| Plan: | Paraplubestemmingsplan Cultuurhistorie en Archeologie |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.0840.1000P0002-DEF1 |
In deze regels wordt verstaan onder:
het bestemmingsplan “Paraplubestemmingsplan Cultuurhistorie en Archeologie” met identificatienummer NL.IMRO.0840.1000P0002-DEF1 van de gemeente Rucphen;
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regelsen de daarbij behorende bijlagen;
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden;
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft;
de aan een gebied toegekende waarde in verband met de in dat gebied voorkomende archeologische relicten;
één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde;
een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten, aan huis gebonden beroepen daaronder niet begrepen;
een woning in of bij een gebouw of op een terrein, die dient voor de huisvesting van (het huishouden van) een persoon wiens huisvesting daar, gelet op de bestemming van de grond ter plaatse van het gebouw of het terrein, noodzakelijk moet worden geacht;
uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk met een dak;
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats;
aaneengesloten (virtueel) vlak waarop functioneel bij elkaar behorende bebouwing en voorzieningen worden geconcentreerd, bestaande uit een bouwvlak, waarbinnen de gebouwen zijn toegelaten, met de direct daaraan grenzende gronden waar ook bouwwerken geen gebouwen zijnde en vergunningvrije bouwwerken zijn toegestaan;
de grens van een bouwperceel;
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct, hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond;
waarden en kenmerken van een gebied of daar aanwezige zaken, verband houdend met het bouwkundig erfgoed, het stedenbouwkundig erfgoed, de historische groenwaarden, het historisch geografisch erfgoed en de bekende en verwachte archeologische waarden;
Een samenhangend geheel van lanen en paden, vaak met begeleidende beplanting, dat kenmerkend is voor de landschappelijke opbouw van een landgoed en cultuurhistorisch van waarde is;
vergunning als bedoeld in artikel 2.1 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo);
ruimte in, op of onder een gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort;
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;
een rapport dat verslag doet van het archeologisch onderzoek en voldoet aan de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie;
bouwwerken geen gebouwen zijnde van weg- en waterbouwkundige aard, zoals bruggen, viaducten, duikers, keerwanden, beschoeiingen, kademuren en dergelijke;
Beplanting langs wegen of paden die bijdraagt aan het karakter en de herkenbaarheid van een gebied, en waarvan het behoud essentieel is voor de cultuurhistorische en landschappelijke waarden;
Een historisch waardevol agrarisch gebied dat zich onderscheidt door zijn gebruiksstructuur, beplanting en inrichting, en dat beschermd wordt vanwege zijn cultuurhistorische betekenis;
ruimtelijk-functionele eenheid bestaande uit bos of overige natuur, al dan niet in combinatie met agrarische gronden, met daarin een geconcentreerde vorm van karakteristieke (woon)bebouwing;
gebruikswaarde, natuurwaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde van het landschap, gericht op ruimtelijke, ecologische, cultuurhistorische en recreatieve aspecten;
Werkzaamheden die noodzakelijk zijn voor het in stand houden van bestaande functies en structuren, zonder dat sprake is van ingrijpende wijziging of aantasting van cultuurhistorische of landschappelijke waarden.
Dit paraplubestemmingsplan is van toepassing op alle vigerende bestemmingsplannen binnen de gemeente Rucphen, voor zover deze betrekking hebben op de onderwerpen die in dit plan zijn geregeld. Het plan vormt een aanvullend juridisch kader en wijzigt de onderliggende bestemmingsplannen niet.
De regels van de plannen zoals bedoeld in lid 2.1 worden gewijzigd in die zin, dat de regels die betrekking hebben op archeologie en cultuurhistorie worden vervangen met de regels zoals opgenomen in artikel 3 en artikel 4 van het bestemmingsplan 'Paraplubestemmingsplan Cultuurhistorie en Archeologie'.
Dit plan stelt aanvullende regels vast ter bescherming van cultuurhistorische en archeologische waarden, waaronder:
Het bestemmingsplan voegt geen afzonderlijke regels toe voor handelingen die reeds op rijks- of provinciaal niveau zijn geregeld, maar in die gevallen een signalerend karakter, waaronder:
In geval van strijdigheid tussen de regels van dit paraplubestemmingsplan en die van onderliggende bestemmingsplannen, prevaleren de regels van dit paraplubestemmingsplan.
Verwijzingen in dit artikel naar beleidsdocumenten, verordeningen of regelgeving dienen te worden gelezen als verwijzingen naar de ten tijde van de toepassing geldende, door het daartoe bevoegde bestuursorgaan vastgestelde versie daarvan.
Op of in deze gronden mogen geen gebouwen dan wel bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd, met uitzondering van:
De voor 'Waarde - Cultuurhistorie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming van de aanwezige cultuurhistorische waarden.
Op of in de gronden als bedoeld in lid 4.1.1 is uitsluitend de bestaande bebouwing toegestaan conform de daar voorkomende bestemmingen.
Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 4.2 voor het oprichten of verbouwen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van de andere daar voorkomende bestemmingen, met dien verstande dat geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de aanwezige cultuurhistorische waarden.
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag een bouwwerk geheel of gedeeltelijk te slopen.
Het in lid 4.4.1 vervatte verbod geldt niet:
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
De “Overige zone - Cultuurhistorisch waardevolle bebouwing” aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming van de aanwezige cultuurhistorische waarden.
Op of in de gronden als bedoeld in lid Aanduidingsomschrijving is uitsluitend de bestaande bebouwing toegestaan conform de daar voorkomende bestemmingen.
Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid Bouwregels voor het oprichten of verbouwen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van de andere daar voorkomende bestemmingen, met dien verstande dat geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de aanwezige cultuurhistorische waarden.
De voor “Overige zone – Rijksmonument” aangewezen gronden zijn, naast de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het behoud en de bescherming van rijksmonumenten. Dit gebeurt conform de bepalingen uit de Erfgoedwet, de Wet algemene bepalingen omgevingswet(Wabo).
Bescherming en vergunningverlening verlopen volledig via landelijke regelgeving en zijn van toepassing ongeacht de bepalingen in dit bestemmingsplan.
De voor “Overige zone – Cultureel vlak” aangewezen gronden zijn, naast de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het behoud van provinciaal aangewezen cultuurhistorische vlakken en cultuurlandschappen. Dit gebeurt conform het provinciaal beleid zoals vastgelegd in de provinciale verordening ruimtelijke ordening van Noord-Brabant. Deze regels zijn van toepassing ongeacht de bepalingen in dit bestemmingsplan.
Bij aanvragen voor omgevingsvergunningen binnen deze zone:
De gronden ter plaatse van de aanduiding “Overige zone - landgoed” zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, tevens bestemd voor het behoud en de bescherming van:
In afwijking van het bepaalde bij de andere bestemmingen mogen kunstwerken met een maximale hoogte van 4 m worden opgericht.
De gronden ter plaatse van de aanduiding “Overige zone - toegangslaan met veldkapel” zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, tevens bestemd voor het behoud en de bescherming van de toegangslaan met veldkapel.
De gronden ter plaatse van de aanduiding “Overige zone – landbouwenclave” zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, tevens bestemd voor het behoud en de bescherming van de cultuurhistorische waardevolle landbouwenclave.
Deze regels worden aangehaald als:
Regels van het bestemmingsplan "Paraplubestemmingsplan Cultuurhistorie en Archeologie"