direct naar inhoud van 5.6 Flora en fauna
Plan: School Empelseweg - Zeis
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0796.0002058-1401

5.6 Flora en fauna

Gemeente 's-Hertogenbosch heeft in mei 2009 een quick scan verricht naar het voorkomen van op grond van de Flora- en faunawet beschermde dier- en plantsoorten. In het plangebied werd op dat moment bouwmateriaal opgeslagen, lag zand in depot en ontwikkelde zich een ruigte. Bij zulke terreintjes bestaat de kans dat zich tussentijds beschermde soorten gaan vestigen. Als dit het geval is, moet ten aanzien van de bestaande ontheffing op grond van artikel 75 Flora- en Faunawet een wijziging worden aangevraagd.

Er zijn geen beschermde florasoorten aangetroffen op het terrein. Begroeiing bestaat er met name uit pioniersvegetatie c.q. ruigte van verstoorde en rurale bodems. Er is opslag van enkele houtige gewassen (els, wilg). In een slootje komen algemene niet beschermde soorten voor: riet, lisdodde, waterweegbree et cetera.

Er zijn evenmin broedende vogelsoorten aangetroffen, hoewel deze er eventueel wel kunnen zitten of komen. Op het moment dat broedende vogels aangetroffen worden, moeten verstorende activiteiten worden opgeschort. In 2008 heeft zich nabij het plangebied, aan de overkant, een populatie oeverzwaluwen gevestigd in soortgelijke zanddepots als op de schoollocatie aanwezig zijn. Broedende oeverzwaluwen zijn beschermd. Men kan het broeden van oeverzwaluwen voorkomen door bijvoorbeeld de depots af te dekken of ervoor te zorgen dat geen steile wanden ontstaan. Men kan ook mitigerend handelen en indien zich oeverzwaluwen nestelen, wachten tot ze uitgebroed zijn. In beide gevallen is geen ontheffingsprocedure nodig.

Er zijn geen volwassen amfibiesoorten aangetroffen, wel enkele juveniele exemplaren in een slootje. Vermoedelijk betreft het hier de gewone pad en de bruine kikker. Deze soorten zijn beschermd volgens tabel 1, wat inhoudt dat geen ontheffing nodig is maar wel zorgvuldig handelen. Zorgvuldig handelen kan men doen door activiteiten in het slootje te staken totdat de juvenielen op het land kruipen en zich kunnen verspreiden richting omliggende sloten. Op het moment dat de amfibieƫn vertrokken zijn, kan men indien nodig de sloot dempen.