Type plan: bestemmingsplan
Naam van het plan: Bedrijventerrein Eeneind, herziening 2014-1
Status: vastgesteld
Plan identificatie: NL.IMRO.0820.BPEeneindHerz20131-D001

Toelichting

1 Inleiding

1.1 Algemeen

Deze herziening bestaat uit twee onderdelen, het bestaande bedrijventerrein 'Eeneind II Zuid' ten oosten van de Collse Hoefdijk en gronden met een agrarische bestemming ten westen van de Collse Hoefdijk en ten zuiden van het geprojecteerde bedrijventerrein 'Eeneind West'.

Bestemmingsplan 'Uitbreiding bedrijventerrein Eeneind'.

Het ter plaatse nu nog geldende bestemmingsplan is het bestemmingsplan ‘Uitbreiding Bedrijventerrein Eeneind’. Dit bestemmingsplan werd goedgekeurd door gedeputeerde staten op 2 november 2004.
De Wet ruimtelijke ordening schrijft voor dat een bestemmingsplan om de tien jaar moet worden herzien.
Om die reden moet de bestemmingsregeling van 'Eeneind II Zuid' worden geactualiseerd.

Bedrijventerrein 'Eeneind II Zuid'
Met deze herziening worden geen ingrijpende wijzigingen in de bestemmingsplanregeling voorgestaan, het gaat voor het oostelijke plandeel vooral om de wettelijk voorgeschreven actualisering van het bestemmingsplan.
Dit is nodig, omdat een gemeente geen (bouw)leges meer in rekening mag brengen, als het bestemmingsplan voor een bepaald gebied niet op tijd is geactualiseerd. (Artikel 3.1 lid 4 Wet ruimtelijke ordening.)
Dit deel van het bedrijventerrein is bijna helemaal uitgegeven. Er resteren nog maar enkele kavels.
Bij deze herziening is rekening gehouden met de concrete bedrijfsvestigingen, die intussen hebben plaatsgevonden. Bij deze actualisering is ook rekening gehouden met de afwijkingen die bij de verlening van vergunningen ten opzichte van het bestemmingsplan werden toegestaan. Hier en daar werden bij het verlenen van vergunningen bijvoorbeeld overschrijdingen van de bouwgrenzen van het bestemmingsplan toegestaan.

Natuurontwikkeling
Het plangebied ten westen van de Collse Hoefdijk heeft voornamelijk de bestemmingen ‘Natuurontwikkelingsdoeleinden’ (groen) en ‘Uit te werken bedrijfsdoeleinden’ (oranje).
De uit te werken bedrijfsbestemming wordt eerst via een Uitwerkingsplan uitgewerkt.
De bestemming ‘Natuurontwikkelingsdoeleinden’ is bestemd voor natuurontwikkelingen en recreatief medegebruik.
Op dit moment zijn de gronden nog in gebruik voor agrarische doeleinden. De agrarische bestemming van de gronden ten zuiden van de uit te werken bestemming moet - vooruitlopend op de algehele actualisering - worden aangepast in verband met een daar geprojecteerde waterberging ten behoeve van het bedrijventerrein.
In verband daarmee wordt via deze herziening een droog natuurdoeltype vervangen door een nat natuurdoeltype.
Dit is gebeurd in overleg met provincie en waterschap.

Gasleidingen
Van de gelegenheid is gebruik gemaakt om een tweetal gasleidingen op de plankaart aan te geven.
Deze werden in het voorheen geldende bestemmingsplan abusievelijk vergeten.
Te zijner tijd moet in het kader van de actualiseringsplicht nog een keer het gehele bedrijventerrein 'Eeneind' van een nieuwe regeling worden voorzien. Het gaat dan ook om gronden met een bedrijfsbestemming ten noorden van dit plangebied. (Ook) die herziening wordt in de loop van 2014 gestart.

1.2 Ligging

Het plangebied is gelegen ten zuiden van Nuenen.

Situering plangebied

Situering plangebied.

1.3 Het geldende bestemmingsplan

Deze herziening bestaat uit twee onderdelen, het bestaande bedrijventerrein 'Eeneind II Zuid' ten oosten van de Collse Hoefdijk en gronden met een agrarische bestemming ten westen van de Collse Hoefdijk en ten zuiden van het geprojecteerde bedrijventerrein 'Eeneind West'.


Bestemmingsplan 'Uitbreiding bedrijventerrein Eeneind'.

Het geldende bestemmingsplan is het bestemmingsplan ‘Uitbreiding Bedrijventerrein Eeneind’.
Dit bestemmingsplan werd goedgekeurd door gedeputeerde staten op 2 november 2004.
De Wet ruimtelijke ordening schrijft voor dat een bestemmingsplan om de tien jaar moet worden herzien.
Om die reden moet de bestemmingsregeling van 'Eeneind II Zuid' worden geactualiseerd.

Het plangebied Eeneind West heeft voornamelijk de bestemmingen ‘Natuurontwikkelingsdoeleinden’ (groen) en ‘Uit te werken bedrijfsdoeleinden’ (oranje).
De uit te werken bedrijfsbestemming wordt eerst via een Uitwerkingsplan uitgewerkt.
De bestemming ‘Natuurontwikkelingsdoeleinden’ is bestemd voor natuurontwikkelingen en recreatief medegebruik.
De agrarische bestemming van de gronden ten zuiden van de uit te werken bestemming moet - vooruitlopend op de algehele actualisering - worden aangepast in verband met de daar geprojecteerde waterberging ten behoeve van het bedrijventerrein.

Te zijner tijd moet in het kader van de actualiseringsplicht nog een keer het gehele bedrijventerrein 'Eeneind' van een nieuwe regeling worden voorzien. Het gaat dan ook om gronden met een bedrijfsbestemming ten noorden van dit plangebied. (Ook) die herziening wordt in de loop van 2014 gestart.

1.4 Digitaal uitwisselbare ruimtelijke plannen

De Wet ruimtelijke ordening is op 1 juli 2008 in werking getreden. Bestemmingsplannen moet sindsdien via internet worden aangeboden. Hiervoor heeft het Rijk de website www.ruimtelijkeplannen.nl ingericht.
Het bestemmingsplan 'Uitbreiding bedrijventerrein Eeneind' werd via deze website al in pdf-formaat aangeboden.
Intussen is het door het Rijk verplicht om bij de actualisering van bestemmingsplannen gebruik te maken van een nieuw systeem, IMRO2012. ('IMRO' staat voor 'InformatieModel Ruimtelijke Ordening'.)
De voorliggende herziening wordt in verband hiermee aangeboden als IMRO2012-conform bestemmingsplan.

1.5 Opzet van de toelichting

Omdat dit herzieningsplan slechts betrekking heeft op het behoud van een bestaande bedrijfsbestemming en het projecteren van een waterberging, kan deze toelichting beperkt blijven tot met name een verantwoording van deze laatste ontwikkeling. De locatiekeuze voor de waterberging is in overleg met provincie en Waterschap tot stand gekomen. Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar de paragraaf 'Waterhuishouding/watertoets'.

1.6 De bij het plan behorende stukken

Een bestemmingsplan bestaat uit regels, een plankaart ('verbeelding') en een toelichting.
Regels en plankaart vormen samen het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan.
In de toelichting is de motivering van het bestemmingsplan opgenomen. Daarnaast kan de toelichting een rol spelen bij de interpretatie van begrippen uit de regels.
De regels leggen de gebruiksmogelijkheden van de gronden, de bouwmogelijkheden en de gebruiksmogelijkheden van de aanwezige en/ of op te richten bebouwing vast.
Bij de regels is als bijlage nog een 'Staat van bedrijfsactiviteiten' gevoegd. In deze bedrijfslijst is aangegeven welke categorieën bedrijven worden onderscheiden. Uit de combinatie van deze lijst en de aanduidingen op de plankaart kan worden afgeleid welke bedrijven zich waar kunnen vestigen.
Overigens is 'Eeneind II Zuid' grotendeels al uitgegeven.

2 Beleid

2.1 Algemeen

Het beleidskader wordt, voorzover relevant voor dit plan, gevormd door provinciale en gemeentelijke plannen en (structuur)visies.
In concreto gaat het om de provinciale 'Verordening ruimte 2014' en het provinciale 'Natuurbeheerplan' en om de gemeentelijke structuurvisies.

2.2 Provinciaal beleid

Provinciale Structuurvisie ruimtelijke ordening
De provincie geeft in de structuurvisie ruimtelijke ordening de hoofdlijnen van het ruimtelijk beleid tot 2025 (met een doorkijk naar 2040). De provincie kiest voor een duurzame ontwikkeling waarin de kwaliteiten van de provincie sturend zijn bij de ruimtelijke keuzes die de komende jaren op de provincie afkomen. Nieuwe ontwikkelingen moeten bijdragen aan de kracht en identiteit van Noord-Brabant.
Het ruimtelijk beleid van de provincie Noord Brabant heeft als hoofddoel: ‘zorgvuldiger omgaan met de Brabantse ruimte’. De provincie streeft ernaar om de economische, ecologische en sociaal-culturele kwaliteiten meer met elkaar in balans te brengen, zodat het voor iedereen prettig wonen, werken en recreëren is in Noord-Brabant. Om het hoofddoel te kunnen bereiken, heeft de provincie Noord-Brabant vijf leidende principes geformuleerd voor het ruimtelijk beleid voor de periode tot 2020:
  • meer aandacht voor de onderste lagen: het watersysteem, de bodemtypologie en de geomorfologie en de infrastructuur;
  • zuinig ruimtegebruik;
  • concentratie van verstedelijking: inbreiden, herstructureren en intensiveren.
  • zonering van het buitengebied;
  • grensoverschrijdend denken en handelen.
Deze principes richten zich via de Structuurvisie primair op de provincie zelf.
Zij zijn echter ook vertaald naar een 'Verordening ruimte', die regels bevat voor het opstellen van bestemmingsplannen.
 
Provinciale Verordening ruimte 2014
In de Verordening ruimte 2014 zijn het bestaande bedrijventerrein 'Eeneind II Zuid' en het geprojecteerde bedrijventerrein 'Eeneind West' aangegeven als 'Structuur - Bestaand stedelijk gebied, stedelijk concentratiegebied'.
Het zuidoostelijke plandeel, aan de kant van het kanaal, is deels aangegeven als 'Structuur - Ecologische hoofdstructuur', deels als 'Structuur - Groenblauwe mantel'. Deze gronden hebben de aanduiding 'Attentiegebied ecologische hoofdstructuur'. Dit is het plandeel
Het bestemmingsplan is in overeenstemming met beide structuren. Het bestaande en het geprojecteerde bedrijventerrein zijn als zodanig bestemd. Bij het zuidoostelijk plandeel maakt het plan de binnen de Ecologische hoofdstructuur beoogde natuurontwikkeling mogelijk. De gronden zijn nu nog in gebruik voor agrarische doeleinden, onder andere voor (intensieve) tuinbouw. Binnen de natuurbestemming is een fysieke verbetering mogelijk van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van bodem, water, natuur en landschap. Hier wordt via deze herziening een nat natuurdoeltype mogelijk gemaakt. Het gebied zal deels worden gebruikt voor de landschappelijke inpassing van het toekomstige bedrijventerrein 'Eeneind West'. Concreet wordt de aanleg voorgestaan van een waterberging voor schoon water afkomstig van 'Eeneind West'. Daarnaast wordt gedacht aan een inrichting van het gebied als een moeras. Verwezen wordt naar de waterparagraaf en naar de bijlagen bij deze toelichting.

Provinciaal Natuurbeheerplan
Het provinciale Natuurbeheerplan is niet - zoals de Verordening ruimte - een formeel toetsingskader voor bestemmingsplannen. Het is meer een plan dat bepaalde ambities voor gebieden aangeeft.
Op dit moment geeft het Natuurbeheerplan voor het westelijke plandeel nog een droog natuurdoeltype aan.
Aan de provincie is verzocht is om in het Natuurbeheerplan het droge natuurdoeltype te vervangen door een nat natuurdoeltype.
Omdat de begrenzing van de Ecologische hoofdstructuur door deze herziening niet wijzigt, is het Natuurbeheerplan eenvoudig te wijzigen overeenkomstig dit bestemmingsplan. De provincie geeft drie maal per jaar gelegenheid om het Natuurbeheerplan te wijzigen.
De provincie heeft in het kader van het vooroverleg aangegeven dat onder twee voorwaarden medewerking wordt verleend aan de wisseling van natuurdoeltype:
1. de Ecologische hoofdstructuur wordt gerealiseerd op kosten van het bedrijventerrein. Dit klopt.
2. er is sprake van een goede ecologische inrichting. Ook dat is het geval.
De provinciale dienst heeft aangegeven in principe bereid te zijn medewerking te verlenen aan de omschakeling van natuurdoeltype. Deze principiële bereidheid bleek ook al eerder, uit het overleg met provincie en Waterschap over de plannen voor de waterhuishouding. Daarnaast is aan de provincie nog formeel verzocht de wisseling van natuurdoeltype bij de eerstvolgende herziening van het Natuurbeheerplan mee te nemen. Naar verwachting wordt de herziening in het najaar van 2014 doorgevoerd.

2.3 Gemeentelijk beleid

Voor het plangebied gelden de gemeentelijke Structuurvisie ('Ruimtelijk Casco') en de 'Intergemeentelijke Structuurvisie Rijk van Dommel en Aa'.

Gemeentelijke Structuurvisie
In de gemeentelijke Structuurvisie staat 'Eeneind II Zuid' als bestaand industrieterrein aangegeven.
'Eeneind West' is als beoogde ontwikkeling aangegeven.



Intergemeentelijke Structuurvisie Rijk van Dommel en Aa
De 'Intergemeentelijke Structuurvisie Rijk van Dommel en Aa' is op 29 september 2011 vastgesteld door de raad.




Ook in deze intergemeentelijke structuurvisie zijn het bestaande en te ontwikkelen deel van het bedrijventerrein als zodanig aangegeven.
De in de strook ten zuiden van 'Eeneind West' voorgestane natuurontwikkeling is eveneens in overeenstemming met deze structuurvisie.

3 Onderzoek

3.1 Beschrijving van de huidige situatie

Eeneind II Zuid
Het bestaande bedrijventerrein 'Eeneind II Zuid' is nagenoeg uitgegeven.
Hier zijn vooral bedrijven in de categorieën 2 en 3 gevestigd. Bijvoorbeeld in de sectoren interieurbouw, advies en automotive.
 
Waterberging
De gronden ten zuiden van het toekomstige bedrijventerrein 'Eeneind West' worden op dit moment gebruikt voor agrarische doeleinden, onder andere tuinbouw met behulp van teeltondersteunende voorzieningen.
Het is de bedoeling deze gronden te gebruiken voor de landschappelijke inpassing van het nieuwe bedrijventerrein. Hierbij vormt een nat natuurdoeltype het uitgangspunt. Een deel van de gronden zal worden ingericht als waterberging en een rol vervullen voor de afvoer van hemelwater afkomstig van het bedrijventerrein.
 
Aardgasleidingen
In deze gronden liggen ook twee aardgasleidingen. In het voorgaande plan werden deze abusievelijk niet als zodanig bestemd. Via voorliggende herziening worden deze alsnog als bestemd en beschermd.

3.2 Natuurontwikkeling

Ontwikkeling hoogwaardige Ecologische hoofdstructuur (EHS)
Een van de randvoorwaarden voor de ontwikkeling van het bedrijventerrein 'Eeneind West' is dat dit geen negatieve verdrogende effecten mag hebben op de omgeving. Daarom dient het regenwater van daken en verhardingen in het gebied zelf te kunnen infiltreren, in plaats van het af te voeren naar het riool. Daartoe zal tussen het bedrijventerrein en het kanaal een infiltratiebekken (waterberging) worden aangelegd, waar het afgekoppelde regenwater naartoe wordt geleid. Het water zal hier vervolgens infiltreren en zich voegen bij de grondwaterstroom naar de Kleine Dommel.
De locatie van deze voorziening heeft op dit moment nog een natuurbestemming met het natuurdoeltype ‘droog grasland’. De gronden zijn echter nooit als zodanig ingericht. Tot op heden zijn deze gronden intensief agrarisch in gebruik geweest.
De ontwikkeling van het bedrijventerrein biedt de gelegenheid om over te gaan tot de daadwerkelijke realisering van een hoogwaardige Ecologische hoofdstructuur (EHS). Een nat natuurdoeltype is tegelijkertijd goed te combineren met de functie van het infiltratiebekken. In overleg met de provincie en het Waterschap zal het natuurdoeltype worden gewijzigd naar 'moeras en/of vochtig hooiland'.
In een in 2013 uitgevoerde studie en quickscan zijn de mogelijkheden hiertoe verkend. De resultaten zijn opgenomen in de bijlagen bij deze toelichting (Waterparagraaf ontwikkeling bedrijventerrein Eeneind-West en Quickscan natuurwetgeving Eeneind West).
 
Aanpak
Eerst is gekeken naar de haalbaarheid van het natte natuurdoeltype in het bekken, door de mogelijke (grond)waterstanden in het bekken te vergelijken met de gewenste peilen voor moeras en vochtig hooiland. Om het infiltratiebekken met de gewenste standplaatscondities te kunnen ontwerpen, zijn gegevens nodig over de waterhuishouding ter plekke. Hiervoor is de waterparagraaf van het ontwikkelingsplan geraadpleegd. Hierin is onder meer de benodigde bergingscapaciteit bij extreme neerslag uitgerekend en worden diverse relevante zaken besproken. In de waterparagraaf wordt het doen van geohydrologisch onderzoek en het opstellen van een waterhuishoudkundig plan aanbevolen. Dit was ten tijde van het opstellen van dit bestemmingsplan nog niet gedaan en ook waren op dat moment nog geen peilbuizen geplaatst. Daarom is voor de inrichtingsschets uitgegaan van de grondwatergegevens die beschikbaar zijn op de digitale wateratlas van de provincie Noord-Brabant. Deze zijn vergeleken met de grondwaterpeilen die in de 'Index Natuur en Landschap' voor moeras en vochtig hooiland worden aangegeven. Daarnaast is bekeken welke grondwaterstanden optreden bij deze doeltypen in de omgeving van het plangebied. Voor vochtig grasland is een vochtig hooiland ten zuidwesten van het Collse bos als referentie genomen. Hier groeien planten als kale jonker, veldrus en gevleugeld hertshooi, en komt de moerassprinkhaan voor. Voor moeras is gekeken naar de moerassen van de Urkhovense zeggen, langs de Kleine Dommel.
De uiteindelijke oplossing moet in ieder geval altijd zodanig zijn, dat geen verdrogende effecten optreden.
Bij de uiteindelijke bepaling van de afgravingsdiepte dient daarmee rekening te worden gehouden.
 
Resultaten
Grondwaterstanden
In de onderstaande tabel zijn de gemiddelde grondwaterstanden van de planlocatie volgens de wateratlas ten opzichte van het maaiveld (in meter -mv.) en bij diverse afgravingsdiepten en de grondwaterstanden van de beide natuurdoeltypen weergegeven.
 
 
grondwater hoog
grondwater laag
wateratlas perceel waterberging
-0,70
-1,70
- afgraven 0,25 m
-0,45
-1,45
- afgraven 0,50 m
-0,20
-1,20
- afgraven 0,75 m
0,05
-0,95
vochtig hooiland, Index N+L
0 (+0,10)
-0,40
moeras, Index N+L
0 (+0,40)
-0,40
vochtig hooiland bij Collse bos
-0,30
-1,10
moeras langs Kleine Dommel
-0,10
-0,80
 
In de waterparagraaf van het ontwikkelingsplan wordt een ontgravingsdiepte van 0,5 meter aangehouden, omdat daarmee voldoende bergingsvolume ontstaat voor de hoeveelheid water die eens in de 100 jaar verwerkt moet worden. In de tabel is te zien dat bij deze diepte grondwaterstanden zijn te verwachten die in het droge seizoen ruimschoots te diep liggen voor beide natuurdoeltypen wanneer naar de normen van de 'Index Natuur en Landschap' wordt gekeken. Wanneer deze grondwaterstanden worden vergeleken met die van het vochtig hooiland bij het Collse bos, dan liggen de peilen in het bekken maar weinig dieper. Met 0,6 meter afgraven wordt de situatie bij het Collse bos het dichtste benaderd. Het verschil tussen het bekken en de moerassen langs de Kleine Dommel is ook kleiner dan het verschil met de Index, maar deze moerassen hebben toch nog duidelijk hogere peilen dan het infiltratiebekken van een halve meter diep. Om in het bekken moeras te kunnen ontwikkelen zou circa 0,9 meter afgraven nodig zijn om vergelijkbare peilen als langs de Kleine Dommel te bereiken.
In deze analyse is het effect van het opgevangen regenwater in het bekken buiten beschouwing gelaten. Er is geen informatie verzameld over de hoeveelheden water die regelmatig opgevangen moeten worden. In de waterparagraaf is wel vermeld dat eens per 10 jaar een bui te verwachten is die 30 cm water in het bekken oplevert. Puur indicatief lijkt dan eens per jaar hooguit 10 cm water in het bekken een redelijke verwachting. Belangrijker dan de hoogte van de waterschijf die na regenbuien in het bekken staat is de vraag hoe lang dit water op het maaiveld staat. In de winter is inundatie voor flora en fauna van natte tot vochtige omstandigheden geen probleem, maar in het groeiseizoen zijn graslandplanten minder bestand tegen dagenlange inundatie. Moerasplanten zijn daar beter aan aangepast. Langere inundaties zijn juist in de winter te verwachten omdat het grondwater dan hoger staat en de opvangcapaciteit van de grond tussen grondwater en maaiveld kleiner is. In de zomer kan ook veel regen vallen, maar zal het water makkelijker in de bodem van het bekken kunnen wegzijgen. Daarmee kan aangenomen worden dat de tijdelijke inundaties tijdens het groeiseizoen geen groot knelpunt vormen voor vochtig grasland. Wat betreft de vochtigheid van de bodem in verband met de opvang van water uit een groter gebied, zal deze in het bekken waarschijnlijk wel toenemen. Over de mate waarin en of ter plekke zelfs hogere grondwaterstanden optreden, is zonder nadere studie niets te zeggen.
Uit deze globale beschouwing van de te verwachten (grond)waterpeilen in een bekken van 0,5-0,6 meter diep komt naar voren dat vochtig grasland daar de beste mogelijkheden lijkt te hebben. Voor moeras zijn nattere omstandigheden nodig.
 
Naast volledig uitgraven van het infiltratiebekken, is het ook mogelijk om door een ringdijkje, al dan niet in combinatie met ondiep uitgraven een bekken te creëren, waar het regenwater in wordt opgevangen en kan infiltreren. Bij die wijze van aanleg is de afstand tot het grondwater echter groter, wat tot minder geschikte omstandigheden voor vochtig grasland en zeker moeras leidt. Volledig uitgraven heeft daarom de voorkeur.
Onderstaande inrichtingsschets geeft een aanzet voor de aanleg van het waterbekken, zowel in het platte vlak als de diepte (dwarsdoorsnede). Ten opzichte van het huidige maaiveld wordt daar voor het diepste deel uitgegaan van een uitgraving van meer dan 1 meter, en verder tot ongeveer de GHG. Zie de dwarsdoorsnede onder de inrichtingsschets hieronder. Nadere uitwerking geschiedt via het nog op te stellen Waterhuishoudingsplan.
 
Maaiveld en afwatering
In de onderstaande figuur is de maaiveldhoogte van het gebied weergegeven.
 
 
Figuur: Maaiveldhoogte Eeneind west (bron: www.AHN.nl)
 
Op landschappelijke schaal lijkt het langgerekte perceel waar het infiltratiebekken is gepland, met de oost-westhelling mee af te lopen. In werkelijkheid loopt het maaiveld nauwelijks af in de richting oost-west, maar wel van noord-west naar zuid-oost. De noordwestelijke rand, parallel aan het kavelpad, ligt van oost tot west op 18,60-18,65 m+NAP. Langs de sloot aan de zuidoostzijde ligt het laagste punt in het zuiden op 18,35 en aan de oostkant op 18,45 m+NAP. Deze sloot loopt ten noorden van de kanaaldijk en voert mede kwelwater uit het kanaal af. Het kanaal heeft hier een peil van 18,54 m+NAP.
Wat betreft de hoogte van het toekomstige bedrijventerrein is te zien dat dit lager ligt dan de locatie van het infiltratiebekken. Het plangebied ten noordwesten van de Wetering (ten noordwesten van het plangebied) is niet in deze figuur weergegeven, maar ligt nog lager. Het lijkt daarom erg lastig om het regenwater van het hele bedrijventerrein met vrij verval naar het bekken te leiden. Dit is een belangrijk aandachtspunt voor het nog op te stellen waterhuishoudingsplan. Het probleem kan worden opgelost door de lage delen te verhogen, maar ook het extra verdiepen van het infiltratiebekken is een optie.

Zoals hiervoor is aangegeven, mogen bij de uiteindelijke oplossing geen verdrogende effecten optreden. Bij het bepalen van de afgravingsdiepte dient daarmee rekening te worden gehouden.
 
Inrichtingsschets
Op basis van bovengenoemde informatie en aannames is een inrichtingsschets gemaakt.
 
 
Inrichtingsschets infiltratiebekken (Ecologica) 
Deze inrichtingsschets betreft het voorstel op basis van de huidige informatie. Veel gegevens over de waterhuishouding moeten nog duidelijker worden en kunnen aanleiding zijn de voorgestelde inrichting te herzien.
In een latere fase wordt in overleg met het Waterschap nog een gedetailleerd waterhuishoudingsplan opgesteld, op basis van geohydrologisch onderzoek.
Aan deze inrichtingsschets heeft een aantal uitgangspunten ten grondslag gelegen.
 
Gasleiding
In het perceel waar het infiltratiebekken is voorzien ligt een gasleiding. Deze ligt grotendeels langs de sloot en aan de oostzijde loopt deze door de hoek. In een strook van 4 meter aan weerszijden van de leiding mogen geen ingrepen worden uitgevoerd. Daarom is een strook van 10 meter langs de sloot vrijgehouden. Hier kan dus geen vochtig hooiland of moeras ontwikkeld worden. Het natuurdoeltype N12.02: Kruiden- en faunarijk grasland is hier wel mogelijk, maar zonder de bemeste bovenlaag te kunnen afgraven zijn de potenties voor een goede kwaliteit van het type beperkt. Dat geldt overigens nog sterker voor het oorspronkelijke natuurdoel van droog grasland wat veel schralere condities vereist dan op de leidingstrook te realiseren zijn. Op de leidingstrook is daarom Kruiden- en faunarijk grasland gepland en dit is ook gedaan voor de oostelijke hoek. Deze hoek ligt relatief hoog en in de schaduw en heeft daarom mindere potenties voor hoge natuurwaarden. Dat neemt niet weg dat deze hoek wel als vochtig grasland kan worden ingericht, mocht de oppervlakte aan hoogwaardige natuurdoelen als te gering worden beoordeeld. Het totale perceel is 61.300 m² groot en voor het infiltratiebekken is volgens de waterparagraaf 40.700 m² beschikbaar.
 
Diepte
Als diepte van het bekken ten behoeve van de bergingscapaciteit is in de waterparagraaf 0,5 meter aangegeven. Met een bekken van 40.700 m² van die diepte kan aan de maximaal benodigde berging worden voldaan. Deze 0,5 meter is als richtlijn aangehouden, maar daarnaast zijn de volgende punten meegewogen.
  • Wat betreft de diepte van het bekken in relatie tot de geschiktheid voor het natuurdoeltype vochtig hooiland en moeras, bleek dat bij 0,6 meter afgraven gunstige omstandigheden ontstaan voor vochtig hooiland. Voor moeras dient minimaal 0,9 m te worden afgegraven.
  • Wat betreft de afwatering van het hele bedrijventerrein naar het infiltratiebekken, heeft de gemeente aangegeven dat het bedrijventerrein wordt opgehoogd. Daarnaast zullen waarschijnlijk pompen worden gebruikt om het regenwater af te voeren naar het infiltratiebekken. Daarom wordt voor deze schets ervan uitgegaan dat geen extra verdieping ten behoeve van de afwatering nodig is.
De af te graven diepte kan dus worden gekozen op basis van het natuurdoeltype. De voorkeur gaat uit naar vochtig hooiland, omdat het dieper afgraven ten behoeve van moeras voor de functie als infiltratiebekken niet noodzakelijk is. Bovendien is moeras op deze locatie ook landschapsecologisch gezien minder passend, omdat de moerassen laag in het beekdal liggen en vochtige graslanden iets hoger op de flanken. Vochtig grasland is daarom het best passende doeltype. In het schetsontwerp is de bodem echter niet vlak, maar flauw oplopend. Daarnaast zijn enkele diepere plekken ingetekend. Hierdoor ontstaat een diversiteit aan standplaatsen met ook natte delen waar zich moerasvegetaties kunnen ontwikkelen.
 
Maaiveld en afwatering
Het maaiveld van het terrein loopt in zuidoostelijke richting af naar de sloot langs de kanaalberm. Wanneer parallel aan het bestaande maaiveld wordt verdiept zal het diepste deel van het bekken langs de gasleiding en relatief dichtbij de sloot liggen. Het peil van deze sloot is hier niet bekend, maar wanneer dit lager ligt dan de bodem van het bekken zal relatief veel water uit het bekken naar de sloot kunnen wegzijgen en daarmee versneld worden afgevoerd. Het is echter de bedoeling dat het water naar het grondwater infiltreert. Daarom is in dit schetsontwerp de bodem van het bekken aan de noordwestzijde het diepste en loopt juist op naar de sloot toe. Daardoor zal het opgevangen water zich vooral aan de noordwestzijde bevinden en daar naar het grondwater infiltreren.
Wanneer uit onderzoek blijkt dat de sloot geen water weg zal trekken uit het bekken of dat dit effect door aanpassingen aan de sloot, zoals het plaatsen van een stuwtje of verondiepen, kan worden voorkomen, kan wel parallel aan het maaiveld worden afgegraven.
Het inlaatpunt is indicatief aangegeven, maar de positie daarvan is vooral afhankelijk van het nog te ontwerpen waterhuishoudingsysteem.
 
De waterberging
Het infiltratiebekken is vrijwel geheel als vochtig grasland aangegeven met enkele plekken moeras. De grens tussen deze typen zal echter niet scherp zijn. Onder de schets is een schematisch dwarsprofiel weergegeven met daarin ook de gemiddelde hoogste en laagste grondwaterstand (GHG en GLG) volgens de wateratlas. De werkelijke grondwaterstanden kunnen hier overigens van afwijken. Eventuele effecten van het op te vangen regenwater zijn op dit moment onbekend.
 
Beheer
De gronden waarop de inrichtingsschets betrekking heeft, komen te zijner tijd bij de gemeente in eigendom.
Na de inrichting komt het bekken samen met de aanliggende EHS gronden van de gemeente onder beheer bij de Bosgroep Zuid Nederland. Deze organisatie heeft meerdere natuurgebieden in de regio in beheer en beschikt over een ruime deskundigheid. Het is een goede zaak dat het beheer al goed geregeld is, want het is van groot belang dat dit kort na de oplevering wordt gestart. De kans is namelijk zeer groot dat op de open en vochtige grond zeer veel boompjes zullen kiemen en deze opslag dient in het eerste jaar en mogelijk langer, bestreden te worden door een intensief maaibeheer van 3 beurten. Normaal in het natuurbeheer wordt het maaisel afgevoerd, maar in het eerste jaar zal er zo weinig gewas zijn dat dit vermoedelijk niet de moeite waard is. Daarom kan in het eerste jaar een klepelmaaier of gazonmaaier worden gebruikt. Een alternatief voor het intensieve maaibeheer is begrazing met schapen of paarden. Daarbij moet het perceel worden ingerasterd en zelfstandig worden begraasd. Wanneer het onderdeel is van een groter gebied met extensieve begrazing zal de graasdruk te laag zijn om de opslag van bomen te voorkomen. Wanneer de grazige begroeiing zich heeft ontwikkeld en de opslag effectief is teruggedrongen kan een regulier beheer worden gevoerd van tweemaal maaien en afvoeren per jaar, in juni en september. Dit hooilandbeheer is essentieel om een soortenrijke graslandvegetatie te ontwikkelen. Extensieve beweiding is daarvoor niet geschikt en kan hooguit op de langere termijn worden toegepast wanneer de soortenrijkdom hoog genoeg is en handhaving daarvan voldoende is.
Moeras vergt minder beheer dan vochtig grasland. Door de nattere omstandigheden met langere inundaties kunnen bomen zich niet of moeilijker vestigen. Verder hebben moerassen veelal een ruigere vegetatie waarbij de soortenrijkdom aan planten lager is en vooral uit algemene soorten bestaat. Het verschralen en ontwikkelen van de vegetatie door maaien en afvoeren is niet echt nodig en kan extensief worden uitgevoerd om al te veel verruiging tegen te gaan.

3.3 Waterhuishouding / watertoets

Bestaande toestand waterhuishouding
Het oppervlaktewatersysteem bestaat uit het Eindhovensch Kanaal, de Kleine Dommel en enkele afwateringssloten. Het Eindhovensch Kanaal ligt aan de zuidzijde van het plangebied. De Kleine Dommel ligt ten westen van het plangebied en passeert het Eindhovensch Kanaal middels een sifon. Deze beek speelt een belangrijke rol in de ontwatering en afwatering van het gebied. Een stelsel van sloten in het huidige landbouwgebied onttrekt het water aan de landbouwgronden en loost op de Kleine Dommel. Via de Kleine Dommel wordt het water het gebied uitgevoerd. Bij piekafvoeren in de Kleine Dommel kan inundatie van aan de beek grenzende gronden optreden.
Karakteristiek voor het plangebied is de ligging van het beekdal van de Kleine Dommel dat geleidelijk overgaat naar de aangrenzende, hoger gelegen gronden. In het beekdal zijn door intensief agrarisch gebruik de natuurwaarden teruggedrongen tot perceelsranden en slootkanten. Hier bevinden zich verspreid kwelindicatoren en planten die matig voedselrijke omstandigheden indiceren.
In het meest laag gelegen deel van het beekdal liggen nog enkele restanten van broekbos, natte graslandpercelen met opgaande beplanting. Deze maken onderdeel uit van een veel groter en waardevol complex moeras, moerasbos en (hei)schrale graslanden. Met uitzondering van de Collsche Bossen zijn de natuurwaarden op de hogere gronden zeer gering. Het intensieve grondgebruik is hier de verklaring voor. Het Eindhovensch Kanaal herbergt eveneens waardevolle natuurwaarden. Het kanaal zelf is belangrijk bezien vanuit waterplanten, macrofauna en libellen terwijl de 'dijk' met opgaand bos en struweel belangrijk is voor onder andere bos- en struweelvogels, dagvlinders en zoogdieren (waaronder waarschijnlijk ook vleermuizen).
Het beekdal van de Kleine Dommel is vanwege haar ecologische potenties voor natte natuur aangewezen als reservaatsgebied in het kader van de Ecologische Hoofdstructuur. Daarbij is aansluiting gezocht op de bestaande natuur- en bosgebieden zoals de Urkhovensche en Collsche Zeggen alsmede de Collsche Bossen. Het Eindhovensch Kanaal is aangewezen als ecologische verbindingszone en bestaand natuurgebied.
 
Nieuwe ontwikkeling: waterberging
Doel van deze herziening is om een nieuwe waterberging mogelijk te maken op het perceel direct ten zuiden van het geprojecteerde bedrijventerrein 'Eeneind West'.
Dit perceel wordt in de huidige situatie intensief gebruikt voor tuinbouw.
In het 'moederplan', bestemmingsplan 'Uitbreiding Bedrijventerrein Eeneind', is deze grond bestemd voor 'Natuurontwikkelingsdoeleinden', in het bijzonder (nog) voor 'Heide/droog schraalland/natuurbos'. Droge natuur dus. Op de ambitiekaart van het provinciale Natuurbeheerplan is dit gebied ook nog aangegeven voor 'droog schraalgrasland'. Aan de provincie is verzocht dit natuurdoeltype te wijzigen in een nat natuurdoeltype.
Het betrokken perceel ten zuiden van 'Eeneind West' is volgens de provinciale Verordening ruimte 2014 'Attentiegebied EHS'. Een deel ervan is aangegeven als 'Groenblauwe mantel', een deel als 'Ecologische hoofdstructuur'. Bij de inrichting van de waterberging kan tegelijkertijd de omschakeling plaatsvinden van intensief agrarisch gebruik naar natuurontwikkeling.
De aanleg van het infiltratiebekken (waterberging) zal bijdragen aan de realisering van het nieuwe natuurdoeltype 'moeras en/of vochtig hooiland'.
De realisering is geborgd doordat de gronden ten zuiden van het bedrijventerrein na de vaststelling van het bestemmingsplan eigendom worden van de gemeente. De aanleg van de waterberging maakt deel uit van de aanleg van het bedrijventerrein, omdat deze berging noodzakelijk is voor de exploitatie van het bedrijventerrein. Na de inrichting van het natuurterrein ten zuiden van het bedrijventerrein, wordt het onderhoud daarvan ondergebracht in het contract dat de gemeente heeft met de Bosgroep Zuid Nederland.
In de paragraaf Natuurontwikkeling is een inrichtingsschets opgenomen voor de gronden die voor een nat natuurdoeltype zullen worden ontwikkeld. Hiervoor dient nog een gedetailleerd plan te worden opgesteld. Voorafgaand wordt nog een geohydrologisch onderzoek ingesteld. De uitkomsten van het geohydrologisch onderzoek zullen worden gebruikt om - in overleg met het waterschap - het waterhuishoudingsplan en het rioleringsplan op te stellen.
 
Landschappelijke inpassing
In overleg met provincie en Waterschap wordt bij de uitwerking van het bedrijventerrein 'Eeneind West' tevens voorzien in een landschappelijke inpassing van dit bedrijventerrein aan de zuid- en de westzijde van deze uitwerking.
Deze landschappelijke inpassing heeft tot doel het zicht op het bedrijventerrein zo veel mogelijk te ontnemen door de aanplant van afschermend groen.
Aan de zijde van het kanaal zou de landschappelijke inpassing moeten worden afgestemd op het natte natuurdoeltype. Hierbij wordt gedacht aan struweel, passend bij de functie van deze gronden als waterberging, en een inrichting als vochtig hooiland en/of moeras.
Het is de bedoeling dat de landschappelijke inpassing aan de zuidoostzijde van het bedrijventerrein 'Eeneind-West' binnen de nu voorliggende herziening komt te liggen. De aanleg hiervan is mogelijk binnen de nieuwe bestemming van deze gronden, en wordt via de regels van dit plan ook geborgd (tevens via een anterieure overeenkomst).
Voordeel van de waterberging buiten het bedrijventerrein is tevens dat de gronden binnen het bedrijventerrein intensiever kunnen worden benut voor bedrijfsdoeleinden. In verband hiermee is voor het bedrijventerrein ook een verkavelingsstrategie opgesteld.
Indirect voordeel is, dat nu met de ontwikkeling van het bedrijventerrein ook daadwerkelijk natuurontwikkeling kan gaan plaatsvinden in onder andere deze strook langs het Eindhovensch kanaal en ten westen van 'Eeneind West'.

Systeem waterhuishouding
Deze herziening bestaat uit twee onderdelen, het bestaande bedrijventerrein 'Eeneind II Zuid' ten oosten van de Collse Hoefdijk en gronden met een agrarische bestemming ten westen van de Collse Hoefdijk en ten zuiden van het geprojecteerde bedrijventerrein 'Eeneind West'.
Besloten is, in de strook ten zuidoosten van 'Eeneind West' een waterberging in te richten. De aanleg van een waterberging verdraagt zich niet goed met de oorspronkelijke ontwikkelingsrichting uit het bestemmingsplan 'Uitbreiding Bedrijventerrein Eeneind'.
Dit betekent dat in plaats van een droog, nu een meer nat natuurdoeltype wordt nagestreefd.
Het gebied is gelegen binnen een 'Zoekgebied regionale waterberging'.
Uit het flora en fauna onderzoek uit 2003 - en recenter onderzoek uit 2014 - komt naar voren dat er in het gebied geen soorten voorkomen, waarvoor bij een gewijzigde inrichting een ontheffing zou moeten worden aangevraagd.
Het principe voor de waterhuishouding in combinatie met de voorgestane natuurontwikkeling is onderzocht en in beeld gebracht. Dit zowel vanuit waterhuishoudkundig als ecologisch perspectief. De kwantitatieve waterhuishouding blijft gehandhaafd. Er zal geen sprake zijn van een verdere peilverlaging en ondanks een toename van daken en andere verharde oppervlakten op het bedrijventerrein, blijft de infiltratie van regenwater op peil doordat het water niet naar het riool wordt geleid, maar naar infiltratievoorzieningen zoals wadi’s. Het grootste deel van het regenwater zal naar een infiltratiebekken ten zuidoosten van het bedrijventerrein worden geleid. Hier zal het water in de bodem infiltreren en zich voegen bij de grondwaterstroom naar de Kleine Dommel.

Systeem waterhuishouding 'Eeneind West'

Systeem waterhuishouding 'Eeneind West'

In dit systeem vervult het perceel dat in deze herziening is opgenomen de rol van 'Waterberging' voor tijdelijke berging en infiltratie van het hemelwater. Het terrein loopt in westelijke richting af, richting het dal van de Kleine Dommel. Doordat het schone water afkomstig van het bedrijventerrein via deze route langs een langere weg loopt, kan ook over een grotere afstand infiltratie plaatsvinden. Vanuit een oogpunt van behoud van gebiedseigen water heeft deze methode dan ook een grote meerwaarde.

Het waterhuishoudingsplan op hoofdlijnen is in overleg met provincie en Waterschap tot stand gekomen.
In een latere fase wordt hiervoor in overleg met het Waterschap nog een gedetailleerd waterhuishoudingsplan opgesteld, op basis van geohydrologisch onderzoek.
De realisering van de waterberging wordt zowel contractueel (anterieure overeenkomst met de ontwikkelaars) als via regels in het uitwerkingsplan voor 'Eeneind West' geborgd.
Bosgroep Zuid Nederland beheert alle natuurgebieden van de gemeente Nuenen. In verband hiermee ligt het voor de hand dat ook het beheer van deze strook bij de Bosgroep in beheer komt.
Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar de bijlagen bij deze toelichting.
 
Eeneind II Zuid - bestaande situatie
Onderdeel van dit plan vormt het bestaande bedrijventerrein 'Eeneind II Zuid'. Dit terrein is al grotendeels uitgegeven.
Als rioleringssysteem is destijds gekozen voor een duurzame watersysteem (Infiltratiesysteem - IT), dat kan worden aangesloten op het systeem van het bestaande bedrijventerrein 'Eeneind' en uiteindelijk aan te takken is aan het rioleringsstelsel van Nuenen, ten noorden van het plangebied.
Het 'schone' regenwater (van daken en minder intensief gebruikte verharde oppervlakten) wordt zoveel mogelijk van de riolering afgekoppeld, vastgehouden in het gebied en waar mogelijk geïnfiltreerd.
Het vuilwater afkomstig van het bedrijventerrein wordt via een dwa-riolering verzameld en geloosd in het bestaande rioleringssysteem om vervolgens te worden afgevoerd naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI).

3.4 Archeologie

Het plangebied is al in het kader van het bestemmingsplan 'Uitbreiding Bedrijventerrein Eeneind' op archeologische waarden onderzocht.
Het onderzoek bestond uit de volgende rapporten:
- Archeologisch bureauonderzoek, rapportnr. 147734, Grontmij Advies en Techniek b.v., Eindhoven, juni 2003;
- Inventariserend veldonderzoek Archeologie, rapportnr. 13/99042110/Jvdr, Grontmij Advies en Techniek b.v., Eindhoven, 6 oktober 2003.
Bij dit onderzoek zijn in het plangebied geen te beschermen archeologische waarden geconstateerd.
Op de kaartbijlage bij het gemeentelijke Beleidsplan Archeologie is het gebied ten zuiden van bedrijventerrein 'Eeneind West' grijs aangegeven: Categorie 6: Gebied zonder archeologische verwachting.

Beleidsplan Archeologie Nuenen (2009)

Voor het uitwerkingsgebied 'Eeneind II Zuid' zijn intussen natuurlijk al omgevingsvergunningen afgegeven.
Onderzoeken die in verband daarmee hebben plaatsgevonden, gaven ook geen te beschermen waarden aan.  

3.5 Flora en fauna

Quickscan natuurwetgeving
Ten behoeve van de uitwerking van de bedrijfsbestemming van het bedrijventerrein 'Eeneind West' is door het onderzoeksbureau Ecologica in september 2013 een 'Quickscan natuurwetgeving' uitgevoerd (Projectnummer: P2013/31). Bij het onderzoek zijn de beoogde ontwikkelingen getoetst aan het wettelijk en beleidskader voor de betrokken gebieden. Op Europees niveau betreft het de Habitatrichtlijn en de Vogelrichtlijn, oftewel het netwerk Natura 2000. Op landelijk niveau werken deze richtlijnen door in de Natuurbeschermingswet en de Ecologische
Hoofdstructuur (EHS). Op provinciaal niveau gaat het om de Ecologische Hoofdstructuur en gebieden die in de Verordening ruimte als 'Groenblauwe mantel' zijn aangegeven.
Het flora en fauna-onderzoek had betrekking op de ontwikkelingen aan ten westen van de Collse Hoefdijk. Bij het gebied ten oosten van de Collse Hoefdijk gaat het om een grotendeels al gerealiseerd bedrijventerrein ('Eeneind II Zuid'). De voorliggende herziening beoogt voor dat deel alleen een actualisering van de bestaande bestemmingsplanregeling.
In 2013 hebben meerdere bezoeken aan het gebied ten westen van de Collse Hoefdijk plaatsgevonden. Naar aanleiding hiervan is een overzicht opgesteld van aanwezige biotooptypen en beplantingen met hun omvang. Waarnemingen van beschermde soorten zijn genoteerd.

Natura 2000
Artikel 19j Natuurbeschermingswet 1998 moeten bij ieder ruimtelijk plan de eventuele (significante) gevolgen van dat plan voor Natura 2000-gebieden in beeld worden gebracht.
Natura 2000 is een samenhangend netwerk van beschermde natuurgebieden op het grondgebied van de lidstaten van de Europese Unie. Natura 2000 omvat alle gebieden die zijn beschermd op grond van de volgende EU-richt­lij­nen: de Vogelrichtlijn (1979) en de Habitatrichtlijn (1992). Beide richtlijnen zijn in Nederland opgenomen in de Natuurbeschermingswet.
Daarnaast is momenteel de ‘Wet natuur’ in voorbereiding. Deze wet gaat drie bestaande natuurwetten opvolgen (de Flora- en faunawet, de Natuurbeschermingswet en de Boswet).
Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is ‘Strabrechtse heide en Beuven’. Dit ligt circa 3,5 km naar het zuidoosten met daartussen de bebouwing van Geldrop. Het is niet aannemelijk dat de activiteiten binnen het plangebied negatieve effecten zullen hebben op de instandhoudingsdoelstellingen van dit Natura 2000-gebied.
Bij bedrijventerrein 'Eeneind II Zuid' gaat het om een bestaand bedrijventerrein, waarvan de regeling wordt geconsolideerd. Bij het gebied ten zuiden van het toekomstige bedrijventerrein gaat het om gronden die nu nog voor agrarische doeleinden in gebruik zijn, en die een natuurbestemming krijgen. De verandering is alleen dat in plaats van een droog nu een nat natuurdoeltype wordt beoogd, en dat in dit gebied een waterberging voor schoon water afkomstig van het bedrijventerrein mogelijk wordt gemaakt.
Conclusie is dat het plangebied niet binnen de aangewezen Natura 2000-gebieden ligt c.q. in de voor Natura 2000 aangewezen invloedsgebieden. De ontwerp ‘Wet natuur’ heeft geen directe relatie met voorliggend plan.
Er bestaan in verband met Natura 2000 geen belemmeringen voor voorliggend plan.

Planten
Bij het onderzoek werd één beschermde soort aangetroffen, echter niet binnen het plangebied van deze herziening, maar verder ten noorden daarvan.

Zoogdieren
Het deel van het plangebied ten zuiden van het bedrijventerrein 'Eeneind West' is al jarenlang in gebruik geweest als kwekerij en voor tuinbouw. Binnen dit plangebied komen niet de (voormalige) agrarische bedrijfsgebouwen voor, waarin zich soorten zouden kunnen voordoen als vleermuizen of de marter.
Ter voorkoming van lichtoverlast voor bepaalde soorten, wordt op het bedrijventerrein het gebruik van intelligente verlichting voorgeschreven.

Vogels
Het is noodzakelijk maatregelen die van invloed zijn op broedvogels buiten het broedseizoen uit te voeren.
Jaarrond beschermde nesten van de huismus kunnen aanwezig zijn in (agrarische) gebouwen.

Amfibieën
Het onderzoeksgebeid is niet van belang voor amfibieën, er kunnen hooguit zwervers worden aangetroffen.
Nader onderzoek of een ontheffing is niet nodig.

Reptielen, vissen en ongewervelden
Er zijn geen beschermde reptielen, vissen en ongewervelden aanwezig of te verwachten in het onderzoeksgebied. Nader onderzoek of een ontheffing is niet nodig.

Stikstof
Ook vanuit het perspectief stikstof bestaan geen bezwaren tegen de voorliggende herziening.
Wederom gaat het om de positieve bestemming van een bestaand bedrijventerrein ('Eeneind II Zuid') en om de realisering van natuurontwikkeling op gronden ten zuiden van het toekomstige bedrijventerrein 'Eeneind West'.

Ontwikkeling van droog naar nat
Het rapport doet ook nog enkele inrichtingsvoorstellen voor onder andere het gebied ten zuiden van 'Eeneind West'. Het natuurdoeltype voor de strook langs het kanaal is 'droog schraalgrasland'. Zoals in de paragraaf 'Waterhuishouding / watertoets' al is aangegeven, is doel van deze herziening onder andere de inrichting van een nieuwe waterberging op het perceel direct ten zuiden van het geprojecteerde bedrijventerrein 'Eeneind West'. Om die reden wordt in plaats van een droog nu een meer nat natuurdoeltype nagestreefd.
In verband hiermee zal nog een gedetailleerd Waterhuishoudingsplan worden opgesteld. De principes zijn echter al besproken met provincie en Waterschap. Het principe voor de waterhuishouding in combinatie met de voorgestane natuurontwikkeling is onderzocht en in beeld gebracht.
Provincie en Waterschap hebben bij het overleg ingestemd met deze ontwikkeling.

Natuurbeheerplan
Hoewel formeel ontwikkelingen buiten de EHS niet getoetst behoeven te worden op eventuele effecten op de EHS (‘externe werking’), is het toch goed te kijken naar de doelstellingen voor de aangrenzende EHS-gebieden en te beoordelen of een ruimtelijk plan een negatief effect kan hebben op de gewenste natuurkwaliteit van de EHS.
De gewenste natuurkwaliteit van de EHS is aangegeven op de ambitiekaart van het Natuurbeheerplan van de provincie Noord-Brabant.
De in het plan begrepen percelen ten zuidoosten van het toekomstige bedrijventerrein 'Eeneind West' zijn nu nog agrarisch. Voor die gronden zijn op dit moment 'droge schraalgraslanden' als ambitie aangegeven. Dit is echter niet te combineren met de geplande infiltratiebekkens. De gemeente heeft dit met provincie en Waterschap besproken en de provincie gaf aan dat een wijziging van de ambitie van een droog naar een nat natuurdoeltype goed mogelijk is. Het behouden of mogelijk versterken van hoge grondwaterpeilen in de aangrenzende gebieden is van groot belang.
Door 'Ecologica' is een quickscan uitgevoerd naar de natuurwaarden in en in de omgeving van het toekomstige bedrijventerrein 'Eeneind West'. Dit adviesbureau heeft daarbij ook een advies uitgebracht over een mogelijke ecologische inrichting van de in deze herziening begrepen gronden, in combinatie met het waterhuishoudingsplan. In het aan te leggen infiltratiebekken lijken goede kansen voor het ontwikkelen van de natuurdoeltypen vochtig hooiland en moeras. Het water in het infiltratiebekken dient uiteraard schoon te zijn en dat heeft consequenties voor de te gebruiken materialen voor de daken. De realisering van het nieuwe natuurdoeltype vergt verder nog wel een nadere uitwerking in een inrichtings- en beheerplan.

3.6 Verkeer en vervoer

Aspecten van verkeer en vervoer spelen niet zozeer in het kader van deze herziening.

Bij het plandeel ten oosten van de Collse Hoefdijk gaat het om een actualisering van de bestaande bestemmingsplanregeling (bedrijventerrein 'Eeneind II Zuid'). De bedrijfsontsluitingswegen hebben de bestemming 'Verkeer' gekregen.

Binnen het plandeel ten westen van de Collse Hoefdijk komen geen wegen voor.
Een langzaamverkeersroute langs het kanaal is niet in het plangebied van deze herziening opgenomen.
Hetzelfde geldt voor de onlangs gereconstrueerde Collse Hoefdijk zelf. De gereconstrueerde Collse Hoefdijk zal worden meegenomen bij de actualisatie van het bestemmingsplan voor het complete bedrijventerrein Eeneind.

3.7 Externe veiligheid

Aardgastransportleidingen
Nabij het plangebied zijn twee hoge druk aardgastransportleidingen gelegen.
Van de hoge druk aardgastransportleidingen Z-514-01 en Z-514-06 is het plaatsgebonden risico en het groepsrisico berekend. Deze twee leidingen lopen aan de zuidoostkant door het plangebied.
Sinds het van kracht worden van het Besluit externe veiligheid buisleidingen is het verplicht om te toetsen aan de grenswaarde voor het plaatsgebonden risico, en om het groepsrisico te betrekken bij ruimtelijke besluiten binnen de invloedssfeer van ondergrondse hoge druk aardgastransportleidingen.
In onderstaande figuur is de ligging van de hogedruk aardgastransportleidingen weergegeven (paarse lijn) met het invloedsgebied (geel en lichtgroene contour).

Gasleiding

De risicoberekeningen tonen aan dat in de huidige situatie en in de nieuwe situatie géén grens-, richt-, of oriëntatiewaarde wordt overschreden voor respectievelijk het plaatsgebonden risico en het groepsrisico.

De leiding is opgenomen in de dubbelbestemming 'Leiding - Gas'.
De voor 'Leiding - Gas' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de aanleg en instandhouding van een ondergrondse hoge druk hoofdaardgastransportleiding met de daarbij behorende belemmeringenstrook met een breedte van 4 meter aan weerszijden van de hartlijn van de leiding, met de daarbij behorende voorzieningen.

4 Toelichting op de regels

4.1 Inleiding

Voor het bestaande bedrijventerrein ten oosten van de Collse Hoefdijk wordt met deze herziening een actualisering beoogd van de bestemmingsplanregels. De regels bij deze herziening zijn IMRO 2012-conform opgesteld. Daarmee voldoen zij aan de actuele standaard voor digitaal uitwisselbare bestemmingsplannen.
Verder hebben de oude voorschriften het uitgangspunt gevormd voor de nieuwe bestemmingsplanregels.

Omdat de gronden binnen dit terrein al grotendeels zijn uitgegeven, is intussen bekend wat het karakter is van de bestaande bedrijfsvestigingen. In verband hiermee was het mogelijk de Bedrijvenlijst beter af te stemmen op het karakter van deze vestigingen. Daarmee wordt voorkomen dat zich hier bedrijven zouden kunnen vestigen die gelet op de aard en omvang van dit bedrijventerreintje en de daar intussen gevestigde bedrijven, daar niet goed passen.

Voor het plandeel ten oosten van de Collse Hoefdijk maakt deze herziening een omschakeling mogelijk van een droog naar een nat natuurdoeltype. De bestemming 'Natuur' met de aanduiding 'Heide/droog grasland/natuurbos' (h) wordt vervangen door de bestemming 'Natuur - Waterberging'.
 
Via een dubbelbestemming worden twee bestaande aardgasleidingen als zodanig bestemd.

4.2 Nadere toelichting op de regels

De bestemming 'Bedrijventerrein'
Bij de regels voor gronden met de bestemming 'Bedrijventerrein' hebben de bestaande voorschriften het uitgangspunt gevormd. Deze herziening beoogt niet meer dan een voortzetting van het bestaande bestemmingsplan. Via deze herziening gaat het plan wel voldoen aan de nieuwe eisen omtrent digitale raadpleegbaarheid van bestemmingsplannen.

Belangrijkste inhoudelijke wijziging is dat de Staat van bedrijven, bijlage bij de regels, is afgestemd op het type bedrijven dat zich hier inmiddels heeft gevestigd.

De bestemming 'Groen'
Deze bestemming heeft betrekking op een bestaande strook landschappelijke afscherming van het bedrijventerrein 'Eeneind II Zuid' ten opzichte van een woning ten noorden van het plangebied.

De bestemming 'Natuur - Waterberging'
In het gebied ten zuiden van het geprojecteerde bedrijventerrein 'Eeneind West' wordt wel een belangrijke inhoudelijke wijziging voorgestaan. Dit gebied is nu nog vooral in gebruik als kwekerij en voor tuinbouw.
Het gebied zal in de toekomst worden gebruikt om hier het zuidelijke deel van de landschappelijke inpassing van het bedrijventerrein te realiseren. Daarnaast zal dit gebied worden ingericht voor een nat natuurdoeltype (moeras en/of vochtig hooiland). Verwezen wordt naar de paragraaf 'Natuurontwikkeling'.
Daarnaast komt in dit gebied een waterberging, waar het schone hemelwater, afkomstig van het bedrijventerrein, kan infiltreren. Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar de Waterparagraaf (toelichting paragraaf 3.3).

De bestemming 'Verkeer'
Deze bestemming heeft geen nadere toelichting nodig. De wegen die de bedrijfspercelen van het bestaande bedrijventerrein 'Eeneind II Zuid' ontsluiten, hebben de bestemming 'Verkeer' gekregen.

De dubbelbestemming 'Leiding - Gas'
Twee bestaande gasleidingen waren in het vorige bestemmingsplan vergeten. Via deze herziening worden ze alsnog als zodanig bestemd. Er is gebruik gemaakt van een dubbelbestemming.   
 
De dubbelbestemming 'Waterstaat - Beschermingszone watergang'
Zowel aan de oostzijde van bedrijventerrein 'Eeneind II Zuid' als aan de zuidwestzijde van het bestemmingsvlak met de bestemming 'Natuur - Waterberging' loopt een watergang die is opgenomen in de legger van het Waterschap. Het Waterschap heeft om die reden in het kader van het vooroverleg verzocht deze watergang als zodanig of via een dubbelbestemming te bestemmen. Dit is gedaan met behulp van deze dubbelbestemming.
In het kader van de inrichting van de waterberging en in verband met de natuurontwikkeling in het zuidelijke bestemmingsvlak, zullen daar wijzigingen worden aangebracht in het reliëf. Het schone hemelwater, afkomstig van het bedrijventerrein, zal afvloeien naar deze waterberging en (deels) ter plaatse inzijgen. In verband hiermee wordt daar een nat natuurdoeltype nagestreefd, in de vorm van moeras en/of vochtg hooiland. Een nadere uitwerking van deze plannen moet nog plaatsvinden, met name in een gedetailleerd waterhuishoudkundig en rioleringsplan. Daarbij kan de conclusie zijn dat de functie of ligging van de watergang, zoals die op dit moment is, achterhaald is. Via een eenvoudige afwijkingsbevoegdheid is het dan mogelijk om een alternatieve inrichting te realiseren. Voorwaarde daarbij is wel, dat overleg wordt gevoerd met de waterbeheerder waaruit blijkt dat de bescherming van de watergang als zodanig overbodig is geworden en/of de afvoer van water adequaat op een andere wijze zal worden verzorgd. Voor deze  afwijking is ook de toestemming van de waterbeheerder nodig.
 
Vrijwaringszone - waterstaatswerk
Bij de gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan zijn 'Algemene aanduidingsregels' opgenomen ter bescherming de kanaaldijk. Deze bescherming is vervat in de 'Vrijwaringszone - Waterstaatswerk' die is opgenomen in artikel 12 lid 1. De betreffende zone is op de plankaart aangegeven.

5 Financiële uitvoerbaarheid

Het oostelijk plandeel van deze herziening is al grotendeels gerealiseerd.
De voorliggende herziening beoogt voor dit deel alleen een actualisering van de bestaande regeling, waarbij het plan gaat voldoen aan de tegenwoordig geldende regels voor digitaal raadpleegbare bestemmingsplannen.

Bij het westelijk plandeel vinden nieuwe ontwikkelingen plaats.
Het bestaande tuinbouwperceel wordt ingericht voor de landschappelijke inpassing van het nieuw te ontwikkelen bedrijventerrein en verder voor natuurontwikkeling. Hierbij wordt een droog natuurdoeltype ingeruild voor een nat natuurdoeltype. Binnen dit plandeel kan een waterberging worden aangelegd.

Zowel de landschappelijke inpassing als de aanleg van de waterberging zijn financieel geborgd via een (allonge op een) anterieure overeenkomst, die met de ontwikkelaars van het bedrijventerrein 'Eeneind West' is gesloten.

6 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Het oostelijke deel van deze herziening is reeds grotendeels uitgevoerd, zodat het aspect maatschappelijke uitvoerbaarheid daarvoor niet meer speelt.

Het westelijke deel van deze herziening is nu nog agrarisch in gebruik. In dit gebied wordt natuurontwikkeling beoogd, waarbij het gebied tevens kan worden gebruikt voor berging van schoon hemelwater afkomstig van het geprojecteerde bedrijventerrein 'Eeneind West'.
Deze gronden zijn eigendom van de gemeente en in agrarisch gebruik bij de ontwikkelaars van het bedrijventerrein. Met hen zijn via de anterieure overeenkomst afspraken gemaakt over de beëindiging van dit agrarisch gebruik ten behoeve van de natuurontwikkeling.

Vanuit de waterhuishouding en vanuit natuur en milieu zijn geen aanvullende vergunningen of ontheffingen nodig voor de realisering van de beoogde natuurontwikkeling in dit plandeel. Ook vanuit dit oogpunt is de maatschappelijke uitvoerbaarheid van deze herziening derhalve gegarandeerd.

7 Inspraak en vooroverleg

 

7.1 Inspraak

Omdat het bestemmingsplan overwegend de regeling van een bestaande situatie beoogt, is hieraan niet een uitgebreide inspraakprocedure voorafgegaan. Het gaat bij dit plan om een actuele (digitale) bestemming van het bestaande bedrijventerrein 'Eeneind II Zuid' en om een positieve bestemming van bestaande gasleidingen.
De enige aanpassing betreft het natuurdoeltype voor de strook ten zuidoosten van 'Eeneind-West'.
Het uitgangspunt van het oorspronkelijke plan, dat hier natuurontwikkeling wordt gerealiseerd, blijft overeind.
Sterker nog, de realisering van het bedrijventerrein maakt hier de daadwerkelijke realisering mogelijk. Tot op heden was daarvoor geen geld beschikbaar. In combinatie met de landschappelijke inpassing bestaan hier goede mogelijkheden voor de aanleg van vochtige hooilanden en moeras.

7.2 Vooroverleg

Met provincie en Waterschap heeft met name vooroverleg plaatsgevonden in verband met het plan om in het westelijke plandeel de waterberging voor het nieuw te ontwikkelen bedrijventerrein onder te brengen.
Verwezen wordt naar de Waterparagraaf (toelichting paragraaf 3.3).

Op 22 augustus 2012 en 18 september 2013 hebben de vooroverleggen met provincie en Waterschap plaatsgevonden. Daarbij is geconstateerd dat de beoogde (natte) ontwikkeling niet in overeenstemming is met het huidige (droge) natuurdoeltype van het provinciale Natuurbeheerplan.
Blijkens een onderzoek van adviesbureau Roelofs biedt de strook ten zuidoosten van het toekomstige bedrijventerrein goede mogelijkheden voor de ontwikkeling van een nat natuurdoeltype in combinatie met de waterbergingsfunctie.
Het gebied langs het kanaal biedt kansen om het regenwater te laten infiltreren en vervolgens naar het lager gelegen gebied richting de Dommel als kwelwater omhoog te laten komen. Dit vanwege het feit dat het grondwater in noordwestelijke richting stroomt en dat juist daarom de zuidelijke strook naast het kanaal de beste plek is om te infiltreren. Op die manier legt het water ook een langere weg af, voordat het in het natuurgebied uitkomt. Het traject dat het hemelwater moet afleggen via de bodem is waarschijnlijk voldoende om het hemelwater te zuiveren tot een geschikte kwaliteit voor natuurontwikkeling. Wanneer in het westen wordt geïnfiltreerd, zal dit mogelijk niet voldoende zijn om het water te zuiveren.

Het Waterschap heeft in het overleg aangegeven dat de notitie van adviesbureau Roelofs wat hem betreft voldoende is om het wateraspect in de toelichting te verantwoorden.
De voorgestane inrichting vergt wel een aanpassing van de bestemming en van het provinciale Natuurbeheerplan, maar daartegen bestaat van de kant van het Waterschap en de provincie geen bezwaar.
 
Blijkens een zienswijze van 11 augustus 2014 (U29235) heeft het Waterschap het ambtelijke overleg niet gezien als het formele vooroverleg in de zin van het Besluit op de ruimtelijke ordening.
Naar aanleiding daarvan heeft alsnog/opnieuw overleg met het Waterschap plaatsgevonden op 17 september 2014. In dat overleg zijn afspraken gemaakt over een aantal aanvullingen/aanpassingen op het ontwerp van het bestemmingsplan. Het ging daarbij met name om de bestemming van leggerwatergangen op de plankaart, eventeel met een dubbelbestemming. Daarnaast is toegezegd dat het Waterschap vroegtijdig zal worden betrokken bij de verdere uitwerking van het waterhuishoudkundig en rioleringsplan.
Bij brief van 4 november 2014 (Z14716/U30449) is de intrekking van de zienswijze bevestigd.
Via een dubbelbestemming is de leggerwatergang KD95 bestemd.

Met betrekking tot het plandeel ten oosten van de Collse Hoefdijk (bedrijventerrein ‘Eeneind II Zuid’) treedt geen wijziging op in de waterhuishoudkundige situatie.

De regeling van de gasleidingen is opgesteld in overleg met de betrokken leidingbeheerder.
  

7.3 Zienswijzen

Het ontwerp voor dit bestemmingsplan heeft van 15 augustus tot en met 25 september 2014 ter inzage gelegen.
Er zijn gedurende de termijn van terinzagelegging drie zienswijzen ontvangen. Eén van de ingediende zienswijzen – die van het Waterschap - is na (ambtelijk) overleg met de gemeente ingetrokken.
Voor de behandeling van de zienswijzen wordt verwezen naar de in de bijlagen bij deze toelichting opgenomen 'Nota van zienswijzen'. Daarin is ook een aantal ambtshalve aanpassingen aangegeven.
Het bestemmingsplan is overeenkomstig de Nota van zienswijzen gewijzigd vastgesteld ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan.