direct naar inhoud van Motivering
Plan: TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Herziening Beheersverordeningen
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0809.HERBHVLOZ-VG01

Motivering

Hoofdstuk 1 Inleiding

1.1 Aanleiding en doel

Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Dit betekent ook dat sindsdien voor de gemeente Loon op Zand één omgevingsplan geldt. In de overgangsfase tot het inrichten van het nieuwe omgevingsplan geldt op basis van overgangsrecht een tijdelijk deel van het omgevingsplan. Dit bestaat uit planologische besluiten, zoals bestemmingsplannen en beheersverordeningen en regels welke van rechtswege over zijn gegaan naar de gemeente (de zogenaamde bruidsschat). Gemeenten krijgen tot eind 2031 de tijd om de onderdelen van het tijdelijk deel van het omgevingsplan om te zetten naar regels in het nieuwe deel van het omgevingsplan.

Uitgangspunt van de Omgevingswet is dat de bestaande planologische regels in het omgevingsplan per locatie alle tegelijk komen te vervallen bij de overgang van het tijdelijke deel naar het nieuwe deel. Echter kunnen door middel van voorrangsregels -als onderdeel van het nieuwe deel van het omgevingsplan- regels worden gesteld waarmee (ook als het gaat om een specifieke locatie) in afwijking van de regels uit het tijdelijke deel van het omgevingsplan, nieuwe of afwijkende bouw- of gebruiksmogelijkheden worden geboden. De regels in het tijdelijke deel van het omgevingsplan komen in deze constructie niet te vervallen en blijven ook raadpleegbaar.


De wens van de gemeente Loon op Zand is om in de beheerverordeningen, welke zijn opgenomen in het het tijdelijke deel van het omgevingsplan, enkele wijzigingen aan te brengen. Het gaat hierbij om het verwerken van algemene regels, zoals een algemene parkeerregeling. Tevens worden enkele omissies op de verbeelding hersteld en worden vergunde situaties in afwijking van het geldende planologische kader verwerkt. Dat gebeurt in het voorliggende plan in de vorm van de genoemde voorrangsregels.


Na de inwerkingtreding moeten gemeenten wijzigingen van het omgevingsplan via de landelijke voorziening (LVBB) bekendmaken en beschikbaar stellen. Gemeenten stellen het besluit tot wijziging van het omgevingsplan op volgens de nieuwe digitale ontsluiting (STOP/TPOD). Omdat het voor de gemeente Loon op Zand technisch nog niet mogelijk een wijzigingsbesluit te publiceren, is het wenselijk gebruik te maken van de Tijdelijke Alternatieve Maatregel (TAM). Deze alternatieve maatregel houdt in dat het omgevingsplan wordt gewijzigd, maar dat het besluit technisch gezien volgens het oude digitale format (IMRO) wordt gepubliceerd. Daarmee wordt vertraging door het nog niet kunnen publiceren in STOP/TPOD voorkomen. In deze toelichting wordt onder 'TAM-omgevingsplan' onderhavig wijzigingsplan verstaan welke wordt gepubliceerd in de IMRO standaarden.

1.2 Plangebied en omgeving

Het plangebied van het voorliggende TAM-omgevingsplan omvat alle beheersverordeningen in de gemeente Loon op Zand en de locatie Moersedreef 11-13 te De Moer.

afbeelding "i_NL.IMRO.0809.HERBHVLOZ-VG01_0001.png"

Figuur 1.1 Globale ligging plangebied (Bron: Google Maps)

1.3 Geldend planologisch regime

Als onderdeel van het TAM-omgevingsplan gelden de in tabel 1.1 opgenomen beheersverordeningen.

Tabel 1.1: Vigerende beheersverordeningen

Plannaam   Identificatie   Vaststellingsdatum  
Beheersverordening Centrum Kaatsheuvel   NL.IMRO.0809.BvoCentrumgebiedKH-VG01   27-06-2013  
Beheersverordening De Moer   NL.IMRO.0809.BvoDeMoer2012-VG01   06-06-2013  
Beheersverordening Woongebieden Kaatsheuvel   NL.IMRO.0809.BvoKaatsheuvel-VG01   20-09-2012  

Op de locatie Moersedreef 11-13 geldt het bestemmingsplan 'Buitengebied 2011', vastgesteld op 15-12-2011 en opnieuw vastgesteld op 16-12-2013. Deze is vervolgens gedeeltelijk herzien door het bestemmingsplan 'Herziening Buitengebied 2015', vastgesteld op 10-12-2015. Daarnaast geldt het bestemmingsplan 'Veegplan Bp Loon op Zand', vastgesteld op 19-09-2024.

Daarnaast is op het gehele plangebied het bestemmingsplan 'Parapluherziening Loon op Zand 2019, wonen' van toepassing, dat op 28-03-2019 is vastgesteld. Met deze parapluherziening zijn enkele begrippen en algemene regels toegevoegd aan de hiervoor genoemde beheersverordeningen.

Tot slot geldt het inpassingsplan Zuid-West 380 kV Oost, dat is vastgesteld op 05-07-2022/12-07-2022

1.4 Leeswijzer

Hoofdstuk 2 beschrijft het beleidskader. Het ruimtelijk beleid op het niveau van zowel Rijk, provincie, regio als gemeente komt hier aan bod en het plan wordt hieraan getoetst. Ook wordt ingegaan op de instructieregels vanuit het Rijk en de provincie. Hoofdstuk 3 beschrijft vervolgens de juridische vormgeving van het plan en de mogelijkheden die daarin worden geboden. Hoofdstuk 4 toont aan op welke wijze het plan in maatschappelijke en economische zin uitvoerbaar is. Hoofdstuk 5 gaat tot slot in een conclusie in op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

Hoofdstuk 2 Beleidskader en instructieregels

2.1 Inleiding

Door de verschillende overheden is beleid geformuleerd ten aanzien van ontwikkelingen. Hier moet aan getoetst worden in het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Hoewel er met dit plan geen sprake is van nieuwe ontwikkelingen, wordt in dit hoofdstuk toch kort en bondig ingegaan op het relevante beleid. Daarnaast verplichten Rijk en provincies de gemeente om bij het wijzigen van het omgevingsplan te toetsen aan instructieregels. Dit zijn algemene regels waarmee een bestuursorgaan een taak of bevoegdheid oplegt aan een ander bestuursorgaan. Paragraaf 2.2 behandelt het rijksbeleid en gaat in op de instructieregels vanuit het Rijk. Het provinciaal beleid is opgenomen in paragraaf 2.3. Ook wordt in deze paragraaf getoetst aan de instructieregels vanuit de provincie. Tot slot wordt in paragraaf 2.4 de beoogde ontwikkeling getoetst aan het gemeentelijk beleid.

2.2 Rijksbeleid

2.2.1 Nationale omgevingsvisie

Met de NOVI wordt richting gegeven aan de grote opgaven die het aanzien van Nederland de komende 30 jaar ingrijpend zullen veranderen. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Zo kunnen in gebieden betere, meer geïntegreerde keuzes worden gemaakt.

Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie van het Rijk in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten:

  • 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie;
  • 2. Duurzaam economisch groeipotentieel;
  • 3. Sterke en gezonde steden en regio's;
  • 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes:

    • a. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: in het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte;
    • b. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere;
    • c. Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat onze leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties.

Toetsing

Door de consoliderende aard van voorliggend TAM-omgevingsplan heeft dit plan geen raakvlak met de NOVI.

2.2.2 Besluit kwaliteit leefomgeving

Het Besluit kwaliteit leefomgeving stelt de inhoudelijke normen voor gemeenten, provincies, waterschappen en het Rijk met het oog op het realiseren van de nationale doelstellingen en het voldoen aan internationale verplichtingen. Artikel 5.1 van het Bkl bepaalt dat de instructieregels in hoofdstuk 5 van het Bkl, de provinciale instructieregels en eventuele instructies het beoordelingskader vormen voor wijziging van een omgevingsplan.

Uit het tweede lid van artikel 8.0b van het Bkl volgt dat wijziging van het omgevingsplan niet mogelijk is als:

  • de activiteit zou leiden tot een situatie die niet is toegelaten op grond van instructie(regel)s;
  • de omgevingsplanactiviteit betrekking heeft op een voorbeschermingsregel in het omgevingsplan (opvolger van het voorbereidingsbesluit);
  • de omgevingsplanactiviteit het uitvoeren van een project waarvoor een projectbesluit is vastgesteld door provincie of Rijk, belemmert.


In het Bkl staan instructieregels voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De instructieregels gaan over:

  • waarborgen van veiligheid (paragraaf 5.1.2 Bkl);
  • beschermen van waterbelangen (paragraaf 5.1.3 Bkl);
  • beschermen van gezondheid en milieu (paragraaf 5.1.4 Bkl), waaronder instructieregels voor de kwaliteit van
  • de buitenlucht, trillingen, geluid en geur en bodemkwaliteit;
  • beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed (paragraaf 5.1.5 Bkl), waaronder de ladder voor duurzame verstedelijking;
  • het behoud van ruimte voor toekomstige functies (paragraaf 5.1.6 Bkl) voor autowegen, buisleidingen, natuur- en recreatiegebieden;
  • het behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten (paragraaf 5.1.7 Bkl), waaronder landsverdediging en nationale veiligheid, elektriciteitsvoorziening, rijksvaarwegen en luchtvaart, fiets- en wandelroutes, aanwijzing van woningbouwcategorieën;
  • het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen (paragraaf 5.1.8 Bkl).


Daarnaast bevat afdeling 5.2 van het Bkl instructieregels voor de uitoefening van taken voor de fysieke leefomgeving. Daarbij gaat het onder meer om het voorkomen van belemmeringen van gebruik en beheer van spoorwegen en rijkswegen. In heel bijzondere gevallen kunnen B&W de Minister vragen om een ontheffing van bepaalde instructieregels te verlenen. Dit volgt uit afdeling 5.3 van het Bkl.


Toetsing

De instructieregels van het Rijk gaan over diverse onderwerpen van cultuurhistorie, bodemkwaliteit, veiligheid tot toegankelijkheid van openbare ruimte. Een initiatief moet aan de hand hiervan beoordeeld worden. In deze situatie maakt het TAM-omgevingplan geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt. Om deze reden wordt voldaan aan de instructieregels.

2.3 Provinciaal beleid

2.3.1 Omgevingsvisie Noord-Brabant

In de Omgevingsvisie Noord-Brabant is het provinciaal beleid ten aanzien van de ruimtelijke ontwikkelingen in de provincie Noord-Brabant op hoofdlijnen uiteengezet voor de periode tot 2050. Naast een beeld van het Noord-Brabant van nu is een beeld geschetst van het welvarend, verbonden, klimaatproof en vernieuwend Noord-Brabant van 2050. Hieruit zijn vier hoofdopgaven te onderscheiden die nauw met elkaar samenhangen:

  • Werken aan de Brabantse energietransitie;
  • Werken aan de Brabantse energietransitie;
  • Werken aan een klimaatproof Brabant;
  • Werken aan de slimme netwerkstad;
  • Werken aan een concurrerende, duurzame economie.

Samen met andere partijen, zoals gemeenten en bedrijven, wil de provincie uitvoering geven aan projecten die passen binnen deze opgaven. Van belang is dat het in de toekomst ook goed wonen, werken en verblijven blijft. Werken aan een goede omgevingskwaliteit zowel in de bebouwde als in de onbebouwde omgeving is het uitgangspunt.


Toetsing

Het voorliggende TAM-omgevingsplan heeft door zijn consoliderende aard geen betrekking op het gestelde in de Omgevingsvisie van de provincie Noord-Brabant.

2.3.2 TAM-Omgevingsverordening Noord-Brabant

De TAM-Omgevingsverordening Noord-Brabant is op 5 december 2023 vastgesteld door Provinciale Staten en hierna meermaals (partieel) herzien. In de TAM-Omgevingsverordening staan regels voor:

  • Initiatiefnemers, inwoners en bedrijven. Dit zijn zogenaamde rechtstreeks werkende regels voor activiteiten. Deze regels bevatten voorwaarden om bepaalde activiteiten te verrichten en geven ook aan of je bijvoorbeeld eerst een melding moet doen of een vergunning moet aanvragen voordat je met de activiteit mag beginnen.
  • Bestuursorganen van de overheid. Dit zijn zogenaamde instructieregels. Met deze regels geeft de provincie een opdracht aan gemeenten over onderwerpen die zij in het omgevingsplan moeten opnemen of aan een waterschap over de manier waarop ze hun taken uitvoeren.


In hoofdstuk 5 van de TAM-omgevingsverordening zijn instructieregels opgenomen die gemeenten moeten toepassen in hun omgevingsplan. De instructieregels zijn gericht op opgaven en ambities uit de omgevingsvisie.

Toetsing

Het voorliggende TAM-omgevingsplan heeft door zijn consoliderende aard geen betrekking op regels die zijn gesteld in de TAM-omgevingsverordening van de provincie Noord-Brabant.

2.4 Gemeentelijk beleid

2.4.1 Omgevingsvisie Loon op Zand 2040

Op 20 juni 2024 heeft de gemeenteraad van de gemeente Loon op Zand de omgevingsvisie "Omgevingsvisie 2040" vastgesteld. In de omgevingsvisie staan de hoofddoelen en ambities die de gemeente tot 2040 in de fysieke leefomgeving nastreeft. Daarnaast worden de hoofdlijnen van het beleid genoemd waarmee de ambities moeten worden gehaald. Met deze visie wordt de koers uitgezet voor de lange(re) termijn.


De gemeente Loon op Zand wil in de toekomst een aantrekkelijke groene woongebieden creëren, waar inwoners op lange termijn prettig kunnen wonen in een passende woning. De gemeente wil de gewenste woningvoorraad zoveel mogelijk binnen de bestaande bebouwde kom realiseren en bij uitbreidingen een sterke relatie met het landschap behouden. De wijken moeten zijn aangepast aan het veranderende klimaat en inwoners worden gestimuleerd tot gezond gedrag. De wijken faciliteren beweging en sociale ontmoetingen. Sociale problemen zijn onder controle en verschillende doelgroepen moeten elkaar kunnen vinden. Het cultuurhistorisch erfgoed moet worden behouden en dit moet bijdragen aan een sterkere identiteit van de gemeente. Dit is vertaald naar een aantal speerpunten:

  • In 2040 hebben we duurzame groene dorpen
  • Recreatief profiel verbreden: harmonie en plezier
  • Iedereen doet op eigen kracht mee
  • Slim bereikbaar
  • Toekomstbestendige centra
  • All-inclusive landschap


Voor elk van deze speerpunten is een visie geformuleerd met doelstellingen, oplossingsrichtingen en beleidskeuzes.


Toetsing

Door de consoliderende aard van voorliggend TAM-omgevingsplan heeft dit plan geen raakvlak met de Omgevingsvisie Loon op Zand 2040.

Hoofdstuk 3 Juridische vormgeving

3.1 Techniek

Een (wijziging) omgevingsplan moet technisch voldoen aan de Omgevingswet standaarden STOP/TPOD. De wetgever heeft tot 1 januari 2026 gemeenten echter de mogelijkheid geboden om een omgevingsplan onder de Omgevingswet op te stellen op basis van de RO standaarden 2012 en te publiceren via www.ruimtelijkeplannen.nl. Met een overbruggingsfunctie van het Informatiehuis Ruimte wordt het omgevingsplan getoond in het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) (regels op de kaart). Dit is het zogenaamde TAM-omgevingsplan. Het omgevingsplan conform TAM is dus juridisch gezien wel onderdeel van het omgevingsplan, maar wordt technisch ontsloten via de landelijke voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl.

3.2 Toepassingsbereik

Met deze wijziging van het omgevingsplan wordt de bestaande juridisch planologische regeling aangepast met een regeling voor diverse locaties binnen het plangebied van de 3 beheersverordeningen (die deel uitmaken van het Omgevingsplan van rechtswege (oftewel het tijdelijke deel) van de gemeente Loon op Zand).

In veel gevallen wordt een perceel alleen op de verbeelding voorzien van een andere bestemming of aanduiding. Daarbij zijn de bestaande regels uit de betreffende beheersverordening of bestemmingsplan van overeenkomstige toepassing. In de beheersverordening Woongebieden Kaatsheuvel worden daarnaast ook enkele aanpassingen in de regels doorgevoerd. Ook wordt de regeling ten behoeve van speelvoorzieningen in alle beheersverordening afgestemd op de regeling voor het zonder vergunning bouwen van speelvoorzieningen die in de bruidsschat is opgenomen.

In paragraaf 3.4 worden zowel de aanpassingen op de verbeelding als de wijzigingen/aanvullingen in de regels afzonderlijk toegelicht.

Deze wijziging van het omgevingsplan vervangt derhalve slechts gedeeltelijk de regels die deel uitmaken van het (tijdelijk deel) van het Omgevingsplan gemeente Loon op Zand. De voorrangsregels die in dit TAM-omgevingsplan zijn opgenomen geven de verhouding aan tussen het TAM-omgevingsplan en de onderliggende beheersverordeningen als onderdeel van het tijdelijke deel van het gemeentedekkende omgevingsplan.

De bruidsschat (inclusief vangnetregeling) en de gemeentelijke verordeningen die onderdeel zijn van het omgevingsplan, worden niet gewijzigd. Wel is aangegeven dat wanneer deze regels een strijdigheid opleveren met de regels uit dit wijzigingsbesluit, de regels uit het wijzigingsbesluit voorgaan.

3.3 Begrippen

De begripsbepalingen uit de bijlage van de Omgevingswet zijn van rechtswege van toepassing op het wijzigingsbesluit en hoeven dus niet bij de begrippen te worden opgenomen. De begripsbepalingen uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) en Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en de Omgevingsregeling zijn niet van rechtswege van toepassing op het TAM-omgevingsplan. Daarom is in de begrippen hierop aangesloten door deze van toepassing te verklaren.

Aanvullende begripsbepalingen zijn niet nodig. De begrippen uit de onderliggende regelingen blijven van toepassing op de locaties. Wel worden enkele begrippen via dit TAM-omgevingsplan toegevoegd aan de onderliggende beheersverordeningen (zie volgend hoofdstuk).

3.4 Inhoudelijk

In deze paragraaf volgt een artikelgewijze toelichting op de verschillende onderdelen van de regels van het TAM-omgevingsplan. In navolgende paragrafen worden tevens de wijzigingen benoemd op locaties binnen het plangebied. Deze wijzigingen hebben enkel betrekking op het herstellen van enkele omissies op de verbeelding en het verwerken van vergunde situaties in afwijking van het geldende planologische kader. Omdat het bij de genoemde locaties enkel om wijzigingen gaat die bij deze vergunningen of eerdere bestemmingsplannen al zijn getoetst op omgevings- en milieukundige aspecten, vindt in deze motivering geen nieuwe toetsing op deze aspecten meer plaats.

3.4.1 Algemeen

Hoofdstuk 1 Inleidende regels

Artikel 1 Begrippen

In dit artikel worden de begrippen gedefinieerd, die in de planregels worden gehanteerd. Bij de toetsing aan de beheersverordening wordt uitgegaan van de in dit artikel aan de betreffende begrippen toegekende betekenis. De overige begrippen uit de betreffende beheersverordeningen zijn van overeenkomstige toepassing.


Artikel 2 Wijze van meten

De wijze van meten uit de betreffende beheersverordeningen blijft van toepassing.

Artikel 3 Algemeen gebruiks- en bouwverbod

In het algemene gebruiks- en bouwverbod is opgenomen dat alle niet genoemde functies en activiteiten die in strijd zijn met dit TAM-omgevingsplan niet zijn toegestaan. Het algemene verbod zorgt ervoor dat alleen de genoemde functies en activiteiten zijn toegestaan. Wanneer sprake is van bestaande -legale- functies en activiteiten die niet zijn genoemd in de bestemmingen, dan zijn deze wel toegestaan.

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels

In dit hoofdstuk worden de wijzigingen in de beheersverordening, enerzijds in algemene zin en anderzijds per beheersverordening, aangegeven.

3.4.2 Alle beheersverordeningen

Begrippen
In dit artikel worden enkele begrippen toegevoegd aan de 3 beheersverordeningen.

Groen (speelvoorzieningen)

In de bestemmingen 'Groen' en 'Verkeer' in de beheersverordeningen wordt de toegestane bouwhoogte van speeltoestellen verhoogd naar 4 meter. In de genoemde bestemmingen was geregeld dat bouwwerken geen gebouw zijnde maximaal 2 meter hoog mochten zijn. Met de aangepaste regeling in dit TAM-omgevingsplan wordt voor speeltoestellen aangesloten bij artikel 22.27 lid d van de bruidsschat (4 meter). In dit artikel van de bruidsschat is geregeld dat voor het bouwen van een speeltoestel geen vergunning hoeft te worden aangevraagd als wordt voldaan aan de regels in het omgevingsplan ten aanzien van dat betreffende bouwwerk. Om die reden vindt de gemeente het wenselijk beide hoogtematen op elkaar af te stemmen.

3.4.3 Beheersverordening Centrum Kaatsheuvel

Peperstraat 8

Ter plaatse van de Peperstraat 8 is op de verbeelding de horecacategorie aangepast. De horecacategorie is aangepast van horecacategorie 3 naar horecacategorie 1.

3.4.4 Beheersverordening De Moer

Middelstraat 3

Ter plaatse van de Middelstraat 3 en omgeving is de woonbestemming hersteld conform de vergunde situatie.


Zijstraat

Ten westen van de Zijstraat is de bestemming van het meest noordelijke sportveld hersteld in de bestemming 'Sport' en een klein gedeelte 'Agrarisch'.


Percelen achter Hooivork 9, 11 en 13

In 2016 is een omgevingsvergunning verleend waarbij de percelen 854 en 855 de bestemming 'Wonen' met de aanduiding 'bijgebouwen' hebben gekregen. Daarnaast is de verbeelding dusdanig aangepast dat er ten noorden van de woonbestemming van Hooivork 13 bijgebouwen toegestaan worden.

3.4.5 Beheersverordening Woongebieden Kaatsheuvel

Antoniusstraat 41

Ter plaatse van de Antoniusstraat 41 is in 1960 vergunning verleend voor de bouw van de woning. In de beheersverordening is foutief het bouwvlak opgenomen op de locatie van het bijgebouw in plaats van op de woning. Met dit TAM-omgevingsplan wordt deze omissie hersteld en wordt het bouwvlak opgenomen op de locatie van de woning.

Antoniusstraat 43

Ter plaatse van de Antoniusstraat 43 is op 24 maart 2015 een vergunning verleend waarbij is afgeweken van de beheersverordening voor het gebruik van het perceel voor 'Wonen'. Met dit TAM-omgevingsplan wordt de bestemming ‘Wonen’ overeenkomstig die vergunning toegekend aan het voorste gedeelte van het perceel (met kadastraal nummer 4456). Het achterste gedeelte met kadastraal nummer 4455 behoudt de bestemming 'Bedrijf'. De aanduiding 'bijgebouwen' wordt op dit gedeelte vervangen door een bouwvlak met daarin opgenomen een maatvoeringsaanduiding voor een maximale goot- en bouwhoogte.


Doctor van Beurdenstraat 49

Ter plaatse van de Doctor van Beurdenstraat 49 wordt op de verbeelding de aanduiding 'wonen' opgenomen binnen de bestaande bestemming 'Detailhandel'. Hier is nu tevens wonen op de begane grond toegestaan. Hiermee is een omissie in het plan hersteld.


Dodenauweg 2

Ter plaatse van de Dodenauweg 2 gold de bestemming 'Maatschappelijk' en de aanduiding 'specifieke vorm van maatschappelijk - politiebureau'. Er is een omgevingsvergunning met afwijking verleend voor het kantoor van de schoolbesturen. De aanduiding 'specifieke vorm van maatschappelijk - politiebureau' met bijbehorende regels komt te vervallen. Daarvoor in de plaats wordt de aanduiding 'kantoor' opgenomen.


Erasstraat 67

Ter plaatse van de Erasstraat 67 bevindt het bijgebouw zich in de achtertuin. Dit bijgebouw heeft de bestemming 'Agrarisch' i.p.v. 'Wonen', terwijl hier in 2007 vergunning voor is verleend. Met dit TAM-omgevingsplan wordt de bestemming ‘Wonen’ toegekend aan dit deel van het perceel.


Erasstraat 83

Met de beheersverordening is onterecht de bestemming ‘Wonen’ uit het bestemmingsplan ‘Erasstraat 83 Kaatsheuvel’, welke is vastgesteld op 15-12-2011, komen te vervallen. Met dit TAM-omgevingsplan wordt de bestemming ‘Wonen’ wederom toegekend aan dit perceel.

Gasthuisstraat 46 en 46a

In bestemmingsplan ‘Heikant-Gasthuisstraat’, vastgesteld op 22 april 1999, had het perceel Gasthuisstraat 46 en 46a de bestemming ‘Dienstverlening’, met de aanduidingen ‘detailhandel’ en ‘wonen’. In de beheersverordening is onterecht uitsluitend de bestemming 'Wonen' opgenomen. In dit TAM-omgevingsplan wordt dit hersteld door het opnemen van de bestemming 'Detailhandel' op het perceel. Daarmee is een kapper op de locatie toegestaan en wonen op de verdieping.


Gasthuisstraat 101

Ter plaatse van de Gasthuisstraat 101 is op de verbeelding de aanduiding 'wonen' opgenomen, hier is tevens wonen op de begane grond toegestaan.

Gasthuisstraat en Leo XIII-straat

Ter plaatse van Gasthuisstraat 119 en Leo XIII-straat is de bestemming 'Bedrijf' gewijzigd in de bestemming 'Wonen'. Daarnaast is de aanduiding 'bijgebouwen' opgenomen, waarmee ter plaatse bijgebouwen zijn toegestaan.


Hoofdstraat 1 en 3

Ter plaatse van de Hoofdstraat 1 en 3 is op de verbeelding de aanduiding 'bedrijfswoning' opgenomen. Hiermee is een omissie in het plan hersteld. In bestemmingsplan 'Kom Kaatsheuvel', welke was vastgesteld op 24 oktober 2000, waren ter plaatse van Hoofdstraat 1 en 3 bedrijfswoningen toegestaan. In de beheersverordening zijn deze aanduidingen onterecht niet opgenomen.

Hoofdstraat 107-109

Ter plaatse van de Hoofdstraat 107-109 is op de verbeelding de aanduiding 'kantoor' opgenomen, hier is tevens een kantoor op de begane grond toegestaan. Hiermee is een omissie in het plan hersteld.

Hoofdstraat 158

Ter plaatse van de Hoofdstraat 158 is de bestemming 'Bedrijf' opgenomen. Op 8 november 2016 is een vergunning verleend voor het wijzigen van het gebruik van het perceel van bedrijf naar wonen. Met dit TAM-omgevingsplan wordt de bestemming ‘Wonen’ toegekend aan de locatie conform de vergunning.


Gasthuisstraat 119 en Leo XIII-straat

Nabij de Gasthuisstraat 119 en Leo XIII-straat is de woonbestemming opgenomen op de verbeelding. Dit naar aanleiding van de reeds vergunde situatie ter plaatse van dit perceel.


Monseigneur Völkerstraat 53

Ter plaatse van de Monseigneur Völkerstraat 53 is op de verbeelding van de Beheersverordening Woongebieden Kaatsheuvel onterecht de bestemming 'Bedrijf' opgenomen. Hier wordt de bestemming gewijzigd in 'Wonen' conform de voorloper van de beheersverordening, namelijk het bestemmingsplan 'Kom Kaatsheuvel' (vastgesteld 24 oktober 2000).


Roestenbergstraat 64

Ter plaatse van Roestenberg 64 is de bestemming 'Detailhandel' met dit veegplan gewijzigd in de bestemming ‘Wonen’. Ter plaatse van Roestenberg 66 blijft de situatie ongewijzigd.

Roulet 5 t/m 21

Ter plaatse van de adressen Roulet 5 t/m 21 zijn de bouwvlakken en aanduidingen binnen het bestemmingsvlak aangepast conform de huidige bestaande situatie.

Van Haestrechtstraat 3C

Ter plaatse van de Van Haestrechtstraat 3C heeft het perceel onterecht de bestemming ‘Wonen’ gekregen. Met dit TAM-omgevingsplan wordt de bestemming ‘Bedrijf’ hersteld conform de huidige situatie.


Van Heeswijkstraat ter hoogte van nr. 77

Ter plaatse van het adres ter hoogte van Van Heeswijkstraat 77 is conform het huidige gebruik de bestemming 'Groen' aangepast in 'Verkeer' op de verbeelding.


Bijgebouwenregeling Wonen

Binnen de bestemmingen 'Cultuur en Ontspanning', 'Detailhandel', 'Dienstverlening', 'Horeca' en 'Kantoor' is wonen uitsluitend op de verdieping toegestaan. Er is ook een bouwregel voor het bouwen van bijgebouwen ten dienste van de woning. Met deze regeling wordt geregeld dat bijgebouwen ook voor wonen gebruikt mogen worden.

Snippergroen

Ter plaatse van de adressen zoals opgenomen in onderstaande tabel is het snippergroen aangepast in de aangegeven hoofdbestemming. Aanduidingen en dubbelbestemmingen zijn weergegeven op de verbeelding.

Tabel 3.1: Snippergroen

Adres Snippergroen
 
Bestemming was:   Bestemming wordt:  
Bachstraat 7, Kaatsheuvel   Verkeer   Wonen  
Berndijksestraat 9, Kaatsheuvel   Verkeer   Wonen  
Berndijksestraat 11, Kaatsheuvel   Verkeer   Wonen  
Burg. Van Der Heijdenlaan 12, Kaatsheuvel   Verkeer   Wonen  
Jeroen Boschstraat 13, Kaatsheuvel   Verkeer   Wonen  
Johan de Wittstraat 16, Kaatsheuvel   Verkeer   Wonen  
Hilsestraat 37, Kaatsheuvel   Verkeer   Wonen  
Kempenland 2, Kaatsheuvel   Verkeer   Wonen  
Kempenland 28, Kaatsheuvel   Verkeer   Wonen  
Kempenland 32, Kaatsheuvel   Verkeer   Wonen  
Kempenland 34, Kaatsheuvel   Verkeer   Wonen  
Kempenland 36, Kaatsheuvel   Verkeer   Wonen  
Kempenland 38, Kaatsheuvel   Verkeer   Wonen  
Kempenland 40, Kaatsheuvel   Verkeer   Wonen  
Kempenland 42, Kaatsheuvel   Verkeer   Wonen  
Kempenland 44, Kaatsheuvel   Verkeer   Wonen  
Kempenland 46, Kaatsheuvel   Verkeer   Wonen  
Kempenland 48, Kaatsheuvel   Verkeer   Wonen  
Kempenland 50, Kaatsheuvel   Verkeer   Wonen  
Kempenland 52, Kaatsheuvel   Verkeer   Wonen  
Kempenland 54, Kaatsheuvel   Verkeer   Wonen  
Kempenland 56, Kaatsheuvel   Verkeer   Wonen  
Kempenland 58, Kaatsheuvel   Verkeer   Wonen  
Kortevaert 7, Kaatsheuvel   Verkeer   Wonen  
Leemkuilen 23, Kaatsheuvel   Verkeer   Wonen  
Marktstraat 100, Kaatsheuvel   Verkeer   Wonen  
Meierijlaan 53, Kaatsheuvel   Verkeer   Wonen  
Middelstraat 20, De Moer   Maatschappelijk   Wonen  
Multatulihof 26, Kaatsheuvel   Verkeer   Wonen  
Pastoor Simkensstraat 4, Kaatsheuvel   Verkeer   Wonen  
President Kennedyplein 10, Kaatsheuvel   Verkeer   Wonen  
Peelland 12 , Kaatsheuvel   Verkeer   Wonen  
Schubertstraat 30, Kaatsheuvel   Verkeer   Wonen  
Schubertstraat 40, Kaatsheuvel   Verkeer   Wonen  
Slingebeek 2, Kaatsheuvel   Verkeer   Wonen  
Vaartstraat 33, Kaatsheuvel   Water   Wonen, Agrarisch en Verkeer  
Van Heeswijkstraat 77, Kaatsheuvel   Groen   Verkeer  
Vossenbergselaan 7 en 7a, Kaatsheuvel   Wonen   Wonen  
Vossenbergselaan 9, Kaatsheuvel   Wonen   Wonen  
3.4.6 Herziening regels beheersverordeningen algemeen

Artikel 18 Aanvulling algemene bouw- en gebruiksregels

18.1 Maatvoeringsaanduidingen

Met dit artikel wordt een koppeling gemaakt tussen de maatvoeringsaanduidingen op de verbeelding en de bouwregels zoals opgenomen in hoofdstuk 2.


18.2 Wonen - woning

Met dit artikel en het toevoegen van de begrippen wordt het vastleggen van de woningaantallen en begrippen van toepassing verklaard zoals wordt beoogd met de 'Parapluherziening Loon op zand 2019, Wonen' zoals vastgesteld op 28 maart 2019.

3.4.7 Bestemmingsplan Buitengebied 2011 / Herziening Buitengebied 2015

Moersedreef 11-13

In het bestemmingsplan Buitengebied 2011 / Herziening Buitengebied 2015 is op het perceel Moersedreef 11-13 een intensieve veehouderij aanwezig waar op basis van het bestemmingsplan twee bedrijfswoningen zijn toegelaten ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden'. De bedrijfswoning op nummer 11 heeft geen functionele relatie meer met het agrarisch bedrijf en wordt omgezet naar een voormalige bedrijfswoning die door derden mag worden gebruikt. Dit is nader toegelicht in de 'Nota ambtshalve wijzigingen', dat onderdeel is van het raadsbesluit. In de regels en op de verbeelding is hiervoor de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - voormalige bedrijfswoning' opgenomen.

Moersedreef 13 blijft een bedrijfswoning. Doordat er op het perceel één bedrijfswoning overblijft, komt de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' te vervallen (deze aanduiding is specifiek gekoppeld aan de regeling voor bedrijfswoningen).

3.4.8 Inpassingsplan Zuid-West 380 kV Oost

Het Rijk heeft een Inpassingsplan Zuid-West 380 kV Oost opgesteld om ter plaatse van Moersdreef 11-13 de hoogspanningverbinding te laten vervallen. Op basis van artikel 15.3 van het inpassingsplan heeft het Rijk een beperking in bevoegdheid opgenomen dat gemeenten binnen 10 jaar na vaststelling van het inpassingsplan de bestemmingen en planregels overnemen. De gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone - hoogspanningsverbinding te vervallen' is dan ook in overeenstemming met het inpassingsplan overgenomen.

3.4.9 Algemene regels

Artikel 19 Anti-dubbeltelregel

Om om ongewenste bebouwingsmogelijkheden te voorkomen wanneer grond dubbel wordt meegeteld, is hier geregeld dat grond die eenmaal bij een bouwplan is meegenomen, bij andere aanvragen buiten beschouwing moet blijven.


Artikel 21 Overige regels

21.1 Parkeren

Er is een dynamische verwijzing naar de gemeentelijke parkeernormen opgenomen, zodat bij aanvragen om omgevingsvergunning wordt beoordeeld of er ingeval van een parkeerbehoefte in voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien.

Artikel 22 Overgangsrecht

In verband met de rechtszekerheid van bestaande rechten is ervoor gekozen om overgangsrecht op te nemen. Deze overgangsregels zijn zowel voor bouwwerken als gebruik.

Hoofdstuk 4 Uitvoerbaarheid

4.1 Economische uitvoerbaarheid

In dit hoofdstuk wordt getoetst of de betreffende ontwikkeling economisch niet evident onuitvoerbaar is. Dit houdt in dat:

  • 1. de ruimtelijke ontwikkeling niet evident financieel onuitvoerbaar mag zijn en
  • 2. als de ruimtelijke ontwikkeling kostenverhaalplichtige activiteiten omvat, het kostenverhaal verzekerd moet zijn.
4.1.1 Financiële uitvoerbaarheid

Voor wat betreft de financieel-economische uitvoerbaarheid dient te worden beoordeeld of de ontwikkeling financieel haalbaar is. Als op voorhand duidelijk is dat de toegedachte functie om financiële redenen op langere termijn niet zal worden gerealiseerd, behoort de functie niet mogelijk te worden gemaakt. In dit TAM-omgevingsplan worden geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt. Daarom zijn er geen risico's voor de financiële uitvoerbaarheid.

4.1.2 Kostenverhaal

Indien een wijziging van een omgevingsplan nieuwe kostenverhaalplichtige activiteiten mogelijk maakt is kostenverhaal aan de orde. Een plan is financieel onuitvoerbaar als het kostenverhaal van door het plan mogelijk gemaakte kostenverhaalplichtige bouwactiviteiten en gebruikswijzigingen als aangewezen in artikel 8.13 Omgevingsbesluit niet is geregeld.

Dit TAM-Omgevingsplan maakt geen nieuwe kostenverhaalpichtige activiteiten mogelijk. Hierdoor is het wettelijk verplicht kostenverhaal niet aan de orde en volgt dat de ruimtelijke ontwikkeling niet evident economisch onuitvoerbaar is.

4.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

4.2.1 Vooroverleg

Met onderhavige wijziging van het omgevingsplan worden geen ontwikkelingen mogelijk gemaakt. Het is daarom niet noodzakelijk om het plan aan instanties als provincie en het waterschap voorgelegd te worden. Ook hoeft ook geen participatietraject opgestart te worden. Een ieder heeft de mogelijkheid te reageren wanneer het TAM-Omgevingsplan ter inzage wordt gelegd.

4.2.2 Vaststellingsprocedure

Op een wijziging van het omgevingsplan is de zogenaamde uniforme openbare voorbereidingsprocedure van toepassing (afdeling 3.4 Awb). Het ontwerpbesluit wijziging omgevingsplan is voor zes weken ter visie gelegd voor het indienen van zienswijzen. Er zijn geen zienswijzen ingediend.

Na vaststelling van het wijzigingsbesluit door de gemeenteraad wordt het plan weer vier weken ter visie gelegd. Gedurende deze periode kunnen belanghebbenden tegen het vaststellingsbesluit beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Indien geen beroep wordt ingesteld, is het plan na deze beroepstermijn onherroepelijk en treedt het plan in werking.

Hoofdstuk 5 Evenwichtige toedeling van functies aan locaties

De regels in het omgevingsplan moeten leiden tot een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Om dit te kunnen beoordelen moeten alle voor de fysieke leefomgeving relevante aspecten zorgvuldig worden onderzocht en afgewogen.

Ten aanzien van het voorliggende TAM-omgevingsplan kan worden opgemerkt dat het gaat om een gedeeltelijke herziening van 3 beheersverordeningen waarbij vergunde dan wel feitelijk bestaande situaties worden verwerkt en enkele omissies worden hersteld. Hiermee worden geen nieuwe juridisch-planologische mogelijkheden gecreëerd. Verder is het plan niet in strijd met beleid van verschillende overheidslagen, noch met wettelijke instructieregels. Ook zijn er geen belemmeringen vanuit milieu- en omgevingsaspecten.

Daarmee kan gesteld worden dat met het voorliggende plan sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.