3.3.2 Beheer van de bestaande situatie
Beheer
Het beheer van de bestaande situatie is één van de uitgangspunten van deze beheersverordening. Dit leidt ertoe, dat de gemeente over een toetsingskader beschikt op basis waarvan omgevingsvergunningen kunnen worden verleend en handhaving kan plaatsvinden. Het bestaande karakter en de bestaande bouw- en gebruiksmogelijkheden van dit havengebied worden zo behouden.
Het belangrijkste artikel per functie regelt dit uitgangspunt door te bepalen, dat zowel qua gebruik als qua bouwen de bestaande situatie ook de toegestane situatie is. De bestaande situatie bestaat uit gebruik en bouwen:
- bestaand gebruik: het gebruik van gronden en bouwwerken, zoals aanwezig op het moment, dat de verordening wordt vastgesteld; dit omvat dus het gebruik in ruime zin (zie paragraaf 2.2.1);
- bouwen (bestaande bouwwerken): bouwwerken, die overeenkomstig de Wabo zijn gebouwd (ofwel vergunningsvrij ofwel op basis van een vergunning) of nog legaal kunnen worden gebouwd (op grond van een nog niet benutte vergunning).
Te raadplegen bronnen
Bij de aanvraag om omgevingsvergunning en in handhavingszaken kan de bestaande situatie door middel van de volgende bronnen worden geraadpleegd.
-
Lijst met functies (bijlage 1)
In bijlage 1 is een lijst opgenomen, waarin per adres is weergegeven welke functie(s) op dat adres worden uitgeoefend. Dit betreffen gegevens uit de gemeentelijke Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) en de WOZ (Wet onroerende zaken). Aan de hand van deze lijst kan exact worden teruggevonden wat de bestaande situatie (functie) is.
-
Luchtfoto d.d. 2011 (bijlage
2
)
Aan de hand van luchtfoto zijn verschillende waarnemingen mogelijk. Dit betreft onder meer de locatie van de bebouwing, het water (de haven), de spoorweg en de waterkering.
-
Archief omgevings- en bouwvergunningen
Door middel van het gemeentelijk en provinciaal archief met verleend bouw- en omgevingsvergunningen is per geval de bestaande c.q. vergunde situatie inzichtelijk. Ter plaatse zijn vooral de functies zeehaven en industrieterrein gesitueerd. Er is beperkt sprake van andere functies (agrarisch, groen, verkeer, water, waterkering en leidingen). Deze functies worden als feitelijk bestaand gebruik aangemerkt en als zodanig op de verbeelding, in de toelichting en in de gebiedsregels
3.3.4 Onderdelen en opzet van de beheersverordening
Opzet
De beheersverordening bestaat uit de volgende onderdelen:
- de regels (vier hoofdstukken).
Het verordeningsgebied is op de verbeelding aangegeven. De regels bestaan uit vier hoofdstukken.
- Hoofdstuk 1 van de regels bevat inleidende bepalingen als begripsbepalingen (artikel 1) en regels voor de wijze van meten (artikel 2). Deze bepalingen zijn noodzakelijk voor een juiste interpretatie van de regels.
- In hoofdstuk 2 zijn de gebiedsregels ofwel de gebruiks- en bouwregels opgenomen. In deze bepalingen is het toelaatbare gebruik van gronden en bouwwerken aangegeven en zijn diverse bepalingen inzake het bouwen opgenomen. Deze bouwregels zijn niet van toepassing op de categorie zogeheten 'vergunningsvrije bouwwerken'. Van een aantal bouwregels kan worden afgeweken. Deze afwijkingsbepalingen zijn eveneens opgenomen in de gebiedsregels.
- Hoofdstuk 3 omvat een algemene bepaling die voor het gehele gebied van toepassing is: de anti-dubbeltelregel. Tevens is een afwijkingsbevoegdheid opgenomen tot 10% van de maatvoeringsbepalingen in hoofdstuk 2 van de regels.
- De overgangs- en slotbepalingen zijn ondergebracht in hoofdstuk 4.
Gebiedsregels voor functies (hoofdstuk 2)
In aanvulling op de bepaling inzake bestaand gebruik zijn voor de afzonderlijke gebruiksvormen bepalingen opgenomen waarmee de planologische ruimte uit de geldende bestemmingsregelingen, zo veel mogelijk is gecontinueerd. In deze beheersverordening wordt uitgegaan van bestaand gebruik in 'ruime zin'. Dit betekent dat beperkte flexibiliteit op basis van geldend planologisch regime binnen enkele functies denkbaar is. Hiervoor hoeft (vaak) geen specifieke afwijkingsprocedure te worden gevolgd.
- Binnen 'Bedrijventerrein – Zeehaven en industrie' zijn besluitsubvlakken opgenomen voor:
-
1. Besluitsubvlakken 'ZI', 'ZII', 'ZIIIa' en 'ZIIIb' Hiermee is de milieuzonering vertaald.
-
2. Besluitsubvlak 'windturbine'. De gerealiseerde windturbines zijn op de verbeelding door middel van deze besluitsubvlakken aangeduid.
-
3. Besluitsubvlak 'zhk' waarmee overeenkomstig het geldend regime is uitgesloten dat havens en kaden met laad en losfaciliteiten kunnen worden gerealiseerd.
- Groen. Met dit besluitvlak zijn de groengordels rondom het zeehaven en industrieterrein bevestigd.
- Leiding. Met een algemeen besluitvlak 'Leiding' zijn de bestaande planologisch relevante bovengrondse en ondergrondse leidingen bevestigd. In de bijlage bij de regels is een kaart opgenomen.
- Verkeer. De belangrijke wegen zijn met dit besluitvlak bevestigd.
- Verkeer - Railverkeer. De Sloelijn is met dit besluitvlak, voorzover niet gesitueerd binnen het besluitvlak 'Bedrijventerrein - Zeehaven en industrie' geregeld. Binnen Waterkering is voor het deel van de sloelijn op de waterkering een besluitsubvlak opgenomen.
- Water – Deltawater. In aansluiting op het bestemmingsplan Buitengebied, is in deze verordening voor het buitendijksgelegen water (Westerschelde) een besluitvlak Water – Deltawater opgenomen.
- Water – Haven. Het bedrijfsmatige gebruik van het water binnen Vlissingen - Oost is hiermee bevestigd. Binnen het besluitvlak zijn overeenkomstig aan de geldende milieuzonering besluitsubvlakken opgenomen (ZI-zh) (ZII-zh)( ZIIIa-zh) en (ZIIIb-zh).
- Waterkering. Met het besluitvlak Waterkering zijn de primaire keringen bevestigd. Met het besluitvlak Waarde - beschermde dijken is de landschappelijke, natuurlijke en/of cultuurhistorische kwaliteit van de dijk geregeld.
- De vrijstellingsbepalingen uit de vigerende bestemmingsplannen zijn omgezet naar afwijkingsregels. Het betreft hier afwijkingen die zonder uitvoerig onderzoek kunnen worden toegepast. Toepassing van een afwijkingsbevoegdheid vindt plaats na beoordeling van het opgenomen afwegings- en toetsingskader. Hiermee worden de bestaande planologische mogelijkheden gecontinueerd.
- Wijzigingsbevoegdheden en uit te werken bestemmingen mogen in beheersverordeningen niet worden opgenomen en zijn dan ook niet opgenomen.
-
1. De opgenomen wijzigingsbevoegdheden zijn, voor wat betreft de windturbines veranderd in afwijkingsbevoegdheden.
-
2. De uit te werken bestemmingen zijn binnen de voorbije planperiode niet uitgewerkt. In een beheersverordening kunnen geen nieuwe ontwikkelingen worden toegestaan. Het bestaande agrarische grondgebruik wordt daarom gecontinueerd. Uiteraard is, zoals in paragraaf 2.3 is aangegeven, een op maat gesneden plan mogelijk, waarmee op termijn functieverandering mogelijk gemaakt zou kunnen worden. De aanwezige gebruiksvormen zijn passend binnen de regeling. De aanwezige bedrijven zijn in tabel 1 vermeld.
Algemene regels (hoofdstuk 3)
- Binnen de Algemene Regels zijn specifieke bepalingen opgenomen.
-
1. De anti-dubbeltelregel.
-
2. De Algemene bouwregels bevat een andere eis voor positionering van gebouwen en bouwwerken.
-
3. Algemene gebruiksregels.
-
4. Algemene Afwijkingsregels.
-
5. Algemene aanduidingsregels. Hierin zijn opgenomen besluitvlakken voor:
-
a. de Geluidzone Industrie, waarmee de geluidzone voor het gezoneerde terrein is bevestigd;
-
b. de vrijwaringszones van de dijken.
-
c. de veiligheidszone – munitiedepot. Hiermee is de veiligheidszone 600 m en 1200 m van het munitiedepot buiten het verordeningsgebied gewaarborgd.
Overgangs- en slotregels (hoofdstuk 4)
De overgangsregels regelen situaties die niet passen binnen de regeling uit hoofdstuk 2, maar wel kunnen blijven bestaan. De slotregel bevat de naam van de beheersverordening: Beheersverordening Vlissingen-Oost.