hierbij moet worden voldaan aan de waterbergingsopgave van 60 mm, oftewel 60 l/m² verharding van de nieuwe situatie zoals neergelegd in het Programma water en riolering (of diens opvolger). Indien het Programma water en riolering (of diens opvolger) gedurende de planperiode wordt gewijzigd, dient te worden voldaan aan de gewijzigde waterbergingsopgave.
Het bouwen van een bouwwerk of de aanleg van oppervlakteverharding wordt ook toegelaten als naar het oordeel van het bevoegd gezag de realisatie van de waterberging redelijkerwijs niet mogelijk is en in een andere gelijkwaardige invulling van de waterbergingsopgave wordt voorzien.
Artikel 10 Voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing
Het gebruik van gebouwen en 'bouwwerken, geen gebouwen zijnde' op de locatie(s) die zijn aangewezen als 'Wonen' is pas toegestaan nadat de vereiste landschappelijke inpassing is gerealiseerd en in overeenstemming is met de bij deze regels behorendebijlage 1 Landschappelijk inpassingsplan (Stedenbouwkundig- en landschappelijk ontwerp), dan wel een, ter beoordeling en goedkeuring door het bevoegd gezag, gelijkwaardige landschappelijke inpassing;
De landschappelijke inpassing zoals bedoeld onder a. dient zo spoedig mogelijk na de eerste ingebruikname van de gebouwen die voor bewoning mogen worden gebruikt, doch uiterlijk in het eerstvolgende plantseizoen (november tot februari), volledig te worden gerealiseerd en blijvend onderhouden en stand worden gehouden.
Het gebruik van gebouwen en 'bouwwerken, geen gebouwen zijnde' op de locatie(s) die zijn aangewezen als 'Wonen' is tevens pas toegestaan nadat de vereiste storting van € 3.448,00 voor 'kwaliteitsverbetering buitengebied' in het landschapsfonds is gedaan.
Artikel 11 Voorwaardelijke verplichting geluidwerende voorziening
Het gebruik van gebouwen voor 'Wonen' op de locatie(s) die zijn aangewezen als 'Wonen' is pas toegestaan nadat de vereiste geluidwerende voorziening in de vorm van een wal met scherm met een totale hoogte van wal en scherm samen van 3 m en die als 'schermen' is opgenomen op de bij deze regels behorende bijlage 2 Geluidwerend scherm is gerealiseerd.
Artikel 12 Voorwaardelijke verplichting beheerplan
Het gebruik van gebouwen voor 'Wonen' op de locatie(s) die zijn aangewezen als 'Wonen' is pas toegestaan nadat een beheerplan is ingediend door de beheerder van deze woningen en dit beheerplan is goedgekeurd door het college van burgemeester en wethouders van Tilburg. Het beheerplan moet met participatie van omwonenden tot stand komen.
Artikel 13 Algemene afwijkingsregels
13.1 Binnenplans afwijken t.b.v. geringe afwijkingen van maten
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen waarbij met ten hoogste 10% wordt afgeweken van de in dit TAM-omgevingsplan genoemde maten en afmetingen. De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als:
stedenbouwkundige waarden niet worden geschaad;
een goede omgevingskwaliteit is gewaarborgd;
sprake is van een goed woon- en leefklimaat; en
het bevoegd gezag advies heeft verkregen van een gemeentelijk aangewezen stedenbouwkundige en de Omgevingscommissie.
Van de in artikel 13.1 onder a. opgenomen afwijkingsmogelijkheid kan geen gebruik worden gemaakt voor de (verboden) activiteiten die zijn opgenomen in de artikelen 14.2.2 en 14.2.3.
Hoofdstuk 3 Functies en activiteiten
Artikel 14 Agrarisch
14.1 Toepassingsbereik - aanwijzing locatie(s) 'Agrarisch'
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locatie(s) die zijn aangewezen als 'Agrarisch'.
14.2 Regels over gebruiksactiviteiten binnen locatie(s) 'Agrarisch'
14.2.1 Algemene gebruiksregels - Toegelaten functies en activiteiten
De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
agrarische doeleinden, in de vorm van agrarische bodemexploitatie met bijbehorende voorzieningen;
bijbehorende en ondergeschikte verharde en onverharde paden, wegen en parkeervoorzieningen;
water en waterhuishoudkundige voorzieningen;
extensief recreatief medegebruik.
14.2.2 Verbod - gebruik van gewasbestrijdingsmiddelen
In afwijking van het bepaalde in artikel 14.2.1 is het op als 'Agrarisch' aangewezen gronden verboden om gewasbeschermingsmiddelen te gebruiken.
Het in artikel 14.2.2 onder a. opgenomen verbod geldt niet voor:
incidenteel gebruik van gewasbeschermingsmiddelen ter bestrijding van onkruid in grasland, en/of;
biologische gewasbeschermingsmiddelen.
14.2.3 Verbod - mestopslag
In afwijking van het bepaalde in artikel 14.2.1 is het verboden om meer dan 3 m3 vaste mest die afkomstig is van landbouwhuisdieren of paarden en pony’s die gehouden worden voor het berijden, champost of dikke fractie op te slaan.
14.3 Bouwregels
14.3.1 Algemeen
Ter plaatse van de locatie(s) aangewezen als 'Agrarisch' mag niet ondergronds worden gebouwd, met uitzondering van bouwwerken ten behoeve van water en waterhuishoudkundige voorzieningen.
14.3.2 Algemene bouwregels - Vergunningplichtige bouwactiviteiten
De volgende bouwactiviteiten zijn toelaatbaar op de locatie(s) aangewezen als 'Agarisch':
gebouw bouwen onder de voorwaarde dat voldaan wordt aan artikel 14.3.3;
bijbehorend bouwwerk bouwen, onder de voorwaarde dat voldaan wordt aan artikel 14.3.4.
14.3.3 Beoordelingsregels bouwactiviteit - 'gebouw bouwen'
Voor de activiteit 'gebouw bouwen' gelden de volgende regels op de locatie(s) 'agarisch':
uitsluitend ter plaatse van het (de) bouwvlak(ken) mogen gebouwen, geen woningen zijnde, ten behoeve van de op grond van 14.2.1 toegelaten functies worden opgericht, met dien verstande dat de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 3,5 m, tenzij door middel van een maatvoeringsaanduiding een ander maximum is aangegeven;
op de gronden binnen deze bestemming mogen voor het overige geen gebouwen worden gebouwd, met uitzondering van als tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen aan te merken gebouwen, zulks tot een hoogte van maximaal 3 m. De totale oppervlakte van tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen mag niet meer bedragen dan 2,5 ha per bedrijf, tenzij door middel van een maatvoeringsaanduiding een ander maximum is aangegeven.
14.3.4 Beoordelingsregels bouwactiviteit - 'bouwwerk geen gebouw zijnde bouwen'
Voor de activiteit 'bouwwerk geen gebouw zijnde bouwen' gelden de volgende regels op de locatie(s) 'agarisch':
op of in deze gronden mogen uitsluitend 'bouwwerken, geen gebouwen zijnde', worden opgericht ten behoeve van de op grond van 14.2.1 toegelaten functies, uitgezonderd permanente teeltondersteunende voorzieningen, kuilvoerplaten en sleufsilo's.
de bouwhoogte van 'bouwwerken, geen gebouwen zijnde', mag niet meer bedragen dan 3 m, tenzij door middel van een maatvoeringsaanduiding een ander maximum is aangegeven.
de totale oppervlakte van tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen mag niet meer bedragen dan 2,5 ha per bedrijf, tenzij door middel van een maatvoeringsaanduiding een ander maximum is aangegeven.
Artikel 15 Groen
15.1 Toepassingsbereik - aanwijzing locatie(s) 'Groen'
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locatie(s) die zijn aangewezen als 'Groen'.
15.2 Regels over gebruiksactiviteiten binnen locatie(s) 'Groen'
15.2.1 Algemene gebruiksregels - Toegelaten functies en activiteiten
De volgende functies en activiteitenen zijn toegestaan op de locatie(s) aangewezen als 'Groen':
groenvoorzieningen en landschappelijke inpassing;
speelvoorzieningen;
water en waterhuishoudkundige voorzieningen;
geluidwerende voorzieningen;
fiets- en voetpaden;
bouwwerken van algemeen nut;
bij groen behorende en ondergeschikte verharde en onverharde paden, wegen en parkeervoorzieningen;
inritten voor fiets- en voetgangersverkeer en nood- en hulpdiensten;
inritten ten behoeve van gemotoriseerd verkeer, ter plaatse van de aanduiding 'verkeer'.
15.3 Bouwregels
15.3.1 Algemeen
Voor het bouwen gelden de volgende regels:
Ter plaatse van de locatie(s) aangewezen als 'Groen' mogen uitsluitend 'bouwwerken, geen gebouwen zijnde', worden gebouwd ten behoeve van de in artikel 15.2.1 toegelaten functies en activiteiten met dien verstande dat:
de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen niet meer mag bedragen dan 1.5 m;
de bouwhoogte van een overig 'bouwwerk, geen gebouw zijnde' niet meer mag bedragen dan 1 m.
15.3.2 Ondergronds bouwen
Binnen de locatie 'Groen' mag niet ondergronds worden gebouwd, met uitzondering van bouwwerken ten behoeve van water en waterhuishoudkundige voorzieningen, een pomput met persleidingen ten behoeve van het vuilwaterriool en voorzieningen met betrekking tot afvalverwerking.
Artikel 16 Wonen
16.1 Toepassingsbereik - aanwijzing locatie(s) 'Wonen'
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locatie(s) die zijn aangewezen als 'Wonen'.
16.2 Regels over gebruiksactiviteiten binnen locatie(s) 'Wonen'
16.2.1 Algemene gebruiksregels - Toegelaten functies en activiteiten
De volgende functies en activiteitenen zijn toegestaan op de locatie(s) aangewezen als 'Wonen':
wonen onder voorwaarde dat voldaan wordt aan artikel 16.2.2 en 16.2.3;
water en waterhuishoudkundige voorzieningen;
objecten voor beeldende kunst;
groen en speelvoorzieningen;
parkeervoorzieningen;
verblijfsgebied en langzaamverkeersroutes;
geluidwerende voorzieningen;
tuinen en erven.
16.2.2 Beoordelingsregels gebruiksactiviteit - 'wonen'
Voor de activiteit 'wonen' gelden de volgende regels op de locatie(s) aangewezen als ‘Wonen’:
het aantal wooneenheden mag niet meer mag bedragen dan de aangeduide norm 'maximum aantal wooneenheden' per 'bouwvlak' binnen ‘Wonen’;
niet-grondgebonden woningen zijn alleen toegestaan ter plaatse van de aanduiding ‘gestapeld’;
grondgebonden woningen zijn alleen toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - grondgebonden woning';
er moet binnen 25 jaar na het onherroepelijk worden van dit omgevingsplan sprake zijn van sociale huurwoningen.
16.2.3 Algemene gebruiksregels - verboden gebruik
Het is verboden om:
regenwater te laten afvloeien naar of te lozen op het gemeentelijk riool;
woningen binnen de locatie(s) aangewezen als 'Wonen' binnen 25 jaar na het onherroepelijk worden van dit omgevingsplan anders te gebruiken dan als sociale huurwoning.
16.3 Bouwregels
16.3.1 Algemene bouwregels - Vergunningplichtige bouwactiviteiten
De volgende bouwactiviteiten zijn met vergunning toelaatbaar op de locatie(s) aangewezen als 'Wonen':
hoofdgebouw bouwen onder de voorwaarde dat voldaan wordt aan artikel 16.3.2 en 16.3.3;
bijbehorend bouwwerk bouwen, onder de voorwaarde dat voldaan wordt aan artikel 16.3.6;
bouwwerk van algemeen nut bouwen onder de voorwaarde dat voldaan wordt aan artikel 16.3.4;
bouwwerk geen gebouw zijnde bouwen onder de voorwaarde dat voldaan wordt aan artikel 16.3.5.
16.3.2 Beoordelingsregels bouwactiviteit - 'Hoofdgebouw bouwen' (1)
Voor de activiteit 'hoofdgebouw bouwen' gelden de volgende regels op de locatie(s) 'Wonen':
hoofdgebouwen voor woningen mogen uitsluitend binnen de aanduidingen 'gestapeld' of 'specifieke bouwaanduiding - grondgebonden woning' gebouwd worden;
de goothoogte van hoofdgebouw(en) mag niet meer bedragen dan de op de verbeelding aangegeven norm 'maximum goothoogte';
de bouwhoogte van hoofdgebouw(en) mag niet meer bedragen dan de op de verbeelding aangegeven norm 'maximum bouwhoogte';
ondergeschikte delen van het hoofdgebouw mogen, voor zover gelegen binnen de locatie 'Wonen' de aanduiding 'bouwvlak' overschrijden;
het bebouwingspercentage mag 100% bedragen.
16.3.3 Beoordelingsregels bouwactiviteit - 'hoofdgebouw bouwen' (2)
Voor de activiteit 'hoofdgebouw bouwen' gelden, naast de beoordelingsregels in 16.3.2 de volgende regels op de locatie(s) 'Wonen':
elke woning waarbij op een gevel(deel) de gecumuleerde geluidbelasting (Lcum) meer dan 63 dB bedraagt moet zijn voorzien van een niet geluidgevoelige gevel voor dat deel van de gevel waarop die geluidbelasting plaatsvindt;
elke woning waarbij op een gevel de gecumuleerde geluidbelasting (Lcum) meer dan 55 dB bedraagt moet zijn voorzien van een geluidluw gevel(deel) en een geluidluwe buitenruimte met een gecumuleerde geluidbelasting (Lcum) van maximaal 55 dB.
16.3.4 Beoordelingsregels bouwactiviteit - 'bouwwerk van algemeen nut'
Voor de activiteit 'bouwwerk van algemeen nut bouwen' gelden de volgende regels op de locatie(s) 'Wonen':
bouwwerken van algemeen nut mogen binnen de locatie 'Wonen' worden opgericht;
de maximale hoogte van bouwwerken van algemeen nut bedraagt 2,5 m;
de maximale oppervlakte van bouwwerken van algemeen nut bedraagt 7 m².
16.3.5 Beoordelingsregels bouwactiviteit - 'bouwwerk geen gebouw zijnde bouwen'
Voor de activiteit 'bouwwerk, geen gebouw zijnde bouwen' gelden de volgende regels op de locatie(s) 'Wonen':
de hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer dan 1,5 m bedragen;
de hoogte van een geluidwerend scherm mag ter plaatse van de locatie ‘specifieke bouwaanduiding - geluidwerende voorzieningen’ inclusief de grondwal eronder maximaal 3 m bedragen;
de hoogte van een valkenkast mag niet meer dan 6 m bedragen;
de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag 2 m bedragen.
16.3.6 Beoordelingsregels bouwactiviteit - 'Bijbehorend bouwwerk bouwen'
Voor de activiteit 'bijbehorend bouwwerk bouwen' gelden de volgende regels op de locatie(s) 'Wonen':
bijbehorende bouwwerken mogen uitsluitend binnen de aanduiding 'bijgebouwen' gebouwd worden;
de goothoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan de op de verbeelding aangegeven norm 'maximum goothoogte';
de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan de op de verbeelding aangegeven norm 'maximum bouwhoogte';
ondergeschikte delen van het hoofdgebouw mogen, voor zover gelegen binnen de locatie 'Wonen' de aanduiding 'bouwvlak' overschrijden;
het bebouwingspercentage mag 100% bedragen.