direct naar inhoud van 4.2 Beleidsaspecten
Plan: Oostelijke Kanaaloever
Status: vastgesteld
Plantype: beheersverordening
IMRO-idn: NL.IMRO.0715.BVOKO-VG99

4.2 Beleidsaspecten

4.2.1 Algemeen

In het kader van deze beheersverordening is getoetst welke beleidsstukken op rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau relevant zijn. Gelet op de uitgangspunten van deze beheersverordening, is uitsluitend stilgestaan bij beleid dat eventuele consequenties voor de beheersverordening kan of dient te hebben. Omdat de beheersverordening ziet op het beheer van de bestaande situaties is een uitgebreidere toetsing niet noodzakelijk.

4.2.2 Rijksbeleid

Het rijksbeleid staat niet aan de beheersverordening in de weg.

4.2.3 Provinciaal beleid

Omgevingsplan Zeeland 2012-2018

De voorliggende beheersverordening legt de bestaande situatie vast.

Conclusie

In de beheersverordening wordt uitsluitend het bestaande gebruik en het planologisch toegestane gebruik vastgelegd. De beheersverordening past daarmee binnen het provinciaal omgevingsbeleid.

Verordening ruimte provincie Zeeland (2012)

Van belang is dat sprake is van een actualisering. Er worden geen nieuwe functies gerealiseerd. Uitgangspunt van de Verordening ruimte provincie Zeeland is dat bestaande juridisch-planologische rechten worden gerespecteerd. Met de voorliggende beheersverordening is daaraan invulling gegeven. Van belang zijn de artikelen:

  • 2.1 Algemene regels voor duurzame verstedelijking. Hieraan wordt voldaan; er worden géén nieuwe functies mogelijk gemaakt.
  • 2.2 Bedrijven en detailshandelsvoorzieningen. Het gebruik van de bestaande bedrijfspercelen is als zodanig bevestigd. Er is geen detailhandelsfunctie aanwezig, noch voorzien in deze verordening. Nieuwe bedrijfsfuncties en detailshandelsvoorzieningen worden niet mogelijk gemaakt. Voldaan wordt aan de Verordening Ruimte.
  • 2.3 Wonen. Er worden geen nieuwe woningen toegestaan in de beheersverordening.
  • 2.5 Recreatie. Dit artikel heeft betrekking op verblijfsrecreatie. Dat wordt in deze beheersverordening, niet toegestaan. Nieuwvestiging is niet aan de orde. Voldaan wordt aan de Verordening Ruimte.
  • 2.10 Lawaaisporten, gemotoriseerde luchtsporten en landingsplaatsen. Dergelijke terreinen zijn niet toegestaan, anders dan bestaand. In Oostelijke Kanaaloever is dit aspect niet aan de orde.
  • 2.11 Regionale waterkeringen. De regionale waterkeringen langs het Kanaal van Gent naar Terneuzen zijn conform de Legger van Rijkswaterstaat overgenomen.
  • 2.12 Bestaande natuur. Binnen het verordeningsgebied is geen bestaande natuur aanwezig. De dijken langs het Kanaal van Gent naar Terneuzen zijn in de verordening aangewezen als bestaande natuur en worden met de dubbelfunctie Waterstaat - Waterkering aangeduid.
  • 2.17 Landschap en Erfgoed. De dijken langs het Kanaal van Gent naar Terneuzen zijn in de verordening aangewezen als landschap en erfgoed en worden met de dubbelfunctie Waterstaat - Waterkering aangeduid.

Conclusie

In de beheersverordening wordt uitsluitend het bestaande gebruik en het planologisch toegestane gebruik vastgelegd. In de beheersverordening is ook het beleidskader van de Verordening ruimte provincie Zeeland toegepast. Daarmee voldoet de beheersverordening ook aan de Verordening ruimte provincie Zeeland.

4.2.4 Gemeentelijk beleid

Structuurvisie 2025

In de structuurvisie wordt op hoofdlijnen vastgelegd waar de gemeente Terneuzen op maatschappelijk, economisch en ruimtelijk gebied zou moeten staan in 2025. In een lagenbenadering wordt het gemeentelijk grondgebied geanalyseerd en worden structuurbeelden beschreven. Richting wordt gegeven aan de gewenste ruimtelijke inrichting van het grondgebied en er wordt een basis gelegd voor de uitvoering van de structuurvisie door beleidsuitspraken vast te leggen en strategische projecten te benoemen.

Voor het beheersverordeningsgebied Oostelijke Kanaaloever zijn de volgende relevante beleidsuitspraken opgenomen.

Werkgebieden Oostelijke Kanaaloever

De bestaande werkgebieden Terneuzen-zuid en de Oostelijke Kanaaloever van Terneuzen maken onderdeel van de strategie van 'behouden'. Grote uitbreidingen van deze gebieden worden niet voorgestaan; deze werkgebieden kunnen wel een functie vervullen bij de opvang van te verplaatsen bedrijven uit de kern. De functie en de kwaliteit van de gebieden is zodanig dat vanuit de gemeente geen actieve ontwikkelingshouding noodzakelijk is.

Herstructurering

Op het vlak van infrastructuur wordt de komende jaren voorzien in de herstructurering van het sluizencomplex aan de noordzijde van het kanaal. Uitgangspunt is het vergroten van de capaciteit van de sluizen, waarmee de toegankelijkheid van het kanaal wordt vergroot.

Voorts wordt de Axelsedam en omgeving in Terneuzen de komende periode geherstructureerd. De nadruk bij de herstructurering is gericht op de verbetering van de kwaliteit en de functionaliteit van deze gebieden.

Grootschalige industrieel-logistieke complexen

De grootschalige industrieel-logistieke complexen bestaan uit de vestigingen van Dow en het Valuepark in het noorden, de concentratie rond Yara en de Axelse Vlakte bij Sluiskil en de bedrijvigheid rondom Cargill bij Sas van Gent. Deze complexen hebben een zodanig economische waarde voor de gemeente Terneuzen en Zeeuws-Vlaanderen dat het functioneren van deze bedrijvigheid bescherming verdient. De bedrijfsvoering van deze bedrijven wordt beschermd tegen ruimtelijke ontwikkelingen in de directe omgeving die de bedrijfsvoering kunnen beperken.

Infrastructuur

Naast de werkgebieden verdient ook het Kanaal van Gent naar Terneuzen een beschermingsstatus als infrastructuurlijn. Dit omdat zij een wezenlijk onderdeel vormt van de hoofdinfrastructuur van de economische kernzone. Om de functie van het kanaal voor het vervoer van goederen veilig te stellen, zijn in en in de directe omgeving van het kanaal geen ontwikkelingen gewenst, die de functie van het kanaal als vervoersas kunnen beperken. Een dergelijke beschermingsstatus verdient ook de buisleidingenstrook; hiervoor is de landelijke Structuurvisie Buisleidingen in voorbereiding. Omdat het tracé nog niet bekend is en omdat het hier gaat om een belang van bovengemeentelijk niveau, die in een landelijke structuurvisie wordt opgenomen, is er in de structuurvisie Terneuzen geen aanduiding op de kaart aangegeven.

Geleding van de Kanaalzone

In de Kanaalzone is het van belang om naast de verschillende industriële complexen ook het groene landschappelijke raamwerk voldoende stevigheid te geven. De Kanaalzone mag daarbij niet dichtslibben tot één aaneengesloten industrieel complex. De geleding is mogelijk op drie plaatsen:

  • 1. De noordelijkste zone ligt op het grensvlak van de Westerschelde en dient tevens om de relatie tussen de binnenstad van Terneuzen en de Westerschelde te verbeteren.
  • 2. Het tweede onderdeel van de geledingszone wordt gevormd door de omgeving van de brug van Sluiskil. Op deze plek slechten een aantal infrastructuurbundels de barrière van het kanaal. De ondertunneling van de N61 en de ontwikkeling van Zuidpoort kan hierbij als kans dienen om de verbindingen te versterken.
  • 3. De zuidelijke geledingszone wordt gevormd door de begrenzing van de Autrichepolder aan de noord-oostzijde en de begrenzing van Ghellinckpolder aan de zuidwestzijde. Deze geleding kent de meest landschappelijke insteek en dient tevens als ecologische verbinding.

Conclusie

Voorliggende beheersverordening Oostelijke Kanaaloever legt alleen het bestaande gebruik vast. Er zijn momenteel geen actuele concrete initiatieven, waarmee het opstellen van een beheersverordening als passend wordt beschouwd.

Het in de structuurvisie vastgelegde beleidskader vormt een toetsingskader voor eventuele verdere ontwikkelingen (herstructurering). Ontwikkelingen, passend binnen de structuurvisie, zijn altijd door middel van separate juridisch planologische procedures mogelijk (zie paragraaf 2.3). De beheersverordening vormt hiervoor uitdrukkelijk geen kader.