direct naar inhoud van Regels

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a, IJpelareweg 44-46

Status: ontwerp
Identificatie: NL.IMRO.0855.TAM2024001-c001
Plantype: bestemmingsplan

Regels TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a IJpelareweg 44-46

 

Preambule

Dit TAM-omgevingsplan is gericht op het faciliteren van een gebiedsontwikkeling voor bedrijven, in het bijzonder de realisatie van een garagebedrijf aan de IJpelareweg 44-46 te Tilburg. Het betreft de percelen sectie F nrs. 7121, 4587, 4588 en 4792 (ged.). Dit TAM-omgevingsplan is als een nieuw hoofdstuk (hoofdstuk 22a) opgenomen in het omgevingsplan van de gemeente Tilburg. Dit hoofdstuk is op grond van artikel 11.1, tweede lid, van het Besluit elektronische publicaties bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl. Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen.

 

De in dit op https://www.ruimtelijkeplannen.nl gepubliceerde deel van het omgevingsplan (hierna: dit deel) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk 22a van het omgevingsplan van gemeente Tilburg. In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord ‘Artikel’, na de spatie en direct voor het artikelnummer ‘22a.’ gelezen worden. In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet het woord ‘Bijlage’, na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage ‘22a’ gelezen worden. Dus:

 

 

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

 

Artikel 1 Toepassingsbereik TAM-omgevingsplan

  1. De regels van dit TAM-omgevingsplan zijn van toepassing op de locatie ‘TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a IJpelareweg 44-46’, waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0855.TAM2024001-c001 met identificatienummer NL.IMRO.TAM2024001-c001 zoals vastgelegd op https://www.ruimtelijkeplannen.nl

  2. De besluiten als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c, g, h, i, j, k, l of m, van de Invoeringswet Omgevingswet zijn niet van toepassing op de locatie, bedoeld in het eerste lid

  3. De regels in afdeling 22.2 met uitzondering van paragraaf 22.2.7.3, en afdeling 22.3 van het omgevingsplan gemeente Tilburg zijn niet van toepassing voor zover die regels in strijd zijn met regels in dit hoofdstuk.

 

 

Artikel 2 Begripsbepalingen

 

De begripsbepalingen in de volgende bijlagen zijn van toepassing voor dit TAM-omgevingsplan, tenzij in dit artikel daarvan is afgeweken:

  1. bijlage 1 bij het Besluit activiteiten leefomgeving;

  2. bijlage 1 bij het Besluit bouwwerken leefomgeving;

  3. bijlage 1 bij het Besluit kwaliteit leefomgeving;

  4. bijlage 1 bij het Omgevingsbesluit;

  5. bijlage 1 bij de Omgevingsregeling.

2.1 TAM-omgevingsplan

Het TAM-omgevingsplan 'TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Ijpelareweg 44-46' met betrekking op de locatie Ijpelareweg 44-46 te Tilburg met identificatienummer NL.IMRO.TAM2024001-c001 van de gemeente Tilburg;

2.2 omgevingsplan

Het 'Omgevingsplan gemeente Tilburg';

2.3 Verbeelding

De verbeelding van het 'TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Ijpelareweg 44-46';

2.4 Achtererfgebied

Achtererfgebied als bedoeld in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving: "gebouwerf achter de lijn die het hoofdgebouw doorkruist op 1 m achter de voorkant en van daaruit evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied, zonder het hoofdgebouw opnieuw te doorkruisen of in het gebouwerf achter het hoofdgebouw te komen, waarbij als op een perceel meer gebouwen aanwezig zijn die noodzakelijk zijn voor het verrichten van de op grond van het omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit op het perceel toegestane activiteiten of als het hoofdgebouw geen woning is, maar op het perceel wel een of meer op de grond staande woningen aanwezig zijn, voor het leggen van deze lijn bepalend is het hoofdgebouw, de woning of een van de andere hiervoor bedoelde gebouwen, waarvan de voorkant het dichtst is gelegen bij openbaar toegankelijk gebied";

2.5 bebouwingspercentage

Het in procenten uitgedrukte deel van een bouwwerkperceel dat ten hoogste mag worden bebouwd;

2.6 Bebouwingsgebied

Bebouwingsgebied als bedoeld in het 'Omgevingsplan gemeente Tilburg': "Achtererfgebied en de grond onder het hoofdgebouw, uitgezonderd de grond onder het oorspronkelijk hoofdgebouw";

2.7 Bruto-vloeroppervlakte

Bruto-vloeroppervlakte als bedoeld in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving: "Bruto-vloeroppervlakte als bedoeld in NEN 2580";

2.8 bedrijfswoning

een woning in of bij een gebouw of op een terrein kennelijk slechts bedoeld voor het huishouden van een persoon wiens huisvesting daar gelet op de functie van het gebouw of het terrein noodzakelijk is;

2.9 bijbehorend bouwwerk

Bijbehorend bouwwerk als bedoeld in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving: "uitbreiding van een hoofdgebouw of functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak";

2.10 bouwen

Bouwen als bedoeld in de bijlage bij artikel 1.1 van de Omgevingswet:"plaatsen, geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen, veranderen of vergroten";

2.11 bouwwerkperceel

Bouwwerkperceel als bedoeld in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving:

"perceel dat als uitgangspunt dient bij het toetsen van een bouwwerk aan de regels van het Besluit bouwwerken leefomgeving";

2.12 bouwwerk

Bouwwerk als bedoeld in de bijlage bij artikel 1.1 van de Omgevingswet:

"constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren, met inbegrip van de daarvan deel uitmakende bouwwerkgebonden installaties anders dan een schip dat wordt gebruikt voor verblijf van personen en dat is bestemd en wordt gebruikt voor de vaart";

2.13 bouwwerk geen gebouw zijnde

Bouwwerk geen gebouw zijnde als bedoeld in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving: "bouwwerk of gedeelte daarvan, voor zover dat geen gebouw of onderdeel daarvan is ";

2.14 Detailhandel

het bedrijfsmatig te koop aanbieden waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop het verkopen en of leveren van goederen aan personen die die goederen kopen voor gebruik verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit;

2.15 Detailhandel in volumineuze goederen

Detailhandel die vanwege de omvang van de gevoerde artikelen een groot oppervlak nodig heeft voor de uitstalling zoals verkoop van auto`s, boten, caravans, tuininrichting artikelen, grove bouwmaterialen, keukens, meubels en woninginrichting en sanitair;

2.16 extensieve dagrecreatie

Vormen van dagrecreatie die zijn gericht op de beleving van of kennismaking met natuur, landschap en cultuur van het buitengebied, met inbegrip van wandelen, fietsen, skaten, paardrijden, vissen, kanoën, zwemmen en natuurobservatie.

2.17 gebouw

Gebouw als bedoeld in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving: "bouwwerk dat een voor mensen toegankelijke overdekte geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt";

2.18 Gebouwerf

Gebouwerf als bedoeld in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving: "bebouwd of onbebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, waarbij het omgevingsplan die inrichting niet verbiedt";

2.19 nutsvoorzieningen

Voorzieningen ten behoeve van het openbare nut zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen, voorzieningen ten behoeve van ondergrondse afvalinzameling en apparatuur voor telecommunicatie;

2.20 Ondergeschikte bouwdelen

Ondergeschikte delen aan een gebouw zoals trappen, bordessen, funderingen, kelderingangen, overstekende daken, goten, luifels, balkons, balkonhekken, schoorstenen, liftopbouwen en andere ondergeschikte dakopbouwen;

2.21 ondergronds bouwwerk

Elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal die onder het straatpeil is gelegen;

2.22 overkapping

Een bouwwerk, geen gebouw zijnde voorzien van een gesloten dak;

2.23 Parkeren

Parkeren als bedoeld in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990: "Het laten stilstaan van een voertuig anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van passagiers of voor het onmiddellijk laden of lossen van goederen";

2.24 Kantoorfunctie

Kantoorfunctie als bedoeld in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving: "gebruiksfunctie voor administratie";

2.25 Kappen

Vellen als bedoeld in de bijlage bij artikel 1.1 van de Omgevingswet: "Rooien of verrichten van andere handelingen die de dood of ernstige beschadiging van een boom tot gevolg kunnen hebben";

2.26 Voertuigen

Voertuigen als bedoeld in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990: "fietsen, bromfietsen, gehandicaptenvoertuigen, motorvoertuigen, trams en wagens";

2.27 Voorerfgebied

Voorerfgebied als bedoeld in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving: "Gebouwerf dat geen onderdeel is van het achtererfgebied";

 

Artikel 3 Meet- en rekenbepalingen

Voor dit TAM-omgevingsplan gelden de volgende meet- en rekenbepalingen:

3.1 dakhelling

Langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak.

3.2 De goothoogte van een bouwwerk

Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.

3.3 De inhoud van een bouwwerk

Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.

3.4 De bouwhoogte van een bouwwerk

Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.

3.5 De oppervlakte van een bouwwerk

Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.

3.6 Afstand tot zijdelingse perceelsgrens

Tussen de zijdelingse grenzen van een perceel en enig punt van het op dat perceel voorkomend (hoofd-)gebouw, waar die afstand het kortst is.

 

Hoofdstuk 2 Algemene regels

 

 

Artikel 4 Algemeen gebruiksverbod

Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties is het verboden zonder omgevingsvergunning gronden of bouwwerken te gebruiken anders dan overeenkomstig de aan die locatie toegedeelde functies en activiteiten.

 

Artikel 5 Aanvraagvereisten omgevingsvergunning

  1. De aanvraagvereisten, bedoeld in paragraaf 22.5.2 van dit omgevingsplan, zijn van overeenkomstige toepassing op een omgevingsvergunning die is vereist op grond van dit TAM-Omgevingsplan.Als de regels uit paragraaf 22.5.2 van het 'omgevingsplan gemeente Tilburg' d.d. 1 januari 2024 in de toekomst een andere plek in de structuur van het omgevingsplan Tilburg krijgen, zijn die regels van overeenkomstige toepassing met inachtneming van de daarop doorgevoerde wijzigingen.

  2. Bij een aanvraag om omgevingsvergunning dienen de gegevens en bescheiden die redelijkerwijs benodigd zijn voor de beoordeling van de vergunningaanvraag te worden voorgelegd.

Artikel 6 Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Artikel 7 Overgangsrecht bouwwerken

Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van dit TAM-Omgevingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning en afwijkt van dit TAM-Omgevingsplan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd. Na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk teniet is gegaan.

 

Bestaande bebouwing die krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk is opgericht en in overeenstemming is met dit TAM-Omgevingsplan, maar afwijkt van één of meer bebouwingsregels, wordt geacht aan dit TAM-omgevingsplan te voldoen. Hieronder wordt tevens vergunde bebouwing verstaan, die nog moet worden opgericht.

Artikel 8 Overgangsrecht gebruik

 

  1. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van dit TAM-Omgevingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.

  2. Het is verboden het met dit TAM-Omgevingsplan strijdige gebruik, bedoeld onder a., te veranderen of te laten veranderen in een ander met dit plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.

  3. Indien het gebruik, bedoeld onder a., na het tijdstip van inwerkingtreding van dit TAM-Omgevingsplan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.

  4. Het bepaalde onder a. is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met dit plan voor de inwerkingtreding van dit TAM-Omgevingsplan, daaronder begrepen het overgangsrecht van dat plan.

Hoofdstuk 3 Functies en activiteiten

 

Artikel 9 detailhandel perifeer

 

9.1 Toepassingsbereik - aanwijzing locatie(s) 'Detail perifeer'

De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locatie(s) die zijn aangewezen als ‘Detailhandel perifeer’.

9.2 Gebruiksactiviteiten binnen locatie(s) 'Detailhandel perifeer'

 

9.2.1 Toegelaten gebruiksactiviteiten

  1. Detailhandel in volumineuze goederen uitsluitend gericht op een garagebedrijf en handel in auto's of vrachtauto's is toegestaan op de locatie(s) die zijn aangewezen als 'Detailhandel perifeer';

  2. Kantoorfunctie(s) zijn toegestaan op de locatie(s) die zijn aangewezen als 'Detailhandel perifeer' mits voldaan wordt aan artikel 9.2.3;

  3. mits ondergeschikt aan en ten behoeve van de functie zoals genoemd onder a zijn de volgende functies tevens toegestaan

- kantines en restauratieve voorzieningen

- parkeren

9.2.2 Algemene beoordelings gebruik - Voorwaardelijke verplichting kwaliteitsverbetering landschap

Het gebruiken van bedrijfsgebouwen is toegelaten op de locatie(s) aangewezen als ‘Detailhandel perifeer’ mits:

  1. het landschapsplan zoals opgenomen in de bijlage bij dit TAM-omgevingsplan is gerealiseerd en duurzaam in stand gehouden wordt;

  2. of een gelijkwaardige landschappelijke inpassing is gerealiseerd en duurzaam in stand gehouden wordt, en;

  3. de noodzakelijke financiele compensatie zoals opgenomen in het landschapsplan is betaald aan de gemeente.

9.2.3 Beoordelingsregels gebruik - Kantoorfunctie

Ten behoeve van een ter plaatse toegelaten bedrijfsactiviteit zijn ter plaatse van de locatie(s) 'Detailhandel perifeer' kantoorfuncties toegestaan, mits deze functioneel onderdeel uitmaken van het bedrijf zoals genoemd in artikel 9.2.1 en ondergeschikt daaraan zijn.

9.3 Bouwactiviteiten binnen locatie(s) 'Detailhandel perifeer'

 

9.3.1 Algemene beoordelingsregels bouwactiviteit - Voorwaardelijke verplichting waterberging

Het bouwen van een bouwwerk is toegelaten op de locatie(s) aangewezen als ‘Detailhandel perifeer’ mits:

  1. bij de bouw van een bouwwerk met een oppervlakte van 50m² of groter voorzien wordt in de aanleg van voldoende waterberging;

  2. Hierbij moet worden voldaan aan de waterbergingsopgave zoals neergelegd in het Programma water en riolering (of diens opvolger). Indien het Programma water en riolering (of diens opvolger) wordt gewijzigd, dient te worden voldaan aan de gewijzigde waterbergingsopgave.

  3. Het bouwen van een bouwwerk wordt ook toegelaten indien de realisatie van de waterberging redelijkerwijs niet mogelijk is en in een andere gelijkwaardige invulling van de waterbergingsopgave wordt voorzien.

9.3.2 Beoordelingsregels bouwactiviteit - gebouwen

Het bouwen van gebouwen is toegelaten op de locatie(s) aangewezen als ‘Detailhandel perifeer’ mits:

  1. gebouwen binnen het bouwvlak worden gebouwd;

b. maximaal 2 gebouwen mogen worden opgericht waarvan de gevels gericht op de Midden-Brabantlaan moeten zijn gelegen in de aanduiding 'gevellijn' of op een afstand van maximaal 2 meter achter deze lijn;

c. de afstand, gemeten evenwijding aan de Midden-Brabantlaan, tussen de twee gebouwen minimaal 25 meter bedraagt;

d. het bebouwingspercentage binnen het bouwvlak niet meer bedraagt dan het met de aanduiding 'bebouwingspercentage' aangegeven maximum met een maximum van 35% per gebouw;

e. met dien verstande dat ondergeschikte bouwdelen van gebouwen het bouwvlak mogen overschrijden voor zover gelegen binnen de locatie(s) ‘Detailhandel perifeer’;

f. de bouwhoogte van gebouwen niet meer bedraagt dan het met de aanduiding ‘maximum bouwhoogte’ aangegeven maximum;

9.3.3 Beoordelingsregels bouwactiviteit - bouwwerken van algemeen nut

Het bouwen van bouwwerken van algemeen nut is toegelaten op de locatie(s) aangewezen als ‘Detailhandel perifeer’ mits:

  1. de bouwhoogte van de bouwwerken van algemeen nut niet meer bedraagt dan 3,5 meter, en

  2. de maximum oppervlakte van de bouwwerken van algemeen nut niet meer bedraagt dan 50m².

9.3.4 Beoordelingsregels bouwactiviteit - bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde is toegelaten op de locatie(s) aangewezen als ‘Detailhandel perifeer’ mits:

  1. de bouw van een overkapping gesitueerd is in het bouwvlak of achtererfgebied;

  2. de bouwhoogte van de overkapping niet meer bedraagt dan 3 meter, en

  3. de maximum gezamelijke oppervlakte voor overkappingen niet meer bedraagt dan 150 m²;

  4. erf- en terreinafscheidingen in het achtererfgebied niet hoger zijn dan 3 m;

  5. erf- en terreinafscheidingen in het voorerfgebied niet hoger zijn 2 m;

  6. overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde in het bouwvlak en achtererfgebied niet hoger zijn dan 15 meter;

  7. overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde in het voorerf niet hoger zijn dan 2 meter;

9.4 Werken, werkzaamheden en voorzieningen binnen locatie(s) 'Detailhandel perifeer'

 

9.4.1 Toegelaten werken, werkzaamheden en voorzieningen

De aanleg en het gebruik van de volgende voorzieningen is toegestaan op de locatie(s) aangewezen als ‘Detailhandel perifeer’ voor zover geen verbod is opgenomen elders in hoofdstuk 3 van dit TAM-Omgevingsplan:

  1. parkeer- stallings- en verkeersvoorzieningen;

  2. groenvoorzieningen;

  3. speelvoorzieningen;

  4. tuin(en);

  5. erf;

  6. water en waterhuishoudkundige voorzieningen;

  7. nutsvoorzieningen;

Artikel 10 Natuur

 

10.1 Toepassingsbereik - aanwijzing locatie(s) 'Natuur'

De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locatie(s) die zijn aangewezen als ‘Natuur’. 

10.2 Gebruiksactiviteiten binnen locatie(s) 'Natuur'

 

10.2.1 Toegelaten gebruiksactiviteiten

  1. De volgende gebruiksactiviteiten zijn toegestaan ter plaatse van de locatie(s) aangewezen als ‘Natuur’:

  1. behoud, herstel, beheer en/of ontwikkeling van de natuur en/of het bos/de bosschages en de

bijbehorende bosgroeiplaats;

  1. behoud, herstel, beheer en/of ontwikkeling van landschappelijke waarden en/of natuurwaarden;

  2. extensieve dagrecreatie.

10.3 Bouwactiviteiten binnen locatie(s) 'Natuur'

 

10.3.1 Beoordelingsregels bouwactiviteit - bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde is toegelaten op de locatie(s) aangewezen als ‘Natuur’ mits:

  1. gebouwd wordt ten behoeve van een in artikel 10.2.1 toegelaten gebruiksactiviteit;

  2. de bouwhoogte van de bouwwerken, geen gebouwen zijnde niet meer bedraagt dan 3,5 meter, en

  3. de maximum oppervlakte van de bouwwerken geen gebouwen zijnde niet meer bedraagt dan 30m².

10.4 Werken, werkzaamheden en voorzieningen binnen locatie(s) 'Natuur'

 

10.4.1 Toegelaten werken, werkzaamheden en voorzieningen

De volgende werken, werkzaamheden en voorzieningen zijn toegestaan op de locatie(s) aangewezen als ‘Natuur’ voor zover geen verbod is opgenomen elders in hoofdstuk 3 van dit TAM-Omgevingsplan:

  1. behoud, herstel, beheer en/of ontwikkeling van de natuur en/of het bos/de bosschages en de bijbehorende bosgroeiplaats;

  2. behoud, herstel, beheer en/of ontwikkeling van landschappelijke waarden en/of natuurwaarden;

  3. nutsvoorzieningen;

  4. groenvoorzieningen;

  5. water en waterhuishoudkundige voorzieningen.

10.4.2 Aanwijzing vergunningplichtige werken en werkzaamheden

Het uitvoeren van de volgende werken en werkzaamheden is verboden zonder vergunning::

  1. het verzetten of vergraven van grond waarbij het maaiveld over meer dan 100 m2 per perceel of met meer dan 0,40 m wordt gewijzigd of waarbij de maaiveldniveaus van een steilrand worden gewijzigd;

  2. het omzetten van grond of uitvoeren van bodemingrepen dieper dan 0,40 m onder maaiveld;

  3. het aanleggen, dempen of wijzigen van (oevers, profiel, doorstroom- of bergingscapaciteit van) oppervlaktewateren;

  4. het verlagen van de grondwaterstand door aanleg van drainage of bemaling;

  5. het verwijderen of rooien van bomen, bos-, natuur- en landschapselementen en ander opgaand houtgewas;

  6. het aanleggen en/of verharden van wegen en paden of het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen, voor zover groter dan 100 m2 per perceel;

  7. het uitvoeren van heiwerken of het anderszins indringen van voorwerpen in de bodem.

10.4.3 Beoordelingsregels omgevingsvergunning werken en werkzaamheden

Vergunning kan slechts worden verleend, indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het behoud, het herstel en de ontwikkeling van natuur. Alvorens te beslissen over het verlenen van een omgevingsvergunning wint het bevoegd gezag advies in bij een door haar aangewezen ecologische en/of landschapsdeskundige.

Artikel 11 Verkeer-Verblijf

 

11.1 Toepassingsbereik- aanwijzing locatie(s) 'Verkeer-verblijf'

De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locatie(s) die zijn aangewezen als ‘Verkeer-verblijf’.

11.2 Gebruiksactiviteiten binnen locatie(s) 'verkeer-verblijf'

 

11.2.1 Toegelaten gebruiksactiviteiten

  1. De volgende gebruiksactiviteiten zijn toegestaan op de locatie(s) aangewezen als ‘Verkeer - Verblijf’:

  1. (Weg)verkeer;

  2. Verblijf;

  3. Parkeren;

11.3 Bouwactiviteiten binnen locatie(s) 'Verkeer-verblijf'

 

11.3.1 Beoordelingsregels bouwactiviteit - bouwwerken van algemeen nut

Het bouwen van bouwwerken van algemeen nut is toegelaten op de locatie(s) aangewezen als ‘Verkeer-verblijf’ mits:

  1. de bouwhoogte van de bouwwerken van algemeen nut niet meer bedraagt dan 3,5 meter, en

  2. de maximum oppervlakte van de bouwwerken van algemeen nut niet meer bedraagt dan 50m².

11.3.2 Beoordelingsregels bouwactiviteit - bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde is toegelaten op de locatie(s) aangewezen als ‘Verkeer-verblijf’ mits:

  1. gebouwd wordt ten behoeve van een in artikel 11.2.1 toegelaten gebruiksactiviteit;

  2. erf- en terreinafscheidingen niet hoger zijn dan 2 m;

  3. de bouwhoogte van de overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde niet meer bedraagt dan 15 meter, en

  4. de maximum gezamelijke oppervlakte van de overige bouwwerken geen gebouwen zijnde niet meer bedraagt dan 5m².

11.4 Werken en werkzaamheden binnen locatie(s) 'Verkeer-verblijf'

De aanleg en het gebruik van de volgende voorzieningen is toegestaan op de locatie(s) aangewezen als ‘Verkeer-verblijf’ voor zover geen verbod is opgenomen elders in hoofdstuk 3 van dit TAM-Omgevingsplan:

  1. parkeer- stallings- en verkeersvoorzieningen;

  2. groenvoorzieningen;

  3. speelvoorzieningen;

  4. tuin(en);

  5. erf;

  6. water en waterhuishoudkundige voorzieningen;

  7. nutsvoorzieningen;

  8. faunapassages e.d.

Artikel 12 Leiding hoogspanning

 

12.1 Toepassingsbereik - aanwijzing locatie(s) 'Leiding hoogspanning'

De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locatie(s) die zijn aangewezen als ‘Leiding hoogspanning’.

12.2 Bouwactiviteit binnen locatie(s) 'Leiding hoogspanning'

 

12.2.1 Algemene beoordelingsregels bouwactiviteiten

Voor zover een activiteit en of locatie samenvalt met een aangewezen locatie ‘leiding hoogspanningsleiding’ geldt primair het bepaalde ten aanzien van de locatie ‘Leiding hoogspanningsleiding’. In afwijking op bouwregels opgenomen in andere artikelen van dit TAM-plan mogen binnen de locatie(s) ‘Leiding Hoogspanning' uitsluitend ondergrondse en bovengrondse bouwwerken worden opgericht ten behoeve van de aanleg en instandhouding van een ondergrondse 150 kV hoogspanningsverbinding, met de daarbij bijbehorende belemmeringenstrook en voorzieningen.

12.2.2 Vergunningplichtige bouwactiviteiten

  1. Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor bouwactiviteiten gelegen binnen de locatie(s) 'Leiding hoogspanning', indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het doelmatig functioneren van de leiding.

  2. Voordat op een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit wordt beslist, wint het bevoegd gezag advies in bij de betreffende leidingbeheerder over het doelmatig kunnen functioneren van de leiding.

12.3 Werken en werkzaamheden binnen locatie(s) 'Leiding hoogspanning'

 

12.3.1 Aanwijzing vergunningplichtige werken en werkzaamheden

Het is verboden om zonder omgevingsvergunning op de locatie(s) 'Leiding hoogspanning' de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren:

  1. het aanbrengen van diepwortelende en/of hoogopgaande beplanting of bomen, waaronder bijvoorbeeld rietbeplanting;

  2. het permanent opslaan van goederen waaronder ook begrepen het opslaan van afvalstoffen;

  3. het ophogen en egaliseren, bodemverlaging of afgraven of anderszins wijzigen in maaiveld of weghoogte;

  4. het in de grond brengen van voorwerpen;

  5. het aanbrengen van gesloten verhardingen;

  6. het verrichten van grondroeractiviteiten, bijvoorbeeld het aanbrengen van rioleringen, kabels, leidingen en drainage, anders dan normaal spit- en ploegwerk;

  7. diepploegen;

  8. het aanleggen van waterlopen of het vergraven, verruimen of dempen van bestaande waterlopen;

  9. het plaatsen van objecten zoals lichtmasten, wegwijzers en ander straatmeubilair.

12.3.2 Uitzonderingen werkzaamheden

Het onder 12.3.1 opgenomen verbod geldt niet voor werken en werkzaamheden:

  1. waarvoor ten tijde van het van kracht worden van dit TAM-Omgevingsplan omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden verleend is dan wel in uitvoering waren;

  2. welke betrekking hebben op normale onderhoudswerkzaamheden van geringe omvang, gericht op en noodzakelijk voor het gebruik overeenkomstig de functie en het gebruiksdoel van de gronden;

  3. andere werken en/of werkzaamheden noodzakelijk in het kader van het onderhoud of beheer van de aanwezige leiding.

12.3.3 Beoordelingsregels en advies vergunningplichtige werken en werkzaamheden

  1. De omgevingsvergunning wordt alleen verleend indien door de genoemde werken en/of werkzaamheden geen veiligheidsrisico's ontstaan en de betreffende leiding niet wordt aangetast.

  2. Voordat op een aanvraag om een omgevingsvergunning wordt beslist, wint het bevoegd gezag advies in bij de betreffende leidingbeheerder over de veiligheidsrisico’s.

 

 

Artikel 13 Leiding riool

 

13.1 Toepassingsbereik- aanwijzing locatie(s) 'Leiding riool'

  1. De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locatie(s) die zijn aangewezen als ‘Leiding riool’.

13.2 Bouwactiviteiten binnen locatie(s) 'Leiding riool'

 

13.2.1 Algemene beoordelingsregels bouwactiviteiten

Voor zover een activiteit en of locatie samenvalt met een aangewezen locatie ‘Leiding riool’ geldt primair het bepaalde ten aanzien van de locatie ‘Leiding riool’. In afwijking op bouwregels opgenomen in andere artikelen van dit TAM-plan mogen binnen de locatie(s) ‘Leiding riool' uitsluitend ondergrondse en bovengrondse bouwwerken worden opgericht ten behoeve van de aanleg en instandhouding van een hoofdrioolpersleiding respectievelijk een hoofdafvalwaterriool en een belemmeringenstrook van respectievelijk 7,5m of 5m aan weerszijden van deze leiding.

13.2.2 Vergunningplichtige bouwactiviteiten

Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor bouwactiviteiten gelegen binnen locatie(s) ' Leiding riool', indien:

  1. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het doelmatig functioneren van de leiding;

  2. Voordat op een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit wordt beslist, wint het bevoegd gezag advies in bij de betreffende leidingbeheerder over het doelmatig kunnen functioneren van de leiding.

13.3 Werken en werkzaamheden binnen locatie(s) 'Leiding riool'

 

13.3.1 Aanwijzing vergunningplichtige werken en werkzaamheden

Het is verboden om zonder omgevingsvergunning op de locatie(s) 'Leiding riool' de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren:

  1. het aanbrengen van diepwortelende en/of hoogopgaande beplanting of bomen, waaronder bijvoorbeeld rietbeplanting;

  2. het permanent opslaan van goederen waaronder ook begrepen het opslaan van afvalstoffen;

  3. het ophogen en egaliseren, bodemverlaging of afgraven of anderszins wijzigen in maaiveld of weghoogte;

  4. het in de grond brengen van voorwerpen;

  5. het aanbrengen van gesloten verhardingen;

  6. het verrichten van grondroeractiviteiten, bijvoorbeeld het aanbrengen van rioleringen, kabels, leidingen en drainage, anders dan normaal spit- en ploegwerk;

  7. diepploegen;

  8. het aanleggen van waterlopen of het vergraven, verruimen of dempen van bestaande waterlopen;

  9. het plaatsen van objecten zoals lichtmasten, wegwijzers en ander straatmeubilair.

13.3.2 Uitzonderingen werkzaamheden

Het onder 13.3.1 opgenomen verbod geldt niet voor werken en werkzaamheden:

  1. waarvoor ten tijde van het van kracht worden van dit TAM-Omgevingsplan omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden verleend is dan wel in uitvoering waren;

  2. welke betrekking hebben op normale onderhoudswerkzaamheden van geringe omvang, gericht op en noodzakelijk voor het gebruik overeenkomstig functie en het gebruiksdoel van de gronden;

  3. andere werken en/of werkzaamheden noodzakelijk in het kader van het onderhoud of beheer van de aanwezige leiding.

13.3.3 Beoordelingsregels en advies vergunningplichtige werken en werkzaamheden

  1. De omgevingsvergunning wordt alleen verleend indien door de genoemde werken en/of werkzaamheden geen veiligheidsrisico's ontstaan en de betreffende leiding niet wordt aangetast.

  2. Voordat op een aanvraag om een omgevingsvergunning wordt beslist, wint het bevoegd gezag advies in bij de betreffende leidingbeheerder over deze veiligheidsrisico’s.

 

 

Artikel 14 Leiding water

 

14.1 Toepassingsbereik- aanwijzing locatie(s) 'Leiding water'

  1. De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locatie(s) die zijn aangewezen als ‘Leiding water’.

14.2 Bouwactiviteiten binnen locatie(s) 'Leiding water'

 

14.2.1 Algemene beoordelingsregels bouwactiviteiten

Voor zover een activiteit en of locatie samenvalt met een aangewezen locatie ‘Leiding water’ geldt primair het bepaalde ten aanzien van de locatie ‘Leiding water’. In afwijking op bouwregels opgenomen in andere artikelen van dit TAM-plan mogen binnen de locatie(s) ‘Leiding water' uitsluitend ondergrondse en bovengrondse bouwwerken worden opgericht ten behoeve van de aanleg en instandhouding van een hoofdwatertransportleiding en een belemmeringenstrook van 0,9 meter aan weerszijden van deze leiding.

14.2.2 Vergunningplichtige bouwactiviteiten

Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor bouwactiviteiten gelegen binnen locatie(s) ' Leiding water', indien:

  1. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het doelmatig functioneren van de leiding;

  2. Voordat op een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit wordt beslist, wint het bevoegd gezag advies in bij de betreffende leidingbeheerder over het doelmatig kunnen functioneren van de leiding.

14.3 Werken en werkzaamheden binnen locatie(s) 'Leiding water'

 

14.3.1 Aanwijzing vergunningplichtige werken en werkzaamheden

Het is verboden om zonder omgevingsvergunning op de locatie(s) 'Leiding water' de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren:

  1. het aanbrengen van diepwortelende en/of hoogopgaande beplanting of bomen, waaronder bijvoorbeeld rietbeplanting;

  2. het permanent opslaan van goederen waaronder ook begrepen het opslaan van afvalstoffen;

  3. het ophogen en egaliseren, bodemverlaging of afgraven of anderszins wijzigen in maaiveld of weghoogte;

  4. het in de grond brengen van voorwerpen;

  5. het aanbrengen van gesloten verhardingen;

  6. het verrichten van grondroeractiviteiten, bijvoorbeeld het aanbrengen van rioleringen, kabels, leidingen en drainage, anders dan normaal spit- en ploegwerk;

  7. diepploegen;

  8. het aanleggen van waterlopen of het vergraven, verruimen of dempen van bestaande waterlopen;

  9. het plaatsen van objecten zoals lichtmasten, wegwijzers en ander straatmeubilair.

14.3.2 Uitzonderingen werkzaamheden

Het onder 14.3.1 opgenomen verbod geldt niet voor werken en werkzaamheden:

  1. waarvoor ten tijde van het van kracht worden van dit TAM-Omgevingsplan omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden verleend is dan wel in uitvoering waren;

  2. welke betrekking hebben op normale onderhoudswerkzaamheden van geringe omvang, gericht op en noodzakelijk voor het gebruik overeenkomstig functie en het gebruiksdoel van de gronden;

  3. andere werken en/of werkzaamheden noodzakelijk in het kader van het onderhoud of beheer van de aanwezige leiding.

14.3.3 Beoordelingsregels en advies vergunningplichtige werken en werkzaamheden

  1. De omgevingsvergunning wordt alleen verleend indien door de genoemde werken en/of werkzaamheden geen veiligheidsrisico's ontstaan en de betreffende leiding niet wordt aangetast.

  2. Voordat op een aanvraag om een omgevingsvergunning wordt beslist, wint het bevoegd gezag advies in bij de betreffende leidingbeheerder over deze veiligheidsrisico’s.

 

 

Artikel 15 archeologische waarde

 

15.1 Toepassingsbereik - aanwijzing locatie(s) 'Archeologische waarde'

De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locatie(s) die zijn aangewezen als ‘Archeologische waarde’.

15.2 Bouwactiviteiten binnen locatie(s) 'Archeologische waarde'

 

15.2.1 Vergunningplichtige bouwactiviteiten

Het is verboden om zonder omgevingsvergunning bouwactiviteiten uit te voeren voor zover:

  1. het een bouwactiviteit betreft ter vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing op de bestaande plaats waarbij de oppervlakte onder het peil wordt vergroot, of;

  2. een bouwwerk wordt gebouwd met graaf- en of heiwerkzaamheden welke dieper gaan dan 0,50 m onder peil, of;

  3. een bouwwerk met een oppervlakte groter dan 100 m² wordt gebouwd.

15.2.2 Beoordelingsregels omgevingsvergunning bouwactiviteit

Een omgevingsvergunning ten behoeve van een vergunningplichtige bouwactiviteit ter plaatse van een locatie ‘Archeologische waarde’ wordt verleend onder de voorwaarden dat:

  1. de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk een rapport heeft overgelegd waarin de archeologische waarde van het terrein, dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld, en;

  2. de aanwezige archeologische waarden, gelet op het onder a. bedoelde rapport, door het bouwen niet wezenlijk worden aangetast.

15.2.3 Bevoegdheid stellen vergunningvoorschriften

Ter voorkoming van mogelijke schade kan één of meer van de volgende verplichtingen aan een vergunning worden verbonden:

  1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden;

  2. de verplichting tot het doen van opgravingen;

  3. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties.

15.3 Werken en werkzaamheden binnen locatie(s) 'Archeologische waarde'

 

15.3.1 Aanwijzing vergunningplichtige werken en werkzaamheden

Het is verboden om zonder omgevingsvergunning de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren met een oppervlakte groter dan 100 m²:

  1. het uitvoeren van grondbewerkingen waartoe worden gerekend het (af)graven, woelen, mengen, diep- ploegen, egaliseren, ontginnen, heiwerkzaamheden en aanleggen van drainage dieper dan 0,5 m onder peil;

  2. het aanleggen, vergraven, verruimen van sloten, vijvers en andere wateren;

  3. het aanleggen of rooien van diepwortelende beplantingen/bomen of bos/boomgaard waarbij stobben worden verwijderd;

  4. het aanleggen van ondergrondse transport-, energie-, of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur.

15.3.2 Beoordelingsregels omgevingsvergunning werken en werkzaamheden

Een omgevingsvergunning ten behoeve van een vergunningplichtige werken en werkzaamheden wordt verleend onder de voorwaarden dat:

a. de aanvrager van de omgevingsvergunning voor werken en werkzaamheden een rapport heeft overgelegd waarin de archeologische waarde van het terrein, dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld, en;

b. de aanwezige archeologische waarden, gelet op het onder a bedoelde rapport, door de werken en werkzaamheden niet wezenlijk worden aangetast.

15.3.3 Bevoegdheid stellen vergunningvoorschriften

Ter voorkoming van mogelijke schade kan één of meer van de volgende verplichtingen aan een vergunning worden verbonden:

a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden;

b. de verplichting tot het doen van opgravingen; en,

c. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties.

Artikel 16 Geluidsaandachtsgebied industrie

 

16.1 Toepassingsbereik - aanwijzing locatie(s) 'Geluidsaandachtsgebied industrie'

De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locatie(s) die zijn aangewezen als ‘Geluidsaandachtsgebied industrie’.

16.2 Bouwactiviteiten binnen locatie(s) 'Geluidsaandachtsgebied industrie'

 

1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning nieuwe bouwwerken te bouwen ten behoeve van geluidsgevoelige gebouwen zoals bedoeld in het Besluit kwaliteit leefomgeving, met uitzondering van:

ver-/nieuwbouw van bestaande gebouwen waarbij de bestaande oppervlakte van het gebouw, in generlei opzicht wordt vergroot of veranderd;

en,de bouw van een bijgebouw bij een woning of de uitbreiding van een bestaande geluidsgevoelig gebouw conform de bij die locatie behorende bouwregels.

2. Onder verbouwen wordt hier verstaan het bouwkundig veranderen van (een deel) van het gebouw en/of (een van) de daartoe behorende gevels.

3. Onder nieuwbouw wordt hier verstaan het geheel of nagenoeg geheel vernieuwen van een gebouw, waarbij de situering, bouwhoogte en bouwmassa geheel of nagenoeg geheel overeenkomen met het gesloopte gebouw;

4. Het bevoegd gezag verleent de omgevingsvergunning, indien is, of kan worden voldaan aan:

a. de standaardwaarden voor geluid op die locatie; of,

b. de eventuele hogere waarde die voor die locatie is vastgesteld in het omgevingsplan.

Artikel 17 Geurzone

 

17.1 Toepassingsbereik aanwijzing locatie(s) 'Geurzone'

De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locatie(s) die zijn aangewezen als ‘Geurzone’.

17.2 Verbodsregel - geurgevoelig gebouw

Het nieuw oprichten of nieuw gebruiken van een gebouw als geurgevoelig gebouw is verboden binnen de locaties die zijn aangewezen als ‘Geurzone'.

17.3 Beoordelingsregel - oprichten geurgevoelig gebouw in geurzone

Het nieuw oprichten of nieuw gebruiken van een gebouw als geurgevoelig gebouw is mogelijk, in afwijking van het gestelde onder 16.2, mits de onder artikel 16.2 genoemde geurzone door het duurzaam verdwijnen van de geurbron niet meer van toepassing is.

Artikel 18 Parkeren

 

18.1 Toepassingsbereik - 'Parkeernormering'

De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locatie(s) aangewezen in dit TAM-omgevingsplan.

18.2 Parkeernormering

  1. De gronden en bouwwerken mogen enkel worden gebruikt onder voorwaarde dat ten behoeve van het parkeren of stallen van (motor)voertuigen in, op of onder het gebouw dan wel op het onbebouwde terrein dat bij het gebouw hoort, in voldoende mate parkeergelegenheid aanwezig is, zoals neergelegd in de op 6 juli 2023 door het college van burgemeester en wethouders vastgestelde nota 'parkeernormen Tilburg 2023' .

  2. Het bevoegd gezag kan slechts een omgevingsvergunning verlenen voor de activiteiten bouwen en/of gebruiken van gronden en/of een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, indien bij aanvraag wordt aangetoond dat wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid, zoals neergelegd in de nota 'Parkeernormen Tilburg 2023'. Indien deze parkeernota wordt gewijzigd dient te worden voldaan aan de gewijzigde parkeernormen en rekenmethode.

  3. De onder a. bedoelde plaatsen voor het stallen van voertuigen moeten afmetingen hebben die afgestemd zijn op gangbare (motor)voertuigen, zoals neergelegd in de nota 'Parkeernormen Tilburg 2023'. Indien