direct naar inhoud van 5.5 Beschrijving watersysteem plangebied
Plan: Bedrijventerrein Eindhoven Airport
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0772.80003-0301

5.5 Beschrijving watersysteem plangebied

5.5.1 Inleiding

De opbouw van de bodem is van invloed op de karakteristiek van het watersysteem. In het plangebied treft men een toplaag aan die sterk is geroerd door de stedelijke ontwikkelingen (waaronder door de aanleg van wegen en gebouwen).

Een watersysteem kent verscheidene waterstromen (met verschillende kwantiteit en kwaliteit), aan de hand daarvan wordt het watersysteem van dit plangebied beschreven. Daarbij wordt over de grens van het plangebied gekeken.

afbeelding "i_NL.IMRO.0772.80003-0301_0018.jpg"

Plangebied en omgeving

5.5.2 Regenwater

Het regenwater dat op daken en wegen valt, stroomt overwegend af naar de riolering. De riolering in dit gebied bestaat uit een (verbeterd) gescheiden rioolstelsel. Dit betekent dat het regenwater en het afvalwater apart wordt ingezameld. Het afvalwater van dit gebied wordt door een rioolgemaal (ter plaatse van de Parmentierweg / Luchthavenweg) met persleiding afgevoerd naar het gemaal Meerhoven en uiteindelijk naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie aan de Van Oldenbarneveltlaan. Het eerste (meest vuile) regenwater wordt ook via hetzelfde gemaal afgevoerd naar Meerhoven. Het overige regenwater loost op het Beatrixkanaal en op de watergang ten westen van de Jan Hilgersweg. Beide oppervlaktewateren zijn gelegen buiten het plangebied. Overig regenwater infiltreert, afhankelijk van de doorlatendheid, in de bodem. Verdamping wordt in dit plan buiten beschouwing gelaten.

5.5.3 Grondwater

Algemeen

De maaiveldhoogte in het plangebied bedraagt gemiddeld circa 20 meter + N.A.P. Het maaiveld ter plaatse van het parkeerterrein voor Eindhoven Airport ligt op circa 19,5 m +N.A.P en nabij het Beatrixkanaal ligt het maaiveld op circa 23 meter + N.A.P. Voeding van het grondwater in het plangebied geschiedt door infiltratie van regenwater en door toestroming vanuit het regionaal watersysteem.

De ontwatering van het gebied geschiedt door ondergrondse afstroming naar oppervlaktewater. Daarnaast is het plangebied onderdeel van het regionaal systeem: zoals grondwater het gebied instroomt, zo stroomt grondwater het gebied ook uit. Onttrekkingen van grondwater in dit gebied zijn niet bekend. In het gebied zijn geen problemen van grondwateroverlast bekend. De hoogste te verwachten grondwaterstanden in dit gebied zijn zodanig (gemiddeld meer dan 1 meter onder maaiveld) dat er geen klachten met betrekking tot grondwateroverlast zijn te verwachten.

Boringsvrije zone

De Provinciale Milieuverordening Noord-Brabant 2010 (PMV) is per 01 maart 2010 in werking getreden. Het plangebied ligt volledig binnen de zogenaamde boringsvrije zone behorende bij het aan de overzijde van het Beatrixkanaal gelegen waterwingebied. Sinds 1 januari 1996 vallen inrichtingen (bedrijven) alsmede de niet-inrichtingen (de zogenaamde werken) binnen de werkingssfeer van de Provinciale Milieuverordening Noord-Brabant (PMV). De boringsvrije zone is de zone waarbinnen (diepliggende) beschermende kleilagen niet zonder meer doorboord mogen worden. Bij niet-inrichtingen is het, behoudens een beschikking van Gedeputeerde Staten, verboden in boringsvrije zones de grond te roeren, inclusief het verrichten van grondboringen dieper dan 3 meter onder het maaiveld. Deze verbodsbepaling beperkt zich uitsluitend tot de boringsvrije zone en is gericht op het tegengaan van bodemaantastingen dieper dan 3 meter onder het maaiveld. Voor inrichtingen die vallen onder de Wet milieubeheer en gelegen zijn binnen de boringsvrije zone worden voor ingrepen op of in de bodem door het bevoegd gezag voorschriften aan de vergunning verbonden. Voor deze zone is geen regeling opgenomen in de planregels, aangezien de bepalingen in de Provinciale Milieuverordening afdoende zijn. Een dubbele toetsing dient voorkomen te worden.

afbeelding "i_NL.IMRO.0772.80003-0301_0019.jpg"

Boringsvrije zone

5.5.4 Oppervlaktewater

Hiervoor is reeds vermeld (5.4) dat in het plangebied, behoudens enkele (droogvallende) greppels, geen oppervlaktewater is gelegen. Net buiten het plangebied (aan de westzijde) ligt een watergang (ER 32). Ten behoeve van het onderhoud van deze watergang is het van belang dat een strook van 4 meter breed aan de oostzijde van deze watergang obstakelvrij wordt gehouden. Naast de aan de oostzijde van het plangebied gelegen Beatrixkanaal ligt een ecologische verbindingszone.

5.5.5 Drinkwater en B-water

Drinkwater wordt geleverd door het bedrijf Brabant Water. Er wordt geen B-water geleverd.

5.5.6 Afvalwater

Alle panden in het plangebied zijn aangesloten op de riolering. De panden lozen hun afvalwater op het rioolstelsel dat afvoert naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie aan de Van Oldebarneveltlaan.