7.2 Duurzaam stedelijk water
Aan de hand van de ontwikkelingen in het plangebied zijn de kansen om duurzaam om te gaan met hemelwater verkend, zoals omschreven in het gemeentelijke waterplan (GWP) en zijn vertaling in het Waterstructuurplan (WSP), het gemeentelijk rioleringsplan (GRP) en de vierde nota waterhuishouding (NW4).
Overwegingen
Ten aanzien van het bestemmingsplan en vooruitlopend op deze waterparagraaf is een grondonderzoek verricht (MOS Grondmechanica, R508206, d.d. 22 juni 2006), met als doel de kansen voor infiltratie te verkennen. Het infiltreren van hemelwater in de bodem binnen het plangebied is in de bestaande omstandigheden heel goed mogelijk, gezien de bodemopbouw en –doorlatendheid en de heersende grondwaterregime. In het onderzoek wordt een bergingsvolume berekend aan de hand van de regenduurlijn, behorend bij een herhalingstijd van twee jaar. Bij toepassing van infiltratiekratten is de minimale netto inhoud 169 m³, en bij grindkoffers wordt het 137 m³.
Watersysteem
Op grond van het bovengenoemde onderzoek en beleidsdocumenten, zijn in overleg met de waterbeheerder, de bouwstenen vastgelegd voor het nieuwe watersysteem. In het plangebied en voor rekening van de ontwikkelende partij(en), dienen de volgende randvoorwaarden in acht genomen te worden bij het herontwikkelen van het plangebied:
- De terreinhoogte wordt gehandhaafd. Verdiepte bouwdelen worden waterdicht uitgevoerd.
- Het vuil- en het hemelwater worden in de nieuwe bouwdelen gescheiden verzameld.
- Het vuilwater voert verder af richting de zuiveringsinstallatie via het bestaande gemengde rioolstelsel.
- Hergebruiken van hemelwater wordt door de ontwerpers van het plan als een optie beschouwd in dit plan, bij het ontwerpen van de installaties van de bouwwerken.
- Het hemelwater afkomstig van daken, verhardingen en parkeerterreinen voert af richting de aan te leggen infiltratievoorziening.
- In de nieuwe situatie wordt een dakoppervlakte van ongeveer 6.850 m2 (toename van ca. 1.600 m2) en een verharde oppervlakte van ongeveer 1.900 m2 (toename van ca. 800 m2) afgewaterd.
- De berging van de infiltratievoorziening wordt berekend op basis van de regenduurlijnen voor een neerslag met een herhalingstijd van twee jaar.
- De te realiseren berging bedraagt minimaal 137 m³ (bij infiltratiemethodiek grindkoffers), of minimaal 169 m³ (bij infiltratiemethodiek infiltratiekratten). Deze capaciteit wordt in het ontwerp getoetst, aan de hand van de definitieve inrichting van het plangebied.
- Het hemelwaterstelsel wordt op afvoer gedimensioneerd om een ontwerpbelasting te kunnen verwerken met een herhalingstijd van twee jaar.
- Een escape naar het gemengde stelsel is mogelijk, via minstens twee zover mogelijk van elkaar verwijderde overstorten.
- De lozing van overtollige hemelwater gebeurt via een terugslagklep. De hoogte van de drempel wordt ongeveer 13,50 m + NAP, bij een lozing bij de Professor Gimbrèrelaan, en ongeveer 13,00 m + NAP, in geval van lozing bij de St. Oloflaan .