Gemeente Breda

Planteksten

Op deze pagina vindt u de planteksten behorende bij het plan Buitengebied Zuid 2013, wijzigingsplan Bouwluststraatje 15.

Toelichting


 

Inhoudsopgave

 

HOOFDSTUK 1 Aanleiding

1.1 Inleiding

1.2 Bestaande toestand

1.3 Vigerend bestemmingsplan

HOOFDSTUK 2 Doelstellingen van het wijzigingsplan

2.1 Huidige situatie

2.2 Toekomstige situatie

2.3 Regelgeving

HOOFDSTUK 3 Planbeschrijving

HOOFDSTUK 4 Procedure

 

 

HOOFDSTUK 1 Aanleiding

 

1.1 Inleiding

Door Schoenmakers Advies is namens Van Aart Flowers BV, Achterste Rithweg 30 te Breda verzocht het bestemmingsplan Buitengebied Zuid 2013 te wijzigen, i.c. het bouwvlak van het nieuwe bedrijf aan het Bouwluststraatje 15 te Breda te vergroten, om zo de bouw van een loods mogelijk te maken. Wijziging van het bestemmingsplan is nodig omdat binnen het huidige bouwvlak de bouw van een loods met die omvang niet mogelijk is.

 

1.2 Bestaande toestand

Op de betreffende locatie is altijd een vollegronds tuinbouwbedrijf gevestigd geweest. Op de locatie staan een aantal bedrijfsgebouwen maar deze zullen worden gesloopt. Verder is bij het bedrijf reeds een waterbassin aanwezig.

 

 [image]

 

 

1.3 Vigerend bestemmingsplan

Van kracht is het bestemmingsplan "Buitengebied Zuid 2013” vastgesteld door de gemeenteraad op 18 december 2014 en gewijzigd vastgesteld bij besluit van 5 november 2015 en 3 maart 2016. Tegen het vastgestelde bestemmingsplan lopen nog wel beroepen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State mag geen van deze beroepschriften is gericht tegen de onderhavige locatie of de geldende bestemming van het onderhavige bedrijf. Het bestemmingsplan heeft voor het grootste deel rechtskracht verkregen waaronder ook onderhavige locatie.

HOOFDSTUK 2 Doelstellingen van het wijzigingsplan

 

2.1 Huidige situatie

Op deze locatie is thans altijd al een vollegronds bedrijf aanwezig geweest met verschillende bedrijfsgebouwen waaronder een bedrijfswoning. De locatie heeft in het bestemmingsplan een agrarische bestemming met een aanduiding bouwvlak ten behoeve van de bedrijfsbebouwing.

 

2.2 Toekomstige situatie

Op de onderhavige locatie zal een bloemenkweekbedrijf gevestigd gaan worden waartoe een loods t opgericht moet worden. Deze past echter niet binnen het aan het bedrijf toegekende bouwvlak zodat hiervooir dus het bouwvlak vergroot dient te worden. Om dit ook juridisch mogelijk te maken zal via dit wijzigingsplan het bouwvlak worden vergroot.

 

2.3 Regelgeving

 

2.3.1 Inleiding

Van kracht is het bestemmingsplan 'Buitengebied Zuid 2103'

 

De gronden en opstallen aan het Bouwluststraatje 15 te Breda zijn in het bestemmingsplan Buitengebied Zuid 2013 bestemd tot 'Agrarisch met waarden - landschapswaarden' met de aanduiding 'bouwvlak' voor de bedrijfsbebouwing. Op grond van het bepaalde in artikel 4, lid 4.6 onder a van dit bestemmingsplan zijn burgemeester en wethouders onder voorwaarden onder andere bevoegd het plan te wijzigen ten behoeve van het vergroten van het bouwvlak, mits o.a. wordt voldaan aan de Landschapsinvesteringsregeling Breda .

De overige genoemde voorwaarden voor vergroting van het bouwvlak luiden voor zover van toepassing als volgt:

  1. de oppervlakte van een bouwvlak niet groter wordt dan 1,5 ha met uitzondering van;

  1. het vergroten van bouwvlakken ten behoeve van het oprichten van permanente teeltondersteunende voorzieningen, niet zijnde kassen of tunnels, waar de oppervlakte van het bouwvlak maximaal 3 ha mag gaan bedragen;

  1. uitbreiding van het bouwvlak noodzakelijk is om de continuïteit van het bedrijf voor langere tijd te waarborgen en/of een ingediend bouwplan daartoe aanleiding geeft;

  2. indien de vergroting of vormverandering van het bouwvlak is bedoeld voor de bouw van bouwwerken voor de uitbreiding van het aantal dieren ter plaatse of de uitbreiding van kassen dient aangetoond te worden dat stikstofneutraal gebouwd en gebruikt wordt;

  3. uitbreiding van het bouwvlak verantwoord is vanuit natuurlijke, landschappelijke, cultuurhistorische, water- en bodemhuishoudkundige of milieuhygiënische oogpunt.

 

Met het opnemen van de binnenplanse afwijkingsmogelijkheden en de wijzigingsbevoegdheden in het bestemmingsplan ‘Buitengebied Zuid 2013’ mag de aanvaardbaarheid van de daarmee mogelijk gemaakte ontwikkelingen in beginsel als een gegeven worden beschouwd, indien is voldaan aan de bij het bestemmingsplan gestelde wijzigingsvoorwaarden.

 

2.3.2 Onderzoek

Het verzoek is getoetst aan de op dit verzoek van toepassing zijnde voorwaarden uit het geldende bestemmingsplan Buitengebied Zuid 2013 en hierbij is het volgende geconcludeerd.

 

In het kader van de Landschapsinvesteringsregeling Breda valt deze ruimtelijke ontwikkeling in categorie 2 en dient een landschappelijke inpassing te worden gerealiseerd. Hierover zijn nadere afspraken gemaakt en is een verplichte landschapsinvestering afgesproken op basis van de Landschapsinvesteringsregeling Breda. Teneinde de aanleg te garanderen is dit vastgelegd in een overeenkomst met de initiatiefnemer. Teneinde het behoud te garanderen is de locatie, waar deze landschappelijke inpassing moet worden gerealiseerd en overeenkomstig het bepaalde in artikel 4 , lid 4.6 onder f, bestemd tot 'Natuur'.

 

Er is een bouwvlakvergroting aangevraagd waardoor de maximaal toegestane opppervlakte van 1,5 ha niet wordt overschreden.

 

Teneinde de noodzakelijkheid van de vergroting te kunnen beoordelen is het verzoek voor advies voorgelegd aan de Adviescommissie Agrarische Bouwaanvragen en deze commissie heeft bij schrijven van 7 april 2016 (nummer BA 9164) geadviseerd. Zij komen tot het oordeel dat de vergroting van het bouwvlak noodzakelijk is vanuit de optiek van doelmatige agrarische bedrijfsvoering en om de continuïteit van het bedrijf op langere termijn te waarborgen. Het volledige advies is als bijlage aan deze toelichting toegevoegd.

 

Het bouwplan betreft het oprichten van een loods ten behoeve van het bedrijf. De bedrijfsvoering is gericht op de buitenteelt van snijbloemen. Er worden dus geen dieren gehouden. Mogelijk dat initiatiefnemer een kas wil oprichten van 0,5 ha. Voor de worst-case scenario is deze tuinbouwkas meegenomen bij de uitgevoerde stikstofberekeningen. Uit de stikstofdepositieberekeningen volgt dat er geen natuurgebieden zijn waarvoor de drempelwaarde van 0,05 mol/ha/jaar wordt overschreden. De berekening is als bijlage bij de toelichting gevoegd.

 

In het kader van de mogelijke aantasting van de diverse in het bestemingsplan genoemde waarden het volgende.

De locatie Bouwluststraatje 15 maakt onderdeel uit van het gebied de Rith en behoort tot het halfopen landschap met voornamelijk oude cultuurgronden. In het zuiden grenst het gebied aan het geloten bosachtig gebied van de Vloeiweide. Ook de Bijloop maakt onderdeel uit van dit gebied. De beekdalen, waaronder die van de Bijloop, onderscheiden zich in het landschap door hun openheid hetgeen behouden moet blijven.

Onder oude cultuurgronden worden verstaan de dekzandruggen en -welvingen die eeuwen geleden in cultuur zijn gebracht. Het is een halfopen en zeer gevarieerd landschap dat wordt gekenmerkt door een afwisseling van boerenerven, houtwallen, bosschages, lanen, akkers en maïsvelden.

 

Hier is sprake van een vergroting van het bebouwd oppervlak. De nieuw te bouwen loods zal direct aansluitend aan de te behouden bestaande bebouwing worden gerealiseerd en dan ook nog grotendeels op de plaats waar te slopen bebouwing staat. De eventuele resterende benodigde ruimte betreft landbouwgrond dat altijd intensief gebruikt is geweest. Deze vergroting van het bouwvlak tast de waarden van het gebied, halfopen landschap , niet aan. De Bijloop is op grotere afstand van de locatie gelegen en het beekdal zal dan ook hierdoor niet worden aangetast.

Via de Landschapsinvesteringsregeling Breda zal er verder een bijdrage moeten worden geleverd aan de inpassing van het bedrijf in de omgeving. Hiermee wordt tevens een positieve bijdrage geleverd aan de landschappelijke kwaliteiten van de omgeving via het creeren van een nikeuw landschapselement dat past binnen het halfopen landschap.

 

 

 [image]

 [image]

 

 

 

 

Verder geldt voor het gebied een verwachtingswaarde archeologie. In de regels is een vergunningseis opgenomen dat bij het oprichten van bouwwerken groter dan 100 m2 een onderzoek dient te worden verricht naar de eventuele archeologische waarden in het te bebouwen gebied.

 

2.3.3 Ruimtelijke aspecten

Met het opnemen van de binnenplanse afwijkingsmogelijkheden en de wijzigingsbevoegdheden in het bestemmingsplan ‘Buitengebied Zuid 2013’ mag de aanvaardbaarheid van de daarmee mogelijk gemaakte ontwikkelingen in beginsel als een gegeven worden beschouwd, indien is voldaan aan de bij het bestemmingsplan gestelde wijzigingsvoorwaarden.

 

Daarnaast beoordeelt het college in de besluitvorming omtrent de vaststelling van een wijzigingsplan of uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening, gelet op de betrokken belangen, wijziging van de planologie gerechtvaardigd is. Hierbij heeft zij in aanmerking genomen dat het ter plaatse van het Bouwluststraatje 15 sinds lange tijd (planologisch) mogelijk is hier een agrarisch bedrijf te exploiteren. Van Aert Flowers BV is van oudsher in het gebied gevestigd. Sinds 2014 heeft zij het eigendom verworden van de gronden aan het Bouwluststraatje 15 en benut ze deze gronden al deels voor de agrarische bedrijfsvoering (bloementeelt). Een bedrijf als Van Aert Flowers BV is grotendeels afhankelijk van de gronden die om het bedrijf heen liggen voor de teelt van de producten. Een dergelijk bedrijf kan dan ook onmogelijk op een industrieterrein worden gevestigd. Met het kunnen benutten van de locatie aan het Bouwluststraatje 15 kan het bedrijf worden verplaatst van de Achterste Rithweg 30 naar de planlocatie. Ter plaatse van de Achterste Rithweg 30 is het bedrijf gelegen tussen twee reguliere woningen. De locatie aan het Bouwluststraatje 15 bevindt zich niet op een dergelijke korte afstand van reguliere woningen. De bestemming van de gronden ter plaatse van het Bouwluststraatje 15 is ‘Agrarisch met waarden – Landschapswaarden’. Met deze bestemming is het behoud, herstel en/of ontwikkeling van de landschappelijke, natuurlijke, cultuurhistorische en abiotische waarden planologisch geborgd. Aan deze bestemming is namelijk een vergunningenstelsel verbonden waarmee bescherming wordt geboden aan bestaande natuur- en landschapswaarden. Bij nieuwe ontwikkelingen moet een bijdrage geleverd worden aan de ecologische en landschappelijke waarden en kenmerken krachtens de Landschapsinvesteringsregeling Breda. Het wijzigingsplan laat deze bestemming onveranderd.

 

 

2.3.4 Conclusie

Uit het voorgaande mag worden geconcludeerd dat het verzoek voldoet aan de voorwaarden uit het

bestemmingsplan Buitengebied Zuid 2103 tot vergroting van het bouwvlak aan het Bouwluststraatje 15 te Breda. Daarnaast blijkt uit andere omstandigheden niet idat er met het vaststellen van het wijzigingsplan strijd met een goede ruimtelijke ordening plaatsvindt.

 

 

2.3.5 Overige

Bij de vaststelling van het bestemmingsplan 'Buitengebied Zuid 2013' is de motie ‘Trots op Buitengebied Zuid’ aangenomen. Doel van de motie is om samen met alle partijen die belangen hebben in het buitengebied te bezien of en zo ja, in hoeverre er tot kwaliteitsverbetering van het buitengebied kan worden gekomen.

 

In het bestemmingsplan 'Buitengebied Zuid 2013' heeft de raad de bestemmingen en regels vastgesteld voor het buitengebied zuid die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. Met het toedelen van de bestemmingen en het stellen van de regels is rekening gehouden met de verschillende belangen in het plangebied. Het bestemmingsplan biedt ontwikkelings- mogelijkheden aan ondernemers maar stelt ook regels ter bescherming en het behoud van de aanwezige natuur- en landschapswaarden.

 

 

 

HOOFDSTUK 3 Planbeschrijving

Voorliggend wijzigingsplan bestaat uit een verbeelding, toelichting en planregels.

De verbeelding volstaat met het aangeven van het gewijzigde bouwvlak. De vereiste landschapsinvestering heeft de bestemming 'Natuur'gekregen. De planregels betreffen de vrijwel ongewijzigde regels welke behoren bij de in het plangebied opgenomen bestemmingen en de op alle bestemmingen betrekking hebbende artikelen uit het bestemmingsplan Buitengebied Zuid 2013.

HOOFDSTUK 4 Procedure

 

Het onderhavige plan is een plan als bedoeld in artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening. Ten aanzien van de procedure is het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht van kracht. Een en ander betekent dat het ontwerpplan gedurende 6 weken ter inzage zal worden gelegd tijdens welke termijn door belanghebbenden zienswijzen tegen dit wijzigingsplan kunnen worden ingediend waarna het plan kan worden vastgesteld door het college. Tegen het besluit van het college staat rechtstreeks beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.