direct naar inhoud van Regels
Plan: TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c, Buitengebied, Margarethaweg ong. en Aandijkseweg 8
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0715.TAMBG94-VG01

Regels

Dit TAM-omgevingsplan is gericht op het mogelijk maken van een nieuwe woning aan de Margarethaweg (ong.) in Terneuzen en het laten vervallen van een bouwtitel aan de Aandijkseweg 8 in Terneuze en is als een nieuw hoofdstuk (hoofdstuk 22c) opgenomen in het omgevingsplan van de gemeente Terneuzen. Dit hoofdstuk is opgrond van artikel 11.1, tweede lid van het Besluit elektronische publicaties, bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl. Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP/TPOD beschikbaar te stellen.

De in dit op https://www.ruimtelijkeplannen.nl uitgegeven deel van het omgevingsplan (hierna: dit deel) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk 22c van het omgevingsplan van de gemeente Terneuzen. In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer '22c' gelezen worden. In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord 'Bijlage', na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage '22c' gelezen worden.

Hoofdstuk 1 Inleidende regels

Artikel 1 Begrippen

Voor de toepassing van dit hoofdstuk gelden de volgende begripsbepalingen:

1.1 TAM-omgevingsplan

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c, Buitengebied, Margarethaweg ong. en Aandijkseweg 8 

IMRO-IDN:NL.IMRO.0715.TAMBG94-VG01

1.2 omgevingsplan

het omgevingsplan van de gemeente Terneuzen

1.3 aanduiding

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.

1.4 aan huis gebonden beroep

een dienstverlenend beroep, dat in een woning door de bewoner wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is.

1.5 archeologisch deskundige

de beleidsmedewerker archeologie van de gemeente, de gemeentelijk adviseur archeologie of een door het college aangewezen deskundige op het gebied van archeologie.

1.6 archeologisch onderzoek

onderzoek verricht door of namens een dienst of instelling die over een opgravingsvergunning beschikt.

1.7 archeologische waarde

de in het kader van dit plan aan het gebied toegekende waarde gekenmerkt door voorwerpen of bewoningssporen van vroegere samenlevingen direct onder het aardoppervlak.

1.8 bebouwing

een of meer gebouwen en / of bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

1.9 bestaande afstands-, hoogte-, inhouds-, en oppervlaktematen

afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen, die op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wijziging van het omgevingsplan tot stand zijn gekomen of tot stand kunnen komen.

1.10 bevoegd gezag

bevoegd gezag zoals bedoeld in de Omgevingswet.

1.11 bouwgrens

de grens van een bouwvlak.

1.12 bouwperceel

een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.

1.13 bouwperceelgrens

de grens van een bouwperceel.

1.14 bouwvlak

een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten.

1.15 bijgebouw

een vrijstaand gebouw dat in functioneel en bouwkundig opzicht ondergeschikt is aan een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw.

1.16 brutovloeroppervlak

de totale vloeroppervlakte van een kantoor, winkel of (horeca)bedrijf met inbegrip van de daartoe behorende magazijnen en overige dienstruimten.

1.17 dakkapel

een constructie ter vergroting van een gebouw, die zich tussen de dakgoot en de nok van een dakvlak bevindt, waarbij deze constructie onder de noklijn is gelegen en de onderzijde van de constructie in het dakvlak is geplaatst.

1.18 huishouden

één of meer personen die in vast verband samenleven en waarbij sprake is van continuïteit in de samenstelling van de personen en van onderlinge verbondenheid.

1.19 kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten

het in een woning of bijgebouw door de bewoner op bedrijfsmatige wijze uitoefenen van activiteiten - waaronder detailhandel niet wordt begrepen - waarbij het bouwperceel in overwegende mate zijn woonfunctie behoudt met een ruimtelijke uitstraling die daarbij past.

1.20 nutsvoorziening

voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen, voorzieningen ten behoeve van (ondergrondse) afvalinzameling en apparatuur voor telecommunicatie.

1.21 overkapping

een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van een gesloten dak.

1.22 parkeerbehoefte

het aantal benodigde parkeerplaatsen per eenheid van een functie in een gebied.

1.23 parkeren

een geparkeerd voertuig is een voertuig dat langer stilstaat dan nodig is voor het in- en uitstappen of voor het laden en lossen.

1.24 parkeerplaats

een plek waar iemand zijn of haar auto mag parkeren, dit kan zowel betaald als onbetaald zijn.

1.25 vervoersmiddel

een object dat is bedoeld om personen of goederen te vervoeren.

1.26 voertuig

vervoersmiddel dat dient om goederen of personen over land te vervoeren.

1.27 voldoende parkeergelegenheid

Een regel die voorkomt uit het geldend parkeerbeleid (Parkeernota 2023-2033 gemeente Terneuzen of diens rechtsopvolger).

1.28 voorgevelrooilijn

de lijn gelegen:

evenwijdig aan de weg en in het verlengde van de dichtst bij de weg gelegen gevel van een (bedrijfs)woning of ander bedrijfsgebouw;

dan wel (indien deze gevel niet evenwijdig is aan de weg): evenwijdig aan de weg door het dichtst bij de weg gelegen hoekpunt van gevels van een (bedrijfs)woning of ander bedrijfsgebouw.

1.29 vrijstellingsoppervlakte

de in de Regels, voor dat gebied, aangegeven vrijstellingsoppervlakte.

1.30 vrijstellingsdiepte

de in het archeologiebeleid aangegeven vrijstellingsdiepte, in casu 50cm onder het maaiveld.

1.31 wonen

het gebruik van een woning conform de begripsomschrijving van ‘woning’.

1.32 woning

een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden als hoofdverblijf.

Artikel 2 Toepassingsbereik

  • a. De regels in dit hoofdstuk zijn van toepassing op de locaties Margarethaweg ong. in Terneuzen en Aandijkseweg 8 in Zaamslag, waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0715.TAMBG94-VG01 zoals vastgelegd op www.ruimtelijkeplannen.nl.
  • b. De besluiten op grond van artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet zijn op de locaties, bedoeld onder a, niet van toepassing voor zover het gaat over regels opgenomen in een besluit als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c, g, h, i, j, k, l of m, van de Invoeringswet Omgevingswet.
  • c. De regels in afdeling 22.2, met uitzondering van paragraaf 22.2.7.3, en afdeling 22.3 van dit omgevingsplan zijn niet van toepassing voor zover die regels in strijd zijn met regels in dit hoofdstuk.

Artikel 3 Meet- en rekenbepalingen

Voor de toepassing van dit hoofdstuk van dit omgevingsplan, gelden de volgende meet- en rekenbepalingen:

3.1 afstand

de afstand tussen bouwwerken onderling alsmede de afstand van bouwwerken tot perceelsgrenzen worden daar gemeten waar deze afstand het kleinst zijn.

3.2 bouwhoogte van een bouwwerk

vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.

3.3 breedte, lengte en diepte van een bouwwerk

tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels en het hart van de scheidsmuren.

3.4 goothoogte van een bouwwerk

vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot/de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.

3.5 inhoud van een bouwwerk

tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.

3.6 oppervlakte van een bouwwerk

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.

Hoofdstuk 2 Functies en activiteiten

Artikel 4 Wonen

4.1 Gebruiksregels

In het voor 'Wonen' aangewezen gebied zijn de volgende gebruiksactiviteiten toegestaan:

  • a. het wonen met aan - huis - gebonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten;
  • b. het gebruik van gronden voor bij deze functie behorende voorzieningen, zoals erven, tuinen, groen, nutsvoorzieningen, parkeervoorzieningen, een hobbymatige paardenbak en water.

4.2 Specifieke gebruiksregels

Met betrekking tot het gebruik gelden de volgende regels:

  • a. het uitoefenen van een aan - huis - gebonden beroepen met een oppervlak van meer dan 50 m² per woning is niet toegestaan;
  • b. het uitoefenen van kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten met een oppervlak van meer dan 20 m² per woning is niet toegestaan;
  • c. het aanbieden van meer dan 50 % van de oppervlakte van de woning ten behoeve van logies met ontbijt is niet toegestaan;
  • d. het gebruiken van een bijgebouw ten behoeve van het ontvangen of verlenen van mantelzorg is niet toegestaan;
  • e. de opslag van caravans, boten en inboedels is uitsluitend binnen de bestaande gebouwen toegestaan;
  • f. bij een paardenbak en/of stapmolen is het gebruik van een geluidsinstallatie, of verlichting door middel van lichtmasten die niet zijn voorzien van bovenafdekking, niet toegestaan.

4.3 Bouwregels

In aanvulling op het bepaalde in artikel 22.29 van dit omgevingsplan gelden tevens de volgende beoordelingsregels.

4.3.1 Hoofdgebouwen (woningen)

Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels:

  • a. hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd;
  • b. het aantal woningen bedraagt niet meer dan ter plaatse van de aanduiding 'maximaal aantal wooneenheden' is aangegeven;
  • c. de goothoogte van een hoofdgebouw bedraagtniet meer dan 6 meter;
  • d. de bouwhoogte van een hoofdgebouw bedraagt niet meer dan 10 meter;
  • e. de inhoud van een hoofdgebouw bedraagt niet meer dan 750 m³;
  • f. in afwijking van het bepaalde onder e. mag de inhoud van een hoofdgebouw ten hoogste 1.250 m³ bedragen indien:
    • 1. de afstand van de woning inclusief aan- en uitbouwen tot een van de zijdelingse perceelsgrenzen minimaal 3 meter bedraagt;
    • 2. in de voorgevelrooilijn van het betreffende perceel of in het verlengde van de voorgevelrooilijnen van aanpalende percelen wordt gebouwd, danwel (indien er geen sprake is van een bebouwingslint) als de oppervlakte van de woning niet meer dan 10% bedraagt van de oppervlakte van het bouwperceel;
    • 3. er zorg gedragen wordt voor een goede landschappelijke inpassing en de aanleg, het beheer en het onderhoud is gewaarborgd;
    • 4. een privaatrechtelijke overeenkomst is gesloten over de aanleg, het beheer en onderhoud van de landschappelijke inpassing.
  • g. de afstand van hoofdgebouwen tot de zijdelingse perceelsgrens bedraagt ten minste 3 meter;
  • h. de onderlinge afstand van niet-aaneengebouwde gebouwen op hetzelfde bouwperceel bedraagt ten minste 1 meter;
  • i. de afstand van een hoofdgebouw tot de as van de hoofdrijbaan met verkeersfunctie bedraagt ten minste 20 meter;
  • j. er wordt voorzien in voldoende waterberging conform de Verordening afvoer hemel- en grondwater gemeente Terneuzen 2022 of diens rechtsopvolger;
  • k. er wordt op eigen terrein voorzien in voldoende parkeergelegenheid zoals bedoeld in Artikel 9.
4.3.2 Bijgebouwen en overkappingen

Voor het bouwen van bijgebouwen en overkappingen gelden de volgende regels:

  • a. bijgebouwen en overkappingen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd;
  • b. de goothoogte van een bijgebouw of overkapping bedraagtniet meer dan 3 meter;
  • c. de bouwhoogte van een bijgebouw of overkapping bedraagt niet meer dan 6 meter;
  • d. de oppervlakte van bijgebouwen of overkapping bedraagt niet meer dan:
    • 1. 60 m² indien het bouwperceel kleiner is dan 500 m2;
    • 2. 90 m² indien het bouwperceel kleiner is dan 5.000 m2;
    • 3. 120 m² indien het bouwperceel groter of gelijk is dan 5.000 m2;
  • e. als de bijgebouwen of overkappingen niet in de perceelsgrens worden gebouwd, bedraagt de afstand tot de perceelsgrens ten minste 1 meter;
  • f. de afstand van een bijgebouw of overkapping tot de as van de hoofdrijbaan met verkeersfunctie bedraagt ten minste 20 meter.
  • g. bijgebouwen en overkappingen worden uitsluitend achter de voorgevelrooilijn gebouwd.
4.3.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:

  • h. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen voor de voorgevel bedraagt niet meer dan 1 meter;
  • i. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen achter de voorgevel bedraagt niet meer dan 2 meter;
  • j. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt niet meer 3 meter;
  • k. de hoogte van een stapmolen bedraagt niet meer dan 3 meter;
  • l. de oppervlakte van een paardenbak bedraagt niet meer dan 1.200m².

Artikel 5 Waarde - Archeologie 2

5.1 Gebruiksregels

Het voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gebied is, naast de andere daar voorkomende functies mede bedoeld voor de bescherming en veiligstelling van de archeologische waarden.

5.2 Bouwregels

In aanvulling op de beoordelingsregels voor bouwactiviteiten die van toepassing zijn volgens de andere voor deze gronden geldende functie(s) gelden tevens de volgende beoordelingsregels:

5.2.1 Algemeen
  • a. In het voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gebied mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van deze gebruiksactiviteit worden gebouwd;
  • b. de maximale bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde zoals bedoeld onder a bedraagt 2 meter;
  • c. in afwijking van het gestelde onder a zijn bouwactiviteiten toegestaan ten behoeve van andere hier voorkomende functies indien en voor zover het een bouwplan betreft:
  • 1. Dat betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de van de bestaande fundering;
  • 2. Met een oppervlakte van maximaal 500 m² en waarbij bovendien grond- of graafwerkzaamheden niet dieper gaan dan de vrijstellingsdiepte (50 cm) beneden het maaiveld.
5.3 Afwijken van de bouwregels

Met een omgevingsvergunning kan een bouwactiviteit worden toegelaten die in strijd is met het gestelde onder 5.2.1 als wordt voldaan aan de volgende beoordelingsregels:

  • a. op basis van een ingesteld archeologisch onderzoek is aangetoond dat ter plaatse waar gebouwd gaat worden geen archeologische waarden als zodanig aanwezig zijn, of
  • b. passende maatregelen zijn genomen om de aanwezige archeologische waarden veilig te stellen, zoals het aanbrengen van een beschermingslaag, het opgraven van de archeologische artefacten, het documenteren van de archeologische waarde of andere met het bevoegd gezag overeengekomen maatregelen.
5.4 Werk en werkzaamheden
5.4.1 Vergunning voor werken en werkzaamheden

Het is verboden op of in deze gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren:

  • a. het uitvoeren van grondbewerkingen op een grotere diepte dan de vrijstellingsdiepte (50 cm) beneden het maaiveld, waartoe ook wordt gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen en aanleggen van drainage;
  • b. het ophogen van de bodem met meer dan 2 meter en waartoe wordt gerekend het aanleggen van tijdelijke gronddepots;
  • c. het aanleggen, vergraven, verruimen en dempen van sloten, vijvers en andere wateren op een grotere diepte dan de vrijstellingsdiepte beneden het maaiveld;
  • d. het aanleggen, verbreden of verharden van wegen, paden, banen of parkeergelegenheid en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen, zulks indien de diepte van de aan te brengen verharding meer dan de vrijstellingsdiepte beneden het maaiveld bedraagt;
  • e. het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op één of andere wijze indrijven van voorwerpen in de grond op een grotere diepte dan de vrijstellingsdiepte beneden het maaiveld;
  • f. het verlagen van het waterpeil, voor zover dit geen bevoegdheid van het waterschap betreft;
  • g. het aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd op een grotere diepte dan de vrijstellingsdiepte beneden het maaiveld;
  • h. het aanleggen van ondergrondse kabels en leidingen en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur op een grotere diepte dan de vrijstellingsdiepte beneden het maaiveld.
5.4.2 Uitzonderingen

Het onder 5.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke:

  • a. een te verstoren oppervlak van het projectgebied beslaan van ten hoogste 500 m²;
  • b. het normale onderhoud en/of gebruik betreffen;
  • c. reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan;
  • d. ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd.
5.4.3 Beoordelingsregels

De omgevingsvergunning wordt verleend, indien is gebleken dat:

  • a. de onder 5.4.1 genoemde werken en werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden niet zullen leiden tot een verstoring van archeologische waarden;
  • b. Voor zover de onder 5.4.1 genoemde werken en werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden kunnen leiden tot een verstoring van archeologische waarden, kan de vergunning worden verleend, indien aan de vergunning de volgende regels worden verbonden:
  • 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden;
  • 2. de verplichting tot het doen van opgravingen, of;
  • 3. de verplichting de oprichting van het bouwwerk te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties;
  • c. vooraf door de aanvrager van de omgevingsvergunning een rapport heeft overgelegd, waarin de archeologische waarde van het terrein, dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld.
5.4.4 Advies

Alvorens de gevraagde omgevingsvergunning te verlenen, vragen burgemeester en wethouders aan de archeologisch deskundige om advies omtrent het criterium als bedoeld onder 5.4.3. Bij een negatief advies verzoeken burgemeester en wethouders de archeologisch deskundige de verder te nemen stappen aan te geven.

Hoofdstuk 3 Algemene regels

Artikel 6 Normadressaat

Diegene die de activiteit verricht, dan wel laat verrichten, draagt zorg voor de naleving van de regels over de activiteit, tenzij elders in dit hoofdstuk anders is bepaald.

Artikel 7 Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Artikel 8 Algemene gebruiksregels

De algemene gebruiksregels luiden als volgt:

  • a. het is verboden gronden en bouwwerken te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze of tot een doel strijdig met de aan de grond gegeven functie, de functieomschrijving, gebruiksregels en de overige regels.
  • b. het bevoegd gezag wijkt af van het bepaalde onder a, indien strikte toepassing van het verbod leidt tot beperkingen in het meest doelmatige gebruik die niet door dringende redenen worden gerechtvaardigd.

Artikel 9 Parkeren

Omgevingsvergunningen voor activiteiten als bedoeld in dit TAM-omgevingsplan worden alleen verleend als in voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien zoals opgenomen in de 'Parkeernota Terneuzen 2023-2033' of diens rechtsopvolger.