| Plan: | St. Elisabeth ziekenhuis e.o. 2009 |
|---|---|
| Status: | onherroepelijk |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.0855.BSP2008027-e001 |
Het plangebied is gelegen in het stroomgebied Beneden Dommel en Zandleij, en behoort zowel kwalitatief als kwantitatief tot het beheergebied van het waterschap de Dommel.
Het gebied is ongeveer 24 ha groot en daarin zijn een ziekenhuis en enkele gebouwen met aanverwant gebruik gesitueerd. Voor de hoofdbouw is momenteel iets meer dan 9 ha beschikbaar.
Het plangebied gelegen in de dalstructuur van de Leij welke van zuidwest naar noordoostelijke richting in het gebied ligt. Het terrein verloopt vanuit het midden van ongeveer 13,30 m + NAP tot ongeveer 12,25 m + NAP en 12,80 m + NAP aan de randen van het gebied. De noordzijde ligt op ongeveer 11,90 m + NAP en ter plaatse van de insteek van De Leij ligt het maaiveld op ongeveer 12.20 m + NAP. Het terrein ten westen van de Hilvarenbeekseweg ligt op 12,80 m + NAP tot 13,00 m + NAP.
fig. 1 bestaande maaiveldhoogten
Uit het globaal onderzoek Beheerbestemmingsplannen Gemeente Tilburg, GEOFOX, 23 oktober 2006, blijkt de bodemopbouw te bestaan uit overwegend zandig met voornamelijk sterk lemig, matig fijn zand in grondlagen van een dikte van meer dan 1 m. Daarin komen geen of slechts dunne leemlenzen voor. De doorlatendheid is matig tot goed.
Buiten het plangebied ligt langs de rijksweg een voormalige vuilstortlocatie, tussen de Kempenbaan en het Elisabeth ziekenhuis. Bij de ontwikkeling van Kempenbaan is zoveel mogelijk rekening gehouden met de inpassing van de ecologische verbindingszone waar De Leij deel van uitmaakt. Deze inpassing heeft consequenties voor het plangebied Elisabethziekenhuis en de zone liggend tussen dit plangebied en de Rijksweg.
Uit regionale gegevens blijkt onder de deklaag het eerste watervoerende pakket (Formatie van Sterksel) te liggen, van matig grof tot uiterst grof grindhoudend zand, met een dikte van ongeveer 50 m. Daaronder ligt de eerste scheidende laag, met slibhoudend matig fijn tot matig grof zand en een dikte van ongeveer 100 m.
De maatgevende grondwaterstand varieert tussen 11,60 m + NAP aan de oostelijke zijde, en 11,80 m + NAP aan de westelijke zijde. De gemiddelde grondwaterstanden fluctueren rond de 11,00 m + NAP. Het grondwater stroomt globaal in oostelijke richting. Lokaal is de stroomrichting beïnvloed door het drainerende effect van De Leij en de hoogteverschillen in het reliëf. Met maatgevende grondwaterstanden ruim 1,0 m onder het maaiveld, is de ontwatering in de bestaande situatie over het algemeen voldoende. Met maatgevende grondwaterstanden van 0,30 m onder maaiveld is de ontwatering direct langs de Leij onvoldoende. Lokaal kan er sprake zijn van schijngrondwaterspiegels, welke ontstaan door stagnerend water in slecht waterdoorlatend bodemlagen in de onverzadigde zone.
Door het plangebied stroomt de Nieuwe Leij. De waterstanden van de Nieuwe Leij fluctueren ter hoogte van het Wilhelminakanaal tussen de 9,32 m + NAP en 11,46 m + NAP. Het gemiddelde peil ter hoogte van het kanaal is 9,86 m + NAP . De Nieuwe Leij is als ecologische verbindingszone aangewezen en heeft als functie viswater. Voor kwaliteit en kwantiteit is de Nieuwe Leij in beheer en onderhoud bij De Dommel.
Ten noorden, buiten het plangebied bevindt zich aan de noordoostkant een sloot welke via duikers in verbinding staat met de vijvers in het Leypark, eveneens buiten het plangebied. De functie van deze sloot is het opvangen van overtollig regenwater wat uit de vijvers in het Leijpark komt. De vijvers zijn grondwaterafhankelijk en samen met de sloot in beheer en onderhoud van de gemeente.
Het Wilhelminakanaal ligt op een afstand van ongeveer 400 meter ten noordoosten buiten het plangebied, met een streefpeil van 12,55 m + NAP. Tweede alarmfase hoog water treedt in bij 12,85 m + NAP; tweede alarmfase laag water treedt in bij 12,35 m + NAP. Dit kanaal heeft een belangrijke transportfunctie en een beperkte waterhuishoudkundige functie. De bodem is niet volledig waterdicht, waardoor het, zij het in geringe mate, invloed heeft op het grondwater. Het waterschap De Dommel beheert de waterkwaliteit; Rijkswaterstaat is de beheerder van de waterkwantiteit.
In de bestaande situatie is aan in het noordelijk en westelijk deel van het gebied gemengd rioolstelsel aanwezig. Aan de zuidzijde binnen het plangebied ligt een lozingsput van het drukrioleringssysteem voor vuil water buiten het plangebied. Het betreft een aangesloten gebied met verspreidde bebouwing ten zuiden van de rijksweg A58.
Het Elisabethziekenhuis en enkele gebouwen met aanverwant gebruik zijn volledig gerioleerd middels een gescheiden stelsel. Het hemelwater loopt in een daarvoor aangelegde buffervijver op het terrein van het Elisabeth-ziekenhuis. De buffervijvers retenderen en infiltreren het hemelwater en zijn in beheer bij het ziekenhuis.
Het vuilwater van het gehele gebied stroomt af via de gemengde riolering tot het eindgemaal Moerenburg, en vanaf hier verpompt naar de afvalwaterzuiveringinstallatie Tilburg. Beide installaties in beheer van waterschap De Dommel. In de Leijparkweg wordt het hemelwater afgekoppeld van de gemengde riolering, binnen het plan Blauwe Aders van de Structuurvisie Water en Riolering. Bij voltooiing van deze secundaire afwatering, stroomt het regenwater af richting het geprojecteerde waterpark in Moerenburg.
In het plandeel bij de voormalige fabriek Wolkat, lag een op de gemengde riolering afwaterende oppervlakte van ongeveer 7.395 m². Er lag een oppervlakte van ongeveer 3.800 m², die niet afwaterde op de riolering.
Waterschappen De Dommel alsook Brabantse Delta, voeren een zodanig beleid dat oppervlaktewateren aan alle kwalitatieve en kwantitatieve eisen voldoen om zijn functies te vervullen. Deze eisen zijn gesteld aan het betreffende oppervlaktewater, rekening houdend met de mogelijkheden en beperkingen.
In het Provinciaal Waterhuishoudingplan zijn daarop, na integrale belangenafwegingen, door de provincie waterhuishoudkundige functies toegekend. Dit vooruitlopend op de Europese Kader Richtlijn Water (KRW) waarin wateren dienen te zijn onderverdeeld naar typologie. Hierbij zal aquatische ecologie een prominent item zijn.
Het beleid van beide waterschappen is in grote lijnen weergegeven in de Keur oppervlaktewateren Waterschap De Dommel 2005 (vastgesteld op 29 juni 2005 en in werking is sinds 17 september 2005), en in de Keur waterkeringen en oppervlaktewateren waterschap Brabantse Delta (d.d. 29 juni 2005).
Uit de Keurkaarten blijkt één oppervlaktewater met bijzondere waarde binnen het plangebied te bevinden. Het betreft de Nieuwe Leij alsmede de oude bedding met aangrenzende gronden, welke als keurbeschermingsgebied zijn aangeduid.
In de nabijheid van het plangebied bevinden zich enkele andere keurbeschermingsgebieden. Het betreft het ten oosten gelegen gebied Moerenburg en grote gebieden ten zuiden van rijksweg A58.