direct naar inhoud van 9.2 Inspraak
Plan: School Empelseweg - Zeis
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0796.0002058-1401

9.2 Inspraak

Ingevolge de gemeentelijke inspraakverordening lag het voorontwerpbestemmingsplan vanaf 22 juni 2009 zes weken voor een ieder ter inzage. Gedurende deze termijn is aan een ieder de mogelijkheid geboden schriftelijk of mondeling een zienswijze bij het college van burgemeester en wethouders naar voren te brengen.

Hieronder worden de ingekomen schriftelijke inspraakreacties samengevat weergegeven en worden deze cursief voorzien van gemeentelijk commentaar. Dit betekent niet dat die onderdelen van de reactie die niet expliciet worden genoemd niet bij de beoordeling zouden zijn betrokken. De inspraakreactie wordt in zijn geheel beoordeeld.

Op het voorontwerpbestemmingsplan zijn vier inspraakreacties binnengekomen:

  • 4. Mevrouw drs. A.H. Klarenbeek en de heer G.P.J. Cales, Schrepel 12 te 's-Hertogenbosch
  • 5. Mevrouw mr. E.G.F. Vliegenberg namens de heer R. Müller en mevrouw A. Müller-Vriens, Schrepel 14 te 's-Hertogenbosch
  • 6. De heer R. Müller, Schrepel 14 te 's-Hertogenbosch, via e-mail op 26 juni 2009
  • 7. De heer en mevrouw, Regenwulplaan 42 te 's-Hertogenbosch

1. Mevrouw drs. A.H. Klarenbeek en de heer G.P.J. Cales, Schrepel 12 te 's-Hertogenbosch

  • a. De insprekers constateren dat ze in 2008 niet zijn ingelicht door de gemeente 's-Hertogenbosch, hoewel de gemeente tijdens de informatieavond op 30 juni 2009 aangaf dat de kopers in 2008 al zijn gekend in het voornemen om het bestemmingsplan te wijzigen. Informatie via de Bossche Omroep heeft de insprekers die buiten de provincie Noord-Brabant woonachtig waren niet bereikt. Omdat ze sinds 2007 als kopers van het perceel Schrepel 12 stonden geregistreerd, had de gemeente hen anders dan via de Bossche Omroep moeten inlichten. De gemeente is volgens de insprekers in gebreke gebleven hen conform artikel 1.3.1 Bro in te lichten over de wijziging van het bestemmingsplan. Daardoor hebben zij in 2008 geen kans gekregen bezwaar te maken tegen de geplande wijziging van het bestemmingsplan.

Burgemeester en wethouders hebben op 8 januari 2008 besloten de locatie op de hoek van de Empelseweg en de Zeis aan te wijzen voor de vestiging van een derde basisschool in Empel, daarvoor een ontheffingsprocedure geluid te volgen en medewerking te verlenen aan vrijstelling van het bestemmingsplan. Omdat dit besluit op zich geen rechtsgevolg heeft - dat ontstaat pas bij een besluit over een ander planologisch regime - kon er geen bezwaar tegen worden gemaakt.

Op 1 juli 2008 is de nieuwe Wet ruimtelijke ordening in werking getreden. Vrijstelling van het bestemmingsplan voor de vestiging van een school is op grond daarvan niet meer mogelijk; herziening van het bestemmingsplan is nu het aangewezen juridisch-planologisch instrument. Pas bij deze nieuwe wet ontstond voor burgemeester en wethouders op grond van artikel 1.3.1 Bro de plicht om kennis te geven van het voornemen een bestemmingsplan voor te bereiden. Hieraan is met de publicatie in de Bossche Omroep en op de gemeentelijke website op 22 juni 2009 voldaan.

  • b. Een in- en uitgang van de school aan de Schrepel is voor de insprekers onacceptabel vanwege een significante toename van het aantal verkeersbewegingen, zoals blijkt uit onderzoek van Cauberg-Huygen dat in opdracht van de gemeente is uitgevoerd. De in- en uitgang van het appartementencomplex dat oorspronkelijk was gepland, zou eveneens aan de Schrepel komen maar de bewoners van dat complex zouden bij woon-werkverkeer, boodschappen et cetera rechtstreeks richting de uitvalsweg Zeis rijden. Omdat nu het grootste deel van de scholieren uit de wijk zelf afkomstig is, zullen de verkeersbewegingen langs de woning van de insprekers toenemen. Omdat de school wordt uitgebreid met een BSO en kinderopvang, zullen de verkeersbewegingen de hele dag door plaatsvinden. De insprekers gingen bij de aankoop van hun woning in 2007 uit van een vrije en zeer rustig gelegen hoekwoning, met alleen bestemmingsverkeer van de drie naaste buren in hetzelfde blok.

Uit landelijk onderzoek blijkt dat 14% van alle basisschoolkinderen met de auto naar school wordt gebracht. Uitgaande van een totaal van 275 leerlingen gaat het om 39 kinderen, die 4 keer per dag - de woensdagmiddag en de tussenschoolse opvang blijven buiten beschouwing - met de auto naar school worden gebracht of van school worden gehaald: in totaal 156 autobewegingen. Met 15 personeelsleden komen daar 30 autobewegingen bij. De circa 25 kinderen en 5 personeelsleden van de kinderopvang genereren samen 60 autobewegingen per dag. Bij elkaar opgeteld gaat het om circa (156 + 30 + 60 = 246) 250 autobewegingen.

Voor woningen geldt een dagelijkse productie van 6 autobewegingen per woning. Bestemmingsplan Uitbreiding Empel 3e fase gaat uit van de realisatie van veertig tot vijftig woningen achter de 'groene voorwerken'. Voor het bolwerk aan de Schrepel zou dit leiden tot 240 tot 300 autoverplaatsingen, wat overeenkomt met het aantal verkeersbewegingen ten gevolge van het kindcentrum. Daarbij komt dat in bestemmingsplan 'Uitbreiding Empel 3e fase' het bastion alleen aan de Schrepel was ontsloten en dat nu de beoogde ontsluiting van de schoollocatie direct aan de Zeis daarbij is gekomen. Die ontsluiting maakt dat op voorhand niet is te stellen dat alle autoverplaatsingen van en naar de school gaan verlopen via de Schrepel, direct richting de Zeis danwel langs de woning van de insprekers. De individuele routekeuze is afhankelijk van factoren als de kortste route en gemak. Slechts voor een beperkt aantal woningen in de uitbreidingsschil rond Empel is een route naar school langs de woning van de insprekers daadwerkelijk de kortste route en ligt het voor die woningen bovendien, gelet op de afstand, meer voor de hand met de fiets of te voet naar school te gaan. De autointensiteit op de Schrepel zal dan ook hoofdzakelijk bestaan uit verplaatsingen van de eigen bewoners en zal daarmee relatief beperkt zijn.

De onderzoeken waarnaar de insprekers verwijzen (en waarvan tijdens de inspraakavond sprake was; zie verslag inspraakavond hieronder) hebben betrekking op de mate van geluidbelasting en de luchtkwaliteit. Voor beide onderzoeken is dezelfde set verkeersgegevens gehanteerd. Voor de Zeis en de Schrepel zijn de verkeersgegevens gebruikt die horen bij het verkeer dat ten noorden van de rotonde rijdt (Zeis). Omdat voor de onderzoeken is uitgegaan van een worstcasescenario en in het verkeersmodel van de gemeente geen cijfers bekend zijn van het verkeer op de Schrepel, zijn de cijfers van de Zeis ook gebruikt voor de Schrepel. Het zijn voor wat betreft de Schrepel dan ook geen realistische cijfers: ze dienen ter ondersteuning van de berekening volgens een worstcasebenadering en zijn theoretisch van aard.

  • c. Een in- en uitgang van de school aan de Schrepel is voor de insprekers ook onacceptabel vanwege de gevolgen die de toename van de verkeersbewegingen heeft voor de verkeersveiligheid. De Schrepel is voor de woning van de insprekers, parallel aan de voetbalvelden en het water, niet breed genoeg om twee auto's te laten passeren, waardoor uiteindelijk onveilige situaties ontstaan.

De weg ter hoogte van de woning van de insprekers is afgestemd op het verwachte beperkt aantal verkeersbewegingen (zie boven). Het relatief smalle profiel voorkomt dat in de straat hard wordt gereden.

  • d. Een in- en uitgang van de school aan de Schrepel is voor de insprekers ook onacceptabel vanwege de verwachte parkeeroverlast. 34 Parkeerplaatsen voor 11 schoollokalen en 4 groepen kinderopvang zijn volgens de insprekers onvoldoende en zij verwachten dezelfde parkeeroverlast als bij andere scholen waarvoor dezelfde norm wordt gehanteerd. De gemeente heeft tijdens de inspraakavond in juni 2009 zelf aangegeven dat de parkeernorm uit de Nota Parkeernormen in de praktijk niet functioneert en dat het aantal auto's de norm significant overstijgt.

De parkeernormen van de gemeente 's-Hertogenbosch, neergelegd in de Nota Parkeernormen, sluiten aan op de landelijke richtlijnen (CROW). Deze normen zijn gebaseerd op ervaringskencijfers én de groei in het autogebruik. Omdat de CROW-normen geen rekening houden met halen en brengen van kinderen - piekmomenten waarop auto's korte tijd stilstaan en parkeren - zijn de normen in de nota daarop naar boven bijgesteld. In de praktijk kan het niettemin voorkomen dat de parkeerbehoefte op zulke momenten groter is dan de capaciteit, afhankelijk van het individuele autogebruik en -bezit. Daaruit kan niet de conclusie worden getrokken dat de parkeernorm uit de Nota Parkeernormen in de praktijk niet functioneert en dat het aantal auto's de norm significant overstijgt.

  • e. Het is voor de insprekers onacceptabel dat de parkeerplaats van de school openbaar toegankelijk is. Er is dan buiten schooltijd en in de weekenden verkeer mogelijk en er ontstaat ook dan overlast. De insprekers vrezen dat de parkeerplek 's avonds, in vakanties en in de weekenden een hangplek voor jongeren gaat vormen.

Als buiten schooltijden en in de weekenden op een openbare parkeerplaats kan worden geparkeerd, gebeurt dit hoofdzakelijk door de bewoners en hun bezoekers. Dat parkeren leidt niet tot meer overlast. In vergelijking met de verkeersbewegingen die in geval van een appartementencomplex in de weekenden en in de avonduren zouden plaatsvinden, is in de avonduren, vakanties en weekenden sprake van een significante afname.

Wat betreft de parkeerplaats als hangplek kunnen jongeren in Empel nu al gebruik maken van twee JOP's (JongerenOntmoetingsPlekken) waarvan er één aan de Diepteweg, dicht bij de school ligt. Daarnaast krijgen jongeren in Empel de beschikking over een eigen ruimte in het dorpscentrum D'n As, eveneens dicht bij de school. Dat zij het schoolterrein als hangplek zullen gebruiken is dan ook onwaarschijnlijk.

  • f. Het is voor de insprekers onacceptabel dat in het weekend door Emplina op de parkeerplaats kan worden geparkeerd, omdat zij in dat geval ook in het weekend verkeers- en geluidhinder hebben. Omdat de parkeerdruk bij Emplina al bestond toen de woonwijk werd ontwikkeld, konden kopers van een woning dicht bij de parkeerplaats van Emplina dit weten. De insprekers hebben bewust geen woning gekocht vóór of vlakbij de kantine en parkeerplaatsen van Emplina vanwege de verkeersdrukte in het weekend maar hebben een hoeklocatie gekozen vanwege de rust. De insprekers vinden het onacceptabel dat de gemeente het parkeerprobleem van Emplina een probleem van de wijk maakt, ook omdat de gemeente zelf toegeeft dat de parkeernorm voor Emplina in de praktijk veel te laag is geschat.

Bij de bouw van het sportcomplex van Emplina is voorzien in meer parkeergelegenheid dan de Nota Parkeernormen voorschrijft. In de praktijk blijkt die beschikbare capaciteit niet toereikend voor de piek op zaterdag tussen circa 10.00 en 12.00 uur. Bezoekers van het sportpark parkeren op dat moment in de woonomgeving. Naast de inspanningen van Emplina richting de eigen leden kan het gebruik van het parkeerterrein op de schoollocatie - voor verzamelen en vertrekken van uitspelende jeugdelftallen op zaterdagochtend - de aangrenzende straten enigszins ontlasten.

  • g. Het is voor de insprekers onacceptabel dat de buitenspeelplaats van de scholieren aan de kant van de Schrepel is gesitueerd. Ten opzichte van Empelseweg en Zeis wordt de speelplaats afgeschermd met groen en klaslokalen, terwijl daar juist geen mensen wonen. Het geluid zal nu - mede doordat de speelplaatsen op de eerste verdieping worden gemaakt - rechtstreeks de woonwijk ingaan.

Het speelterrein is bewust afgeschermd van de Empelseweg en de Zeis door groen en bebouwing om de kinderen te beschermen tegen geluid- en stankoverlast van het verkeer op die wegen en om aan de wettelijke normen op die gebieden te voldoen. Daarnaast is vanuit stedenbouwkundige overwegingen een oriëntatie van de bebouwing op de Empelseweg wenselijk, ter accentuering van de bastiongedachte.

Ten principale gaat de gemeente ervan uit dat de vestiging van een basisschool in een woonomgeving thuishoort. Dat eventueel overlast kan worden ervaren van het geluid van spelende kinderen op het schoolterrein en in de straat is daarvan een aanvaardbaar gevolg. Overigens gaat van de woningen tussen de schoollocatie en de woning van de insprekers en het talud rond de school nog enige afschermende werking uit.

  • h. De insprekers verwachten dat (de in- en uitgang van) de school aan de Schrepel, de verkeersdrukte, de geluidsoverlast en de parkeerproblemen die deze met zich meebreng(en) zullen leiden tot een waardedaling van hun woning. Toen ze in 2007 hun woning kochten, konden de insprekers niet weten dat de gemeente de bestemming zou wijzigen voor een school.

Op grond van artikel 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening kennen burgemeester en wethouders op aanvraag een (planschade)vergoeding toe aan degene die door een nieuw planologisch regime schade lijdt in de vorm van inkomensderving of vermindering van de waarde van een onroerende zaak, voor zover de schade redelijkerwijs niet voor rekening van de aanvrager behoort te blijven en tegemoetkoming niet voldoende anderszins verzekerd is. Als insprekers een aanvraag om vergoeding van planschade indienen, wordt bij de beoordeling ervan ook de voorzienbaarheid betrokken.

  • i. De naamgeving van het plan suggereert dat de in- en uitgang van de school aan de Empelseweg en de Zeis ligt. Volgens de insprekers was de naam School Schrepel-Zeis meer op zijn plaats en duidelijker voor omwonenden geweest.

De naam van de nieuwe school is bij de voorbereiding en tijdens de procedure van het bestemmingsplan nog niet bekend. De naam van het bestemmingsplan is gekozen vanwege de oriëntatie van de bebouwing op de Empelseweg en de Zeis.

  • j. De insprekers verzoeken de gemeente nogmaals naar het ontwerp van de school te kijken, met name naar de in- en uitgang aan de Schrepel, en dragen oplossingen aan om problemen en een lange juridische strijd te voorkomen:
    • 1. geen in- en uitgang aan de Schrepel en eenrichtingsverkeer op het parkeerterrein;
    • 2. geen in -en uitgang aan Schrepel en een tweede in- en uitgang aan de Zeis of de Empelseweg;
    • 3. de parkeerplaats niet openbaar toegankelijk maken, ook niet voor Emplina, en deze 's avonds, tijdens schoolvakanties en in het weekend afsluiten;
    • 4. de speelplaatsen anders situeren zodat het geluid niet rechtstreeks de woonwijk ingaat.

Wat betreft de eerste twee oplossingen wordt verwezen naar de reactie onder b en c, wat betreft de derde wordt verwezen naar de reactie onder e en f en wat betreft de vierde oplossing wordt verwezen naar de reactie onder g.

2. Mevrouw mr. E.G.F. Vliegenberg namens de heer R. Müller en mevrouw A. Müller-Vriens, Schrepel 14 te 's-Hertogenbosch

  • a. Het plan leidt er volgens de insprekers toe dat kinderen door hun ouders bij de school worden afgezet op de Schrepel en dat de ouders vervolgens op de Schrepel hun weg vervolgen. Nu men bij de inrit aan de Zeis tracht de fietsers van de auto's te scheiden, bestaat de verwachting dat men niet het parkeerterrein oprijdt en dat aldus van de inrit aan de Zeis niet of minder gebruik zal worden gemaakt. De insprekers vrezen dat de 3.000 verkeersbewegingen die tijdens de informatieavond werden geschetst allemaal plaatsvinden aan de Schrepel, wat tot aanzienlijke overlast zal leiden. Ook als tevens van de inrit aan de Zeis gebruik zal worden gemaakt, betekenen de plannen een aanzienlijke toename van het verkeer in de straat en aldus een flinke overlast. De insprekers menen voorts dat de Schrepel op een verwachte toename van het verkeer, in het bijzonder op de pieken in de ochtend en de middag, niet is toegerust.

De scheiding van het fietsverkeer en het autoverkeer vindt plaats bij het oprijden van het schoolterrein en leidt ertoe dat beide verkeersstromen elkaar niet hinderen: door een gunstige situering van de fietsstallingen hoeven fietsers niet het parkeerterrein op te rijden. De scheiding van verkeersstromen vindt ook plaats bij de in- en uitgang aan de Schrepel, in dit geval tussen het fietsverkeer van de bovenbouw en autoverkeer. De splitsing van de verkeersstromen is voor autobestuurders geen aanleiding om vaker van de in- en uitgang aan de Schrepel gebruik te maken. Met betrekking tot de toename en de omvang van het aantal verkeersbewegingen wordt verwezen naar de reactie op zienswijze 1 sub b. Wat betreft de inrichting van de Schrepel wordt verwezen naar dezelfde reactie sub c.

  • b. 34 Parkeerplaatsen zijn volgens de insprekers onvoldoende om de parkeerdruk te kunnen dragen. Dat met dit aantal bij de parkeernorm wordt aangesloten, doet daar volgens hen niet aan af. Het parkeerprobleem wordt verplaatst en in de parkeerbehoefte wordt voorzien aan de Schrepel die daarvoor niet bedoeld is en die dit niet kan opvangen. Tijdens de informatieavond is toegegeven dat de norm uit de Nota Parkeernormen in de praktijk niet functioneert en dat het aantal auto's de norm significant overstijgt.

Met betrekking tot de parkeersituatie wordt verwezen naar de reactie op zienswijze 1 sub d.

  • c. In geval van gebruik van de parkeerplaatsen door voetbalvereniging Emplina parkeren bezoekers hun auto's bij de school en begeven zij zich vervolgens te voet via de Schrepel van en naar de voetbalvelden. Voorts kan gelet op de toelichting het parkeerterrein fungeren als verzamel- en vertrekplaats voor elftallen die een uitwedstrijd hebben. Dit betekent dat de insprekers zeven dagen per week overlast ondervinden als gevolg van het voorliggende plan.

Met betrekking tot het parkeren ten behoeve van Emplina wordt verwezen naar de reactie op zienswijze 1 sub f. Doordeweeks zal het parkeerterrein naar verwachting niet worden gebruikt door bezoekers van Emplina: het parkeerterrein van de voetbalvereniging is dan toereikend. Er kan dan wel door bewoners van de Schrepel en hun bezoekers gebruik worden gemaakt van de parkeerplaatsen van de school. Naar verwachting leidt alleen het parkeren op zaterdagochtend tot voetgangersverkeer van en naar de voetbalvelden. Als op dat moment de parkeerplaats van het kindcentrum wordt gebruikt, worden de omliggende straten juist ontlast en kunnen uitspelende elftallen van Emplina zelfs direct vanaf de rotonde vertrekken.

  • d. Volgens de insprekers leert de ervaring dat speel- en parkeerplaatsen zich uitstekend lenen voor hangjongeren in de avonden en tijdens de weekenden. Dit is een probleem als gevolg van de openbaarheid van het parkeerterrein waarmee ten onrechte geen rekening is gehouden. De insprekers verzetten zich tegen de openbaarheid van het parkeerterrein vanwege de overlast, gevoelens van onveiligheid en de waardedaling van hun woning als gevolg daarvan.

Er wordt verwezen naar de reactie op zienswijze 1 sub e voor wat betreft de openbaarheid van het parkeerterrein en sub h voor wat betreft de waardedaling van de woning.

  • e. Tijdens het halen en brengen van kinderen ontstaat geluidoverlast door kinderen, temeer vanwege de beoogde situering van de speelplaats aan de zijde van de Schepel en op de eerste verdieping zonder maatregelen om de overlast tegen te gaan. Het geluid zal direct de woonwijk binnendringen. Ten onrechte zijn aanpassingen niet onderzocht.

Wat betreft de situering van de speelplaats, de geluidoverlast door kinderen en te treffen maatregelen, wordt verwezen naar de reactie op zienswijze 1 sub g.

  • f. Mogelijk betere alternatieven zijn niet onderzocht. De insprekers wijzen op de mogelijkheid om de school aan de andere kant van de Empelseweg te situeren waardoor de overlast voor omwonenden wordt beperkt: het verkeer hoeft niet door de woonwijk maar kan via de Empelseweg direct naar de school; de afstand tot de wijk wordt vergroot. Aan de zijde van de Empelseweg is geen woningbouw gerealiseerd zodat de overlast niet wordt verplaatst.

Voorafgaand aan het aanwijzen van de beoogde locatie is een aantal potentiële locaties onderzocht waaronder de locatie aan de andere kant van de Empelseweg. Om redenen van veiligheid en milieu is niet voor deze locatie gekozen. De school hoort net als een winkel in de directe woonomgeving en op de geplande locatie is ze het veiligst bereikbaar: het meeste verkeer komt uit de woonwijk. Aan de Empelseweg-Diepteweg zou de school bovendien te dicht bij het toekomstige bedrijventerrein worden ontwikkeld.

  • g. De kinderopvang aan de andere kant van de rotonde heeft een uitrit aan de Empelseweg, zodat de rust in de wijk gespaard bleef en het plan niet stuitte op bezwaren van verkeershinder op de Empelseweg. De insprekers zijn van mening dat deze optie ook hier mogelijk is. Dit zou betekenen dat de positionering van de parkeerplaats en de school moeten wisselen. Een bijkomend voordeel van deze optie is dat ook de bezoekers van de voetbalvereniging via de Zeis en de brede toegangsweg naar het sportpark blijven lopen. Omdat het grootste deel van het verkeer teruggaat naar de rotonde, en de Empelseweg en de Zeis de verkeersstroom beter kunnen opvangen dan de Schrepel, ligt het in de rede de school direct aan de Empelseweg en de Zeis te ontsluiten, zodat de overlast voor de omwonenden wordt beperkt. Met het huidige plan komt de verkeersveiligheid op de Schrepel ernstig in het geding en de insprekers verzoeken om alternatieven voor de ontsluiting te bezien.

Omkeren van de parkeerplaats en de school is vanwege milieu, verkeersveiligheid en om stedenbouwkundige redenen niet gewenst. Positionering van de parkeerplaats aan de Empelseweg zou ertoe leiden dat ook de speelplaats richting de Empelseweg en de Zeis open is en meer vatbaar voor geluid en uitlaatgassen van het doorgaande verkeer. Het maakt ook een in- en uitgang aan de Empelseweg noodzakelijk wat vanwege de verkeersintensiteit op de belangrijkste toegangsweg van Empel zou leiden tot gevaarlijke verkeerssituaties. Zoals in de reactie op zienswijze 1 sub b is aangegeven, leidt de school niet tot een grotere verkeersstroom dan bij 40 tot 50 appartementen het geval zou zijn en wordt deze verkeersstroom evenmin over de Schrepel geleid. Wat betreft de verkeersveiligheid wordt dan ook verwezen naar de reactie op zienswijze 1 sub c. Tot slot zou met het omwisselen van de parkeerplaats en de school het stedenbouwkundige concept van de uitbreiding van Empel teniet worden gedaan, namelijk de bastions aan weerszijden van de toegangsweg naar Empel.

  • h. De insprekers zien niet in dat meer dan één aansluiting op de Zeis per definitie leidt tot onveilige situaties voor het doorgaande verkeer. Evenmin wordt ingezien waarom de uitrit voor fietsers en voetgangers is beoogd aan de Zeis en niet aan de Schrepel.

Twee in- en uitgangen aan de Zeis op korte afstand van elkaar, dicht bij de rotonde, leiden tot een onoverzichtelijke en daarmee gevaarlijke verkeerssituatie, zeker omdat de Zeis juist op de piekmomenten ook druk is met doorgaand verkeer. Zowel de in- en uitgang aan de Zeis als die aan de Schrepel is bestemd voor auto's, fietsers en voetgangers.

  • i. Ten onrechte zijn geen verkeersmaatregelen bezien die voorkomen dat het verkeer zich via de woningen aan de Schrepel van en naar de school begeeft.

Omdat de verkeerstoename vergelijkbaar is met die van 40 tot 50 appartementen en de wegenstructuur daarop is ingericht en omdat het aantal verkeersbewegingen op de Schrepel relatief beperkt zal zijn, acht de gemeente aanvullende verkeersmaatregelen niet nodig.

  • j. Bij het opstellen van het voorontwerpbestemmingsplan is geen, althans onvoldoende rekening gehouden met de belangen van de insprekers. Ze hebben gekozen voor een woning niet te dicht bij Emplina, niet tegenover het bastion met een uitrit voor dertig woningen en aan een weg met bestemmingsverkeer van de insprekers zelf en de drie naaste buren. Ten tijde van de koop in 2007 gingen de insprekers uit van een appartementencomplex en bestonden de plannen van de gemeente (voor een school ter plaatse) nog niet of waren deze niet kenbaar. Nu wordt zeven dagen per week de rust verstoord en zullen de insprekers daar onevenredig veel overlast van ondervinden, temeer nu de heer Müller thuis werkt: het woongenot wordt aangetast. De insprekers achten de huidige stand van zaken en de gegeven motivering niet in overeenstemming met artikel 3:2 en 3:46 Awb.

Wat betreft (de duur van) overlast wordt verwezen naar hetgeen hierboven is aangegeven over de verwachte verkeer- en parkeerdruk, geluidhinder en openbaarheid van de parkeerplaats en naar hetgeen hierover in reactie op zienswijze 1 naar voren is gebracht. Deze aspecten zijn onderzocht en als belangen van omwonenden afgewogen tegen het belang van een derde school in Empel op deze locatie.

  • k. De insprekers vrezen op basis van hetgeen ze hiervoor naar voren brachten dat de woning in waarde daalt en dat ze schade lijden door de te nemen planologische maatregel. Ten onrechte is hiermee in het voorontwerpbestemmingsplan geen rekening gehouden, terwijl dit gezien het bepaalde in artikel 3:4 lid 2 Awb een mede te beoordelen aspect betreft. Nu een dergelijke beoordeling niet heeft plaatsgevonden, is het plan in strijd met de evenredigheid, onzorgvuldig voorbereid alsmede in strijd met het motiveringsbeginsel.

In de eerste plaats worden de belangen van de insprekers gelet op het bovenstaande niet geschaad: de verandering van de bestemming leidt voor de bewoners van Schrepel 14 niet tot aantasting van het woongenot, althans niet in die mate dat het belang van een derde school in Empel op deze locatie daarvoor moet wijken. Wat betreft de veronderstelde schade wordt verwezen naar de reactie op zienswijze 1 sub h.

3. De heer R. Müller, Schrepel 14 te 's-Hertogenbosch, via e-mail op 26 juni 2009

  • a. De inspreker vreest overlast van de school en de planning van de verkeerscirculatie- en het parkeren: de rust is zowel door de week als in het weekend (door Emplina) verdwenen. De ride en drive in een woonstraat kan volgens de inspreker absoluut anders worden ingericht.

Wat betreft de overlast en de planning van de verkeerscirculatie en het parkeren wordt verwezen naar de reactie op zienswijze 2. De kiss and ride wordt ingericht op de parkeerplaats van de school zelf en niet in de woonstraat.

  • b. De waarde van onze woning en woonlocatie wordt aangetast/beïnvloed.

Wat betreft de veronderstelde schade wordt verwezen naar de reactie op zienswijze 1 sub h.

4. De heer en mevrouw Smits, Regenwulplaan 42 te 's-Hertogenbosch

  • a. Als toekomstige bewoners van Schrepel 4 zijn de insprekers van mening dat het autoverkeer gebruik moet maken van de hoofdweg: de Zeis. De Schrepel is een smallere zijstraat die naar de mening van de insprekers niet geschikt is voor de verkeersbewegingen die een school met zich meebrengt. De ingang op de Schrepel moet enkel voor fietsers en voetgangers toegankelijk zijn.

Wat betreft de noodzaak van een dubbele ontsluiting van het kindcentrum wordt verwezen naar de reactie op zienswijze 2 sub f, g en h. Wat betreft het aantal verkeersbewegingen en de belasting van de Schrepel wordt verwezen naar de reactie op zienswijze 1 sub b en c.

  • b. Op de Schrepel moet een stopverbod gaan gelden op de dagen en tijden dat de lessen beginnen en eindigen.

Met betrekking tot de verkeersmaatregel die insprekers verlangen wordt verwezen naar de reactie op zienswijze 2 sub i.

  • c. Als toch voor een ontsluiting aan de Schrepel wordt gekozen, moeten de auto's volgens de insprekers bij het verlaten van het terrein (aan de Schrepel) enkel naar rechts kunnen rijden, eventueel met een weg die rechtstreeks aansluit op de Empelseweg. Dit, om dan in ieder geval een snelle doorvoer te realiseren.

Ook met betrekking tot deze verkeersmaatregel wordt verwezen naar de reactie op zienswijze 2 sub i. Daarbij komt dat de rijrichting die de insprekers voorstellen ertoe zou leiden dat verkeer dat voor de in- en uitgang aan de Schrepel kiest, gedwongen wordt een langere weg door de woonwijk af te leggen.