| Plan: | Recreatie Centrum Linberg Park |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.0784.BPCampLinberg-VG01 |
De Structuurvisie ruimtelijke ordening Noord-Brabant is op 1 oktober 2010 vastgesteld en op 1 januari 2011 in werking getreden. De structuurvisie bevat een overzicht van de ruimtelijke belangen, doelen en hoofdlijnen van het Brabantse ruimtelijk beleid. In de uitvoeringsagenda staat welke (juridische, financiële en/of communicatieve) instrumenten de provincie Noord-Brabant inzet om haar beleid uit de structuurvisie te realiseren.
Het plangebied is op de structurenkaart in de structuurvisie gelegen in het 'gemengd landelijk gebied' buiten het primair agrarische gebied.
Het gemengd landelijk gebied is een veelzijdige gebruiksruimte. Ontwikkelingen, zoals wonen, werken, (historische) landgoederen, recreatie en toerisme, passen qua aard, schaal en functie bij de omgeving en houden rekening met de omgevingskwaliteiten. De ontwikkeling van functies is in beginsel alleen mogelijk op vrijkomende locaties. Er wordt rekening gehouden met (ontwikkelingsmogelijkheden van) omliggende bestaande functies, zoals volwaardige agrarische bedrijven, recreatiebedrijven of woonfuncties.
De provincie biedt in deze zone ruimte aan een breed georiënteerde plattelandseconomie met een menging van functies met ontwikkelingsmogelijkheden voor land- en tuinbouw, toerisme en recreatie en verbreding van agrarisch activiteiten met streekproducten, zorgverblijven en recreatief verblijf. De landbouw, toerisme en recreatie zijn belangrijke dragers van de plattelandseconomie. Deze ontwikkeling sluit aan op de toenemende vragen vanuit de Brabantse samenleving (de stad) om het buitengebied meer te kunnen gebruiken voor andere functies.
Met de omvorming van de bestaande tennishal naar een indoor speelhal wordt invulling gegeven aan de breed georiënteerde plattelandseconomie met ontwikkelingsmogelijkheden voor toerisme en dagrecreatie. Er is geen sprake van een bezoekersintensieve recreatieve voorziening omdat er geen groot ruimtebeslag is en het niet om frequent grote aantallen bezoekers gaat. Gezien de directe verbinding van de Heideweg, ter hoogte van het plangebied, met de Rijksweg (N282) en de Oosterhoutseweg (N631) is de hoeveelheid extra verkeer goed op te vangen. De ontwikkeling is hiermee passend binnen het provinciale beleid uit de structuurvisie.
De Verordening ruimte Noord-Brabant 2011 (VR) bevat instructieregels die van belang zijn voor gemeenten bij het opstellen van hun ruimtelijke plannen. De VR is op 17 december 2010 vastgesteld en op 1 maart 2011 in werking getreden.
Het plangebied is volgens de kaarten behorende bij de VR gelegen binnen 'Agrarisch gebied'.
In artikel 11.10 lid 1 van de VR is opgenomen dat een bestemmingsplan dat is gelegen in agrarisch gebied kan voorzien in een uitbreiding van een dagrecreatief terrein, mits de beoogde ontwikkeling niet leidt tot een grootschalige voorziening.
In lid 2 is opgenomen dat om de omvorming van de bestaande tennishal met nevenaccomodatie naar een indoor speelhal mogelijk te maken, uit de toelichting van dit bestemmingsplan moet blijken dat:
Het voorgenomen initiatief voldoet aan deze regels:
In voorliggend geval is er geen sprake van een grootschalige voorziening aangezien het aantal te verwachten bezoekers met 50.000 ruim minder dan 100.000 is. De ontwikkeling is hiermee passend binnen het beleid uit de VR.
Ook artikel 2.1 uit de VR is van toepassing. Ingevolge artikel 2.1 VR dient een bestemmingsplan dat voorziet in een ruimtelijke ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied bij te dragen aan de zorg voor het behoud en de bevordering van de ruimtelijke kwaliteit van het daarbij betrokken gebied en de naaste omgeving, in het bijzonder aan het principe van zorgvuldig ruimtegebruik. Het voorliggende bestemmingsplan voorziet in een wijziging van de gebruiksfunctie van een bestaand gebouw. Daarnaast is sprake van een minimale uitbreiding van de bestaande bebouwing.
Doordat zowel het huidige als het toekomstige gebruik gericht zijn op een dagrecreatieve voorziening, en sprake is van een beperkte uitbreiding van de bebouwing, is sprake van een beperkte ruimtelijke ontwikkeling. Door deze ontwikkeling worden de bestaande activiteiten in gemoderniseerde vorm voortgezet, hetgeen de duurzaamheid van het bedrijf ten goede komt. De ontwikkeling heeft een zeer beperkte tot geen invloed op de ruimtelijke kwaliteit van het gebied of zijn naaste omgeving. Het behoud van de ruimtelijke kwaliteit in dit gebied is daarmee gewaarborgd.
Ondanks dat de ruimtelijke kwaliteit is geborgd, wordt voorzien in landschapsinvestering op grond van artikel 2.2. van de provinciale Verordening Ruimte. Binnen het plangebied zal worden geïnvesteerd in nieuwe groenelementen ter waarde van minimaal € 6.450,--. Ter meerdere waarborging van realisatie van het nieuwe groen en duurzame instandhouding daarvan en behoud van de bestaande groensingel, hebben gemeente en initiatiefnemer een overeenkomst gesloten. Hierdoor is de landschapsinvestering als bedoeld in artikel 2.2. van de Verordening Ruimte voldoende planologisch, feitelijk en juridisch gewaarborgd.
De gemeenten in Midden Brabant werken samen in het Regionaal Overleg Midden Brabant (ROM). Vanuit het ROM Economische Zaken en Recreatie & Toerisme (EZ en R&T) bestond behoefte aan een gemeenschappelijk, regionaal ambitiedocument voor de vrijetijdssector. Dit heeft geleid tot het ambitiedocument ‘Hart van Brabant – Kracht in vrije tijd’.
Aan de ambitie Hart van Brabant: "kracht in vrije tijd!" is de volgende hoofddoelstelling gekoppeld: Bereiken van naamsbekendheid, (kwaliteits)stijging aanbod, stijging van vraag naar het leisureproduct. Dit alles is merkbaar door aanhoudende ontwikkeling, directe en indirecte werkgelegenheid leisure cluster, groei (dag) recreatief bezoek, stijging meerdaags verblijf, stijging bestedingen, vergroten radius publieksbereik en stijging van de kwalitatieve waardering van het aanbod.
Van 2003 tot en met 2008 heeft het kenniscentrum van het Brabants Bureau voor Toerisme in opdracht van de ROM gemeenten jaarlijks het rapport ‘Toerisme en Recreatie in Midden-Brabant’ ontwikkeld. Een rapportage over het aanbod van verblijfsaccommodaties, de vakanties van Nederlanders en buitenlandse gasten, dagrecreatie en de werkgelegenheid in de toeristisch-recreatieve sector, waar mogelijk toegespitst op Midden-Brabant.
Vrijetijdshuis Brabant heeft op basis van het ContinuVakantieOnderzoek 2008 (CVO), Binnenlandse Vakanties (NBTC-NIPO Research, 2009), kwantitatieve gegevens van het jaar 2008 voor Midden-Brabant geselecteerd. Het aantal dagrecreatieve bezoeken is tot nu toe minder goed in kaart gebracht, terwijl Midden-Brabant naar verwachting zeer veel dagbezoekers trekt. Een aparte vermelding verdient het omvangrijke aanbod van verblijfsaccommodaties in de regio, waardoor Midden-Brabant een stevige positie inneemt. Er is een gevarieerd aanbod: van campings, groot en klein, bungalowparken, luxe hotels tot bed & breakfast accommodaties.
Het opzetten van indoor speelhal draagt bij aan de variatie van het dagrecreatieve product en kan zorgen voor een groei in de dagrecreatieve sector. Het vergroten van de entree, de toiletvoorziening en horeca (uitbreiding terras) draagt bij aan het verbeteren van het aanbod en kan leiden tot een stijging van het meerdaags bedrijf. De combinatie van een camping met een dagrecreatieve voorziening zorgt bovendien voor een meerwaarde.