direct naar inhoud van Regels
Plan: TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Kleinschalige bedrijfsunits, opslag- en garageboxen
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0796.TAMIMRO0002005-1401

Regels

Dit TAM-omgevingsplan is erop gericht om bedrijfskavels beschikbaar te houden voor bedrijfsfuncties met (een hoge milieuhinder) en is als een nieuw hoofdstuk (hoofdstuk 22d) opgenomen in het omgevingsplan van de gemeente ‘s-Hertogenbosch. Dit hoofdstuk is op grond van artikel 11.1, tweede lid, van het Besluit elektronische publicaties bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl. Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen. 

De in dit op https://www.ruimtelijkeplannen.nl uitgegeven deel van het omgevingsplan (hierna: dit deel) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk 22d van het omgevingsplan van de gemeente ‘s-Hertogenbosch. In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer '22d.' gelezen worden. In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord ‘Bijlage’, na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage ‘22d' gelezen worden.

De geometrisch bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0796.TAMIMRO0002005-1401 zoals vastgelegd op https://www.ruimtelijkeplannen.nl/.

Hoofdstuk 1 Inleidende regels

Artikel 1 Toepassingsbereik

  • 1. De besluiten als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c, g, h, i, j, k, l of m, van de Invoeringswet Omgevingswet blijven van toepassing op de locatie, bedoeld in het derde lid.
  • 2. Voor zover de regels in dit hoofdstuk 22d afwijken van de regels over activiteiten in de besluiten als bedoeld in het eerste lid, hebben de regels in dit hoofdstuk 22d voorrang en blijven de betreffende regels in de besluiten als bedoeld in het eerste lid buiten toepassing.
  • 3. De regels in dit hoofdstuk 22d zijn van toepassing op de gebieden, waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0796.TAMIMRO0002005-1401 zoals vastgelegd op https://www.ruimtelijkeplannen.nl/.

Artikel 2 Begripsbepalingen

  • 1. Begripsbepalingen die zijn opgenomen in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van toepassing op dit hoofdstuk, tenzij in Artikel 3 daarvan is afgeweken.
  • 2. Begripsbepalingen die zijn opgenomen in de besluiten als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c, g, h, i, j, k, l of m, van de Invoeringswet Omgevingswet zijn van toepassing op dit hoofdstuk, tenzij in Artikel 3 daarvan is afgeweken.

Artikel 3 Aanvullende begripsbepalingen

Voor de toepassing van dit hoofdstuk gelden de volgende begripsbepalingen:

3.1 plan:

Het Omgevingsplan gemeente 's-Hertogenbosch.

3.2 TAM-omgevingsplan

het TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Kleinschalige bedrijfsunits, opslag- en garageboxen van de gemeente 's-Hertogenbosch.

3.3 bedrijfsverzamelgebouw

een gebouw dat dient voor de huisvesting van drie of meer verschillende bedrijven, waarbij eventueel faciliteiten, zoals ICT-voorzieningen, parkeervoorzieningen, vergaderruimtes en/of horeca/kantine gedeeld worden of kunnen worden en waarbij de ruimtelijke uitstraling in overeenstemming is met die van een bedrijf.

3.4 bedrijfsvloeroppervlakte

de totale oppervlakte van de voor bedrijfsuitoefening benodigde bedrijfsruimte, inclusief de verkoopvloeroppervlakte, opslag- en administratieruimten en dergelijke.

3.5 units, opslag- en/of garageboxen

onroerende zaken bestemd voor opslag van goederen of voertuigen of voor ander bedrijfsmatig en/of hobbymatig gebruik door bedrijven of particulieren. Units, opslag- en/of garageboxen maken veelal deel uit van een complex bestaande uit meerdere objecten die elk doorgaans bestaan uit één ruimte die toegankelijk is via één toegangsdeur. Onder units, opslag- en/of garageboxen die gebruikt worden door bedrijven, worden niet de onroerende zaken bedoeld die een integraal onderdeel vormen van de bedrijfsactiviteiten van een op hetzelfde bouwperceel gelegen bedrijf, waarbij geen sprake is van verhuur ten behoeve van zelfstandige opslag.

Hoofdstuk 2 Regels voor activiteiten

Artikel 4 Verbod bedrijfsverzamelgebouwen met bedrijfsunits kleiner dan 500m2

Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - kleinschalige bedrijfsunits' is het verboden om zonder omgevingsvergunning een nieuw bedrijfsverzamelgebouw te vestigen of een bestaand bouwwerk te verbouwen en/of het gebruik ervan te wijzigen tot een bedrijfsverzamelgebouw, indien de bedrijfsvloeroppervlakte van één of meerdere bedrijfsunits binnen het bedrijfsverzamelgebouw kleiner is dan 500m2.

Artikel 5 Verbod opslag- en/of garageboxen

Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - kleinschalige bedrijfsunits' is het verboden om zonder omgevingsvergunning nieuwe opslag- en/of garageboxen te vestigen of een bestaand bouwwerk te verbouwen en/of het gebruik ervan te wijzigen tot opslag- en/of garageboxen.

Artikel 6 Uitzondering vergunningplicht

Het bepaalde in Artikel 4 en Artikel 5 is niet van toepassing op bedrijfsverzamelgebouwen met één of meerdere bedrijfsunits kleiner dan 500m2 of op opslag- en/of garageboxen die in overeenstemming met een geldend plan reeds zijn gerealiseerd of waarvoor een vergunning is verleend.

Artikel 7 Beoordelingsregels

De omgevingsvergunning als bedoeld in Artikel 4 en Artikel 5 wordt alleen verleend als:

  • a. de gebruiksactiviteit geen afbreuk doet aan een doelmatig gebruik en een doelmatige inrichting van het bedrijventerrein ten behoeve van de ter plekke toegelaten bedrijfsactiviteiten;
  • b. er op basis van de Nota Parkeernormering 2021 van de gemeente 's-Hertogenbosch voldoende parkeergelegenheid wordt gerealiseerd, met dien verstande dat indien voornoemde beleidsregels gedurende de planperiode worden gewijzigd, aan de hand van die nieuwe beleidsregels wordt bepaald of er sprake is van voldoende parkeergelegenheid, en
  • c. de ontsluiting van gemotoriseerd en fietsverkeer op een verkeersveilige wijze plaatsvindt.