direct naar inhoud van Artikel 6 Bedrijf - 4
Plan: Bedrijventerrein De Kade
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0772.80131-0301

Artikel 6 Bedrijf - 4

6.1 Bestemmingsomschrijving

De voor `Bedrijf - 4´ aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. bedrijven behorende tot de categorieën 2 tot en met 4.2 zoals genoemd in de "Lijst van bedrijfsactiviteiten", met uitzondering van risicovolle inrichtingen, zelfstandige kantoorvestigingen en detailhandel;
  • b. in afwijking van het bepaalde onder a. zijn de voor `Bedrijf - 4´ aangewezen gronden tevens bestemd voor een geluidszoneringsplichtige en risicovolle inrichting zoals genoemd in de Lijst van bedrijfsactiviteiten onder SBI code 291.2;
  • c. productiegebonden detailhandel deel uitmakend van bedrijven vermeld onder a. en b., met uitzondering van detailhandel in voedings – en genotmiddelen;
  • d. kantooractiviteiten, voorzover deel uitmakend van en ondergeschikt aan de bedrijven vermeld onder a. en b.;

met de daarbij behorende:

  • e. wegen, erven en terreinen;
  • f. parkeervoorzieningen;
  • g. groenvoorzieningen;
  • h. nutsvoorzieningen en voorzieningen voor het opwekken van duurzame energie;
  • i. infrastructurele voorzieningen;
  • j. waterhuishoudkundige voorzieningen;
  • k. bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

6.2 Bouwregels
6.2.1 Bedrijfsgebouwen

Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen gelden de volgende regels:

  • a. de gebouwen mogen uitsluitend ter plaatse van de aanduiding `bouwvlak´ worden gebouwd;
  • b. de maximale bouwhoogte van een gebouw bedraagt 15m., tenzij anders op de verbeelding is aangegeven;
  • c. ter plaatse van de aanduiding 'maximum vloeroppervlakte' geldt een maximaal vloeroppervlakte van het aantal m2 zoals op de verbeelding aangegeven.

6.2.2 Nutsvoorzieningen en voorzieningen voor duurzame energie

Voor het bouwen van gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen en voorzieningen voor het opwekken van duurzame energie gelden de volgende regels:

  • a. de maximale hoogte mag niet meer dan 3 meter bedragen;
  • b. de oppervlakte mag niet meer dan 15 m2 bedragen;
  • c. indien de bestaande hoogte hoger is en/of de bestaande oppervlakte groter, dan geldt de bestaande maatvoering als maximale hoogte en oppervlakte.

6.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:

  • a. de maximale bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen is 2,5 m;
  • b. de maximale bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van reclame is 5,5 m;
  • c. de maximale bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, is 12 m.

6.3 Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de milieusituatie, de verkeersveiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, bij een omgevingsvergunning afwijken van de in lid 6.2.1 bepaalde bouwhoogte en toestaan dat:

  • a. de maximale bouwhoogte van een gebouw 20 meter bedraagt;
  • b. ter plaatse van de op de verbeelding aangegeven gronden met een maximale bouwhoogte van 4 m, de maximale bouwhoogte van een gebouw 8 meter bedraagt, met dien verstande dat daarbij een afstand van 10 meter vanaf de zuidelijke bestemmingsgrens wordt gehouden.

6.4 Specifieke gebruiksregels
6.4.1 Risicovolle inrichtingen

Ten aanzien van risicovolle inrichtingen gelden de volgende bepalingen:

  • a. nieuwe risicovolle inrichtingen zijn niet toegestaan;
  • b. een risicovolle inrichting is slechts toegestaan voorzover de PR 10-6/jaar contour van die inrichting binnen de eigen bouwperceelsgrens blijft;
  • c. binnen de PR 10-6/jaar contour zijn geen kwetsbare objecten toegestaan;
  • d. permanente bulkopslag van meer dan 1 m3 van tot vloeistof verdichte brandbare gassen moet ondergronds plaatsvinden;
  • e. het invloedsgebied van risicovolle inrichtingen mag niet reiken buiten het plangebied van het bestemmingsplan;
  • f. in afwijking van het bepaalde in sub e mag het invloedsgebied van een risicovolle inrichting buiten de plangrens liggen, voor zover dit invloedsgebied buiten de plangrens niet verandert ten opzichte van de vergunde situatie zoals vastgelegd in Bijlage Invloedsgebieden buiten de plangrens van risicovolle inrichtingen.

6.4.2 Strijdig gebruik

Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals vermeld in lid 6.1 wordt in ieder geval gerekend:

  • a. het gebruik, in gebruik geven of laten gebruiken van bedrijfsgebouwen voor bewoning anders dan als bedrijfswoning;
  • b. het gebruik, in gebruik geven of laten gebruiken van de gronden en bouwwerken ten behoeve van detailhandel, anders dan vermeld in lid 6.1;
  • c. het gebruik, in gebruik geven of laten gebruiken van gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting;
  • d. gebruik van bedrijfsgebouwen voor kantoordoeleinden, anders dan ten dienste van het aldaar gevestigde bedrijf.

6.5 Afwijken van de gebruiksregels
6.5.1 Afwijkingsbevoegdheid

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 6.1 onder a en tevens bedrijven in een hogere categorie toestaan of bedrijven die niet voorkomen in de `Lijst van bedrijfsactiviteiten´, mits:

  • a. het betrokken bedrijf naar de aard en de invloed op de omgeving gelijk te stellen is met bedrijven die ter plaatse zijn toegestaan;
  • b. het niet betreft geluidszoneringsplichtige inrichtingen, risicovolle inrichtingen of zelfstandige kantoorvestigingen.

6.5.2 Afwijken van de gebruiksregels risicovolle inrichtingen

Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 6.4.1 sub f en toestaan dat het invloedsgebied van risicovolle inrichtingen reikt buiten de plangrens van het bestemmingsplan, mits gelegen over infrastructuur, water of openbaar groen en het groepsrisico wordt verantwoord conform artikel 13 Bevi.