| Plan: | School Empelseweg - Zeis |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.0796.0002058-1401 |
Luchtkwaliteitsonderzoek
Op grond van artikel 5.16 van de Wet milieubeheer moet bij de vaststelling van een bestemmingsplan, dat gevolgen kan hebben voor de luchtkwaliteit, aannemelijk worden gemaakt dat dit plan niet leidt tot het overschrijden van grenswaarden voor de concentratie van verontreinigende stoffen in de buitenlucht. In opdracht van de gemeente 's-Hertogenbosch is door Caubergh-Huygen Raadgevende adviseurs BV een onderzoek uitgevoerd naar de luchtkwaliteit ter plaatse van het kindcentrum. Het onderzoeksrapport is als bijlage bij de toelichting opgenomen.
In het luchtkwaliteitsonderzoek zijn de concentraties van de maatgevende verontreinigende stoffen berekend langs de wegen in de omgeving van het plangebied en ter plaatse van de gevoelige bestemmingen die in het plan zijn voorzien. De ingebruikname van het kindcentrum is op zijn vroegst voorzien in 2010. Daarom is het jaar 2010 het eerste jaar waarvoor de concentraties verontreinigende stoffen zijn bepaald. De concentraties zijn bepaald voor de situatie dat het kindcentrum is ontwikkeld en in gebruik genomen. Het onderzoek gaat ervan uit dat in 2010 alle functies in gebruik worden genomen. Als de concentraties in 2010 in deze worstcasebenadering geen belemmering vormen voor de ingebruikname van de functies, dan zal dit in latere jaren door afnemende emissies van motorvoertuigen en door lagere achtergrondconcentraties evenmin het geval zijn. Desalniettemin zijn ook voor een zichtjaar na 2010 de gevolgen voor de luchtkwaliteit inzichtelijk gemaakt. Overeenkomstig de handreiking 'Meten en rekenen luchtkwaliteit' van het ministerie van VROM en naar analogie van de systematiek voor het geluidonderzoek (zie paragraaf 5.1) is hiervoor het jaar 2020 beschouwd.
In het onderzoek is de analyse van de luchtkwaliteit beperkt tot (de jaar- en daggemiddelde concentratie van) fijn stof (PM10) en (de jaargemiddelde concentratie van) stikstofdioxide (NO2 ):
| stof | norm | 2010 | 2020 |
| stikstofdioxide (NO2 ) | plandrempel/grenswaarde (jaargemiddelde in ug/m³) | 40 | 40 |
| fijn stof (PM10) | grenswaarde (jaargemiddelde in ug/m³) | 40 | 40 |
| grenswaarde (aantal dagen per jaar dat daggemiddelde boven 50 ug/m³ ligt | 35 | 35 |
Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen)
Met de realisatie van een basisschool en kinderopvang voorziet het plan in de realisatie van gevoelige bestemmingen als bedoeld in het Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen). Hierin is vastgelegd dat nieuwe gevoelige bestemmingen zoals schoolgebouwen, kinderopvang, bejaarden-, verzorgings- en verpleegtehuizen niet te dicht bij wegen mogen worden gebouwd waarop de normen voor luchtkwaliteit worden overschreden. Het kindcentrum ligt op ruim 500 m van rijkswegen (A2/A59) en provinciale wegen (N625). Desalniettemin zijn in het onderzoek de (toekomstige) concentraties verontreinigende stoffen bepaald ter plaatse van het kindcentrum en in de onmiddellijke omgeving ervan.
Resultaten
Uit de berekeningen volgt dat realisatie en ingebruikname van het kindcentrum niet leidt tot een overschrijding van de grenswaarden voor stikstofdioxide (NO2 ) en fijn stof (PM10) en dat deze grenswaarden ruimschoots worden gerespecteerd ter plaatse van de gevels van nieuwbouw als ook op de rand van de speelplaats. Op het moment van ingebruikname van het kindcentrum in 2010 liggen de hoogste concentraties NO2 in het plangebied circa 12 ug/m³ onder de jaargemiddeldegrenswaarde, liggen de hoogste concentraties PM10 circa 17 ug/m³ onder de jaargemiddeldegrenswaarde en ligt het maximaal aantal overschrijdingen PM10 binnen het plangebied met 15 dagen ruim onder de daggemiddeldegrenswaarde voor fijn stof. De dalende achtergrondconcentraties in combinatie met schoner wordend verkeer leiden ertoe dat concentraties in de toekomst verder afnemen.
Conclusie
Uit het luchtkwaliteitsonderzoek volgt dat de vereisten in hoofdstuk 5.2 van de Wet milieubeheer (luchtkwaliteitseisen) geen belemmering vormen voor de realisatie van het kindcentrum, zelfs bij een worstcasebenadering van relevante uitgangspunten. Grenswaarden worden niet overschreden. Desondanks is sprake van een relatief zwaar belaste situatie en zal het gebouw bij de uitwerking van het bouwplan hierop worden afgestemd, zodat inpandig een optimale luchtkwaliteit wordt bereikt. Hierbij wordt ook voor andere parameters (CO2) gestreefd naar een optimaal niveau conform de richtlijnen die door de GGD zijn opgesteld.