direct naar inhoud van Toelichting
Plan: Heusden Buitengebied Reparatieplan deel B
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0797.RPHBGB-VG01

Toelichting

Hoofdstuk 1 Inleiding

Op 18 december 2012 is het bestemmingsplan ‘Heusden Buitengebied’ van de gemeente Heusden vastgesteld. Tegen dit vastgestelde plan zijn in totaal 26 beroepen aangetekend. Op 22 oktober 2014 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna Raad van State) uitspraak gedaan over de ingestelde beroepen. Het bestemmingsplan is grotendeels in stand gelaten, met uitzondering van het bepaalde over een beperkt aantal percelen en planregels.


De reparatie van 8 vernietigde onderdelen van het bestemmingsplan vond al plaats in het op 31 maart 2015 vastgestelde reparatieplan Heusden Buitengebied Deel A. In het onderhavige bestemmingsplan wordt aan de resterende 3 plandelen een nieuwe bestemming toegekend met inachtneming van de uitspraak van de Raad van State. De letteraanduiding in de kop van elk planonderdeel correspondeert met de letteraanduiding die door de Raad van State is gehanteerd in haar beslissing (zie pagina 82 e.v. van de uitspraak, die is opgenomen in Bijlage 2).

Hoofdstuk 2 Verwerking uitspraak Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State

C: Elshoutseweg 3 Elshout

Een deel van het plandeel met de bestemming ‘Agrarisch – Glastuinbouw’ voor het perceel ten zuiden van de Elshoutseweg 3 in Elshout is vernietigd, zie onderstaande afbeelding. Er is onvoldoende onderzocht of de ter plaatse uitgevoerde bedrijfsactiviteiten kunnen worden opgenomen in het bestemmingsplan.

afbeelding "i_NL.IMRO.0797.RPHBGB-VG01_0001.png"

Vernietigd perceel Elshoutseweg 3 Elshout.

Met voorliggend plan wordt de bestemming zodanig gewijzigd dat de uitoefening van een grond-, sloop- en verhuurbedrijf is toegestaan en realisatie van bedrijfsbebouwing (maximaal 180 m2) mogelijk wordt. De opgestelde ruimtelijke onderbouwing geeft een uitgebreide toelichting bij het initiatief. De ruimtelijke onderbouwing is als Bijlage 3 toegevoegd aan deze toelichting.

Verwerking in bestemmingsplan

Planregels
In artikel 5 lid 1 onder a wordt aan de tabel toegevoegd:  
Elshoutseweg 3   Elshout   grond-, sloop- en verhuurbedrijf  

Verbeelding
De bestemmingen en het bouwvlak wordt overeenkomstig onderstaande afbeelding gewijzigd. De aanduidingen 'bedrijfswoning uitgesloten' en de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - bestaand bedrijf' worden opgenomen ter plaatse van de bestemming bedrijf.
Dubbelbestemmingen en gebiedsaanduidingen worden ongewijzigd overgenomen.  
afbeelding "i_NL.IMRO.0797.RPHBGB-VG01_0002.png"  

F: Zeedijk 2 Elshout

Het plandeel met de bestemming 'agrarisch' met nadere aanduiding 'bouwvlak' voor het perceel Zeedijk 2 Elshout, is vernietigd. Er is onvoldoende onderzocht of vergroting van het bouwvlak ter plaatse mogelijk is.


Met voorliggend plan wordt de bestemming zodanig gewijzigd, dat vergroting van het bouwvlak mogelijk wordt. De opgestelde ruimtelijke onderbouwing geeft een uitgebreide toelichting bij het initiatief. De ruimtelijke onderbouwing is als Bijlage 5 toegevoegd aan deze toelichting.

  • De provincie Noord-Brabant heeft op 17 februari 2014 de Verordening Ruimte 2014 vastgesteld. Deze is op 19 maart 2014 in werking getreden. De Verordening Ruimte is een juridische verankering van het beleid uit de Structuurvisie Ruimtelijke Ordening. In de Verordening zijn beleidsregels opgenomen over ruimtelijke ontwikkelingen in zowel het stedelijk als het landelijk gebied. Voor veehouderijen wordt ingestoken op een transitie naar een zorgvuldige (duurzame) veehouderij. Voor de transitie naar een zorgvuldige veehouderij heeft de provincie de ‘Nadere regels Verordening Ruimte - Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderijen’ (BZV) vastgesteld. Hierin is een scoringssysteem voor veehouderijen opgenomen. Als men op alle verschillende onderdelen de voor dat onderdeel gestelde minimaal vereiste score haalt, dan is sprake van een zorgvuldige veehouderij. Bij de BZV heeft de provincie een rekentool ontwikkeld. Als deze volledig is ingevuld, dan kan worden bepaald of sprake is van een zorgvuldige veehouderij. In de Verordening Ruimte 2014 staat dat deze regels rechtstreeks doorwerken voor gemeenten (artikel 34) totdat het bestemmingsplan in overeenstemming is met deze regels. De gemeente kiest ervoor om deze regeling in een eerstvolgende herziening integraal te vertalen in het bestemmingsplan buitengebied. Tot dat moment is, gelet op rechtstreekse werking van de verordening, zodra het bedrijf wil uitbreiden, geborgd dat sprake zal zijn van een zorgvuldige veehouderij. Wel is de regeling over eisen die worden gesteld aan de grondgebondenheid van veehouderijen, overeenkomstig artikel 25 van de Verordening Ruimte 2014, overgenomen.
  • Stedenbouwkundige en landschappelijke inpassing: voor de ontwikkeling is een landschapsplan opgesteld, rekening houdend met de Ontwikkelingsvisie Buitengebied, inclusief berekening kwaliteitsverbetering. Het landschapsplan inclusief berekening van de kwaliteitsverbetering, is als bijlage bij de regels opgenomen.

Verwerking in bestemmingsplan

Planregels
In artikel 3 lid 2 wordt sublid 3.2.1.C.2 toegevoegd, luidend:
ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – beperkingen veehouderij’ is toename van
de bestaande bebouwing, met uitzondering van de bestaande bedrijfswoning, niet toegestaan;

In artikel 3 lid 3 wordt het volgende sublid toegevoegd, luidend:
Uitbreiding bebouwing in gebied beperkingen veehouderij
Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 3.2.1.C.2 voor de uitbreiding van bebouwing binnen het bouwvlak ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – beperkingen veehouderij’, mits voldaan wordt aan ten minste één van de volgende voorwaarden:
a. De veebezetting bedraagt niet meer dan 2,75 GVE/ha, berekend over de grond die blijkens de gecombineerde opgave bij het bedrijf in gebruik is, voor zover gelegen binnen 15 kilometer van de bedrijfslocatie.
b. Ten minste 75% van de op het bedrijf geproduceerde mest, uitgedrukt in fosfaat, wordt aangewend op grond die blijkens de gecombineerde opgave bij het bedrijf in gebruik is, voor zover gelegen binnen 15 kilometer van de bedrijfslocatie, waarbij door de jaarlijkse gecombineerde opgave aangetoond wordt dat de veehouderij aan dit criterium voldoet.
c. Ten minste 95% van het ruwvoer (gras en maïs), uitgedrukt in fosfaat, wordt gewonnen op grond die blijkens de gecombineerde opgave bij het bedrijf in gebruik is, voor zover gelegen binnen 15 kilometer van de bedrijfslocatie. Daarbij is ten minste 50% van het fosfaat in het rantsoen afkomstig uit ruwvoer (gras en maïs), waarbij via een jaarlijkse rapportage uit het BEX wordt
aangetoond dat de veehouderij aan dit criterium voldoet.
d. In de veehouderij worden dieren gehouden uitsluitend of in hoofdzaak voor natuurbeheer.

In artikel 3 lid 4 wordt sublid 3.4.3 toegevoegd, luidend:
Voorwaardelijke verplichting:
tot en met de bestemming strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het gebruik van en het in gebruik laten nemen van de gronden en bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - voorwaardelijke verplichting 1' zonder de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen conform het in Bijlage 1 weergegeven Landschapsplan Zeedijk 2. Een omgevingsvergunning, als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 sub a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, voor het bouwen van gebouwen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - voorwaardelijke verplichting 1' wordt slechts verleend als bij de aanvraag wordt aangetoond dat de landschapsmaatregelen, zoals genoemd in het in Bijlage 1 weergegeven Landschapsplan Zeedijk 2, binnen 2 jaar na het verlenen van de omgevingsvergunning worden uitgevoerd en in stand worden gehouden;  


Verbeelding
Voor het perceel wordt een bouwvlak opgenomen overeenkomstig onderstaande afbeelding. Tevens worden de aanduidingen 'specifieke vorm van agrarisch - voorwaardelijke verplichting 1' en 'specifieke vorm van agrarisch - beperkingen veehouderij' opgenomen ter plaatse van het bouwvlak.
Dubbelbestemmingen en gebiedsaanduidingen worden ongewijzigd overgenomen.  
afbeelding "i_NL.IMRO.0797.RPHBGB-VG01_0003.png"  

L: Giersbergen 19

Het plandeel met de bestemming "Wonen" voor het perceel Giersbergen 19, voor zover daaraan geen bouwvlak is toegekend, is vernietigd. Er is onvoldoende onderzocht of een bouwvlak voor een woning ter plaatse mogelijk is.

Met voorliggend plan wordt de bestemming zodanig gewijzigd, dat het realiseren van een nieuwe woning mogelijk wordt. De opgestelde ruimtelijke onderbouwing geeft een uitgebreide toelichting bij het initiatief. De ruimtelijke onderbouwing is als Bijlage 6 toegevoegd aan deze toelichting.

  • Ladder voor duurzame verstedelijking: de kleinschalige ontwikkeling (één woning), voorziet niet in een stedelijke voorziening (zoals bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i Bro en artikel 1.75 Verordening Ruimte 2014), waardoor artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro niet van toepassing is. De woning is opgenomen in het gemeentelijk woningbouwprogramma en als zodanig in regionaal verband afgestemd.
  • Stedenbouwkundige en landschappelijke inpassing: ten behoeve van de ontwikkeling is een landschapsplan opgesteld, rekening houdend met de Ontwikkelingsvisie Buitengebied, inclusief berekening kwaliteitsverbetering. Het landschapsplan inclusief berekening van de kwaliteitsverbetering, is als bijlage bij de regels opgenomen.

Verwerking in bestemmingsplan

Planregels
In artikel 26 lid 4 wordt sublid 26.4.2 toegevoegd, luidend:

Voorwaardelijke verplichtingen:
1. tot en met de bestemming strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het gebruik van en het in gebruik laten nemen van de gronden en bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - voorwaardelijke verplichting 1' zonder de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen conform het in bijlage 2 weergegeven landschapsplan Giersbergen 19. Een omgevingsvergunning, als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 sub a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, voor het bouwen van gebouwen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - voorwaardelijke verplichting 1' wordt slechts verleend indien bij de aanvraag wordt aangetoond dat de landschapsmaatregelen, zoals genoemd in het in bijlage 2 weergegeven landschapsplan Giersbergen 19 binnen twee jaar na het verlenen van de omgevingsvergunning worden uitgevoerd en in stand worden gehouden.
2. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - voorwaardelijke verplichting 1' mag alleen worden gebouwd indien voorzien wordt in voldoende waterberging.  

Verbeelding
De relatie (aanduiding figuur) tussen het perceel Giersbergen 19 en 17 komt te vervallen. Voor het perceel Giersbergen 19 wordt een bouwvlak opgenomen (20x10m) overeenkomstig onderstaande afbeelding. Een bestemming Tuin wordt opgenomen overeenkomstig de gehanteerde plansystematiek. Tevens wordt een aanduiding 'specifieke vorm van wonen - voorwaardelijke verplichting 1' opgenomen voor het perceel.
Dubbelbestemmingen en gebiedsaanduidingen worden ongewijzigd overgenomen.  
afbeelding "i_NL.IMRO.0797.RPHBGB-VG01_0004.png"  

Hoofdstuk 3 Juridische aspecten

Dit bestemmingsplan is een 'reparatie' herziening van het bestemmingsplan Heusden Buitengebied van de gemeente Heusden. Het plangebied van dit bestemmingsplan bestaat uit drie percelen waarvan de Raad van State de verbeelding van het bestemmingsplan Heusden Buitengebied vernietigt heeft. Door middel van het voorliggende bestemmingsplan worden voor de drie plangebieden nieuwe regelingen opgenomen die in de plaats komen van de regelingen die de Raad van State vernietigd heeft. Zoals hiervoor is beschreven, is het de bedoeling dat de overige regelingen, zoals de dubbelbestemmingen en gebiedsaanduidingen, uit het oude plan van kracht blijven / een op een in het voorliggende bestemmingsplan worden overgenomen.

In het voorliggende bestemmingsplan zijn daarom de regels uit het bestemmingsplan Heusden Buitengebied (voor zover van toepassing) overgenomen, aangevuld met de recente correcties volgens bestemmingsplan Heusden Buitengebied Reparatieplan deel A. Ten behoeve van de regelingen en ontwikkelingen die door middel van het voorliggende bestemmingsplan zijn opgenomen, zijn in de regels nog enkele aanvullende bepalingen opgenomen. Op deze wijze is voor de drie plangebieden een complete en goed leesbare set regels ontstaan, waarbij zo goed mogelijk is aangesloten op de regelingen en terminologie in de omgeving.

Regels bestemmingsplan Buitengebied Heusden

De regels van het voorliggende plan zijn grotendeels gelijk aan de regels van het bestemmingsplan Heusden Buitengebied. Voor een toelichting op deze regels wordt daarom naar de toelichting op het bestemmingsplan Heusden Buitengebied verwezen. In verband met de leesbaarheid zijn deze regels normaal weergegeven.

Door middel van het bestemmingsplan Heusden Buitengebied Reparatieplan deel A zijn de regels van het oude plan op enkele punten aangevuld. In verband met de leesbaarheid zijn deze regels cursief weergegeven.

Aanvullende bepalingen

De aanvullingen en aanpassingen op de regels die deel uitmaken van het voorliggende bestemmingsplan zijn 'vet gedrukt' of met doorhalingen aangegeven. De toelichting op deze bepalingen in reeds in Hoofdstuk 2 opgenomen.

In het Besluit ruimtelijke ordening is bepaald dat in ieder bestemmingsplan een zogenaamde Anti-dubbeltelregel en Overgangsrecht opgenomen dient te worden. Deze regelingen zijn in het voorliggende plan opgenomen in artikel 11 en 19.

Van toepassing verklaring

Gelet op de SVBP 2012 is het verplicht om in bestemmingsplannen voor met name de gebiedsaanduidingen andere termen te gebruiken dan de termen die in het bestemmingsplan Heusden Buitengebied zijn gebruikt (SVBP 2008). Om in het voorliggende plan de regels van het bestemmingsplan Heusden zoveel mogelijk intact te laten, is in artikel 18 ('Van toepassing verklaring') een koppeling gelegd tussen de nieuwe termen op de verbeelding en de oude termen in de regels.

Hoofdstuk 4 Uitvoerbaarheid

De aanpassingen die in deze herziening worden gedaan op het bestemmingsplan Heusden Buitengebied hebben allen betrekking op het vastleggen van feitelijk bestaande situaties of ontwikkelingsmogelijkheden die reeds middels eerdere planologische herzieningen waren vastgelegd.

De mogelijkheden voor nieuwe ontwikkelingen zijn in dit plan dus beperkt en zijn bovendien van dusdanige aard dat hiervoor geen gemeenschapsgelden moeten worden aangesproken. Kostenverhaal in het algemeen en in het kader van artikel 6.12 Wet ruimtelijke ordening is mede daarom ook niet aan de orde.