| Plan: | TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b Oude Baan 10 Dongen |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | Omgevingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.0766.OPTI20250093-VG01 |
Preambule
Dit TAM-omgevingsplan is gericht op het faciliteren van gebiedsontwikkeling op de locatie Oude Baan 10 te Dongen en is als een nieuw hoofdstuk (hoofdstuk 22b) opgenomen in het omgevingsplan van de gemeente Dongen. Dit hoofdstuk is bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening, bedoeld in artikel 1.2.1, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening. Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP/TPOD beschikbaar te stellen.
De in dit op https://www.ruimtelijkeplannen.nl uitgegeven deel van het omgevingsplan (hierna: dit deel) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk 22b van het omgevingsplan van de gemeente Dongen. In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer '22b' gelezen worden. In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord 'Bijlage', na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage '22b' gelezen worden.
Voor de toepassing van dit hoofdstuk gelden de volgende begripsbepalingen:
Artikel 1.1 van het Omgevingsbesluit, artikel 1.1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, artikel 1.1 van het Besluit activiteiten leefomgeving en artikel 1.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving zijn van overeenkomstige toepassing op dit omgevingsplan, tenzij hierna daarvan is afgeweken.
Het omgevingsplan van de gemeente Dongen.
Het TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b Oude Baan 10 Dongen met identificatienummer NL.IMRO.0766.OPTI20250093-VG01 van de gemeente Dongen.
Een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.
Een aan een hoofdgebouw gebouwd gebouw dat in bouwkundig opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw.
Een door het bevoegd gezag aan te wijzen onafhankelijke en als zodanig geregistreerde deskundige op het gebied van archeologisch onderzoek, in het bezit van een opgravingsbevoegdheid.
Onderzoek verricht door of namens een dienst of instelling die over een opgravingsvergunning beschikt.
De aan een gebied toegekende waarde in verband met de in dat gebied voorkomende overblijfselen uit oude tijden.
Eén of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
Het door bewoner(s) bedrijfsmatig verlenen van diensten c.q. het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid, dat in een woning door de bewoner wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is.
Een dienstverlenend beroep, dat in een woning door de bewoner wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is.
Een vrijstaand gebouw dat in functioneel en bouwkundig opzicht ondergeschikt is aan een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw.
Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats.
Een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.
Een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten.
De aan een bouwwerk of gebied toegekende waarde in verband met ouderdom en/of historische gaafheid.
De bewoning door een persoon of meerdere personen in de vorm van een vast samenlevingsverband, niet zijnde kamerverhuur of een bijzondere woonvorm, van een woning. Dit samenlevingsverband dient in continuïteit en onderlinge verbondenheid te zijn.
huisvesting in of bij een woning van één huishouden van ten hoogste twee personen, van wie ten minste één persoon mantelzorg verleent aan of ontvangt van een bewoner van de woning.
Het bedrijfsmatig (nacht)verblijf aanbieden, waarbij het kenmerk is dat de kamerhuurder te plaatse het hoofdverblijf heeft.
Intensieve zorg of ondersteuning, die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende, ten behoeve van zelfredzaamheid of participatie, rechtstreeks voortvloeiend uit een tussen personen bestaande sociale relatie, die de gebruikelijke hulp van huisgenoten voor elkaar overstijgt, en waarvan de behoefte met een verklaring van een huisarts, wijkverpleegkundige of andere door de gemeente aangewezen sociaal-medisch adviseur kan worden aangetoond.
Voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen, voorzieningen ten behoeve van (ondergrondse) afvalinzameling en apparatuur voor telecommunicatie.
Een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van een gesloten dak.
Het meest naar de wegzijde gekeerde deel van een gebouw. Indien meerdere delen van het gebouw naar de weg zijn gekeerd (hoekkavel), bepalen burgemeester en wethouders welke zijde als voorgevel moet worden beschouwd.
Bovengrondse en/of ondergrondse voorzieningen ten behoeve van de berging en infiltratie van hemelwater in de bodem, zoals wadi's, verlaging in het groen, waterbergende verharding, waterberging op het dak, grindkoffers, infiltratiekratten en/of het aanbrengen of vergroten van (bestaande) greppels, (zak)sloten, watergangen en vijvers.
Een (gedeelte van een) hoofdgebouw met daarbij behorende aan- of uitbouwen, dat dient voor de huisvesting van één huishouden.
In aanvulling op artikel 22.24 van het omgevingsplan, gelden de volgende meet- en rekenbepalingen:
De afstand tussen bouwwerken onderling alsmede de afstand van bouwwerken tot perceelsgrenzen worden daar gemeten waar deze afstand het kleinst is.
Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.
Tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels en het hart van de scheidingsmuren.
Vanaf het straatpeil tot aan de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; indien een bouwwerk met betrekking tot deze constructiedelen over verschillende hoogten beschikt, wordt als volgt gemeten:
Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.
Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
De gebruiksoppervlakte volgens NEN2580.
Niet genoemde gebruiks- en bouwactiviteiten en gebruiks- en bouwactiviteiten die in strijd zijn met dit omgevingsplan zijn niet toegestaan, met uitzondering van legaal aanwezige bestaande bouwwerken en gebruiksactiviteiten.
De regels van dit artikel zijn van toepassing op activiteiten ter plaatse van de locatie 'Groen - activiteiten binnen groen - toegestaan'.
De volgende activiteiten zijn toegestaan:
één en ander met bijbehorende voorzieningen.
De regels van dit artikel zijn van toepassing op activiteiten ter plaatse van de locatie 'Verkeer - activiteiten binnen verkeer - toegestaan'.
De volgende activiteiten zijn toegestaan:
één en ander met bijbehorende voorzieningen.
De regels in dit artikel zijn van toepassing op activiteiten ter plaatse van de locatie 'Wonen - activiteiten binnen wonen - toegestaan'.
De volgende activiteiten zijn toegestaan:
De regels van dit artikel zijn van toepassing op activiteiten ter plaatse van de locatie 'Wonen - bedrijven aan huis - toegestaan'.
De uitoefening van een bedrijf aan huis in een woning is toegestaan als:
De regels van dit artikel zijn van toepassing op activiteiten ter plaatse van de locatie 'Wonen - bedrijven aan huis - verbod'.
Het is niet toegestaan een bijgebouw bij een woning te gebruiken voor een bedrijf aan huis.
De regels in dit artikel zijn van toepassing op activiteiten ter plaatse van de locatie 'Wonen - beroepen aan huis - toegestaan'.
De uitoefening van een beroep aan huis in een woning is toegestaan, als:
De regels in dit artikel zijn van toepassing op activiteiten ter plaatse van de locatie Wonen - beroepen aan huis - verbod.
Het is niet toegestaan een bijgebouw bij een woning te gebruiken voor een beroep aan huis.
De regels in dit artikel zijn van toepassing op activiteiten ter plaatse van de locatie 'Wonen - logies met ontbijt - vergunningplicht'.
Het is niet toegestaan zonder omgevingsvergunning een woning te gebruiken voor logies met ontbijt.
Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 15.2 wordt alleen verleend als:
De regels in dit artikel zijn van toepassing op activiteiten ter plaatse van de locatie 'Wonen - logies met ontbijt - verbod'.
Het is niet toegestaan een bijgebouw bij een woning te gebruiken voor logies met ontbijt.
De regels in dit artikel zijn van toepassing op activiteiten ter plaatse van de locatie 'Wonen - mantelzorg - vergunningplicht'.
In afwijking van het bepaalde in artikel 22.36 onder c. van het omgevingsplan geldt dat het niet is toegestaan zonder omgevingsvergunning een woning, aan- of uitbouw of een bijgebouw bij een woning te gebruiken voor mantelzorg.
Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 17.2 wordt alleen verleend als:
De regels in dit artikel zijn van toepassing op activiteiten ter plaatse van de locatie 'Wonen - kamerverhuur - verbod'.
Het is niet toegestaan een woning of bijgebouw te gebruiken voor kamerverhuur.
Dit artikel is van toepassing op het bouwen, verbouwen en in stand houden van bouwwerken.
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven, of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
De bouwgrenzen mogen worden overschreden door:
Een omgevingsvergunning voor het overschrijden van bouwgrenzen en maatvoering, anders dan genoemd in artikel 20.3 wordt alleen verleend als:
Het oprichten van bebouwing en het aanleggen van verharding van meer dan 20 m2 is uitsluitend toegestaan indien wordt voorzien in een waterbergingsvoorziening met voldoende capaciteit. De capaciteit van de waterbergingsvoorziening betreft minimaal 60 liter per m² afwaterend verhard oppervlak.
Dit artikel is van toepassing op het bouwen, verbouwen en in stand houden van bouwwerken ter plaatse van de locatie 'Bouwen - Groen - vergunningplicht'.
Tenzij toepassing kan worden gegeven aan artikel 22.27 en artikel 22.36 van het omgevingsplan wordt in aanvulling op artikel 22.29 van het omgevingsplan de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 van het omgevingsplan alleen verleend als:
Tenzij toepassing kan worden gegeven aan artikel 22.27 en artikel 22.36 van het omgevingsplan wordt in aanvulling op artikel 22.29 van het omgevingsplan de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 van het omgevingsplan alleen verleend als:
Dit artikel is van toepassing op het bouwen, verbouwen en in stand houden van bouwwerken ter plaatse van de locatie 'Bouwen - Verkeer - vergunningplicht'.
Tenzij toepassing kan worden gegeven aan artikel 22.27 en artikel 22.36 van het omgevingsplan wordt in aanvulling op artikel 22.29 van het omgevingsplan de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 van het omgevingsplan alleen verleend als:
Tenzij toepassing kan worden gegeven aan artikel 22.27 en artikel 22.36 van het omgevingsplan wordt in aanvulling op artikel 22.29 van het omgevingsplan de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 van het omgevingsplan alleen verleend als:
Dit artikel is van toepassing op het bouwen, verbouwen en in stand houden van bouwwerken ter plaatse van de locatie 'Bouwen - Wonen - vergunningplicht'.
In aanvulling op artikel 22.29 van het omgevingsplan wordt de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 van het omgevingsplan alleen verleend als:
Tenzij toepassing kan worden gegeven aan artikel 22.27 en artikel 22.36 van het omgevingsplan wordt in aanvulling op artikel 22.29 van het omgevingsplan de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 van het omgevingsplan alleen verleend als:
Tenzij toepassing kan worden gegeven aan artikel 22.27 en artikel 22.36 van het omgevingsplan wordt in aanvulling op artikel 22.29 van het omgevingsplan de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 van het omgevingsplan alleen verleend als:
De volgende aanlegactiviteiten zijn in ieder geval toegestaan: