direct naar inhoud van Regels

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22g, Louis Bouwmeesterplein

Status: vastgesteld
Identificatie: NL.IMRO.0855.TAM2024007-c001
Plantype: bestemmingsplan

Regels TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22g Louis Bouwmeesterplein

 

Preambule

Dit TAM-omgevingsplan is gericht op het faciliteren van een gebiedsontwikkeling op locatie Louis Bouwmeesterplein. Dit TAM-omgevingsplan vormt juridisch een nieuw hoofdstuk (hoofdstuk 22g) van het omgevingsplan van de gemeente Tilburg. Dit hoofdstuk is op grond van artikel 11.1, tweede lid, van het Besluit elektronische publicaties bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl. Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen. 

 

De in dit op www.ruimtelijkeplannen.nl uitgegeven deel van het omgevingsplan (hierna: dit deel) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk 22g van het omgevingsplan van de gemeente Tilburg. In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer "22g' gelezen worden. In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord 'Bijlage', na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage '22g' gelezen worden. 

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

 

Artikel 1 Toepassingsbereik TAM-omgevingsplan

  1. De regels in dit TAM-omgevingsplan zijn van toepassing op de locatie 'Louis Bouwmeesterplein', waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0855.TAM2024007-c001 met identificatienummer NL.IMRO.TAM2024001-c001 zoals vastgelegd op https://www.ruimtelijkeplannen.nl.

  2. De besluiten als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c, g, h, i, j, k, l of m, van de Invoeringswet Omgevingswet zijn niet van toepassing op de locaties, bedoeld in het eerste lid.

  3. De regels in afdeling 22.2 met uitzondering van paragraaf 22.2.7.3, en de regels afdeling 22.3 zijn niet van toepassing voor zover die regels in strijd zijn met regels in dit TAM-omgevingsplan.

 

 

Artikel 2 Begripsbepalingen

De begripsbepalingen in de volgende bijlagen zijn van toepassing voor dit TAM-omgevingsplan, tenzij in dit artikel daarvan is afgeweken:

  1. bijlage 1 bij het Besluit activiteiten leefomgeving;

  2. bijlage 1 bij het Besluit bouwwerken leefomgeving;

  3. bijlage 1 bij het Besluit kwaliteit leefomgeving;

  4. bijlage 1 bij het Omgevingsbesluit;

  5. bijlage 1 bij de Omgevingsregeling.

2.1 TAM-omgevingsplan

Het TAM-omgevingsplan Louis Bouwmeesterplein met betrekking op de locatie Louis Bouwmeesterplein

met identificatienummer NL.IMRO.0855.TAM2024007-c001 van de gemeente Tilburg.

2.2 omgevingsplan

Het omgevingsplan van gemeente Tilburg.

2.3 Bedrijf

Een inrichting die bedrijfsmatig activiteiten verricht die liggen op het vlak van industrie, handel en groothandel met eventueel bijbehorende ondergeschikte showroom (geen detailhandel), ambacht, nijverheid, productie, distributie, logistiek, vervoer, opslag, reparatie e.d. Tevens worden hiertoe gerekend bijbehorende kantoorruimten en installaties. Niet tot bedrijf wordt gerekend: kantoor, horeca, detailhandel, nutsvoorzieningen, tank- en servicestation, autowasplaats, zorg en dienstverlening, recreatie en sport, agrarisch bedrijf en maatschappelijke instellingen.

2.4 beroepsmatige activiteiten in een woning of bijgebouw

Een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, therapeutisch, kunstzinning en ontwerptechnisch of hiermee gelijk te stellen gebied, niet zijnde prosititutie.

2.5 beschermwaardige boom

Boom, die ingevolge het Tilburgse bomenbeleid is aangewezen als een houtsopstand met een monumentale-, eco- of klimaatwaarde, zoals weergegeven op de boomwaardekaart.

2.6 Betaalbare woning

2.7 bouwperceel

Een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.

2.8 bouwwerken van algemeen nut

Bouwwerken ten behoeve van nutsvoorzieningen.

2.9 detailhandel

Het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan persoenen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit.

2.10 evenement

Een activiteit in de openlucht dan wel in al dan niet (deels) tijdelijke onderkomens, gericht op het bereiken van een algemeen of besloten publiek voor informerende, educatieve, sportieve, toeristisch-recreatieve, commerciële, sociale, culturele en/of levensbeschouwelijke doeleinden, alsmede kermissen, braderieën, snuffelmarkten, rommelmarkten, straatfeesten en festivals of daarmee te vergelijken activiteiten.

2.11 geluidluwe buitenruimte

Een buitenruimte bij een woning waarop een cumulatieve geluidbelasting (Lcum) van maximaal 55 dB plaatsvindt. Een geluidluwe buitenruimte kan aan een geluidbelast gevel(deel) liggen indien sprake is van een verglaasde buitenruimte onder de volgende voorwaarden:

  1. Bij geopende buitenruimte voldoet de geluidbelasting ter hoogte van de te openen delen (raam, schuifpui, deur) aan de grenswaarde.

  2. Bij gesloten buitenruimte en geopende ventilatievoorzieningen (buitenluchtcondities) is de gecumuleerde geluidbelasting (Lcum) maximaal 55 dB op het gevel(deel).

2.12 geluidluw gevel(deel)

Een gevel(deel) die is gelegen aaan de zijde van een woning met een cumulatieve geluidbelasting (Lcum) niet hoger dan 55 dB.

2.13 gestapelde woning

Een woning, onderdeel uitmakende van een gebouw dat twee of meer geheel of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen omvat en uit twee of meer bouwlagen bestaat, of waarbij (een deel van) de eerste bouwlaag van het gebouw voor andere activiteiten dan wonen wordt gebruikt, die in overeenstemming zijn met de activiteiten toegestaan op de functie op de locatie.

2.14 grondgebonden woning

Een met de grond verbonden woning, bedoeld voor de huisvesting van één huishouden, daaronder begrepen beroep aan huis, met een zelfstandige ontsluiting op de begane grond, niet zijnde een gestapelde woning.

2.15 horecacategorie 1 (Daghoreca)

Horeca inrichitng, met de maximale openingstijden tussen 8.00 en 23.00, niet zijnde een horeca inrichting als bedoeld in categorie 2, waar:

hoofdzakelijk kleine etenswaren en/of dranken worden verstrekt.

Voorbeelden zijn: thee &koffie-concepten, brood & lunchconcepten, ijs & yoghurt concepten. Daarnaast zijn ook concepten zoals omschreven bij categorie 3 mogelijk indien de openingstijden worden beperkt.

2.16 horecacategorie 2 (Droge horeca)

Horeca inrichting waar:

hoofdzakelijk kleine etenswaren en/of alcolholvrije dranken worden verstrekt.

Voorbeelden zijn: fastfoodconcepten, healthy fastfoodconcepten, snackbars, shoarmazaken. Indien alcohol wordt verstrekt valt het bedrijf in categorie 3.

2.17 horecacategorie 3 (Eetgelegenheden)

Horeca inrichting, niet zijnde een horeca inrichting als bedoeld in categorie 2, waar:

hoofdzakelijk maaltijden worden verstrekt.

Voorbeelden zijn: restaurants, pizzeria's, all- you-can-eat-concepten, café-restaurant.

2.18 horecacategorie 4 (Café - Barconcepten)

Horeca inrichting waar:

hoofdzakelijk dranken worden vestrekt en waar eventueel in combinatie daarmee kleine etenswaren worden verstrekt.

Voorbeelden zijn: cafés, bars, pubs, bier-, wijn- en cocktailconcepten.

2.19 horecacategorie 5 (Uitgaan & Zalen)

Horeca inrichting waar:

hoofdzakelijk dranken worden verstrekt en entertainment wordt aangeboden, zoals (live) optredens en mechanische muziek.

Voorbeelden zijn: clubs, discotheken, feestcafés, uitgaansconcepten, zalen en partycentra, danscafés, karaokebars. Combinatie met (onderdelen) van categorie 3 en 4 vallen ook binnen deze categorie.

2.20 horecacategorie 6 (Verblijfshoreca)

Horeca inrichting waar:

hoofdzakelijk gelegenheid tot tijdelijk slaapverblijf wordt gegeven, en waar eventueel in combinatie daarmee maaltijden, dranken en/of kleine etenswaren worden verstrekt.

Voorbeelden zijn: hotels, motels en pensions.

2.21 Kwaliteitsteam

Een door het college aan te wijzen team van adviseurs c.q. deskundigen, dat tot doel heeft de nagestreefde ruimtelijke kwaliteit van de ontwikkeling Louis Bouwmeesterplein, bestaande uit het ontwikkelen van een parkeergarage, woningen, commerciele en maatschappelijke functies, een groen binnenhof en het Zomerpark te bewaken.

2.22 monumentale boom

Een boom die is opgenomen in de gemeentelijke lijst van monumentale bomen, zoals die geldt op het moment van het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan.

2.23 Middeldure huurwoning

Huurwoning bedoeld voor middeldure huur en die voldoet aan de bepalingen voor middeldure huurwoning uit de verordening Middenhuur Tilburg 2023.

2.24 ondergeschikte delen van een bouwwerk

Bouwdelen die ondergeschikt zijn aan de hoofdmassa van het desbetreffende bouwwerk, zoals overstekende daken, plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, trappen en trappenhuizen, liftkappen en lifthuizen, (luchtbehandelings-/ventilatie/energie)installaties, bordessen, funderingen, goten, hijsinrichtingen, gevelreclames, gevelisolatie (al dan niet met bijbehorende ommanteling), draagconstructies e.d.

2.25 overkapping

Een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van een gesloten dak, ondersteund door palen of kolommen, eventueel maximaal aan twee zijden omsloten door wanden, die niet tot de constructie behoren.

2.26 peil (straatpeil)

Hieronder wordt verstaan:

  1. voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang onmiddellijk aan de straat grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang;

  2. voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter plaatse van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw.

2.27 sociale huurwoning

Een huurwoning voor sociale huur zoals bedoeld in de verordening doelgroepen sociale woningbouw en middenhuur zoals vastgesteld dd 31 januari 2019.

2.28 Verbeelding

De verbeelding van het TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22l Louis Bouwmeesterplein.

2.29 wonen

Hieronder wordt verstaan:

  1. het geheel van aan huis gebonden activiteiten van huishoudens die plaatsvinden in al dan niet gestapelde woningen, zelfstandige wooneenheden e.d. waarbij de nadruk ligt op (nagenoeg) zelfstandige bewoning. Niet tot wonen behoort het verblijf in recreatieve dagverblijven;

  2. huisvesting van personen in onzelfstandige wooneenheden (kamerverhuur);

  3. beroepsactiviteiten die kunnen worden beschouwd als 'aan huis verbonden beroep', zijnde beroepsactiviteiten van tenminste één bewoner, plaatsvindend in de betrokken woning en/of bijbehorend bijgebouw.

 

 

 

Artikel 3 Meet- en rekenbepalingen

Voor dit TAM-omgevingsplan gelden de volgende meet- en rekenbepalingen: 

3.1 dakhelling

Langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak.

3.2 De inhoud van een bouwwerk

Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.

3.3 De goothoogte van een bouwwerk

Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, de boeiboord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.

3.4 De bouwhoogte van een bouwwerk

Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen.

3.5 De oppervlakte van een bouwwerk

Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.

3.6 Afstand tot zijdelingse perceelsgrens

Tussen de zijdelingse grenzen van een perceel en enig punt van het op dat perceel voorkomend (hoofd-)gebouw, waar die afstand het kortst is.

 

Hoofdstuk 2 Algemene regels

 

 

Artikel 4 Algemeen gebruiksverbod

 

  1. Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties is het verboden gronden of bouwwerken te gebruiken anders dan overeenkomstig de aan die locatie toegedeelde activiteiten.

  2. Op grond van het in a. bedoelde gebruiksverbod zijn in ieder geval de volgende activiteiten verboden:

  1. wonen in een vrijstaand bijbehorend bouwwerk met uitzondering van mantelzorg;

  2. wonen in onzelfstandige wooneenheden door meer dan 5 personen;

  3. het storten van puin en afvalstoffen, anders dan ter realisering en/of handhaving van de toegelaten gebruiksactiviteiten;

  4. het opslaan van gerede of ongerede goederen, zoals vaten, kisten bouwmaterialen, werktuigen, machines en onderdelen hiervan, anders dan ter realisering en/of handhaving van de toegelaten gebruiksactiviteiten;

  5. het opslaan van gebruiksklare of onklare voer- en vaartuigen of onderdelen daarvan, anders dan ter realisering en/of handhaving van de toegelaten gebruiksactiviteiten;

  6. het plaatsen of geplaatst houden van onderkomens.

Artikel 5 Parkeerregeling

 

 

5.1 Parkeren

Een gebruiksactiviteit en bouwactiviteit op gronden aangewezen als 'Waarde - Parkeren' mag enkel worden uitgevoerd onder voorwaarde dat ten behoeve van het parkeren of stallen van (motor)voertuigen en fietsen wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid zoals bepaald in de nota 'Parkeernormen 2023', inclusief de in deze parkeernota opgenomen mogelijkheden tot vrijstellingen.

5.2 Laden en lossen

Indien een gebruiks- of bouwactiviteit aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden of lossen van goederen, moet worden voorzien in voldoende ruimte voor laden en lossen, zoals neergelegd in de CROW Kennisbank in ASVV 2021.

Artikel 6 Beschermwaardige bomen

 

6.1 Regels over bouwactiviteiten bij beschermwaardige bomen

 

6.1.1 Toegelaten bouwactiviteiten bij beschermwaardige bomen

Bouwactiviteiten mogen enkel worden uitgevoerd indien:

  1. reeds aanwezige bebouwing wordt heropgericht met eenzelfde afstand tot de beschermwaardige boom of monumtale boom en eenzelfde goot- en bouwhoogte, mits daarbij de betrokken houtopstand / boom niet wordt geschaad;

  2. de bouwactiviteit op een afstand van minimaal 15 meter van de stam van een op de verbeelding aangeduide 'beschermwaardige boom' of 'monumentale boom' plaatsvindt.

  3. een omgevingsvergunning is verleend voor de activiteit kappen van de aanwezige boom; of

  4. de boom om andere, van overmacht getuigende redenen, reeds eerder is geveld, dan wel door een calamiteit teniet is gegaan.

6.1.2 Omgevingsplanactiviteit - bouwen binnen 15 meter van beschermwaardige bomen

Het is verboden om zonder omgevingsvergunning bouwactiviteiten uit te voeren binnen 15 meter van de stam van een op de in bijlage 1 opgenomen boomwaardekaart aangeduide 'beschermwaardige boom' of 'monumentale boom'.

6.1.3 beoordelingsregels - bouwen binnen 15 meter van beschermwaardige bomen

Een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit binnen 15 meter van de stam van een 'beschermwaardige boom' of 'monumentale boom' binnen de locatie(s) 'Waarde - Beschermwaardige bomen' kan worden verleend, indien, naar het oordeel van het bevoegd gezag, zodanige maatregelen worden getroffen dat het voortbestaan van de betrokken houtopstand / boom wordt gewaarborgd.

6.1.4 Indieningsvereisten - bouwen binnen 15 meter van beschermwaardige bomen

In aanvulling op artikel 7 van hoofdstuk 22g van dit plan dient een aanvraag omgevingsvergunning, indien het het bevoegd gezag dit noodzakelijk acht, te zijn voorzien van een bomeneffectanalyse (BEA) van een onafhankelijk boomtechnisch adviesbureau.

6.2 Regels over het uitvoeren van werken en werkzaamheden bij beschermwaardige bomen

 

6.2.1 Toegelaten werken en werkzaamheden bij beschermwaardige bomen

Werken en werkzaamheden mogen enkel worden uitgevoerd indien:

  1. reeds aanwezige bebouwing wordt heropgericht met eenzelfde afstand tot de beschermwaardige boom of monumentale boom en eenzelfde goot- en bouwhoogte, mits daarbij de betrokken houtopstand / boom niet wordt geschaad;

  2. de bouwactiviteit op een afstand van minimaal 15 meter van de stam van een op de verbeelding aangeduide 'beschermwaardige boom' of 'monumentale boom' plaatsvindt.

  3. een omgevingsvergunning is verleend voor de activiteit kappen van de aanwezige boom;

  4. de boom om andere, van overmacht getuigende redenen, reeds eerder is geveld, dan wel door een calamiteit teniet is gegaan.

6.2.2 Omgevingsplanactiviteit - uitvoeren van werken en werkzaamheden binnen 15 meter van beschermwaardige bomen

Het is verboden om zonder omgevingsvergunning werken en werkzaamheden uit te voeren binnen 15 meter van de stam van een op de in bijlage 1 opgenomen boomwaardekaart aangeduide 'beschermwaardige boom' of 'monumentale boom'.

6.2.3 Beoordelingsregels - omgevingsplanactiviteit uitvoeren werken en wekzaamheden binnen 15 meter van beschermwaardige bomen

Een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden binnen 15 meter van de stam van een 'beschermwaardige boom' of 'monumentale boom' binnen de locatie(s) 'Waarde - Beschermwaardige bomen' kan worden verleend, indien, naar het oordeel van het bevoegd gezag, zodanige maatregelen worden getroffen dat het voortbestaan van de betrokken houtopstand / boom wordt gewaarborgd.

 

6.2.4 Indieningsvereisten - omgevingsplanactiviteit uitvoeren werken en werkzaamheden binnen 15 meter van beschermwaardige bomen

In aanvulling op artikel 7 van hoofdstuk 22g van dit plan dient een aanvraag omgevingsvergunning, indien het het bevoegd gezag dit noodzakelijk acht, te zijn voorzien van een bomeneffectanalyse (BEA) van een onafhankelijk boomtechnisch adviesbureau.

Artikel 7 Aanvraagvereisten omgevingsvergunning

  1. De aanvraag vereisten, als bedoeld in paragraaf 22.5.2. van het omgevingsplan Tilburg d.d. 1 januari 2024, zijn van overeenkomstige toepassing op een omgevingsvergunning die is vereist op grond van dit Tam-omgevingsplan. Als de regels uit paragraaf 22.5.2 van het omgevingsplan Tilburg d.d. 1 januari 2024 in de toekomst een andere plek in de structuur van het omgevingsplan Tilburg krijgen, zijn die regels van overeenkomstige toepassing met inachtneming van de daarop doorgevoerde wijzigingen

  2. Bij een aanvraag om omgevingsvergunning worden de gegevens en bescheiden die redelijkerwijs benodigd zijn voor de beoordeling van de vergunningaanvraag voorgelegd.

Artikel 8 Maatwerk- en of vergunningvoorschriften

 

Het bevoegd gezag kan aanvullende maatwerk- en/of vergunningvoorschriften stellen ten aanzien van:

  1. een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld;

  2. de verkeersveiligheid;

  3. de sociale veiligheid;

  4. de brandveiligheid;

  5. de milieusituatie;

  6. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden;

  7. het uitvoeren van werken en werkzaamheden.

Artikel 9 Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Artikel 10 Overgangsrecht bouwwerken

  1. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk en afwijkt van de regels in dit TAM-omgevingsplan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot:

  1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;

  2. na het tenietgaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. 

  1. Het bepaalde onder a. is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd zijn met het omgevingsplan zoals dit gold voor de inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan, daaronder begrepen het overgangsrecht van het omgevingsplan zoals dat gold voor de inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan. 

Artikel 11 Overgangsrecht gebruik

  1. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. 

  2. Het is verboden het met dit TAM-omgevingsplan strijdige gebruik, bedoeld onder lid 1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dit TAM-omgevingsplan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 

  3. Indien het gebruik, bedoeld onder a., na het tijdstip van inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 

  4. Het bepaalde onder a. is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het omgevingsplan zoals dit gold voor de inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan, daaronder begrepen het overgangsrecht van het omgevingsplan zoals dat gold voor de inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan. 

Hoofdstuk 3 Functies en activiteiten

 

Artikel 12 Gemengd

 

12.1 Toepassingsbereik - aanwijzing locaties(s) 'Gemengd'

De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locatie(s) die zijn aangewezen als ‘Gemengd’.

 

12.2 Regels over gebruiksactiviteiten binnen locatie(s) 'Gemengd'

 

12.2.1 Toegelaten functies en gebruiksactiviteiten binnen locatie(s) 'Gemengd'

  1. De volgende gebruiksactiviteiten zijn toegestaan op de locatie(s) aangewezen als ‘Gemengd’:

  1. wonen in een grondgebonden of gestapelde woning met een minimale gebruiksoppervlakte van 50m2, waarbij minimaal 50% van de woningen als betaalbare woningen worden uitgevoerd, met dien verstande dat daarvan 20% van de woningen als sociale huurwoning en 10% van de woningen als middeldure huurwoning worden uitgevoerd en voor een periode van 15 jaar na oplevering als zodanig moeten worden gebruikt;

  2. maximaal 480 woningen mogen worden gerealiseerd en in stand worden gehouden;

  3. beroepsmatige activiteiten in de vorm van een aan huis verbonden beroep onder de volgende voorwaarden:

  1. degene, die de activiteit uitvoert, is tevens bewoner van de woning;

  2. er is geen sprake van een ontoelaatbare publieks- of verkeersaantrekkende werking;

  3. er wordt of is voldoende voorzien in parkeergelegenheid voor werknemers en bezoekers;

  4. de beroepsuitoefening is naar omvang ondergeschikt aan het wonen, dat wil zeggen dat deze niet meer dan 40% van de vloeroppervlakte van de woning (inclusief aan-, uit en/of bijgebouw) en totaal niet meer dan 80m2 in beslag neemt;

  5. de beroepsuitoefening is in zijn uiterlijke verschijningsvorm ondergeschikt aan de woning en de woonomgeving;

  6. er vindt geen detailhandel plaats, anders dan in ter plaatse vervaardigde goederen;

  7. er wordt op geen enkele andere wijze overlast veroorzaakt.

  1. het exploiteren van een kleinschalige overnachtingsaccommodatie voor kortdurend verblijf in de vorm van een bed & breakfast tot een maximum van 2 kamers in een (bijbehorend bouwwerk bij een) woning waarvan de exploitant de hoofdbewoner is.

  2. groen en speelvoorzieningen;

  3. parkeer-, stallings en verkeersvoorzieningen;

  4. voorzieningen ter verbetering van het microklimaat (geluidhinder, windhinder, regen e.d.), zoals wallen, schermen, luifelconstructies e.d.;

  5. terrassen behorende bij horecagelegenheden voor zover deze het gebruik van de gronden als verkeers- en verblijfsfunctie niet onaanvaardbaar belemmeren;

  6. sanisettes, (wekelijkse) markten, standplaatsen voor kramen, alsmede voor incidentele activiteiten en evenementen, zoals kermis, circus, (sport)evenementen, rommelmarkten, braderieën, buurtfeesten, fancy fairs, festivals e.d.;

  7. in-/uitritten, hellingbanen ten behoeve van ondergrondse parkeergarages en/of fietsenstallingen e.d. met bijbehorende kunstwerken, afscheidingen, overkappingen e.d.;

  8. objecten voor beeldende kunst, reclametoestellen, draagconstructies voor reclame.

 

  1. De volgende gebruiksactiviteiten zijn enkel tot en met de tweede bovengrondse bouwlaag van een gebouw op de locatie(s) als aangewezen als 'Gemengd' toegestaan:

  1. maatschappelijke activiteiten;

  2. dienstverlenende activiteiten;

  3. cultuur- en ontspanningsactiviteiten;

  4. exploiteren van een kantoor met een maximale bruto vloeroppervlakte van 500m2;

  5. exploiteren van detailhandel indien wordt voldaan aan het gestelde in artikel 12.2.4 en 12.2.5;

  6. exploiteren van een horecagelegenheid, indien wordt voldaan aan het gestelde in artikel 12.2.6 t/m 12.2.8;

  7. exploiteren van een bedrijf, indien wordt voldaan aan het gestelde in artikel 12.2.9 t/m 12.2.11;

  8. exploiteren van een binnensport- en recreatieonderneming, indien wordt voldaan aan het gestelde in artikel 12.3.12 t/m 12.2.14;

met dien verstande dat de bruto vloeroppervlakte van de hierboven onder 1 tot en met 8 genoemde activiteiten gezamenlijk niet meer dan 700m2 mag bedragen.

12.2.2 omgevingsplanactiviteit - wonen in een kleine woning

Het is verboden zonder omgevingsvergunning te wonen in een woning met een gebruiksoppervlakte van minder dan 50m2.

12.2.3 specifieke beoordelingsregels - wonen in een kleine woning

Een omgevingsvergunning voor de activiteit wonen in een woning met een gebruiksoppervlakte van minder dan 50m2 kan worden verleend indien, naar het oordeel van het bevoegd gezag, sprake is van:

  1. een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en;

  2. een specifiek woonconcept, zoals bedoeld in het Woonbeleid Tilburg 2025 - 2030.

12.2.4 omgevingsplanactiviteit - exploiteren van detailhandel

Het is verboden zonder omgevingsvergunning een detailhandel te exploiteren.

12.2.5 Specifieke beoordelingsregels - exploiteren van detailhandel

Een aanvraag om omgevingsvergunning voor het exploiteren van detailhandel kan worden verleend indien:

  1. de activiteit enkel tot en met de tweede bovengrondselaag van een gebouw wordt uitgeoefend en;

  2. de activiteit naar het oordeel van het bevoegd gezag in overeenstemming is met het op moment van aanvraag geldende detailhandelsbeleid Tilburg.

12.2.6 omgevingsplanactiviteit - exploiteren van een horecagelegenheid

Het is verboden zonder omgevingsvergunning een horecagelegenheid te exploiteren.

12.2.7 Specifieke beoordelingsregels - exploiteren van een horecagelegenheid

Een omgevingsvergunning voor het exploiteren van een horecagelegenheid kan worden verleend, indien:

  1. sprake is van categorie horeca 1 en;

  2. de activiteit tot en met de tweede bovengrondse laag van een gebouw wordt uitgevoerd en;

  3. uit onderzoek blijkt dat de activiteit, naar het oordeel van het bevoegd gezag, geen ontoelaatbare geluid-, geur-, verkeer- en parkeeroverlast veroorzaakt.

12.2.8 Indieningsvereisten aanvraag omgevingsvergunning - exploiteren van een horecagelegenheid

In aanvulling op artikel 7 van hoofdstuk 22g van dit omgevingsplan, dient bij de aanvraag om omgevingsvergunning te worden voorgelegd:

  1. een akoestisch onderzoek;

  2. een onderzoek naar industriele geur;

  3. een verkeer- en parkeeronderzoek.

12.2.9 Omgevingsplanactiviteit - exploiteren van een bedrijf met uitzondering van detailhandel en horeca

Het is verboden zonder omgevingsvergunning een bedrijf te exploiteren.

12.2.10 Specifieke beoordelingsregels - exploiteren van een bedrijf met uitzondering van detailhandel en horeca

Een omgevingsvergunning voor het exploiteren van een bedrijf kan worden verleend, indien:

  1. de activiteit tot en met de tweede bovengrondse laag van een gebouw wordt uitgeoefend en;

  2. sprake is van een activiteit die naar het oordeel van het bevoegd gezag passend is binnen de gemengde woonomgeving en;

  3. uit onderzoek blijkt dat de activiteit, naar het oordeel van het bevoegd gezag, geen ontoelaatbare geluid-, geur, verkeer- en parkeeroverlast veroorzaakt.

12.2.11 Indieningsvereisten aanvraag omgevingsvergunning - exploiteren van een bedrijf met uitzondering van detailhandel en horeca

In aanvulling op artikel 7 van hoofdstuk 22g van dit omgevingsplan, dient bij de aanvraag omgevingsvergunning te worden voorgelegd:

  1. een akoestisch onderzoek;

  2. een onderzoek naar industriële geur;

  3. een verkeer- en parkeeronderzoek.

12.2.12 omgevingsplanactiviteit - exploiteren van een binnensport- en recreatie onderneming

Het is verboden zonder omgevingsvergunning een binnensport en/of recreatieonderneming te exploiteren.

12.2.13 Specifieke beoordelingsregels - exploiteren van een binnensport- en recreatieonderneming

Een omgevingsvergunning voor het exploiteren van een binnensport en/of recreatieonderneming kan worden verleend indien:

  1. de activiteit tot en met de tweede bovengrondse laag van een gebouw wordt uitgeoefend en;

  2. uit onderzoek blijkt dat de activiteit, naar het oordeel van het bevoegd gezag, geen ontoelaatbare geluid-, verkeer- en parkeeroverlast veroorzaakt.

12.2.14 Indieningsvereisten aanvraag omgevingsvergunning - exploiteren van een binnensport- en recreatieonderneming

In aanvulling op artikel 7 van hoofdstuk 22g van dit omgevingsplan, dient bij de aanvraag omgevingsvergunning te worden voorgelegd:

  1. een verkeer- en parkeeronderzoek;

  2. een akoestisch onderzoek.

12.3 Regels over bouwactiviteiten binnen locatie(s) 'Gemengd'

 

12.3.1 Algemene regels bouwactiviteit - Voorwaardelijke verplichting waterberging

Het bouwen van een gebouw of bouwwerk is toegelaten op de locatie(s) aangewezen als 'Gemengd' mits:

  1. bij de bouw van een gebouw of bouwwerk met een oppervlakte van 50m2 of groter wordt voorzien in de aanleg van voldoende waterberging.

  2. Hierbij moet worden voldaan aan de waterbergingsopgave zoals neergelegd in het Programma water en riolering (of diens opvolger). Indien het Programma water en riolering (of diens opvolger) wordt gewijzigd, dient te worden voldaan aan de gewijzigde waterbergingsopgave.

  3. Het bouwen van een bouwwerk wordt ook toegelaten als de realisatie van de waterberging redelijkerwijs niet mogelijk is en in een andere gelijkwaardige invulling van de waterbergingsopgave wordt voorzien.

12.3.2 Toegelaten bouwactiviteit - bouwen van bouwwerken van algemeen nut

Op de locatie(s) 'Gemengd' mogen bouwwerken van algemeen nut worden opgericht, mits:

  1. de bouwhoogte van een bouwwerk van algemeen nut niet meer bedraagt dan 3,5 meter;

  2. de maximum oppervlakte van een bouwwerk van algemeen nut niet meer bedraagt dan 50m².

12.3.3 Toegelaten bouwactiviteit - Ondergronds bouwen

  1. Op de locatie(s) 'Gemengd' mogen ondergrondse bouwwerken worden opgericht ten behoeve van

  1. water en waterhuishoudkundige voorzieningen;

  2. voorzieningen voor afvalinzameling;

  3. installatieruimtes;

  4. trappen/hellingbanen;

  5. entree, in- en uitgang parkeergarage inclusief bijbehorende voorzieningen;

  6. voorzieningen voor opwekken van duurzame energie.

  1. de verticale diepte mag niet meer bedragen dan 8 meter -peil.

12.3.4 Toegelaten bouwactiviteit - bouwen van een parkeergarage

Op de locatie(s) 'Gemengd' mag een parkeergarage worden opgericht mits:

  1. de ondergrondse diepte van de parkeergarage maximaal 8 meter -peil bedraagt;

  2. de bovengrondse hoogte van de parkeergarage maximaal 5 meter +peil bedraagt;

  3. de parkeergarage uit maximaal 3 parkeerlagen bestaat, waarvan maximaal 1 parkeerlaag boven peil;

  4. minimaal 19 parkeerplaatsen voor deelauto's en 38 stalplaatsen voor overige deelvoertuigen aanwezig zijn;

  5. minimaal 20% van de parkeerplaatsen een voorbereiding voor voorziening heeft voor openbaar elektrisch laden van voertuigen.

12.3.5 Omgevingsplanactiviteit - bouwen van een hoofdgebouw

Het is verboden zonder omgevingsvergunning een hoofdgebouw op te richten of te wijzigen.

12.3.6 Specifieke beoordelingsregels - bouwen van een hoofdgebouw

Een omgevingsvergunning voor het oprichten of wijzigen van een hoofdgebouw kan alleen worden verleend, indien:

  1. het gebouw binnen het bouwvlak is gelegen;

  2. ondergeschikte bouwdelen het bouwvlak met maximaal 1 meter mogen overschrijden;

  3. balkons, overkragingen, overkappingen en luifels e.d. het bouwvlak met maximaal 2,5 meter mogen overschrijden, onder voorwaarde dat :

  1. niet lager wordt gebouwd dan 4,2m boven de hoogte van een rijweg, met inbegrip van een strook van 0,5m breedte ter weerszijden van die rijweg;

  2. niet lager wordt gebouwd dan 2,2m boven de hoogte van een ander deel van de openbare ruimte en voor zover de veiligheid van de gebruikers van de openbare ruimte niet in gevaar komt;

  1. de bouwhoogte van een gebouw maximaal 17 meter bedraagt, met dien verstande dat ter plaatse van een maatvoeringsvlak de bouwhoogte van een gebouw maximaal de hoogte van de op de verbeelding aangeduide bouwhoogte bedraagt;

  2. uit onderzoek blijkt dat de maximale schaduwwerking op omliggende woningen en woongebouwen voldoet aan het gestelde in de Handreiking Hoogbouw Tilburg, mei 2017 reparatie juni 2023 of diens opvolger;

  3. uit onderzoek blijkt dat het windklimaat, naar het oordeel van het bevoegd gezag, rondom het nieuwe gebouw aanvaardbaar is conform het gesteld in NEN 8100;

  4. het kwaliteitsteam een positief advies heeft uitgebracht over de aanvraag omgevingsvergunning. De gemeenteraad is bevoegd gemotiveerd af te wijken van het advies van het kwaliteitsteam;

  5. aan is getoond dat in of rondom het gebouw verblijfplaatsen voor de beschermde diersoorten aanwezig zijn zoals benoemd in het Soortenmanagementplan Tilburg.

12.3.7 Specifieke beoordelingsregels - bouwen van een hoofdgebouw voor een geluidgevoelige activiteit

Een omgevingsvergunning voor het oprichten of wijzigen van een hoofdgebouw voor een geluidgevoelige activiteit kan alleen worden verleend, indien:

  1. ieder hoofdgebouw waarbij op een gevel(deel) de gecumuleerde geluidbelasting (Lcum) meer dan 63 dB bedraagt, is voorzien van een niet geluidgevoelige gevel voor dat deel van de gevel waarop deze geluidbelasting plaats vindt;

  2. ieder hoofdgebouw waarbij op een gevel de gecumuleerde geluidbelasting (Lcum) meer dan 55 dB bedraagt, is voorzien van een geluidluw gevel(deel) en een geluidluwe buitenruimte met een gecumuleerde geluidbelasting (Lcum) van maximaal 55 dB. Voor wat betreft het geluidluwe gevel(deel) geldt dat zich direct achter dit gevel(deel) een verblijfsruimte moet bevinden.

12.3.8 Indieningsvereisten - bouwen van een hoofdgebouw

In aanvulling op artikel 7 van hoofdstuk 22g van dit plan dient een aanvraag omgevingsvergunning te zijn voorzien van:

  1. bezonningsonderzoek dat voldoet aan het gestelde in de Handreiking Hoogbouw, mei 2017, reparatie juni 2023;

  2. windhinderonderzoek op basis van NEN 8100;

  3. inrichtingsplan;

  4. indien sprake is van een hoofdgebouw voor een geluidgevoelige activiteit: akoestisch onderzoek

  5. advies kwaliteitsteam.

Artikel 13 Groen

 

13.1 Toepassingsbereik - aanwijzing locatie(s) 'Groen'

De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locatie(s) die zijn aangewezen als ‘Groen’. 

 

13.2 Regels over gebruiksactiviteiten binnen locatie(s) 'Groen'

 

13.2.1 Toegelaten functies en gebruiksactiviteiten binnen locatie(s) 'Groen'

De volgende functies en gebruiksactiviteiten zijn toegestaan op de locatie(s) aangewezen als ‘Groen’:

  1. groenvoorzieningen;

  2. speelvoorzieningen;

  3. water- en waterhuishoudkundige voorzieningen;

  4. geluidwerende voorzieningen;

  5. fiets- en voetpaden;

  6. voorzieningen ter verbetering van het microklimaat (geluidhinder, windhinder, regen e.d.), zoals wallen, schermen, luifelconstructies e.d.;

  7. terrassen behorende bij horecagelegenheden voor zover deze het gebruik van de gronden als groenfunctie niet onaanvaardbaar belemmeren;

  8. sanisettes, (wekelijkse) markten, standplaatsen voor kramen, alsmede voor incidentele activiteiten en evenementen, zoals kermis, circus, (sport)evenementen, rommelmarkten, braderieën, buurtfeesten, fancy fairs, festivals e.d.;

  9. in-/uitritten, hellingbanen ten behoeve van ondergrondse parkeergarages en/of fietsenstallingen e.d. met bijbehorende kunstwerken, afscheidingen, overkappingen e.d.;

  10. calamiteitenroute voor hulpdiensten;

  11. objecten voor beeldende kunst, reclametoestellen, draagconstructies voor reclame.

13.3 Regels over bouwactiviteiten binnen locatie(s) 'Groen'

 

13.3.1 Toegelaten bouwactiviteit - bouwwerken, geen gebouw zijnde

In aanvulling op het bepaalde in artikel 22.29 van dit plan mogen op de locatie(s) 'Groen' uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden opgericht , mits:

  1. de bouwhoogte van bouwwerken geen gebouw zijnde niet meer bedraagt dan 3m;

  2. De hoogte van terreinafscheidingen niet meer bedraagt dan 1m;

  3. de hoogte van kunstobjecten niet meer bedraagt dan 10m.

13.3.2 Toegelaten bouwactiviteit - bouwen van bouwwerken van algemeen nut

In aanvulling op het bepaalde in artikel 22.29 van dit plan mogen op de locatie(s) 'Verkeer-verblijf' uitsluitend bouwwerken van algemeen nut worden opgericht , indien:

  1. de bouwhoogte van een bouwwerk van algemeen nut niet meer bedraagt dan 3,5 meter;

  2. de maximum oppervlakte van een bouwwerk van algemeen nut niet meer bedraagt dan 50m²;

13.3.3 Toegelaten bouwactiviteit - overschrijding vanuit aangrenzende locatie 'Gemengd'

Het bouwen van ondergeschikte bouwdelen en/of balkons, overkragingen, overkappingen en luifels e.d welke een overschrijding hebben vanuit aangrenzende locatie(s) 'Gemengd' is toegestaan, indien niet lager wordt gebouwd dan 2,2m boven de hoogte van een gedeelte van de openbare ruimte en voor zover de veiligheid van de gebruikers van de openbare ruimte niet in gevaar komt.

Artikel 14 Verkeer - Verblijf

 

14.1 Toepassingsbereik- aanwijzing locatie(s) 'Verkeer - Verblijf'

De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locatie(s) die zijn aangewezen als ‘Verkeer - Verblijf’.

14.2 Gebruiksactiviteiten binnen locatie(s) 'Verkeer - Verblijf'

 

14.2.1 Toegelaten functies en activiteiten binnen locatie(s) 'verkeer - verblijf'

De volgende gebruiksactiviteiten zijn toegestaan op de locatie(s) aangewezen als ‘Gemengd’:

  1. verkeersvoorzieningen t.b.v. wegverkeer en verblijf, waarbij het aantal rijstroken niet meer dan 2 bedraagt;

  2. groenvoorzieningen;

  3. speelvoorzieningen;

  4. water- en waterhuishoudkundige voorzieningen;

  5. voorzieningen ter verbetering van het microklimaat (geluidhinder, windhinder, regen e.d.), zoals wallen, schermen, luifelconstructies e.d.;

  6. terassen behorende bij horecagelegenheden voor zover deze het gebruik van de gronden als verkeers- en verblijfsfunctie niet onaanvaardbaar belemmeren;

  7. sanisettes, (wekelijkse) markten, standplaatsen voor kramen, alsmede voor incidentele activiteiten en evenementen, zoals kermis, circus, (sport)evenementen, rommelmarkten, braderieën, buurtfeesten, fancy fairs, festivals e.d.;

  8. in-/uitritten, hellingbanen ten behoeve van ondergrondse parkeergarages en/of fietsenstallingen e.d. met bijbehorende kunstwerken, afscheidingen, overkappingen e.d.;

  9. objecten voor beeldende kunst, reclametoestellen, draagconstructies voor reclame.

14.3 Regels over bouwactiviteiten binnen locatie(s) 'Verkeer - Verblijf'

 

14.3.1 toegelaten bouwactiviteit - bouwwerken van algemeen nut

In aanvulling op het bepaalde in artikel 22.29 van dit plan mogen op de locatie(s) 'Verkeer-verblijf' uitsluitend bouwwerken van algemeen nut worden opgericht , indien:

  1. de bouwhoogte van een bouwwerk van algemeen nut niet meer bedraagt dan 3,5 meter;

  2. de maximum oppervlakte van een bouwwerk van algemeen nut niet meer bedraagt dan 50m².

14.3.2 Toegelaten bouwactiviteit - bouwwerken geen gebouw zijnde

In aanvulling op het bepaalde in artikel 22.29 van dit omgevingsplan mogen op de locatie(s) 'Verkeer-verblijf' uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden opgericht , mits:

  1. de bouwhoogte van bouwwerken geen gebouw zijnde niet meer bedraagt dan 3m;

  2. de hoogte van kunstobjecten niet meer bedraagt dan 10m.

14.3.3 Toegelaten bouwactiviteit - Ondergronds bouwen

  1. Op de locatie(s) 'Verkeer-verblijf' mogen ondergrondse bouwwerken worden opgericht ten behoeve van

  1. water en waterhuishoudkundige voorzieningen;

  2. voorzieningen voor afvalinzameling;

  3. installatieruimtes;

  4. trappen/hellingbanen;

  5. entree, in- en uitgang parkeergarage inclusief bijbehorende voorzieningen;

  6. voorzieningen voor opwekken van duurzame energie.

  1. de verticale diepte mag niet meer bedragen dan 8 meter -peil.

14.3.4 Toegelaten bouwactiviteit - overschrijding vanuit aangrenzende locatie(s) 'Gemengd"

Het bouwen van ondergeschikte bouwdelen en/of balkons, overkragingen, overkappingen en luifels e.d welke een overschrijding hebben vanuit aangrenzende locatie(s) 'Gemengd' is toegestaan, indien:

  1. niet lager wordt gebouwd dan 4,2m boven de hoogte van een rijweg, met inbegrip van een strook van 0,5m breedte ter weerszijden van die rijweg;

  2. niet lager wordt gebouwd dan 2,2m boven de hoogte van een ander deel van de openbare ruimte en voor zover de veiligheid van de gebruikers van de openbare ruimte niet in gevaar komt;

 

Artikel 15 Waarde - Archeologie

 

15.1 Toepassingsbereik - aanwijzing locatie(s) Waarde Archeologie

De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locatie(s) die zijn aangewezen als 'Waarde - Archeologie'

15.2 Regels over bouwactiviteiten binnen locatie(s) 'Waarde - Archeologie'

 

15.2.1 Toegelaten bouwactiviteiten binnen locatie(s) 'Waarde Archeologie'

Op de locatie(s) 'Waarde - Archeologie' mogen de volgende bouwactiviteiten worden uitgevoerd met inachtneming van de in dit TAM-omgevingsplan:

  1. een bouwactiviteit ter vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing op de bestaande plaats, waarbij de oppervlakte op of onder peil niet wordt vergroot, of;

  2. een bouwactiviteit voor een bouwwerk dat wordt gebouwd zonder graaf- of heiwerkzaamheden die dieper gaan dan 0,6m onder peil, of;

  3. een bouwactiviteit voor een bouwwerk met een oppervlakte van ten hoogste 30m².

15.2.2 omgevingsplanactiviteit - bouwactiviteiten met grondverzet

Het is verboden om zonder omgevingsvergunning bouwactiviteiten uit te voeren binnen locatie(s) 'Waarde - Archeologie' voor zover:

  1. Het een bouwactiviteit betreft ter vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing op de bestaande plaats waarbij de oppervlakte onder het peil wordt vergroot, of;

  2. een bouwwerk wordt gebouwd met graaf- en of heiwerkzaamheden welke dieper gaan dan 0,6m onder peil, of;

  3. een bouwwerk met een oppervlakte groter dan 30m² wordt gebouwd.

15.2.3 Specifieke beoordelingsregels - bouwactiviteiten met grondverzet

  1. Een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit met grondverzet zoals bedoeld in lid 13.2.2 ter plaatse van een locatie 'Waarde - Archeologie' kan worden verleend, indien:

  1. de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk een rapport heeft overgelegd waarin de archeologische waarde van het terrein, dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld, en;

  2. de aanwezige archeologische waarden, gelet op het onder 1 bedoelde rapport, door het bouwen niet wezenlijk worden aangetast.

  1. Aan de omgevingsvergunning kunnen de volgende verplichtingen worden verbonden:

  1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden;

  2. de verplichting tot het doen van opgravingen;

  3. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties.

15.3 Regels over het uitvoeren van werken en werkzaamheden

 

15.3.1 Toegelaten werken en werkzaamheden

Op de locatie(s) 'Waarde - Archeologie' mogen de volgende werken en werkzaamheden uitgevoerd worden over een oppervlakte kleiner dan 30m²:

  1. het uitvoeren van grondbewerkingen waartoe worden gerekend het (af)graven, woelen, mengen, diep- ploegen, egaliseren, ontginnen, heiwerkzaamheden en aanleggen van drainage;

  2. het aanleggen, vergraven, verruimen van sloten, vijvers en andere wateren;

  3. het aanleggen of rooien van diepwortelende beplantingen/bomen of bos/boomgaard waarbij stobben worden verwijderd;

  4. het aanleggen van ondergrondse transport-, energie-, of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur.

  5. archeologisch onderzoek en het doen van opgravingen, mits verricht door een ter zake deskundige.

15.3.2 omgevingsplanactiviteit - werken en werkzaamheden met een oppervlakte van minimaal 30m²

Het is verboden om zonder omgevingsvergunning op de locatie(s) 'Waarde - Archeologie' de volgende werken en werkzaamheden met een oppervlakte van minimaal 30m² uit te voeren:

  1. het uitvoeren van grondbewerkingen waartoe worden gerekend het (af)graven, woelen, mengen, diep- ploegen, egaliseren, ontginnen, heiwerkzaamheden en aanleggen van drainage dieper dan 0,6m onder peil;

  2. het aanleggen, vergraven, verruimen van sloten, vijvers en andere wateren;

  3. het aanleggen of rooien van diepwortelende beplantingen/bomen of bos/boomgaard waarbij stobben worden verwijderd;

  4. het aanleggen van ondergrondse transport-, energie-, of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur.

15.3.3 Beoordelingsregels omgevingsplanactiviteit - werken en werkzaamheden met een oppervlakte van minimaal 30m²

  1. Een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden met een oppervlakte van minimaal 30m² zoals bedoeld in artikel 13.4.2 ter plaatse van een locatie 'Waarde - Archeolgie' kan worden verleend, indien:

  1. de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk een rapport heeft overgelegd waarin de archeologische waarde van het terrein, dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld, en;

  2. de aanwezige archeologische waarden, gelet op het onder 1 bedoelde rapport, door het bouwen niet wezenlijk worden aangetast.

  1. Aan de omgevingsvergunning kunnen de volgende verplichtingen worden verbonden:

  1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden;

  2. de verplichting tot het doen van opgravingen;

  3. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de