direct naar inhoud van Regels
Plan: Dishoek - Kaapduinseweg en John O. Forfarstraat
Status: vastgesteld
Plantype: beheersverordening
IMRO-idn: NL.IMRO.0717.0092BVDishKdk-VG01

Regels

Hoofdstuk 1 Inleidende regels

Artikel 1 Begrippen

1.1 verordening

de beheersverordening Dishoek - Kaapduinseweg en John O. Forfarstraat overeenkomstig de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0717.0092BVDishKdk-VG01 met bijbehorende bestanden.

1.2 beheersverordening

de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen.

1.3 aan- en uitbouw

een aan een hoofdgebouw gebouwd gebouw dat in bouwkundig opzicht te onderscheiden is van het hoofdgebouw.

1.4 antennedrager

een antennemast of andere constructie bedoeld voor de bevestiging van een antenne.

1.5 antenne-installatie

een installatie bestaande uit een antenne, een antennedrager, de bedrading en de al dan niet in een techniekkast opgenomen apparatuur, met de daarbij behorende bevestigingsconstructie.

1.6 bebouwing

één of meer gebouwen en / of bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

1.7 bedrijfsmatige exploitatie

het via een bedrijf, stichting of andere rechtspersoon voeren van de exploitatie en het beheer van een complex voor verblijfsrecreatie, gericht op het als onderneming aan meerdere, steeds wisselende, personen per jaar aanbieden van recreatief verblijf.

1.8 bedrijfswoning

een woning in of bij een gebouw of op een terrein, welke slechts is bestemd voor bewoning door (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar noodzakelijk is, gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein.

1.9 besluit(sub)vlak

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waarvoor ingevolge deze verordening regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.

1.10 bestaand gebruik

het gebruik van de gronden en bouwwerken zoals aanwezig op het moment van de inwerkingtreding van de verordening of van bouwwerken die nog kunnen worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen; daaronder valt niet het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan;

1.11 bestaande bouwwerken

bouwwerken die op het tijdstip van de inwerkingtreding van de verordening:

  • a. aanwezig zijn én bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht zijn gebouwd;
  • b. nog kunnen worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen.
1.12 bestaande afmetingen

afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen, die op het tijdstip van inwerkingtreding van de verordening tot stand zijn gekomen of tot stand zullen komen met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;

1.13 bevoegd gezag

bevoegd gezag zoals bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

1.14 bouwen

het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats.

1.15 bouwgrens

de grens van een bouwvlak.

1.16 bouwperceel

een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.

1.17 bouwperceelgrens

een grens van een bouwperceel.

1.18 bouwvlak

een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten.

1.19 bouwwerk

elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond.

1.20 bouwwerk, geen gebouw zijnde

een bouwwerk als bedoeld in lid 1.19, niet zijnde een gebouw.

1.21 bijgebouw

een vrijstaand gebouw dat in functioneel en bouwkundig opzicht ondergeschikt is aan een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw.

1.22 dakkapel

een constructie ter vergroting van een gebouw, die zich tussen de dakgoot en de nok van een dakvlak bevindt, waarbij deze constructie onder de noklijn is gelegen en de onderzijde van de constructie in het dakvlak is geplaatst.

1.23 detailhandel

het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder de uitstalling ten verkoop), verkopen en / of leveren van goederen, met inbegrip van afhaal, aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit

1.24 gebouw

elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.

1.25 hoofdgebouw

een gebouw, dat op een bouwperceel door zijn aard, functie, constructie of afmetingen dan wel gelet op het toelaatbaar gebruik als belangrijkste bouwwerk valt aan te merken.

1.26 horecabedrijf

een bedrijf, gericht op één of meer van de navolgende activiteiten:

  • a. het verstrekken van dranken en / of etenswaren, teneinde deze ter plaatse te nuttigen, al dan niet in combinatie met:
  • b. het exploiteren van zaalaccommodatie;
  • c. het verstrekken van nachtverblijf.
1.27 hotelsuite

hotelaccommodatie bestaande uit twee of meer kamers, dat bedoeld is om gedurende een gedeelte van het jaar te worden gebruikt door een huishouden of daarmee gelijk te stellen groep van personen, dat het hoofdverblijf elders heeft.

1.28 NEN

door de Stichting Nederlands Normalisatie-instituut uitgegeven norm, zoals deze luidde op het moment van inwerkingtreding van de verordening.

1.29 nutsvoorzieningen

voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, waterhuishoudkundige voorzieningen, telefooncellen, abri's en apparatuur voor telecommunicatie.

1.30 overkapping

een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van een gesloten dak.

1.31 peil
  • a. de kruin van de weg indien de afstand tussen het bouwwerk en de kant van de weg minder dan 5 m bedraagt;
  • b. bij ligging in het water: het gemiddelde zomerpeil van het aangrenzende water;
  • c. in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan bestaande aansluitende afgewerkte maaiveld, met dien verstande dat
    • 1. ter plaatse van het besluitvlak 'peilzone - 1' geldt als peil: 2,4 m + Normaal Amsterdams Peil;
    • 2. ter plaatse van het besluitvlak 'peilzone - 2' geldt als peil: 1,5 + Normaal Amsterdams Peil
    • 3. ter plaatse van het besluitvlak 'peilzone - 3' geldt als peil: de kruin van de Kaapduinseweg als peil.
1.32 recreatieappartement

een ruimte voor recreatief nachtverblijf in een gebouw dat bedoeld is om gedurende een gedeelte van het jaar te worden gebruikt door een huishouden of daarmee gelijk te stellen groep van personen, dat het hoofdverblijf elders heeft,.

1.33 recreatiewoning

Een permanent ter plaatse aanwezig gebouw, geen woonkeet en geen caravan of andere constructie op wielen zijnde, dat bedoeld is om uitsluitend door een huishouden of daarmee gelijk te stellen groep van personen, dat het hoofdverblijf elders heeft, gedurende een gedeelte van het jaar te worden gebruikt.

1.34 speelautomatenhal

amusementsvoorziening met mechanische en elektronische amusementsapparaten.

1.35 Staat van Horeca-activiteiten

de Staat van Horeca-activiteiten die deel uitmaakt van deze regels.

1.36 terrasoverkapping

de overkapping van een terras van een horecagelegenheid.

1.37 volumineuze goederen
  • a. brand- of explosiegevaarlijke goederen;
  • b. auto's, motoren, keukens, badkamers, boten, caravans en landbouwwerktuigen;
  • c. tuinbenodigdheden;
  • d. grove bouwmaterialen;
  • e. meubels en woninginrichtingsartikelen;

en in combinatie daarmee rechtstreeks samenhangende artikelen zoals accessoires, onderdelen, onderhoudsmiddelen en / of materialen.

1.38 voorgevel

het meest naar de wegzijde gekeerde deel van een gebouw. Indien meerdere delen van het gebouw naar de weg zijn gekeerd (hoekkavel), bepaalt het bevoegd gezag welke zijde als voorgevel moet worden beschouwd.

Artikel 2 Wijze van meten

Bij de toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:

2.1 afstand

de afstand tussen bouwwerken onderling alsmede de afstand van bouwwerken tot perceelsgrenzen worden daar gemeten waar deze afstanden het kleinst zijn.

2.2 bouwhoogte van een antenne-installatie
  • a. ingeval van een vrijstaande (schotel)antenne-installatie: tussen het peil en het hoogste punt van de (schotel)antenne-installatie;
  • b. ingeval van een op of aan een bouwwerk gebouwde (schotel)antenne-installatie: tussen de voet van de (schotel)antenne-installatie en het hoogste punt van de (schotel)antenne-installatie.
2.3 bouwhoogte van een bouwwerk

vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.

2.4 breedte, lengte en diepte van een bouwwerk

tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels en het hart van de scheidsmuren.

2.5 dakhelling

langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak.

2.6 goothoogte van een bouwwerk

vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.

2.7 inhoud van een bouwwerk

tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en / of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.

2.8 oppervlakte van een bouwwerk

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en / of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.

2.9 vloeroppervlakte

de gebruiksvloeroppervlakte volgens NEN 2580.

Hoofdstuk 2 Gebiedsregels

Artikel 3 Gemengd

3.1 Bestaand gebruik en bestaande bouwwerken
3.2 Aanvulling ten aanzien van het GEBRUIK
3.2.1 Toegestaan op besluitvlak 'Gemengd'

In aanvulling op het bepaalde in lid 3.1 is het toegestaan gronden en gebouwen te gebruiken voor:

en de daarbij behorende voorzieningen zoals:

  • e. parkeervoorzieningen;
  • f. groen, water, erven, tuinen;
  • g. sport-, speelvoorzieningen en nutsvoorzieningen.

met dien verstande dat:

3.2.2 Niet toegestaan op besluitvlak 'Gemengd'

In aanvulling op het bepaalde in lid 3.1 is het volgende gebruik van gronden en gebouwen niet toegestaan:

  • a. detailhandel in volumineuze goederen;
  • b. opslag van en detailhandel in consumentenvuurwerk;
  • c. verkoop van motorbrandstoffen;
  • d. achtererven van horecabedrijven als terras en / of speeltuin.

3.3 Aanvulling ten aanzien van het BOUWEN

In aanvulling op het bepaalde in lid 3.1 is het toegestaan om nieuwe gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te bouwen met in achtneming van de volgende bepalingen:

3.3.1 Gebouwen en overkappingen
  • a. gebouwen worden gebouwd in het besluitsubvlak 'bouwvlak';
  • b. de totale oppervlakte van gebouwen en overkappingen bedraagt ten hoogste het met besluitsubvlak ''maximum goot-, bouwhoogte (m) en maximum bebouwingspercentage (%)' aangegeven bebouwingspercentage van het bouwvlak; indien geen bebouwingspercentage is aangegeven, geldt een bebouwingspercentage van 100% van het bouwvlak;
  • c. Het aantal recreatieappartementen bedraagt gezamenlijk ten hoogste het met de besluitsubvlak 'maximum aantal eenheden' aangegeven aantal.
  • d. de goothoogte van gebouwen bedraagt ten hoogste de met het besluitsubvlak ''maximum goot-, bouwhoogte (m) en maximum bebouwingspercentage (%)' aangegeven goothoogte;
  • e. de bouwhoogte van gebouwen bedraagt ten hoogste de met het besluitsubvlak 'maximum goot-, bouwhoogte (m) en maximum bebouwingspercentage (%)' aangegeven bouwhoogte;
  • f. de maximaal toelaatbare goothoogte van gebouwen mag worden overschreden door dakkapellen, indien:
    • 1. de afstand tot de dakvoet, de nok en de zijkanten van het dakvlak ten minste 0,5 m bedraagt;
    • 2. de bouwhoogte van de dakkapel, gemeten vanaf de voet van de dakkapel, ten hoogste 1,5 m bedraagt;
    • 3. de breedte van dakkapellen aan de voor- of zijkant van het hoofdgebouw ten hoogste 50% van het dakvlak bedraagt;
    • 4. de breedte van dakkapellen aan de achterkant van het hoofdgebouw ten hoogste 70% van het dakvlak bedraagt.
  • g. indien gebouwen worden afgedekt door een constructie van één of meer hellende dakvlakken, bedraagt de dakhelling, tenzij met een besluitsubvlak 'maximum dakhelling' anders is aangegeven, ten hoogste 55°.

3.3.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde bedraagt ten hoogste:

  • a. erf- en terreinafscheidingen tussen de voorgevel van gebouwen en de openbare weg: 1 m;
  • b. erf- en terreinafscheidingen elders: 2 m;
  • c. licht- en vlaggenmasten: 16 m;
  • d. tuinmeubilair: 2 m;
  • e. speelvoorzieningen: 6 m;
  • f. een overig bouwwerk, geen gebouw zijnde: 5 m.

Artikel 4 Recreatiewoning 1

4.1 Bestaand gebruik en bestaande bouwwerken
4.2 Aanvulling ten aanzien van het GEBRUIK
4.2.1 Toegestaan op besluitvlak 'Recreatiewoning 1'

In aanvulling op het bepaalde in lid 4.1 onder a is het toegestaan gronden en gebouwen te gebruiken voor:

met de daarbij behorende voorzieningen zoals:

  • b. parkeervoorzieningen;
  • c. groen, water;
  • d. (achter)erven, tuinen;
  • e. nutsvoorzieningen.

4.2.2 Niet toegestaan op besluitvlak 'Recreatiewoning 1'

Het gebruik van een recreatiewoning voor recreatief nachtverblijf met meer dan 4 personen is niet toegestaan.

4.3 Aanvulling ten aanzien van het BOUWEN

In aanvulling op het bepaalde in lid 4.1 onder b is het toegestaan om nieuwe gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te bouwen met in achtneming van de volgende bepalingen:

4.3.1 Algemene regels voor het bouwen van een recreatiewoning
  • a. Hoofdgebouwen worden gebouwd in het besluitsubvlak 'bouwvlak'.
  • b. Een bouwvlak mag volledig worden bebouwd.
  • c. Per besluitsubvlak 'bouwvlak' is ten hoogste 1 recreatiewoning toegestaan.

4.3.2 Algemene regels voor het bouwen van erfbebouwing
  • a. Ter plaatse van het besluitsubvlak 'achtererf' mogen worden gebouwd:
    • 1. bijbehorende bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde;
    • 2. ten hoogste één overkapping die tegen de recreatiewoning wordt gebouwd;
    • 3. een vrijstaande berging met een oppervlakte van ten hoogste 6 m2 en met een bouwhoogte van ten hoogste 3 m;
  • b. Ter plaatse van de gronden zonder de besluitsubvlakken 'bouwvlak' en 'achtererf' mag niet worden gebouwd.
  • c. met dien verstande dat het gezamenlijk oppervlak van de erker en de overkapping buiten het besluitsubvlak 'bouwvlak' ten hoogste 12 m2 bedraagt.

4.3.3 Overige bouwregels
  • a. Indien gebouwen worden afgedekt door een constructie van één of meer hellende dakvlakken, bedraagt de dakhelling, tenzij met een besluitsubvlak 'maximum dakhelling' anders is aangegeven, ten hoogste 55°.
  • b. De goothoogte van hoofdgebouwen bedraagt ten hoogste de met het besluitsubvlak 'maximum goot- en bouwhoogte (m)' aangegeven goothoogte.
  • c. De bouwhoogte van hoofdgebouwen bedraagt ten hoogste de met het besluitsubvlak 'maximum goot- en bouwhoogte (m)' aangegeven bouwhoogte.
  • d. De maximaal toelaatbare goothoogte van hoofdgebouwen mag worden overschreden door dakkapellen, indien:
    • 1. de afstand tot de dakgoot, de nok en de zijkanten van het dakvlak ten minste 0,5 m bedraagt;
    • 2. de bouwhoogte van de dakkapel, gemeten vanaf de voet van de dakkapel, ten hoogste 1,5 m bedraagt;
    • 3. de breedte van dakkapellen aan de voor- of zijkant van het hoofdgebouw ten hoogste 50% van het dakvlak bedraagt;
    • 4. de breedte van dakkapellen aan de achterkant van het hoofdgebouw ten hoogste 70% van het dakvlak bedraagt.
  • e. De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde bedraagt ten hoogste:

Artikel 5 Recreatiewoning 2

5.1 Bestaand gebruik en bestaande bouwwerken
5.2 Aanvulling ten aanzien van het GEBRUIK
5.2.1 Toegestaan op besluitvlak 'Recreatiewoning 2'

In aanvulling op het bepaalde in lid 5.1 onder a is het toegestaan gronden en gebouwen te gebruiken voor:

met de daarbij behorende voorzieningen zoals:

  • b. parkeervoorzieningen;
  • c. groen, water;
  • d. (achter)erven, tuinen;
  • e. nutsvoorzieningen.

5.2.2 Niet toegestaan op besluitvlak 'Recreatiewoning 2'

Het gebruik van een recreatiewoning voor recreatief nachtverblijf met meer dan 6 personen is niet toegestaan.

5.3 Aanvulling ten aanzien van het BOUWEN

In aanvulling op het bepaalde in lid 5.1 onder b is het toegestaan om nieuwe gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te bouwen met in achtneming van de volgende bepalingen:

5.3.1 Algemene regels voor het bouwen van een recreatiewoning
  • a. Hoofdgebouwen worden gebouwd in het besluitsubvlak 'bouwvlak'.
  • b. Een bouwvlak mag volledig worden bebouwd.
  • c. Per besluitsubvlak 'bouwvlak' is ten hoogste 1 recreatiewoning toegestaan.

5.3.2 Algemene regels voor het bouwen van erfbebouwing
  • a. Ter plaatse van het besluitsubvlak 'achtererf' mogen worden gebouwd:
    • 1. bijbehorende bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde;
    • 2. ten hoogste één overkapping die tegen de recreatiewoning wordt gebouwd;
    • 3. een vrijstaande berging met een oppervlakte van ten hoogste 6 m2 en met een bouwhoogte van ten hoogste 3 m;
  • b. Ter plaatse van de gronden zonder de besluitsubvlakken 'bouwvlak' en 'achtererf' mag niet worden gebouwd.
  • c. met dien verstande dat het gezamenlijk oppervlak van de erker en de overkapping ten hoogste 13 m2 bedraagt.

5.3.3 Overige bouwregels
  • a. Indien gebouwen worden afgedekt door een constructie van één of meer hellende dakvlakken, bedraagt de dakhelling, tenzij met een besluitsubvlak 'maximum dakhelling' anders is aangegeven, ten hoogste 55°.
  • b. De goothoogte van hoofdgebouwen bedraagt ten hoogste de met het besluitsubvlak 'maximum goot- en bouwhoogte (m)' aangegeven goothoogte.
  • c. De bouwhoogte van hoofdgebouwen bedraagt ten hoogste de met het besluitsubvlak 'maximum goot- en bouwhoogte (m)' aangegeven bouwhoogte.
  • d. De maximaal toelaatbare goothoogte van hoofdgebouwen mag worden overschreden door dakkapellen, indien:
    • 1. de afstand tot de dakgoot, de nok en de zijkanten van het dakvlak ten minste 0,5 m bedraagt;
    • 2. de bouwhoogte van de dakkapel, gemeten vanaf de voet van de dakkapel, ten hoogste 1,5 m bedraagt;
    • 3. de breedte van dakkapellen aan de voor- of zijkant van het hoofdgebouw ten hoogste 50% van het dakvlak bedraagt;
    • 4. de breedte van dakkapellen aan de achterkant van het hoofdgebouw ten hoogste 70% van het dakvlak bedraagt.
  • e. De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde bedraagt ten hoogste:

Artikel 6 Recreatiewoning 3

6.1 Bestaand gebruik en bestaande bouwwerken
6.2 Aanvulling ten aanzien van het GEBRUIK
6.2.1 Toegestaan op besluitvlak 'Recreatiewoning 3'

In aanvulling op het bepaalde in lid 6.1 onder a is het toegestaan gronden en gebouwen te gebruiken voor:

met de daarbij behorende voorzieningen zoals:

6.2.2 Niet toegestaan op besluitvlak 'Recreatiewoning 3'

Het gebruik van een recreatiewoning voor recreatief nachtverblijf met meer dan 8 personen is niet toegestaan.

6.3 Aanvulling ten aanzien van het BOUWEN

In aanvulling op het bepaalde in lid 6.1 onder b is het toegestaan om nieuwe gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te bouwen met in achtneming van de volgende bepalingen:

6.3.1 Algemene regels voor het bouwen van een recreatiewoning
  • a. Hoofdgebouwen worden gebouwd in het besluitsubvlak 'bouwvlak'.
  • b. Een bouwvlak mag volledig worden bebouwd.
  • c. Per besluitsubvlak 'bouwvlak' is ten hoogste 1 recreatiewoning toegestaan.
  • d. De bouwgrens van het besluitsubvlak 'bouwvlak' mag worden overschreden door ten hoogste één erker met een oppervlakte van ten hoogste 3 m2 en een bouwhoogte van ten hoogste 2,5 m.

6.3.2 Algemene regels voor het bouwen van erfbebouwing
  • a. Ter plaatse van het besluitsubvlak 'achtererf' mogen worden gebouwd:
    • 1. bijbehorende bouwwerken, geen gebouwen en geen overkapping zijnde;
    • 2. ten hoogste één overkapping die tegen de recreatiewoning wordt gebouwd;
    • 3. een vrijstaande berging met een oppervlakte van ten hoogste 6 m2 en met een bouwhoogte van ten hoogste 3 m;
  • b. Ter plaatse van de gronden zonder de besluitsubvlakken 'bouwvlak' en 'achtererf' mag niet worden gebouwd:
  • c. met dien verstande dat het gezamenlijk oppervlak van de erker en de overkapping ten hoogste 16 m2 bedraagt.

6.3.3 Overige bouwregels
  • a. Indien gebouwen worden afgedekt door een constructie van één of meer hellende dakvlakken, bedraagt de dakhelling, tenzij met een besluitsubvlak 'maximum dakhelling' anders is aangegeven, ten hoogste 55°.
  • b. De goothoogte van hoofdgebouwen bedraagt ten hoogste de met het besluitsubvlak 'maximum goot- en bouwhoogte (m)' aangegeven goothoogte.
  • c. De bouwhoogte van hoofdgebouwen bedraagt ten hoogste de met het besluitsubvlak 'maximum goot- en bouwhoogte (m)' aangegeven bouwhoogte.
  • d. De maximaal toelaatbare goothoogte van hoofdgebouwen mag worden overschreden door dakkapellen, indien:
    • 1. de afstand tot de dakgoot, de nok en de zijkanten van het dakvlak ten minste 0,5 m bedraagt;
    • 2. de bouwhoogte van de dakkapel, gemeten vanaf de voet van de dakkapel, ten hoogste 1,5 m bedraagt;
    • 3. de breedte van dakkapellen aan de voor- of zijkant van het hoofdgebouw ten hoogste 50% van het dakvlak bedraagt;
    • 4. de breedte van dakkapellen aan de achterkant van het hoofdgebouw ten hoogste 70% van het dakvlak bedraagt.
  • e. De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde bedraagt ten hoogste:

Artikel 7 Recreatiewoning 4

7.1 Bestaand gebruik en bestaande bouwwerken
7.2 Aanvulling ten aanzien van het GEBRUIK
7.2.1 Toegestaan op besluitvlak 'Recreatiewoning 4'

In aanvulling op het bepaalde in lid 7.1 onder a is het toegestaan gronden en gebouwen te gebruiken voor:

met de daarbij behorende voorzieningen zoals:

7.2.2 Niet toegestaan op besluitvlak 'Recreatiewoning 4'

Het gebruik van een recreatiewoning voor recreatief nachtverblijf met meer dan 9 personen is niet toegestaan.

7.3 Aanvulling ten aanzien van het BOUWEN

In aanvulling op het bepaalde in lid 7.1 onder b is het toegestaan om nieuwe gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te bouwen met in achtneming van de volgende bepalingen:

7.3.1 Algemene regels voor het bouwen van een recreatiewoning
  • a. Hoofdgebouwen worden gebouwd in het besluitsubvlak 'bouwvlak'.
  • b. Een bouwvlak mag volledig worden bebouwd.
  • c. Per besluitsubvlak 'bouwvlak' is ten hoogste 1 recreatiewoning toegestaan.

7.3.2 Algemene regels voor het bouwen van erfbebouwing
  • a. Ter plaatse van het besluitsubvlak 'achtererf' mogen worden gebouwd:
    • 1. bijbehorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde en geen overkappingen;
    • 2. ten hoogste één overkapping die tegen de recreatiewoning wordt gebouwd met een oppervlak van ten hoogste 23 m2 ;
    • 3. een vrijstaande berging met een oppervlakte van ten hoogste 6 m2 en met een bouwhoogte van ten hoogste 3 m;
  • b. Ter plaatse van de gronden zonder de besluitsubvlakken 'bouwvlak' en 'achtererf' mag niet worden gebouwd.

7.3.3 Overige bouwregels
  • a. Indien gebouwen worden afgedekt door een constructie van één of meer hellende dakvlakken, bedraagt de dakhelling, tenzij met een besluitsubvlak 'maximum dakhelling' anders is aangegeven, ten hoogste 55°.
  • b. De goothoogte van hoofdgebouwen bedraagt ten hoogste de met het besluitsubvlak 'maximum goot- en bouwhoogte (m)' aangegeven goothoogte.
  • c. De bouwhoogte van hoofdgebouwen bedraagt ten hoogste de met het besluitsubvlak 'maximum goot- en bouwhoogte (m)' aangegeven bouwhoogte.
  • d. De maximaal toelaatbare goothoogte van hoofdgebouwen mag worden overschreden door dakkapellen, indien:
    • 1. de afstand tot de dakgoot, de nok en de zijkanten van het dakvlak ten minste 0,5 m bedraagt;
    • 2. de bouwhoogte van de dakkapel, gemeten vanaf de voet van de dakkapel, ten hoogste 1,5 m bedraagt;
    • 3. de breedte van dakkapellen aan de voor- of zijkant van het hoofdgebouw ten hoogste 50% van het dakvlak bedraagt;
    • 4. de breedte van dakkapellen aan de achterkant van het hoofdgebouw ten hoogste 70% van het dakvlak bedraagt.
  • e. De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde bedraagt ten hoogste:

Artikel 8 Recreatieappartementen

8.1 Bestaand gebruik en bestaande bouwwerken
  • a. De in het besluitvlak 'Recreatieappartementen' gelegen gronden en bestaande bouwwerken mogen worden gebruikt overeenkomstig het bestaande gebruik.
  • b. Bestaande bouwwerken mogen worden vervangen door bouwwerken van bestaande afmetingen op dezelfde locatie.
8.2 Aanvulling ten aanzien van het GEBRUIK
8.2.1 Toegestaan op besluitvlak 'Recreatieappartementen'

In aanvulling op het bepaalde in lid 8.1 onder a is het toegestaan gronden en gebouwen te gebruiken voor:

met de daarbij behorende voorzieningen zoals:

  • b. parkeer- en verkeersvoorzieningen,
  • c. groen, water,
  • d. erven, tuinen
  • e. nutsvoorzieningen.
8.3 Aanvulling ten aanzien van het BOUWEN

In aanvulling op het bepaalde in lid 8.1 onder b is het toegestaan om nieuwe gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te bouwen met in achtneming van de volgende bepalingen:

8.3.1 Gebouwen en overkappingen
  • a. Gebouwen en overkappingen worden gebouwd in het besluitsubvlak 'bouwvlak'.
  • b. De totale oppervlakte van gebouwen en overkappingen bedraagt ten hoogste het met besluitsubvlak 'maximum goot-, bouwhoogte (m) en maximum bebouwingspercentage (%)' aangegeven bebouwingspercentage van het bouwvlak.
  • c. Het recreatieappartementen bedraagt ten hoogste het met het besluitsubvlak 'maximum aantal eenheden' aangegeven aantal.
  • d. De goothoogte van hoofdgebouwen bedraagt ten minste de met het besluitsubvlak 'minimum goothoogte (m)' aangegeven goothoogte.
  • e. De goothoogte van hoofdgebouwen bedraagt ten hoogste de met het besluitsubvlak 'maximum goot-, bouwhoogte (m) en maximum bebouwingspercentage (%)' aangegeven goothoogte.
  • f. De bouwhoogte van hoofdgebouwen bedraagt ten hoogste de met het besluitsubvlak 'maximum goot-, bouwhoogte (m) en maximum bebouwingspercentage (%)' aangegeven bouwhoogte.
  • g. De maximaal toelaatbare goothoogte van gebouwen mag worden overschreden door dakkapellen, indien:
    • 1. de afstand tot de dakgoot, de nok en de zijkanten van het dakvlak ten minste 0,5 m bedraagt;
    • 2. de bouwhoogte van de dakkapel, gemeten vanaf de voet van de dakkapel, ten hoogste 1,5 m bedraagt;
    • 3. de breedte van dakkapellen aan de voor- of zijkant van het hoofdgebouw ten hoogste 50% van het dakvlak bedraagt;
    • 4. de breedte van dakkapellen aan de achterkant van het hoofdgebouw ten hoogste 70% van het dakvlak bedraagt.
  • h. indien gebouwen worden afgedekt door een constructie van één of meer hellende dakvlakken, bedraagt de dakhelling, tenzij met een besluitsubvlak 'maximum dakhelling' anders is aangegeven, ten hoogste 55°.

8.3.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde bedraagt ten hoogste:

Artikel 9 Recreatie - Gemengd

9.1 Bestaand gebruik en bestaande bouwwerken
  • a. De in het besluitvlak 'Recreatie - Gemengd' gelegen gronden en bestaande bouwwerken mogen worden gebruikt overeenkomstig het bestaande gebruik.
  • b. Bestaande bouwwerken mogen worden vervangen door bouwwerken van bestaande afmetingen op dezelfde locatie.
9.2 Aanvulling ten aanzien van het GEBRUIK
9.2.1 Toegestaan op besluitvlak 'Recreatie - Gemengd'

In aanvulling op het bepaalde in lid 9.1 onder a is het toegestaan gronden en gebouwen te gebruiken voor:

met de daarbij behorende voorzieningen zoals:

  • e. sport-, spel- en speelvoorzieningen,
  • f. parkeer- en verkeervoorzieningen,
  • g. groen, water,
  • h. erven, tuinen,
  • i. nutsvoorzieningen.

met dien verstande dat:

9.3 Aanvulling ten aanzien van het BOUWEN

In aanvulling op het bepaalde in lid 3.1 onder b is het toegestaan om nieuwe gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te bouwen met in achtneming van de volgende bepalingen:

9.3.1 Gebouwen en overkappingen
  • a. Gebouwen en overkappingen worden gebouwd in het besluitsubvlak 'bouwvlak'.
  • b. De voorgevel van een bijgebouw ligt ten minste 3 m achter de voorgevel van het hoofdgebouw.
  • c. De totale oppervlakte van gebouwen en overkappingen bedraagt ten hoogste het met het besluitsubvlak 'maximum goot-, bouwhoogte (m) en maximum bebouwingspercentage (%)' aangegeven bebouwingspercentage van het bouwvlak.
  • d. Het aantal hotelsuites bedraagt gezamenlijk ten hoogste het met het besluitsubvlak 'maximum aantal eenheden' aangegeven aantal.
  • e. De goothoogte van hoofdgebouwen bedraagt ten hoogste de met het besluitsubvlak 'maximum goot-, bouwhoogte (m) en maximum bebouwingspercentage (%)' aangegeven goothoogte.
  • f. De bouwhoogte van hoofdgebouwen bedraagt ten hoogste de met het besluitsubvlak 'maximum goot-, bouwhoogte (m) en maximum bebouwingspercentage (%)' aangegeven bouwhoogte.
  • g. De maximaal toelaatbare goothoogte van gebouwen mag worden overschreden door dakkapellen, indien:
    • 1. de afstand tot de dakgoot, de nok en de zijkanten van het dakvlak ten minste 0,5 m bedraagt;
    • 2. de bouwhoogte van de dakkapel, gemeten vanaf de voet van de dakkapel, ten hoogste 1,5 m bedraagt;
    • 3. de breedte van dakkapellen aan de voor- of zijkant van het hoofdgebouw ten hoogste 50% van het dakvlak bedraagt;
    • 4. de breedte van dakkapellen aan de achterkant van het hoofdgebouw ten hoogste 70% van het dakvlak bedraagt.
  • h. indien gebouwen worden afgedekt door een constructie van één of meer hellende dakvlakken, bedraagt de dakhelling, tenzij met een besluitsubvlak 'maximum dakhelling' anders is aangegeven, ten hoogste 55°.

9.3.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde bedraagt ten hoogste:

Artikel 10 Verkeer

10.1 Bestaand gebruik en bestaande bouwwerken
  • a. de in het besluitvlak Verkeer' gelegen gronden en bestaande bouwwerken mogen worden gebruikt overeenkomstig het bestaande gebruik;
  • b. bestaande bouwwerken mogen worden vervangen door bouwwerken van bestaande afmetingen op dezelfde locatie.
10.2 Aanvulling ten aanzien van het GEBRUIK
10.2.1 Besluitvlak 'Verkeer'

In aanvulling op het bepaalde in lid 10.1 is het toegestaan gronden te gebruiken voor:

  • a. wegen;
  • b. voet- en fietspaden;
  • c. verblijfsgebied met een functie voor verblijf, verplaatsing en gebruik ten dienste van de aangrenzende besluitvlakken of bestemmingen;
  • d. met de daarbij behorende voorzieningen zoals pleinen, parkeervoorzieningen, groen, water, waterhuishoudkundige voorzieningen, nutsvoorzieningen, sport-, en speelvoorzieningen, , straatmeubilair, afvalverzamelvoorzieningen, reclame-uitingen.
10.3 Aanvulling ten aanzien van het BOUWEN
10.3.1 Toelaatbare bebouwing

In aanvulling op het bepaalde in lid 10.1 is het toegestaan om gebouwen voor nutsvoorzieningen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te bouwen, met inachtneming van de volgende bepalingen:

  • a. De oppervlakte van gebouwen bedraagt ten hoogste 15 m².
  • b. De bouwhoogte bedraagt ten hoogste:
    • 1. van een gebouw: 3,5 m;
    • 2. van erf- en terreinafscheidingen: 2 m;
    • 3. van licht- en vlaggenmasten: 16 m;
    • 4. van overig straatmeubilair: 6 m;
    • 5. van speelvoorzieningen: 6 m;
    • 6. van een overig bouwwerk, geen gebouw zijnde: 5 m.

Hoofdstuk 3 Algemene regels

Artikel 11 Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Artikel 12 Algemene bouwregels

12.1 Toegelaten bouwwerken met afwijkende maten
  • a. Voor een bouwwerk, dat krachtens een bouwvergunning op het tijdstip van inwerkingtreding van de beheersverordening aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden en dat in het plan ingevolge het besluitvlak is toegelaten, maar waarvan de bestaande afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen afwijken van de maatvoeringsbepalingen in de bouwregels van het betreffende besluitvlak, geldt:
    • 1. bestaande afmetingen die meer bedragen dan in hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen als ten hoogste toelaatbaar worden aangehouden;
    • 2. bestaande afmetingen, die minder bedragen dan in hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen als ten minste toelaatbaar worden aangehouden.
  • b. In geval van herbouw is lid a onder 1 en 2 uitsluitend van toepassing, indien de herbouw op dezelfde plaats plaatsvindt.
  • c. Op een bouwwerk als hiervoor bedoeld, is het Overgangsrecht bouwwerken als opgenomen in dit plan niet van toepassing.

Artikel 13 Algemene afwijkingsregels

Het bevoegd gezag kan - tenzij op grond van hoofdstuk 2 reeds afwijking mogelijk is - bij een omgevingsvergunning afwijken van dit plan voor:

  • a. afwijkingen van maten (waaronder percentages) met ten hoogste 10%;
  • b. overschrijding van bouwgrenzen, voor zover zulks noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein; de overschrijdingen mogen echter ten hoogste 3 m bedragen;
  • c. de omgevingsvergunning wordt niet verleend, indien daardoor onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ingevolge de besluitvlakken gegeven gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken.

Artikel 14 Overige regels

14.1 Werking wettelijke regeling

De wettelijke regelingen waarnaar in de regels wordt verwezen, gelden zoals deze luiden op het moment van inwerkingtreding van de beheersverordening.

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels

Artikel 15 Overgangsrecht

15.1 Overgangsrecht bouwwerken

Voor bouwwerken luidt het overgangsrecht als volgt:

  • a. een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van de beheersverordening aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot:
    • 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;
    • 2. na het tenietgaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is tenietgegaan;
  • b. het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van dit lid onder a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in dit lid onder a met maximaal 10%;
  • c. dit lid onder a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
15.2 Overgangsrecht gebruik

Voor gebruik luidt het overgangsrecht als volgt:

  • a. het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van de beheersverordening en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet;
  • b. het is verboden het met de beheersverordening strijdige gebruik, bedoeld in dit lid onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind;
  • c. indien het gebruik, bedoeld in dit lid onder a, na het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten;
  • d. dit lid onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

Artikel 16 Slotregel

Deze regels worden aangehaald als:

Regels van de beheersverordening Dishoek - Kaapduinseweg en John O. Forfarstraat.