direct naar inhoud van Regels
Plan: TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22u Heusdenhout, Klaverhof
Status: vastgesteld
Plantype: Omgevingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0758.TAM2025202011-VG01

Regels

Preambule

Dit TAM-omgevingsplan is gericht op het faciliteren van een woningbouwontwikkeling op de locatie Klaverhof in de wijk Heusdenhout (ter plaatse van de Tilburgseweg 120 en achterliggende gronden en Aardenhoek 34, 36, 38 en 40) en vormt juridisch een nieuw hoofdstuk (hoofdstuk 22u) van het omgevingsplan van de gemeente Breda. Dit hoofdstuk is op grond van artikel 11.1, tweede lid, van het Besluit elektronische publicaties, bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl. Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen.

De in dit op https://www.ruimtelijkeplannen.nl uitgegeven deel van het omgevingsplan (hierna: dit deel) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk 22u van het omgevingsplan van de gemeente Breda. In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer '22u' gelezen worden. In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord 'Bijlage', na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage '22u' gelezen worden.

Hoofdstuk 1 Inleidende regels

Artikel 1 Toepassingsbereik

  • 1. De besluiten als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c, g, h, i, j, k, l of m, van de Invoeringswet Omgevingswet zijn niet van toepassing op de locatie, bedoeld in het derde lid.
  • 2. De regels in afdeling 22.2, met uitzondering van paragraaf 22.2.7.3, en de regels in afdeling 22.3 zijn niet van toepassing op de locatie, bedoeld in het derde lid, voor zover die regels in strijd zijn met regels in dit hoofdstuk.
  • 3. De regels in dit hoofdstuk zijn van toepassing op de locatie Klaverhof in de wijk Heusdenhout, waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0758.TAM2025202011-VG01 zoals vastgelegd op https://www.ruimtelijkeplannen.nl.

Artikel 2 Begripsbepalingen

Begripsbepalingen die zijn opgenomen in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van toepassing op dit hoofdstuk, tenzij in Artikel 3 daarvan is afgeweken.

Artikel 3 Aanvullende begripsbepalingen

Voor de toepassing van dit hoofdstuk gelden, in aanvulling op en in afwijking van het bepaalde in artikel 2, de volgende begripsbepalingen:

3.1 plan

het TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22u Heusdenhout, Klaverhof met identificatienummer NL.IMRO.0758.TAM2025202011-VG01 van de gemeente Breda.

3.2 aan- of uitbouw

een gebouw dat is gebouwd aan een hoofdgebouw waarmee het in directe verbinding staat en dat in bouwkundig opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw, maar daar wel functioneel onderdeel van uitmaakt.

3.3 aanduiding

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.

3.4 aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit

een beroeps- of bedrijfsactiviteit, niet zijnde prostitutie, waarvan de activiteiten in hoofdzaak niet-publieksaantrekkend zijn en die door een bewoner op kleine schaal in of bij een (bedrijfs)woning wordt uitgeoefend, waarbij de (bedrijfs)woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en de desbetreffende activiteit een ruimtelijke uitstraling heeft die in overeenstemming is met de woonfunctie.

3.5 archeologische waarden

waarden die bestaan uit de aanwezigheid van een bodemarchief met sporen van vroegere menselijke bewoning of grondgebruik daarin, en die als zodanig van wetenschappelijk belang zijn en het cultuurhistorisch erfgoed vertegenwoordigen.

3.6 bebouwing

één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

3.7 bed and breakfast

een voorziening gevestigd in een (bedrijfs)woning of een bijgebouw bij die woning en die gericht is op het bieden van de mogelijkheid tot een recreatief en veelal kortdurend nachtverblijf al dan niet met het serveren van ontbijt, waarbij de bedrijfsvoering wordt gerund door de bewoner(s) van de desbetreffende woning.

3.8 begane grond

de bouwlaag van een gebouw, die rechtstreeks ontsloten wordt vanaf het straatniveau.

3.9 bestaande situatie
  • a. legale bouwwerken die aanwezig of in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan, dan wel bouwwerken zoals die mogen worden gebouwd krachtens een vóór dat tijdstip verleende vergunning.
  • b. het legale gebruik van grond en opstallen, zoals aanwezig op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan.
3.10 betaalbaarheidsgrens

de maximale koopprijs bedoeld in artikel 1, onder c, onder 3, van het Besluit Woningbouwimpuls 2020.

3.11 bijgebouw

een al dan niet vrijstaand gebouw, dat in functioneel en bouwkundig opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw.

3.12 bouwlaag

een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder.

3.13 bouwperceel

een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.

3.14 bouwvlak

een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten.

3.15 cultuurhistorische waarden

waardevolle en behoudenswaardige relicten (overblijfselen) uit het verleden.

3.16 dak

iedere bovenbeëindiging van een gebouw.

3.17 eerste ingebruikname

de datum waarop de sociale huurwoning of middenhuurwoning voor het eerst na gereedmelding (bij nieuwbouw of transformatie) op grond van een huurovereenkomst aan een huurder ter beschikking wordt gesteld of de datum waarop de sociale koopwoning voor het eerst na gereedmelding (bij nieuwbouw of transformatie) door de koper in gebruik wordt genomen.

3.18 gestapelde woning

een woning die geheel of gedeeltelijk boven/onder een andere woning is gelegen.

3.19 groothandel in smart- en/of headproducten

elke ruimte voor het bedrijfsmatig te koop aanbieden, verkopen en/of leveren van synthetische of organische psychotrope stoffen of planten die psychotrope stoffen bevatten, of benodigdheden ten behoeve van het gebruiken van psychotrope stoffen, of voor het gebruiken van planten die psychotrope stoffen bevatten, aan personen die de goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending in de uitoefening van eigen beroeps- of bedrijfsactiviteit, met inbegrip van het uitstallen ten behoeve van verkoop en levering van deze stoffen.

3.20 headshop

elke ruimte voor het bedrijfsmatig te koop aanbieden, verkopen en/of leveren van benodigdheden ten behoeve van het gebruiken van psychotrope stoffen, of voor het gebruiken of bewerken van planten die psychotrope stoffen bevatten, aan personen die de goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit, met inbegrip van het uitstallen ten behoeve van verkoop en/of levering van deze benodigdheden.

3.21 hospitaregeling

het verhuren van kamers zonder eigen voorzieningen, zoals een badkamer en keuken, aan maximaal twee personen, door de volledige eigenaar/eigenaren van de woning of de hoofdhuurder van de woning van een woningcorporatie, die in dezelfde woning woont/wonen.

3.22 huishouden

een samenlevingsvorm van één of meer personen, waarbij sprake is van een onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan.

3.23 huurprijs

de prijs die bij huur per maand verschuldigd is voor het enkele gebruik van een woonruimte, exclusief bijkomende kosten, zoals servicekosten en voorschotten op nutsvoorzieningen, welke bijkomende kosten worden bepaald met inachtneming van de daarvoor geldende wet- en regelgeving.

3.24 inkomen

het rekeninkomen, bedoeld in artikel 1, aanhef en onder i, van de Wet op de huurtoeslag.

3.25 instandhoudingstermijn

de termijn gedurende welke nieuw gebouwde of nieuw door transformatie gerealiseerde woningen als sociale huurwoning, middenhuurwoning of sociale koopwoning voor de aangewezen doelgroep behouden moeten blijven, gerekend vanaf de eerste ingebruikname van de betreffende woning.

3.26 kamerverhuur

het verschaffen van woonverblijf aan meer dan één huishouden, met dien verstande dat toepassing van de hospitaregeling niet als kamerverhuur wordt aangemerkt.

3.27 levend groen

levend groen is met levende beplanting bedekte oppervlakten, niet zijnde verharding (kunststof met inbegrip van worteldoek, hout, kiezels, tegels, stenen, beton, asfalt). Open grond (zand, klei etc.) kan onderdeel zijn van levend groen. De oppervlakte van levend groen wordt op grondniveau bepaald en in het groeiseizoen.

3.28 luifel

afdak aangebracht aan de gevel van een pand eventueel rustend op kolommen.

3.29 mantelzorg

intensieve zorg of ondersteuning, die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende, ten behoeve van zelfredzaamheid of participatie, rechtstreeks voortvloeiend uit een tussen personen bestaande sociale relatie, die de gebruikelijke hulp van huisgenoten voor elkaar overstijgt, en waarvan de behoefte met een verklaring van een huisarts, wijkverpleegkundige of andere door de gemeente aangewezen sociaal-medisch adviseur kan worden aangetoond.

3.30 middenhuur

een huurwoning als bedoeld in artikel 5.161c , eerste lid, onder c, van het Besluit kwaliteit leefomgeving.

3.31 modaal

de hoogte van een bruto modaal inkomen, zoals jaarlijks door het Centraal Planbureau wordt gepubliceerd.

3.32 onzelfstandige woonruimte

woonruimte die geen eigen toegang heeft en die niet door een huishouden kan worden bewoond zonder gebruik te maken van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte.

3.33 overkapping

een bouwwerk, geen gebouw zijnde voorzien van een gesloten dak en maximaal 1 wand.

3.34 seksinrichting

een voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotisch/ pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een (raam)prostitutiebedrijf, een erotische massagesalon, een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar.

3.35 smartshop

elke ruimte voor het bedrijfsmatig te koop aanbieden, verkopen en/of leveren van synthetische of organische psychotrope stoffen of planten die psychotrope stoffen bevatten, aan personen die de goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit, met inbegrip van het uitstallen ten behoeve van verkoop en/of levering van deze stoffen.

3.36 sociale huurwoning

een huurwoning als bedoeld in artikel 5.161c, eerste lid, onder a, van het Besluit kwaliteit leefomgeving.

3.37 sociale koopwoning

een koopwoning als bedoeld in artikel 5.161c, eerste lid, onder b, van het Besluit kwaliteit leefomgeving.

3.38 voorgevel

de naar de weg of aan het openbaar gebied gekeerde gevel van een gebouw of, indien het een gebouw betreft van meer dan één naar de weg of het openbaar gebied gekeerde gevel, de gevel die door zijn aard, functie, constructie dan wel gelet op uitstraling ervan als belangrijkste gevel kan worden aangemerkt.

3.39 waterbergingsvoorziening

bovengrondse en/of ondergrondse voorzieningen ten behoeve van de berging en infiltratie van hemelwater in de bodem, zoals wadi's, verlaging in het groen, waterbergende verharding, waterberging op het dak, grindkoffers, infiltratiekratten en/of het aanbrengen of vergroten van (bestaande) greppels, (zak)sloten, watergangen en vijvers.

3.40 wonen

het voeren van een huishouden in een woning.

3.41 woning

een ruimte of een complex van ruimten, bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden.

3.42 woningcorporatie

toegelaten instelling als bedoeld in artikel 19 van de Woningwet.

3.43 woonschip

drijvende woonfunctie op een locatie die in het omgevingsplan is aangewezen als een ligplaats voor een woonschip.

3.44 woonwagen

woonfunctie op een locatie bestemd voor het plaatsen van een woonwagen.

Artikel 4 Meet- en rekenbepalingen

4.1 Afstand tot de (zijdelingse) bouwperceelgrens

De kortste afstand van enig punt van een gebouw tot de (zijdelingse) bouwperceelgrens van het bouwperceel.

4.2 Bebouwd oppervlak van een bouwperceel

De oppervlakte van alle op een bouwperceel gelegen bouwwerken tezamen.

4.3 Bebouwingspercentage

Het deel van het bouwperceel uitgedrukt in procenten dat bebouwd mag worden.

4.4 Bouwhoogte van een bouwwerk

Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, en met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.

4.5 Dakhelling

Langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak.

4.6 Diepte van een gebouw

De lengte van een gebouw gemeten loodrecht vanaf de voorgevel, dan wel vanaf de gevel waaraan wordt gebouwd.

4.7 Goothoogte van een bouwwerk

Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel, met dien verstande dat voor de meest voorkomende dakvormen in onderstaande afbeelding is aangegeven waar de goothoogte wordt bepaald.

afbeelding "i_NL.IMRO.0758.TAM2025202011-VG01_0055.jpg"

4.8 Hoogte van een dakopbouw

Vanaf de afdekking van de bovenste bouwlaag tot aan het hoogste punt van de dakopbouw.

4.9 Hoogte van een kap

Vanaf de bovenkant goot, boeibord of daarmee gelijk te stellen constructiedeel tot aan het hoogste punt van de kap.

4.10 Inhoud van een bouwwerk

Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.

4.11 Oppervlakte van een bouwwerk

Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.

4.12 Ondergeschikte bouwdelen

Bij de toepassing van de bouw- en bestemmingsgrenzen worden ondergeschikte bouwdelen, zoals plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, luchtkokers, liftkokers en lichtkappen, gevel- en kroonlijsten, luifels, hekwerken en overstekende daken en dergelijke buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van de bouw-, of bestemmingsgrenzen niet meer dan 0,5 meter bedraagt.

4.13 Peil
  • a. Voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang.
  • b. Voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de gemiddelde hoogte van het bestaande aansluitende maaiveld.
  • c. Indien in of op het water wordt gebouwd: het ter plaatse geldende peil ten opzichte van Normaal Amsterdams Peil (NAP).
  • d. Indien op of langs een spoorlijn wordt gebouwd: de bovenkant van de spoorstaaf.

Artikel 5 Algemeen gebruiksverbod

Het is verboden gronden of bouwwerken te gebruiken of te laten gebruiken anders dan overeenkomstig de aan de locatie toegedeelde functies dan wel toegestane gebruiksactiviteiten.

Artikel 6 Aanvraagvereisten

De aanvraagvereisten, bedoeld in paragraaf 22.5.2 van dit omgevingsplan, zijn van overeenkomstige toepassing op een omgevingsvergunning die is vereist op grond van dit hoofdstuk.

Hoofdstuk 2 Regels voor functies en activiteiten

Artikel 7 Bedrijf

7.1 Functieomschrijving

Ter plaatse van 'Bedrijf' zijn de volgende gebruiksactiviteiten toegestaan:

  • a. bedrijven in categorie 1 en 2, zoals genoemd in bijlage 1 bij deze regels;
  • b. uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning' maximaal 1 bedrijfswoning;
  • c. parkeren;
  • d. groen;
  • e. geluidbeperkende voorzieningen;
  • f. water en waterhuishoudkundige voorzieningen.
7.2 Beoordelingsregels voor het bouwen
7.2.1 Gebouwen
  • a. uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' mogen gebouwen worden gebouwd;
  • b. het bouwperceel mag niet meer worden bebouwd dan met de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage' is aangeduid;
  • c. de maximum bouwhoogte mag niet meer bedragen dan is aangeduid met de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)', er geldt geen maximum goothoogte.

 

7.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
  • a. uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' mogen luifels worden gebouwd;
  • b. de hoogte van luifels mag niet meer bedragen dan 6 meter;
  • c. de hoogte van lichtmasten mag niet meer bedragen dan 8 meter;
  • d. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer dan 2 meter bedragen;
  • e. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3 meter.

Artikel 8 Groen

8.1 Functieomschrijving

Ter plaatse van 'Groen' zijn de volgende gebruiksactiviteiten toegestaan: 

  • a. groen;
  • b. water en waterhuishoudkundige voorzieningen;
  • c. geluidbeperkende voorzieningen;
  • d. sport- en speelvoorzieningen;
  • e. nutsvoorzieningen;
  • f. verhardingen in de vorm van fiets- en voetpaden;
  • g. kunstobjecten.
8.2 Beoordelingsregels voor het bouwen
8.2.1 Algemeen

De gronden mogen niet worden bebouwd, met uitzondering van bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

8.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
  • a. de hoogte van sport- en speelvoorzieningen mag niet meer bedragen dan 5 meter;
  • b. de hoogte van lichtmasten mag niet meer bedragen dan 6 meter;
  • c. de hoogte van kunstobjecten mag niet meer bedragen dan 8 meter;
  • d. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - doorgang' mag de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde niet meer bedragen dan 3,5 meter;
  • e. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3 meter.

Artikel 9 Recreatie

9.1 Functieomschrijving

Ter plaatse van 'Recreatie' zijn de volgende gebruiksactiviteiten toegestaan:

  • a. volkstuinen;
  • b. wegen en paden;
  • c. parkeren;
  • d. groen;
  • e. water en waterhuishoudkundige voorzieningen.
9.2 Beoordelingsregels voor het bouwen
9.2.1 Algemeen

De gronden mogen niet worden bebouwd, met uitzondering van gebouwen van ondergeschikte aard, zoals een kas, een bergkast, een tuinhuisje of een schuilruimte.

9.2.2 Gebouwen
  • a. de bouwhoogte van gebouwen mag niet meer bedragen dan 2,5 meter;
  • b. maximaal één gemeenschappelijke berging/schuilgelegenheid met een oppervlakte van niet meer dan 50 m2 is toegestaan;
  • c. de oppervlakte van een kas mag niet meer dan 12 m² bedragen;
  • d. de oppervlakte van een individuele bergkast, tuinhuisje of een schuilruimte mag niet meer dan 6 m² bedragen.

9.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
  • a. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 meter;
  • b. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3 meter.

Artikel 10 Tuin

10.1 Functieomschrijving

Ter plaatse van 'Tuin' zijn de volgende gebruiksactiviteiten toegestaan: 

  • a. tuinen en groen bij woningen;
  • b. bijgebouwen bij woningen;
  • c. een aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit;
  • d. nutsvoorzieningen;
  • e. sport- en speelvoorzieningen;
  • f. water en waterhuishoudkundige voorzieningen.
10.2 Beoordelingsregels voor het bouwen
10.2.1 Algemeen
  • a. op deze gronden is artikel 22.36 van dit omgevingsplan niet van toepassing;
  • b. de gronden mogen niet worden bebouwd, met uitzondering van vrijstaande bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

10.2.2 Vrijstaande bijgebouwen
  • a. vrijstaande bijgebouwen mogen worden gebouwd tot een gezamenlijk oppervlak van 8,5 m² per perceel;
  • b. de goot- en bouwhoogte van vrijstaande bijgebouwen mag niet meer bedragen dan 3 meter;
  • c. vrijstaande bijgebouwen mogen in de zijdelingse bouwperceelgrens worden gebouwd dan wel op een minimum afstand van 1 meter van deze grens.

10.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
  • a. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 meter;
  • b. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3 meter.
10.3 Specifieke beoordelingsregels gebruiksactiviteit
10.3.1 Specifieke beoordelingsregels voor gebruik bijgebouw voor een aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit

Het gebruik van een bijgebouw voor een aan huis verbonden beroeps- en bedrijfsactiviteit is toegestaan als voldaan wordt aan de volgende beoordelingsregels:

  • a. maximaal 8,5 m² van het bijgebouw voor een aan huis verbonden beroeps- en bedrijfsactiviteit mag worden gebruikt;
  • b. het gebruik niet tot zodanige verkeersaantrekking mag leiden dat een onevenredige aantasting van de verkeersontsluitings- en parkeersituatie ter plaatse ontstaat;
  • c. de activiteit qua aard, omvang en uitstraling dient te passen in een woonomgeving;
  • d. de activiteit niet-vergunningplichtig is ingevolge de Omgevingswet.

Artikel 11 Verkeer

11.1 Functieomschrijving

Ter plaatse van 'Verkeer' zijn de volgende gebruiksactiviteiten toegestaan:

  • a. wegen, straten en paden;
  • b. groen;
  • c. geluidbeperkende voorzieningen;
  • d. kunstobjecten;
  • e. nutsvoorzieningen;
  • f. parkeren;
  • g. sport- en speelvoorzieningen;
  • h. water en waterhuishoudkundige voorzieningen.
11.2 Beoordelingsregels voor het bouwen
11.2.1 Algemeen

De gronden mogen niet worden bebouwd, met uitzondering van bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

11.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
  • a. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 meter;
  • b. de hoogte van sport- en speelvoorzieningen mag niet meer bedragen dan 5 meter;
  • c. de hoogte van lichtmasten mag niet meer bedragen dan 6 meter;
  • d. de hoogte van kunstobjecten mag niet meer bedragen dan 8 meter;
  • e. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3 meter.

11.2.3 Geluidsscherm
  • a. Ter plaatse van de 'specifieke bouwaanduiding - geluidscherm' dient een geluidbeperkend scherm te worden geplaatst en in stand te worden gehouden met:
    • 1. een hoogte van minimaal 3,3 meter;
    • 2. een hoogte van maximaal 3,5 meter;
    • 3. een massa van 10 kg/m2; en
    • 4. kierdicht uitgevoerd;
  • b. Het geluidscherm zoals bedoeld onder a. dient te zijn geplaatst alvorens de woningen zoals bedoeld in artikel 19 in gebruik mogen worden genomen;
  • c. In afwijking van het bepaalde onder a. en b. hoeft geen geluidscherm te worden geplaatst en in stand te worden gehouden als door middel van akoestisch onderzoek kan worden aangetoond dat wordt voldaan aan artikel 22.63 van dit omgevingsplan.

Artikel 12 Wonen - 1

12.1 Functieomschrijving

Ter plaatse van 'Wonen - 1' zijn de volgende gebruiksactiviteiten toegestaan: 

  • a. wonen;
  • b. een aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit;
  • c. kamerverhuur is niet toegestaan waarbij toepassing van de hospitaregeling niet als kamerverhuur wordt aangemerkt.

met daaraan ondergeschikt:

  • d. groen;
  • e. tuinen;
  • f. in - en uitritten;
  • g. parkeren;
  • h. nutsvoorzieningen;
  • i. sport en speelvoorzieningen;
  • j. water en waterhuishoudkundige voorzieningen.
12.2 Beoordelingsregels voor het bouwen
12.2.1 Algemeen
  • a. uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' mogen hoofdgebouwen worden gebouwd;
  • b. het aantal woningen mag niet meer bedragen dan het aangegeven aantal ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden';
  • c. het bebouwingspercentage voor de verschillende woningtypen mag niet meer bedragen dan:
    • 1. voor vrijstaande woningen 50%, met een maximum van 400 m2;
    • 2. voor twee-aaneenwoningen en geschakelde woningen: 60% met een maximum van 200 m2;
    • 3. voor aaneengebouwde woningen 60%;
    • 4. voor patiowoningen 80%.
  • d. geringe uitbreidingen zoals erkers, entreepartijen en balkons mogen buiten het bouwvlak gesitueerd worden tot een diepte van 1 meter over een breedte van maximaal de breedte van het hoofdgebouw minus 2 meter.

12.2.2 Hoofdgebouwen
  • a. per bouwperceel is maximaal één hoofdgebouw toegestaan;
  • b. de maximum goot- en bouwhoogte mag niet meer bedragen dan is aangeduid met de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)';
  • c. de minimum afstand van het hoofdgebouw tot de zijdelingse bouwperceelgrenzen bedraagt 3 meter bij twee-aaneenwoningen, geschakelde en vrijstaande woningen, met dien verstande dat deze afstand slechts aan één zijde in acht dient te worden genomen bij twee-aaneenwoningen en geschakelde woningen;
  • d. het hoofdgebouw mag een maximale bouwdiepte van 12 meter hebben, met dien verstande dat voor vrijstaande woningen een diepte van maximaal 15 meter is toegestaan.

12.2.3 Aan- en uitbouwen en bijgebouwen
  • a. aan- en uitbouwen en bijgebouwen dienen 1 meter achter de voorgevel van het hoofdgebouw of het verlengde daarvan te worden gebouwd, met uitzondering van:
    • 1. carports en overkappingen, die achter de voorgevel van het hoofdgebouw of het verlengde daarvan mogen worden gebouwd;
    • 2. geringe uitbreidingen zoals erkers, entreepartijen en balkons met maximaal 1 meter diep over een breedte van maximaal de breedte van het hoofdgebouw minus 2 meter;
  • b. aan- en uitbouwen en bijgebouwen mogen in de zijdelingse bouwperceelgrens worden gebouwd dan wel op een minimum afstand van 1 meter van deze grens;
  • c. de bouwhoogte van aan- en uitbouwen en bijgebouwen mag, indien voorgenoemde bouwwerken zijn vastgebouwd aan een hoofdgebouw, niet meer bedragen dan 0,30 meter boven de bovenkant van de scheidingsconstructie met de tweede bouwlaag met het hoofdgebouw;
  • d. de goot- en bouwhoogte van vrijstaande bijgebouwen mag niet meer bedragen dan 3 en 5 meter;
  • e. vrijstaande bijgebouwen mogen worden gebouwd tot een gezamenlijk oppervlak van 60 m².

12.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
  • a. carports en overkappingen dienen achter de voorgevel van het hoofdgebouw of het verlengde daarvan te worden gebouwd;
  • b. de hoogte van carports en overkappingen mag niet meer bedragen dan 3 meter;
  • c. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 meter, met dien verstande dat de hoogte van erf- en terreinafscheidingen vóór de naar de weg of het openbaar gebied gekeerde gevel(s) c.q. het verlengde daarvan maximaal 1 meter mag bedragen;
  • d. in afwijking van het bepaalde onder c. mag op hoekpercelen de hoogte van erf- en terreinafscheidingen niet meer bedragen dan 2 meter, mits deze erf- en terreinafscheidingen minimaal 3 meter achter de voorgevel van het hoofdgebouw c.q. het verlengde daarvan worden gebouwd;
  • e. De hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3 meter.
12.3 Specifieke beoordelingsregels gebruiksactiviteit
12.3.1 Specifieke beoordelingsregels voor gebruik bijgebouw voor een aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit

Het gebruik van een bijgebouw voor een aan-huis-verbonden beroeps- en bedrijfsactiviteit is toegestaan als voldaan wordt aan de volgende beoordelingsregels:

  • a. maximaal 60 m² van het bijgebouw voor een aan huis verbonden beroeps- en bedrijfsactiviteit mag worden gebruikt;
  • b. het gebruik niet tot zodanige verkeersaantrekking mag leiden dat een onevenredige aantasting van de verkeersontsluitings- en parkeersituatie ter plaatse ontstaat;
  • c. de activiteit qua aard, omvang en uitstraling dient te passen in een woonomgeving;
  • d. de activiteit niet-vergunningplichtig is ingevolge de Omgevingswet.

12.3.2 Specifieke beoordelingsregels voor gebruik en/of (ver)bouwen van aan- en uitbouwen en bijgebouwen bij een bestaande woning als huisvesting in verband met mantelzorg

Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in 12.1 voor het gebruik en/of (ver)bouwen van aan- en uitbouwen en bijgebouwen bij een bestaande woning als huisvesting in verband met mantelzorg, als voldaan wordt aan de volgende beoordelingsregels;

  • a. maximaal 60 m² voor mantelzorg mag worden aangewend;
  • b. deze huisvesting niet mag leiden tot een onevenredige aantasting van de omgeving;
  • c. geen strijd ontstaat met milieuregelgeving op het gebied van geluid en geur en geen belemmeringen ontstaan in het kader van de bedrijfsvoering en ontwikkelingsmogelijkheden voor omliggende bedrijven;
  • d. zodra de noodzaak van mantelzorg is komen te vervallen het gebruik van het bijgebouw als huisvesting in verband met mantelzorg moet worden beëindigd.

Artikel 13 Wonen - 2

13.1 Functieomschrijving

Ter plaatse van 'Wonen - 2' zijn de volgende gebruiksactiviteiten toegestaan: 

  • a. wonen;
  • b. een aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit;
  • c. kamerverhuur is niet toegestaan waarbij toepassing van de hospitaregeling niet als kamerverhuur wordt aangemerkt.

met daaraan ondergeschikt:

  • d. groen;
  • e. tuinen;
  • f. in - en uitritten;
  • g. parkeren;
  • h. nutsvoorzieningen;
  • i. sport en speelvoorzieningen;
  • j. water en waterhuishoudkundige voorzieningen.
13.2 Beoordelingsregels voor het bouwen
13.2.1 Algemeen
  • a. uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' mogen hoofdgebouwen worden gebouwd;
  • b. het aantal woningen mag niet meer bedragen dan het aangegeven aantal ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden';
  • c. het bouwperceel mag niet meer worden bebouwd dan met de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage (%)' is aangeduid;
  • d. geringe uitbreidingen zoals erkers, entreepartijen en balkons mogen buiten het bouwvlak gesitueerd worden tot een diepte van 1 meter over een breedte van maximaal de breedte van het hoofdgebouw minus 2 meter.

13.2.2 Hoofdgebouwen
  • a. per bouwperceel is maximaal één hoofdgebouw toegestaan;
  • b. de maximum bouwhoogte mag niet meer bedragen dan is aangeduid met de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)', er geldt geen maximum goothoogte.

13.2.3 Aan- en uitbouwen en bijgebouwen
  • a. aan- en uitbouwen en bijgebouwen zijn zowel binnen als buiten het bouwvlak toegestaan;
  • b. aan- en uitbouwen en bijgebouwen dienen 1 meter achter de voorgevel van het hoofdgebouw of het verlengde daarvan te worden gebouwd, met uitzondering van:
    • 1. carports en overkappingen, die achter de voorgevel van het hoofdgebouw of het verlengde daarvan mogen worden gebouwd;
    • 2. geringe uitbreidingen zoals erkers, entreepartijen en balkons met maximaal 1 meter diep over een breedte van maximaal de breedte van het hoofdgebouw minus 2 meter;
  • c. aan- en uitbouwen en bijgebouwen mogen in de zijdelingse bouwperceelgrens worden gebouwd dan wel op een minimum afstand van 1 meter van deze grens;
  • d. de bouwhoogte van aan- en uitbouwen en bijgebouwen mag, indien voorgenoemde bouwwerken zijn vastgebouwd aan een hoofdgebouw, niet meer bedragen dan 0,30 meter boven de bovenkant van de scheidingsconstructie met de tweede bouwlaag met het hoofdgebouw;
  • e. de goot- en bouwhoogte van vrijstaande bijgebouwen mag niet meer bedragen dan 3 meter;
  • f. vrijstaande bijgebouwen mogen worden gebouwd tot een gezamenlijk oppervlak van 10 m².

13.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
  • a. carports en overkappingen dienen achter de voorgevel van het hoofdgebouw of het verlengde daarvan te worden gebouwd;
  • b. de hoogte van carports en overkappingen mag niet meer bedragen dan 3 meter;
  • c. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 meter, met dien verstande dat de hoogte van erf- en terreinafscheidingen vóór de naar de weg of het openbaar gebied gekeerde gevel(s) c.q. het verlengde daarvan maximaal 1 meter mag bedragen;
  • d. in afwijking van het bepaalde onder c. mag op hoekpercelen de hoogte van erf- en terreinafscheidingen niet meer bedragen dan 2 meter, mits deze erf- en terreinafscheidingen minimaal 3 meter achter de voorgevel van het hoofdgebouw c.q. het verlengde daarvan worden gebouwd;
  • e. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - tuinmuur' mag de hoogte van erf- en terreinafscheidingen niet meer bedragen dan 2 meter;
  • f. De hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3 meter.

13.2.5 Niet-geluidgevoelig geveldeel
  • a. Een gevel gericht op of ter plaatse van de 'specifieke bouwaanduiding - niet-geluidgevoelig geveldeel' dient als niet-geluidgevoelig geveldeel te worden gerealiseerd en in stand te worden gehouden;
  • b. In afwijking van het bepaalde onder a. hoeft geen niet-geluidgevoelig geveldeel te worden gerealiseerd en in stand te worden gehouden als door middel van akoestisch onderzoek kan worden aangetoond dat wordt voldaan aan artikel 22.63 van dit omgevingsplan.
13.3 Specifieke beoordelingsregels gebruiksactiviteit
13.3.1 Specifieke beoordelingsregels voor gebruik bijgebouw voor een aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit

Het gebruik van een bijgebouw voor een aan-huis-verbonden beroeps- en bedrijfsactiviteit is toegestaan als voldaan wordt aan de volgende beoordelingsregels:

  • a. maximaal 10 m² van het bijgebouw voor een aan huis verbonden beroeps- en bedrijfsactiviteit mag worden gebruikt;
  • b. het gebruik niet tot zodanige verkeersaantrekking mag leiden dat een onevenredige aantasting van de verkeersontsluitings- en parkeersituatie ter plaatse ontstaat;
  • c. de activiteit qua aard, omvang en uitstraling dient te passen in een woonomgeving;
  • d. de activiteit niet-vergunningplichtig is ingevolge de Omgevingswet.

Artikel 14 Wonen - 3

14.1 Functieomschrijving

Ter plaatse van 'Wonen - 3' zijn de volgende gebruiksactiviteiten toegestaan: 

  • a. wonen;
  • b. een aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit;
  • c. kamerverhuur is niet toegestaan waarbij toepassing van de hospitaregeling niet als kamerverhuur wordt aangemerkt.

met daaraan ondergeschikt:

  • d. groen;
  • e. tuinen;
  • f. in - en uitritten;
  • g. nutsvoorzieningen;
  • h. sport en speelvoorzieningen;
  • i. water en waterhuishoudkundige voorzieningen.
14.2 Beoordelingsregels voor het bouwen
14.2.1 Algemeen
  • a. uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' mogen hoofdgebouwen worden gebouwd;
  • b. Het aantal woningen mag niet meer bedragen dan het aantal zoals bepaald in artikel 25.1.1;
  • c. geringe uitbreidingen zoals erkers, entreepartijen en balkons mogen buiten het bouwvlak gesitueerd worden tot een diepte van 1,5 meter over een breedte van maximaal de breedte van het hoofdgebouw minus 2 meter;
  • d. in aanvulling op het bepaalde onder c. is een tweelaagse erker toegestaan met een maximale bouwhoogte van 7 meter;
  • e. op deze gronden is artikel 22.36 van dit omgevingsplan niet van toepassing.

14.2.2 Hoofdgebouwen
  • a. de maximum bouwhoogte mag niet meer bedragen dan is aangeduid met de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)', er geldt geen maximum goothoogte;
  • b. de minimum afstand van het hoofdgebouw tot de zijdelingse bouwperceelgrenzen bedraagt 2 meter bij vrijstaande woningen.

14.2.3 Aan- en uitbouwen en bijgebouwen en overkappingen
  • a. uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - aan- en uit- en bijgebouwen' zijn aan- en uitbouwen en bijgebouwen en overkappingen toegestaan;
  • b. aan- en uitbouwen en bijgebouwen en overkappingen mogen in de zijdelingse bouwperceelgrens worden gebouwd dan wel op een minimum afstand van 1 meter van deze grens;
  • c. de bouwhoogte van aan- en uitbouwen en bijgebouwen mag , indien voorgenoemde bouwwerken zijn vastgebouwd aan een hoofdgebouw, niet meer bedragen dan 0,30 meter boven de bovenkant van de scheidingsconstructie met de tweede bouwlaag met het hoofdgebouw;
  • d. de bouwhoogte van een overkapping mag niet meer bedragen dan 3 meter;
  • e. de goot- en bouwhoogte van vrijstaande bijgebouwen mag niet meer bedragen dan 3 meter;
  • f. vrijstaande bijgebouwen mogen worden gebouwd tot een gezamenlijk oppervlak van 10 m².

14.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
  • a. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 meter, met dien verstande dat de hoogte van erf- en terreinafscheidingen vóór de naar de weg of het openbaar gebied gekeerde gevel(s) c.q. het verlengde daarvan maximaal 1 meter mag bedragen;
  • b. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - tuinmuur' mag de hoogte van erf- en terreinafscheidingen niet meer bedragen dan 2 meter;
  • c. De hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3 meter.

14.2.5 Geluidluw geveldeel

Bij een omgevingsplanactiviteit bouwwerken waarbij een geluidsgevoelig gebouw wordt gerealiseerd binnen de aanduiding 'gezamenlijk geluid (dB(A))' dient per geluidsgevoelig gebouw een geluidsluw geveldeel te worden gerealiseerd.

14.3 Specifieke beoordelingsregels gebruiksactiviteit
14.3.1 Specifieke beoordelingsregels voor gebruik bijgebouw voor een aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit

Het gebruik van een bijgebouw voor een aan-huis-verbonden beroeps- en bedrijfsactiviteit is toegestaan als voldaan wordt aan de volgende beoordelingsregels:

  • a. maximaal 10 m² van het bijgebouw voor een aan huis verbonden beroeps- en bedrijfsactiviteit mag worden gebruikt;
  • b. het gebruik niet tot zodanige verkeersaantrekking mag leiden dat een onevenredige aantasting van de verkeersontsluitings- en parkeersituatie ter plaatse ontstaat;
  • c. de activiteit qua aard, omvang en uitstraling dient te passen in een woonomgeving;
  • d. de activiteit niet-vergunningplichtig is ingevolge de Omgevingswet.

Artikel 15 Wonen - 4

15.1 Functieomschrijving

Ter plaatse van 'Wonen - 4' zijn de volgende gebruiksactiviteiten toegestaan: 

  • a. wonen;
  • b. een aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit;
  • c. kamerverhuur is niet toegestaan waarbij toepassing van de hospitaregeling niet als kamerverhuur wordt aangemerkt.

met daaraan ondergeschikt:

  • d. groen;
  • e. tuinen;
  • f. nutsvoorzieningen;
  • g. sport en speelvoorzieningen;
  • h. water en waterhuishoudkundige voorzieningen.
15.2 Beoordelingsregels voor het bouwen
15.2.1 Algemeen
  • a. uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' mogen hoofdgebouwen worden gebouwd;
  • b. Het aantal woningen mag niet meer bedragen dan het aantal zoals bepaald in artikel 25.1.1;
  • c. op deze gronden is artikel 22.36 van dit omgevingsplan niet van toepassing.

15.2.2 Hoofdgebouwen
  • a. de maximum bouwhoogte mag niet meer bedragen dan is aangeduid met de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)', er geldt geen maximum goothoogte;
  • b. de minimum afstand van het hoofdgebouw tot de zijdelingse bouwperceelgrenzen bedraagt 2 meter bij vrijstaande woningen.

15.2.3 Aan- en uitbouwen en bijgebouwen en overkappingen
  • a. uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - aan- en uit- en bijgebouwen' zijn aan- en uitbouwen en bijgebouwen en overkappingen toegestaan;
  • b. aan- en uitbouwen en bijgebouwen en overkappingen mogen in de zijdelingse bouwperceelgrens worden gebouwd dan wel op een minimum afstand van 1 meter van deze grens;
  • c. de bouwhoogte van aan- en uitbouwen en bijgebouwen mag , indien voorgenoemde bouwwerken zijn vastgebouwd aan een hoofdgebouw, niet meer bedragen dan 0,30 meter boven de bovenkant van de scheidingsconstructie met de tweede bouwlaag met het hoofdgebouw;
  • d. de bouwhoogte van een overkapping mag niet meer bedragen dan 3 meter;
  • e. de goot- en bouwhoogte van vrijstaande bijgebouwen mag niet meer bedragen dan 3 meter;
  • f. vrijstaande bijgebouwen mogen worden gebouwd tot een gezamenlijk oppervlak van 10 m².

15.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
  • a. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 meter, met dien verstande dat de hoogte van erf- en terreinafscheidingen vóór de naar de weg of het openbaar gebied gekeerde gevel(s) c.q. het verlengde daarvan maximaal 1 meter mag bedragen;
  • b. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - tuinmuur' mag de hoogte van erf- en terreinafscheidingen niet meer bedragen dan 2 meter;
  • c. De hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3 meter.

15.2.5 Geluidluw geveldeel

Bij een omgevingsplanactiviteit bouwwerken waarbij een geluidsgevoelig gebouw wordt gerealiseerd binnen de aanduiding 'gezamenlijk geluid (dB(A))' dient per geluidsgevoelig gebouw een geluidsluw geveldeel te worden gerealiseerd.

15.3 Specifieke beoordelingsregels gebruiksactiviteit
15.3.1 Specifieke beoordelingsregels voor gebruik bijgebouw voor een aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit

Het gebruik van een bijgebouw voor een aan-huis-verbonden beroeps- en bedrijfsactiviteit is toegestaan als voldaan wordt aan de volgende beoordelingsregels:

  • a. maximaal 10 m² van het bijgebouw voor een aan huis verbonden beroeps- en bedrijfsactiviteit mag worden gebruikt;
  • b. het gebruik niet tot zodanige verkeersaantrekking mag leiden dat een onevenredige aantasting van de verkeersontsluitings- en parkeersituatie ter plaatse ontstaat;
  • c. de activiteit qua aard, omvang en uitstraling dient te passen in een woonomgeving;
  • d. de activiteit niet-vergunningplichtig is ingevolge de Omgevingswet.

Artikel 16 Wonen - 5

16.1 Functieomschrijving

Ter plaatse van 'Wonen - 5' zijn de volgende gebruiksactiviteiten toegestaan: 

  • a. wonen;
  • b. een aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit;
  • c. kamerverhuur is niet toegestaan waarbij toepassing van de hospitaregeling niet als kamerverhuur wordt aangemerkt.

met daaraan ondergeschikt:

  • d. groen;
  • e. tuinen;
  • f. voet- en fietspaden;
  • g. nutsvoorzieningen;
  • h. sport- en speelvoorzieningen;
  • i. water en waterhuishoudkundige voorzieningen.
16.2 Beoordelingsregels voor het bouwen
16.2.1 Algemeen
  • a. uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' mogen hoofdgebouwen worden gebouwd;
  • b. Het aantal woningen mag niet meer bedragen dan het aantal zoals bepaald in artikel 25.1.1;
  • c. op deze gronden is artikel 22.36 van dit omgevingsplan niet van toepassing.

16.2.2 Hoofdgebouwen

De maximum bouwhoogte mag niet meer bedragen dan is aangeduid met de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)', er geldt geen maximum goothoogte.

16.2.3 Aan- en uitbouwen en overkappingen
  • a. uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding aan- en uitbouwen' zijn aan-, uitbouwen en overkappingen toegestaan;
  • b. aan- en uitbouwen en overkappingen mogen in de zijdelingse bouwperceelgrens worden gebouwd dan wel op een minimum afstand van 1 meter van deze grens;
  • c. de bouwhoogte van aan- en uitbouwen mag, indien voorgenoemde bouwwerken zijn vastgebouwd aan een hoofdgebouw, niet meer bedragen dan 0,30 meter boven de bovenkant van de scheidingsconstructie met de tweede bouwlaag met het hoofdgebouw;
  • d. de bouwhoogte van een overkapping mag niet meer bedragen dan dan 3 meter.

16.2.4 Bijgebouwen
  • a. uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' zijn bijgebouwen toegestaan;
  • b. de goot- en bouwhoogte van bijgebouwen mag niet meer bedragen dan 3 meter.

16.2.5 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
  • a. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 meter, met dien verstande dat de hoogte van erf- en terreinafscheidingen vóór de naar de weg of het openbaar gebied gekeerde gevel(s) c.q. het verlengde daarvan maximaal 1 meter mag bedragen.
  • b. in afwijking van het bepaalde onder a. mag op hoekpercelen de hoogte van erf- en terreinafscheidingen niet meer bedragen dan 2 meter, mits deze erf- en terreinafscheidingen minimaal 3 meter achter de voorgevel van het hoofdgebouw c.q. het verlengde daarvan worden gebouwd.
  • c. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - tuinmuur' mag de hoogte van erf- en terreinafscheidingen niet meer bedragen dan 2 meter;
  • d. De hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3 meter.
16.3 Specifieke beoordelingsregels gebruiksactiviteit
16.3.1 Dakterras

Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - dakterras uitgesloten' is het gebruik van een dak als dakterras niet toegestaan.

Artikel 17 Wonen - 6

17.1 Functieomschrijving

Ter plaatse van 'Wonen - 6' zijn de volgende gebruiksactiviteiten toegestaan: 

  • a. wonen;
  • b. een aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit;
  • c. kamerverhuur is niet toegestaan waarbij toepassing van de hospitaregeling niet als kamerverhuur wordt aangemerkt.

met daaraan ondergeschikt:

  • d. groen;
  • e. tuinen, daktuinen, dakterras;
  • f. voet- en fietspaden;
  • g. nutsvoorzieningen;
  • h. sport- en speelvoorzieningen;
  • i. water en waterhuishoudkundige voorzieningen.
17.2 Beoordelingsregels voor het bouwen
17.2.1 Gebouwen
  • a. Uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' mag bebouwing worden gebouwd;
  • b. Het aantal woningen mag niet meer bedragen dan het aantal zoals bepaald in artikel 25.1.1;
  • c. Er zijn uitsluitend gestapelde woningen toegestaan;
  • d. Het bouwvlak mag volledig worden bebouwd;
  • e. Per bouwperceel is maximaal één gebouw toegestaan;
  • f. de maximum bouwhoogte mag niet meer bedragen dan is aangeduid met de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)', er geldt geen maximum goothoogte.

17.2.2 Bouwwerken, geen gebouw zijnde
  • a. Overkappingen zijn niet toegestaan;
  • b. De hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 meter, met dien verstande dat de hoogte van erf- en terreinafscheidingen vóór de naar de weg of het openbaar gebied gekeerde gevel(s) c.q. het verlengde daarvan maximaal 1 meter mag bedragen.

17.2.3 Geluidluw geveldeel

Bij een omgevingsplanactiviteit bouwwerken waarbij een geluidsgevoelig gebouw wordt gerealiseerd binnen de aanduiding 'gezamenlijk geluid (dB(A))' dient per geluidsgevoelig gebouw een geluidsluw geveldeel te worden gerealiseerd.

Artikel 18 Wonen - 7

18.1 Functieomschrijving

Ter plaatse van 'Wonen - 7' zijn de volgende gebruiksactiviteiten toegestaan: 

  • a. wonen;
  • b. een aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit;
  • c. kamerverhuur is niet toegestaan waarbij toepassing van de hospitaregeling niet als kamerverhuur wordt aangemerkt;
  • d. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - gemeenschappelijke ruimte' zijn de gronden (op de begane grond) tevens bestemd voor gemeenschappelijke voorzieningen ten behoeve van de binnen de functie toegelaten woningen, zoals een multifunctionele ruimte, afvalruimten, fietsenstallingen, pakketvoorzieningen en nutsvoorzieningen.

met daaraan ondergeschikt:

  • e. groen;
  • f. tuinen;
  • g. voet- en fietspaden;
  • h. nutsvoorzieningen;
  • i. sport- en speelvoorzieningen;
  • j. water en waterhuishoudkundige voorzieningen.
18.2 Beoordelingsregels voor het bouwen
18.2.1 Algemeen
  • a. uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' mag bebouwing worden gebouwd;
  • b. Het aantal woningen mag niet meer bedragen dan het aantal zoals bepaald in artikel 25.1.1;
  • c. op deze gronden is artikel 22.36 van dit omgevingsplan niet van toepassing.

18.2.2 Hoofdgebouwen

De maximum bouwhoogte mag niet meer bedragen dan is aangeduid met de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)', er geldt geen maximum goothoogte.

18.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
  • a. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 meter, met dien verstande dat de hoogte van erf- en terreinafscheidingen vóór de naar de weg of het openbaar gebied gekeerde gevel(s) c.q. het verlengde daarvan maximaal 1 meter mag bedragen.
  • b. in afwijking van het bepaalde onder a. mag op hoekpercelen de hoogte van erf- en terreinafscheidingen niet meer bedragen dan 2 meter, mits deze erf- en terreinafscheidingen minimaal 3 meter achter de voorgevel van het hoofdgebouw c.q. het verlengde daarvan worden gebouwd.
  • c. De hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3 meter.

18.2.4 Geluidluw geveldeel

Bij een omgevingsplanactiviteit bouwwerken waarbij een geluidsgevoelig gebouw wordt gerealiseerd binnen de aanduiding 'gezamenlijk geluid (dB(A))' dient per geluidsgevoelig gebouw een geluidsluw geveldeel te worden gerealiseerd.

18.2.5 Niet-geluidgevoelig geveldeel
  • a. Een gevel gericht op of ter plaatse van de 'specifieke bouwaanduiding - niet-geluidgevoelig geveldeel' dient als niet-geluidgevoelig geveldeel te worden gerealiseerd en in stand te worden gehouden;
  • b. In afwijking van het bepaalde onder a. hoeft geen niet-geluidgevoelig geveldeel te worden gerealiseerd en in stand te worden gehouden als door middel van akoestisch onderzoek kan worden aangetoond dat wordt voldaan aan artikel 22.63 van dit omgevingsplan.

Artikel 19 Wonen - 8

19.1 Functieomschrijving

Ter plaatse van 'Wonen - 8' zijn de volgende gebruiksactiviteiten toegestaan: 

  • a. wonen, met uitzondering ter plaatse van de aanduiding 'wonen uitgesloten';
  • b. een aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit;
  • c. kamerverhuur is niet toegestaan waarbij toepassing van de hospitaregeling niet als kamerverhuur wordt aangemerkt;
  • d. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - gemeenschappelijke ruimte' zijn de gronden (op de begane grond) uitsluitend bestemd voor gemeenschappelijke voorzieningen ten behoeve van de binnen de functie toegelaten woningen, zoals een multifunctionele ruimte, afvalruimten, fietsenstallingen, pakketvoorzieningen en nutsvoorzieningen.

met daaraan ondergeschikt:

  • e. groen;
  • f. tuinen;
  • g. voet- en fietspaden;
  • h. nutsvoorzieningen;
  • i. sport- en speelvoorzieningen;
  • j. water en waterhuishoudkundige voorzieningen.
19.2 Beoordelingsregels voor het bouwen
19.2.1 Algemeen
  • a. uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' mogen hoofdgebouwen worden gebouwd;
  • b. Het aantal woningen mag niet meer bedragen dan het aantal zoals bepaald in artikel 25.1.1;
  • c. ter plaatse van de aanduiding 'onderdoorgang': een onderdoorgang met een vrije hoogte van ten minste 4,5 meter en een overbouwd deel van ten minste één bouwlaag;
  • d. op deze gronden is artikel 22.36 van dit omgevingsplan niet van toepassing.

19.2.2 Hoofdgebouwen

De maximum bouwhoogte mag niet meer bedragen dan is aangeduid met de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)', er geldt geen maximum goothoogte.

19.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
  • a. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 meter, met dien verstande dat de hoogte van erf- en terreinafscheidingen vóór de naar de weg of het openbaar gebied gekeerde gevel(s) c.q. het verlengde daarvan maximaal 1 meter mag bedragen.
  • b. in afwijking van het bepaalde onder a. mag op hoekpercelen de hoogte van erf- en terreinafscheidingen niet meer bedragen dan 2 meter, mits deze erf- en terreinafscheidingen minimaal 3 meter achter de voorgevel van het hoofdgebouw c.q. het verlengde daarvan worden gebouwd.
19.2.4 Geluidluw geveldeel

Bij een omgevingsplanactiviteit bouwwerken waarbij een geluidsgevoelig gebouw wordt gerealiseerd binnen de aanduiding 'gezamenlijk geluid (dB(A))' dient per geluidsgevoelig gebouw een geluidsluw geveldeel te worden gerealiseerd.

19.2.5 Geluidscherm

Het geluidscherm zoals bedoeld in artikel 11.2.3 dient te zijn geplaatst alvorens de woningen in gebruik mogen worden genomen.

19.3 Specifieke beoordelingsregels gebruiksactiviteit
19.3.1 Dakterras

Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - dakterras uitgesloten' is het gebruik van een dak als dakterras niet toegestaan.

Artikel 20 Waarde - Archeologie

20.1 Functieomschrijving

Ter plaatse van 'Waarde - Archeologie' zijn de gronden, naast de andere daar voorkomende functies, mede bedoeld voor de bescherming en veiligstelling van de archeologische waarden.

20.2 Beoordelingsregels voor het bouwen
20.2.1 Bouwwerken
  • a. In afwijking van het bepaalde in andere artikelen mag in het voor 'Waarde - Archeologie' aangewezen gebied niet worden gebouwd.
  • b. In afwijking van lid a. zijn bouwwerken toegestaan ten behoeve van:
    • 1. gebouwen die worden gebouwd ter vervanging van bestaande gebouwen, waarbij de bestaande oppervlakte van het gebouw niet wordt vergroot of veranderd en ook de situering gelijk blijft;
    • 2. bouwwerken die worden gebouwd of uitgebreid tot een oppervlakte van maximaal 100 m² en waarbij bijbehorende grondwerkzaamheden niet dieper gaan dan 0,30 meter ten opzichte van het bestaand maaiveld.
  • c. Het bepaalde in lid a. en b. is niet van toepassing voor gebieden die zijn vrijgegeven middels een door het bevoegd gezag afgegeven selectiebesluit.
20.3 Specifieke beoordelingsregels voor het bouwen

Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in 20.2 als voldaan wordt aan de volgende specifieke beoordelingsregels:

  • a. op basis van een ingesteld archeologisch onderzoek is aangetoond dat ter plaatse waar gebouwd gaat worden geen archeologische waarden als zodanig aanwezig zijn; of
  • b. passende maatregelen zijn genomen om de aanwezige archeologische waarden veilig te stellen, zoals het aanbrengen van een beschermingslaag, het opgraven van de archeologische artefacten, het documenteren van de archeologische waarde of andere met het bevoegd gezag overeengekomen maatregelen.
20.4 Uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde of van werkzaamheden
  • a. In afwijking van het bepaalde in andere artikelen is het verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de navolgende werken en/of werkzaamheden uit te voeren of te doen uitvoeren als deze een oppervlakte betreffen van meer dan 100 m²:
    • 1. het ontgronden, vergraven, afgraven, egaliseren, diepploegen, woelen en mengen en ophogen van gronden;
    • 2. het aanbrengen of verwijderen van diepwortelende beplantingen, het bebossen en aanplanten van gronden en het rooien en/of kappen van bos of andere houtgewassen waarbij de stobben worden verwijderd;
    • 3. het aanleggen, verbreden of verharden van wegen, paden of parkeergelegenheden en andere oppervlakteverhardingen als dieper dan 0,30 meter wordt ontgraven;
    • 4. het aanleggen van ondergrondse leidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur;
    • 5. het aanbrengen van constructies die verband houden met bovengrondse leidingen;
    • 6. het aanleggen, verdiepen, verbreden en dempen van sloten, watergangen en overige waterpartijen;
    • 7. andere werken die een verandering van de waterhuishouding of het grondwaterpeil tot gevolg hebben, zoals drainage en (onder)bemaling;
    • 8. alle overige werkzaamheden die de archeologische waarden in het terrein kunnen aantasten en die niet worden gerekend tot het normale gebruik van het terrein.
  • b. Aan een vergunning als bedoeld in lid a, kunnen voorwaarden worden verbonden indien uit voorafgaand archeologisch onderzoek de aanwezigheid van archeologische waarden is vastgesteld en het om zwaarwichtige redenen niet mogelijk is de archeologische waarden geheel te behouden.
  • c. In afwijking van het bepaalde in lid a is geen omgevingsvergunning vereist, indien uit voorafgaand archeologisch onderzoek is gebleken dat geen archeologische waarden aanwezig zijn en geen archeologische waarden worden aangetast.

Artikel 21 Waarde - Cultuurhistorie

21.1 Functieomschrijving

Ter plaatse van 'Waarde - Cultuurhistorie' zijn de gronden, naast de andere daar voorkomende functies, mede bedoeld voor het behoud en herstel van actuele en het benutten van potentiële cultuurhistorische waarden.

21.2 Beoordelingsregels voor het bouwen
21.2.1 Bouwwerken

In afwijking van de bouwregels in andere artikelen geldt voor activiteiten in het voor 'Waarde - Cultuurhistorie' aangewezen gebied dat:

  • a. het geheel of gedeeltelijk slopen, vergroten en/of veranderen van de bestaande bouwwerken niet is toegestaan;
  • b. het realiseren van nieuwbouw, inbegrepen bouwwerken geen gebouw zijnde, niet is toegestaan.
21.3 Specifieke beoordelingsregels voor het bouwen

Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in 21.2 als voldaan wordt aan de volgende specifieke beoordelingsregels:

  • a. de bestaande bebouwing, bouwwerken geen gebouw zijnde, en de openbare ruimte te slopen, vergroten en/of te veranderen, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de cultuurhistorische waarde van het pand, object of omgeving onder andere gelet op: 
    • 1. vormgeving en materialisering zichtbaar vanaf de openbare weg; 
    • 2. bouwmassa naar hoofdafmeting en onderlinge verhoudingen; 
    • 3. dakvorm, nokrichting, dakhelling, dakoverstekken, goot- en daklijsten en schoorstenen;
    • 4. gevels en gevelindeling naar ramen, deuren en erkers zichtbaar vanaf de openbare weg; 
    • 5. de karakteristieke, met de historische ontwikkeling samenhangende ruimtelijke structuur en stedenbouwkundige en landschappelijke kwaliteit van het gebied met een hoge cultuurhistorische waarde.
  • b. nieuwe bebouwing , inbegrepen bouwwerken geen gebouw zijnde, zichtbaar vanaf de openbare weg op te richten, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de cultuurhistorische waarde van het pand, object of omgeving onder andere gelet op:
    • 1. vormgeving en materialisering; 
    • 2. bouwmassa naar hoofdafmeting en onderlinge verhoudingen;
    • 3. dakvorm, nokrichting, dakhelling, dakoverstekken, goot- en daklijsten en schoorstenen;
    • 4. gevels en gevelindeling naar ramen, deuren en erkers; 
    • 5. de karakteristieke, met de historische ontwikkeling samenhangende ruimtelijke structuur en stedenbouwkundige en landschappelijke kwaliteit van het gebied met een hoge cultuurhistorische waarde.
  • c. Alvorens over de omgevingsvergunning te beslissen, wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de Adviescommissie Omgevingskwaliteit Breda over de aanvraag en de eventueel daar aan te stellen voorwaarden. 
21.4 Uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde of van werkzaamheden
  • a. Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de navolgende werken en/of werkzaamheden uit te voeren of te doen uitvoeren:
    • 1. hekwerken, tuinmuren of andere terreinafscheidingen te veranderen of te slopen;
    • 2. voortuinen geheel of gedeeltelijk te (half)verharden;
  • b. Slopen, vergroten en/of veranderen als bedoeld in lid a. is alleen toelaatbaar indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de karakteristieke, met de historische ontwikkeling samenhangende ruimtelijke structuur en stedenbouwkundige en landschappelijke kwaliteit van het gebied met een hoge cultuurhistorische waarde. 
  • c. Alvorens over de omgevingsvergunning te beslissen, wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de Adviescommissie Omgevingskwaliteit Breda over de aanvraag en de eventueel daar aan te stellen voorwaarden. 
  • d. Ten behoeve van de advisering kan het college nader onderzoek naar de cultuurhistorische waarden vragen.

Hoofdstuk 3 Algemene regels

Artikel 22 Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Artikel 23 Algemene bouwregels

23.1 Bestaande maatvoering

Indien de bestaande maatvoering afwijkt van hetgeen in deze planregels is bepaald mag deze afwijkende maatvoering te allen tijde worden gehandhaafd en/of vernieuwd, met dien verstande dat de afwijking niet mag worden vergroot.

23.2 De omgevingsplanactiviteit bouwwerken in relatie tot het beeldkwaliteitsplan
  • a. Artikel 22.29, eerste lid, aanhef en onder b blijft buiten toepassing. In plaats daarvan wordt beoordeeld of het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk, met uitzondering van een tijdelijk bouwwerk dat geen seizoensgebonden bouwwerk is, zowel op zichzelf beschouwd als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, niet in strijd is met redelijk eisen van welstand, aan de hand van de criteria van de Nota Ruimtelijke Kwaliteit Breda 2023 en wijzigingen, aanvullingen of de rechtsopvolgers daarvan;
  • b. De gemeenteraad kan de beleidsregels van de welstandsnota over de plaatsing van bouwwerken aanvullen of wijzigen;
  • c. De commissie Omgevingskwaliteit Breda is adviseur bij de beoordeling van omgevingsplanactiviteiten bouwwerken voor hoofdgebouwen.
23.3 Beoordelingsregels voor het bouwen

Met een omgevingsvergunning kan een bouwactiviteit worden toegelaten die in strijd is met de voorgaande regels, voor:

  • a. overschrijding van de bij recht gegeven maten, afmetingen, percentages tot niet meer dan 10% van die maten, afmetingen en percentages en indien dit om technische redenen noodzakelijk is;
  • b. overschrijding van de bouwgrenzen, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft;
  • c. de omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit als bedoeld onder a. en b. van dit artikel kan slechts worden verleend als naar het oordeel van het bevoegd gezag geen onevenredige afbreuk aan het straat- en bebouwingsbeeld, de stedenbouwkundige kwaliteit, de milieusituatie, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden ontstaat. Bij de aanvraag wordt hiervoor een motivering overlegd.

Artikel 24 Algemene gebruiksregels

24.1 Strijdig gebruik

Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan:

  • a. het gebruik van de gronden en opstallen voor de exploitatie van een smart- en headshop, alsmede een groothandel in smart- en/of headproducten, een belwinkel of een combinatie hiervan, als ook het gebruik van de opstallen voor een seksinrichting;
  • b. het gebruik van aan- en uitbouwen en bijgebouwen bij woningen als zelfstandige woning en/of huisvesting in verband met mantelzorg;
  • c. het gebruik van bijgebouwen voor een aan-huis-verbonden beroeps- en bedrijfsactiviteit;
  • d. het gebruik van bijgebouwen als bed and breakfast;
  • e. kamerverhuur, waarbij toepassing van de hospitaregeling niet als kamerverhuur wordt aangemerkt.

Artikel 25 Algemene aanduidingsregels

25.1 overige zone - woningen Klaverhof
25.1.1 Woningaantal

Binnen de locatie 'overige zone - woningen Klaverhof' zijn maximaal 102 nieuwe wooneenheden toegestaan.

25.1.2 Woningbouwcategorieën
a Sociale huurwoningen
  • a. Van 50% van de woningen zoals opgenomen in lid 25.1.1 moet het gebruik als sociale huurwoning voor een termijn van dertig jaar in stand blijven voor huishoudens met een gezamenlijk inkomen tot maximaal de DAEB-inkomensgrens.
  • b. Indien het aantal daadwerkelijk te realiseren woningen minder bedraagt dan het maximaal aantal woningen zoals opgenomen in lid 25.1.1, dan moet van 50% van het daadwerkelijk te realiseren woningaantal het gebruik als sociale huurwoning voor een termijn van dertig jaar in stand blijven voor huishoudens met een maximum inkomen tot aan de DAEB-inkomensgrens.
  • c. Het bepaalde onder a en b is niet van toepassing op onzelfstandige woonruimten, woonschepen en woonwagens.

b Middenhuurwoningen
  • a. Van minimaal 25% van de woningen zoals opgenomen in lid 25.1.1 moet het gebruik als middenhuurwoning voor een termijn van vijftien jaar in stand blijven voor de huishoudens bedoeld in artikel 10, vierde lid, van de Huisvestingswet 2014.
  • b. Indien het aantal daadwerkelijk te realiseren woningen minder bedraagt dan het maximaal aantal woningen zoals opgenomen in lid 25.1.1, dan moet van minimaal 25% van het daadwerkelijk te realiseren woningaantal het gebruik als middenhuurwoning voor een termijn van vijftien jaar in stand blijven voor de huishoudens bedoeld in artikel 10, vierde lid, van de Huisvestingswet 2014. 
  • c. Het bepaalde onder a en b is niet van toepassing op onzelfstandige woonruimten, woonschepen en woonwagens.

c Uitruil middenhuur/sociale koopwoningen
  • a. In afwijking van lid 25.1.2 sub a. en b. mogen in plaats van middenhuurwoningen tevens sociale koopwoningen worden gerealiseerd waarbij het gebruik als sociale koopwoning voor een termijn van vier jaar in stand moet blijven voor huishoudens die een gezamenlijk inkomen hebben van maximaal twee keer modaal.
  • b. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op onzelfstandige woonruimten, woonschepen en woonwagens.

d Informatieplicht woningbouwcategorieën
  • a. Gedurende de instandhoudingstermijnen, genoemd in lid 25.1.2 sub a en lid 25.1.2 sub b, overlegt de eigenaar van een sociale huurwoning of een middenhuurwoning aan het college binnen een maand na de ingangsdatum van elke nieuwe huurovereenkomst bewijsstukken waaruit blijkt dat voldaan is of wordt aan de regels zoals vastgelegd in lid 25.1.2 sub a en lid 25.1.2 sub b met betrekking tot het gebruik als sociale huurwoning of middenhuurwoning voor huishoudens met een gezamenlijk inkomen van meer dan de DAEB-inkomensgrens respectievelijk huishoudens bedoeld in artikel 10, vierde lid, van de Huisvestingswet 2014.
  • b. Gedurende de instandhoudingstermijn, genoemd in lid 25.1.2 sub c, overlegt de verkoper van een sociale koopwoning binnen een maand na het notarieel transport bewijsstukken aan het college waaruit blijkt dat voldaan is aan de regels zoals vastgelegd in lid 25.1.2 sub c met betrekking tot het gebruik als sociale koopwoning voor huishoudens die een gezamenlijk inkomen hebben van maximaal twee keer modaal.
  • c. Het bepaalde onder a. en b. is niet van toepassing indien verhuur of verkoop verloopt via een toegelaten instelling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Woningwet en die valt onder de opgedragen diensten van algemeen economisch belang als bedoeld in artikel 47, eerste lid, onder b, van de Woningwet.

Artikel 26 Overige regels

26.1 Parkeren

Bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit voor het bouwen, veranderen of uitbreiden van gebouwen, het gebruik van bouwwerken of het gebruik van gronden, gelden de volgende beoordelingsregels:

  • a. Er wordt in voldoende mate voorzien in ruimte voor het parkeren of stallen van motorvoertuigen en fietsen op eigen terrein. Het benodigde aantal parkeerplaatsen voor motorvoertuigen en fietsen wordt vastgesteld aan de hand van de Nota Parkeernormen Breda 2021 en wijzigingen of rechtsopvolgers daarvan;
  • b. De onder a. genoemde parkeergelegenheid moet in stand worden gehouden. 
  • c. Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde onder a: 
    • 1. als voldaan wordt aan de voorwaarden die daarvoor gelden in de Nota Parkeernormen Breda 2021 en wijzigingen of de rechtsopvolgers daarvan; of 
    • 2. als het voldoen aan de Nota Parkeernormen Breda 2021 en wijzigingen of rechtsopvolgers daarvan op overwegende bezwaren stuit en door het afwijken geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de parkeersituatie in de openbare ruimte en de woon- en leefsituatie.
26.2 Waterberging

Bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit voor het bouwen, uitbreiden van gebouwen gelden de volgende beoordelingsregels:

  • a. Er dient een watervoorziening met voldoende capaciteit te worden gerealiseerd; 
  • b. De benodigde capaciteit van de watervoorziening wordt vastgesteld aan de hand van de “Beleidsregels Groen en Water 2023” van de gemeente Breda en wijzigingen of de rechtsopvolgers daarvan.
  • c. Na aanleg dient de watervoorziening in stand te worden gehouden;
  • d. Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde onder a:
    • 1. Als voldaan wordt aan de voorwaarden die daarvoor gelden in de “Beleidsregels Groen en Water 2023” van de gemeente Breda en wijzigingen of de rechtsopvolgers daarvan, of; 
    • 2. als het voldoen aan de 'Beleidsregels Groen en Water 2023' en wijzigingen of rechtsopvolgers daarvan op overwegende bezwaren stuit.
26.3 Vergroening

Bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit voor het bouwen, uitbreiden van gebouwen gelden de volgende beoordelingsregels:

  • a. Er dient voldoende oppervlakte aan levend groen te worden aangelegd;
  • b. de oppervlakte van het levend groen wordt vastgesteld aan de hand van de “Beleidsregels Groen en Water 2023” van de gemeente Breda en wijzigingen of de rechtsopvolgers daarvan.
  • c. Na aanleg dient het levend groen in stand te worden gehouden.
  • d. Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde onder a:
    • 1. Indien sprake is van een van de voorwaarden uit de “Beleidsregels Groen en Water 2023” van de gemeente Breda en wijzigingen of de rechtsopvolgers daarvan, waarin is aangegeven wanneer kan worden afgeweken;
    • 2. Indien het voldoen aan de 'Beleidsregels Groen en Water 2023' en wijzigingen of rechtsopvolgers daarvan op overwegende bezwaren stuit.
26.4 Gezamenlijk geluid
  • a. Het gezamenlijk geluid bedraagt ter plaatse van de aanduiding 'gezamenlijk geluid (dB(A))' ten hoogste het aangegeven aantal dB(A);
  • b. Als uit akoestisch onderzoek blijkt dat het gezamenlijk geluid minder hoog is dan de waarde zoals opgenomen onder a, dan is dat de waarde van het gezamenlijk geluid.
26.5 Loggia's

Indien loggia's worden gerealiseerd dienen deze blijvend te worden behouden en is het aanbrengen van voorzieningen waarmee de loggia wordt afgesloten of het open karakter verliest niet toegestaan. Dit overeenkomstig de regels rondom beeldkwaliteit zoals opgenomen in artikel 23.2.

Hoofdstuk 4 Overgangsregels

Artikel 27 Overgangsrecht

27.1 Overgangsrecht bouwwerken
27.1.1 Aanwezige bouwwerken

Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van dit hoofdstuk aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot,

  • a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;
  • b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.

27.1.2 Afwijking

Burgemeester en wethouders kunnen eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10 %.

27.1.3 Uitzondering op het overgangsrecht bouwwerken

Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.

27.2 Overgangsrecht gebruik
27.2.1 Bestaand gebruik

Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het omgevingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.

27.2.2 Strijdig gebruik

Het is verboden het met het omgevingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.

27.2.3 Verboden gebruik

Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.

27.2.4 Uitzonderingen op het overgangsrecht gebruik

Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.