TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22l, Hopliedenkade (Residentie)
| Status: | ontwerp |
| Identificatie: | NL.IMRO.0855.TAM2024012-c001 |
| Plantype: | bestemmingsplan |
Regels TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22l Hopliedenkade
Preambule
Dit TAM-omgevingsplan is gericht op het faciliteren van een gebiedsontwikkeling op locatie Hopliedenkade. Dit TAM-omgevingsplan vormt juridisch een nieuw hoofdstuk (hoofdstuk 22l) van het omgevingsplan van de gemeente Tilburg. Dit hoofdstuk is op grond van artikel 11.1, tweede lid, van het Besluit elektronische publicaties bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl. Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen.
De in dit op www.ruimtelijkeplannen.nl uitgegeven deel van het omgevingsplan (hierna: dit deel) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk 22l van het omgevingsplan van de gemeente Tilburg. In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer "22l' gelezen worden. In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord 'Bijlage', na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage '22l' gelezen worden.
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Artikel 1 Toepassingsbereik TAM-omgevingsplan
De regels in dit TAM-Omgevingsplan zijn van toepassing op de locatie 'Hopliedenkade', waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0855.TAM2024012-b001 met identificatienummer NL.IMRO>TAM2024012-b001 zoals vastgelegd op https://www.ruimtelijkeplannen.nl.
De besluiten als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c, g, h, i, j, k, l of m, van de Invoeringswet Omgevingswet zijn niet van toepassing op de locaties, bedoeld in het eerste lid.
De regels in afdeling 22.2 met uitzondering van paragraaf 22.2.7.3, en de regels afdeling 22.3 zijn niet van toepassing voor zover die regels in strijd zijn met regels in dit TAM-omgevingsplan.
Artikel 2 Begripsbepalingen
De begripsbepalingen in de volgende bijlagen zijn van toepassing voor dit TAM-omgevingsplan, tenzij in dit artikel daarvan is afgeweken:
bijlage 1 bij het Besluit activiteiten leefomgeving;
bijlage 1 bij het Besluit bouwwerken leefomgeving;
bijlage 1 bij het Besluit kwaliteit leefomgeving;
bijlage 1 bij het Omgevingsbesluit;
bijlage 1 bij de Omgevingsregeling.
2.1 TAM-omgevingsplan
Het TAM-omgevingsplan Hopliedenkade (Residentie) met betrekking op de locatie Hopliedenkade in Tilburg
met identificatienummer NL.IMRO.0855.TAM2024007-d001 van de gemeente Tilburg.
2.2 omgevingsplan
Het omgevingsplan van gemeente Tilburg.
2.3 additionele horeca
Horeca waarbij de horeca-activiteit ondersteunend is aan de hoofdactiviteit en daaraan ondergeschikt is en waarbij tevens:
de oppervlakte van de horeca-activiteit maximaal 33% van het b.v.o. van het betreffende pand in beslag mag nemen. Ook een eventueel terras maakt hier deel van uit;
de horeca-activiteit niet zelfstandig mag worden uitgeoefend. Toegang tot de horeca-activiteiten kan niet los van de hoofdfunctie plaatsvinden;
de openingstijden van de horeca-activiteit gelijk zijn aan de openingstijden van de hoofdactiviteit.
2.4 beroepsmatige activiteiten in een woning of bijgebouw
Een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, therapeutisch, kunstzinning en ontwerptechnisch of hiermee gelijk te stellen gebied, niet zijnde prostitutie.
2.5 beschermwaardige boom
Boom, die ingevolge het Tilburgse bomenbeleid is aangewezen als een houtopstand met een monumentale- , eco- of klimaatwaarde, zoals weergegeven op de 'boomwaardekaart' (Bijlage 3 Boomwaardekaart).
2.6 Beeldkwaliteitsplan
Een plan dat de gewenste beeldkwaliteit van de bebouwing en de buitenruimte beschrijft met toetsbare criteria.
2.7 Betaalbare woning
Een koopwoning met een koopprijs van ten hoogste de geïndexeerde bovengrens, bedoeld in artikel 1, derde lid, van de Huisvestingswet 2014, zijnde € 405.000,-- (prijspeil 2025, jaarlijks aan te passen aan de Rijksoverheid vastgestelde bovengrens).
2.8 bouwperceel
Een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.
2.9 bouwwerken van algemeen nut
Bouwwerken ten behoeve van nutsvoorzieningen.
2.10 detailhandel
Het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan persoenen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit.
2.11 evenement
Een activiteit in de openlucht dan wel in al dan niet (deels) tijdelijke onderkomens, gericht op het bereiken van een algemeen of besloten publiek voor informerende, educatieve, sportieve, toeristisch-recreatieve, commerciële, sociale, culturele en/of levensbeschouwelijke doeleinden, alsmede kermissen, braderieën, snuffelmarkten, rommelmarkten, straatfeesten en festivals of daarmee te vergelijken activiteiten.
2.12 geluidluw gevel(deel)
Een gevel(deel) dat is gelegen aan de zijde van een woning met een cumulatieve geluidbelasting (Lcum) niet hoger dan 55 dB.
2.13 geluidluwe buitenruimte
Een buitenruimte bij een woning waarop een cumulatieve geluidbelasting (Lcum) van maximaal 55 dB plaatsvindt. Een geluidluwe buitenruimte kan aan een geluidbelast gevel(deel) liggen, indien sprake is van een veerglaasde buitenruimte onder de volgende voorwaarden:
bij geopende buitenruimte voldoet de geluidbelasting ter hoogte van de te openen delen (raam, schuifpui, deur) aan de grenswaarde;
bij gesloten buitenruimte en geopende ventilatievoorzieningen (buitenluchtcondities) is de gecumuleerde geluidbelasting (Lcum) maximaal 55 dB op het gevel(deel);
in de buitenruimte is sprake van buitenluchtcondities.
2.14 gestapelde woning
Een woning, onderdeel uitmakende van een gebouw dat twee of meer geheel of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen omvat en uit twee of meer bouwlagen bestaat, of waarbij (een deel van) de eerste bouwlaag van het gebouw voor andere activiteiten dan wonen wordt gebruikt, die in overeenstemming zijn met de activiteiten toegestaan op de functie op de locatie.
2.15 monumentale boom
Een boom die is opgenomen in de gemeentelijke lijst van monumentale bomen, zoals die geldt op het moment van het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan.
2.16 Middeldure huurwoning
Huurwoning bedoeld voor middeldure huur en die voldoet aan de bepalingen voor middeldure huurwoning uit de verordening Middenhuur Tilburg 2023.
2.17 ondergeschikte delen van een bouwwerk
Bouwdelen die ondergeschikt zijn aan de hoofdmassa van het desbetreffende bouwwerk, zoals overstekende daken, plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, trappen en trappenhuizen, liftkappen en lifthuizen, (luchtbehandelings-/ventilatie/energie) installaties, bordessen, funderingen, goten, hijsinrichtingen, gevelreclames, gevelisolatie (al dan niet met bijbehorende ommanteling), draagconstructies e.d.
2.18 overkapping
Een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van een gesloten dak, ondersteund door palen of kolommen, eventueel maximaal aan twee zijden omsloten door wanden, die niet tot de constructie behoren.
2.19 peil (straatpeil)
Hieronder wordt verstaan:
voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang onmiddellijk aan de straat grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang;
voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter plaatse van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw.
2.20 sociale huurwoning
Een huurwoning voor sociale huur zoals bedoeld in de verordening doelgroepen sociale woningbouw en middenhuur zoals vastgesteld dd 31 januari 2019.
2.21 Verbeelding
De verbeelding van het TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22l Hopliedenkade (Residentie).
2.22 wonen
Hieronder wordt verstaan:
het geheel van aan huis gebonden activiteiten van huishoudens die plaatsvinden in al dan niet gestapelde woningen, zelfstandige wooneenheden e.d. waarbij de nadruk ligt op (nagenoeg) zelfstandige bewoning. Niet tot wonen behoort het verblijf in recreatieve dagverblijven;
huisvesting van personen in onzelfstandige wooneenheden (kamerverhuur);
beroepsactiviteiten die kunnen worden beschouwd als 'aan huis verbonden beroep', zijnde beroepsactiviteiten van tenminste één bewoner, plaatsvindend in de betrokken woning en/of bijbehorend bijgebouw.
Artikel 3 Meet- en rekenbepalingen
Voor dit TAM-omgevingsplan gelden de volgende meet- en rekenbepalingen:
3.1 dakhelling
Langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak.
3.2 De inhoud van een bouwwerk
Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.
3.3 De goothoogte van een bouwwerk
Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, de boeiboord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.
3.4 De bouwhoogte van een bouwwerk
Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen.
3.5 De oppervlakte van een bouwwerk
Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
3.6 Afstand tot zijdelingse perceelsgrens
Tussen de zijdelingse grenzen van een perceel en enig punt van het op dat perceel voorkomend (hoofd-)gebouw, waar die afstand het kortst is.
Hoofdstuk 2 Algemene regels
Artikel 4 Algemeen gebruiksverbod
Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties is het verboden gronden of bouwwerken te gebruiken anders dan overeenkomstig de aan die locatie toegedeelde activiteiten.
Op grond van het in a. bedoelde gebruiksverbod zijn in ieder geval de volgende activiteiten verboden:
wonen in een vrijstaand bijbehorend bouwwerk met uitzondering van mantelzorg;
wonen in onzelfstandige wooneenheden door meer dan 5 personen;
het storten van puin en afvalstoffen, anders dan ter realisering en/of handhaving van de toegelaten gebruiksactiviteiten;
het opslaan van gerede of ongerede goederen, zoals vaten, kisten bouwmaterialen, werktuigen, machines en onderdelen hiervan, anders dan ter realisering en/of handhaving van de toegelaten gebruiksactiviteiten;
het opslaan van gebruiksklare of onklare voer- en vaartuigen of onderdelen daarvan, anders dan ter realisering en/of handhaving van de toegelaten gebruiksactiviteiten;
het plaatsen of geplaatst houden van onderkomens.
Artikel 5 Parkeerregeling
5.1 Parkeren
Een gebruiksactiviteit en bouw- en aanlegactiviteit als bedoeld in artikel 13 tot en met 15 van hoofdstuk 22l in dit omgevingsplan mag enkel worden uitgevoerd onder voorwaarde dat ten behoeve van het parkeren of stallen van (motor)voertuigen en fietsen wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid zoals bepaald in de nota 'Parkeernormen 2026' of diens opvolger, inclusief de in deze parkeernota opgenomen mogelijkheden tot vrijstellingen.
5.2 Laden en lossen
Indien een gebruiks- of bouwactiviteit aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden of lossen van goederen, moet worden voorzien in voldoende ruimte voor laden en lossen, zoals neergelegd in de CROW Kennisbank in ASVV 2021.
Artikel 6 Beschermwaardige bomen
6.1 Regels over bouwactiviteiten bij beschermwaardige bomen
6.1.1 Toegelaten bouwactiviteiten bij beschermwaardige bomen
Bouwactiviteiten als bedoeld in artikel 13 tot en met 15 van hoofdstuk 22l van dit Omgevingsplan mogen worden uitgevoerd voor zover:
reeds aanwezige bebouwing wordt heropgericht met eenzelfde afstand tot de boom en eenzelfde goot- en bouwhoogte, mits daarbij de betrokken houtopstand / boom niet wordt geschaad;
de bouwactiviteit op een afstand van minimaal 15 meter van de stam van een op de boomwaardekaart aangeduide 'beschermwaardige boom' plaatsvindt.
een omgevingsvergunning is verleend voor de activiteit kappen van de aanwezige boom; of
de boom om andere, van overmacht getuigende redenen, reeds eerder is geveld, dan wel door een calamiteit teniet is gegaan.
6.1.2 Omgevingsplanactiviteit - bouwen binnen 15 meter van beschermwaardige bomen
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning bouwactiviteiten als bedoeld in artikel 13 tot en met 15 van hoofdstuk 22l van dit Omgevingsplan uit te voeren binnen 15 meter van de stam van een op de boomwaardekaart aangeduide 'beschermwaardige boom'.
6.1.3 beoordelingsregels - bouwen binnen 15 meter van beschermwaardige bomen
Een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit binnen 15 meter van de stam van een 'beschermwaardige boom' zoals aangegeduid op de boomwaardekaart kan worden verleend, indien, naar het oordeel van het bevoegd gezag, zodanige maatregelen worden getroffen dat het voortbestaan van de betrokken houtopstand / boom wordt gewaarborgd.
6.1.4 Indieningsvereisten - bouwen binnen 15 meter van beschermwaardige bomen
In aanvulling op artikel 7 van hoofdstuk 22l van dit plan dient een aanvraag omgevingsvergunning, indien het bevoegd gezag dit noodzakelijk acht, te zijn voorzien van een bomeneffectanalyse (BEA) van een onafhankelijk boomtechnisch adviesbureau.
6.2 Regels over het uitvoeren van werken en werkzaamheden bij beschermwaardige bomen
6.2.1 Toegelaten werken en werkzaamheden bij beschermwaardige bomen
Werken en werkzaamheden als bedoeld in artikel 13 tot en met 15 van hoofdstuk 22l van dit Omgevingsplan mogen worden uitgevoerd voor zover:
reeds aanwezige bebouwing wordt heropgericht met eenzelfde afstand tot de boom en eenzelfde goot- en bouwhoogte, mits daarbij de betrokken houtopstand / boom niet wordt geschaad;
de bouwactiviteit op een afstand van minimaal 15 meter van de stam van een op de boomwaardekaart aangeduide 'beschermwaardige boom' plaatsvindt.
een omgevingsvergunning is verleend voor de activiteit kappen van de aanwezige boom;
de boom om andere, van overmacht getuigende redenen, reeds eerder is geveld, dan wel door een calamiteit teniet is gegaan.
6.2.2 Omgevingsplanactiviteit - uitvoeren van werken en werkzaamheden binnen 15 meter van beschermwaardige bomen
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning werken en werkzaamheden uit te voeren binnen 15 meter van de stam van een op de boomwaardekaart aangeduide 'beschermwaardige boom'.
6.2.3 Beoordelingsregels - omgevingsplanactiviteit uitvoeren werken en wekzaamheden binnen 15 meter van beschermwaardige bomen
Een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden binnen 15 meter van de stam van een 'beschermwaardige boom' zoals aangeduid op de boomwaardekaart, kan worden verleend, indien, naar het oordeel van het bevoegd gezag, zodanige maatregelen worden getroffen dat het voortbestaan van de betrokken houtopstand / boom wordt gewaarborgd.
6.2.4 Indieningsvereisten - omgevingsplanactiviteit uitvoeren werken en werkzaamheden binnen 15 meter van beschermwaardige bomen
In aanvulling op artikel 7 van hoofdstuk 22l van dit plan dient een aanvraag omgevingsvergunning, indien het bevoegd gezag dit noodzakelijk acht, te zijn voorzien van een bomeneffectanalyse (BEA) van een onafhankelijk boomtechnisch adviesbureau.
Artikel 7 Aanvraagvereisten omgevingsvergunning
De aanvraag vereisten, als bedoeld in paragraaf 22.5.2. van het omgevingsplan Tilburg d.d. 1 januari 2024, zijn van overeenkomstige toepassing op een omgevingsvergunning die is vereist op grond van dit TAM-omgevingsplan. Als de regels uit paragraaf 22.5.2 van het omgevingsplan Tilburg d.d. 1 januari 2024 in de toekomst een andere plek in de structuur van het omgevingsplan Tilburg krijgen, zijn die regels van overeenkomstige toepassing met inachtneming van de daarop doorgevoerde wijzigingen
Bij een aanvraag omgevingsvergunning worden de gegevens en bescheiden die redelijkerwijs benodigd zijn voor de beoordeling van de vergunningaanvraag voorgelegd.
Artikel 8 Maatwerk- en of vergunningvoorschriften
Het bevoegd gezag kan aanvullende maatwerk- en/of vergunningvoorschriften stellen ten aanzien van:
een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld;
de verkeersveiligheid;
de sociale veiligheid;
de brandveiligheid;
de milieusituatie;
de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden;
het uitvoeren van werken en werkzaamheden.
Artikel 9 Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Artikel 10 Kavelpaspoorten
een aanvraag omgevingsvergunning voor de in artikel 13 genoemde functies wordt getoetst aan het bij het gebouw behorende kavelpaspoort, zoals aangegeven in bijlage 1 van hoofdstuk 22l van dit Omgevingsplan;
een kavelpaspoort dient vast te worden gesteld door de raad van de gemeente Tilburg;
zolang een kavelpaspoort als bedoeld in het eerste lid, niet is vastgesteld geldt een bouwverbod;
Artikel 11 Overgangsrecht bouwwerken
Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk, en afwijkt van de regels in dit TAM-omgevingsplan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot:
gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;
na het tenietgaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is tenietgegaan.
Het bepaalde onder a. is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd zijn met het omgevingsplan zoals dit gold voor de inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan, daaronder begrepen het overgangsrecht van het omgevingsplan zoals dat gold voor de inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan.
Artikel 12 Overgangsrecht gebruik
Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.
Het is verboden het met dit TAM-omgevingsplan strijdige gebruik, bedoeld onder lid 1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dit TAM-omgevingsplan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.
Indien het gebruik, bedoeld onder a., na het tijdstip van inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
Het bepaalde onder a. is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het omgevingsplan zoals dit gold voor de inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan, daaronder begrepen het overgangsrecht van het omgevingsplan zoals dat gold voor de inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan.
Hoofdstuk 3 Functies en activiteiten
Artikel 13 Gemengd
13.1 Toepassingsbereik - aanwijzing locaties(s) 'Gemengd'
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locatie(s) die zijn aangewezen als ‘Gemengd’.
13.2 Regels over gebruiksactiviteiten binnen locatie(s) 'Gemengd'
13.2.1 Toegelaten functies en gebruiksactiviteiten binnen locatie(s) 'Gemengd'
De volgende functes en gebruiksactiviteiten zijn toegestaan op de locatie(s) aangewezen als ‘Gemengd’:
wonen in een gestapelde woning met een minimale gebruiksoppervlakte van 50m2, onder de volgende voorwaarden:
maximaal 272 woningen mogen als zodanig worden gebruikt;
minimaal 44% van de woningen dienen als sociale huurwoning worden gebruikt en voor een periode van 25 jaar na oplevering als zodanig worden gehandhaafd;
minimaal 26% van de woningen dienen als middeldure huurwoning worden gebruikt en voor een periode van 10 jaar na oplevering als zodanig worden gehandhaafd.
beroepsmatige activiteiten in de vorm van een aan huis verbonden beroep;
het exploiteren van een kleinschalige overnachtingsaccommodatie voor kortdurend verblijf in de vorm van een bed & breakfast tot een maximum van 2 kamers in een (bijbehorend bouwwerk bij een) woning waarvan de exploitant de hoofdbewoner is.
groen en speelvoorzieningen
parkeer-, stallings en verkeersvoorzieningen
voorzieningen ten behoeve van in-/uitgang van (ondergrondse) parkeergarages
objecten voor beeldende kunst
De volgende gebruiksactiviteiten zijn enkel tot en met de tweede bovengrondse bouwlaag van een gebouw op de locatie(s) als aangewezen als 'Gemengd' toegestaan:
maatschappelijke activiteiten;
dienstverlenende activiteiten;
exploiteren van een kantoor met een maximale bruto vloeroppervlakte van 500m2;
kantines en restauratieve voorzieningen, voor zover deze ondergeschikt zijn en behoren bij een functie zoals genoemd in dit artikel.
13.2.2 omgevingsplanactiviteit - wonen in een woning met een gebruiksoppervlakte minder dan 50m2
Het is verboden zonder omgevingsvergunning te wonen in een woning met een gebruiksoppervlakte van minder dan 50m2.
13.2.3 specifieke beoordelingsregels - wonen in een woning met een gebruiksoppervlakte minder dan 50m2
Een omgevingsvergunning voor de activiteit wonen in een woning met een gebruiksoppervlakte van minder dan 50m2 kan worden verleend indien, naar het oordeel van het bevoegd gezag, sprake is van:
een specifiek woonconcept zoals bedoeld in het Woonbeleid Tilburg 2025-2030 of;
voor maximaal 3 woningen: een specifiek woonconcept met een, naar het oordeel van het bevoegd gezag, voldoende woonkwaliteit en een collectieve buitenruimte die een meerwaarde biedt voor de woonomgeving.
13.2.4 omgevingsplanactiviteit - exploiteren van detailhandel
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een detailhandel te exploiteren.
13.2.5 Specifieke beoordelingsregels - exploiteren van detailhandel
Een aanvraag om omgevingsvergunning voor het exploiteren van detailhandel kan worden verleend indien:
de activiteit enkel tot en met de tweede bovengrondselaag van een gebouw wordt uitgevoerd;
er naar het oordeel van het bevoegd gezag de functie in overeenstemming is met het op het moment van toetsing geldende detailhandelsbeleid Tilburg;
de bruto vloeroppervlakte van de ruimte waarin de activiteit wordt uitgevoerd maximaal 350m2 bedraagt.
13.2.6 omgevingsplanactiviteit - exploiteren van een additionele horecagelegenheid
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een horecagelegenheid te exploiteren.
13.2.7 Specifieke beoordelingsregels - exploiteren van een additionele horecagelegenheid
Een omgevingsvergunning voor het exploiteren van een horecagelegenheid kan worden verleend, indien:
sprake is van additionele horeca;
de activiteit tot en met de tweede bovengrondse laag van een gebouw wordt uitgevoerd;
uit onderzoek blijkt dat de activiteit, naar het oordeel van het bevoegd gezag, geen ontoelaatbare geluid-, geur-, verkeer- en parkeeroverlast veroorzaakt.
13.2.8 Indieningsvereisten aanvraag omgevingsvergunning - exploiteren van een additionele horecagelegenheid
In aanvulling op artikel 7 van hoofdstuk 22l van dit omgevingsplan, dient bij de aanvraag om omgevingsvergunning te worden voorgelegd:
een akoestisch onderzoek;
een onderzoek naar industriële geur;
een verkeer- en parkeeronderzoek.
13.2.9 Omgevingsplanactiviteit - exploiteren van een bedrijf met uitzondering van detailhandel en horeca
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een bedrijf te exploiteren.
13.2.10 Specifieke beoordelingsregels - exploiteren van een bedrijf met uitzondering van detailhandel en horeca
Een omgevingsvergunning voor het exploiteren van een bedrijf kan worden verleend, indien:
de activiteit enkel tot en met de tweede bovengrondselaag van een gebouw wordt uitgevoerd;
sprake is van een activiteit die naar het oordeel van het bevoegd gezag passend is binnen de gemengde woonomgeving;
uit onderzoek blijkt dat de activiteit, naar het oordeel van het bevoegd gezag, geen ontoelaatbare geluid-,, verkeer- en parkeeroverlast veroorzaakt.
13.2.11 Indieningsvereisten aanvraag omgevingsvergunning - exploiteren van een bedrijf met uitzondering van detailhandel en horeca
In aanvulling op artikel 7 van hoofdstuk 22l van dit omgevingsplan, dient bij de aanvraag omgevingsvergunning te worden voorgelegd:
een akoestisch onderzoek
een verkeer- en parkeeronderzoek.
13.2.12 omgevingsplanactiviteit - exploiteren van een bedrijf in cultuur-, (binnen)sport- en ontspanningsactiviteiten
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een bedrijf in cultuur-, (binnen)sport- en ontspanningsactiviteiten te exploiteren.
13.2.13 Specifieke beoordelingsregels - exploiteren van een bedrijf in cultuur-, (binnen)sport- en ontspanningsactiviteiten
Een omgevingsvergunning voor het exploiteren van een bedrijf in cultuur-, (binnen)sport- en ontspanningsactiviteiten kan worden verleend indien:
de activiteit enkel tot en met de tweede bovengrondselaag van een gebouw wordt uitgeoefend;
de bruto vloeroppervlakte van de ruimte waar de activiteit wordt uitgevoerd maximaal 350m2 bedraagt;
uit onderzoek blijkt dat de activiteit, naar het oordeel van het bevoegd gezag, geen ontoelaatbare geluid-, verkeer- en parkeeroverlast veroorzaakt.
13.2.14 Indieningsvereisten aanvraag omgevingsvergunning - exploiteren van een bedrijf in cultuur-, (binnen)sport- en ontspanningsactiviteiten
In aanvulling op artikel 7 van hoofdstuk 22l van dit omgevingsplan, dient bij de aanvraag omgevingsvergunning te worden voorgelegd:
een akoestisch onderzoek;
een verkeer- en parkeeronderzoek.
13.2.15 omgevingsplanactiviteit - toevoegen woningen
Het is verboden zonder omgevingsvergunning meer woningen te gebruiken dan genoemd in artikel 13.2.1 onder a, bullet 1, sub I.
13.2.16 Specifieke beoordelingsregels - toevoegen woningen
Een omgevingsvergunning voor het toevoegen van woningen kan worden verleend indien:
het aantal woningen in het plangebied niet meer wordt dan 280;
de woningen een minimale gebruiksoppervlakte hebben van 50m2, dan wel wordt voldaan aan het gestelde in artikel 13.2.3;
wordt voldaan aan het gestelde onder 13.2.1 onder a, bullet 1, sub II en III.
13.3 Regels over bouwactiviteiten binnen locatie(s) 'Gemengd'
13.3.1 Algemene regels bouwactiviteit - Voorwaardelijke verplichting waterberging
Het bouwen van een gebouw of bouwwerk is toegelaten op de locatie(s) aangewezen als 'Gemengd' mits:
bij de bouw van een gebouw of bouwwerk met een oppervlakte van 50m2 of groter wordt voorzien in de aanleg van voldoende waterberging.
Hierbij moet worden voldaan aan de waterbergingsopgave zoals neergelegd in het Programma water en riolering (of diens opvolger). Indien het Programma water en riolering (of diens opvolger) wordt gewijzigd, dient te worden voldaan aan de gewijzigde waterbergingsopgave.
Het bouwen van een bouwwerk wordt ook toegelaten als de realisatie van de waterberging redelijkerwijs niet mogelijk is en in een andere gelijkwaardige invulling van de waterbergingsopgave wordt voorzien.
13.3.2 Toegelaten bouwactiviteit - bouwen van bouwwerken van algemeen nut
Op de locatie(s) 'Gemengd' mogen bouwwerken van algemeen nut worden opgericht, mits:
de bouwhoogte van een bouwwerk van algemeen nut niet meer bedraagt dan 3,5 meter;
de maximum oppervlakte van een bouwwerk van algemeen nut niet meer bedraagt dan 50m².
13.3.3 Toegelaten bouwactiviteit - Ondergronds bouwen
Op de locatie(s) 'Gemengd' mogen ondergrondse bouwwerken worden opgericht ten behoeve van
water en waterhuishoudkundige voorzieningen;
afvalinzameling;
installaties;
trappen en hellingbanen;
entrees, in- en uitgangen parkeergarage inclusief bijbehorende voorzieningen;
opwekken van duurzame energie;
liftputten
de verticale diepte mag niet meer bedragen dan 4 meter -peil.
13.3.4 Omgevingsplanactiviteit - bouwen van een parkeergarage
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een parkeergarage op te richten of te wijzigen.
13.3.5 Specifieke beoordelingsregels - bouwen van een parkeergarage
Een omgevingsvergunning voor het oprichten of wijzigen van een parkeergarage kan alleen worden verleend, indien:
de ondergrondse diepte van de parkeergarage maximaal 8 meter -peil bedraagt;
de parkeergarage uit maximaal 1 parkeerlaag bestaat.
13.3.6 Omgevingsplanactiviteit - bouwen van een hoofdgebouw
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een hoofdgebouw op te richten of te wijzigen.
13.3.7 Specifieke beoordelingsregels - bouwen van een hoofdgebouw
Een omgevingsvergunning voor het oprichten of wijzigen van een hoofdgebouw kan alleen worden verleend, indien:
het gebouw binnen het bouwvlak is gelegen;
ondergeschikte bouwdelen het bouwvlak met maximaal 1 meter overschrijden;
balkons, overkragingen, overkappingen en luifels e.d. het bouwvlak met maximaal 2 meter overschrijden, onder voorwaarde dat :
niet lager wordt gebouwd dan 4,2m boven de hoogte van een rijweg, met inbegrip van een strook van 0,5m breedte ter weerszijden van die rijweg;
niet lager wordt gebouwd dan 2,2m boven de hoogte van een ander deel van de openbare ruimte en voor zover de veiligheid van de gebruikers van de openbare ruimte niet in gevaar komt.
de goothoogte van een gebouw maximaal de hoogte van de op de verbeelding aangeduide goothoogte bedraagt;
de bouwhoogte van een gebouw maximaal de hoogte van de op de verbeelding aangeduide bouwhoogte bedraagt;
Ter plaatse van de op de verbeelding aangeduide bouwaanduiding 'specifieke bouwaanduiding - overkraging' een uitkragend terrasbalkon is toegestaan zoals in kavelpaspoort 5 (bijlage 1) is omschreven;
Ter plaatse van de op de verbeelding aangeduide bouwaanduiding 'ond' een overbouwing in de vorm van een loopbrug conform de regels in kavelpaspoort 3 en 4 (bijlage 1) mag worden opgericht;
uit onderzoek blijkt dat de bezonning van omliggende woningen en woongebouwen, naar het oordeel van het bevoegd gezag, voldoet aan het gestelde in de Handreiking hoogbouw mei 2017 reparatie juni 2023, inclusief de in deze Handreiking genoemde afwijkingsmogelijkheden;
uit onderzoek blijkt dat het windklimaat, naar het oordeel van het bevoegd gezag, rondom het nieuwe gebouw aanvaardbaar is, te weten een windklimaat dat voldoet aan minimaal windklasse C voor verblijf en windklasse D voor doorlopen;
er wordt voldaan aan de ruimtelijke eisen zoals gesteld in de kavelpaspoorten als bedoeld in artikel 10 van hoofdstuk 22l van dit omgevingsplan.
er wordt voldaan aan de eisen van een groene inrichting van het openbaar gebied en klimaatadaptatie zoals genoemd in hoofdstuk 3, tabel ‘Hoogbouw’ en bepaald met bijlage 1 ‘Scoresysteem maatregelen klimaatadaptatie gemeente’ van de Notitie klimaatscoretool ‘Klimaatscores nieuwbouwontwikkelingen’ d.d. 22 maart 2023 (bijlage 4 bij deze regels);
er wordt voldaan aan de eisen van natuurinclusief bouwen met een minimale score van 30 punten, te weten 7 voor dak en gevel, 10 voor (dier)verblijven in gebouw en 13 voor omgeving van het gebouw. Dit wordt bepaald met behulp van de maatregelen genoemd in de bijlage uit de notitie ‘Puntensysteem voor natuur- en groeninclusief bouwen Tilburg’ van december 2021 (bijlage 5 bij deze regels);
er wordt voldaan aan de aan de voorwaarden voor het bouwen zoals die zijn genoemd in bijlage 6 bij deze regels, dan wel dat de voorwaarden voor het bouwen zoals die zijn genoemd in bijlage 6 bij deze regels krachtens een voorschrift verbonden aan de omgevingsvergunning voor het bouwen voldoende zijn verzekerd.
13.3.8 Specifieke beoordelingsregels - bouwen van een hoofdgebouw voor een geluidgevoelige activiteit
Een omgevingsvergunning voo het bouwen van een hoofdgebouw voor een geluidgevoelige activiteit kan alleen worden verleend indien wordt voldaan aan de volgende regels:
Ieder hoofdgebouw waarbij op een gevel(deel) de gecumuleerde geluidbelasting (Lcum) meer dan 63 dB bedraagt, moet zijn voorzien van een niet geluidgevoelige gevel voor dat deel van de gevel waarop deze geluidbelasting plaats vindt;
Ieder hoofdgebouw waarbij op een gevel de gecumuleerde geluidbelasting (Lcum) meer dan 55 dB bedraagt moet zijn voorzien van een geluidluw gevel(deel) en een geluidluwe buitenruimte met een gecumuleerde geluidbelasting (Lcum) van maximaal 55 dB. Voor wat betreft het geluidluwe gevel(deel) geldt dat dit zich direct achter dit gevel(deel) een verblijfsruimte moet bevinden.
13.3.9 Indieningsvereisten - bouwen van een hoofdgebouw
In aanvulling op artikel 7 van hoofdstuk 22l van dit plan dient een aanvraag omgevingsvergunning voor het bouwen van een hoofdgebouw te zijn voorzien van een:
bezonningsonderzoek op basis van het gestelde in de Handreiking hoogbouw mei 2017 reparatie juni 2023;
windonderzoek op basis van NEN 8100;
akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai.
13.4 Regels over werken, werkzaamheden en voorzieningen binnen locatie(s) 'Gemengd'
De aanleg en het gebruik van de volgende voorzieningen is toegestaan op de locatie(s) aangewezen als 'Gemengd' voor zover geen verbod is opgenomen elders in dit omgevingsplan:
parkeer-, stallings- en verkeersvoorzieningen;
groenvoorziengen;
speelvoorzieningen;
trappen en hellingbanen met bijbehorende kunstwerken, afscheidingen, overkappingen e.d.;
terrassen behorende bij horecagelegenheden;
voorzieningen voor tijdeljke activiteite, markten en evenementen;
tuin(en);
erven;
water- en waterhuishoudkundige voorzieningen;
nutsvoorzieningen.
Artikel 14 Groen
14.1 Toepassingsbereik - aanwijzing locatie(s) 'Groen'
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locatie(s) die zijn aangewezen als ‘Groen’.
14.2 Regels over gebruiksactiviteiten binnen locatie(s) 'Groen'
14.2.1 Toegelaten functies en gebruiksactiviteiten binnen locatie(s) 'Groen'
De volgende functies, gebruiksactiviteiten en voorzieningen zijn toegelaten binnen de locatie(s) 'Groen':
groenvoorziengen;
bomen en beplanting;
speelvoorzieningen;
water- en waterhuishoudkundige voorzieningen;
fiets- en voetpaden;
calamiteitenroute voor nooddiensten;
straatmeubilair;
kunstobjecten;
14.3 Regels over bouwactiviteiten binnen locatie(s) 'Groen'
14.3.1 Toegelaten bouwactiviteit - bouwwerken, geen gebouw zijnde
In aanvulling op het bepaalde in artikel 22.29 van dit plan mogen op de locatie(s) 'Groen' uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden opgericht , mits:
de bouwhoogte van bouwwerken geen gebouw zijnde niet meer bedraagt dan 3m;
de hoogte van terreinafscheidingen niet meer bedraagt dan 1m;
de hoogte van kunstobjecten niet meer bedraagt dan 3m.
14.3.2 Toegelaten bouwactiviteit - overschrijding vanuit aangrenzende locatie 'Gemengd'
Het bouwen van ondergeschikte bouwdelen en/of balkons, overkragingen, overkappingen en luifels e.d welke een overschrijding hebben vanuit aangrenzende locatie(s) 'Gemengd' is toegestaan, indien niet lager wordt gebouwd dan 2,2m boven de hoogte van een gedeelte van de openbare ruimte en voor zover de veiligheid van de gebruikers van de openbare ruimte niet in gevaar komt.
14.3.3 Toegelaten bouwactiviteit - Ondergronds bouwen
Op de locatie(s) 'Groen' mogen ondergrondse bouwwerken worden opgericht ten behoeve van
water en waterhuishoudkundige voorzieningen;
voorzieningen voor afvalinzameling;
trappen/hellingbanen;
entrees, in- en uitgangen parkeergarage inclusief bijbehorende voorzieningen;
opwekken van duurzame energie;
liftputten.
de verticale diepte mag niet meer bedragen dan 4 meter -peil.
14.3.4 Omgevingsplanactiviteit - bouwen van een parkeergarage
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een parkeergarage op te richten of te wijzigen.
14.3.5 Specifieke beoordelingsregels - bouwen van een parkeergarage
Een omgevingsvergunning voor het oprichten of wijzigen van een parkeergarage kan alleen worden verleend, indien:
de ondergrondse diepte van de parkeergarage maximaal 8 meter -peil bedraagt;
de parkeergarage uit maximaal 1 parkeerlaag bestaat.
Artikel 15 Verkeer - Verblijf
15.1 Toepassingsbereik- aanwijzing locatie(s) 'Verkeer - Verblijf'
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locatie(s) die zijn aangewezen als ‘Verkeer - Verblijf’.
15.2 Regels over gebruiksactiviteiten binnen locatie(s) 'Verkeer - Verblijf'
15.2.1 Toegelaten functies en gebruiksactiviteiten binnen locatie(s) 'Verkeer-Verblijf'
De volgende functies, gebruiksactiviteiten en voorzieningen zijn toegelaten binnen de locatie(s) 'Verkeer-verblijf':
verharde en onverharde fiets- en voetpaden;
wegen voor (gemotoriseerd) verkeer;
trappen en hellingbanen;
parkeervoorzieningen;
groenvoorzieningen;
bomen en beplanting;
speelvoorzieningen;
water en waterhuishoudkundige voorzieningen;
kunstobjecten;
voorzieningen voor tijdeljke activiteiten, markten en evenementen;
terrassen.
15.3 Regels over bouwactiviteiten binnen locatie(s) 'Verkeer - Verblijf'
15.3.1 toegelaten bouwactiviteit - bouwwerken van algemeen nut
In aanvulling op het bepaalde in artikel 22.29 van dit plan mogen op de locatie(s) 'Verkeer-verblijf' uitsluitend bouwwerken van algemeen nut worden opgericht , indien:
de bouwhoogte van een bouwwerk van algemeen nut niet meer bedraagt dan 3,5 meter;
de maximum oppervlakte van een bouwwerk van algemeen nut niet meer bedraagt dan 50m²;
15.3.2 Toegelaten bouwactiviteit - bouwwerken geen gebouw zijnde
In aanvulling op het bepaalde in artikel 22.29 van dit omgevingsplan mogen op de locatie(s) 'Verkeer-verblijf' uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden opgericht , mits:
de bouwhoogte van bouwwerken geen gebouw zijnde niet meer bedraagt dan 3m;
de hoogte van kunstobjecten niet meer bedraagt dan 6m.
15.3.3 Toegelaten bouwactiviteit - overschrijding vanuit aangrenzende locatie(s) 'Gemengd"
Het bouwen van ondergeschikte bouwdelen en/of balkons, overkragingen, overkappingen en luifels e.d welke een overschrijding hebben vanuit aangrenzende locatie(s) 'Gemengd' is toegestaan, indien:
niet lager wordt gebouwd dan 4,2m boven de hoogte van een rijweg, met inbegrip van een strook van 0,5m breedte ter weerszijden van die rijweg;
niet lager wordt gebouwd dan 2,2m boven de hoogte van een ander deel van de openbare ruimte en voor zover de veiligheid van de gebruikers van de openbare ruimte niet in gevaar komt;
15.3.4 Toegelaten bouwactiviteit - Ondergronds bouwen
Op de locatie(s) 'Gemengd' mogen ondergrondse bouwwerken worden opgericht ten behoeve van
water en waterhuishoudkundige voorzieningen;
voorzieningen voor afvalinzameling;
trappen/hellingbanen;
entrees, in- en uitgangen parkeergarage inclusief bijbehorende voorzieningen;
opwekken van duurzame energie;
liftputten.
de verticale diepte mag niet meer bedragen dan 4 meter -peil.
15.3.5 Omgevingsplanactiviteit - bouwen van een parkeergarage
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een parkeergarage op te richten of te wijzigen.
15.3.6 Specifieke beoordelingsregels - bouwen van een parkeergarage
Een omgevingsvergunning voor het oprichten of wijzigen van een parkeergarage kan alleen worden verleend, indien:
de ondergrondse diepte van de parkeergarage maximaal 8 meter -peil bedraagt;
de parkeergarage uit maximaal 1 parkeerlaag bestaat.