1 Algemene bepalingen Préamble
Dit TAM-omgevingsplan is gericht op het faciliteren van gebiedsontwikkeling op de locatie Centurioweg 14, Helenaveen en is als een nieuw hoofdstuk 22g opgenomen in het omgevingsplan van de gemeente Deurne. Dit hoofdstuk is bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening, bedoeld in artikel 1.2.1, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening. Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen.
De in dit op
https://www.ruimtelijkeplannen.nl
uitgegeven deel van het omgevingsplan (hierna: dit deel) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk 22g van het omgevingsplan van de gemeente Deurne. In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer '22g' gelezen worden. In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord ‘Bijlage’, na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage ’22g’ gelezen worden.
Artikel 1 Begripsbepalingen
Begripsbepalingen die zijn opgenomen in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van toepassing op dit hoofdstuk, tenzij in artikel 2 daarvan is afgeweken.
Artikel 2 Aanvullende begripsbepalingen
Voor de toepassing van dit hoofdstuk gelden aanvullend de volgende begripsbepalingen
2.1 Aan huis verbonden bedrijf
een bedrijf of het bedrijfsmatig uitoefenen van ambachtelijke of kunstzinnige bedrijvigheid, geheel of overwegend door middel van handwerk, dat door zijn beperkte omvang in een woning of daarbij behorende gebouwen kan worden uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is;
2.2 aan huis verbonden beroep
de uitoefening van een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch of hieraan gelijk te stellen gebied, dat in een woning en daarbij behorende gebouwen wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is, met uitsluiting van detailhandel;
2.3 aanduiding
de geometrische bepaalde planobjecten, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels in dit hoofdstuk, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of bebouwen van de gronden en/of toedelen van milieugebruiksruimte aan milieubelastende activiteiten, zoals vastgelegd in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.0762.TAMOP202503-C001 zoals digitaal vastgelegd op
https://www.ruimtelijkeplannen.nl;
2.4 afhankelijke woonruimte
een tijdelijke zelfstandige woonruimte in een deel van een hoofdgebouw met woonfunctie, of in een bijbehorend bouwwerk bij een hoofdgebouw met woonfunctie, waarin een tweede huishouden kan worden gehuisvest uit oogpunt van mantelzorg, welke tijdelijke woonruimte qua ligging een ruimtelijke eenheid vormt met het hoofdgebouw met woonfunctie en gelegen is binnen een bestemming die wonen mogelijk maakt;
2.5 ambachtelijk bedrijf
een bedrijf dat is gericht op het geheel of overwegend door middel van handwerk vervaardigen, bewerken of herstellen en het installeren van goederen, alsmede het verkopen en/of leveren, als ondergeschikte activiteit, van ter plaatse vervaardigde goederen verband;
2.6 archeologische waarden
waarden van een terrein in verband met de zich mogelijk daarin bevindende oudheidkundige zaken die van belang zijn vanwege hun schoonheid, hun betekenis voor de wetenschap en/of hun cultuurhistorische waarde;
2.7 bebouwing
één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde;
2.8 Bed & breakfast
recreatief nachtverblijf in de vorm van logies met ontbijt binnen bestaande gebouwen;
2.9 bedrijf
een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten, een aan huis verbonden beroep niet begrepen en niet zijnde een seininrichting;
2.10 beroeps- c.q. Bedrijfsvloeroppervlakte
de totale vloeroppervlakte van de ruimte die wordt gebruikt voor een aan huis verbonden beroep of bedrijf, een (dienstverlenend) bedrijf of een dienstverlenende instelling, inclusief opslagruimten, sanitaire ruimten en dergelijke;
2.11 bestaand
bij bouwwerken: bouwwerken die op het tijdstip van de vaststelling van het omgevingsplan aanwezig of in uitvoering zijn, dan wel gebouwd kunnen worden krachtens een onherroepelijke omgevingsvergunning;
bij gebruik: gebruik zoals bestaand op het tijdstip van vaststelling van het omgevingsplan;
2.12 bevoegd gezag
bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning;
2.13 bijbehorend bouwwerk
uitbreiding van een hoofdgebouw of functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar wel of niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak;
2.14 bouwen
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats;
2.15 bouwgrens
de grens van een bouwvlak;
2.16 bouwperceel
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten;
2.17 bouwvlak
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten;
2.18 bouwwerk
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct of indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond;
2.19 carport
een op de grond staande overkapping van één bouwlaag bij een (bedrijfs)woning of een woongebouw, die bedoeld is als een overdekte stallingsruimte voor personenauto's;
2.20 cultuurhistorische waarde
de aan een bouwwerk of gebied toegekende waarden gekenmerkt door het beeld dat is ontstaan door het gebruik dat de mens in de loop van de geschiedenis heeft gemaakt van dat bouwwerk of dat gebied;
2.21 detailhandel
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder de uitstalling ter verkoop, het verkopen, verhuren en/of leveren van goederen aan personen die deze goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. Onder detailhandel wordt tevens begrepen een Internetwinkel met fysieke bezoekmogelijkheid (al dan niet zijnde een afhaalpunt);
2.22 dienstverlening
het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij het publiek rechtstreeks (al dan niet via een balie) te woord wordt gestaan en geholpen, zoals reis- en uitzendbureaus, kapsalons, pedicures, wasserettes, makelaarskantoren en bankfilialen;
2.23 escortbedrijf
de natuurlijke persoon, groep van personen of rechtspersoon die bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was prostitutie aanbiedt die op een andere plaats dan in de bedrijfsruimte of de woning wordt uitgeoefend;
2.24 gebouw
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;
2.25 GSM-installatie / UMTS-installatie
een bouwwerk, geen gebouw zijnde, gericht op het ontvangen en/of verzenden van telecommunicatiedataverkeer, met inbegrip van de daarbij behorende zijsprieten, schoteltjes, panelen en technische installatie(s);
2.26 GSM-mast / UMTS-mast
een bouwwerk, geen gebouw zijnde, waarop/waarbij een (of meer) GSM of UMTS-installatie(s) kan (kunnen) worden geplaatst;
2.27 hoofdgebouw
gebouw, of bouwkundig en functioneel te onderscheiden gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor het verrichten van andere activiteiten dan bouwactiviteiten die op grond van het omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit op het perceel zijn toegestaan en, als meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die toegestane activiteiten het belangrijkst is;
2.28 horeca
een bedrijf of instelling, gericht op één of meer van de navolgende bedrijfsmatige activiteiten:
- het verstrekken van nachtverblijf;
- het verstrekken en/of bereiden van drank en/of etenswaren voor consumptie (al dan niet ter plaatse);
- het exploiteren van zaalaccommodatie.
2.29 internetwinkel
het bedrijfsmatig te koop aanbieden van goederen via internethandel, met dien verstande dat producten per post aan de koper worden verzonden en ter plaatse geen sprake is van fysiek klantcontact;
2.30 kamerverhuur
het bedrijfsmatig (nacht)verblijf aanbieden, waarbij de kamerverhuurder ter plaatse het hoofdverblijf heeft;
2.31 logies
het bedrijfsmatig (nacht)verblijf aanbieden, waarbij de verhuurder het hoofdverblijf elders heeft;
2.32 mantelzorg
het op basis van vrijwilligheid en buiten organisatorisch verband bieden van zorg aan eenieder die hulpbehoevend is op fysiek, psychisch en/of sociaal vlak;
2.33 nevenactiviteit
een activiteit die in ruimtelijke en/of bedrijfseconomische zin een ondergeschikt is aan de hoofdactiviteit, daaronder begrepen wonen;
2.34 nok
het hoogste gedeelte van een dak met hellende vlakken, te weten waar beide hellende vlakken elkaar snijden;
2.35 nutsvoorzieningen
voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen en apparatuur voor telecommunicatie;
2.36 omgevingsplan
Het omgevingsplan van de gemeente Deurne;
2.37 opslag
het opslaan van materialen en materieel met de bedoeling en op een dergelijke wijze, dat men later hier weer over kan beschikken;
2.38 overkapping
een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van een gesloten dak;
2.39 perceelgrens, (voorste-, zijdelingse, achterste-)
de grens van een (bouw)perceel, waarbij te onderscheiden zijn:
- voorste perceelgrens: een naar de weg of openbaar gebied gekeerde grens van een bouwperceel;
zijdelingse en achterste perceelgrens: een niet naar een weg of openbaar gebied gekeerde grens van een bouwperceel.
NB
op een hoekperceel moet één van de naar een weg of openbaar gebied gekeerde perceelgrenzen als een zijdelingse perceelgrens worden beschouwd. De voorste perceelgrens is gerelateerd aan de voordeur / de oriëntatie van de woning op één van de twee wegen;
2.40 prostitutie
het zich beschikbaar stellen tot het tegen betaling verrichten van seksuele diensten aan anderen;
2.41 seksinrichting
een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting wordt in elk geval verstaan: een (raam-) prostitutiebedrijf, alsmede een erotische massagesalon, een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, of parenclub, al dan niet gecombineerd met elkaar;
2.42 TAM-Omgevingsplan
TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22g Centurioweg 14, Helenaveen in deze regeling eveneens als ‘dit hoofdstuk’ of ‘Hoofdstuk 22g’ aangehaald;
2.43 Verbeelding
De digitale weergave van het TAM-omgevingsplan als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0762.TAMOP202503-C001;
2.44 voorgevel
de gevel van een gebouw, die is gekeerd naar de weg of het openbaar gebied waarop het bouwperceel overwegend georiënteerd is (bij een hoekperceel is er slechts sprake van één voorgevel);
2.45 voorgevellijn
de denkbeeldige lijn die strak loopt langs de voorgevel van een gebouw tot aan de perceelgrenzen;
2.46 water
al het oppervlaktewater zoals sloten, greppels, (infiltratie)vijvers, kanalen, beken en andere waterlopen, ook als deze incidenteel of structureel droogvallen;
2.47 waterhuishoudkundige voorzieningen
voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging en waterkwaliteit. Hierbij kan onder meer gedacht worden aan duikers, stuwen, gemalen, inlaten en voorzieningen ten behoeve van berging en infiltratie van hemelwater;
2.48 woning
een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden.
Artikel 3 Toepassingsbereik
- De regels in dit hoofdstuk 22g zijn van toepassing op de locatie TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22g Centurioweg 14, Helenaveen (Centurioweg 14, Helenaveen), waarvan de geometrische planobjecten zijn vervat in het gml-bestand NL.IMRO.0762.TAMOP202503-C001, zoals vastgelegd op www.ruimtelijkeplannen.nl.
- De besluiten als bedoeld in artikel 22.1 onder a van de Omgevingswet zijn niet van toepassing voor de locatie TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22g Centurioweg 14, Helenaveen, zover het regels betreft die zijn opgenomen in een besluit als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, x, g, h, i, j, k, l of m van de Invoeringswet Omgevingswet.
- De regels in afdeling 22.2, met uitzondering van paragraaf 22.2.7.3. en afdeling 22.3 zijn op de locatie TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22g Centurioweg 14, Helenaveen niet van toepassing voor zover die regels in strijd zijn met regels in de hoofdstuk 22g van dit plan
Artikel 4 Meet- en rekenbepalingen
De meet- en rekenbepalingen uit artikel 22.24 van het omgevingsplan zijn van overeenkomstige toepassing op het meten van de waarden die in dit hoofdstuk in m, m2 of m3 zijn uitgedrukt, voor zover hiervan niet is afgeweken in het bepaalde in 4.1 tot en met 4.9.
4.1 De dakhelling
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak.
4.2 De bouwhoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.
4.3 De goothoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel;
bij toepassing van een dakkapel of dakopbouw met een breedte van meer dan 50% van het dakvlak wordt de bovenzijde daarvan als goothoogte aangemerkt.
4.4 De inhoud van een bouwwerk
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.
4.5 De oppervlakte van een bouwwerk
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het
bouwwerk.
4.6 Ondergrondse (verticale) bouwdiepte van een bouwwerk
vanaf het peil tot de afgewerkte vloer van het ondergrondse (deel van het) bouwwerk.
4.7 Peil
- voor gebouwen die onmiddellijk aan de weg grenzen: de hoogte van die weg;
- in andere gevallen en voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld, voor aanvang van de bouwwerkzaamheden, het oorspronkelijke maaiveld.
4.8 Toepassing van maten
de in deze regels gegeven bepalingen omtrent plaatsing, afstanden en maten zijn niet van toepassing op goot- en kroonlijsten, schoorstenen, gasafvoer- en ontluchtingskanalen, antennes, balkons, galerijen, noodtrappen, luifels, liftkokers, ventilatiekanalen, afvoerpijpen van hemelwater, zonnepanelen, gevellijsten, pilasters, plinten, stoeptreden, kozijnen, dorpels en dergelijke bouwonderdelen.
4.9 Maatvoering
Alle maten zijn tenzij anders aangegeven:
- voor lengten in meters (m);
- voor oppervlakten in vierkante meters (m²);
- voor inhoudsmaten in kubieke meters (m³);
- voor verhoudingen in procenten (%);
- voor hoeken/hellingen in graden (º).
Artikel 5 Aanvraagvereisten
De aanvraagvereisten, bedoeld in paragraaf 22.5.2, zijn van overeenkomstige toepassing op een omgevingsvergunning die is vereist op grond van dit hoofdstuk.
Indien in dit hoofdstuk aanvraagvereisten worden gesteld zijn dit aanvullende aanvraagvereisten op de aanvraagvereisten zoals bedoeld in lid 1.
Artikel 6 Algemeen gebruiksverbod
Het is verboden om gronden of bouwwerken te gebruiken anders dan overeenkomstig de aan de locatie toegedeelde functies.
3 Functies en activiteiten
7.1 Toepassingsbereik
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die op de verbeelding zijn aangewezen als '
Wonen'.
7.2 Functieomschrijving
Een als
Wonen aangewezen locatie heeft de volgende functies:
- wonen in woningen;
- aan-huis-verbonden beroepen;
- Bijbehorende bouwwerken ten behoeve van het stallen van voertuigen of materiaal voor het bewerken van het land ter plaatse de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - 1';
- het hobbymatig houden van dieren bij een woning, uitsluitend ter plaatse de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - 1';
- nutsvoorzieningen;
met daarbij behorende:
- tuinen, erven en verhardingen;
- waterhuishoudkundige voorzieningen.
7.3 Beoordelingsregels bouwactiviteiten
7.3.1 Algemeen
Per functievlak is één woning toegestaan, met dien verstande dat herbouw van een woning niet is toegestaan.
7.3.2 Hoofdgebouw
Voor het bouwen van een hoofdgebouw gelden de volgende regels:
- Voor het bouwen van een hoofdgebouw gelden de volgende maatvoeringseisen:
goothoogte | maximaal 4,5 m |
bouwhoogte | maximaal 9 m |
inhoud | maximaal 750 m3; |
dakhelling | minimaal 12 graden maximaal 70 graden indien de bestaande dakhelling meer of minder bedraagt, geldt de bestaande dakhelling als minimale/maximale dakhelling de dakhelling geldt niet voor aan- en uitbouwen en dakkapellen |
7.3.3 Bijbehorend bouwwerk
Voor het bouwen van een bijbehorend bouwwerk gelden de volgende regels:
- Bijbehorende bouwwerken mogen uitsluitend worden gebouwd op een afstand van tenminste 2 m achter de voorgevel van de woning en het verlengde daarvan.
- Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende maatvoeringseisen:
gezamenlijke oppervlakte | maximaal 150m2 |
goothoogte | maximaal 3 m |
bouwhoogte | maximaal 6 m |
- Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - 1'
- is bijbehorend bouwwerk toegestaan ten behoeve van het stallen van voertuigen of materiaal voor het bewerken van het land en het hobbymatig houden van dieren bij een woning;
- mag maximaal 600m2 in de vorm van een bijbehorend bouwwerk gebruikt worden ten behoeve van het stallen van voertuigen of materiaal voor het bewerken van het land en het hobbymatig houden van dieren. Indien het van het stallen van voertuigen of materiaal voor het bewerken van het land en het hobbymatig houden van dieren is beëindigd, moet de oppervlakte bijgebouwd binnen 2 jaar zijn teruggebracht naar 150m2.
7.3.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
- Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende maatvoeringseisen:
bouwhoogte erfafscheidingen | maximaal 1 m vóór de voorgevelrooilijn maximaal 2 m achter de voorgevelrooilijn |
bouwhoogte overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde | maximaal 3 m |
7.4 Specifieke functieregels
7.4.1 Strijdig gebruik
Tot een gebruik, strijdig met de in dit TAM-omgevingsplan toebedeelde functie wordt in ieder geval gerekend:
- het opslaan, storten of bergen van materialen, producten en mest, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte gebruik;
- het bedrijfsmatig vervaardigen, opslaan, verwerken of herstellen van goederen en het opslaan en be- of verwerken van producten;
- detailhandel;
- verblijfsrecreatie, met uitzondering van kleinschalig kamperen;
- het plaatsen van kampeermiddelen, met uitzondering van het plaatsen van kampeermiddelen ten behoeve van kleinschalig kamperen;
- aan-huis-verbonden bedrijven.
7.4.2 Aan-huis-verbonden beroepen
In een woning en de bijbehorende bouwwerken bij de woning is de uitoefening van een aan-huis-verbonden beroep toegestaan. Hiervoor gelden de volgende regels:
- De vloeroppervlakte die in gebruik is voor het aan-huis-verbonden beroep mag niet meer bedragen dan 100 m2.
- Het beroep-aan-huis mag uitsluitend worden uitgeoefend door een bewoner van de woning.
7.4.3 Voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing
Het gebruik van de gronden en bebouwing met de functie '
Wonen' conform het bepaalde in
artikel 7 lid 2 is uitsluitend toegestaan indien de landschappelijke inpassing welke toeziet op de gronden behorende bij de functies '
Wonen' en '
Agrarisch met waarden' binnen één jaar na het onherroepelijk worden van het omgevingsplan is gerealiseerd, wordt beheerd en duurzaam in stand wordt gehouden conform de bij deze regels opgenomen bijlage 1.
7.4.4 Voorwaardelijke verplichting sloop overtollige bebouwing
Het gebruik van de gronden en bebouwing met de functie '
Wonen' conform het bepaalde in
artikel 7 lid 2 is uitsluitend toegestaan indien de bebouwing zoals aangeduid op de sloopkaart, zoals opgenomen in bijlage 2, niet binnen 2 jaar na inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan is verwijderd of verwijderd blijft.
7.5 Beoordelingsregels aanvraag binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit
7.5.1 Recreatieve nevenactiviteiten -- vergunningsplicht
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning gronden en bouwwerken te gebruiken voor het uitoefenen van ‘kleinschalige recreatieve dagactiviteiten’ als ondergeschikte activiteit bij de woonfunctie.
7.5.2 Recreatieve nevenactiviteiten - beoordelingsregels
- De locatie niet gelegen is ter plekke van de aanduiding 'overige zone - Primag';
- Er geen sprake is van huisvesting van arbeidsmigranten;
- In opzet en ontwikkelingsperspectief het gaan om een kleinschalige activiteit met in beginsel enkele werknemers;
- De kleinschalige recreatieve activiteiten gezien de aard, omvang en intensiteit passend zijn binnen de woonfunctie;
- de ontwikkeling bijdraagt aan de ontwikkeling van een gemengde plattelandseconomie;
- de gebruiker van de woning zelf de bedrijfsmatige activiteit ontplooit;
- de vloeroppervlakte ten behoeve van de bedrijfsactiviteit in totaal niet meer dan 200 m2 bedraagt;
hergebruik voor dagrecreatieve activiteiten plaatsvindt binnen de bestaande bebouwing, waarbij geldt:
- dat uitbreiding van de bebouwing niet is toegestaan en
- dat overtollige bebouwing wordt gesloopt;
er voldaan wordt aan de volgende landschappelijke en ruimtelijke kwaliteitseisen:
Landschappelijke inpassing:
- Met het initiatief dient een gedegen landschappelijke inpassing plaats te vinden middels erfbeplanting (met voor het landschap kenmerkende soorten);
- De kwaliteitswinst blijkt uit een door de gemeente goedgekeurd erfbeplantingsplan;
- Hierbij wordt getoetst aan de gemeentelijke investeringsregeling ruimtelijke kwaliteit zoals weergegeven in de bijlage 'Beleidskader kwaliteitsverbetering landschap', inclusief later vastgestelde aanvullingen dan wel het kader dat volgend op voornoemd kader wordt vastgesteld, waarbij voornoemd kader is komen te vervallen.
- Verkaveling: Met het initiatief dient aansluiting te worden gezocht bij het bestaand verkavelingspatroon (occupatiegeschiedenis) bij de erfinrichting.
- Zuinig ruimtegebruik: de inrichting van het bouwvlak bevordert een gunstige verhouding tussen bruto (bestemmings- of bouwvlak) en netto (bebouwing) ruimtebeslag.
- Sloop: met het initiatief wordt eveneens bewerkstelligd, dat overtollige bebouwing (niet zijnde cultuurhistorisch waardevol) wordt gesloopt.
- Parkeren dient op eigen erf plaats te vinden.
- detailhandel slechts een ondergeschikte nevenactiviteit betreft;
- de verkeersaantrekkende werking afgestemd is op de feitelijke ontsluitingssituatie;
- er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de in geding zijnde belangen, waaronder die van omwonenden en omliggende (agrarische) bedrijven;
- de afwijking niet leidt tot een onevenredige aantasting van in de in de directe omgeving voorkomende waarden.
Artikel 8 Agrarisch met waarden
8.1 Toepassingsbereik
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die op de verbeelding zijn aangewezen als '
Agrarisch met waarden'.
8.2 Functieomschrijving
- agrarisch grondgebruik;
- behoud, herstel en ontwikkeling van landschappelijke en/of natuurwaarden in het algemeen en in het bijzonder de waarden zoals genoemd in artikel 9 lid 1;
- waterhuishoudkundige doeleinden;
- extensief recreatief medegebruik;
- nutsvoorzieningen;
- landschappelijk inpassing;
met daar bijbehorende:
f. perceelsontsluitingen.
8.3 Beoordelingsregels bouwwerken
Op deze gronden mag worden gebouw en gelden de volgende beoordelingsregels.
8.3.1 Algemene beoordelingsregels
Enkel bouwwerken geen gebouw zijnde zijn toegestaan.
8.3.2 Bouwwerken, geen gebouw zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde, gelden de volgende beoordelingsregels:
- De bouwhoogte bedraagt maximaal 2,5m;
- Tijdelijke en overige (permanente) teeltondersteunende voorzieningen en dergelijke zijn niet toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - Natuur Netwerk Brabant;
- silo's zijn niet toegestaan;
- Enkel perceelsafscheidingen in de vorm van open afrasteringen zijn toegestaan;
- De bouwwerken het behoud en bescherming van de watersystemen en de ecologische en landschappelijke waarden en kenmerken niet onevenredig aantast;
- De bouwhoogte bedraagt maximaal 2m indien het bouwwerken, geen gebouwen zijnde betreft ten behoeve van extensief recreatief medegebruik, in de vorm van banken, picknicktafels en dergelijke;
- De bouwhoogte bedraagt maximaal 3m indien het bouwwerken, geen gebouwen zijnde betreft ten behoeve van extensief recreatief medegebruik, in de vorm van informatievoorzieningen, entreevoorzieningen en voorzieningen voor bewegwijzering niet meer mag bedragen dan 3 m.
8.4 Specifieke functieregels
8.4.1 Strijdig gebruik
Tot een gebruik, strijdig met de in dit TAM-omgevingsplan toebedeelde functie wordt in ieder geval gerekend:
- het opslaan, storten of bergen van materialen, producten en mest, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte gebruik;
- het bedrijfsmatig vervaardigen, opslaan, verwerken of herstellen van goederen en het opslaan en be- of verwerken van producten;
- detailhandel;
- woondoeleinden;
- het plaatsen van kampeermiddelen, met uitzondering van het plaatsen van kampeermiddelen ter plaatse van de aanduiding specifieke vorm van agrarisch - kleinschalig kamperen;
- recreatieve activiteiten, met uitzondering van exensief recreatief medegebruik.
8.4.2 Verhardingen
Verhardingen zijn uitsluitend toegestaan:
- als perceelsontsluiting, gelegen tussen de voorzijde van het bouwvlak en de openbare weg.
8.5 Beoordelingsregels aanvraag binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
Naast het bepaalde in de hierna genoemde subleden is tevens
subsubparagraaf 14.1.1 (omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden) van toepassing.
8.5.1 Omgevingsvergunningplicht
Het is verboden op de in
artikel 8 lid 2 bedoelde gronden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van het bevoegd gezag de in het schema onder
subsubparagraaf 8.5.4 opgenomen omgevingsvergunningplichtige werken en werkzaamheden uit te (doen) voeren.
8.5.2 Uitzonderingen vergunningplicht
- waarvoor ten tijde van het van kracht worden van het omgevingsplan omgevingsvergunning voor werken en werkzaamheden is verleend;
- welke ten tijde van het van kracht worden van het omgevingsplan legaal in uitvoering waren;
- welke betreffen het normale onderhoud en/of landschapsbeheer;
- die worden verricht in het kader van vruchtwisseling.
8.5.4 Schema
Omgevingsvergunningplichtige werken/ werkzaamheden
| Criteria voor vergunningverlening
|
- het verwijderen van perceelsrandbegroeiingen in de vorm van bomen en struiken;
- het aanbrengen van lage en hoge (voorzover het geen bouwwerken betreft) tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen uitsluitend zolang de teelt het vereist met een maximum van 6 maanden, in de vorm van insectengaas, afdekfolies, tunnels, wandelkappen, schaduwhallen, hagelschermen e.d.
| - de activiteiten zijn noodzakelijk voor een doelmatige agrarische bedrijfsvoering en/of de ontwikkeling van het agrarisch bedrijf;
- rekening moet worden gehouden met de landschappelijke waarden.
|
Artikel 9 Waarde - Attentiegebied NNB
9.2 Functieomschrijving
De voor 'Waarde - Attentiegebied NNB' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende functie(s), mede bestemd voor het behoud en bescherming van de nabijgelegen natte natuurparel.
9.3 Beoordelingsregels aanvraag binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
9.3.1 Omgevingsvergunningplicht
Het is verboden binnen deze functie zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van het bevoegd gezag (omgeveingsvergunning voor werken en werkzaamheden de onder
subsubparagraaf 9.3.4 opgenomen omgevingsvergunninngplichtige werken en werkzaamheden uit te (doen) voeren.
9.3.2 Uitzonderingen vergunningsplicht
- waarvoor ten tijde van het van kracht worden van het omgevingsplan reeds een aanlegvergunning of omgevingsvergunning voor werken en werkzaamheden is verleend;
- welke ten tijde van het van kracht worden van het omgevingsplan legaal in uitvoering waren;
- welke betreffen het normale onderhoud n/of plaatsvinden in het kader van het normale beheer en gebruik van de gronden;
9.3.3 Beoordelingsregels
De in
subsubparagraaf 9.3.1 bedoelde vergunning wordt slechts verleend indien voldaan wordt aan de onder
subsubparagraaf 9.3.4 opgenomen criteria en het bevoegd gezag het ter plaatse bevoegde watergezag om advies heeft gevraagd.
9.3.4 Schema omgevingsvergunning voor werken en werkzaamheden
| Omgevingsvergunningplichtige werken/werkzaamheden | Criteria voor verlening van de omgevings-vergunning voor werken en werkzaamheden |
- het verzetten van grond van meer dan 100m3 of op een diepte van meer dan 60 cm onder maaiveld, een en ander voor zover geen vergunning vereist is in het kader van de Ontgrondingenwet;
- de aanleg van drainage ongeacht de diepte tenzij het gaat om vervanging van een reeds aanwezige drainage;
- het verlagen van de waterstand anders dan door middel van het graven van sloten of het toepassen van drainagemiddelen met uitzondering van grondwateronttrekkingen;
- het aanbrengen van niet-omkeerbare verhardingen en/of verharde oppervlakte van meer dan 100 m2 anders dan een bouwwerk
| Indien de betreffende werken/ werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken/werkzaamheden de waterhuishoudkundige situatie in NNB niet onevenredig worden aangetast of kunnen worden aangetast. |
Artikel 10 Waarde - Archeologie 3
10.1 Toepassingsbereik
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die op de verbeelding zijn aangewezen als
Waarde - Archeologie 3
10.2 Functieomschrijving
Een als
Waarde - Archeologie 3 aangewezen locatie is, behalve voor de andere daar voorkomende functie(s), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van archeologische waarden.
10.3 Beoordelingsregels aanvraag binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
10.3.1 Omgevingsvergunningplicht
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, te doen of te laten uitvoeren:
- het verwijderen of het aanbrengen van diep wortelende beplantingen of bomen;
- het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe ook wordt gerekend het diepploegen en diepwoelen van de bodem;
- het ontginnen, (af)graven, ophogen en egaliseren van de bodem;
- het aanleggen, verharden of verwijderen van wegen, paden, parkeergelegenheden en het aanbrengen of verwijderen van andere oppervlakteverhardingen;
- het aanbrengen van ondergrondse leidingen of daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur;
- het verlagen of verhogen van het waterpeil;
- het graven, verbreden, uitdiepen, dempen en/of verleggen van watergangen.
- uitgezonderd werken en werkzaamheden tot 0,50m beneden het maaiveld
10.3.2 Uitzonderingen vergunningsplicht
- tot 0,5 m beneden het maaiveld;
- ter plaatse van de aanduiding 'wetgevingzone - omgevingsvergunning bufferzone bestaande bebouwing (peildatum 1 juli 2008)';
- buiten de aanduiding 'wetgevingzone - omgevingsvergunning bufferzone bestaande bebouwing (peildatum 1 juli 2008)' en dieper dan 0,5 m onder maaiveld, tot een oppervlakte van maximaal 1.000 m2.
10.3.3 Toetsing
- De in subsubparagraaf 10.3.1 bedoelde vergunning wordt slechts verleend indien de betreffende werken/werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken/ werkzaamheden niet leiden tot een verstoring van het archeologisch materiaal; hiertoe wordt een door burgemeester en wethouders aan te wijzen onafhankelijke erkende ter zake deskundige gehoord.
- In afwijking van het bepaalde onder a mag, in geval de bedoelde werken/ werkzaamheden dan wel de directe gevolgen van deze werken/werkzaamheden kunnen leiden tot een verstoring van archeologisch materiaal, de omgevingsvergunning voor werken en werkzaamheden niettemin worden verleed, indien aan de vergunning de volgende regels worden verbonden:
- de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden;
- de verplichting tot het doen van opgravingen, if;
- de verplichting de uitvoering van de werken/ werkzaamheden te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan de door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties.
10.3.4 Archeologisch onderzoek
De in
subsubparagraaf 10.3.1 bedoelde vergunning wordt pas verleend als de aanvrager een rapport heeft overlegd, waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastegesteld en waaruit blijkt dat:
- Het behouden van de archeologische waarden in voldoende mate kan worden geborgd of
- De archeologische waarden door de verstoring niet onevenredig worden geschaad of
- Geen archeologische waarde aanwezig is.
indien voor het betreffende gebied inmiddels een ander voldoende deskundig onderzoek heeft plaatsgevonden en daaruit is gebleken dat geen archeologische waarden te verwachten zijn, kan ook worden volstaan met een verwijzing naar dit onderzoek.
Artikel 11 Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Artikel 12 Aanvullende beoordelingsregels voor bouwen
12.1 Ondergeschikte bouwdelen
Bij toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen binnen het plangebied worden ondergeschikte bouwonderdelen als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, zonnecollectoren, gevel- en kroonlijsten en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van de bouwgrens of de grens van een besluitvlak niet meer dan 1 meter bedraagt.
12.2 Bestaande maten
- de bestaande afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen die meer bedragen dan in hoofdstuk 2 is voorgeschreven, en zijn gerealiseerd op basis van rechtsgeldige vergunningen, mogen als maximaal toelaatbaar worden aangehouden.
- de bestaande afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen die minder bedragen dan in hoofdstuk 2 is voorgeschreven, en zijn gerealiseerd op basis van rechtsgeldige vergunningen, mogen als ten minste toelaatbaar worden aangehouden.
- in geval van herbouw is het bepaalde onder a. en b. uitsluitend van toepassing, indien de herbouw op dezelfde plaats plaatsvindt.
12.3 Ondergronds bouwen
Voor ondergronds bouwen gelden de volgende regels:
- Ondergronds bouwen is alleen toegestaan onder gebouwen of in gronden aansluitend aan deze gebouwen;
- De verticale diepte mag niet meer bedragen dan 4 meter.
12.4 Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen ten behoeve van de bescherming van de cultuurhistorische waarden nadere eisen stellen aan de plaats en afmetingen van de bebouwing, waarbij de in de Welstandsnota 2011 opgenomen categorie "Historische Dorpslinten" leidraad vormt.
Artikel 13 Algemene gebruiksregels
13.1 Strijdig gebruik
Onder strijdig gebruik met de in dit TAM-omgevingsplan toegestane functies en activiteiten wordt in elk geval verstaan:
- het gebruiken of doen gebruiken van delen van het hoofdgebouw van een woning, de aanbouw dan wel het vrijstaande bijbehorend bijgebouw bij dat hoofdgebouw als afhankelijke woonruimte;
- het gebruik van (bedrijfs)woningen voor bed & breakfast voorzieningen;
- de huisvesting van arbeidsmigranten is niet toegestaan in recreatieve verblijfsvoorzieningen;
- het gebruik van gronden, gebouwen, bouwwerken en onderkomens ten behoeve van een seksinrichting en/of escortbedrijf, raamprostitutie en straatprostitutie;
- het gebruik van gronden en/of bouwwerken voor statische opslag.
13.2 Dubbele functie - enkelvoudige functies
Voorzover voor gronden tevens een dubbele functie geldt, dienen bij toepassing van de gebruiks- en bouwregels, binnenplanse omgevingsvergunningen voor het afwijken van de bouw- en gebruiksregels en voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden en wijzigingsbepalingen van de overige voor deze gronden geldende functies de bepalingen van de dubbelfunctie(s) in acht te worden genomen.
13.3.1 Aanvullende beoordelingsregels gebruik
In aanvulling op de beoordelingsregels die elders in dit hoofdstuk zijn bepaald voor het gebruik, geldt tevens de volgende beoordelingsregel:
- er dient in voldoende mate parkeergelegenheid op eigen terrein te worden gerealiseerd en in stand te worden gehouden, alsmede voor het laden en lossen van goederen moeten voldoende voorzieningen worden getroffen op eigen terrein, een en ander volgens de 'Regeling parkeernormen Deurne 2019' (zoals vastgesteld op 19 november 2019) of diens opvolger.
13.3.2 Aanvraagvereisten toets aanvullende beoordelingsregels
Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning wordt ten behoeve van de toets aan
subsubparagraaf 13.3.1 tevens de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
- een tekening waaruit in voldoende mate blijkt dat op eigen terrein voldoende parkeerplaatsen worden aangelegd met een opgave van het aantal parkeerplaatsen.
13.3.3 Afwijkende aanvullende beoordelingsregels gebruik
Indien er niet voldaan kan worden aan het bepaalde in
subsubparagraaf 13.3.1 geldt dat de omgevingsvergunning toch kan worden verleend als er door bijzondere omstandigheden de aanleg van parkeergelegenheid op eigen terrein en/of voorzieningen voor laden en lossen van goederen op eigen terrein op overwegende bezwaren stuit op voorwaarde dat voldaan wordt aan de 'Regeling parkeernormen Deurne 2019' (zoals vastgesteld op 19 november 2019) of diens opvolger opgenomen voorwaarden voor afwijking.
13.3.4 Aanvraagvereisten toets afwijkende aanvullende beoordelingsregels
Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning worden ten behoeve van de toets aan
subsubparagraaf 13.3.3 tevens de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
- een opgave van reden(en) waarom niet in voldoende parkgelegenheid conform de 'Regeling parkeernormen Deurne 2019' (zoals vastgesteld op 19 november 2019), of diens opvolger kan worden voorzien;
- een toets aan de in de 'Regeling parkeernormen Deurne 2019' (zoals vastgesteld op 19 november 2019) of diens opvolger opgenomen voorwaarden voor afwijking.
Artikel 14 Algemene aanduidingsregels
14.1 Overige wetgevingszones
14.1.1 Wetgevingzone waarden
- Ter plaatse van de aanduiding 'wetgevingzone - groenblauwe mantel' zijn de gronden mede bestemd voor het behoud en bescherming van de watersystemen en de ecologische en landschappelijke waarden en kenmerken.
14.1.2 Wetgevingzone omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
- Omgevingsvergunningplicht
Het is verboden op de in
subsubparagraaf 14.1.1 bedoelde gronden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van het bevoegd gezag de in het schema onder d opgenomen omgevingsvergunningplichtige werken en werkzaamheden uit te (doen) voeren.
- Uitzonderingen vergunningplicht
Het onder a vervatte verbod geldt niet voor werken en werkzaamheden:
- welke plaatshebben ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak';
- waarvoor ten tijde van het van kracht worden van het omgevingsplan aanlegvergunning of omgevingsvergunning voor werken en werkzaamheden is verleend;
- welke ten tijde van het van kracht worden van het omgevingsplan in uitvoering waren;
- welke betreffen het normale onderhoud en/of plaatsvinden in het kader van bosbouw/ bosbeheer, landschapsbeheer dan wel voor zover het leidingen betreft, het normale onderhoud en beheer van leidingen.
- Beoordelingsregels
De onder a bedoelde vergunning wordt slechts verleend indien voldaan wordt aan de onder d opgenomen criteria.
- Schema omgevingsvergunning werken en werkzaamheden
Omgevingsvergunningplichtige werken/ werkzaamheden | Criteria voor vergunningverlening |
1 Uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'wetgevingzone - omgevingsvergunning groenblauwe mantel': - het aanbrengen van oppervlakteverhardingen groter dan 200 m2 ;
- het afgraven, vergraven, ophogen, of egaliseren van de bodem;
- het vellen of rooien van houtgewas;
- het dempen van poelen, sloten en greppels;
- het graven van poelen, sloten en greppels;
- de aanleg van drainage.
| - er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van de watersystemen en de ecologische en landschappelijke waarden en kenmerken.
|
Artikel 15 Algemene afwijkingsregels
15.1 Omgevingsvergunning algemene afwijking maatvoering en situering
15.1.1 10% afwijking - vergunningsplicht
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning en in afwijking van de in dit hoofdstuk opgenomen beoordelingsregels voor het bouwen de voorgeschreven minimum- en maximummaten, afmetingen en percentages tot niet meer dan 10% van die maten, afmetingen en percentages te overschrijden.
15.1.2 10% afwijking - uitzondering vergunningplicht
15.1.3 10% afwijking - beoordelingsregels
De omgevingsvergunning als bedoeld in
subsubparagraaf 15.1.1 wordt slechts verleend als het landelijk karakter van het gebied, alsmede binnen de functie opgenomen waarden niet onevenredig wordt aangetast.
15.2 Omgevingsvergunning bed & breakfastvoorzieningen
15.2.1 Bed & Breakfastvoorziening - vergunningsplicht
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning en in afwijking van de in dit hoofdstuk opgenomen regels gronden en bouwwerken te gebruiken voor het gebruik als afhankelijke woonruimte
15.2.2 Bed & Breakfastvoorziening - beoordelingsregels
- de bed & breakfastvoorziening is gelegen ter plekke van functie ‘Wonen’;
- de woning blijft voldoen aan het bepaalde in het Besluit bouwwerken leefomgeving;
- de bed & breakfastvoorzieningen enkel in de (bedrijfs)woning en binnen de regels van dit TAM-omgevingsplan maximaal toegestane op te richten bij de (bedrijfs)woning behorende bouwwerken - niet zijnde bedrijfsgebouwen – is gelegen en tot een maximum bebouwingsoppervlak van 150m2 ;
- de bed & breakfastvoorzieningen ondergeschikt van aard is;
- de gebruiksoppervlakte niet meer dan 250 m2 bedraagt;
- de bed & breakfastvoorziening uit niet meer dan 9 bedden bestaat of maximaal 15 gasten kan huisvesten;
- er geen sprake is van permanente bewoning of huisvesting van arbeidsmigranten;
- de verkeersaantrekkende werking van de bed & breakfastvoorzieningen is afgestemd op de feitelijke ontsluitingssituatie;
- eventueel extra benodigde parkeerplaatsen op eigen terrein worden gerealiseerd;
- er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de in het geding zijnde belangen, waaronder die van omwonenden en omliggende bedrijven;
- de bed & breakfastvoorziening niet leidt tot een onevenredige aantasting van de landschappelijke en ecologische waarden;
- de cultuurhistorische waarden niet onevenredig worden aangetast.
15.3 Omgevingsvergunning afhankelijke woonruimte
15.3.1 Afhankelijke woonruimte - vergunningsplicht
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning en in afwijking van de in dit hoofdstuk opgenomen regels gronden en bouwwerken te gebruiken voor het gebruik als afhankelijke woonruimte.
15.3.2 Afhankelijke woonruimte - beoordelingsregels
- uit de aanvraag blijkt er behoefte is (in medisch danwel sociaal opzicht) aan mantelzorg van de persoon of personen voor wie de afhankelijke woonruimte is bedoeld;
- de afhankelijke woonruimte uitsluitend wordt gerealiseerd in een deel van het hoofdgebouw, een aanbouw of een (vrijstaand) bijbehorende bouwwerken, behorende bij een in deze functies toegestane (bedrijfs)woning;
- de oppervlakte van de afhankelijke woonruimte is aangegeven, alsmede hoe de ruimte concreet ingedeeld en gebruikt wordt en de afhankelijke woonruimte niet meer dan 120 m2 bedraagt;
- de cultuurhistorische waarden niet onevenredig aangetast wordt;
- er sprake is van een zorgvuldige landschappelijke inpassing (met voor het landschap kenmerkende soorten), op basis van een door de gemeente goedgekeurd erfbeplantingsplan. Hierbij wordt getoetst aan de gemeentelijke investeringsregeling ruimtelijke kwaliteit zoals bedoeld in het 'Beleidskader kwaliteitsverbetering landschap', inclusief later vastgestelde aanvullingen dan wel het kader dat volgend op voornoemd kader wordt vastgesteld, waarbij voornoemd kader is komen te vervallen;
- er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de in geding zijnde belangen, waaronder die van omwonenden en omliggende (agrarische) bedrijven.
Degene aan wie de omgevingsvergunning is verleend, diens rechtsopvolger en in ieder geval de hoofdbewoner van het hoofdgebouw de gemeente onmiddellijk te informeren, indien de afhankelijke woonruimte niet meer wordt gebruikt door de persoon of personen ten behoeve waarvan de omgevingsvergunning is verleend. Het bevoegd gezag trekt deze omgevingsvergunning in, indien de afhankelijke woonbehoefte, waarvoor de omgevingsvergunning is verleend, eindigt.
15.4 Omgevingsvergunning herbouw (bedrijfs)woning
15.4.1 Herbouw (bedrijfs)woning - vergunnigplicht
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning en in afwijking van de in dit hoofdstuk opgenomen beoordelingsregels voor het bouwen een (bedrijfs)woning te herbouwen.
15.4.2 Herbouw (bedrijfs)woning - beoordelingsregels
- de nieuwe situering van de (bedrijfs)woning stedenbouwkundig, landschappelijk en milieukundig aanvaardbaar is, waarbij dient te worden voldaan aan de Wet geluidhinder danwel hogere grenswaarde;
- sprake is van een zorgvuldige landschappelijke inpassing, (met voor het landschap kenmerkende soorten), op basis van een door de gemeente goedgekeurd erfbeplantingsplan. Hierbij wordt getoetst aan de gemeentelijke investeringsregeling ruimtelijke kwaliteit zoals weergegeven in de bijlage 'Beleidskader kwaliteitsverbetering landschap', inclusief later vastgestelde aanvullingen dan wel het kader dat volgend op voornoemd kader wordt vastgesteld, waarbij voornoemd kader is komen te vervallen;
- geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de belangen van derden, waaronder die van omwonenden en omliggende (agrarische) bedrijven;
- overtollige bebouwing, waaronder de voormalige (bedrijfs)woning, wordt gesloopt.
15.5 Omgevingsvergunning aan-huis-verbonden-bedrijf
15.5.1 Aan-huis-verbonden-bedrijf – vergunningsplicht
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning en in afwijking van de in dit hoofdstuk opgenomen regels gronden en bouwwerken te gebruiken voor het uitoefenen van een aan-huis-verbonden-bedrijf.
15.5.2 Aan-huis-verbonden-bedrijf - beoordelingsregels
- De vloeroppervlakte die in gebruik is voor het aan-huis-verbonden bedrijf mag niet meer bedragen dan 100 m2.
- Het bedrijf-aan-huis mag uitsluitend worden uitgeoefend door een bewoner van de (bedrijfs)woning.
- Het bedrijf-aan-huis behoort tot de categorieën 1 of 2 van de Lijst Activiteiten zoals opgenomen in de VNG-publicatie 'Bedrijven en milieuzonering', editie 2009 of daarmee naar aard, omvang en invloed vergelijkbaar zijn.
- Het bedrijf-aan-huis mag uitsluitend worden uitgeoefend in een (bedrijfs)woning en de bij die (bedrijfs)woning behorende bouwwerken, niet zijnde (agrarische) bedrijfsgebouwen.
- Het bedrijf-aan-huis dient milieukundig aanvaardbaar te zijn en er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van de belangen van derden, waaronder die van omwonenden en omliggende (agrarische) bedrijven.
15.6 Omgevingsvergunning vergroten inhoudsmaat woning
15.6.1 Vergroten inhoudsmaat woning - vergunningsplicht
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning en in afwijking van de in dit hoofdstuk opgenomen beoordelingsregels voor het vergroten van de inhoudsmaat van een (bedrijfs)woning.
15.6.2 Vergroten inhoudsmaat woning - beoordelingsregels
- de inhoud bedraagt niet meer dan 1.000m3;
- de cultuurhistorische waarden mogen niet onevenredig worden aangetast;
- er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de in geding zijnde belangen, waardonder die van omwonenden en omliggende (agrarische) bedrijven;
- er dient te worden voldaan aan de volgende landschappelijke en ruimtelijke kwaliteitseisen;
- Landschappelijke inpassing en kwaliteitsverbetering:
- Met het initiatief dient een gedegen landschappelijke inpassing plaats te vinden middels erfbeplanting (met voor het landschap kenmerkende soorten);
- de kwaliteitswinst blijkt uit een door de gemeente goedgekeurd erfbeplantingsplan;
- hierbij wordt getoetst aan de gemeentelijke investeringsregeling ruimtelijke kwaliteit zoals weergegeven in bijlage 'Beleidskader kwaliteitsverbetering landschap', inclusief later vastgestelde aanvullingen dan wel het kader dat volgend op voornoemd kader wordt vastgesteld, waarbij voornoemd kader is komen te vervallen.
- Verkaveling: Met het initiatief dient aansluiting te worden gezocht bij het bestaand verkavelingspatroon (occupatiegeschiedenis) zowel bij de erfinrichting als de situering van de gebouwen.
- Zuinig ruimtegebruik: de inrichting van het bouwvlak bevordert een gunstige verhouding tussen bruto (bestemmings- of bouwvlak) en netto (bebouwing) ruimtebeslag.
- Ontstening: met het initiatief wordt eveneens bewerkstelligd, dat overtollige bebouwing (niet zijnde cultuurhistorisch waardevol) wordt gesloopt.
- Bebouwing: de bebouwing is passend bij de aard van de omgeving (hoogte, massa en architectonische kwaliteit).
- bij toename van bebouwing of verharding dient aangegeven te worden hoe met water wordt omgegaan via de trits: vasthouden, bergen en afvoeren; er zal in alle gevallen minimaal hydrologisch neutraal gebouwd dienen te worden;
- er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de in geding zijnde belangen, waaronder die van omwonenden en omliggende (agrarische) bedrijven;
- de wijziging mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van in de in de directe omgeving voorkomende waarden.
5 Overgangs- en slotregels
Artikel 16 Overgangsrecht
16.1 Overgangsrecht bouwwerken
16.1.1 Algemeen
- Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot,
- gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;
- na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.
16.1.2 Afwijken bij omgevingsvergunning
Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde in
subsubparagraaf 16.1.1 een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in
subsubparagraaf 16.1.1 met niet meer dan 10%.
16.1.3 Uitzondering
Het bepaalde in
subsubparagraaf 16.1.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
16.2 Overgangsrecht gebruik
16.2.1 Algemeen
Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.
16.2.2 Verbod
het is verboden het van dit TAM-omgevingsplan strijdige gebruik, zoals bedoeld in
subsubparagraaf 16.2.1 te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. indien het gebruik, bedoeld onder
subsubparagraaf 16.2.1 na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
16.2.3 Uitzondering
Het in
subsubparagraaf 16.2.1 bepaalde is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende omgevingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.