| Plan: | TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b, Stationsstraat 29 - Industrieweg 3-5, Baarle-Nassau |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.0744.TAMIndustriew3en5-VG01 |
Pre-ambule
Dit TAM-omgevingsplan is gericht op het mogelijk maken van een supermarkt op de locatie Industrieweg 3-5/Oordeelsestraat 7a en het uitsluiten van een supermarkt op de locatie Stationsstraat 29. Juridisch is het plan een nieuw hoofdstuk (hoofdstuk 22b) in het omgevingsplan van de gemeente Baarle-Nassau. Technisch is het nog vormgegeven en gepubliceerd als een bestemmingsplan. Dus is het niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen. Daarom moeten de hoofdstukken van dit plan worden gelezen als paragrafen van hoofdstuk 22b van het omgevingsplan van de gemeente Baarle- Nassau. Dus:
In dit TAM-omgevingsplan gelden de volgende meet- en rekenbepalingen:
Dit artikel is van toepassing op gebruiksactiviteiten en bouwactiviteiten binnen 'Centrum'.
Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend het gebruik voor:
De omgevingsvergunning voor het bouwen van een hoofdgebouw wordt verleend als:
De omgevingsvergunning voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken wordt verleend als:
De omgevingsvergunning voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken wordt verleend als:
Het is verboden een bouwactiviteit te verrichten en het bouwwerk in stand te houden en te gebruiken, anders dan de bouwactiviteiten als bedoeld in 4.4 ten behoeve van de centrumfunctie als bedoeld in dit artikel.
Dit artikel is van toepassing op gebruiksactiviteiten en bouwactiviteiten binnen 'Detailhandel'.
5.2.2.1 Verplaatsing supermarkt
Het (doen/laten) gebruik(en) van de gronden en opstallen voor detailhandel in de vorm van een supermarkt zoals bedoeld in subparagraaf 5.2.1 is uitsluitend toegestaan, nadat de exploitatie van de supermarkt ter plaatse van de locatie 'supermarkt uitgesloten' definitief is beëindigd.
5.2.2.2 Waterberging
Het (doen/laten) gebruik(en) van de gronden en opstallen is uitsluitend toegestaan indien vóór ingebruikname van de onder 5.2.1 bedoelde gebruiksactiviteiten, een waterberging met een capaciteit van minimaal 78 mm per m² voor de toename van het bebouwd en/of verhard oppervlak en 7 mm per m² voor de vervanging van het bebouwd en/of verhard oppervlak, is gerealiseerd en kwalitatief en kwantitatief in stand wordt gehouden. De toename en vervanging van het aantal m² bebouwd en/of verhard oppervlak geldt ten opzichte van de situatie voor vaststelling van dit plan.
5.2.2.3 Geluidwerende maatregelen
5.2.2.4 Groene inrichting
Het (doen/laten) gebruik(en) van de gronden en opstallen is uitsluitend toegestaan indien binnen 1 jaar na de ingebruikname van de onder 5.2.1 bedoelde gebruiksactiviteiten, de groene inpassing van het hoofdgebouw en de parkeervoorzieningen conform de als Bijlage 3 toegevoegde situatietekening met beplanting is gerealiseerd en duurzaam in stand wordt gehouden.
Gebruik dat afwijkt van de gebruiksactiviteiten in 5.2 is verboden. In ieder geval omvat het verbod, in afwijking van het bepaalde in artikel 22.63:
| 07.00 - 19.00 u | 19.00 - 23.00 u | 23.00 - 07.00 u | |
| Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau Lar,LT, als gevolg van activiteiten | 50 dB(A) | 45 dB(A) | 40 dB(A) |
| Maximaal geluidniveau Lamax veroorzaakt door aandrijfgeluid van transportmiddelen | - | 70 dB(A) | 70 dB(A) |
| Maximaal geluidniveau LAmax veroorzaakt door andere piekgeluiden | - | 65 dB(A) | 65 dB(A) |
De omgevingsvergunning voor het bouwen van een hoofdgebouw wordt verleend als:
De omgevingsvergunning voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken wordt verleend als:
Het is toegestaan om werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren indien:
Het is verboden om op de voor 'Waarde - Archeologie 1' aangewezen gronden de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegde gezag:
De omgevingsvergunning als bedoeld in lid 6.3.1 wordt slechts verleend indien:
Aan de vergunning voor de in 6.3.1 genoemde werken en werkzaamheden, waarbij sprake is van directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden die kunnen leiden tot een verstoring van archeologische waarden, kunnen de volgende voorschriften worden verbonden:
Bij de beoordeling van een archeologisch rapport en de verlening van een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 6.3.1, laat het bevoegd gezag zich adviseren door een archeologisch deskundige.
Het is toegestaan om zonder archeologisch onderzoek een omgevingsvergunning voor bouwactiviteiten te verlenen, mits het een bouwplan betreft:
De omgevingsvergunning voor bouwactiviteiten waarbij niet wordt voldaan aan de algemene beoordelingsregels, zoals opgenomen in 6.4.1, wordt alleen verleend als:
Indien uit het onder 6.4.2 genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning zullen of kunnen worden verstoord, kunnen de volgende voorschriften worden verbonden aan de vergunning:
Bij het verlenen van de omgevingsvergunning als bedoeld in 6.4.2, vragen burgemeester en wethouders aan de archeologisch deskundige om advies omtrent het criterium als bedoeld in 6.4.3 onder b. Bij een negatief advies verzoeken burgemeester en wethouders de archeologisch deskundige de verder te nemen stappen aan te geven.
Het is toegestaan om werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren indien:
Het is verboden om op de voor 'Waarde - Archeologie 3' aangewezen gronden de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegde gezag:
De omgevingsvergunning als bedoeld in lid 7.3.1 wordt slechts verleend indien:
Aan de vergunning voor de in 7.3.1 genoemde werken en werkzaamheden, waarbij sprake is van directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden die kunnen leiden tot een verstoring van archeologische waarden, kunnen de volgende voorschriften worden verbonden:
Bij de beoordeling van een archeologisch rapport en de verlening van een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 7.3.1, laat het bevoegd gezag zich adviseren door een archeologisch deskundige.
Het is toegestaan om zonder archeologisch onderzoek een omgevingsvergunning voor bouwactiviteiten te verlenen, mits het een bouwplan betreft:
De omgevingsvergunning voor bouwactiviteiten waarbij niet wordt voldaan aan de algemene beoordelingsregels, zoals opgenomen in 7.4.1, wordt alleen verleend als:
Indien uit het onder 7.4.2 genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning zullen of kunnen worden verstoord, kunnen de volgende voorschriften worden verbonden aan de vergunning:
Bij het verlenen van de omgevingsvergunning als bedoeld in 7.4.2, vragen burgemeester en wethouders aan de archeologisch deskundige om advies omtrent het criterium als bedoeld in 7.4.3 onder b. Bij een negatief advies verzoeken burgemeester en wethouders de archeologisch deskundige de verder te nemen stappen aan te geven.
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Voordat op een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit wordt beslist, wint het bevoegd gezag advies in bij de gemeentelijke adviescommissie ruimtelijke kwaliteit over de welstandsaspecten.
Ten aanzien van het parkeren geldt de volgende regeling:
Ten aanzien van de aanwezigheid van voldoende laad- en losruimte, geldt de volgende regeling:
De regels in dit TAM-omgevingsplan gaan – voor zover deze in strijd zijn met regels in het tijdelijke deel van het omgevingsplan zoals bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet - voor op het tijdelijke deel van het omgevingsplan.
Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit of een melding op grond van dit plan worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: