8.1 Overleg ex artikel 3.1.1 Bro
In het kader van het overleg ex artikel 3.1.1 Bro is het voorontwerpbestemmingsplan toegezonden aan de volgende betrokken instanties:
-
1. Gedeputeerde Staten Noord-Brabant, directie Ruimtelijke Ontwikkeling en Handhaving
-
2. Waterschap Aa en Maas
-
3. VROM-inspectie Regio Zuid
Door alle instanties is een reactie ingediend, welke zijn opgenomen in bijlage 6. Voor zover de binnengekomen reactie heeft geleid tot aanpassingen in het bestemmingsplan, zijn deze in het onderhavige document verwerkt.
8.1.1 Gedeputeerde Staten Noord-Brabant
Reactie
-
a. Splitsing van een langgevelboerderij is mogelijk mits deze splitsing mede is gericht op het behoud of herstel van de karakteristiek van deze bebouwing. Hiertoe dient bij de bestemming wonen, te worden aangegeven dat de bouw/splitsing van de woningen is toegestaan onder voorwaarde dat de bestaande karakteristiek van de langgevelboerderij behouden blijft.
-
b. In het kader van zorgvuldig ruimtegebruik dient een klein deel van de woonbestemming bij de Locht 3, aan de zuidzijde gelegen buiten de perceelsgrenzen, een agrarische bestemming te krijgen, zoals dit ook het geval is aan de noordzijde van het plangebied.
Beantwoording
-
a. Het bestemmingsplan is hierop aangevuld in de regels in artikel 4.2.1 onder a.
-
b. In het vigerend bestemmingsplan "Buitengebied Herziening 2008" is het gehele buurperceel Locht 1 opgenomen als woonbestemming. Dit deel van het plangebied is thans dan ook in gebruik als tuin bij het perceel Locht 1. In nader overleg met de provincie is om deze reden besloten om op het zuidelijk deel van het plangebied de bestemming Wonen te handhaven. Het bestemmingsplan is derhalve niet aangepast wat betreft dit punt.
8.1.2 Waterschap Aa en Maas
Reactie
In haar brief geeft het waterschap aan geen opmerkingen te hebben over het voorontwerpbestemmingsplan en positief in te stemmen met het plan.
Beantwoording
Dit wordt ter kennisneming aangenomen.
8.1.3 VROM-inspectie Regio Zuid
Reactie
In haar brief geeft de VROM-inspectie aan dat zij namens de betrokken rijksdiensten geen aanleiding zien tot het maken van opmerkingen, gelet op de nationale belangen in de RNRB.
Beantwoording
Dit wordt ter kennisneming aangenomen.