| Plan: | Verblijfsrecreatieterreinen |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.0716.verblijfsrecreatie-VG01 |
Bedrijven en milieuzonering
De brochure "Bedrijven en milieuzonering" (VNG, 2009) geeft voor kampeerterreinen en vakantiecentra, e.d. (SBI-code 2008: 552, 553) een richtafstand van 50 meter ten opzichte van woningen, vanwege het milieuaspect geluid. Voor de milieuaspecten geur en gevaar gelden richtafstanden van 30 meter. De richtafstanden gelden ten opzichte van een rustige woonwijk. Bij uitbreidingen op de recreatieterreinen dient met deze afstanden rekening te worden gehouden.
Activiteitenbesluit
Ten aanzien van mogelijke milieuhinder van de recreatiebedrijven op de omgeving is het Activiteitenbesluit van belang. In dit besluit zijn milieuvoorschriften opgenomen ter voorkoming of zo veel mogelijk beperken van gevaar, schade of hinder voor de directe omgeving. Zo dienen de inrichtingen ervoor te zorgen dat de geluidsoverlast van het bedrijf of de accommodatie bepaalde grenzen niet overschrijdt.
Staat van Horeca-activiteiten
In het plangebied zijn verschillende horecafuncties aanwezig. Voor het reguleren hiervan is een Staat van Horeca-activiteiten beschikbaar. In dit bestemmingsplan wordt hiervan gebruik gemaakt. In de Staat van Horeca-activiteiten worden de volgende categorieën onderscheiden: "lichte horeca" (categorie 1), "middelzware horeca" (categorie 2) en "zware horeca" (categorie 3). Voor een nadere toelichting op, deze categorieën wordt verwezen naar bijlage 4 (toelichting op de Staat van Horeca-activiteiten).
Milieuzonering
Het plangebied bestaat uit verschillende verblijfsrecreatieterreinen. Binnen het plangebied vinden geen ontwikkelingen plaats, er is dus sprake van een consoliderende situatie. Hierdoor worden de afstanden van de verblijfsrecreatieterreinen tot omliggende gevoelige functies zoals woningen niet verkleind. Er blijft dus sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat in de omgeving van het plangebied. Wanneer op korte afstand van de verblijfsrecreatieterreinen nieuwe gevoelige functies mogelijk worden gemaakt, dient te worden aangetoond dat de recreatieterreinen door deze ontwikkelingen niet in hun bedrijfsvoering worden beperkt en dat ter plaatse van de gevoelige functies sprake zal zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
Toelaatbaarheid horecabedrijven
Uit milieuhygiënisch oogpunt worden in het plangebied horeca-activiteiten die gerelateerd zijn aan recreatieterreinen uit categorie 1a, 1b en 2 rechtstreeks toelaatbaar geacht.
Dit betekent niet dat de uitoefening van activiteiten uit een hogere categorie in alle gevallen onaanvaardbaar is. De Staat van Horeca-activiteiten geeft namelijk een vrij grove indeling van de hinderlijkheid van horeca-activiteiten. De situatie bij een specifiek recreatiebedrijf kan daarvan afwijken. Het kan voorkomen dat een horeca-activiteit minder hinder veroorzaakt dan in de Staat van Horeca-activiteiten is verondersteld. In dat geval kan aan een dergelijk recreatiebedrijf voor de desbetreffende activiteit een omgevingsvergunning voor het afwijken van het plan worden verleend. Dit geldt alleen voor activiteiten uit maximaal één categorie hoger dan de algemene toelaatbaarheid.
Agrarische bedrijven
Emissie van bestrijdingsmiddelen zoals toegepast in de akkerbouw, fruitteelt en de glastuinbouw kan milieuproblemen veroorzaken (diffuse verspreiding via lucht, bodem en water). Ook speelt de aanwezigheid van gevoelige functies een rol. Op grond van het provinciaal beleid (Omgevingsplan Zeeland) dient daarom rekening te worden gehouden met een aan te houden afstand van minimaal 50 meter van glastuinbouwbedrijven en fruitteeltpercelen tot woon- en verblijfsrecreatiegebieden. Aangezien het gaat om bestaande bedrijven waarop milieuwetgeving van toepassing is die gevaar of hinder moet voorkomen, behoeft in het voorliggend bestemmingsplan hiermee geen rekening te worden gehouden.
In opdracht van de gemeente Tholen is onderzoek uitgevoerd naar de veiligheidszones en verantwoorde afstanden rondom akkerbouw- en fruitteeltpercelen als gevolg van bespuitingen met toxische stoffen en de blootstelling hiervan op (nieuwe) woningen. Omdat fruitteeltbedrijven of percelen met fruitteelt nu niet in het plangebied voorkomen en in het plangebied binnen een afstand van 50 meter van woon- en verblijfsrecreatiegebieden ook niet worden toegestaan, wordt hieronder alleen ingegaan drift vanuit bespuitingen in de akkerbouw.
In het onderzoek is gekeken naar het effect van driftbeperkende toedieningstechnieken. Berekeningen zijn uitgevoerd op 5, 10, 20, 30, 40 en 50 meter afstand van de perceelrand en voor een hoogte van 0-3 meter en 3-6 meter. Daaruit volgde dat bij neerwaartse bespuitingen van veldgewassen, waarbij gebruik wordt gemaakt van de minimaal vereiste driftarme spuittechniek volgens het Lozingenbesluit Open Teelt en Veehouderij (LOTV) (DRT50), een afstand van minimaal 50 meter tussen bebouwing en perceelrand nodig is om overschrijding van de AEL-dermaal (opname van schadelijke stoffen in de menselijke huid) te voorkomen. Als er op de perceelsgrens een windhaag aanwezig is, dan kan voor deze spuittechniek de afstand tot 40 m worden verkleind voor omstanders (0-3 meter hoogte) maar blijft voor bebouwing minimaal 50 m (3-6 meter hoogte). De benodigde afstand kan verder worden verkleind of zeker worden gesteld door het gebruik van een dubbele windhaag of een constructie met een vergelijkbare filterende werking op de perceelgrens. Ook is berekend dat de benodigde veiligheidszone voor een standaard spuittechniek 30 meter bedraagt vanaf de perceelsgrens, als er geen sloot langs het landbouwperceel ligt. Indien een sloot aanwezig is langs het landbouwperceel en de minimaal vereiste driftreducerende techniek volgens LOTV (DRT50) wordt gebruik, is een afstand van 10 meter vanaf de perceelsgrens nodig om onder de dermale blootstelling van voor de mens schadelijke toxische stoffen (0-3 meter hoogte) en voor bebouwing (3-6 meter hoogte) te komen.
De resultaten van het onderzoek is vooral van belang bij de beoordeling van nieuwe initiatieven. Deze zijn niet in het voorliggende bestemmingsplan mogelijk gemaakt. In bestaande situaties zal betreffende agrarisch bedrijf rekening moeten houden met percelen van derden.
Hiervoor is aangegeven dat fruitteeltbedrijven of percelen met fruitteelt in het plangebied nu niet voorkomen. Op korte afstand van het plangebied komt dit wel voor. Ook voor deze agrarische bedrijfsactiviteit zal milieuwetgeving gevaar of hinder moeten voorkomen.
Klachten over bedrijven
Bij de gemeente zijn geen klachten van omwonenden over de aanwezige bedrijven bekend.
Geconcludeerd wordt dat binnen het plangebied sprake is van een aanvaardbaar woon-, verblijfs- en leefklimaat. Tevens worden bedrijven door het voorliggend bestemmingsplan niet in hun bedrijfsvoering beperkt. Het aspect bedrijven en milieuhinder staat de vaststelling van dit bestemmingsplan daarom niet in de weg.