direct naar inhoud van 4.2 Ruimtelijke aspecten
Plan: Kampeerterreinen
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0717.0026BPKptAP-VG01

4.2 Ruimtelijke aspecten

Archeologie

Op 1 september 2007 is een wijziging van de Monumentenwet 1988 in werking getreden, de Wet op de archeologische monumentenzorg (WAMZ). Een belangrijk uitgangspunt, is dat het behoud in situ (op de oorspronkelijke plaats) voorgaat op het behoud ex situ (opgraven en bewaren in depot). Van belang is dat door middel van vooronderzoek tijdig inzicht wordt verkregen in de archeologische waarden van een gebied, zodat deze bij beoogde planontwikkelingen kunnen worden betrokken. Voor de ruimtelijke ordening is een belangrijke bepaling dat de wet niet van toepassing is op projecten met oppervlakte kleiner dan 100 m²; de gemeenteraad kan een hiervan afwijkende andere oppervlakte vaststellen.


Op 23 april 2009 heeft de gemeenteraad de 'Nota Archeologische Monumentenzorg Walcheren, evaluatie 2008' (NAMW 2008) vastgesteld. Het beleid dat daarin is geformuleerd heeft tot doel de regeling in het bestemmingsplan eenvoudiger te maken en vooral meer op de praktijk toe te snijden. In het archeologiebeleid wordt onderscheid gemaakt tussen AMK-gebieden (beschermde monumenten, historische plaatsen, vindplaatsen met vastgestelde begrenzingen op basis van onderzoek, vindplaatsen als puntlocaties op basis van (voornamelijk) vondstmeldingen) en de verwachtingsgebieden. Op basis hiervan zijn vier verschillende archeologische verwachtingszones onderscheiden. De gebieden zijn globaal aangeduid in figuur 4.1.


afbeelding "i_NL.IMRO.0717.0026BPKptAP-VG01_0002.jpg"

Figuur 4.1. Archeologische beleidsadvieskaart gemeente Veere

Binnen deze archeologisch waardevolle gebieden is, afhankelijk van de te onderscheiden archeologische waarderingen een daarop geënte bestemmingsregeling ontworpen.

Het archeologiebeleid met de nieuwe van archeologisch onderzoek vrij te stellen maten bij bodemverstoringen is overzichtelijk weergegeven in tabel 4.1.

Tabel 4.1. Archeologiebeleid gemeente Veere

afbeelding "i_NL.IMRO.0717.0026BPKptAP-VG01_0003.jpg"

afbeelding "i_NL.IMRO.0717.0026BPKptAP-VG01_0004.jpg"

Buiten de bebouwde kom geldt voor het ophogen van gronden > 2 meter (bijvoorbeeld aanleg geluidswallen) een verplichting om een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werkzaamheden aan te vragen.

Toetsing

Hoewel het bestemmingsplan Kampeerterreinen niet direct hoeft te leiden tot bouwactiviteiten of werkzaamheden, worden bepaalde werkzaamheden / bouwactiviteiten wel rechtstreeks mogelijk gemaakt. Twee kampeerterreinen liggen in een gebied met een lage verwachtingswaarde zonder een bekende vindplaats in de buurt (De Zandput en Oranjezon). Het oostelijk deel van camping de Meerpaal valt in een gebied waarvoor geen vervolgonderzoek nodig is.

De overige kampeerterreinen liggen in een gebied met een middelhoge verwachtingswaarde. Hier dient men rekening te houden met het in tabel 4.1 vermelde archeologiebeleid en de daarin aangegeven drempelwaarden waaronder geen onderzoek is vereist in geval van nieuwe bouwplannen en ontwikkelingen.

Ten slotte liggen delen van kampeerterreinen binnen een straal van 50 meter rond een bekende vindplaats of een AMK-terrein.

Water

Watertoets

De watertoets is een belangrijk instrument om te verzekeren dat de waterhuishouding vanaf het begin van de planvorming integraal onderdeel uitmaakt van de ontwikkeling. Met name het vasthouden, bergen en afvoeren van regenwater is daarbij een belangrijk aandachtspunt.

Op basis van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) zijn gemeenten verplicht om bij de voorbereiding van een structuurplan of bestemmingsplan overleg te plegen met de besturen van de betrokken Waterbeheerders. In de toelichting bij het ruimtelijk plan dient voorts een waterparagraaf te worden opgenomen. Deze waterparagraaf moet een beschrijving bevatten van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het betreffende ruimtelijke plan voor de waterhuishouding en vormt de schriftelijke weerslag van de watertoets.

Het waterkwantiteitsbeheer is in handen van het Waterschap Scheldestromen. Ten behoeve van het bestemmingsplan Kampeerterreinen uit 2008 heeft op 25 april 2006 een bespreking met de waterbeheerder plaatsgevonden in het kader van de watertoets. Naar aanleiding van deze bespreking heeft het Waterschap in een brief (d.d. 28 augustus 2006) voor een aantal waterhuishoudkundige aspecten aandachts- en knelpunten gegeven. Deze zijn in de voorliggende waterparagraaf verwerkt.

Huidige situatie en te verwachten ontwikkelingen

Afwatering

Het plangebied waarin de campings zijn gesitueerd maakt deel uit van de Polder Walcheren. Door de aanleg van de nieuwe rijksweg N57 is de waterhuishouding op Walcheren gewijzigd. Voorheen bestond het buitengebied uit twee afwateringseenheden, die geheel van elkaar waren gescheiden:

  • De afwateringseenheid Walcheren Noord die via het gemaal Oostwatering te Veere afwaterde op het Veerse Meer.
  • Het afwateringsgebied Walcheren Centraal die via het gemaal Boreel in Middelburg afwaterde op het Kanaal door Walcheren richting de Westerschelde.

Inmiddels (in 2008) is langs het Kanaal door Walcheren, precies op het nieuwe tracé van de N57, het nieuwe gemaal Poppekinderen in gebruik genomen. Dit gemaal voert sindsdien het polderwater uit westelijk en noordelijk Walcheren af, samen met het gemaal Boreel.

Door de aanleg van het nieuwe gemaal wordt het water uit het noordelijk deel van Walcheren niet meer in het Veerse Meer geloosd. Hierdoor zal de waterkwaliteit van het Veerse Meer verbeteren. Het gemaal Oostwatering kan worden ingezet in tijden van extreme neerslag. De verwachting is dat dit hooguit enkele keren per jaar zal voorkomen.

Het waterbeheer op Walcheren is aanzienlijk verbeterd door de in gebruikname van het nieuwe gemaal. Het zorgde ervoor dat de capaciteit van gemaal Boreel niet behoefde te worden aangepast. Het waterpeil kan in de nieuwe situatie beter worden beheerst, doordat er meer capaciteit en berging komt.

Waterkwaliteit

Een kenmerkend verschijnsel in Zeeland en op Walcheren is het zoute grondwater. Ook in het plangebied is het grondwater zout. In een aantal hooggelegen gebieden (duinen en kreekruggen) komt zoet water voor tot maximaal enkele tientallen meters diepte. Door het zoute grondwater en de zoute kwel is het oppervlaktewater in de poelgebieden brak tot zout. Dit zoute water vormt een grote beperking voor de landbouwkundige gebruiksmogelijkheden, maar betekent met het oog op de natuurwaarden potenties voor bijzondere levensgemeenschappen.

Plaatselijk komen echter, ook in de poelgebieden, (kleine) zoete watervoorraden dan wel zoete kwel voor. In een aantal gevallen worden ook de drinkwaterputten gevoed door zoet water. Deze drinkwaterputten waren van groot belang voor de drinkwatervoorziening van het vee in de gebieden met brak en zout water en zijn dat in gebieden zonder waterleiding nog steeds.

Door mineralisatie van het veen vormt de kwel een belangrijke bron van fosfaat en nitraat. Naast de zoute kwel wordt de waterkwaliteit beïnvloed door bemesting, riooloverstorten en verspreide lozingen van huishoudelijk afval. Deze vervuilingsbronnen kunnen beperkingen opleveren voor ecologische ontwikkelingsmogelijkheden. Over het algemeen zijn de natuurwaarden in de watergangen reeds aangetast door het voedselrijke water (bron: Waterhuishoudingsplan provincie Zeeland).

Afstemming ruimtelijke ordening met het waterbeheer

In het kader van de afstemming met de ruimtelijke ordening heeft de provincie Zeeland waterkansenkaarten opgesteld voor onder andere stedelijke functies. Zo is op deze kaart aangegeven of een bepaald gebied wel of niet kwetsbaar is in gevallen van extreme neerslag.

Voor voorliggend bestemmingsplan is van belang dat op het merendeel van de campings ruime mogelijkheden bestaan voor infiltratie van hemelwater. Deze gebieden zijn op de waterkansenkaart aangeduid als gebied met een laag inspanningsniveau voor stedelijke ontwikkeling. Het betreft de campings Olmenveld, De Zandput, Oranjezon, In de Bongerd, Dennenbos, De Pekelinge, Westhove, Hof Domburg, Nieuwe Erve, "t Hoekje, Zuiderduin, De Meerpaal, Valkenisse, Duinzicht en Dishoek. Beperkte infiltratiemogelijkheden zijn er op De Boomgaard, Caravancamping Westkapelle en Kreekebos.

Camping 'het Hoge Licht' is op de waterkansenkaart aangeduid als: "gebied met een normaal inspanningsniveau voor stedelijke ontwikkelingen". Dit houdt in dat de doelstellingen ten aanzien van het duurzaam waterbeheer relatief eenvoudig zijn te realiseren.

Voor de overige campings moet rekening worden gehouden met het feit dat de gebieden kwetsbaar zijn in gevallen van extreme neerslag. Voor stedelijke uitbreiding zijn in principe bijzondere aanvullende maatregelen noodzakelijk om nadelige effecten op het watersysteem te voorkomen.

Daarnaast heeft het waterschap het regionale watersysteem getoetst aan de normen voor wateroverlast die zijn opgesteld in het kader van Waterbeheer 21e eeuw. Voor recreatieterreinen met vaste bebouwing is de norm voor bebouwd gebied van toepassing, dat wil zeggen dat de terreinen slechts mogen inunderen bij een regenbui die statistisch gezien één keer in de 100 jaar voorkomt. De toetsing laat zien dat een aantal kampeerterreinen (deels) gevoelig is voor wateroverlast. Het betreft Olmenveld, Ons Buiten, De Pekelinge, Janse, Weltevreden en Duinzicht. Op deze campings verdient de situering van voorzieningen die gevoelig zijn voor wateroverlast de nodige aandacht. Bij situering in lage delen is het raadzaam om maatregelen te treffen.

Relevante ruimtelijke ontwikkelingen in relatie tot waterberging

In onderhavig bestemmingsplan wordt primair de huidige situatie bestemd. Door een globale bestemmingsregeling worden bepaalde ontwikkelingen echter rechtstreeks mogelijk gemaakt. Ontwikkelingen zoals het vergroten van de hoeveelheid bebouwing kunnen wijzigingen in het verhard oppervlak in het plangebied inhouden. In dat kader zal moeten worden bepaald welke consequenties deze ontwikkelingen hebben voor de waterhuishouding en hoe met waterberging wordt omgegaan.

Algemene eisen duurzaam water

Onderstaand is per waterhuishoudkundig criterium aangegeven op welke wijze daar bij de mogelijke ontwikkelingen mee wordt omgegaan.

Veiligheid

Binnen of in de directe nabijheid van een aantal kampeerterreinen zijn diverse dijken en duinen gelegen die behoren tot de waterkering. Het betreft de campings De Zandput, 't Hoekje, Zuiderduin, Janse, Weltevreden en Dishoek (zie ook beschrijving van de terreinen in paragraaf 2.2). Binnen de invloedssfeer van deze dijken en duinen worden van overheidswege duidelijke grenzen gesteld aan de bebouwingsmogelijkheden.

De Keur waterschap Zeeuwse Eilanden 2009 verbiedt het zonder vergunning of ontheffing gebruik te maken van een waterkering door in strijd met zijn functie diverse handelingen te verrichten in de diverse zones van de waterkering. Het onderscheid in kernzone, beschermingszone en buitenbeschermingszone, zoals deze tot en met 2009 gold, is in de Waterwet losgelaten en vervangen door waterstaatswerk en beschermingszone. Het begrip buitenbeschermingszone wordt niet meer gebruikt, maar is opgenomen in het begrip beschermingszone. In dat deel is echter wel een minder streng beleid mogelijk. In de keur zijn daarom voor een deel van de beschermingszone bepaald dat een aantal verboden in dat deel niet van toepassing zijn.

Onder waterstaatswerk wordt dan verstaan dat deel van de waterkering dat feitelijk voor de huidige veiligheid zorgt. Bij een dijk is dat derhalve het dijklichaam (de kunstmatige verhoging boven het maaiveld) inclusief de bermen. De beschermingszone omvat in ieder geval die gronden die technisch/fysisch (mede) een bijdrage leveren aan de stabiliteit van de waterkering. Daarbij geldt echter aan de landwaartse zijde als minimum dat gronden die voor toekomstige dijkverzwaring nodig zijn (profiel van vrije ruimte of reserveringsstroken) in ieder geval binnen de beschermingszone vallen. Daarnaast is in de beschermingszone een deel aangewezen om bepaalde activiteiten, die potentieel grote gevaren voor de waterkering in zich bergen (bijvoorbeeld de aanleg van hogedrukleidingen, of de opslag van vuurwerk) ook op grotere afstand van de waterkering te kunnen reguleren.

Voor elke van deze zones zijn in deze keur regels opgenomen ten aanzien van bouwen en diverse andere activiteiten. Voor het afwijken van de Keur (bouwen en bepaalde activiteiten) een watervergunning is vereist.

Het Waterschap is het bevoegd gezag om het waterkeringsbelang veilig te stellen. Op basis van de Keur Waterkeringszorg heeft het Waterschap voldoende mogelijkheden om de regels uit de Keur toe te passen en te handhaven.

Wateroverlast

Om de waterafvoer bij extreme neerslagsituaties te kunnen reguleren is de trits “eerst vasthouden, dan bergen en dan pas afvoeren” richtinggevend voor het waterbeheer bij nieuwe ontwikkelingen. Overeenkomstig afspraken met de gemeente en het Waterschap zullen nieuwe (en bestaande) ontwikkelingen zo mogelijk worden afgekoppeld.

Van belang daarbij is dat op de juiste manier wordt omgegaan met het afgekoppelde hemelwater. De waterbeheerder hanteert een ondergrens van 1.000 m². Als het verhard oppervlak toeneemt met 1.000 m² of meer, dan dient ten behoeve van de ontwikkeling extra waterberging te worden gerealiseerd. Rekening houdend met toekomstige klimaatontwikkelingen dient dan per m² verhard oppervlak 75 mm te worden geborgen. Demping van oppervlaktewater (bijvoorbeeld wegsloten) dient eveneens te worden gecompenseerd. Waterberging kan worden gerealiseerd door het graven van extra water, door verlaagde oevers aan te leggen die kunnen meebergen of door de aanleg van een doorlatende verharding. Voor het lozen van hemelwater op het afwateringstelsel is een keur-ontheffing van het waterschap vereist.

Uitgangspunt van onderhavig bestemmingsplan is zoveel mogelijk ruimte bieden aan ondernemers om in te kunnen spelen op ontwikkelingen in de markt. Daartoe wordt de mogelijkheid geboden de totale hoeveelheid verhard oppervlak ten behoeve van centrumvoorzieningen uit te breiden met 50%. Dit betekent voor een aantal campings een mogelijke toename van verhard oppervlak van meer dan 1.000 m² (zie bijlage 4). Voor deze campings is de realisatie van voldoende waterberging als voorwaarde in de planregels opgenomen bij vergroting van de oppervlakte gebouwen met meer dan 1.000 m². Het is de eigen verantwoordelijkheid van ondernemers overige nieuwe verharding af te koppelen (zoals straatverharding). Daarnaast biedt de afwijkingsbevoegdheid voor kampeerhuisjes een aanknopingspunt om de ondernemer te verplichten extra waterberging te realiseren. Deze voorwaarde is eveneens in de planregels opgenomen.

Overigens is het waterschap samen met de gemeenten in Zeeland bezig met de ontwikkeling van een waterbergingsfonds. Zodra gemeenten besluiten het waterbergingsfonds toe te passen zal de 1.000 m² grens worden verlaten. Alle toename verharding wordt dan gecompenseerd door waterberging aan te leggen of via het waterbergingsfonds. In het voorliggend bestemmingsplan is hiermee nog geen rekening gehouden.

Grondwateroverlast

Op grond van de Verordening waterhuishouding Zeeland bedraagt de gewenste ontwatering 70 centimeter onder maaiveld voor met name woningen. Eventuele initiatiefnemers zullen zelf zorg dragen voor voldoende ontwatering.

Riolering

De kampeerterreinen zijn in de huidige situatie voorzien van riolering. Bij toekomstige ontwikkelingen dient in acht te worden genomen dat hemelwater van relatief schone verharde oppervlakken (vooral daken) volledig wordt afgekoppeld van de riolering. In volgorde van voorkeur wordt het water hergebruikt, geïnfiltreerd in de bodem of naar het oppervlakwater afgevoerd. Deze mogelijkheden verdienen de voorkeur boven de aanleg van een gescheiden riolering waarbij wordt geloosd op oppervlaktewater. Hierdoor ontstaat een positief effect op de werking van de rioolzuivering, omdat deze minder regenwater krijgt aangevoerd. Voor de situaties dat infiltratie niet mogelijk is, zal via een filtervoorziening moeten worden geloosd op oppervlaktewater.

Voor nieuwe parkeerplaatsen geldt dat voorzieningen (bijvoorbeeld doorlatende verharding) moeten worden getroffen om infiltratie in de bodem mogelijk te maken. Rechtstreekse lozing op oppervlaktewater of aansluiten op het gemengde rioolstelsel wordt niet toegestaan.

Watervoorziening

De waterbeheerder vraagt nadrukkelijk aandacht voor hergebruik van water. Neerslagwater is van goede kwaliteit. Door het gebruik van regenwater kan op het drinkwatergebruik worden bespaard. Regenwater kan nuttig gebruikt worden, bijvoorbeeld bij koeling van machines of voor het doorspoelen van het toilet.

Volksgezondheid

Door bij het afkoppelen de beslisboom van het Waterschap te hanteren, zal geen risico ten aanzien van de volksgezondheid ontstaan.

Bodemdaling

Dit aspect is niet aan de orde.

Oppervlaktewaterkwaliteit

Door bij het afkoppelen de beslisboom van het waterschap te hanteren, wordt zoveel mogelijk voorkomen dat eventuele vervuiling van de weg en parkeerplaatsen in het oppervlaktewater terecht komt. Om te voorkomen dat hemelwater verontreinigd raakt dient het gebruik van uitlogende materialen zoals zink en lood te worden voorkomen en dient het gebruik van duurzame bouwmaterialen te worden bevorderd.

Natte natuur

Sommige kampeerterreinen grenzen aan bestaande natuurgebieden. Bij mogelijke ontwikkelingen dient daarom rekening te worden gehouden met eventuele bufferzones ter bescherming van de (natte) natuur.

Onderhoud

Ingevolge de Keur van het waterschap dienen ten opzichte van door het Waterschap beheerde waterlopen obstakelvrije stroken / beplantings- en bebouwingsvrije onderhoudstroken (schouwstroken) in acht te worden genomen.

De breedte van de aan weerszijden van waterlopen aan te houden onderhoudstroken is afhankelijk van de bovenbreedte van de waterlopen.

Langs waterlopen met een bovenbreedte van minder dan 14 meter (gemeten vanaf de insteek sloot tot aan de betuiningsgrens aan de overzijde) moeten stroken van 5 meter en langs waterlopen met een bovenbreedte van 14 meter of meer stroken van 7 meter worden vrijgehouden van opgaande beplanting. Voor bebouwing geldt dat langs waterlopen met een bovenbreedte van minder dan 8 meter stroken van 5 meter en langs waterlopen met een bovenbreedte van 8 meter of meer stroken van 7 meter moet worden vrijgehouden.

Voor het aanbrengen van bebouwing en beplanting binnen deze stroken is een ontheffing van het waterschap vereist.

Als gevolg van onderhavig bestemmingsplan zal de onderhoudssituatie niet veranderen. Bij nieuwe ontwikkelingen dient met voorgaande rekening te worden gehouden.

In het kader van voorliggend bestemmingsplan behoeft alleen rekening te worden gehouden met onderhoudsstroken van 5 meter. De Kampeerterreinen liggen niet langs waterlopen met een bovenbreedte van 14 meter of meer. Het waterschap heeft aangegeven dat waar op dit moment een bestaande groenstrook direct aan een waterloop grenst er vanuit mag worden gegaan dat door het waterschap ontheffing is verleend van het beplantingsvrij houden van de schouwstrook.

Ecologie

Algemeen

De mogelijkheden voor verplaatsing en vergroting van de gebouwen ten behoeve van dienstverlening, beheer en centrale voorzieningen, bebouwing op de standplaatsen en de mogelijke beperkte vergroting van het aantal standplaatsen zal slechts geringe gevolgen hebben voor de flora en fauna op de kampeerterreinen aangezien het bestaande kampeerterreinen betreft, die intensief worden gebruikt. Bij ingrijpende veranderingen (kwaliteitsverbeteringplannen) dient aandacht te worden besteed aan de Natuurbeschermingswet (Natura-2000 gebieden) en de Flora- en faunawet.

Natuurmonument

Camping Oranjezon en camping De Zandput grenzen aan het duingebied dat in 1988 is aangewezen als natuurmonument (Natura-2000 gebied). Bij nieuwe ontwikkelingen nabij gebieden die in het kader van de Natuurbeschermingswet 1998 zijn beschermd, dient de externe werking van deze ontwikkelingen te worden getoetst.

Voor zover sprake is van uitbreiding tot het reeds toegestane aantal plaatsen kan worden gesteld dat het gaat om bestaand gebruik en kan toetsing achterwege blijven. Voor wat betreft de mogelijke uitbreiding van het maximum aantal standplaatsen met 10% (zie paragraaf 3.3.) is er echter geen sprake van bestaand gebruik maar van nieuwe ontwikkelingen. Deze ontwikkeling dient wel te worden getoetst in het kader van de Natuurbeschermingswet 1998. De vereiste toetsing is in het kader van het bestemmingsplan Kampeerterreinen uit 2008 uitgevoerd. De vereiste goedkeuring in het kader van artikel 19j van de Natuurbeschermingswet 1998 is verkregen.