| Plan: | TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Buitenzorg IV Tholen |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.0716.TAMBuitenzorgIVTLN-VG01 |
Preambule
Dit TAM-omgevingsplan is gericht op het faciliteren van gebiedsontwikkeling op de locatie Buitenzorg Tholen. Dit TAM-omgevingsplan vormt juridisch een nieuw hoofdstuk (hoofdstuk 22e) van het omgevingsplan van de gemeente Tholen. Dit hoofdstuk is op grond van artikel 11.1, tweede lid, van het Besluit elektronische publicaties bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening https://www.ruimtelijkeplannen.nl. Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen.
De in dit op https://www.ruimtelijkeplannen.nl uitgegeven deel van het omgevingsplan (hierna: dit deel) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk 22e van het omgevingsplan van de gemeente Tholen. In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer '22e' gelezen worden. In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord 'Bijlage', na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage '22e' gelezen worden.
Begripsbepalingen die zijn opgenomen in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling zijn van toepassing op dit hoofdstuk.
Voor toepassing van dit hoofdstuk gelden aanvullend de volgende begripsbepalingen:
Het TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Buitenzorg, Tholen.
Het omgevingsplan van de gemeente Tholen.
Een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge dit hoofdstuk regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.
De grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.
Een aan een hoofdgebouw gebouwd gebouw dat in bouwkundig opzicht te onderscheiden is van het hoofdgebouw.
Een dienstverlenend beroep, dat in een woning door de bewoner wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en voor zover deze beroepen een ruimtelijke uitstraling hebben die met de woonfunctie in overeenstemming is.
De gronden die behoren bij het hoofdgebouw en gelegen zijn achter de achtergevel van het hoofdgebouw of achter een denkbeeldige lijn in het verlengde daarvan.
Een installatie bestaande uit een antenne, een antennedrager, de bedrading en de al dan niet in een techniekkast opgenomen apparatuur, met de daarbij behorende bevestigingsconstructie.
Eén of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
een bijzondere woonvorm waarbij boven dan wel beneden en of naast elkaar gesitueerde woningen in maximaal twee bouwlagen al dan niet met kap zijn gebouwd waarbij per woning een zelfstandige toegankelijkheid al dan niet direct vanaf het voetgangersniveau gewaarborgd is niet zijnde een appartementencomplex.
Een vrijstaand gebouw dat in functioneel en bouwkundig opzicht ondergeschikt is aan een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw.
Plaatsen, geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen, veranderen of vergroten van een bouwwerk.
De grens van een bouwvlak.
Een doorlopend gedeelte van een gebouw dat is begrensd door op (nagenoeg) gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen en dat zodanige afmetingen en vormen heeft dat dit gedeelte zonder ingrijpende voorzieningen voor functies uit de bestemmingsomschrijving geschikt of geschikt te maken is.
Een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge deze regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.
De grens van een bouwperceel.
Een geometrisch bepaald vlak, waarmee de gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten.
Elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct of indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond.
Een bouwwerk als bedoeld in lid 2.17, niet zijnde een gebouw.
Het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder de uitstalling ten verkoop), verkopen, verhuren en leveren van goederen aan personen die die goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroep of bedrijf.
Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.
Een gebouw of een gedeelte van een gebouw, zoals bedoeld in artikel 3.21 Bkl.
Een verblijfsruimte of verblijfsgebied, zoals bedoeld in artikel 3.22 Bkl.
Een grondgebonden woning waarbij de muren van het niet-woongedeelte gedeeltelijk grenzen aan een niet-woongedeelte van andere grondgebonden woningen.
Boven dan wel beneden en/of naast elkaar gesitueerde woningen waarbij per woning een zelfstandige toegankelijkheid, al dan niet direct vanaf het voetgangersniveau, gewaarborgd is, bestaande uit meer dan twee bouwlagen.
Een woning die rechtstreeks contact heeft met het aangrenzende terrein.
Een gebouw dat op een bouwperceel door zijn constructie, afmetingen of functie als het belangrijkste bouwwerk valt aan te merken.
Een alleenstaande of twee of meer personen die een duurzaam gemeenschappelijke huishouding (willen) voeren.
Activiteiten die in een woning door een bewoner op bedrijfsmatige wijze worden uitgeoefend waarbij de woning in overwegende mate zijn woonfunctie behoudt en met een ruimtelijke uitstraling die daarbij past.
Een asymmetrische dakvorm met één hellend dakvlak over (nagenoeg) de volledige breedte of diepte van een gebouw.
Een woning die geschikt is voor bewoning in alle levensfasen, dus die ook rolstoeltoegankelijk is voor mensen met een lichamelijke beperking, waarbij alle primaire leefruimten (woonkamer, keuken, slaapkamer en badkamer met toilet zich op de begane grond moeten bevinden en waarbij deze leefruimten zowel inpandig als vanuit het aansluitende terrein drempelvrij toegankelijk zijn.
Een kleinschalige, aan de woonfunctie ondergeschikte, recreatieve voorziening voor kortdurend verblijf, voor uitsluitend logies en ontbijt en niet voor permanente bewoning.
Voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen, voorzieningen ten behoeve van (ondergrondse) afvalinzameling en apparatuur voor telecommunicatie.
Een wooneenheid die geen eigen afsluitbare toegang heeft en welke niet door een huishouden kan worden bewoond, zonder afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte.
Een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van een dak.
Een grondgebonden woning waarbij de achtergevel gedeeld wordt met een andere grondgebonden woning.
Het bedrijfsmatig - of in een omvang of frequentie die daarmee overeenkomt - gelegenheid bieden tot het ter plaatse, in een gebouw of in een vaartuig, verrichten van seksuele handelingen.
Een woning die via het woongedeelte verbonden is met het woongedeelte van één andere woning. De woningen kunnen een eigen dak hebben.
De gevel van het hoofdgebouw die door zijn aard, functie, constructie of uitstraling als belangrijkste gevel kan worden aangemerkt.
Een complex van ruimten, bestemd voor de huisvesting van één huishouden.
Het gehuisvest zijn in een woning, conform het begrip 'woning' zoals bedoeld in lid 2.35.
De gronden die behoren bij het hoofdgebouw en gelegen zijn aan de zijkant(en) van dat hoofdgebouw tussen de denkbeeldige lijnen in het verlengde van de voor- en achtergevel.
.
Bij de toepassing van dit hoofdstuk wordt als volgt gemeten:
De afstand tussen bouwwerken onderling en de afstand van bouwwerken tot perceelsgrenzen worden daar gemeten waar deze afstanden het kleinst zijn.
Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.
Tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels en het hart van de scheidingsmuren.
Langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak.
Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.
Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
De gebruiksoppervlakte volgens NEN2580.
De aanvraagvereisten, bedoeld in paragraaf 22.5.2 van dit omgevingsplan, zijn van overeenkomstige toepassing op een omgevingsvergunning die is vereist op grond van dit hoofdstuk.
Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties is het verboden gronden of bouwwerken te gebruiken anders dan overeenkomstig de aan die locaties toegedeelde functies en activiteiten.
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die op de verbeelding zijn aangewezen als 'Agrarisch'.
De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
en tevens voor:
een en ander met de hierbij behorende voorzieningen, zoals groenelementen, (natuurvriendelijke) oevers, water en voet- en fietspaden.
Voor het bouwen van bouwwerken gelden de volgende regels:
Als een gebruik strijdig met de functieomschrijving wordt bedoeld:
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die op de verbeelding zijn aangewezen als 'Bedrijventerrein'.
De voor 'Bedrijventerrein' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
een en ander met de hierbij behorende voorzieningen, zoals laad- en losvoorzieningen, voet- en fietspaden, parkeervoorzieningen, toegangswegen, nutsvoorzieningen, geluidwerende voorzieningen, reclame-uitingen, voorzieningen ten behoeve van afvalinzameling, groen, water, waterhuishoudkundige voorzieningen, zoals water-infiltratie en -transportvoorzieningen en ondergrondse bergbezinkbassins.
Op de voor 'Bedrijventerrein' aangewezen gronden mogen uitsluitend bedrijfsgebouwen met bijbehorende overkappingen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd ten dienste van deze functie.
Voor het bouwen van gebouwen en overkappingen gelden de volgende regels:
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels:
Het bevoegd gezag kan in het belang van een betere inrichting van de onbebouwde gronden ten behoeve van aan- en afvoerroutes, laad- en losruimtes en parkeerruimten, middels een maatwerkvoorschrift of een vergunningvoorschrift beperkingen stellen aan de situering van bouwwerken mits:
Als een gebruik strijdig met de functieomschrijving wordt bedoeld:
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning ondergeschikte detailhandelsactiviteiten te verrichten.
De omgevingsvergunning voor ondergeschikte detailhandelsactiviteiten wordt slechts verleend als voldaan wordt aan de volgende regels:
Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die op de verbeelding zijn aangewezen als 'Groen'.
De voor 'Groen' aangewezen locaties hebben de volgende functies:
een en ander met de hierbij bijbehorende voorzieningen, zoals nutsvoorzieningen, ontmoetingsplaatsen, geluidwerende voorzieningen, voorzieningen ten behoeve van afvalinzameling, water, waterhuishoudkundige voorzieningen, zoals water-infiltratie en -transportvoorzieningen en ondergrondse bergbezinkbassins.
Voor het bouwen van gebouwen en overkappingen gelden de volgende regels:
Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels:
het bevoegd gezag kan in het belang van het behoud van groenvoorzieningen middels een maatwerkvoorschrift of een vergunningvoorschrift:
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die op de verbeelding zijn aangewezen als 'Tuin'.
De voor 'Tuin' aangewezen locaties hebben de volgende functies:
Ter plaatse van de in deze bestemming bedoelde gronden mag niet worden gebouwd.
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die op de verbeelding zijn aangewezen als 'Verkeer'.
De voor 'Verkeer' aangewezen locaties hebben de volgende functies:
een en ander met de daarbij behorende voorzieningen, zoals parkeervoorzieningen, nutsvoorzieningen, kleinschalige speelvoorzieningen, ontmoetingsplaatsen, geluidwerende voorzieningen, niet-permanente vent- en standplaatsen voor ambulante handel, reclame-uitingen, voorzieningen ten behoeve van afvalinzameling, groen, water, waterhuishoudkundige voorzieningen, zoals water-infiltratie en -transportvoorzieningen en ondergrondse bergbezinkbassins.
Voor het bouwen van gebouwen en overkappingen gelden de volgende regels:
Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels:
Het bevoegd gezag kan in het belang van verkeer(sveiligheid) of het openbaar nut middels een maatwerkvoorschrift of een vergunningvoorschrift:
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die op de verbeelding zijn aangewezen als 'Water'.
De voor 'Water' aangewezen locaties hebben de volgende functies:
een en ander met de hierbij bijbehorende voorzieningen.
Voor het bouwen van bouwwerken gelden de volgende regels:
Het bevoegd gezag kan in het belang van de waterhuishouding en het waterbeheer middels een maatwerkvoorschrift of een vergunningvoorschrift:
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die op de verbeelding zijn aangewezen als 'Woongebied'.
De als 'Woongebied' aangewezen locaties hebben de volgende functies:
een en ander met bijbehorende voorzieningen.
Op de voor 'Woongebied' aangewezen gronden mogen uitsluitend woningen met bijbehorende aanbouwen, uitbouwen en bijgbouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd alsmede bouwwerken ten dienste van de openbare ruimte en de technische uitrusting van wegen, water en groen.
Het totaal aantal woningen op alle voor 'Woongebied' aangewezen de gronden tezamen mag niet meer bedragen dan 295.
De oppervlakte van gebouwen en overkappingen tezamen bedraagt per bouwperceel van een grondgebonden woning ten hoogste:
In aanvulling op het bepaalde in lid 13.3 gelden voor het bouwen van hoofdgebouwen de volgende regels:
In aanvulling op het bepaalde in lid 13.3 gelden voor het bouwen van bijgebouwen, aanbouwen, uitbouwen en overkappingen de volgende regels:
Algemeen
Bouwen ten opzichte van de voorgevel
Bouwen van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen
Bouwen ten opzichte van de zijdelingse perceelsgrens
Goot- en bouwhoogte van bijgebouwen, aan- en uitbouwen en overkappingen
Oppervlakte van bijgebouwen, aan- en uitbouwen en overkapppingen
Voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken gelden de volgende regels:
Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouwen zijnde bij woningen gelden de volgende regels:
Voor het bouwen van gebouwen voor nutsvoorzieningen gelden de volgende regels:
Een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk wordt, onder de voorwaarde dat de afwijking stedenbouwkundig aanvaardbaar is en geen onevenredige consequenties heeft voor de verkeersveiligheid, ook verleend voor het afwijken van:
Het bevoegd gezag kan middels een maatwerkvoorschrift of een vergunningvoorschrift afwijken van het bepaalde in de beoordelingsregels in 13.5 ten behoeve van de situering en de goot- en bouwhoogte van bijgebouwen, indien over een lengte van meer dan 2,5 meter in de zijdelingse perceelsgrens wordt gebouwd, teneinde te waarborgen dat de op te richten bebouwing geen onnodig nadelige veranderingen teweegbrengt in de bezonningssituatie op de aangrenzende erven of tuinen, met dien verstande dat:
en indien dit naar hun oordeel noodzakelijk is in verband met:
Woningen binnen de locatie 'Woongebied' mogen alleen in gebruik genomen worden als sprake is van voldoende waterberging, waarbij geldt dat:
Als een gebruik strijdig met de functieomschrijving wordt bedoeld:
Voor de uitoefening van aan-huis-gebonden-beroepen, logies met ontbijt en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten in een woning en in aan- of uitbouwen of bijgebouwen, gelden de volgende regels:
De waarde van het gezamenlijk geluid, zoals bedoeld in artikel 4.103, eerste lid Besluit bouwwerken leefomgeving is 59 dB.
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als 'Waarde - Archeologie 2'.
Een als 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen locatie heeft, naast de andere daar voorkomende functies, mede de volgende functie:
Voor het bouwen van bouwwerken ten behoeve van de in artikel 14.2 genoemde functie gelden de volgende regels:
In aanvulling op de beoordelingsregels voor het bouwen van bouwwerken ten behoeve van andere toegestane functies elders opgenomen in dit hoofdstuk gelden de volgende regels:
De aanvullende beoordelingsregels zoals bedoeld in 14.3.2 zijn niet van toepassing bij:
Bij een aanvraag omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit dient ter aanvulling van het bepaalde in Artikel 5 de volgende gegevens en bescheiden te worden verstrekt:
Het bevoegd gezag kan in het belang van de bescherming van archeologische waarden een vergunningvoorschrift aan de omgevingsvergunning verbinden die gericht is op:
Het is verboden om zonder, of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde of de volgende werkzaamheden uit te voeren:
het verbod in 14.4.1 is niet van toepassing indien de werken en werkzaamheden:
Voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde of van werkzaamheden gelden de volgende regels:
Bij een aanvraag omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde of van werkzamheden dient ter aanvulling van het bepaalde in Artikel 5 de volgende gegevens en bescheiden te worden verstrekt:
Het bevoegd gezag kan in het belang van de bescherming van archeologische waarden een vergunningvoorschrift aan de omgevingsvergunning verbinden die gericht is op:
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
In afwijking van de in dit hoofdstuk bepaalde bouwgrenzen/bouwmaten mogen deze worden overschreden door:
Een omgevingsvergunning voor het bouwen, het uitbreiden en/of wijzigen van gebouwen wordt slechts verleend indien bij de aanvraag om een omgevingsvergunning wordt aangetoond dat gelet op de omvang of de functie van het gebouw en/of gronden in voldoende mate wordt voorzien in ruimte voor het parkeren of stallen van auto's in, op of onder het gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort. Hierbij gelden de parkeernormen, zoals vastgelegd in het vastgestelde 'Mobiliteitsplan Tholen 2022-2030'. Indien deze beleidsregels gedurende de planperiode worden gewijzigd, dient getoetst te worden aan diens rechtsopvolger.
Een omgevingsvergunning voor het bouwen van bouwwerken ten behoeve van innovatieve duurzaamheid en klimaatadaptatie wordt in afwijking van de bouwregels elders in dit hoofdstuk ook verleend, met dien verstande dat:
De realisatie en gebruik van laadpalen en het gebruik van laadkabels in de openbare ruimte is toegestaan, met dien verstande dat:
De realisatie en het gebruik van laadpalen op eigen terrein en het gebruik van laadkabels (in de openbare ruimte) is toegestaan, met dien verstande dat:
Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van dit hoofdstuk aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot,
Het bepaalde in 17.1.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van dit hoofdstuk, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
Voor gebruik luidt het overgangsrecht als volgt: