| Plan: | Dishoek - Kaapduinseweg en John O. Forfarstraat |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | beheersverordening |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.0717.0092BVDishKdk-VG01 |
de beheersverordening Dishoek - Kaapduinseweg en John O. Forfarstraat overeenkomstig de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0717.0092BVDishKdk-VG01 met bijbehorende bestanden.
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen.
een aan een hoofdgebouw gebouwd gebouw dat in bouwkundig opzicht te onderscheiden is van het hoofdgebouw.
een antennemast of andere constructie bedoeld voor de bevestiging van een antenne.
een installatie bestaande uit een antenne, een antennedrager, de bedrading en de al dan niet in een techniekkast opgenomen apparatuur, met de daarbij behorende bevestigingsconstructie.
één of meer gebouwen en / of bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
het via een bedrijf, stichting of andere rechtspersoon voeren van de exploitatie en het beheer van een complex voor verblijfsrecreatie, gericht op het als onderneming aan meerdere, steeds wisselende, personen per jaar aanbieden van recreatief verblijf.
een woning in of bij een gebouw of op een terrein, welke slechts is bestemd voor bewoning door (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar noodzakelijk is, gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein.
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waarvoor ingevolge deze verordening regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.
het gebruik van de gronden en bouwwerken zoals aanwezig op het moment van de inwerkingtreding van de verordening of van bouwwerken die nog kunnen worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen; daaronder valt niet het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan;
bouwwerken die op het tijdstip van de inwerkingtreding van de verordening:
afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen, die op het tijdstip van inwerkingtreding van de verordening tot stand zijn gekomen of tot stand zullen komen met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;
bevoegd gezag zoals bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats.
de grens van een bouwvlak.
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.
een grens van een bouwperceel.
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten.
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond.
een vrijstaand gebouw dat in functioneel en bouwkundig opzicht ondergeschikt is aan een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw.
een constructie ter vergroting van een gebouw, die zich tussen de dakgoot en de nok van een dakvlak bevindt, waarbij deze constructie onder de noklijn is gelegen en de onderzijde van de constructie in het dakvlak is geplaatst.
het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder de uitstalling ten verkoop), verkopen en / of leveren van goederen, met inbegrip van afhaal, aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.
een gebouw, dat op een bouwperceel door zijn aard, functie, constructie of afmetingen dan wel gelet op het toelaatbaar gebruik als belangrijkste bouwwerk valt aan te merken.
een bedrijf, gericht op één of meer van de navolgende activiteiten:
hotelaccommodatie bestaande uit twee of meer kamers, dat bedoeld is om gedurende een gedeelte van het jaar te worden gebruikt door een huishouden of daarmee gelijk te stellen groep van personen, dat het hoofdverblijf elders heeft.
door de Stichting Nederlands Normalisatie-instituut uitgegeven norm, zoals deze luidde op het moment van inwerkingtreding van de verordening.
voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, waterhuishoudkundige voorzieningen, telefooncellen, abri's en apparatuur voor telecommunicatie.
een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van een gesloten dak.
een ruimte voor recreatief nachtverblijf in een gebouw dat bedoeld is om gedurende een gedeelte van het jaar te worden gebruikt door een huishouden of daarmee gelijk te stellen groep van personen, dat het hoofdverblijf elders heeft,.
Een permanent ter plaatse aanwezig gebouw, geen woonkeet en geen caravan of andere constructie op wielen zijnde, dat bedoeld is om uitsluitend door een huishouden of daarmee gelijk te stellen groep van personen, dat het hoofdverblijf elders heeft, gedurende een gedeelte van het jaar te worden gebruikt.
amusementsvoorziening met mechanische en elektronische amusementsapparaten.
de Staat van Horeca-activiteiten die deel uitmaakt van deze regels.
de overkapping van een terras van een horecagelegenheid.
en in combinatie daarmee rechtstreeks samenhangende artikelen zoals accessoires, onderdelen, onderhoudsmiddelen en / of materialen.
het meest naar de wegzijde gekeerde deel van een gebouw. Indien meerdere delen van het gebouw naar de weg zijn gekeerd (hoekkavel), bepaalt het bevoegd gezag welke zijde als voorgevel moet worden beschouwd.
Bij de toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:
de afstand tussen bouwwerken onderling alsmede de afstand van bouwwerken tot perceelsgrenzen worden daar gemeten waar deze afstanden het kleinst zijn.
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.
tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels en het hart van de scheidsmuren.
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak.
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en / of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en / of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
de gebruiksvloeroppervlakte volgens NEN 2580.
In aanvulling op het bepaalde in lid 3.1 is het toegestaan gronden en gebouwen te gebruiken voor:
en de daarbij behorende voorzieningen zoals:
met dien verstande dat:
In aanvulling op het bepaalde in lid 3.1 is het volgende gebruik van gronden en gebouwen niet toegestaan:
In aanvulling op het bepaalde in lid 3.1 is het toegestaan om nieuwe gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te bouwen met in achtneming van de volgende bepalingen:
De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde bedraagt ten hoogste:
In aanvulling op het bepaalde in lid 4.1 onder a is het toegestaan gronden en gebouwen te gebruiken voor:
met de daarbij behorende voorzieningen zoals:
Het gebruik van een recreatiewoning voor recreatief nachtverblijf met meer dan 4 personen is niet toegestaan.
In aanvulling op het bepaalde in lid 4.1 onder b is het toegestaan om nieuwe gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te bouwen met in achtneming van de volgende bepalingen:
In aanvulling op het bepaalde in lid 5.1 onder a is het toegestaan gronden en gebouwen te gebruiken voor:
met de daarbij behorende voorzieningen zoals:
Het gebruik van een recreatiewoning voor recreatief nachtverblijf met meer dan 6 personen is niet toegestaan.
In aanvulling op het bepaalde in lid 5.1 onder b is het toegestaan om nieuwe gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te bouwen met in achtneming van de volgende bepalingen:
In aanvulling op het bepaalde in lid 6.1 onder a is het toegestaan gronden en gebouwen te gebruiken voor:
met de daarbij behorende voorzieningen zoals:
Het gebruik van een recreatiewoning voor recreatief nachtverblijf met meer dan 8 personen is niet toegestaan.
In aanvulling op het bepaalde in lid 6.1 onder b is het toegestaan om nieuwe gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te bouwen met in achtneming van de volgende bepalingen:
In aanvulling op het bepaalde in lid 7.1 onder a is het toegestaan gronden en gebouwen te gebruiken voor:
met de daarbij behorende voorzieningen zoals:
Het gebruik van een recreatiewoning voor recreatief nachtverblijf met meer dan 9 personen is niet toegestaan.
In aanvulling op het bepaalde in lid 7.1 onder b is het toegestaan om nieuwe gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te bouwen met in achtneming van de volgende bepalingen:
In aanvulling op het bepaalde in lid 8.1 onder a is het toegestaan gronden en gebouwen te gebruiken voor:
met de daarbij behorende voorzieningen zoals:
In aanvulling op het bepaalde in lid 8.1 onder b is het toegestaan om nieuwe gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te bouwen met in achtneming van de volgende bepalingen:
De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde bedraagt ten hoogste:
In aanvulling op het bepaalde in lid 9.1 onder a is het toegestaan gronden en gebouwen te gebruiken voor:
met de daarbij behorende voorzieningen zoals:
met dien verstande dat:
In aanvulling op het bepaalde in lid 3.1 onder b is het toegestaan om nieuwe gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te bouwen met in achtneming van de volgende bepalingen:
De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde bedraagt ten hoogste:
In aanvulling op het bepaalde in lid 10.1 is het toegestaan gronden te gebruiken voor:
In aanvulling op het bepaalde in lid 10.1 is het toegestaan om gebouwen voor nutsvoorzieningen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te bouwen, met inachtneming van de volgende bepalingen:
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Het bevoegd gezag kan - tenzij op grond van hoofdstuk 2 reeds afwijking mogelijk is - bij een omgevingsvergunning afwijken van dit plan voor:
De wettelijke regelingen waarnaar in de regels wordt verwezen, gelden zoals deze luiden op het moment van inwerkingtreding van de beheersverordening.
Voor bouwwerken luidt het overgangsrecht als volgt:
Voor gebruik luidt het overgangsrecht als volgt:
Deze regels worden aangehaald als:
Regels van de beheersverordening Dishoek - Kaapduinseweg en John O. Forfarstraat.