| Plan: | Buitengebied, Middenweg 13a Biervliet |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | wijzigingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.0715.WPBG23-VG01 |
Beleid
Ten behoeve van een ruimtelijke ontwikkeling dient een watertoets met het waterschap overlegd te worden. Bij de watertoets gaat het om allerlei waterhuishoudkundige aspecten, waaronder veiligheid, wateroverlast, watertekort, waterkwaliteit en verdroging, en om alle wateren: rijkswateren, regionale wateren en grondwater. Het is niet een toets achteraf, maar een proces dat de initiatiefnemer van een ruimtelijk plan en de waterbeheerder in een zo vroeg mogelijk stadium met elkaar in gesprek brengt. Bij het tot stand komen van deze paragraaf wordt overleg gevoerd met de waterbeheerder. De opmerkingen van de waterbeheerder worden vervolgens verwerkt in deze waterparagraaf.
Bij het Waterschap Scheldestromen wordt hiervoor een watertoetstabel gebruikt. In deze tabel zijn de hiervoor genoemde aspecten verwerkt. Onderstaande watertoetstabel is ingevuld voor de ontwikkeling. Deze wordt ook kortgesloten met het waterschap. Reacties van het waterschap worden verwerkt in deze tabel.
Toetsing
| thema en water(beheer)doelstelling | uitwerking |
| Waterveiligheid Waarborgen van het veiligheidsniveau en rekening houden met de daarvoor benodigde ruimte. |
In de directe omgeving zijn geen primaire of regionale waterkeringen aanwezig. De ontwikkeling is dan ook niet gelegen binnen de kern- of beschermingszone van een waterkering. Het aspect waterveiligheid wordt niet (nadelig) beïnvloed door de ontwikkeling. |
| Wateroverlast (vanuit oppervlaktewater) Het plan biedt voldoende ruimte voor het vasthouden, bergen en afvoeren van water. Waarborgen van voldoende hoog bouwpeil om inundatie vanuit oppervlaktewater in maatgevende situaties te voorkomen. Rekening houden met de gevolgen van klimaatverandering en de kans op extreme weersituaties. |
De ontwikkeling voorziet in de realisatie van twee extra loodsen. De loodsen hebben samen een totaal oppervlak van 6.300 m², en zullen volledig bestaan uit verhard oppervlak. Ten gevolge van de ontwikkeling zal er daarom, conform de compensatie-eisen van het waterschap Scheldestromen (75 mm berging per m2 verhard oppervlak) circa 472,5 m³ water gerealiseerd moeten worden ter compensatie. De peilstijging bedraagt conform opgave van het waterschap 0,4 m. Het benodigde wateroppervlak, dat voorzien is direct ten noorden van de nieuwe loodsen, bedraagt 800 m². De diepte van deze waterberging is -3,5 meter t.o.v. het maaiveld. Rekeninghoudende met de peilstijging heeft de waterberging ruim voldoende capaciteit om het extra verhard oppervlak conform de eisen van het waterschap te compenseren. Parallel aan zowel de Middenweg als aan de Groenewoudsedijk is een secundaire watergang gelegen. Vanuit het perceel kan hier extra water gerealiseerd worden. |
| Grondwaterkwantiteit en verdroging Tegengaan/verhelpen van grondwateroverlast en -tekort. Rekening houden met de gevolgen van klimaatverandering. Beschermen van infiltratiegebieden en benutten van infiltratiemogelijkheden. |
De ontwikkeling voorziet niet in het oppompen van grondwater. Het gebied beschikt wel over infiltratiemogelijkheden. De ontwikkeling betreft echter volledig verharding. Daarom is infiltratie ook niet mogelijk. Ten opzichte van de huidige situatie zal er geen (negatief) effect optreden. |
| Hemel- en afvalwater (inclusief water op straat/overlast) Waarborgen optimale werking van de zuiveringen/ RWZI's en van de (gemeentelijke) rioleringen. Afkoppelen van (schone) verharde oppervlakken in verband met de reductie van hydraulische belasting van de RWZI, het transportsysteem en het beperken van overstorten. |
Het afvalwater ten gevolge van de ontwikkeling zal afgevoerd worden op de aanwezige gemeentelijke riolering. |
| Volksgezondheid (water gerelateerd) Minimaliseren risico water gerelateerde ziekten en plagen. Voorkomen van verdrinkingsgevaar/-risico's via onder andere de daarvoor benodigde ruimte. |
De ontwikkeling heeft geen invloed op de water gerelateerde volksgezondheid. De realisatie van extra oppervlaktewater in verband met de compensatie van de verharding kan mogelijk een verhoging van het verdrinkingsrisico met zich meebrengen. Door middel van afscherming wordt de kans hierop geminimaliseerd. |
| Bodemdaling Voorkomen van maatregelen die (extra) maaivelddalingen in zettinggevoelige gebieden kunnen veroorzaken. |
De ontwikkellocatie is weinig zettingsgevoelig, en vormt dan ook geen belemmering voor de ontwikkeling. |
| Oppervlaktewaterkwaliteit Behoud/realisatie van goede oppervlaktewaterkwaliteit. Vergroten van de veerkracht van het watersysteem. Toepassing van de trits schoonhouden, scheiden en zuiveren. |
Om te voorkomen dat hemelwater verontreinigd raakt dient het gebruik van uitlogende materialen zoals zink en lood te worden voorkomen en dient het gebruik van duurzame bouwmaterialen te worden bevorderd. Het plan voorziet niet in de realisatie van bebouwing op 5 m of minder van oppervlaktewater. |
| Grondwaterkwaliteit Behoud/realisatie van een goede grondwaterkwaliteit. Denk aan grondwaterbeschermingsgebieden. |
De grondwaterkwaliteit wordt door het plan niet negatief beïnvloed. |
| Natte natuur Ontwikkeling/bescherming van een rijke gevarieerde en natuurlijk karakteristieke aquatische natuur. |
De ontwikkeling zorgt niet voor (negatieve) effecten op de in de nabije omgeving aanwezige natte natuur. |
| Onderhoud oppervlaktewater Oppervlaktewater moet adequaat onderhouden worden. Rekening houden met obstakelvrije onderhoudsstroken vrij van bebouwing en opgaande (hout)beplanting. |
De ontwikkeling vormt geen belemmering voor de onderhoudsstroken ten gevolge van het onderhouden van het oppervlaktewater. |
| Andere belangen waterbeheerder(s) | |
| Relatie met eigendom waterbeheerder Ruimtelijke ontwikkelingen mogen de werking van objecten (terreinen, milieuzonering) van de waterbeheerder niet belemmeren. |
De ontwikkeling vormt geen belemmering voor eigendommen van de waterbeheerder. |
| Scheepvaart en/of wegbeheer Goede bereikbaarheid en in stand houden van veilige vaarwegen en wegen in beheer en onderhoud bij Rijkswaterstaat, de provincie en/of het waterschap. |
Dit aspect is opgenomen in de verkeersparagraaf. |
Conclusie
Omdat er extra verhard oppervlak wordt gerealiseerd, zal conform de eisen van het waterschap circa 475 m³ aan waterberging moeten worden gerealiseerd. Verder geldt als aandachtspunt dat er geen gebruik kan worden gemaakt van uitlogende materialen zoals zink en lood. Voor het overige zijn er uit het oogpunt van waterhuishouding geen aandachtspunten of belemmeringen voor de beoogde ontwikkeling.