direct naar inhoud van Artikel 3 Groen
Plan: Kampeerterreinen
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0717.0026BPKptAP-VG01

Artikel 3 Groen

3.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. Voor opgaande beplantingen ten behoeve van een adequate groene omzoming van kampeerterreinen en parkeerterreinen.
  • b. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen - landschapselement' tevens een landschapselement in de vorm van groenvoorzieningen, water, kleinschalige natuurontwikkeling en het hobbymatig houden van vee en de daarbij behorende voorzieningen als paden en verhardingen, schuilgelegenheden voor vee, groen, wallen en water.
  • c. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen - geluidwal 4m': uitsluitend een met opgaande beplantingen beplante geluidwal met een minimumhoogte van 4 m.
  • d. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen - geluidwal 5m': uitsluitend een met opgaande beplantingen beplante geluidwal met een minimumhoogte van 5 m.
  • e. Bij deze bestemming behorende onderhoudsstroken van watergangen, nutsvoorzieningen, waterpartijen en waterhuishoudkundige voorzieningen.

3.2 Bouwregels

Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels:

  • a. Op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd, met uitzondering van overkappingen.
  • b. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen - landschapselement': per bestemmingsvlak tevens 1 schuilgelegenheid voor vee met een oppervlakte van ten hoogste 12 m² en een bouwhoogte van ten hoogste 3 m.
  • c. De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 5 m.

3.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
3.3.1 Uitvoeringsverbod zonder omgevingsvergunning

Het is verboden op of in de in lid 3.3.1 onder a, c en d bedoelde gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:

  • a. Het aanleggen of verharden van paden.
  • b. Het vergraven of ontgraven van dijken of taluds.
  • c. Het verwijderen, kappen of rooien van bomen of andere opgaande beplanting.

3.3.2 Uitvoeringsverbod zonder omgevingsvergunning

Het is verboden op of in de in lid 3.3.1 onder b bedoelde gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:

  • a. Het aanbrengen van boven- en ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur.
  • b. Het dempen van sloten en watergangen.

3.3.3 Uitzondering op het uitvoeringsverbod

De verboden van lid 3.3.1 en 3.3.2 is niet van toepassing, indien:

  • a. Deze normaal onderhoud en beheer ten dienste van de bestemming betreffen.
  • b. De werken of werkzaamheden op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan reeds in uitvoering zijn.
  • c. Reeds mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende omgevingsvergunning.

3.3.4 Voorwaarden voor een omgevingsvergunning

Werken, of werkzaamheden als bedoeld in de leden 3.3.1 en 3.3.2 zijn slechts toelaatbaar, indien daardoor de adequate groene omzoming van de kampeerterreinen en parkeerterreinen niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor herstel daarvan niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind.