direct naar inhoud van Artikel 4 Recreatie - Kampeerterrein
Plan: Kampeerterreinen
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0717.0026BPKptAP-VG01

Artikel 4 Recreatie - Kampeerterrein

4.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Recreatie-Kampeerterrein' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. Een kampeerterrein uitsluitend met een centrale bedrijfsmatige exploitatie met niet meer standplaatsen voor kampeermiddelen en camperplaatsen dan in lid 4.2.1 is aangegeven.
  • b. In samenhang met het onder a bedoelde gebruik centrale voorzieningen en voorzieningen voor beheer en onderhoud, waaronder begrepen:
    • 1. horecavoorzieningen uit categorie 1a en 1b van de Staat van Horeca-activiteiten;
    • 2. naar aard en omvang aan het kampeerterrein ondergeschikte detailhandel;
    • 3. personeels- en kantoorruimten, een receptie, een kantine, sanitaire voorzieningen en bedrijfswoningen.
    • 4. spel-, sport- en speelvoorzieningen en andere vormen van ontspanning en recreatie.
  • c. Ter plaatse van de aanduiding 'parkeerterrein': uitsluitend een parkeerterrein horende bij een kampeerterrein.
  • d. Ter plaatse van de aanduiding 'recreatiewoning': uitsluitend een recreatiewoning.
  • e. Bij deze bestemming behorende voorzieningen zoals parkeervoorzieningen en toegangswegen, groen en water, kleinschalige dagrecreatieve voorzieningen, nutsvoorzieningen.

4.2 Bouwregels

Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels:

4.2.1 Algemeen
  • a. Gebouwen en kampeermiddelen worden gebouwd of geplaatst binnen een bestemmingsvlak.
  • b. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 1' zijn geen gebouwen toegestaan.
  • c. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 2' zijn geen gebouwen ten behoeve van centrale voorzieningen toegestaan.
  • d. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 3' zijn geen gebouwen en overkappingen toegestaan.
  • e. Ter plaatse van de aanduidingen 'specifieke vorm van recreatie 1 tot en met 23' gelden de volgende maximum aantallen kampeerhuisjes, zomerhuisjes, recreatiewoningen en bedrijfswoningen en de volgende maximum oppervlakten van gebouwen voor centrale voorzieningen:

afbeelding "i_NL.IMRO.0717.0026BPKptAP-VG01_0008.jpg"

4.2.2 Gebouwen
  • a. De oppervlakte en inhoud van een kampeerhuisje bedragen ten hoogste 55 m² en 182,5 m³.
  • b. De oppervlakte van een zomerhuisje bedraagt ten hoogste 70 m2, met dien verstande dat te plaatse van de hierna vermelde aanduidingen ten hoogste de bijbehorende oppervlakten zijn toegestaan:

afbeelding "i_NL.IMRO.0717.0026BPKptAP-VG01_0009.jpg"

  • c. De oppervlakte van een kampeermiddel exclusief eventuele bijgebouwen bedraagt ten hoogste 55 m².
  • d. De gezamenlijke oppervlakte van bijgebouwen, aan- en uitbouwen, overkappingen en individuele sanitairgebouwen op een standplaats bedraagt ten hoogste 10 m².
  • e. De oppervlakte van een bedrijfswoning inclusief aan- en uitbouwen, bedraagt ten hoogste 200 m² en de inhoud ten hoogste 750 m³.
  • f. De goothoogte van de in lid 4.1 onder b en d bedoelde gebouwen bedraagt ten hoogste 4 m.
  • g. De goothoogte van aan- en uitbouwen en bijgebouwen bij een bedrijfswoning ten hoogste 3,5 m.
  • h. De bouwhoogte van de in lid 4.1 onder b en d bedoelde gebouwen bedraagt ten hoogste 9 m.
  • i. De bouwhoogte van kampeermiddelen, kampeerhuisjes, bijgebouwen, aan- en uitbouwen, overkappingen en individuele sanitairgebouwen op een standplaats bedraagt ten hoogste 3,5 m.
  • j. De bouwhoogte van aan- en uitbouwen en bijgebouwen bij een bedrijfswoning ten hoogste 6 m.

4.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
  • a. De bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt ten hoogste 2 m.
  • b. De bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen tussen de voorgevel van hoofdgebouwen en de openbare weg bedraagt ten hoogste 1 m.
  • c. De bouwhoogte van licht- en vlaggenmasten bedraagt ten hoogste 16 m.
  • d. De bouwhoogte van overig straatmeubilair bedraagt ten hoogste 6 m.
  • e. De bouwhoogte van antennes ten behoeve van telecommunicatie, niet zijnde schotelantennes bedraagt ten hoogste 15 m.
  • f. De bouwhoogte van schotelantennes bedraagt ten hoogste 6 m.
  • g. De bouwhoogte van tuinmeubilair bedraagt ten hoogste 2 m.
  • h. De bouwhoogte van speelvoorzieningen bedraagt ten hoogste 6 m.
  • i. De bouwhoogte van ballenvangers bedraagt ten hoogste 10 m.
  • j. De bouwhoogte van overige bouwwerken geen gebouwen zijnde bedraagt ten hoogste 5 m.

4.3 Afwijken van de bouwregels
4.3.1 Bouwen tot op 12 meter van een waterloop

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 4.2.1 onder b voor het bouwen tot een afstand van 12 meter uit de boveninsteek van een waterloop, mits de camping beschikt over een ontheffing op grond van de Keur waterbeheer van het waterschap voor het aanbrengen van beplanting in de keurzone van de betreffende waterloop.

4.3.2 Uitbreiding van bestaande gebouwen binnen de bebouwingsvrije zone landschappelijke inpassing

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 4.2.1 onder b voor uitbreiding van gebouwen als bedoeld in lid 4.1 onder b, met inachtneming van de volgende regels:

  • a. Het deel van de gebouwen dat binnen de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 1' wordt gesitueerd, ten hoogste 25% mag bedragen van de oppervlakte aan gebouwen die op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van dit plan aanwezig was binnen deze aanduiding en het totaal aan gebouwen de toelaatbare oppervlakte ten behoeve van centrale voorzieningen zoals aangegeven in lid 4.2.1onder f niet overschrijdt.
  • b. De gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken worden niet onevenredig aangetast.
  • c. Voorzien wordt in een adequate landschappelijke inpassing waarmee de betreffende bebouwing en het betreffende deel van het kampeerterrein gedurende het gehele jaar aan het zicht vanuit de omgeving worden onttrokken.
  • d. Een privaatrechtelijke overeenkomst met de gemeente is afgesloten, waarin de realisering en het beheer en onderhoud van de onder c genoemde landschappelijke voorwaarden worden vastgelegd.

4.3.3 Vernieuwing en volledige vervanging van gebouwen binnen de bebouwingsvrije zone landschappelijke inpassing

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 4.2.1 onder b voor vernieuwing of vervanging van gebouwen als bedoeld als bedoeld in lid 4.1 onder b, met inachtneming van de volgende regels:

  • a. Er is geen sprake van verplaatsing van de gebouwen.
  • b. De gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken worden niet onevenredig aangetast.
  • c. Voorzien wordt in een adequate landschappelijke inpassing waarmee de betreffende bebouwing en het betreffende deel van het kampeerterrein gedurende het gehele jaar aan het zicht vanuit de omgeving worden onttrokken.
  • d. Een privaatrechtelijke overeenkomst met de gemeente is afgesloten, waarin de realisering en het beheer en onderhoud van de onder c genoemde landschappelijke voorwaarden worden vastgelegd.

4.3.4 Oppervlakte gebouwen ten behoeve van centrale voorzieningen

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 4.2.1 onder b voor het vergroten van de oppervlakte van gebouwen voor centrale voorzieningen, met inachtneming van de volgende regels:

  • a. De afwijkingsbevoegdheid uitsluitend kan worden toegepast voor de kampeerterreinen in de hierna opgenomen tabel en tot de maximale m²-maat zoals genoemd in kolom A:

afbeelding "i_NL.IMRO.0717.0026BPKptAP-VG01_0010.jpg"

  • b. Het vergroten van de oppervlakte gebouwen is toegestaan tot de maximale m²-maat zoals genoemd in kolom A.
  • c. In geval van overschrijding van de m²-maat zoals genoemd in kolom C aangetoond dient te worden dat voldoende waterberging wordt gerealiseerd.
  • d. Bij de afweging of de afwijkingsbevoegdheid kan worden toegepast, wordt de bereikbaarheidssituatie voor hulpdiensten en / of het ontruimen van de camping bij (dreigende) grootschalige calamiteiten betrokken.

4.3.5 Gebouwen ten behoeve van centrale voorzieningen

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 4.2.1 onder c voor het bouwen van gebouwen als bedoeld in lid 4.1 onder b, met inachtneming van de volgende regels:

  • a. De gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken niet onevenredig worden aangetast.
  • b. De voorzieningen passen naar aard en omvang bij het betreffende kampeerterrein.
  • c. Voorzien wordt in een adequate landschappelijke inpassing waarmee de betreffende bebouwing en het betreffende deel van het kampeerterrein gedurende het gehele jaar aan het zicht vanuit de omgeving worden onttrokken.
  • d. Een privaatrechtelijke overeenkomst met de gemeente is afgesloten, waarin de realisering en het beheer en onderhoud van de onder c genoemde landschappelijke inpassing worden vastgelegd.

4.3.6 Vergroting aantal kampeerhuisjes

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 4.2.1 onder e voor het bouwen van kampeerhuisjes, met inachtneming van de volgende regels:

  • a. Voldaan wordt aan de overige bouwregels zoals gesteld in lid 4.2.
  • b. De gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken worden niet onevenredig aangetast.
  • c. Voorzien wordt in een adequate landschappelijke inpassing van het betreffende terreindeel, waardoor de landschappelijke waarde van de omgeving niet onevenredig wordt aangetast en de gebouwen gedurende het gehele jaar aan het zicht worden onttrokken.
  • d. Een privaatrechtelijke overeenkomst met de gemeente is afgesloten, waarin de realisering en het beheer en onderhoud van de onder c genoemde landschappelijke inpassing worden vastgelegd.
  • e. Voldoende extra waterberging wordt gerealiseerd.

4.3.7 Extra bedrijfswoning

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 4.2.1 onder e voor de bouw van een extra bedrijfswoning, met inachtneming van de volgende regels:

  • a. De aanvrager van de omgevingsvergunning heeft aangetoond dat realisatie van de bedrijfswoning noodzakelijk is voor de bedrijfsvoering;
  • b. Voldaan wordt aan de overige bouwregels zoals gesteld in lid 4.2.
  • c. Per kampeerterrein zijn ten hoogste 2 bedrijfswoningen toelaatbaar.
  • d. De gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken worden niet onevenredig aangetast.
  • e. Bedrijfswoningen niet mogen worden gebouwd binnen de afstand van een weg, zoals aangegeven in de bijlage van deze regels.
  • f. Een privaatrechtelijke overeenkomst met de gemeente is afgesloten, waarin toepassing wordt gegeven aan vereveningsprincipe zoals omschreven in het Omgevingsplan Zeeland 2006-2012.

4.4 Specifieke gebruiksregels

Met betrekking tot het gebruik gelden de volgende regels:

  • a. Het verhuren van kamers in bedrijfswoningen is toegestaan, voor zover dit rechtstreeks samenhangt met en ondergeschikt is aan de woonfunctie;
  • b. Evenementen en activiteiten zoals kermissen, circussen, festivals, beurzen, rommel / snuffelmarkten, braderieën, faillissementsverkopen of sportevenementen, zijn toegestaan voor zover deze (inclusief opbouw en afbraak) niet langer duren dan 7 dagen per evenement en deze geen grote aantallen bezoekers trekken.
  • c. Het permanent bewonen of te laten bewonen van kampeermiddelen, kampeerhuisjes, zomerhuisjes en recreatiewoningen is niet toegestaan.
  • d. Het is niet toegestaan gronden en / of bouwwerken te gebruiken of te laten gebruiken als seksinrichting of voor straatprostitutie.
  • e. Kampeermiddelen en kampeerhuisjes zijn niet toegestaan ter plaatse van de aanduidingen 'specifieke bouwaanduiding - 1.
  • f. Gebouwen voor recreatief nachtverblijf zijn niet toegestaan ter plaatse van de aanduidingen 'specifieke bouwaanduiding - 3.
  • g. Per kampeerterrein is ten hoogste 13 m3 aan opslag van propaan toegestaan met uitzondering van het bepaalde onder h.
  • h. Uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van opslag - propaan 18' is een opslagtank voor propaan toegestaan met een inhoud van ten hoogste 18 m3toegestaan.

4.5 Afwijken van de gebruiksregels
4.5.1 Vergroten aantal standplaatsen

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 4.1 onder a voor het vergroten van het aantal standplaatsen, met inachtneming van de volgende regels:

  • a. Het aantal standplaatsen met ten hoogste 10% mag worden vergroot.
  • b. De gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken niet onevenredig worden aangetast.
  • c. Voorzien wordt in een adequate landschappelijke inpassing waarmee het gehele kampeerterrein gedurende het gehele jaar aan het zicht vanuit de omgeving worden onttrokken.
  • d. Voorzien wordt in voldoende parkeervoorzieningen op eigen terrein.
  • e. Een privaatrechtelijke overeenkomst met de gemeente is afgesloten, waarin is bepaald dat per extra eenheid een vereveningsbijdrage is verschuldigd, zoals dat op grond van het Omgevingsplan Zeeland 2006-2012 ook geldt voor het kleinschalig kamperen.
  • f. Bij de afweging of de afwijkingsbevoegdheid kan worden toegepast, wordt de bereikbaarheidssituatie voor hulpdiensten en / of het ontruimen van de camping bij (dreigende) grootschalige calamiteiten betrokken.

4.6 Wijzigingsbevoegdheid
4.6.1 Uitbreiding voorzieningen ten behoeve van ontspanning en vermaak

Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen ten einde binnen de in lid 4.1onder a en genoemde bestemming voorzieningen ten behoeve van ontspanning en vermaak mogelijk te maken die niet alleen zijn gericht op het eigen kampeerterrein, met inachtneming van de volgende regels:

  • a. Het gaat om voorzieningen die in belangrijke mate ten dienste staan aan het betreffende kampeerterrein.
  • b. De voorzieningen naar aard en omvang een toegevoegde waarde hebben voor de verblijfsrecreatie in de omgeving.
  • c. De gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken worden niet onevenredig aangetast.
  • d. De voorzieningen zijn uit het oogpunt van verkeersveiligheid en capaciteit van de betreffende wegen toelaatbaar.
  • e. De extra parkeerbehoefte als gevolg van de voorzieningen waarvoor de bevoegdheid wordt toegepast, heeft geen nadelige gevolgen voor de parkeersituatie buiten de kampeerterreinen.
  • f. Het totale oppervlak aan gebouwen ten behoeve van centrale voorzieningen en ten behoeve van ontspanning en vermaak mag per kampeerterrein niet meer bedragen dan de in lid 4.2.1 onder f aangegeven m²-maat.
  • g. De maximaal toelaatbare goothoogte dan wel bouwhoogte van gebouwen mag niet worden vergroot.
  • h. De wijzigingsbevoegdheid mag niet worden toegepast voor gronden met de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 1'.
  • i. Voorzien wordt in een adequate landschappelijke inpassing; waarmee de betreffende voorzieningen en het betreffende deel van het kampeerterrein gedurende het gehele jaar aan het zicht vanuit de omgeving worden onttrokken;
  • j. Voorzien wordt in voldoende parkeervoorzieningen op eigen terrein.
  • k. Vóóraf moet zijn aangetoond dat de bodemkwaliteit geschikt is voor de beoogde functie.

4.6.2 Adviesverplichting

Alvorens te besluiten tot wijziging als bedoeld in lid 4.6.1 winnen burgemeester en wethouders advies in bij het waterschap over de vraag of de voorzieningen uit het oogpunt van verkeersveiligheid en capaciteit van de betreffende wegen toelaatbaar zijn, met dien verstande dat dit advies alleen behoeft te worden ingewonnen indien het betreffende kampeerterrein wordt ontsloten vanaf een weg die in beheer is van het waterschap.

4.6.3 Waarborgen landschappelijke inpassing

Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen door de bestemming ´Recreatie - Kampeerterrein´ te wijzigen in de bestemming "Groen" (GR) om de landschappelijke inpassing van een kampeerterrein te waarborgen.