direct naar inhoud van Artikel 20 Wonen
Plan: Oostelijke Kanaaloever
Status: vastgesteld
Plantype: beheersverordening
IMRO-idn: NL.IMRO.0715.BVOKO-VG99

Artikel 20 Wonen

20.1 Bestaand gebruik en bestaande bouwwerken
  • a. de in het besluitvlak 'Wonen' gelegen gronden en bestaande bouwwerken mogen worden gebruikt overeenkomstig het bestaande gebruik;
  • b. bestaande bouwwerken mogen worden vervangen door bouwwerken van dezelfde afmetingen en op dezelfde locatie.

20.2 Aanvulling ten aanzien van het GEBRUIK
20.2.1 Besluitvlak 'Wonen'

In aanvulling op het bepaalde in lid 20.1 is het toegestaan gronden en gebouwen te gebruiken voor de huisvesting van personen in een woning.

20.3 Aanvulling ten aanzien van het BOUWEN
20.3.1 Toelaatbare bebouwing

In aanvulling op het bepaalde in lid 20.1 is het toegestaan om gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te bouwen waarbij de volgende bepalingen gelden:

  • a. Voor het bouwen van hoofdgebouw en gelden de volgende bepalingen:
    • 1. de hoofdgebouwen mogen vrijstaand, twee-aaneen of aaneen worden gebouwd;
    • 2. de afstand van een hoofdgebouw tot de voorste perceelsgrens van het bouwperceel mag niet minder dan 5 m bedragen;
    • 3. de breedte van de voorgevel van een vrijstaand hoofdgebouw mag niet meer dan 20 m bedragen;
    • 4. de breedte van de voorgevel van tweeaaneengebouwde en aaneengebouwde woningen mag niet meer dan 7,5 m bedragen;
    • 5. de afstand van vrijstaande en twee-aaneengebouwde hoofdgebouwen aan de niet aan-eengebouwde zijde tot de perceelsgrens mag niet minder dan 2.5 m te bedragen;
    • 6. de diepte van het hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan:
  goothoogte tot 4 m   goothoogte hoger dan 4 m  
aaneengebouwde hoofdgebouwen   12 m   12 m  
twee aaneengebouwde hoofdgebouwen   15 m   12 m  
vrijstaande hoofdgebouwen   18 m   15 m  

    • 1. de goothoogte van een hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan 6 m;
    • 2. de bouwhoogte van een hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan 10 m;
    • 3. het aantal woningen mag niet meer bedragen dan bestaand;
  • b. Voor het bouwen van aan- en uitbouwen en bijgebouwen gelden de volgende bepalingen:
    • 1. de gezamenlijke oppervlakte van aan-, uit- en bijgebouwen mag op een bouwperceel met een oppervlakte van maximaal 500 m² niet meer bedragen dan 60 m²;
    • 2. de gezamenlijke oppervlakte van aan-, uit- en bijgebouwen mag op een bouwperceel met een oppervlakte van maximaal 500 m² niet meer bedragen dan 90 m²;
    • 3. de bebouwde oppervlakte van het erf mag niet meer dan 50% bedragen;
    • 4. van het erf blijft een aaneengesloten oppervlakte van niet minder dan 15 m² onbebouwd en onoverdekt;
    • 5. op het voorerf en binnen 3 meter achter de voorgevel van het hoofdgebouw op het zijerf zijn geen aan- uit en bijgebouwen en overkappingen toegestaan;
    • 6. de goothoogte van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen mag niet meer dan 3 m bedragen;
    • 7. de bouwhoogte van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen mag niet meer dan 6 m bedragen;
  • c. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen. De hoogte mag niet meer bedragen dan:
    • 1. van erfafscheidingen aan de wegzijde van de voorgevel: 1 m;
    • 2. van erfafscheidingen aan de andere zijde niet meer dan 2 m;
    • 3. van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde: 3 m.

20.4 Afwijken ten aanzien van het GEBRUIK
20.4.1 Aan huis gebonden beroep

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 20.1 en lid 20.2.1 voor de uitoefening van kleinschalige beroepsmatige en bedrijfsmatige activiteiten in een hoofdgebouw, met inachtneming van volgende bepalingen:

  • a. de woonfunctie dient in overwegende mate behouden en herkenbaar te blijven;
  • b. beroepsmatige activiteiten mogen niet meer dan 25% van het binnenwerkse vloeroppervlak met een maximum van 50 m² bedragen;
  • c. bedrijfsmatige activiteiten mogen niet meer dan 20% van het binnenwerkse vloeroppervlak met een maximum van 20 m² bedragen;
  • d. het beroep of de activiteit dient door de bewoner te worden uitgeoefend;
  • e. het gebruik mag geen zodanige verkeersaantrekkende werking hebben dat deze kan leiden tot een nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling van het verkeer dan wel tot een onevenredige parkeerdruk op de openbare ruimte, waarbij de parkeernormen uit de ASVV/CROW leidraad vormen, tenzij een afwijking ervan is gemotiveerd;
  • f. er mag geen detailhandel plaatsvinden, uitgezonderd als ondergeschikte detailhandel gerelateerd aan het beroep of de activiteit;
  • g. geen afwijkingsvergunning mag worden verleend voor het uitoefenen van bedrijvigheid die onder de werking van bijlage I van het Bor valt;
  • h. de omgevingsvergunning wordt niet verleend, indien daardoor onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ingevolge de bestemming gegeven gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken.

20.4.2 Uitbreiding ten behoeve van mantelzorg bij woningen

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 20.1 en lid 20.2.1 voor uitbreiding van aan- en uitbouwen ten behoeve van de mantelzorg, met inachtneming van volgende bepalingen:

  • a. uitbreiding ten behoeve van mantelzorg is uitsluitend toelaatbaar op het achtererf en/of het zijerf;
  • b. bij uitbreiding op het zijerf mag het bouwwerk op niet minder dan 1 meter achter de voorgevel worden gebouwd.
  • c. in aanvulling op het bepaalde in lid 20.3.1 mag ten behoeve van mantelzorg de oppervlakte aan aan- en uitbouwen met niet meer dan 30 m² worden verruimd, waarbij de gezamenlijke oppervlakte aan aan- en uitbouwen nooit meer dan 90 m² mag bedragen;
  • d. het totale erf mag door de uitbreiding niet meer dan 50% worden bebouwd;
  • e. mantelzorg is niet toegestaan in vrijstaande of aangebouwde bijgebouwen;
  • f. de voor mantelzorg aangepaste ruimten mogen niet worden voorzien van een eigen voordeur;
  • g. alvorens meegewerkt wordt aan een uitbreiding ten behoeve van mantelzorg, dient er een zorgdeskundige geraadpleegd te worden;
  • h. de omgevingsvergunning wordt niet verleend, indien daardoor onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ingevolge de bestemming gegeven gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken.

20.5 Afwijken ten aanzien van het BOUWEN

n.v.t.