direct naar inhoud van 7.2 Hoofdstuk 1 van de regels: Inleidende regels
Plan: Zorgvlied 2008, 2e herziening (Burg. Damsstraat 15)
Status: onherroepelijk
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0855.BSP2010001-e001

7.2 Hoofdstuk 1 van de regels: Inleidende regels

Hoofdstuk 1 bevat de ´Inleidende regels´. Dit hoofdstuk omvat twee artikelen: een artikel met een aantal noodzakelijke begripsomschrijvingen en een artikel inzake de wijze van meten. Hieronder volgt een korte toelichting op enkele essentiële begrippen.

7.2.1 Bouwvlak en erf

De Tilburgse plansystematiek (en dus ook dit bestemmingsplan) maakt onderscheid tussen het bouwvlak en het erf.

Binnen de bestemming Wonen-Gestapeld is sprake van een bouwvlak. Hoofdgebouwen moeten binnen het bouwvlak worden opgericht. Bijgebouwen, aan- en uitbouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mogen er eveneens worden gebouwd, uiteraard slechts voor zover deze passen binnen de bestemming en de bouwregels. Het bouwvlak mag volledig worden volgebouwd, zoals op de verbeelding wordt weergegeven met een maatvoeringsaanduiding.

In het erf mogen geen hoofdgebouwen worden opgericht. Bijgebouwen, aan- en uitbouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn wel toegestaan, voor zover deze passen binnen de bestemming en de bouwregels. Het maximale bebouwingspercentage en bouwhoogte voor bebouwing binnen het erf is op de verbeelding weergegeven. Het erf mag voor maximaal 25% worden bebouwd met een hoogte van 3 meter.

Een groot gedeelte van het perceel is aangeduid als onbebouwd erf teneinde de monumentale tuin zoveel mogelijk te behouden. Binnen het onbebouwd erf (perceel minus bouwvlak en minus erf) beperken de bouwmogelijkheden zich tot hetgeen vergunningvrij mag worden gebouwd en enkele bouwwerken, geen gebouwen zijnde (denk vooral aan erfafscheidingen). Op dit gedeelte van het perceel mag niet ondergronds worden gebouwd.

7.2.2 Voorgevelrooilijn en achtergevelrooilijn

De Bouwverordening kent grote waarde toe aan de voorgevelrooilijn als stedenbouwkundig element: de lijn waarin gebouwd moet worden. De voorgevelrooilijn is in dit bestemmingsplan omschreven als ´de voorste, naar het openbaar gebied toegekeerde lijn die het bouwvlak begrenst´. Omdat er sprake is van een enkelvoudig volume, wordt één groot bouwvlak weergegeven, dat volledig (100%) mag worden bebouwd.

De achtergevelrooilijn is ´de achterste, niet naar het openbaar gebied toegekeerde lijn, die het bouwvlak begrenst´.

7.2.3 Bouwhoogte

Op grond van historisch/morfologische interpretatie worden de volgende gebiedstypen onderscheiden, waarbij het onderscheid wordt gevormd door een verschillende maximale bouwhoogte:

  • 1. Hoofdstructuur oude gebieden, onderverdeeld in:
    • a. Linten van de 1e orde;
    • b. Linten van de 2e orde.
  • 2. Hoofdstructuur nieuwe gebieden;
  • 3. Overige gebieden.

Langs de 'Hoofdstructuur oude gebieden' wordt, indien sprake is van een lint van de 1e orde, een maximale hoogte toelaatbaar geacht van 15 m. Indien sprake is van een lint van de 2e orde, is de maximaal toelaatbare hoogte 11 m. Langs de 'Hoofdstructuur nieuwe gebieden' is een bouwhoogte van maximaal 15 m toelaatbaar, terwijl in de overige gebieden maximaal 10 m is toegestaan. Bij afwijkende woningtypes en bijzondere situaties wordt van deze hoogteregels afgeweken en ´op maat´ bestemd.

Het bestaande monument is gedeeltelijk 15 en gedeeltelijk 10 meter hoog. De bestaande hoogtes zijn tevens de maximale hoogtes. Voor de nieuwbouw geldt een maximale bouwhoogte van 10 meter.

afbeelding "i_NL.IMRO.0855.BSP2010001-e001_0004.png"