| Plan: | TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22g De Heydael te Duizel |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.0770.TODHeydael1007-VAST |
Voor de toepassing van de regels in dit TAM-omgevingsplan gelden de begripsbepalingen die, op de dag van de inwerkingtreding van de Omgevingswet, zijn opgenomen in de bijlage bij de Omgevingswet en in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van toepassing op dit TAM-omgevingsplan. Daarnaast gelden aanvullend de begrippen, zoals opgenomen in Bijlage 1.
De meet- en rekenbepalingen uit artikel 22.24 van het omgevingsplan zijn van overeenkomstige toepassing op het meten van de waarden die in dit hoofdstuk in meters (m), m² of m³ zijn uitgedrukt, voor zover hiervan niet is afgeweken in het bepaalde in dit TAM-omgevingsplan. Daarnaast gelden de meet- en rekenbepalingen, zoals opgenomen in Bijlage 2.
Een werkingsgebied dat op de verbeelding is aangewezen als 'Groen' heeft de volgende functies:
een en ander met de daarbij behorende voorzieningen.
Het is verboden om op of in deze gronden gebouwen te bouwen.
Een omgevingsvergunning voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van de in 5.1 bedoelde functies wordt verleend, indien wordt voldaan aan de volgende beoordelingsregels:
Een werkingsgebied dat op de verbeelding is aangewezen als 'Verkeer - Openbaar gebied' heeft de volgende functies:
een en ander met de daarbij behorende voorzieningen.
Het is verboden om op of in deze gronden gebouwen te bouwen.
Een omgevingsvergunning voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van de in 5.1 bedoelde functies wordt verleend, indien wordt voldaan aan de volgende beoordelingsregels:
Burgemeester en wethouders kunnen maatwerkvoorschriften stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van:
De regels over 'Wonen - 1' in dit artikel zijn gesteld met het oog op:
a Toegestane gebruiksvormen
Het is toegestaan om een gedeelte van een woning voor aan-huis-verbonden beroepen en lichte bedrijvigheid te gebruiken, mits wordt voldaan aan de volgende regels:
b Aanwijzing vergunningplichtige gevallen
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning een gedeelte van een woning te gebruiken voor een aan-huis-verbonden beroep en lichte bedrijvigheid, indien niet wordt voldaan aan het bepaalde in lid a.
c Beoordelingsregels omgevingsvergunning
De omgevingsvergunning als bedoeld in b wordt alleen verleend als:
d Doelgroepen
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning een woning te gebruiken voor andere doelgroepen bij de betreffende woningcategorie:
e Instandhouding en minimale gebruiksoppervlakte
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning een woning anders in stand te houden bij de betreffende woningcategorie:
f Informatieplicht
Voor het bouwen van bouwwerken ten behoeve van de in 7.2 bedoelde functies gelden de volgende beoordelingsregels:
De volgende beoordelingsregels zijn van toepassing op de omgevingsvergunning voor het bouwen van nieuwe woningen op de locatie De Heydael:
De volgende beoordelingsregels zijn van toepassing op de omgevingsvergunning voor het bouwen van hoofdgebouwen:
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende beoordelingsregels:
Het is toegestaan zonder omgevingsvergunning een mechanische voorziening of technische installatie inclusief bijbehorende onderdelen zoals een omkasting (voor bijvoorbeeld luchtverversing, warmte- en/of koudeopwekking en elektriciteitsopwekkingssystemen) op de grond in het achtererfgebied te realiseren en in stand te houden, met uitzondering van windturbines.
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen om, in afwijking van het bepaalde in lid 7.4.1 sub a het maximum aantal woningen te vergroten naar 67, mits wordt voldaan aan de volgende beoordelingsregels:
Het bevoegd gezag kan, in afwijking van het bepaalde in lid 7.3 en lid 7.4.2, een omgevingsvergunning verlenen voor woningbouwcategorieën die in strijd zijn met de in die onderdelen bedoelde beoordelingsregels (woningbouwcategorieën, instandhoudingstermijnen en/of minimale gebruiksoppervlakte), als die niet in strijd zijn met de volgende beoordelingsregel:
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen om, in afwijking van het bepaalde in lid 7.4.3 sub f voor het toestaan van een afwijkende dakhelling, mits wordt voldaan aan de volgende beoordelingsregel:
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen om, in afwijking van het bepaalde in lid 7.4.3 sub h voor het toestaan van een grotere diepte van een hoofdgebouw, mits wordt voldaan aan de volgende beoordelingsregels:
Dit lid is van toepassing op een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken voor zover de aanvraag betrekking heeft op het bouwen, in stand houden en gebruiken van een geluidgevoelig gebouw.
Een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken wordt alleen verleend als de mate van geluidbelasting op het geluidgevoelige gebouw, met het oog op de bescherming van de gezondheid, aanvaardbaar is, waarbij het bevoegd gezag toetst aan de normstelling en het beoordelingskader, zoals opgenomen in § 5.1.4.2a.4. van het Besluit kwaliteit leefomgeving en:
Het bevoegd gezag kan bij het verlenen van een omgevingsvergunning, zoals bedoeld in 7.6.2 maatwerkvoorschriften stellen met het oog op de bescherming van de gezondheid. Als maatwerkvoorschrift kunnen in ieder geval voorschriften worden gesteld met betrekking tot:
Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit, zoals bedoeld in 7.6.2, worden voor de toetsing aan de beoordelingsregels in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
Een werkingsgebied dat op de verbeelding is aangewezen als 'Waarde - Archeologie 4.2' heeft, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor behoud en bescherming van waardevolle verwachte archeologische informatie in de bodem.
Ter plaatse van het werkingsgebied 'Waarde - Archeologie 4.2' zijn uitsluitend toegestaan gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, die ten dienste staan van deze bestemming, alsmede ten behoeve van de andere daar voorkomende bestemmingen, mits:
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd maatwerkvoorschriften te stellen ten aanzien van de situering van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde , de inrichting en het gebruik van gronden, indien uit onderzoek is gebleken dat ter plaatse behoudens- en beschermenswaardige archeologische monumenten of resten aanwezig zijn.
De maatwerkvoorschriften zijn erop gericht dat de archeologische waarden zoveel mogelijk in de grond (in situ) worden behouden.
Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 8.2 teneinde het oprichten van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van de op deze gronden liggende andere bestemming(en), indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond, dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad. Teneinde dit te bereiken kunnen aan een omgevingsvergunning in ieder geval de volgende voorschriften worden verbonden:
De omgevingsvergunning als bedoeld in 8.4.1 wordt niet verleend dan nadat de aanvrager een rapport heeft overgelegd waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld of getoetst wordt aan een daartoe opgestelde archeologische beleidsadvieskaart.
Alvorens het bevoegd gezag beslist over een omgevingsvergunning als bedoeld 8.4.1 winnen zij schriftelijk advies in bij een archeologisch deskundige omtrent de vraag of door het verlenen van een omgevingsvergunning geen onevenredige afbreuk wordt of kan worden gedaan aan de archeologische waarden, en of en zo ja welke voorwaarden dienen te worden gesteld.
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende andere werken of werkzaamheden uit te voeren:
Het onder 8.5.1 vervatte verbod geldt niet:
Een omgevingsvergunning als bedoeld in 8.5.1 mag alleen worden verleend indien door de uitvoering de aanwezige archeologische waarden niet onevenredig (kunnen) worden aangetast. Teneinde dit te bereiken kunnen aan een omgevingsvergunning in ieder geval de volgende voorschriften worden verbonden:
Alvorens een besluit te nemen omtrent het verlenen van een omgevingsvergunning wint het bevoegd gezag advies in van een archeologisch deskundige omtrent de vraag of door het verlenen van de omgevingsvergunning geen onevenredige afbreuk wordt of kan worden gedaan aan de archeologische waarden, en welke voorwaarden dienen te worden gesteld.
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen in dit TAM-omgevingsplan worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouwgrenzen, omgevingswaarden dan wel overige werkingsgebieden niet meer dan 1 m bedraagt.
Het is verboden om gronden en/of bouwwerken te gebruiken in strijd met de regels van dit TAM-omgevingsplan. Hieronder wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor en/of als:
Het is verboden de gronden en bouwwerken ter plaatse van de bestemmingen 'Wonen - 1' te gebruiken indien de waterberging niet binnen 2 maanden na realisatie van de eerste woning is gerealiseerd. De waterberging dient in elk geval 3 jaar na inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan te zijn gerealiseerd en in stand te worden gehouden. De bergingsopgave wordt daarbij gebaseerd op 0,06 m3 per vierkante meter toekomstig verhard oppervlak.
Ter plaatse van het werkingsgebied 'milieuzone - spuitzone' is het verboden om gebruik te maken van gewasbeschermingsmiddelen, anders dan met gebruik van niet-chemische middelen en/of methoden.
Het bevoegd gezag kan het werkingsgebied 'milieuzone - spuitzone' verwijderen dan wel verkleinen, mits wordt voldaan aan de volgende beoordelingsregels:
Het is verboden de gronden en bouwwerken ter plaatse van de aanduiding ‘wetgevingszone – voorwaardelijke bepaling’ te gebruiken indien de groeninrichting en landschappelijke inpassing, conform Bijlage 4 Stedenbouwkundige uitwerking & beeldkwaliteitsplan of een soortgelijke landschappelijke inpassing die middels een afwijkingsmogelijkheid is toegestaan, niet binnen 3 jaar na inwerkingtreding van het TAM-Omgevingsplan, ter plaatse van de gronden in het plangebied met de functie Groen, is gerealiseerd en in stand wordt gehouden en de storting in het fonds kwaliteitsverbetering buitengebied van €23.829,01 binnen 30 dagen na inwerkingtreding van het TAM-omgevingsplan is gedaan door initiatiefnemer.
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in 11.4.1 ten behoeve van de wijziging van Bijlage 4 Stedenbouwkundige uitwerking & beeldkwaliteitsplan, waarbij geldt dat het gewijzigde groeninrichtingsplan en landschappelijke inpassingsplan minimaal gelijkwaardig dient te zijn en moet voldoen aan de Afstemmingsnotitie Landschapsinvesteringsregeling De Kempen d.d. 24 augustus 2012 of een vergelijkbaar door de gemeenteraad van Eersel vastgesteld document zoals die geldt op tijdstip van de ontvankelijke aanvraag van de afwijking.
Het bouwen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, die hoger zijn dan de maximaal toelaatbare hoogten (uitgedrukt in meters boven NAP) zoals aangegeven op de Kaarten Obstakelbeheergebieden (Bijlage 5) is in verband met de Vliegfunnel, IHCS en ILS, uitsluitend toegestaan indien voorafgaand aan de vergunningverlening uit een schriftelijk advies van het Rijksvastgoedbedrijf van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, blijkt dat de bouwhoogte geen gevaar vormt voor het vliegverkeer op en rondom de luchthaven.
Ter plaatse van de werkingsgebied 'overig - bebouwingscontour houtkap' zijn de regels uit afdeling 11.3 van het Besluit activiteiten leefomgeving niet van toepassing.
| Parkeergelegenheid | a. In het geval van de oprichting of uitbreiding van een gebouw dient ten behoeve van het parkeren van auto's te worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid binnen het plangebied van dit TAM-omgevingsplan. b. In het geval van functiewijziging van een gebouw en/of van gronden dient ten behoeve van het parkeren van auto's te worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid binnen het plangebied van dit TAM-omgevingsplan. c. Aan het voorgaande (in voldoende parkeergelegenheid voorzien) wordt voldaan indien wordt voldaan aan de normen die zijn neergelegd in het Parkeerbeleidsplan. d. Indien deze beleidsregels worden gewijzigd, wordt bij de vergunningverlening rekening gehouden met de gewijzigde beleidsregels. e. De parkeervoorzieningen die zijn aangelegd om te voldoen aan het bepaalde onder a en b dienen in stand te worden gehouden. |
| Ruimte voor laden en lossen van goederen | a. Indien het gebruik van een gebouw en/of gronden daar aanleiding toe geeft, dient te worden voorzien in voldoende ruimte voor laden en lossen. b. De ruimte voor laad- en losvoorzieningen als bedoeld onder a dient in stand te worden gehouden. |
| Afwijkingsmogelijkheden | a. Indien het gebruik van een gebouw en/of gronden daar aanleiding toe geeft, dient te worden voorzien in voldoende ruimte voor laden en lossen. b. De ruimte voor laad- en losvoorzieningen als bedoeld onder a dient in stand te worden gehouden. |