direct naar inhoud van Regels
Plan: TAM-omgevingsplan Vredeoord (Ovaal)
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0772.009Vredeoord-0301

Regels

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1 Toepassingsbereik

1.1 Onderdeel omgevingsplan Eindhoven
  • a. Dit TAM-omgevingsplan Vredeoord (Ovaal) is onderdeel van het omgevingsplan Eindhoven.
  • b. Dit TAM-omgevingsplan Vredeoord (Ovaal) is in de plaats getreden van het voorheen ter plaatse van het Besluitgebied geldende ruimtelijk plan tijdelijk deel omgevingsplan.
1.2 Tijdelijk omgevingsplan-bestemmingsplan

De besluiten op grond van artikel 22.1, onder a, van Omgevingswet zijn niet van

toepassing voor zover het gaat over regels opgenomen in een besluit als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c, g, h, i, j, k, l of m, van de Invoeringswet Omgevingswet op de locatie, bedoeld in artikel 1.4.

1.3 Tijdelijk omgevingsplan - bruidsschat

De regels in afdeling 22.2, met uitzondering van paragraaf 22.2.7.3, en afdeling 22.3 van het omgevingsplan zijn niet van toepassing voor zover die regels in strijd zijn met regels in dit TAM-omgevingsplan.

1.4 Verwijzing naar verbeelding

De regels in dit TAM-omgevingsplan zijn van toepassing op de locatie TAM-omgevingsplan Vredeoord (Ovaal), waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0772.009Vredeoord-0301.

 

Artikel 2 Begripsbepalingen

2.1 Van toepassing verklaring

Begripsbepalingen die zijn opgenomen in de bijlage bij de Omgevingswet en in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn ook van toepassing op dit TAM-omgevingsplan, tenzij artikel 2.3 tot en met 2.42 een afwijkende begripsomschrijving bevat.

2.2 Aanvullende begrippen

In aanvulling op het bepaalde in artikel 2.1 worden voor de toepassing van de regels in dit TAM-omgevingsplan de begrippen als bedoeld in artikel 2.3 tot en met 2.42 gehanteerd.

2.3 plan

het omgevingsplan van de gemeente Eindhoven.

2.4 bedrijf aan huis

het bedrijfsmatig verlenen van diensten c.q. het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid, geheel of overwegend door middel van handwerk dat door zijn beperkte omvang in een woning en daarbij behorende bijgebouwen, met behoud van de woonfunctie, kan worden uitgeoefend (niet zijnde prostitutie).

2.5 Beleidsregels kamerbewoning en woningsplitsing

Beleidsregels over kamerbewoning en woningsplitsing, gepubliceerd op 14 mei 2021 en in werking getreden op 15 mei 2021.

2.6 Beleidsregels kwaliteitseisen inpandige fietsenstallingen

Bij collegebesluit van 20 april 2021 vastgestelde nadere regels ten behoeve van inpandige fietsenstallingen.

2.7 beroep aan huis

een vrij beroep, dat in of bij een woongebouw wordt uitgeoefend, waarbij het woongebouw in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is. Bijvoorbeeld gastouderopvang; detailhandel via internet zonder opslag en/of verkoop aan huis; of het enkel uitoefenen van een administratie ten behoeve van een bedrijf.

2.8 Besluit activiteiten leefomgeving

Besluit van 3 juli 2018, houdende regels over activiteiten die in de fysieke leefomgeving, met inbegrip van de wijzigingen die nadien zijn aangebracht.

2.9 Besluit kwaliteit leefomgeving

Besluit van 3 juli 2018, houdende regels over de kwaliteit van de fysieke leefomgeving en de uitoefening van taken en bevoegdheden, met inbegrip van wijzigingen die nadien zijn aangebracht.

2.10 Besluit bouwwerken leefomgeving

Besluit van 3 juli 2018, houdende regels over bouwwerken in de fysieke leefomgeving, met inbegrip van de wijzigingen die nadien zijn aangebracht.

2.11 bestaand

bij bouwwerken: legale bouwwerken die aanwezig of in uitvoering zijn op het tijdstip van ter visie legging van het ontwerp van het wijzigingsbesluit, dan wel bouwwerken zoals die mogen worden gebouwd krachtens een vergunning;

bij gebruik: legaal gebruik van grond en opstallen zoals aanwezig tijdens de inwerkingtreding van het wijzigingsbesluit.

2.12 bevoegd gezag

het college van burgemeester en wethouders, tenzij op grond van of krachtens de Omgevingswet een ander bestuursorgaan als bevoegd gezag is aangewezen.

2.13 bouwgrens

de grens van een bouwvlak.

2.14 bouwvlak

een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten.

2.15 buitenplanse omgevingsvergunning

omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, onder a, van de Omgevingswet.

2.16 dak

iedere bovenbeëindiging van een gebouw.

2.17 detailhandel

het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop), verkopen en leveren van goederen aan personen die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. Onder detailhandel wordt ook begrepen grootschalige detailhandel, volumineuze detailhandel, tuincentrum, internetwinkel/webwinkel, afhaalpunten en supermarkt.

2.18 dienstverlenend bedrijf en/of dienstverlenende instelling

bedrijf of instelling waarvan de werkzaamheden bestaan uit het verlenen van diensten aan derden, waarbij het publiek rechtstreeks (al dan niet via een balie) te woord wordt gestaan en geholpen, waaronder zijn begrepen kapperszaken, belwinkels, internetcafé, schoonheidsinstituten, fotostudio´s en naar de aard daarmee gelijk te stellen bedrijven en inrichtingen, evenwel met uitzondering van een garagebedrijf en een seksinrichting.

2.19 garagebox

gebouwen voor de stalling van auto´s en andere voertuigen.

2.20 gedeeltelijk geluidluwe gevel

een deel van een gevel (geveldeel) dat niet rechtstreeks wordt belast met een geluidniveau boven de standaardwaarde.

2.21 huishouden

een meerderjarige alleenstaande, dan wel twee of meer personen waarvan er ten minste één meerderjarig is, die een duurzame gemeenschappelijke huishouding voeren.

2.22 internetwinkel

Internetwinkels worden aangemerkt als een specifieke vorm van detailhandel waarbij:

  • de transactie via internet of andere media tot stand komt, en;
  • de goederen ter plaatse kunnen worden afgehaald; en/of
  • de goederen ter plaatse kunnen worden afgerekend; en/of
  • de goederen ter plaatse kunnen worden bekeken of geprobeerd.
2.23 inwoning
  • a. woonvorm, waarbij de volledig eigenaar/volledig eigenaren van de woning die gedurende de inwoning door hem/hen en eventueel zijn/hun gezin ten minste één jaar in ongewijzigde samenstelling (behoudens naar algemene maatstaven passende wijzigingen) wordt bewoond, in die woning één (of meerdere) kamer(s) in gebruik geeft/geven aan maximaal één persoon en maximaal twee minderjarige kinderen van die persoon;
  • b. woonvorm, waarbij de hoofdhuurder van de woning van een woningcorporatie die gedurende de inwoning door hem en eventueel zijn gezin ten minste één jaar in ongewijzigde samenstelling (behoudens naar algemene maatstaven passende wijzigingen) wordt bewoond, in die woning één (of meer) kamer(s) in gebruik geeft aan maximaal één persoon en maximaal twee minderjarige kinderen van die persoon.
2.24 kamerbewoning

woonvorm - niet zijnde inwoning in de zin van artikel 2.23 - waarbij sprake is van woonruimte die bestaat uit één of meer verblijfsruimten, die geen eigen afzonderlijke toegang heeft en waarbij de bewoner afhankelijk is van één of meer gedeelde wezenlijke voorzieningen (keuken, douche/bad en/of toilet) buiten die onzelfstandige woonruimte, met dien verstande dat hieronder niet wordt verstaan maatschappelijke voorzieningen in de vorm van beschermd en/of verzorgd wonen. De huisvesting van maximaal twee personen die geen gezamenlijk huishouden voeren wordt niet als kamerbewoning aangemerkt.

2.25 kunstwerk

bouwwerk, geen gebouw zijnde ten behoeve van civieltechnische en/of infrastructurele doeleinden, zoals een brug, een dam, een duiker, een tunnel, een via- of aquaduct, een sluis, dan wel een daarmee gelijk te stellen voorziening.

2.26 lijst van bedrijfsactiviteiten

de bedrijvenlijst ontleend aan de brochure Bedrijven en Milieuzonering van de VNG en opgenomen in Bijlage 1 bij deze regels.

2.27 Nota parkeernormen 2024

Nota parkeernormen 2024, d.d. 15 april 2025.

2.28 nutsvoorzieningen

voorzieningen ten behoeve van algemeen nut in ruime zin zoals: voorzieningen / installaties ten behoeve van gas, water en elektriciteit, signaalverdeling, telecommunicatieverkeer, waterzuivering, waterbeheersing, waterhuishouding, vuil- en afvalverwerking, compostering, wijkverwarming, milieuvoorzieningen e.d.

2.29 omgevingsplanactiviteit bouwwerken

omgevingsplanactiviteit bestaande uit het bouwen van een bouwwerk en het in stand houden en gebruiken van het te bouwen bouwwerk.

2.30 Omgevingsregeling

Regeling van 11 november 2019, houdende regels over het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving, met inbegrip van wijzigingen die nadien zijn aangebracht.

2.31 omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken

omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken, bedoeld in artikel 20.1 van dit TAM-omgevingsplan.

2.32 onzelfstandige woonruimte

woonruimte (kamer) in een (deel van een) gebouw, die door de aard van de inrichting en het gebruik het privédomein van de bewoner is, die (mede) is aangewezen op het gebruik van gezamenlijke wezenlijke voorzieningen elders in dat (deel van het) gebouw.

2.33 prostitutiebedrijf

een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin tegen vergoeding seksuele handelingen worden verricht.

2.34 seksinrichting

een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotische/pornografische aard plaatsvinden.
Onder seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf, alsmede een erotische massagesalon, een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar.

2.35 tuincentrum

een kwekerij en/of een verkoopplaats waar artikelen voor verwerking/gebruik in tuin en huis, daaronder ook begrepen dierbenodigdheden voor huisdieren, direct aan particulieren ter verkoop worden aangeboden, van welke verkoopplaats een koffiehoek deel kan uitmaken ter ondersteuning van de tuincentrumfunctie.

2.36 voorgevel

de naar de weg of aan het openbaar gebied gekeerde gevel van een gebouw of, indien het een gebouw betreft van meer dan één naar de weg of het openbaar gebied gekeerde gevel, de gevel die door zijn aard, functie, constructie dan wel gelet op uitstraling ervan als belangrijkste gevel kan worden aangemerkt.

2.37 voorgevelrooilijn

De denkbeeldige lijn die strak langs de voorgevel wordt getrokken tot aan de zijdelingse perceelsgrenzen.

2.38 water

al het oppervlaktewater zoals sloten, greppels, (infiltratie)vijvers, kanalen, beken en andere waterlopen, ook als deze incidenteel of structureel droogvallen.

2.39 waterberging

voorziening voor het tijdelijk vasthouden van regenwater dat afstroomt vanaf de oppervlakte van een bouwwerk.

2.40 waterhuishoudkundige voorzieningen

voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging, hemelwaterinfiltratie en waterkwaliteit (zoals duikers, stuwen, infiltratievoorzieningen, gemalen, inlaten, sloten, greppels en vijvers, ook als deze incidenteel of structureel droogvallen etc.).

2.41 woning

een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden, dan wel voor de huisvesting van maximaal twee personen die geen gezamenlijk huishouden voeren. Een woonwagen wordt niet tot een woning gerekend.

2.42 woongebouw

een gebouw, dat één woning omvat, dan wel twee of meer naast elkaar en/of geheel of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen omvat en dat qua uiterlijke verschijningsvorm als een eenheid beschouwd kan worden.

Artikel 3 Meet- en rekenbepalingen

3.1 Algemeen

De meet- en rekenbepalingen bedoeld in artikel 22.24 van het omgevingsplan, zijn van overeenkomstige toepassing op het meten van de waarden die in dit hoofdstuk in m, m² of m³ zijn uitgedrukt, voor zover hiervan niet is afgeweken in artikel 3.2 tot en met artikel 3.9.

3.2 dakhelling

langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak.

3.3 bebouwingspercentage

een aangegeven percentage, dat de grootte van het deel van het bouwvlak aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd.

3.4 de goothoogte van een bouwwerk

vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeiboord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.

3.5 de inhoud van een bouwwerk

tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.

3.6 de bouwhoogte van een bouwwerk

vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, liftopbouwen, installatieruimten en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.

3.7 de oppervlakte van een bouwwerk

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.

3.8 hoogte van een windturbine

vanaf het peil tot aan de (wieken)as van de windturbine.

3.9 Ondergeschikte bouwdelen

bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen wordt de overschrijding van de bouwgrens door ondergeschikte bouwdelen, zoals plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, gevel- en kroonlijsten, gevelisolatie, ventilatiekanalen, reclameaanduidingen, luifels, erkers, balkons en overstekende daken e.d. buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van de bouwgrens niet meer dan 1 m bedraagt.

3.10 Bruto-vloeroppervlakte

op het bepalen van de bruto-vloeroppervlakte is NEN 2580 van toepassing.

3.11 Norm op locatie

als in een regel een norm is gegeven die geldt ter plaatse van een locatie, geldt de betreffende norm per afzonderlijke locatie.

3.12 Peil

0,30 meter boven de kruin van de weg.

Hoofdstuk 2 Vanwege instructieregels aangewezen gebieden en locaties

Artikel 4 Instructieregel van het Rijk

Niet relevant voor dit TAM-omgevingsplan Vredeoord (Ovaal).

Artikel 5 Instructieregel van de provincie Noord-Brabant

Niet relevant voor dit TAM-omgevingsplan Vredeoord (Ovaal).

Hoofdstuk 3 Gebruiksdoel van gronden en bouwwerken, regels over gebruik

Artikel 6 Toepassingsbereik

Dit hoofdstuk heeft betrekking op het gebruiksdoel en het gebruik van gronden en bouwwerken.

Artikel 7 Gebruik in overeenstemming met aan locatie gegeven gebruiksdoel

Tot een gebruik dat in overeenstemming is met een aan een locatie gegeven gebruiksdoel behoren in elk geval het inrichten en/of gebruiken van gronden en bouwwerken voor:

  • a. erven en terreinen;
  • b. wegen en paden;
  • c. groenvoorzieningen;
  • d. nutsvoorzieningen;
  • e. voorzieningen voor het opwekken van duurzame energie;
  • f. water en waterhuishoudkundige voorzieningen.

Artikel 8 Ondergeschikte vormen van gebruik

Niet relevant voor dit TAM-omgevingsplan Vredeoord (Ovaal).

Artikel 9 Vangnetbepaling strijdig gebruik

  • 1. Het is verboden gronden of bouwwerken te gebruiken op een wijze die niet in overeenstemming is met een in van dit TAM-omgevingsplan aan een locatie Hoofdstuk 3 gegeven gebruiksdoel en de daarop betrekking hebbende regels, of op een wijze die in strijd is met de regels over gebruik, bedoeld in Hoofdstuk 4 van dit TAM-omgevingsplan.
  • 2. In afwijking van het eerste lid is het ter plaatse van ruimtelijke regels tijdelijk deel nog in werking verboden gronden of bouwwerken te gebruiken op een wijze die niet in overeenstemming is met de in het ter plaatse geldende ruimtelijk plan tijdelijk deel omgevingsplan aan een locatie gegeven bestemming en de daarop betrekking hebbende regels over gebruik, of op een wijze die in strijd is met de regels over gebruik, bedoeld in Hoofdstuk 4, voor zover die van toepassing zijn.
  • 3. In afwijking van het eerste lid is het daar waar een TAM-omgevingsplan is vastgesteld en in werking is getreden, waarbij het ruimtelijk plan tijdelijk deel omgevingsplan is vervallen, verboden gronden of bouwwerken te gebruiken op een wijze die niet in overeenstemming is met de in het TAM-omgevingsplan opgenomen regels over gebruik van gronden en bouwwerken, of op een wijze die in strijd is met de regels over gebruik, bedoeld in Hoofdstuk 4, voor zover die van toepassing zijn.
  • 4. In aanvulling op het tweede lid is het daar waar een TAM-omgevingsplan is vastgesteld en in werking is getreden, zonder dat daarbij het ruimtelijk plan tijdelijk deel omgevingsplan is vervallen, verboden gronden of bouwwerken te gebruiken op een wijze die niet in overeenstemming is met de in het TAM-omgevingsplan opgenomen regels over gebruik van gronden en bouwwerken.

Artikel 10 Groen

10.1 Toepassingsbereik
  • 1. Dit artikel is van toepassing op 'groen'.
  • 2. De gronden en bouwwerken mogen worden gebruikt voor:
    • a. groenvoorzieningen;
    • b. bermen en beplanting;
    • c. paden;
    • d. speelvoorzieningen;
    • e. water en waterhuishoudkundige voorzieningen;
    • f. beheer en/of zuivering van oppervlakte- en rioolwater;
    • g. kunstobjecten.
10.2 Specifieke regels over gebruik
  • 1. Het is verboden de gronden en bouwwerken te gebruiken voor:
    • a. het opslaan, storten of bergen van materialen en producten, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is voor het op het gebruiksdoel gerichte gebruik van de grond;
    • b. lawaaisporten;
    • c. kamperen.

Artikel 11 Wonen

11.1 Toepassingsbereik
  • a. Dit artikel is van toepassing op 'wonen'.
  • b. Ter plaatse van 'wonen' mogen de gronden en bouwwerken worden gebruikt voor:
    • 1. wonen in een woongebouw, waarbij inwoning is toegestaan, maar hieronder niet begrepen bewoning van woonwagens of woonschepen;
    • 2. parkeren ten behoeve van wonen in een woongebouw;
    • 3. ter plaatse van de aanduiding 'parkeerterrein' uitsluitend ontsluiting van een woongebouw en bijbehorend parkeerterrein zoals bedoeld onder sub 1 en 2;
  • c. Een ander gebruik van een woongebouw, of van bij een woongebouw behorende opstallen, dan voor wonen, is uitsluitend toegestaan voor zover dit in dit artikel is aangegeven en met inachtneming van de daarvoor geldende regels.
11.2 Omvang en situering wonen
  • a. Ter plaatse van 'maximum aantal wooneenheden' is het maximum aantal woningen de daar bepaalde waarde.
11.3 Specifieke regels over gebruik
  • a. Het is verboden een bij een woongebouw behorend bijgebouw en/of garagebox te gebruiken voor zelfstandige woonruimte.
  • b. Het is verboden een woongebouw en bijbehorend erf te gebruiken ten behoeve van een seksinrichting.
11.4 Omgevingsplanactiviteit beroep of bedrijf aan huis
11.4.1 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen

Het is verboden zonder omgevingsvergunning:

  • a. een gedeelte van de woning te gebruiken voor een bedrijf aan huis;
  • b. een gedeelte van een woning te gebruiken voor een beroep aan huis.

11.4.2 Uitzondering verbod

Het verbod zoals opgenomen in artikel 11.4.1 sub a, geldt niet voor het gebruik van een gedeelte van een woning voor een beroep aan huis tot een bruto-vloeroppervlakte van maximaal 50 m².

11.4.3 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning

Bij de aanvraag omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • a. een beschrijving van de hoofd- en nevenactiviteiten van het beroep of bedrijf aan huis, zoals:
    • 1. openingstijden;
    • 2. of er producten worden gemaakt of verkocht;
    • 3. of het alleen het halen van maaltijden betreft of er ook de mogelijkheid is om ter plekke te eten;
    • 4. of er alleen producten worden verkocht of ook afgehaald;
    • 5. door hoeveel personen wordt de activiteit uitgeoefend;
    • 6. hoeveel m² bruto-vloeroppervlakte per functie wordt gebruikt.

11.4.4 Beoordelingsregels omgevingsvergunning

De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 11.4.1 wordt alleen verleend als:

  • a. het bedrijf aan huis een bruto-vloeroppervlakte van maximaal 30 m² heeft;
  • b. het beroep aan huis een bruto-vloeroppervlakte van maximaal 75 m² heeft;
  • c. de totale bruto-vloeroppervlakte voor een bedrijf aan huis en een beroep aan huis gezamenlijk niet meer dan 75 m² bedraagt;
  • d. de verkeersaantrekkende werking niet zodanig is, dat ten gevolge daarvan extra verkeersmaatregelen, waaronder extra parkeervoorzieningen op de openbare weg, noodzakelijk worden;
  • e. het niet betreft detailhandel met uitzondering van detailhandel in ter plaatse vervaardigde en/of bewerkte producten;
  • f. het niet betreft de vervaardiging van voedsel;
  • g. deze activiteiten door ten hoogste twee personen worden uitgeoefend, waarvan minstens één persoon woonachtig in het betreffende pand; voor kapsalons geldt dat deze activiteit door maximaal één persoon, die tevens in het pand woonachtig is, mag worden uitgeoefend;
  • h. de bedrijfsactiviteiten vallen onder de in Bijlage 1 opgenomen 'Lijst van bedrijfsactiviteiten bij wonen' behorende tot de categorie 1, alsmede voor zover het bedrijfsactiviteiten betreft die niet in deze lijst zijn opgenomen maar naar aard en invloed op de omgeving gelijk te stellen zijn met de bedrijfsactiviteiten als genoemd in deze lijst;
  • i. dienstverlenende bedrijven en/of dienstverlenende instellingen betreffen die niet vallen onder de sub h genoemde lijst, maar naar aard en invloed op de omgeving gelijk te stellen zijn met de bedrijfsactiviteiten als bedoeld onder sub h.
11.5 Kamerbewoning en woningsplitsing
11.5.1 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen

Het is verboden zonder omgevingsvergunning:

  • a. een woning om te zetten naar kamerbewoning;
  • b. een woning en/of kamersgewijs bewoonde woning te wijzigen naar twee of meer woningen;
  • c. een als woning, dan wel tot woongebouw bestemde woning, die legaal in gebruik is voor een andere functie dan wonen, te wijzigen naar twee of meer woningen.

11.5.2 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning

Bij de aanvraag omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • a. situatietekening met minimaal 2 straten;
  • b. gegevens van de bestaande legale situatie: plattegrondtekeningen met functieaanduidingen van de verschillende ruimtes (zoals: woonkamer, slaapkamer, keuken, badkamer/douche, toilet, berging);
  • c. gegevens van de nieuwe situatie: plattegrondtekeningen met functieaanduidingen van de verschillende ruimtes (zoals: kamer 1, kamer 2, gezamenlijke woonkamer, keuken, badkamer/douche, toilet, berging);
  • d. een tekening van parkeermogelijkheden op eigen terrein, als die aanwezig zijn;
  • e. het resultaat van de rekentool parkeernormen;
  • f. een machtiging als de aanvraag wordt ingediend door een gemachtigde.

11.5.3 Beoordelingsregels omgevingsvergunning

De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 11.5.1 sub a, wordt alleen verleend als de verkamering of splitsing niet leidt tot een onaanvaardbare inbreuk op het woon- en leefklimaat ter plaatse van en in de omgeving van het betreffende gebouw.

Of sprake is van een onaanvaardbare negatieve inbreuk op het woon- en leefklimaat wordt beoordeeld aan de hand van de 'Beleidsregels kamerbewoning en woningsplitsing Eindhoven 2021', met dien verstande dat, indien deze beleidsregels worden gewijzigd, de gewijzigde beleidsregels gelden.

Hoofdstuk 4 Overige regels over het gebruik van gronden en bouwwerken

Artikel 12 Inrichting en gebruik van het bij een hoofdgebouw behorend erf, erfbebouwing

12.1 Inrichting en gebruik van het bij een hoofdgebouw behorend erf, erfbebouwing
  • 1. Het gebruik van het bij een hoofdgebouw behorend erf is in overeenstemming met een in Hoofdstuk 3 aan een locatie gegeven gebruiksdoel.
  • 2. Onder het gebruik van een bij een hoofdgebouw behorend erf dat in overeenstemming is met een in Hoofdstuk 3 aan een locatie gegeven gebruiksdoel wordt verstaan een inrichting en gebruik op een wijze die naar algemene maatstaven als een normale inrichting en gebruik van het bijbehorende erf wordt beschouwd.

Artikel 13 Parkeernormen voor auto's en fietsen

13.1 Toepassingsbereik

Dit artikel is van toepassing op het aantal parkeerplaatsen voor auto's en fietsen dat bij het gebruik van gronden en bouwwerken gerealiseerd en in stand gehouden moet worden.

13.2 Parkeernormen

Voor de toepassing van dit artikel gelden de parkeernormen volgens de beleidsregel 'Nota parkeernormen 2024' of diens rechtsopvolger.

13.3 Regels bij het binnenplans wijzigen van bestaand gebruik

In aanvulling op het bepaalde in Artikel 9 is het verboden om de gebruiksactiviteit van gronden en/of gebouwen te wijzigen in een andere gebruiksactiviteit, indien niet in voldoende mate parkeergelegenheid wordt gerealiseerd en in stand wordt gehouden, een en ander volgens de beleidsregel 'Nota Parkeernormen 2024'.

13.4 Maatwerkvoorschrift bij wijzigen bestaand gebruik
  • 1. Het bevoegd gezag kan een maatwerkvoorschrift stellen waarmee kan worden afgeweken van artikel 13.3, indien naar het oordeel van het bevoegd gezag:
    • a. sprake is van bijzondere gebieden of bijzondere situaties; en
    • b. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de bereikbaarheid en/of fysieke leefomgeving.
  • 2. Een maatwerkvoorschrift als bedoeld in het eerste lid kan inhouden een voorschrift met betrekking tot het behoud van een passend aantal parkeerplaatsen.

Artikel 14 Het realiseren van een gebouw met een geluidgevoelige functie

14.1 Gezamenlijk geluid

Ter plaatse van 'specifieke bouwaanduiding - gezamenlijk geluid' geldt dat het gezamenlijk geluid op de gevel van een geluidgevoelig gebouw vanwege gemeentewegen en hoofdspoorwegen ten hoogste 67dB Lden bedraagt.

14.2 Geluidluwe gevel
  • a. Elke woning dient te beschikken over een geluidluwe gevel.
  • b. De gevel is geluidluw als voldaan wordt aan de standaardwaarde vanwege de geluidbronsoort gemeentewegen en hoofdspoorwegen tegelijkertijd.
14.3 Overschrijding grenswaarde - niet geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen

Ter plaatse van "specifieke bouwaanduiding - niet-geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen" dienen de niet-geluidgevoelige gevels bij een overschrijding van de grenswaarde van 70 lden voor hoofdspoorwegen:

  • a. geen te openen delen te bevatten anders dan als onderdeel van de vluchtroute die door een gemeenschappelijke verkeersruimte voert; of
  • b. zodanige bouwkundige maatregelen te bevatten dat het geluid op de te openen delen in de uitwendige scheidingsconstructie niet hoger is dan de grenswaarde van 70 lden.

Artikel 15 Beperkingen voor beperkt kwetsbare en kwetsbare gebouwen in een beperkingengebied plaatsgebonden risico

Niet relevant voor dit TAM-omgevingsplan Vredeoord (Ovaal).

Hoofdstuk 5 Activiteiten met betrekking tot bouwwerken

Artikel 16 Toepassingsbereik

Dit hoofdstuk is van toepassing op het verrichten van:

  • a. een omgevingsplanactiviteit bouwwerken;
  • b. een omgevingsplanactiviteit slopen.

Artikel 17 Beoordelingsregels, vergunningvoorschriften en aanvraagvereisten

17.1 Toepassingsbereik

De in dit artikel opgenomen beoordelingsregels gelden in aanvulling op artikel 22.29 van het omgevingsplan op een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken, bedoeld in artikel 22.26 van het omgevingsplan.

17.2 Parkeernormering auto's en fietsen
17.2.1 Beoordelingsregel parkeerplaatsen
  • a. Een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken wordt alleen verleend als wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid, met dien verstande dat aan de hand van de beleidsregeling 'Nota parkeernormen 2024' en de 'Beleidsregels kwaliteitseisen inpandige fietsenstallingen' wordt bepaald of hieraan voldaan is.
  • b. Als de onder sub a genoemde beleidsregelingen worden gewijzigd, wordt aan de hand van de nieuwe beleidsregeling(en) bepaald of sprake is van voldoende parkeergelegenheid.

17.2.2 Met vergunningvoorschrift afwijken van de parkeernormen

Aan een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken kunnen voorschriften worden verbonden waarmee kan worden afgeweken van lid 17.2.1 indien naar het oordeel van het bevoegd gezag:

  • a. sprake is van bijzondere gebieden of bijzondere situaties; en
  • b. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de bereikbaarheid en/of ruimtelijke situatie.

17.2.3 Maatwerkvoorschrift maatvoering (fiets) parkeervoorzieningen

Het bevoegd gezag kan maatwerkvoorschriften stellen over de maatvoering van de parkeervoorzieningen, zoalsbedoeld in lid 17.2.1 onder a, indien dit, gelet op de feitelijke omstandigheden, noodzakelijk is.

17.2.4 Aanvraagvereisten beoordeling normering auto's en fietsen

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken worden gegevens en bescheiden verstrekt over de inrichting van parkeervoorzieningen op het eigen terrein.

17.3 Waterberging
  • a. Een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken
    wordt alleen verleend als vaststaat dat wordt voorzien in een waterberging of andere maatregelen die bijdragen aan de klimaatbestendigheid.
  • b. De inhoud van de waterberging en de omvang van de andere maatregelen worden vastgesteld met toepassing van de "Water- en klimaatadaptatie aanpak (WKA) 2023-2026".
  • c. Als de onder sub b bedoelde (beleids)regeling wordt gewijzigd, wordt met die wijziging rekeninggehouden.
17.4 Groenopgave

Een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken wordt alleen verleend als vaststaat dat wordt voldaan aan de groenopgave en groencompensatie. Dit wordt bepaald aan de hand van de 'beleidsregel groen en water bij ruimtelijke ontwikkelingen gemeente Eindhoven'. Hierbij geldt dat de te nemen maatregelen voor de groenopgave en groencompensatie binnen één jaar na het gereedkomen van de bouw gerealiseerd dienen te worden en vervolgens in stand worden gehouden. Indien deze beleidsregel wordt gewijzigd, moet worden uitgegaan van de nieuwe beleidsregeling.

Artikel 18 Omgevingsplanactiviteit slopen

Niet relevant voor dit TAM-omgevingsplan Vredeoord (Ovaal).

Artikel 19 Algemene mogelijkheid om bij omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit af te wijken van ruimtelijke regels over bouwwerken

19.1 Gevallen waarin kan worden afgeweken van de regels

Als een omgevingsplanactiviteit bouwwerken in strijd is met de ruimtelijke regels, bedoeld in Artikel 22, kan de omgevingsvergunning in afwijking van artikel 5.18, eerste lid van het omgevingsplan, toch worden verleend als de omgevingsplanactiviteit bouwwerken betrekking heeft op:

  • a. een bouwwerk, bedoeld in artikel 2.29 van het Besluit bouwwerken leefomgeving, voor zover dat vanwege artikel 2.30 van het Besluit bouwwerken leefomgeving niet vergunningvrij is toegestaan;
  • b. een bouwwerk dat is uitgezonderd van de vergunningplicht, bedoeld in artikel 5.14 van het omgevingsplan, voor zover daarop vanwege artikel 5.15 of artikel 5.16 van het omgevingsplan, toch de vergunningplicht uit artikel 20.1, van toepassing is;
  • c. een bijbehorend bouwwerk of uitbreiding daarvan binnen de bebouwde kom tot 1000 m² bruto-vloeroppervlakte;
  • d. een gebouw ten behoeve van een infrastructurele of openbare voorziening als bedoeld in artikel 2.29, onderp sub 1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving, dat niet voldoet aan de in dat artikel genoemde eisen, mits wordt voldaan aan de volgende eisen:
    • 1. niet hoger dan 5 meter, en;
    • 2. de oppervlakte niet meer dan 50 m²;
  • e. een bouwwerk, geen gebouw zijnde, of een gedeelte van een dergelijk bouwwerk, mits wordt voldaan aan de volgende eisen:
    • 1. niet hoger dan 10 m, en;
    • 2. de oppervlakte niet meer dan 50 m²;
  • f. een dakterras, balkon of andere niet op de grond gelegen buitenruimte aan of op een gebouw, een dakkapel, dakopbouw of gelijksoortige uitbreiding van een gebouw, de uitbreiding van een bouwwerk met een bouwdeel van ondergeschikte aard dan wel voorzieningen gericht op het isoleren van een gebouw;
  • g. een antenne-installatie, mits niet hoger dan 40 m;
  • h. het gebruiken van gronden voor een niet-ingrijpende herinrichting van openbaar gebied;
  • i. de bij recht in de regels gegeven maten, afmetingen, percentages, (dak)hellingen tot niet meer dan 10% van die maten, afmetingen, percentages en (dak)hellingen;
  • j. de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de maximum hoogte van de bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wordt vergroot tot 10 m, met dien verstande dat de maximum bouwhoogte van erfafscheidingen 2 m is;
  • k. de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de maximum bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van kunstwerken en van zend-, ontvang- en/of sirenemasten 20 m is;
  • l. de overschrijding van het bouwvlak met maximaal 40 cm ten behoeve van gevelisolatie om energie te besparen;
  • m. de realisatie van bouwwerken ten behoeve van het opwekken van duurzame energie en toestaan dat de maximum oppervlakte wordt vergroot tot maximaal 100 m.
19.2 Beoordelingsregels
  • 1. Aan artikel 19.1 wordt alleen toepassing gegeven als:
    • a. de activiteit niet leidt tot een onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat;
    • b. door de activiteit de stedenbouwkundige kwaliteit van de locatie en de omgeving daarvan niet onevenredig worden aangetast;
    • c. door de activiteit de beeldkwaliteit van de locatie en de omgeving daarvan niet onevenredig worden aangetast;
    • d. het belang van het behoud van cultureel erfgoed zich daartegen niet verzet;
    • e. het gebruik van het te bouwen bouwwerk in overeenstemming is met Artikel 9;
    • f. het aantal woningen niet toeneemt ten opzichte van het maximum aantal dat in het omgevingsplan is bepaald of, wanneer er geen maximum is bepaald, is het toevoegen van woningen niet toegestaan, tenzij het gaat om huisvesting in verband met mantelzorg;
    • g. voldaan wordt aan de beoordelingsregels zoals opgenomen in artikel 17.
  • 2. Aan artikel 19.1 aanhef en onder c, wordt geen toepassing gegeven als sprake is van strijd met een instructieregel, zoals opgenomen in hoofdstuk 5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, of in de provinciale omgevingsverordening.
19.3 Voorschriften

Bij toepassing van artikel 19.1 kunnen aan de omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken met het oog op de bescherming van de in artikel

19.2 bedoelde belangen voorschriften worden verbonden.

19.4 Aanvraagvereisten

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken dat slechts vergund kan worden met toepassing van artikel 19.1, worden die gegevens verstrekt die naar het oordeel vanhet bevoegd gezag nodig zijn om de beoordeling, bedoeld in artikel 19.2, te kunnen doen.

 

Artikel 20 Vergunningplicht bouwen, in stand houden en gebruiken bouwwerk

20.1 Vergunningplicht bouwwerken

Voor bouwactiviteiten zoals opgenomen in het omgevingsplan geldt een vergunningplicht zoals opgenomen in artikel 5.8 van het Omgevingsplan.

20.2 Algemene beoordelingsregel

De omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken wordt alleen verleend als de activiteit niet in strijd is met de regels over het verlenen van de omgevingsvergunning die in Artikel 17 en Hoofdstuk 6 zijn gesteld.

Hoofdstuk 6 Ruimtelijke regels over bouwwerken

Artikel 21 Toepassingsbereik

Dit hoofdstuk is van toepassing op de omgevingsplanactiviteit bouwwerken en bevat regels over bouwwerken.

Artikel 22 Vangnetbepaling ruimtelijke regels bouwwerken

Het is verboden een bouwwerk te bouwen, in stand te houden en te gebruiken op een wijze die niet in overeenstemming is met de in dit hoofdstuk opgenomen ruimtelijke regels over bouwwerken.

Artikel 23 Gebruik van bouwwerken

Bouwwerken mogen uitsluitend worden gebruikt op een wijze die in overeenstemming is met:

  • a. een ter plaatse geldend gebruiksdoel als bedoeld in Artikel 9;
  • b. een verleende buitenplanse omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit om af te wijken van de regels over gebruik;
  • c. een verleende omgevingsvergunning om af te wijken, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de toenmalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

Artikel 24 Gebouwen

24.1 Waar zijn gebouwen toegestaan

Een gebouw is, tenzij in dit omgevingsplan anders bepaald, uitsluitend toegestaan ter plaatse van een bouwvlak.

24.2 Bouwhoogte gebouwen
  • 1. Ter plaatse van 'maximum bouwhoogte' is de maximum bouwhoogte van een gebouw in meters de daar bepaalde waarde.
  • 2. Ter plaatse van 'maximum aantal bouwlagen' bedraagt het maximumaantal bouwlagen van een gebouw de daar bepaalde waarde.
24.3 Gebouwen voor het opwekken van duurzame energie
  • 1. Gebouwen ten behoeve van voorzieningen voor het opwekken van duurzame energie zijn binnen enbuiten het bouwvlak toegestaan.
  • 2. De maximale bouwhoogte bedraagt 3 m.
  • 3. De maximale oppervlakte bedraagt 15 m².

Artikel 25 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

25.1 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
  • 1. Tenzij elders anders is bepaald, bedraagt de maximum bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, 5 meter.
25.2 Erf- en terreinafscheidingen
  • 1. Tenzij elders anders is bepaald, bedraagt de maximum hoogte van een erf- en terreinafscheiding:
    • a. 2 m, voor zover gelegen achter de voorgevelrooilijn;
    • b. 1 m, voor zover gelegen voor de voorgevelrooilijn.

Hoofdstuk 7 Aanlegactiviteiten

Niet relevant voor dit TAM-omgevingsplan Vredeoord (Ovaal).

Hoofdstuk 8 Milieubelastende activiteiten

Niet relevant voor dit TAM-omgevingsplan Vredeoord (Ovaal).

Hoofdstuk 9 Algemene regels

Artikel 26 Anti-dubbeltelbepaling

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

 

Hoofdstuk 10 Overgangsregels

Artikel 27 Overgangsrecht

27.1 Overgangsrecht bouwwerken

Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een
omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot:

a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;

b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.

27.2 Afwijken

Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van lid 27.1 een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in lid 27.1 met maximaal 10%.

27.3 Uitzondering op het overgangsrecht bouwwerken

Lid 27.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.

27.4 Overgangsrecht gebruik

Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.

27.5 Strijdig gebruik

Het is verboden het met dit TAM-omgevingsplan strijdige gebruik, bedoeld in lid 27.4, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dit TAM-omgevingsplan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.

27.6 Verboden gebruik

Indien het gebruik, bedoeld in lid 27.4, na het tijdstip van inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het
verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.

27.7 Uitzondering op het overgangsrecht gebruik

Lid 27.4 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.