direct naar inhoud van Regels

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22m, Klimaatlandgoed Zwaluwenbunders

Status: vastgesteld
Identificatie: NL.IMRO.0855.TAM2024013-e001
Plantype: bestemmingsplan

Regeling TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22m Klimaatlandgoed Zwaluwenbunders

Preambule

Dit TAM-omgevingsplan is gericht op het faciliteren van gebiedsontwikkeling op locatie Zwaluwenbunders en is als een nieuw hoofdstuk (hoofdstuk 22m) opgenomen in het omgevingsplan van de gemeente Tilburg. Dit hoofdstuk is bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening, bedoeld in artikel 1.2.1, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening. Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen.

 

De in dit op https://www.ruimtelijkeplannen.nl uitgegeven deel van het omgevingsplan (hierna: dit deel) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk 22m van het omgevingsplan van gemeente Tilburg. In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer '22m.' gelezen worden. In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet het woord 'Bijlage', na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage '22m' gelezen worden.

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

 

Artikel 1 Toepassingsbereik TAM-omgevingsplan

 

  1. De besluiten op grond van artikel 22.1, onder a, van Omgevingswet zijn niet van toepassing voor zover het gaat over regels opgenomen in een besluit als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c, g, h, i, j, k, l of m, van de Invoeringswet Omgevingswet op de locaties, bedoeld in het eerste lid.

  2. De regels in afdeling 22.2 met uitzondering van paragraaf 22.2.7.3, en afdeling 22.3 zijn niet van toepassing voor zover die regels in strijd zijn met regels in dit hoofdstuk.

  3. De regels van dit Tam-Omgevingsplan zijn van toepassing op de locatie 'TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22m Klimaatlandgoed Zwaluwenbunders', waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0855.TAM2024013-e001 met identificatienummer NL.IMRO.0855.TAM2024013-e001 zoals vastgelegd op https://www.ruimtelijkeplannen.nl.

  4. Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties is het verboden zonder omgevingsvergunning gronden of bouwwerken te gebruiken anders dan overeenkomstig de aan die locatie toegedeelde functies en activiteiten.

 

Artikel 2 Begrippen

Begripsbepalingen die, op de dag van de inwerkingtreding van de Omgevingswet, zijn opgenomen in de volgende bijlagen zijn van toepassing voor dit TAM-omgevingsplan, tenzij in dit artikel daarvan is afgeweken:

 

2.1 plan:

Het TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22m Klimaatlandgoed Zwaluwenbunders met identificatienummer NL.IMRO.0855.TAM2024013-c001 van de gemeente Tilburg.

2.2 langzaamverkeersverbinding:

een verbinding ten behoeve van fietsers en of voetgangers.

2.3 natuurinclusieve landbouw:

economisch rendabel en grondgebonden landbouwsysteem dat voedsel en gewassen produceert, in balans is met de natuurlijke omgeving, natuurlijke hulpbronnen integreert in de bedrijfsvoering en zorgdraagt voor de biodiversiteit op en rond het bedrijf.

Binnen deze vorm van landbouw geldt:

  1. het gebruik van kunstmeststoffen is niet toegestaan, met uitzondering van het gebruik van bodemverbeterende en fauna ondersteunende sporenelementen, mits deze geen fosfaat- of stikstofhoudende kunstmeststoffen bevatten;

  2. het gebruik van vaste rundermest/varkensmest en/of bewerkte runderdrijfmest/varkensdrijfmest is toegestaan tot een maximale gift van 170 kg stikstof (N) per hectare per jaar; bij de functie natuur is dat maximaal 100 kg stikstof (N) per hectare per jaar.

  3. overige vormen van bemesting zijn uitsluitend toegestaan na voorafgaande schriftelijke toestemming van het college van burgemeester en wethouders;

  4. het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen is niet toegestaan met uitzondering van pleksgewijze bestrijding van probleemonkruiden, waaronder maar niet beperkt tot Jacobskruiskruid en Akkerdistel, mits:

  1. vooraf overleg heeft plaatsgevonden met de gemeente;

  2. schriftelijke toestemming is verkregen van het college van burgemeester en wethouders.

 

2.4 natuurinclusief vruchtwisselingssysteem:

vruchtwisselingssysteem van zes jaar waarbij gedurende een aaneengesloten periode van minimaal drie jaar ofwel kruidenrijk grasland ofwel gras-klaver wordt afgewisseld met maximaal drie jaar bouwland bestaande uit de teelt van onder andere (voeder)gewassen granen, mais, (voeder)bieten, vlinderbloemigen of biobased gewassen.

2.5 poel:

een geïsoleerd gelegen ondiepe open en halfopen wateroppervlakte.

2.6 recreatief medegebruik:

recreatief medegebruik van gronden, zoals wandelen, fietsen, varen en daarmee gelijk te stellen activiteiten (met uitzondering van rust- en picknickplaatsen met bijbehorend meubilair), dat een specifiek beslag legt op de ruimte, behoudens ruimtebeslag door voet-, fiets- en ruiterpaden en die in hoofdzaak gericht zijn op natuur- en landschapsbeleving.

Artikel 3 Wijze van meten

Voor dit TAM-omgevingsplan gelden de volgende meet- en rekenbepalingen:

3.1 De dakhelling

Langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak.

3.2 De goothoogte van een bouwwerk

Vanaf het straat peil tot aan de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeiboord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.

3.3 De inhoud van een bouwwerk

Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.

3.4 De bouwhoogte van een bouwwerk

Vanaf het straatpeil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.

3.5 De oppervlakte van een bouwwerk

Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.

3.6 Afstand tot zijdelingse perceelgrens

Tussen de zijdelingse grenzen van een perceel en enig punt van het op dat perceel voorkomend (hoofd-)gebouw, waar die afstand het kortst is.

 

Hoofdstuk 2 Algemene regels

 

Artikel 4 Algemeen gebruiksverbod

 

  1. Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties is het verboden zonder omgevingsvergunning gronden of bouwwerken te gebruiken anders dan overeenkomstig de aan die locatie toegedeelde functies en activiteiten.

  2. Als strijdig met dit omgevingsplan wordt in ieder geval beschouwd:

  1. het nieuwvestigen of uitbreiden van geitenhouderijen.

  2. het storten van puin en afvalstoffen, anders dan ter realisering en/of handhaving van de bestemming;

  3. het opgeslagen hebben en/of houden van gerede of ongerede goederen, zoals vaten, kisten bouwmaterialen, werktuigen, machines en onderdelen hiervan, anders dan ter realisering en/of handhaving van de bestemming;

  4. het opgeslagen hebben en/of houden van gebruiksklare of onklare voer- en vaartuigen of onderdelen daarvan, anders dan ter realisering en/of handhaving van de bestemming;

  5. het gebruik van gronden en bouwwerken voor bewoning.

 

Artikel 5 Aanvraagvereisten omgevingsvergunning

De aanvraagvereisten, bedoeld in paragraaf 22.5.2 van dit omgevingsplan, zijn van overeenkomstige toepassing op een omgevingsvergunning die is vereist op grond van dit hoofdstuk.

Artikel 6 Anti-dubbeltelregeling

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Artikel 7 Overgangsrecht bouwwerken

  1. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van dit hoofdstuk aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning en afwijkt van dit hoofdstuk, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot;

  2. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;

  3. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk teniet is gegaan.

 

Artikel 8 Overgangsrecht gebruik

  1. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het dit hoofdstuk en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet;

  2. Het is verboden het met dit hoofdstuk strijdige gebruik, bedoeld onder a., te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind;

  3. Indien het gebruik, bedoeld onder a., na het tijdstip van inwerkingtreding van dit hoofdstuk voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten;

  4. Het bepaalde onder a. is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met dit plan voor de inwerkingtreding van dit hoofdstuk, daaronder begrepen het overgangsrecht van dat plan.

 

Hoofdstuk 3 Functies en activiteiten

 

Artikel 9 Bos

 

9.1 Toepassingsbereik - aanwijzing locatie(s) 'Bos'

De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locatie(s) die zijn aangewezen als 'Bos'.

9.2 Regels over gebruiksactiviteiten binnen locatie(s) 'Bos

 

9.2.1 Toegelaten gebruiksactiviteiten binnen locatie(s) 'Bos'

De volgende activiteiten zijn toegestaan op locatie(s) aangewezen als 'Bos':

  1. de aanleg, de bescherming, het beheer en het onderhoud van bossen;

  2. de bescherming van de waterhuishouding;

  3. behoud, herstel en/of ontwikkeling van poelen;

  4. recreatief medegebruik;

  5. bijbehorende en ondergeschikte onverharde paden en wegen.

 

9.3 Regels over bouwactiviteiten binnen locatie(s) 'Bos'

In aanvulling op het bepaalde in artikel 22.29 van dit omgevingsplan gelden de volgende regels:

9.3.1 Toegelaten bouwactiviteit - bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Op de locatie(s) 'Bos' mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden opgericht ten behoeve van de in artikel 9.2.1 benoemde gebruiksactiviteiten, met dien verstande dat:

  1. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, niet meer mag bedragen dan 3m, tenzij door middel van een maatvoering aanduiding een ander maximum is aangegeven;

  2. de hoogte van terreinafscheidingen niet meer mag bedragen dan 1m.

 

9.4 Regels over het uitvoeren van werken en werkzaamheden

 

9.4.1 Toegelaten werken en werkzaamheden

Op de locatie(s) 'Bos' mogen de volgende werken en werkzaamheden in ieder geval uitgevoerd worden:

  1. normaal onderhoud en/of gebruik;

  2. het verwijderen van opgaand houtgewas ingevolge de Plantgezondheidswet;

  3. het verwijderen van opgaand houtgewas bij wijze van verzorgingsmaatregel ter bevordering van de groei en/of kwaliteit van overblijvend houtgewas;

  4. het verzetten of vergraven van grond over een oppervlakte minder dan 100 m2;

  5. het omzetten van grond of uitvoeren van bodemingrepen tot en met 0,40 m onder maaiveld;

  6. het verwijderen of rooien van houtgewas met agrarische productiefunctie;

  7. het aanleggen en/of verharden van wegen, paden, parkeerterreinen of het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen, waarbij binnen de functie 'Bos' in totaal niet meer dan 100m2 verharding is toegestaan.

 

9.4.2 Aanwijzing vergunningplichtige werken en werkzaamheden

Het is verboden om zonder omgevingsvergunning op de locatie(s) 'Bos' de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten voeren:

  1. het verzetten of vergraven van grond waarbij het maaiveld over meer dan 100 m2 per perceel of met meer dan 0,40 m wordt gewijzigd of waarbij de maaiveldniveaus van een steilrand worden gewijzigd;

  2. het omzetten van grond of uitvoeren van bodemingrepen dieper dan 0,40 m onder maaiveld;

  3. het aanleggen, dempen of wijzigen van (oevers, profiel, doorstroom- of bergingscapaciteit van) oppervlaktewateren;

  4. het verlagen van de grondwaterstand door aanleg van drainage of bemaling;

  5. het verwijderen of rooien van bos-, natuur- en landschapselementen en ander opgaand houtgewas zonder agrarische productiefunctie;

  6. het omzetten van bos naar een andere vorm van natuur;

  7. het verwijderen van perceelsindelingen, zoals tot uiting komend in greppels, sloten, steilrand en het verwijderen van paden of onverharde wegen;

  8. het aanleggen en/of verharden van wegen, paden, parkeerterreinen of het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen, waarbij binnen de functie 'Bos' meer dan 100m2 verharding wordt aangelegd;

  9. het uitvoeren van heiwerken of het anderszins indringen van voorwerpen in de bodem.

 

9.4.3 Beoordelingsregels vergunningpllichtige werken en werkzaamheden

De omgevingsvergunning wordt alleen verleend indien naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de in artikel 9.2.1 genoemde waarden. Wanneer de activiteit van invloed kan zijn op het watersysteem, vraagt het bevoegd gezag advies aan het waterschap.

Artikel 10 Agrarisch met waarden - Bufferzone duurzame landbouw

 

10.1 Toepassingsbereik - aanwijzing locatie(s) 'agrarisch met waarden - Bufferzone duurzame landbouw'

De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locatie(s) die zijn aangewezen als 'Bufferzone duurzame landbouw'.

10.2 Regels over gebruiksactiviteiten binnen locatie(s) 'agrarisch met waarden - Bufferzone duurzame landbouw'

 

10.2.1 Toegelaten gebruiksactiviteiten binnen locatie(s) 'agrarisch met waarden - Bufferzone duurzame landbouw'

De volgende activiteiten zijn toegestaan op de locatie(s) aangewezen als 'Bufferzone duurzame landbouw':

  1. het behoud, herstel en de ontwikkeling van natuurwaarden;

  2. het behoud, herstel en de ontwikkeling van landschappelijke waarden;

  3. het behoud, herstel en de ontwikkeling van hydrologische waarden;

  4. behoud, herstel en/of ontwikkeling van poelen, waarbij voor nieuwe poelen ter plaatse van de aanduidingen 'specifieke vorm van natuur - nieuwe A-Biotoop' of 'specifieke vorm van natuur - nieuwe B-biotoop' moet worden voldaan aan artikel 10.2.2;

  5. natuurinclusieve landbouw, met dien verstande dat bollenteelt, lelieteelt en boom-, sier- en heesterteelt niet zijn toegelaten;

  6. bijbehorende en ondergeschikte halfverharde en onverharde paden en wegen;

  7. extensief recreatief medegebruik;

  8. bouwwerken van algemeen nut.

10.2.2 Voorwaarden gebruiksactiviteit 'nieuwe poelen'

Voor nieuwe poelen gelden de volgende eisen:

  1. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch met waarde - nieuwe A-biotoop' dient de wateroppervlakte van de poel ten minste 1.000m2 te bedragen;

  2. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch met waarde - nieuwe B-biotoop' dient de wateroppervlakte van de poel ten minste 500m2 te bedragen.

10.3 Regels over bouwactiviteiten binnen locatie(s) 'agrarisch met waarden - Bufferzone duurzame landbouw'

In aanvulling op het bepaalde in artikel 22.29 van dit omgevingsplan gelden de volgende regels:

10.3.1 toegelaten bouwactiviteit - bouwwerken van algemeen nut

Op de locatie(s) 'Bufferzone duurzame landbouw' mogen bouwwerken van algemeen nut worden opgericht met dien verstande dat:

  1. de bouwhoogte van een bouwwerk van algemeen nut niet meer mag bedragen dan 3,5 meter;

  2. de maximum oppervlakte van ene bouwwerk van algemeen nut niet meer mag bedragen dan 50m².

10.3.2 Toegelaten bouwactiviteit - bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Op de locatie(s) 'Bufferzone duurzame landbouw' mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden opgericht ten behoeve van de in artikel 10.2.1 benoemde gebruiksactiviteiten, met dien verstande dat:

  1. de bouwhoogte van bouwwerken geen gebouw zijnde niet meer mag bedragen dan 3m, tenzij door middel van een maatvoering aanduiding een ander maximum is aangegeven;

  2. de bouwhoogte van terreinafscheidingen niet meer mag bedragen dan 1m;

  3. de bouw van overkappingen, paardenbakken, teeltondersteunende voorzieningen, kuilvloerplaten en sleufsilo's niet is toegestaan.

10.3.3 Toegelaten bouwactiviteit - Ondergronds bouwen

Op de locatie(s) 'Bufferzone duurzame landbouw' mogen bouwwerken ten behoeve van water en waterhuishoudkundige voorzieningen ondergronds gebouwd worden.

10.4 Regels over het uitvoeren van werken en werkzaamheden

 

10.4.1 Toegelaten werken en werkzaamheden

Op de locatie(s) 'Bufferzone duurzame landbouw' mogen de volgende werken en werkzaamheden uitgevoerd worden:

  1. normaal onderhoud en/of gebruik.

  2. het verwijderen van opgaand houtgewas ingevolge de Plantgezondheidswet;

  3. het verwijderen van opgaand houtgewas bij wijze van verzorgingsmaatregel ter bevordering van de groei en/of kwaliteit van overblijvend houtgewas;

  4. het verzetten of vergraven van grond over een oppervlakte minder dan 100 m2;

  5. het omzetten van grond of uitvoeren van bodemingrepen tot en met 0,40 m onder maaiveld;

  6. het verwijderen of rooien van houtgewas met agrarische productiefunctie;

  7. het aanleggen en/of verharden van wegen, paden, parkeerterreinen of het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen, waarbij binnen de functie 'Bufferzone duurzame landbouw' in totaal niet meer dan 100m2 verharding is toegestaan;

  8. het tijdelijk (voor minder dan 2 jaar aaneengesloten) omzetten van grasland naar een andere bodemcultuur.

10.4.2 Aanwijzing vergunningplichtige werken en werkzaamheden

Het is verboden om zonder omgevingsvergunning op de locatie(s) 'Bufferzone duurzame landbouw' de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten voeren:

  1. het verzetten of vergraven van grond waarbij het maaiveld over meer dan 100 m2 per perceel of met meer dan 0,40 m wordt gewijzigd of waarbij de maaiveldniveaus van een steilrand worden gewijzigd;

  2. het omzetten van grond of uitvoeren van bodemingrepen dieper dan 0,40 m onder maaiveld;

  3. het aanleggen, dempen of wijzigen van (oevers, profiel, doorstroom- of bergingscapaciteit van) oppervlaktewateren, niet zijnde poelen;

  4. het verlagen van de grondwaterstand door aanleg van drainage of bemaling;

  5. het verwijderen of rooien van bos-, natuur- en landschapselementen en ander opgaand houtgewas zonder agrarische productiefunctie;

  6. het verwijderen van perceelsindelingen, zoals tot uiting komend in greppels, sloten, steilrand en het verwijderen van paden of onverharde wegen;

  7. het aanleggen en/of verharden van wegen, paden, parkeerterreinen of het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen, waarbij binnen de functie 'Bufferzone duurzame landbouw' meer dan 100m2 verharding wordt aangelegd;

  8. het permanent (voor meer dan 2 jaar aaneengesloten) omzetten van grasland naar een andere bodemcultuur.

10.4.3 Beoordelingsregels vergunningpllichtige werken en werkzaamheden

De omgevingsvergunning wordt alleen verleend indien naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de in artikel 10.2.1 genoemde waarden. Wanneer de activiteit van invloed kan zijn op het watersysteem, vraagt het bevoegd gezag advies aan het waterschap.

Artikel 11 Natuur

 

11.1 Toepassingsbereik - aanwijzing locatie(s) 'Natuur'

De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locatie(s) die zijn aangewezen als 'Natuur'.

11.2 Regels over gebruiksactiviteiten binnen locatie(s) 'Natuur'

 

11.2.1 Toegelaten gebruiksactiviteiten binnen locatie(s) 'Natuur'

De volgende activiteiten zijn toegestaan op locatie(s) aangewezen als 'Natuur':

  1. het behoud, herstel en/of ontwikkeling van de natuur en/of het bos/de bosschages en de bijbehorende bosgroeiplaats;

  2. behoud, herstel en/of ontwikkeling van landschappelijke waarden en/of natuurwaarden;

  3. behoud, beheer en herstel van watersystemen;

  4. behoud, herstel en/of ontwikkeling van de ecologische verbindingszone ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van natuur - ecologische verbindingszone';

  5. behoud, herstel en/of ontwikkeling van poelen, waarbij voor nieuwe poelen ter plaatse van de aanduidingen 'specifieke vorm van natuur - nieuwe A-Biotoop', 'specifieke vorm van natuur - nieuwe B-biotoop' of specifieke vorm van natuur - stapsteenpoel moet worden voldaan aan artikel 11.2.2;

  6. bijbehorende en ondergeschikte onverharde paden en wegen;

  7. een verharde langzaamverkeersverbinding, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - langzaamverkeersverbinding';

  8. (natuurinclusief) landbouwkundig gebruik is uitsluitend toegestaan na voorafgaande schriftelijke toestemming van het college van burgemeester en wethouders.

  9. Landbouwkundig gebruik mag enkel worden toegepast als dit ten dienste staat van het natuurbeheer.

11.2.2 Voorwaarden gebruiksactiviteit 'nieuwe poelen'

Voor nieuwe poelen gelden de volgende eisen:

  1. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van natuur - nieuwe B-biotoop' dient de wateroppervlakte van de poel ten minste 500m2 te bedragen.

  2. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van natuur - stapsteenpoel' dient de wateroppervlakte van de poel ten minste 1.000m2 en niet meer dan 2.000 m2 te bedragen.

11.3 Regels over bouwactiviteiten binnen locatie(s) 'Natuur'

In aanvulling op het bepaalde in artikel 22.29 van dit omgevingsplan gelden de volgende regels:

11.3.1 Toegelaten bouwactiviteit - bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Op de locatie(s) 'Natuur' mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden opgericht ten behoeve van de in artikel 11.2.1 benoemde gebruiksactiviteiten, met dien verstande dat:

  1. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, niet meer mag bedragen dan 3m, tenzij door middel van een maatvoering aanduiding een ander maximum is aangegeven.

  2. de hoogte van terreinafscheidingen niet meer mag bedragen dan 1m.

11.3.2 Toegelaten bouwactiviteit - Ondergronds bouwen

Op de locatie(s) 'Natuur' mogen bouwwerken ten behoeve van water en waterhuishoudkundige voorzieningen en natuur ondergronds gebouwd worden.

11.4 Regels over het uitvoeren van werken en werkzaamheden

 

11.4.1 Toegelaten werken en werkzaamheden

Op de locatie(s) 'Natuur' mogen de volgende werken en werkzaamheden uitgevoerd worden:

  1. normaal onderhoud en/of gebruik;

  2. het verwijderen van opgaand houtgewas ingevolge de Plantgezondheidswet;

  3. het verwijderen van opgaand houtgewas bij wijze van verzorgingsmaatregel ter bevordering van de groei en/of kwaliteit van overblijvend houtgewas;

  4. het verzetten of vergraven van grond over een oppervlakte minder dan 100 m2;

  5. het omzetten van grond of uitvoeren van bodemingrepen tot en met 0,40 m onder maaiveld;

  6. het verwijderen of rooien van houtgewas met agrarische productiefunctie;

  7. het aanleggen en/of verharden van wegen, paden, parkeerterreinen of het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen, waarbij binnen de functie 'Natuur' in totaal niet meer dan 100m2 verharding is toegestaan.

11.4.2 Aanwijzing vergunningplichtige werken en werkzaamheden

Het is verboden om zonder omgevingsvergunning op de locatie(s) 'Natuur' de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten voeren:

  1. het verzetten of vergraven van grond waarbij het maaiveld over meer dan 100 m2 per perceel of met meer dan 0,40 m wordt gewijzigd of waarbij de maaiveldniveaus van een steilrand worden gewijzigd;

  2. het omzetten van grond of uitvoeren van bodemingrepen dieper dan 0,40 m onder maaiveld;

  3. het aanleggen, dempen of wijzigen van (oevers, profiel, doorstroom- of bergingscapaciteit van) oppervlaktewateren, niet zijnde poelen;

  4. het verlagen van de grondwaterstand door aanleg van drainage of bemaling;

  5. het verwijderen of rooien van bos-, natuur- en landschapselementen en ander opgaand houtgewas zonder agrarische productiefunctie;

  6. het aanleggen of aanplanten van bos;

  7. het verwijderen van perceelsindelingen, zoals tot uiting komend in greppels, sloten, steilrand en het verwijderen van paden of onverharde wegen;

  8. het aanleggen en/of verharden van wegen, paden, parkeerterreinen of het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen, waarbij binnen de functie 'Natuur' meer dan 100m2 verharding wordt aangelegd;

  9. het uitvoeren van heiwerken of het anderszins indringen van voorwerpen in de bodem.

11.4.3 Beoordelingsregels vergunningpllichtige werken en werkzaamheden

De omgevingsvergunning wordt alleen verleend indien naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de in artikel 11.2.1 genoemde waarden. Wanneer de activiteit van invloed kan zijn op het watersysteem, vraagt het bevoegd gezag advies aan het waterschap.

Artikel 12 Verkeer

 

12.1 Toepassingsbereik - aanwijzing locatie(s) 'Verkeer'

De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locatie(s) die zijn aangewezen als 'Verkeer'.

12.2 Regels over gebruiksactiviteiten binnen locatie(s) 'Verkeer'

 

12.2.1 Toegelaten gebruiksactiviteiten binnen locatie(s) 'Verkeer'

De volgende activiteiten zijn toegestaan op locatie(s) aangewezen als 'Verkeer':

  1. verkeer- en vervoersvoorzieningen ten behoeve van wegverkeer, waarbij het aantal rijstroken niet meer dan 2 bedraagt;

  2. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - langzaamverkeersverbinding' uitsluitend voor een langzaamverkeerverbinding;

  3. groenvoorzieningen;

  4. water en waterhuishoudkundige voorzieningen.

12.3 Regels over bouwactiviteiten binnen locatie(s) 'Verkeer'

In aanvulling op het bepaalde in artikel 22.29 van dit omgevingsplan gelden de volgende regels:

12.3.1 Toegelaten bouwactiviteit - bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Op de locatie(s) 'Verkeer' mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden opgericht ten behoeve van de in artikel 12.2.1 benoemde gebruiksactiviteiten, met dien verstande dat:

  1. de bouwhoogte van bouwwerken geen gebouw zijnde niet meer mag bedragen dan 3m.

Artikel 13 Verkeer - Verblijf

 

13.1 Toepassingsbereik - aanwijzing locatie(s) 'Verkeer - Verblijf'

De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locatie (s) die zijn aangewezen als 'Verkeer - Verblijf'.

 

13.2 Regels over gebruiksactiviteiten binnen locatie(s) 'Verkeer - Verblijf'

 

13.2.1 Toegelaten gebruiksactiviteiten binnen de locatie(s) 'Verkeer - Verblijf'

De volgende activiteiten zijn toegestaan op locatie(s) aangewezen als 'Verkeer - Verblijf':

  1. verkeer- en vervoersvoorzieningen ten behoeve van wegverkeer, waarbij het aantal rijstroken niet meer dan 2 bedraagt;

  2. groenvoorzieningen;

  3. water en waterhuishoudkundige voorzieningen.

 

13.3 Regels over bouwactiviteiten binnen de locatie(s) 'Verkeer - Verblijf'

In aanvulling op het bepaalde in artikel 22.29 van dit omgevingsplan gelden de volgende regels:

Toegelaten bouwactiviteit - bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Op de locatie(s) 'Verkeer - Verblijf' mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden opgericht ten behoeve van de in artikel 13.2.1. benoemde gebruiksactiviteiten, met dien verstande dat de bouwhoogte van bouwwerken geen gebouw zijnde niet meer mag bedragen dan 3m.

 

 

 

Artikel 14 Water

 

14.1 Toepassingsbereik - aanwijzing locatie(s) 'Water'

De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locatie(s) die zijn aangewezen als 'Water'.

14.2 Regels over gebruiksactiviteiten binnen locatie(s) 'Water'

 

14.2.1 Toegelaten gebruiksactiviteiten binnen locatie(s) 'Water'

De volgende activiteiten zijn toegestaan op locatie(s) aangewezen als 'Water':

  1. de bescherming, het beheer en het onderhoud van watergangen;

  2. het vergroten en beschermen van natuurwaarden;

  3. recreatief medegebruik.

14.3 Regels over bouwactiviteiten binnen locatie(s) 'Water'

In aanvulling op het bepaalde in artikel 22.29 van dit omgevingsplan gelden de volgende regels:

14.3.1 Toegelaten bouwactiviteit - bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Op de locatie(s) 'Water' mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden opgericht ten behoeve van de in artikel 14.2.1 benoemde gebruiksactiviteiten, met dien verstande dat:

  1. de bouwhoogte van bouwwerken geen gebouw zijnde niet meer mag bedragen dan 3m, tenzij door middel van een maatvoering aanduiding een ander maximum is aangegeven;

  2. terreinafscheidingen zijn niet toegestaan.

14.3.2 Toegelaten bouwactiviteit - Ondergronds bouwen

Op de locatie(s) 'Water' mogen bouwwerken ten behoeve van water en waterhuishoudkundige voorzieningen ondergronds gebouwd worden.

Artikel 15 Leiding - Brandstof

 

15.1 Toepassingsbereik - aanwijzing locatie(s) 'Leiding - Brandstof'

  1. De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locatie(s) die zijn aangewezen als 'Leiding - Brandstof'.

  2. De regels van 'Leiding - Brandstof' gaan voor op de regels van de functies in de artikelen 9 tot en met 14.

15.2 Regels over gebruiksactiviteiten binnen locatie(s) 'Leiding - Brandstof'

 

15.2.1 Toegelaten gebruiksactiviteiten binnen locatie(s) 'Leiding - Brandstof'

De volgende activiteiten zijn toegestaan op locatie(s) aangewezen als 'Leiding - Brandstof':

  1. de aanleg instandhouding en bescherming van een ondergrondse koolwaterstofleiding (PRB-leiding) met een diameter van 8 inch, een druk van 80 bar en een belemmeringenstrook van 5 meter aan weerszijden van de leiding;

  2. de aanleg instandhouding en bescherming van een ondergrondse brandstofleiding (RRP-leiding I) met een diameter van 24 inch, een druk van 62 bar en een belemmeringenstrook van 5 meter aan weerszijden van de leiding;

  3. de aanleg instandhouding en bescherming van een ondergrondse brandstofleiding (RRP-leiding II) met een diameter van 36 inch, een druk van 43 bar en een belemmeringenstrook van 5 meter aan weerszijden van de leiding.

15.3 Regels over bouwactiviteiten binnen locatie(s) 'Leiding - Brandstof'

In aanvulling op het bepaalde in artikel 22.29 van dit omgevingsplan gelden de volgende regels:

15.3.1 Toegelaten bouwactiviteit - bouwwerken, geen gebouwen zijnde

 
Op de locatie(s) 'Leiding - Brandstof' mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden opgericht ten behoeve van de in artikel 15.2.1 benoemde gebruiksactiviteiten.

15.4 Vergunningplichtige bouwactiviteiten binnen locatie(s) 'Leiding - Brandstof'

Het is verboden om zonder omgevingsvergunning bouwactiviteiten uit te voeren binnen locatie(s) 'Leiding - Brandstof' anders dan benoemd in artikel 15.3.1.

15.4.1 Beoordelingsregels omgevingsvergunning bouwactiviteit binnen locatie(s) 'Leiding - Brandstof'

  1. Een omgevingsvergunning ten behoeve van een vergunningplichtige bouwactiviteit zoals bepaald in artikel 15.4 ter plaatse van een locatie 'Leiding - Brandstof' wordt verleend onder voorwaarde dat:

  1. het bouwwerk is toegestaan ingevolge een andere op deze gronden volgens dit omgevingsplan toegestane functie;

  2. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het doelmatig functioneren van de leiding;

  3. vooraf advies wordt ingewonnen van de betreffende leidingbeheerder.

15.5 Regels over het uitvoeren van werken en werkzaamheden

 

15.5.1 Toegelaten werken en werkzaamheden

Op de locatie(s) 'Leiding - Brandstof' mogen de volgende werken en werkzaamheden uitgevoerd worden:

  1. waarvoor ten tijde van het van kracht worden van het omgevingsplan omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden verleend is dan wel in uitvoering waren;

  2. welke betrekking hebben op normale onderhoudswerkzaamheden van geringe omvang, gericht op en noodzakelijk voor het gebruik overeenkomstig de voor deze gronden ingevolge dit omgevingsplan aangewezen functie(s);

  3. andere werken en/of werkzaamheden noodzakelijk in het kader van het onderhoud of beheer van de aanwezige leiding.

15.5.2 Aanwijzing vergunningplichtige werken en werkzaamheden

Het is verboden om zonder omgevingsvergunning op de locatie(s) 'Leiding - Brandstof' de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten voeren:

  1. het aanbrengen van diepwortelende (dieper dan 30 cm) en/of hoogopgaande beplanting of bomen (hoger dan 1,50 m), waaronder bijvoorbeeld rietbeplanting;

  2. het tijdelijk of permanent opslaan van goederen waaronder ook begrepen het opslaan van afvalstoffen;

  3. het ophogen en egaliseren, bodemverlagen of afgraven of anderszins wijzigen in maaiveld of weghoogte;

  4. het in de grond brengen van voorwerpen;

  5. het aanbrengen van open of gesloten verhardingen;

  6. het verrichten van grondroeractiviteiten met uitzondering van werkzaamheden ten behoeve van de gebruiksactiviteiten zoals opgenomen in artikel 15.2.1;

  7. diepploegen;

  8. het aanleggen van waterlopen of het vergraven, verruimen of dempen van bestaande waterlopen;

  9. het plaatsen van objecten zoals lichtmasten, wegwijzers en ander straatmeubilair.

15.5.3 Beoordelingsregels vergunningplichtige werken en werkzaamheden

De omgevingsvergunning wordt alleen verleend indien naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders door de genoemde werken en/of werkzaamheden geen veiligheidsrisico´s ontstaan en de betreffende leiding niet wordt aangetast. Dienaangaande vraagt het bevoegd gezag advies aan de betreffende leidingbeheerder.

Artikel 16 Leiding - Hoogspanningsverbinding

 

16.1 Toepassingsbereik - aanwijzing locatie(s) 'Leiding - Hoogspanningsverbinding'

  1. De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locatie(s) die zijn aangewezen als 'Leiding - Hoogspanningsverbinding'.

  2. De regels van 'Leiding - Hoogspanningsverbinding' gaan voor op de regels van de functies in de artikelen 9 tot en met 14.

16.2 Regels over gebruiksactiviteiten binnen locatie(s) 'Leiding - Hoogspanningsverbinding'

 

16.2.1 Toegelaten gebruiksactiviteiten binnen locatie(s) 'Leiding - Hoogspanningsverbinding'

De volgende activiteiten zijn toegestaan op locatie(s) aangewezen als 'Leiding - Hoogspanningsverbinding':

  1. de aanleg, instandhouding en bescherming van een bovengrondse 380 kV-hoogspanningsverbinding, met bijbehorende voorzieningen ten behoeve van het transport van elektriciteit en een belemmeringenstrook van 39 m ter weerszijden van de as van de 380 kV-hoogspanningsverbinding.

16.3 Regels over bouwactiviteiten binnen locatie(s) 'Leiding - Hoogspanningsverbinding

In aanvulling op het bepaalde in artikel 22.29 van dit omgevingsplan gelden de volgende regels:

16.3.1 Toegelaten bouwactiviteit - bouwwerken, geen gebouwen zijnde

 
Op de locatie(s) 'Leiding - Hoogspanningsverbinding' mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden opgericht ten behoeve van de in artikel 16.2.1 benoemde gebruiksactiviteiten, met dien verstande dat de maximale bouwhoogte van hoogspanningsmasten niet meer mag bedragen dan 60m.

16.4 Vergunningplichtige bouwactiviteiten binnen locatie(s) 'Leiding - Hoogspanningsverbinding'

Het is verboden om zonder omgevingsvergunning bouwactiviteiten uit te voeren binnen locatie(s) 'Leiding - Hoogspanningsverbinding' anders dan benoemd in artikel 16.3.1.

16.4.1 Beoordelingsregels omgevingsvergunning bouwactiviteit binnen locatie(s) 'Leiding - Hoogspanningsverbinding'

  1. Een omgevingsvergunning ten behoeve van een vergunningplichtige bouwactiviteit zoals bepaald in artikel 16.4 ter plaatse van een locatie 'Leiding - Hoogspanningsverbinding' wordt verleend onder voorwaarde dat:

  1. het bouwwerk is toegestaan ingevolge een andere op deze gronden volgens dit omgevingsplan toegestane functie;

  2. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het doelmatig functioneren van de leiding;

  3. vooraf advies wordt ingewonnen van de betreffende leidingbeheerder.

16.5 Regels over het uitvoeren van werken en werkzaamheden

 

16.5.1 Toegelaten werken en werkzaamheden

Op de locatie(s) 'Leiding - Hoogspanningsverbinding' mogen de volgende werken en werkzaamheden uitgevoerd worden:

  1. waarvoor ten tijde van het van kracht worden van het omgevingsplan omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden verleend is dan wel in uitvoering waren;

  2. welke betrekking hebben op normale onderhoudswerkzaamheden van geringe omvang, gericht op en noodzakelijk voor het gebruik overeenkomstig de voor deze gronden ingevolge dit omgevingsplan aangewezen functie(s);

  3. andere werken en/of werkzaamheden noodzakelijk in het kader van het onderhoud of beheer van de aanwezige leiding.

16.5.2 Aanwijzing vergunningplichtige werken en werkzaamheden

Het is verboden om zonder omgevingsvergunning op de locatie(s) 'Leiding - Hoogspanningsverbinding' de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten voeren:

  1. het aanbrengen van diepwortelende en/of hoogopgaande beplanting of bomen, waaronder bijvoorbeeld rietbeplanting;

  2. het permanent opslaan van goederen waaronder ook begrepen het opslaan van afvalstoffen;

  3. het ophogen en egaliseren, bodemverlagen of afgraven of anderszins wijzigen in maaiveld of weghoogte;

  4. het in de grond brengen van voorwerpen;

  5. het aanbrengen van gesloten verhardingen;

  6. het verrichten van grondroeractiviteiten, bijvoorbeeld het aanbrengen van rioleringen, kabels, leidingen en drainage, anders dan normaal spit- en ploegwerk, met uitzondering van werkzaamheden ten behoeve van de gebruiksactiviteiten zoals opgenomen in artikel 16.2.1;

  7. diepploegen;

  8. het aanleggen van waterlopen of het vergraven, verruimen of dempen van bestaande waterlopen;

  9. het plaatsen van objecten zoals lichtmasten, wegwijzers en ander straatmeubilair.

16.5.3 Beoordelingsregels vergunningpllichtige werken en werkzaamheden

De omgevingsvergunning wordt alleen verleend indien naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders door de genoemde werken en/of werkzaamheden geen veiligheidsrisico´s ontstaan en de betreffende leiding niet wordt aangetast. Dienaangaande vraagt het bevoegd gezag advies aan de betreffende leidingbeheerder.

Artikel 17 Leiding - Riool

 

17.1 Toepassingsbereik - aanwijzing locatie(s) 'Leiding - Riool'

  1. De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locatie(s) die zijn aangewezen als 'Leiding - Riool'.

  2. De regels van 'Leiding - Riool' gaan voor op de regels van de functies in de artikelen 9 tot en met 14.

17.2 Regels over gebruiksactiviteiten binnen locatie(s) 'Leiding - Riool'

 

17.2.1 Toegelaten gebruiksactiviteiten binnen locatie(s) 'Leiding - Riool'

De volgende activiteiten zijn toegestaan op locatie(s) aangewezen als 'Leiding - Riool':

  1. de aanleg instandhouding en bescherming van een ondergrondse hoofdrioolpersleiding en een belemmeringenstrook van 5 meter aan weerszijden van de leiding.

17.3 Regels over bouwactiviteiten binnen locatie(s) 'Leiding - Riool'

In aanvulling op het bepaalde in artikel 22.29 van dit omgevingsplan gelden de volgende regels:

17.3.1 Toegelaten bouwactiviteit - bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Op de locatie(s) 'Leiding - Riool' mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden opgericht ten behoeve van de in artikel 17.2.1 benoemde gebruiksactiviteiten.

17.4 Vergunningplichtige bouwactiviteiten binnen locatie(s) 'Leiding - Riool'

Het is verboden om zonder omgevingsvergunning bouwactiviteiten uit te voeren binnen locatie(s) 'Leiding - Riool' anders dan benoemd in artikel 17.3.1.

17.4.1 Beoordelingsregels omgevingsvergunning bouwactiviteit binnen locatie(s) 'Leiding - Riool'

  1. Een omgevingsvergunning ten behoeve van een vergunningplichtige bouwactiviteit zoals bepaald in artikel 17.4 ter plaatse van een locatie 'Leiding - Riool' wordt verleend onder voorwaarde dat:

  1. het bouwwerk is toegestaan ingevolge een andere op deze gronden volgens dit omgevingsplan toegestane functie;

  2. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het doelmatig functioneren van de leiding;

  3. vooraf advies wordt ingewonnen van de betreffende leidingbeheerder.

17.5 Regels over het uitvoeren van werken en werkzaamheden

 

17.5.1 Toegelaten werken en werkzaamheden

Op de locatie(s) 'Leiding - Riool' mogen de volgende werken en werkzaamheden uitgevoerd worden:

  1. waarvoor ten tijde van het van kracht worden van het omgevingsplan omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden verleend is dan wel in uitvoering waren;

  2. welke betrekking hebben op normale onderhoudswerkzaamheden van geringe omvang, gericht op en noodzakelijk voor het gebruik overeenkomstig de voor deze gronden ingevolge dit omgevingsplan aangewezen functie(s);

  3. andere werken en/of werkzaamheden noodzakelijk in het kader van het onderhoud of beheer van de aanwezige leiding.

17.5.2 Aanwijzing vergunningplichtige werken en werkzaamheden

Het is verboden om zonder omgevingsvergunning op de locatie(s) 'Leiding - Riool' de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten voeren:

  1. het aanbrengen van diepwortelende (dieper dan 30 cm) en/of hoogopgaande beplanting of bomen (hoger dan 1,50 m), waaronder bijvoorbeeld rietbeplanting;

  2. het permanent opslaan van goederen waaronder ook begrepen het opslaan van afvalstoffen;

  3. het ophogen en egaliseren, bodemverlagen of afgraven of anderszins wijzigen in maaiveld of weghoogte;

  4. het in de grond brengen van voorwerpen;

  5. het aanbrengen van open of gesloten verhardingen;

  6. het verrichten van grondroeractiviteiten,bijvoorbeeld het aanbrengen van rioleringen, kabels, leidingen en drainage, anders dan normaal spit- en ploegwerk, met uitzondering van werkzaamheden ten behoeve van de gebruiksactiviteiten zoals opgenomen in artikel 17.2.1;

  7. diepploegen;

  8. het aanleggen van waterlopen of het vergraven, verruimen of dempen van bestaande waterlopen;

  9. het plaatsen van objecten zoals lichtmasten, wegwijzers en ander straatmeubilair.

17.5.3 Beoordelingsregels vergunningpllichtige werken en werkzaamheden

De omgevingsvergunning wordt alleen verleend indien naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders door de genoemde werken en/of werkzaamheden geen veiligheidsrisico´s ontstaan en de betreffende leiding niet wordt aangetast. Dienaangaande vraagt het bevoegd gezag advies aan de betreffende leidingbeheerder.

Artikel 18 Waarde - Archeologie

 

18.1 Toepassingsbereik - aanwijzing locatie(s) 'Waarde Archeologie'

  1. De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locatie(s) die zijn aangewezen als 'Waarde - Archeologie';

  2. De regels van 'Waarde - Archeologie' gaan voor op de regels van de functies in de artikelen 9 tot en met 14.

18.2 Regels over bouwactiviteiten binnen locatie(s) 'Waarde - Archeologie'

 

18.2.1 Toegelaten bouwactiviteiten binnen locatie(s) 'Waarde - Archeologie'

Op de locatie(s) 'Waarde - Archeologie' mogen bouwactiviteiten worden uitgevoerd met inachtneming van de in dit hoofdstuk geldende regels voor zover:

  1. het een bouwactiviteit betreft ter vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing op de bestaande plaats, waarbij de oppervlakte op of onder straatpeil niet wordt vergroot, of;

  2. een bouwwerk dat wordt gebouwd zonder graaf- of heiwerkzaamheden die dieper gaan dan 0,50m onder straatpeil, of;

  3. een bouwwerk met een oppervlakte van ten hoogste 100m2.

18.3 Vergunningplichtige bouwactiviteiten binnen locatie(s) 'Waarde - Archeologie'

Het is verboden om zonder omgevingsvergunning bouwactiviteiten uit te voeren binnen locatie(s) 'Waarde - Archeologie' voor zover:

  1. het een bouwactiviteit betreft ter vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing op de bestaande plaats waarbij de oppervlakte onder het straatpeil wordt vergroot, of;

  2. een bouwwerk wordt gebouwd met graaf- en of heiwerkzaamheden welke dieper gaan dan 0,50m onder straatpeil, of;

  3. een bouwwerk met een oppervlakte groter dan 100m² wordt gebouwd.

18.3.1 Beoordelingsregels omgevingsvergunning bouwactiviteit binnen locatie(s) 'Waarde - Archeologie'

  1. Een omgevingsvergunning ten behoeve van een vergunningplichtige bouwactiviteit zoals bepaald in artikel 18.3 ter plaatse van een locatie 'Waarde - Archeologie' wordt verleend onder voorwaarde dat:

  1. de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk een rapport heeft overgelegd waarin de archeologische waarde van het terrein, dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld, en;

  2. de aanwezige archeologische waarden, gelet op het onder 1 bedoelde rapport, door het bouwen niet wezenlijk worden aangetast.

  1. Ter voorkoming van mogelijke schade kan 1 of meer van de volgende verplichtingen aan een omgevingsvergunning worden verbonden:

  1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden;

  2. de verplichting tot het doen van opgravingen;

  3. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties.

18.4 Regels over het uitvoeren van werken en werkzaamheden

 

18.4.1 Toegelaten werken en werkzaamheden

Op de locatie(s) 'Waarde - Archeologie' mogen de volgende werken en werkzaamheden uitgevoerd worden over een oppervlakte kleiner dan 100m²:

  1. het uitvoeren van grondbewerkingen waartoe worden gerekend het (af)graven, woelen, mengen, diep- ploegen, egaliseren, ontginnen, heiwerkzaamheden en aanleggen van drainage dieper dan 0,50m onder straatpeil;

  2. het aanleggen, vergraven, verruimen van sloten, vijvers en andere wateren;

  3. het aanleggen of rooien van diepwortelende beplantingen/bomen of bos/boomgaard;

  4. het aanleggen van ondergrondse transport-, energie-, of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur;

  5. archeologisch onderzoek en het doen van opgravingen, mits verricht door een ter zake deskundige.

 

18.4.2 Aanwijzing vergunningplichtige werken en werkzaamheden

Het is verboden om zonder omgevingsvergunning op de locatie(s) 'Waarde - Archeologie' de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten voeren over een oppervlakte van 100m² of groter:

  1. het uitvoeren van grondbewerkingen waartoe worden gerekend het (af)graven, woelen, mengen, diep- ploegen, egaliseren, ontginnen, heiwerkzaamheden en aanleggen van drainage dieper dan 0,50m onder straatpeil;

  2. het aanleggen, vergraven, verruimen van sloten, vijvers en andere wateren;

  3. het aanplanten, aanleggen of rooien van diepwortelende beplantingen/bomen of bos/boomgaard waarbij stobben worden verwijderd;

  4. het aanleggen van ondergrondse transport-, energie-, of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur.

18.4.3 Beoordelingsregels vergunningplichtige werken en werkzaamheden

  1. De omgevingsvergunning wordt alleen verleend indien naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de archeologische waarden.

  2. De omgevingsvergunning kan worden verleend indien:

  1. de aanvrager van de omgevingsvergunning een rapport heeft overgelegd waarin de archeologische waarde van het terrein, dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van het bevoegde gezag in voldoende mate is vastgesteld, en;

  2. de aanwezige archeologische waarden, gelet op het onder 1 bedoelde rapport, door het verrichten van die werken en werkzaamheden niet onevenredig (kunnen) worden geschaad;

  1. Ter voorkoming van mogelijke schade kan 1 of meer van de volgende verplichtingen aan de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden worden verbonden:

  1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor de aanwezige archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden;

  2. de verplichting tot het doen van opgravingen, en/of;

  3. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij vergunning te stellen kwalificaties.