direct naar inhoud van 6.2 Duurzaam stedelijk water
Plan: Vossenberg West II
Status: onherroepelijk
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0855.BSP2011020-e001

6.2 Duurzaam stedelijk water

6.2.1 Beleidskader

De laatste jaren is het inzicht gegroeid dat er, in tegenstelling tot vroeger, meer rekening gehouden moet worden met water. Het huidige beleid van het rijk, de provincie, de waterbeheerder en de gemeente is gericht op een duurzamer waterbeheer. Belangrijk in deze aanpak is het realiseren van veerkrachtige watersystemen die weer de ruimte krijgen, het niet afwentelen van knelpunten in tijd of plaats, de drietrapsstrategie 'vasthouden, bergen, afvoeren', en het reserveren van de ruimte die nodig is voor de wateropgave.

Sinds 2000 is de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) van kracht. De KRW stelt doelen voor een goede ecologische en chemische toestand van het oppervlakte- en grondwater in 2015. De EU stelt de normen voor prioritaire stoffen. De ecologische doelstellingen zijn regionaal vastgesteld in het stroomgebiedbeheersplan Maas. De grondwatervoorraad moet stabiel zijn en natuur gebieden mogen niet verdrogen door een te lage grondwaterstand. In het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) hebben rijk, provincies, waterschappen en gemeenten afgesproken het beleid van WB21 en de KRW uit te voeren. Het NBW houdt simpel gezegd in dat de watersystemen in 2015 op orde moeten zijn wat betreft waterkwantiteit (WB21), -kwaliteit en ecologie (KRW).

Wat het regionale beleid betreft, beheert Rijkswaterstaat het Wilhelminakanaal, de provincie de grondwatervoorraden en de waterschappen het oppervlaktewater. Het Provinciale Waterplan 2010 - 2015 beschrijft het strategische waterbeleid. De uitvoering van de Europese KRW-doelstellingen is daarin opgenomen. Parallel aan het provinciale beleid, zoeken de waterpartners samen met de betrokken landbouw-, natuur- en andere organisaties samen naar passende oplossingen om deze KRW-doelstellingen te realiseren.

Het waterschap de Brabantse Delta heeft het Waterbeheerplan Brabantse Delta 2010 - 2015 vastgesteld, in dezelfde periode als het Nationale Waterplan 2010 - 2015 en het bovengenoemde Provinciale Waterplan 2010 - 2015. De visie van Brabantse Delta steunt op vier pijlers: dynamische samenleving, verantwoord en duurzaam, inhaalslag beheer en onderhoud en effectief samenwerken. Naast dit beheerplan beschikt het waterschap over verschillende beleidsregels en van de verordening de Keur waterschap Brabantse Delta (datum intrede 9 december 2009), beide ook van belang is voor eventuele ontwikkelingen.

Het waterbeleid van de gemeente Tilburg is vastgelegd in de Structuurvisie Water en Riolering (SWR), met daarin opgenomen het GRP voor de periode 2010 - 2015, met een visie voor de komende 30 jaar. Bij de totstandkoming van dit beleid zijn de waterbeheerders nauw betrokken. De SWR vervangt het Waterplan (1997), het Waterstructuurplan (2002) en het Gemeentelijk Rioleringsplan (2005-2009), en werkt de nieuwe wet- en regelgeving uit, voornamelijk wat de nieuwe zorgplichten betreft voor het regen- en grondwater, en het actuele rijks-, het provinciale en het regionale beleid.

De visie hanteert de in het Waterplan (1997) vastgestelde algemene doelstellingen voor de lange termijn, gebaseerd op de duurzaamheidgedachte:

  • Streven naar een duurzaam en veerkrachtig watersysteem;
  • Optimalisatie van de waterketen; zuinig en efficiënt gebruik van water;
  • Vergroten van de belevings-, ecologische, economische en recreatieve waarde van water.

Deze visie is samengesteld op basis van bijdragen van burgers, gemeenteraad, en betrokken waterbeheerders. Uit de visie vloeit de opgave voort voor de komende jaren. Als uitwerking van de visie zijn er opgaven geformuleerd en strategische keuzes gemaakt, die gelden als randvoorwaarden voor de ruimtelijke ontwikkelingen in Tilburg. Deze randvoorwaarden geven onder andere invulling aan het water als ordenend principe.

6.2.2 Uitgangspunten

Het beleid binnen de gemeente Tilburg is zodanig dat voor nieuwe stedelijke gebieden een invulling wordt gegeven aan “duurzaam stedelijk waterbeheer”. Dit houdt in dat het waterbeheer zo zal worden vormgegeven dat problemen voor andere tijden, plaatsen en/of milieucompartimenten zoveel mogelijk zullen worden voorkomen of ten minste zullen worden beperkt. Hierbij is vooral een brongerichte aanpak van belang. Duurzaam stedelijk waterbeheer richt zich op zowel de waterkwantiteits- alsook de waterkwaliteitsaspecten. Duurzaam stedelijk waterbeheer is binnen de gemeente Tilburg geïntegreerd in het beleid, verwoord in de Structuurvisie Water en Riolering (SWR) van de gemeente.

In het kader van de het proces van de Watertoets heeft op 26 oktober 2004 en 24 februari 2005 overleg plaatsgevonden tussen waterschap Brabantse Delta en gemeente Tilburg. Tijdens deze overleggen zijn de volgende waterhuishoudkundige uitgangspunten voor Vossenberg West II vastgesteld:

  • De bestaande watergang de Heibloem wordt verlegd langs de ecologische verbindingszone tot de duiker onder de Brug. Letscherweg.
  • Het bestaande moerasbos aan de Tweede Sluisweg / Heibloemsloot blijft behouden en wordt verder ontwikkeld. Hiervoor wordt een bufferstrook en een ringsloot aangelegd.
  • Verlaging van de grondwaterstand wordt voorkomen. Waar de ontwateringsdiepte onvoldoende is, wordt deze gerealiseerd door het maaiveld te verhogen. De benodigde ophoging varieert tussen 0 en 70 cm. Hiermee wordt een ontwateringsdiepte van minimaal 1,0 m in het gehele plan gerealiseerd, met uitzondering van infiltratievoorzieningen. Hier is de ontwateringsdiepte minimaal 0,3 m.
  • Om verontreiniging van hemelwater te voorkomen, worden milieuvriendelijke, niet-uitloogbare materiaalsoorten gebruikt, zoals kunststof dakgoten, vervangende houtsoorten voor tropisch hardhout e.d.
  • Aanleg van een volledig gescheiden stelsel voor afvalwater en hemelwater.
  • Gebiedseigen (hemel)water wordt zoveel mogelijk vastgehouden en geïnfiltreerd.
  • Water van daken kan direct naar retentie- en infiltratievoorzieningen worden geleid.
  • Water van verhardingen in het open riool en de terreinen wordt verzameld door middel van een vuil regenwaterafvoer tot een zuiverende voorziening.
  • Uitsluitend vervuilde verharde oppervlakten zoals autowasplaatsen, bushaltes en dergelijke wateren af naar het vuilwaterriool. Hiervoor wordt de handreiking 'Afkoppelen en niet aankoppelen' gevolgd.
  • Binnen het plangebied wordt hemelwaterberging aangelegd die geschikt is voor buien met een herhalingskans van 1 maal per 10 jaar (T=10).
  • Het lozingspatroon van de bedrijven in Vossenberg West II komt overeen met de zogenaamde 'droge industrie'. Lozingen van proceswater zijn dan ook in principe uitgesloten.
  • De afvoercapaciteit van het vuilwaterriool is afgestemd op een bui met herhalingskans van 1 maal per 2 jaar (T=2).
  • De droogweerafvoer wordt verzameld en getransporteerd tot de bestaande droogwaterafvoer-riolering van Vossenberg West I.

6.2.3 Onderzoeken

Ten aanzien van de plannen voor het gebied Vossenberg West zijn voornamelijk twee onderzoeken gedaan naar de bodemkundige/ hydrologische situatie en de mogelijkheden om duurzaam om te gaan met het nieuwe watersysteem. De volgende onderzoeken zijn gedaan en dienen als onderbouwing voor het stedenbouwkundige ontwerp en deze waterparagraaf:

Bodemkundig/hydrologisch onderzoek, met advies duurzaam stedelijk waterbeheer Vossenberg West II, ARCADIS, 10501/NA3/001/200147/003, 12 februari 2003;

Bodemkundig/hydrologisch onderzoek, met advies duurzaam stedelijk waterbeheer Vossenberg West II, ARCADIS, augustus 2005.

6.2.4 Afwegingen

In het plangebied wordt een minimale ontwatering van 1,0 m aangehouden, behalve onder de infiltratievoorzieningen, waar minimaal 0,30 m wordt gehanteerd. Aan de hand van de eerder genoemde maatgevende onderzoeken en deze minimale ontwateringdiepte, wordt in het plangebied partieel opgehoogd met 0 tot 70 cm. In het plangebied wordt de bomenlaanstructuur gehandhaafd. Ophogen in de nabijheid van deze bestaande bomen wordt zorgvuldig toegepast, zodat hun vitaliteit zo min mogelijk aangetast wordt.

Het bestaande moerasbos aan de Heibloemsloot, ter hoogte van de Tweede-Sluisweg, is ongeveer anderhalf hectare groot. Door de geconstateerde natuurwaarden, dient het bos gehandhaafd te worden. Hiervoor speelt de lokale hydrologische omstandigheden een belangrijke rol, gezien het natte karakter van de aanwezige biotoop. Bij de aanleg van Vossenberg West II wordt dit evenwicht mogelijk gestoord. Om dit te voorkomen wordt rond het bosje een 'waterring' aangelegd, door de bestaande afvoerende Heibloemsloot af te taken om het bos.

Het oostelijke Vossenberg is gerioleerd met conventionele gescheiden rioolstelsels eerst. De latere westelijke Vossenberg met verbeterd gescheiden stelsels. Een watergangenstelsel zorgt voor beheersing van het grondwater en voor berging. Dit watersysteem is begrensd bij de Groenvenseweg. Het watersysteem in Vossenberg West II is ontwikkeld met modernere inzichten, met toepassing van duurzaam waterbeheer, in plaats van een verbeterd gescheiden stelsel, met afvoer naar de zuivering. In overleg met het waterschap Brabantse Delta is gekozen voor een gescheiden systeem met uitsluitend ondergronds droogweer afvoer (DWA). De afvoer van hemelwater vindt plaats via infiltratiestroken en loost uiteindelijk in het retentiegebied gelegen ten zuiden van de Burgemeester Letschertweg.

De afvoer van vuilwater wordt gerealiseerd via een vuilwater rioolstelsel. Het water voert af naar het bestaande opvoergemaal Thesseusstraat en het hoofdgemaal Schepersdijk. Bij de dimensionering van beide gemalen is rekening gehouden met de lozing op ieder gemaal van maximaal 60% van het totale debiet van West II. Ook is in de dimensionering uitsluitend rekening gehouden met 'droge' industrie. Met andere worden, geen grote lozingen afkomstig van proceswater.

Dit hemelwatersysteem is alleen praktisch uitvoerbaar indien deze percelen direct grenzen aan de retentievoorziening. Het stedenbouwkundig ontwerp van Vossenberg West II voorziet in een droog watergangenstelsel, waarbij ernaar gestreefd wordt het ondergrondse hemelwaterstelsel te minimaliseren. Het hemelwater afkomstig van verharding in zowel openbaar als privé terreinen wordt gezuiverd in de zogenaamde infiltratiestroken met bodempassage. Het meegevoerde vuil bezinkt op de bodem van de infiltratiestrook. Het vuil bindt zich op de bodempassage, waar hetn deels door bacteriën verwerkt wordt, en deels zich ophoopt op de bodem. Deze infiltratiestroken worden regelmatig schoongemaakt. Het water zakt verder in de bodem en bij hevige neerslag stort het over op de retentie- / infiltratievoorziening. Het hemelwater afkomstig van daken kan direct worden afgevoerd naar de retentie/ - infiltratievoorziening. Bij zeer hevige neerslag wordt het overtollig hemelwater via de perceelsgrenzen en de infiltratiezones evenwijdig aan de wegen afgevoerd naar het noordelijke waterbergingsgebied, langs de Burgemeester Letschertweg.

De bestaande hemelwaterstelsels in Vossenberg zijn door de gemeente in samenwerking met het waterschap Brabantse Delta in het verleden hydraulisch gecontroleerd. Naast een paar afvoer knelpunten, is toen tevens een bergingstekort geconstateerd. Aanvullende maatregelen in het bestaande Vossenberg en wijzigingen in de realisatie van de singels van West I, hebben dit tekort opgelost, waardoor compensatiemaatregelen in West II overbodig zijn

Het stedenbouwkundig ontwerp voorziet met ongeveer 7,5 ha voor water in voldoende ruimte voor waterberging.

Het gekozen systeem heeft de volgende voordelen:

  • het systeem is robuust, technisch eenvoudig en eenduidig: afvalwater ondergronds, hemelwater (waar mogelijk) bovengronds, geen of weinig technische voorzieningen;
  • het zuiveringsrendement van een bodempassage is naar verwachting aanzienlijk groter dan van een voorbezinkvoorziening en/of een verbeterd gescheiden rioolstelsel (als geheel);
  • de vervuiling wordt nabij de bron aangepakt en verzameld, hetgeen niet geldt voor een verbeterd gescheiden systeem;
  • het (gezuiverde) hemelwater wordt, evenals in de huidige situatie, “geheel” geïnfiltreerd en komt daarmee ten goede aan de grondwatervoorraad.

Nadere verkenningen van het benodigde ruimtebeslag tonen aan dat één en ander realiseerbaar is binnen de nu gereserveerde oppervlakken voor waterberging.

De retentievoorziening bergt voldoende hemelwater om een bui met een herhalingstij van 10 jaar te verwerken, bij de landelijke afvoer 1,67 l/s/ha. Bij hevige neerslag stort het water over op oppervlaktewater, via de Heibloemsloot. De locatie van de overstort is nabij de Voldijk, net ten zuiden van de Burgemeester Letschertweg. Deze weg wordt de door de Heibloemsloot overkruist. In de ontwerpfase is het checken van de afvoercapaciteit van deze sloot vereist.

De gemeente, het waterschap De Dommel en de (voormalige) Tilburgsche Waterleiding Maatschappij (TWM) hebben het bedrijf 'Samen Stromen' gesticht. Deze onderneming is gericht op de exploitatie van gezuiverd water bij de zuivering Tilburg. Het primaire doel is een bepaalde hoeveelheid water retourbemalen in het waterwingebied Gilzerbaan. Hiervoor zou een persleiding aangelegd worden, langs de bedrijventerreinen Kraaiven, Vossenberg en verder naar het zuiden. Onderweg naar het eindpunt zou deze 'B-kwaliteit'-water andere doelen kunnen bedienen, zoals proces- koel- of bluswater. Bij de aanleg van de eerste fase is dit in het bedrijventerrein Kraaiven succesvol gerealiseerd. Bij de planvorming van Vossenberg West I en West II is de haalbaarheid van het doortrekken van de persleiding bestudeerd. Door de fusie van TWM met Brabant Water is het beleid van de nieuwe waterleidingmaatschappij geharmoniseerd en de doelen bijgesteld, met als consequentie dat dit project voor onbepaalde tijd gestopt wordt.

Het bedrijventerrein wordt voorzien van een containerterminal aan het Wilhelminakanaal. Hiertoe wordt aan het kanaal een langshaven aangelegd en komt aansluitend hierop aan de zuidzijde een zwaaikom. Deze ingrepen zullen weinig invloed op de waterhuishouding van de omgeving hebben. De wijzigingen in de kwelsloten mogen geen nadelige gevolgen hebben voor de instandhouding van de kanaaloevers en de opvang van eventueel kwelwater. Hierbij is het handhaven van de bestaande stuwpeilen vereist door de waterbeheerder. De sloten worden deels verlegd, deels overkluist. Randvoorwaarde hierbij is dat de afvoer in de noordwestelijke richting gehandhaafd wordt.

De aanleg van een containerterminal, langshaven en zwaaikom betekenen een blokkering van de ecologische verbinding langs het kanaal, waarvoor een alternatief bedacht is. Zie verder het hoofdstuk Effecten op natuurlijk milieu.

6.2.5 Watersysteem

Op grond van de bovengenoemde onderzoeken, beleidsdocumenten en de vastgestelde uitgangspunten zijn, in overleg met de waterbeheerder, de bouwstenen vastgelegd voor het nieuwe watersysteem:

  • het plangebied wordt waar nodig partieel opgehoogd tot minimaal perceelhoogten op ongeveer 6.00 m + NAP in de noordelijke kant en langs de Burgemeester Letschertweg, en op ongeveer 6,70 m + NAP langs het kanaal;
  • bij de te handhaven bomen wordt de ophoging ondergeschikt aan de bomen. Hiervoor is speciale aandacht voor het wegprofiel vereist;
  • in verband met duurzaam waterbeheer is diepe drainage van het plangebied onder welke omstandigheden dan ook niet toegestaan;
  • wel is het mogelijk het aanleggen van ondiepe drainage om mogelijke schijngrondwaterspiegels te voorkomen. Deze drainageleidingen voeren het onttrokken water richting het hemelwaterstelsel;
  • rondom het broekbos wordt een aftakking van de Heibloemsloot aangelegd, zodat het grondwaterpeil in de omgeving niet verlaagd wordt, ook tijdens de bouwrijp werkzaamheden;
  • het vuil- en het hemelwater worden inpandig gescheiden verzameld en aangeboden bij de perceelsgrens;
  • het vuilwater wordt vanaf de perceelsgrens afgevoerd via aan te leggen vuilwaterriolen richting de gemalen Theseussstraat en Schepersdijk;
  • in het plan wordt ongeveer 7,5 ha voor waterberging gereserveerd;
  • de waterberging bestaat uit infiltratiestroken met bodempassage en retentie- / infiltratievoorzieningen;
  • het hemelwater afkomstig van verharde oppervlakten in openbaar gebied en binnen de percelen wordt zoveel mogelijk bovengronds verzameld en afgevoerd richting de infiltratiestroken;
  • het hemelwater afkomstig van daken loost direct op de aan te leggen retentie- / infiltratievoorzieningen;
  • het hemelwaterstelsel is gedimensioneerd om een neerslagintensiteit van 90 l/s/ha te verwerken;
  • hergebruiken van hemelwater wordt door de ontwerpers van de bebouwing als geen optie beschouwd;
  • eventuele autowasplaatsen, bushaltes en andere potentiële vervuilde oppervlakten wateren af via het vuilwater stelsel;
  • bij hevigere neerslag dan een bui met een herhalingstijd van 10 jaar, stort het overtollige hemelwater over op oppervlaktewater, via de Heibloemsloot;
  • bij extreem neerslag T100 ontstaat er geen onacceptabele schade door inundatie;
  • de Heibloemsloot wordt overkluist onder de Burgemeester Letschertweg;
  • de afvoercapaciteit van de Heibloemsloot, alsmede van de duiker onder de Burgemeester Letschertweg zijn voldoende voor het hele bedrijventerrein Vossenberg.