Type plan: bestemmingsplan
Naam van het plan: Woningbouw Hofstraat, Oud-Vossemeer
Status: vastgesteld
Plan identificatie: NL.IMRO.0716.bpHofstraatOVM-VG01

Regels

1 Inleidende regels
 
Artikel 1 Begrippen
In deze regels wordt verstaan onder:
 
Plan:
het bestemmingsplan "Woningbouw Hofstraat, Oud-Vossemeer" met identificatienummer NL.IMRO.0716.bpHofstraatOVM-VG01 van de gemeente Tholen.
 
Bestemmingsplan:
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen.
 
Verdere begrippen in alfabetische volgorde:
 
Aanduiding:
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar – ingevolge de regels – regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.
 
Aanduidingsgrens:
de grens van een aanduiding, indien het een vlak betreft.
 
Aan- en uitbouw:
een aan een hoofdgebouw gebouwd gebouw dat in bouwkundig opzicht te onderscheiden is van het hoofdgebouw.
 
Aan huis gebonden beroep:
een dienstverlenend beroep, dat in een woning door de bewoner wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en voor zover deze beroepen een ruimtelijke uitstraling hebben die met de woonfunctie in overeenstemming is.
 
Achtererf:
de gronden die behoren bij het hoofdgebouw en gelegen zijn achter de achtergevel van het hoofdgebouw of achter een denkbeeldige lijn in het verlengde daarvan.
 
Antennedrager:
een antennemast of andere constructie bedoeld voor de bevestiging van een antenne.
 
Antenne-installatie:
een installatie bestaande uit een antenne, een antennedrager, de bedrading en de al dan niet in een techniekkast opgenomen apparatuur, met de daarbij behorende bevestigingsconstructie.
 
Bebouwing:
één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
  
Bestaande afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen:
afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen, die op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan tot stand zijn gekomen of tot stand zullen komen met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht
 
Bestemmingsgrens:
de grens van een bestemmingsvlak.
 
Bestemmingsvlak:
een geometrisch bepaald vlak met een zelfde bestemming.
 
Bevoegd gezag:
bevoegd gezag zoals bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
 
Bouwen:
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk.
 
Bouwgrens:
de grens van een bouwvlak.
 
Bouwlaag:
een doorlopend gedeelte van een gebouw dat is begrensd door op (nagenoeg) gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen en dat zodanige afmetingen en vormen heeft dat dit gedeelte zonder ingrijpende voorzieningen voor functies uit de bestemmingsomschrijving geschikt of geschikt te maken is.
 
Bouwperceel:
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.
 
Bouwperceelgrens:
een grens van een bouwperceel.
  
Bouwvlak:
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten.
 
Bouwwerk:
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct of indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond.
 
Bouwwerk, geen gebouw zijnde:
een bouwwerk, niet zijnde een gebouw.
  
Bijgebouw:
een vrijstaand gebouw dat in functioneel en bouwkundig opzicht ondergeschikt is aan een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw.
 
Consumentenvuurwerk:
vuurwerk dat is bestemd voor particulier gebruik.
 
Dakkapel:
een constructie ter vergroting van een gebouw, die zich tussen de dakgoot en de nok van een dakvlak bevindt, waarbij deze constructie onder de noklijn is gelegen en de onderzijde van de constructie in het dakvlak is geplaatst.
 
Evenement:
een gebeurtenis, gericht op een groot publiek, met betrekking tot kunst, sport, ontspanning en cultuur.
 
Gebouw:
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.
 
Hoofdgebouw:
een gebouw, dat op een bouwperceel door zijn constructie, afmetingen of functie als het belangrijkste bouwwerk valt aan te merken.
 
Kap:
een constructie van één of meer dakvlakken met een helling van meer dan 30° en minder dan 65°.
 
Kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten:
activiteiten die in een woning door een bewoner op bedrijfsmatige wijze worden uitgeoefend, voor zover sprake is van een inrichting type A, zoals bedoeld in het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (Activiteitenbesluit) waarbij de woning in overwegende mate zijn woonfunctie behoudt met een ruimtelijke uitstraling die daarbij past.
 
Lessenaarsdak:
een asymmetrische dakvorm met één hellend dakvlak over (nagenoeg) de volledige breedte of diepte van een gebouw.
 
Nutsvoorzieningen:
voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen, voorzieningen ten behoeve van (ondergrondse) afvalinzameling en apparatuur voor telecommunicatie.
 
Overkapping
een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van een dak.
  
Peil:
a.
voor gebouwen die onmiddellijk aan de weg grenzen: de hoogte van die weg;
b.
in andere gevallen en voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld, op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan.
 
Praktijkruimte:
een gebouw of een gedeelte daarvan, dat dient voor het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, architectonisch, kunstzinnig, juridisch, medisch, paramedisch, therapeutisch of een daarmee naar aard gelijk te stellen gebied.
 
Seksinrichting:
het bedrijfsmatig - of in een omvang of frequentie die daarmee overeenkomt - gelegenheid bieden tot het ter plaatse, in een gebouw of in een vaartuig, verrichten van seksuele handelingen.
 
SBI-code:
de code volgens de Standaard Bedrijfsindeling 2008 die door overheid en bedrijfsleven wordt gebruikt om in statistieken bedrijven naar hun belangrijkste activiteit in te delen.
 
Staat van Bedrijfsactiviteiten 'functiemenging'
de Staat van Bedrijfsactiviteiten 'functiemenging' die van deze regels deel uitmaakt.
 
Voorgevel:
de gevel van het hoofdgebouw die door zijn aard, functie, constructie of uitstraling als belangrijkste gevel kan worden aangemerkt.
 
Zijerf:
de gronden die behoren bij het hoofdgebouw en gelegen zijn aan de zijkant(en) van dat hoofdgebouw tussen de denkbeeldige lijnen in het verlengde van de voor- en achtergevel.
 

 
Artikel 2 Wijze van meten
 
 
Bij de toepassing van deze planregels wordt als volgt gemeten:
 
2.1
Afstand
 
de afstand tussen bouwwerken onderling alsmede de afstand van bouwwerken tot perceelsgrenzen worden daar gemeten waar deze afstand het kleinst zijn.
 
2.2
Bouwhoogte van een (schotel)antenne-installatie
a.
ingeval van een vrijstaande installatie: tussen het peil en het hoogste punt van de installatie;
b.
ingeval van een op of aan een bouwwerk gebouwde installatie: tussen de voet van de installatie en het hoogste punt van de installatie.
 
2.3
Bouwhoogte van een bouwwerk
 
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.
 
2.4
Breedte, lengte en diepte van een gebouw
 
tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels en het hart van de scheidsmuren.
 
2.5
Dakhelling
 
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak.
 
2.6
Goothoogte van een bouwwerk
a.
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel;
b.
bij meerdere/ verschillende (hellende) dakvlakken met verschillende goot- en/of boei-boordhoogten wordt de goot- en/of boeiboordhoogte gemeten bij het dakvlak, waarvan de verticale projectie meer bedraagt dan 50% van het grondoppervlak van een gebouw;
c.
bij toepassing van een lessenaarsdak wordt goothoogte gemeten op het hoogste snijpunt van het dakvlak met de daaronder gelegen gevel: onder de gevel wordt tevens verstaan het hart van de scheidsmuren met een gebouw op een aangrenzend bouwperceel.
 
2.7
Inhoud van een bouwwerk
 
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels ( en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.
 
2.8
Oppervlakte van een bouwwerk
 
yussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van een bouwwerk.
 
2.9
Vloeroppervlakte
 
de gebruiksvloeroppervlakte volgens NEN2580.
2 Bestemmingsregels
Artikel 3 Verkeer
   
3.1
Bestemmingsomschrijving
 
De voor ‘Verkeer’ aangewezen gronden zijn bestemd voor:
a.
wegen met ten hoogste 2 x 1 doorgaande rijstrook, alsmede opstelstroken, busstroken, voet- en fietspaden;
b.
verblijfsgebied met een functie voor verblijf, verplaatsing en gebruik ten dienste van de aangrenzende bestemmingen;
c.
bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals parkeervoorzieningen, nutsvoorzieningen, kleinschalige speelvoorzieningen, ontmoetingsplaatsen, geluidwerende voorzieningen, horecaterrassen, niet-permanente vent- en standplaatsen voor ambulante handel, reclame-uitingen, voorzieningen ten behoeve van afvalinzameling, groen, water, waterhuishoudkundige voorzieningen, zoals water-infiltratie en -transportvoorzieningen en ondergrondse bergbezinkbassins.
  
3.2
Bouwregels
 
Op deze gronden mag gebouwd worden en gelden de volgende regels:
  
 
gebouwen en overkappingen
 
bouwwerk, geen gebouw zijnde
 
a. op deze gronden mag worden gebouwd:
 
uitsluitend voor ontmoetingsplaatsen en voor nutsvoorzieningen  
ja  
b. de hoogte bedraagt niet meer dan:
 
zie aanduiding 'maximale bouwhoogte'; en anders 3 m  
-  
1. bewegwijzering  
niet van toepassing  
4,5 m  
2. straatmeubilair  
niet van toepassing  
3 m  
3. lichtmasten en overige masten  
niet van toepassing  
9 m  
4. overig bouwwerk, geen gebouw zijnde  
niet van toepassing  
3 m  
5. vrijstaande antennemast  
niet van toepassing  
15 m  
c. de oppervlakte bedraagt niet meer dan:
 
15 m2  
-  
  
3.3
Specifieke gebruiksregels
 
Met betrekking tot het gebruik gelden de volgende regels:
a.
evenementen zijn toegestaan.
 

Artikel 4 Verkeer - Garages en bergplaatsen
 
4.1
Bestemmingsomschrijving
 
De voor ‘Verkeer - Garages en bergplaatsen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor:
a.
garages en bergplaatsen;
b.
bij deze bestemming behorende voorzieningen.
  
4.2
Bouwregels
 
Op deze gronden mag gebouwd worden en gelden de volgende regels:
  
 
gebouwen en overkappingen
 
bouwwerk, geen gebouw zijnde
 
a. op deze gronden mag worden gebouwd:
 
ja
ja
b. de hoogte bedraagt niet meer dan:
1. goothoogte
2. bouwhoogte
 
3 m
6 m
 
niet van toepassing
2 m
c. de oppervlakte bedraagt niet meer dan:
1. binnen een bouwvlak
 
 
niet gemaximeerd 
-  
  
4.3
Specifieke gebruiksregels
 
Met betrekking tot het gebruik gelden de volgende regels:
a.
de berging van voor handel en distributie bestemde goederen is niet toegestaan.
 

Artikel 5 Wonen
 
5.1
Bestemmingsomschrijving
 
De voor ‘Wonen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor:
a.
het wonen daaronder begrepen de uitoefening van aan-huis-gebonden-beroepen, logies met ontbijt en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten.
b.
bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals erven, nutsvoorzieningen, parkeervoorzieningen, tuinen, water, waterhuishoudkundige voorzieningen en toegangswegen.
 
5.2
Bouwregels
 
Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels:
a.
als woningtypen zijn toegestaan: aaneengebouwd, geschakeld, vrijstaand;
b.
uitsluitend grondgebonden woningen zijn toegestaan;
c.
voor het overige geldt:
 
 
hoofdgebouw  
aan- en uitbouw, bijgebouw, overkapping  
bouwwerk, geen gebouw zijnde  
1. op deze gronden mag worden gebouwd:  
     
a. binnen het bouwvlak  
ja  
ja  
ja  
b. buiten het bouwvlak
ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen'  
nee  
ja  
ja  
c. buiten het bouwvlak, overig  
nee  
nee  
ja  
2. de goothoogte bedraagt niet meer dan:  
     
a. binnen het bouwvlak  
- zie aanduiding 'maximum goot- en bouwhoogte (m)
- lessenaarsdak: zie lid d
- voor een aan- en uitbouw en een bijgebouw: zie aanduiding 'maximum goot- en bouwhoogte (m);
- voor een overkapping: 3 m  
niet van toepassing  
b. buiten het bouwvlak
ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen'  
niet van toepassing  
- zie aanduiding 'maximum goot- en bouwhoogte (m);
- en anders: 3 m  
niet van toepassing  
c. buiten het bouwvlak, overig  
niet van toepassing  
niet van toepassing  
niet van toepassing  
3. de bouwhoogte bedraagt niet meer dan:  

 
   
a. binnen het bouwvlak  
- zie aanduiding 'maximum goot- en bouwhoogte (m)  
- voor een aan- en uitbouw en een bijgebouw: zie aanduiding 'maximum goot- en bouwhoogte (m);

- voor een overkapping: 6 m  
- muren en terreinafscheidingen achter de voorgevel van hoofdgebouwen: 2 m;
- muren en terreinafscheidingen voor de voorgevel van hoofdgebouwen: 1 m;
- vrijstaande antennemasten: 9 m;
- overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde: 3 m  
b. buiten het bouwvlak,
ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen'  
niet van toepassing  
- zie aanduiding 'maximum goot- en bouwhoogte (m);
- en anders: 6 m  
- muren en terreinafscheidingen achter de voorgevel van hoofdgebouwen: 2 m
- muren en terreinafscheidingen voor de voorgevel van hoofdgebouwen: 1 m
- vrijstaande antennemasten: 9 m
- overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde: 3 m  
c. buiten het bouwvlak, overig  
niet van toepassing  
niet van toepassing  
- muren en terreinafscheidingen: 1 m
- overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde: 2 m  
4. de oppervlakte bedraagt niet meer dan:  
     
a. binnen een bouwvlak  
niet gemaximeerd  
niet gemaximeerd  
niet gemaximeerd  
b. ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' per bouwperceel  
     
b1. Aanduidingsvlak kleiner dan 50 m²  
0 m2  
50% tot ten hoogste 20 m²  
niet gemaximeerd  
b2. aanduidingsvlak 51 m2 tot 200 m²  
0 m2  
40 % tot ten hoogste 60 m2  
niet gemaximeerd  
b3. aanduidingvlak 201 m2 - 400 m2  
0 m2  
30% tot ten hoogste 80 m²  
niet gemaximeerd  
b4. aanduidingvlak 401 m2 of meer  
0 m2  
20% tot ten hoogste 100 m²  
niet gemaximeerd  
 
d.
bij een lessenaarsdak bedraagt de maximale goothoogte aan de zijde van de gevel loodrecht op de weg of van de gevel die van de weg is afgekeerd 10 m;
 
5.3
Specifieke gebruiksregels
5.3.1
Bewoning bijgebouw
 
Zelfstandige bewoning van een bijgebouw is niet toegestaan.
  
5.3.2
Uitoefening andere activiteiten in woningen
 
Uitoefening van aan-huis-gebonden-beroepen, logies met ontbijt en kleinschalige
bedrijfsmatige activiteiten
 is toegestaan in een woning en in een bijgebouw, met inachtneming van de volgende regels:
a.
de activiteit is in zijn uiterlijke verschijningsvorm ondergeschikt aan de woning en de woonomgeving;
b.
de vloeroppervlakte voor deze andere activiteiten bedraagt in totaal ten hoogste 50 m2;
c.
het beroep of de activiteit dient door de bewoner te worden uitgeoefend;
d.
de activiteit is milieuhygiënisch inpasbaar in de woonomgeving, waarbij de activiteit vergelijkbaar is met activiteiten zoals genoemd in de Staat van Bedrijfsactiviteiten 'functiemenging' categorie A;
e.
het gebruik mag geen zodanige verkeersaantrekkende werking hebben dat deze kan leiden tot een nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling van het verkeer dan wel tot een onevenredige parkeerdruk op de openbare ruimte;
f.
er vindt geen detailhandel plaats, uitgezonderd een beperkte verkoop die verband houdt met de beroeps- of bedrijfsmatige activiteiten.

3 Algemene regels
Artikel 6 Anti-dubbeltelregel
 
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
 
Artikel 7 Algemene bouwregels
 
7.1
Overschrijding bouwgrenzen
 
De bouwgrenzen, niet zijnde bestemmingsgrenzen, mogen in afwijking van aanduidingen, aanduidingsgrenzen en regels worden overschreden door:
a.
tot gebouwen behorende stoepen, stoeptreden, trappen(huizen), galerijen, hellingbanen, balkons, entreeportalen, veranda's en afdaken, mits de overschrijding ten hoogste 2,5 m bedraagt;
b.
tot gebouwen behorende erkers en serres, mits de overschrijding ten hoogste 2 m bedraagt;
c.
andere ondergeschikte onderdelen van gebouwen, mits de overschrijding ten hoogste 1,5 m bedraagt.
 
7.2
Toegelaten bouwwerken met afwijkende maten
a.
Voor een bouwwerk, dat bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden en dat in het plan ingevolge de bestemming is toegelaten, maar waarvan de bestaande afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen afwijken van de bouwregels van de betreffende bestemming, geldt dat:
 
1.
bestaande maten, die meer bedragen dan in hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen als ten hoogste toelaatbaar worden aangehouden;
 
2.
bestaande maten, die minder bedragen dan in hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen als ten minste toelaatbaar worden aangehouden.
b.
In geval van herbouw is lid a onder 1 en 2 uitsluitend van toepassing, indien de herbouw op dezelfde plaats plaatsvindt.
c.
Op een bouwwerk als hiervoor bedoeld, is het Overgangsrecht bouwwerken als opgenomen in dit plan niet van toepassing.
 
Artikel 8 Algemene afwijkingsregels
   
8.1
Maten en bouwgrenzen
 
Het bevoegd gezag kan - tenzij op grond van hoofdstuk 2 reeds afwijking mogelijk is - bij een omgevingsvergunning afwijken van de regels voor:
a.
afwijkingen van maten (waaronder percentages) met ten hoogste 10%;
b.
overschrijding van bouwgrenzen, niet zijnde bestemmingsgrenzen, voor zover zulks van belang is voor een technisch betere realisering van bouwwerken dan wel voor zover zulks noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein; de overschrijdingen mogen ten hoogste 3 m bedragen en het bouwvlak mag met ten hoogste 10% worden vergroot;
  
 
De omgevingsvergunning wordt niet verleend, indien daardoor onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ingevolge de bestemming gegeven gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken.           
 
Artikel 9 Algemene wijzigingsregels
 
9.1
Overschrijding bestemmingsgrenzen
 
Burgemeester en wethouders kunnen de in het plan opgenomen bestemmingen wijzigen ten behoeve van overschrijding van bestemmingsgrenzen, voor zover zulks van belang is voor een technisch betere realisering van bestemmingen of bouwwerken dan wel voor zover zulks noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein. De overschrijdingen mogen echter ten hoogste 3 m bedragen en het bestemmingsvlak mag met ten hoogste 10% worden vergroot.
Artikel 10 Overige regels
 
10.1
Werking wettelijke regelingen
 
De wettelijke regelingen, waarnaar in de regels van dit plan wordt verwezen, gelden zoals deze luiden op het moment van vaststelling van het plan.
4 Overgangs- en slotregels
Artikel 11 Overgangsrecht
 
11.1
Overgangsrecht bouwwerken
 
Voor bouwwerken luidt het overgangsrecht als volgt:
a.
een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot:
 
1.
gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;
 
2.
na het tenietgaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is tenietgegaan;
b.
het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van dit lid onder a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in dit lid onder a met maximaal 10%;
c.
dit lid onder a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
 
11.2
Overgangsrecht gebruik
 
Voor gebruik luidt het overgangsrecht als volgt:
a.
het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet;
b.
het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in dit lid onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind;
c.
indien het gebruik, bedoeld in dit lid onder a, na het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten;
d.
dit lid onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
 
Artikel 12 Slotregel
 
Deze regels worden aangehaald als: 'Regels van het bestemmingsplan Woningbouw Hofstraat, Oud-Vossemeer’, gemeente Tholen.