20.3.1 Toelaatbare bebouwing
In aanvulling op het bepaalde in lid 20.1 is het toegestaan om gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te bouwen waarbij de volgende bepalingen gelden:
-
a. Voor het bouwen van
hoofdgebouw
en gelden de volgende bepalingen:
-
1. de hoofdgebouwen mogen vrijstaand, twee-aaneen of aaneen worden gebouwd;
-
2. de afstand van een hoofdgebouw tot de voorste perceelsgrens van het bouwperceel mag niet minder dan 5 m bedragen;
-
3. de breedte van de voorgevel van een vrijstaand hoofdgebouw mag niet meer dan 20 m bedragen;
-
4. de breedte van de voorgevel van tweeaaneengebouwde en aaneengebouwde woningen mag niet meer dan 7,5 m bedragen;
-
5. de afstand van vrijstaande en twee-aaneengebouwde hoofdgebouwen aan de niet aan-eengebouwde zijde tot de perceelsgrens mag niet minder dan 2.5 m te bedragen;
-
6. de diepte van het hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan:
|
|
goothoogte tot 4 m
|
goothoogte hoger dan 4 m
|
| aaneengebouwde hoofdgebouwen
|
12 m
|
12 m
|
| twee aaneengebouwde hoofdgebouwen
|
15 m
|
12 m
|
| vrijstaande hoofdgebouwen
|
18 m
|
15 m
|
-
1. de goothoogte van een hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan 6 m;
-
2. de bouwhoogte van een hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan 10 m;
-
3. het aantal woningen mag niet meer bedragen dan bestaand;
-
b. Voor het bouwen van aan- en uitbouwen en bijgebouwen gelden de volgende bepalingen:
-
1. de gezamenlijke oppervlakte van aan-, uit- en bijgebouwen mag op een bouwperceel met een oppervlakte van maximaal 500 m² niet meer bedragen dan 60 m²;
-
2. de gezamenlijke oppervlakte van aan-, uit- en bijgebouwen mag op een bouwperceel met een oppervlakte van maximaal 500 m² niet meer bedragen dan 90 m²;
-
3. de bebouwde oppervlakte van het erf mag niet meer dan 50% bedragen;
-
4. van het erf blijft een aaneengesloten oppervlakte van niet minder dan 15 m² onbebouwd en onoverdekt;
-
5. op het voorerf en binnen 3 meter achter de voorgevel van het hoofdgebouw op het zijerf zijn geen aan- uit en bijgebouwen en overkappingen toegestaan;
-
6. de goothoogte van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen mag niet meer dan 3 m bedragen;
-
7. de bouwhoogte van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen mag niet meer dan 6 m bedragen;
-
c. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen. De hoogte mag niet meer bedragen dan:
-
1. van erfafscheidingen aan de wegzijde van de voorgevel: 1 m;
-
2. van erfafscheidingen aan de andere zijde niet meer dan 2 m;
-
3. van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde: 3 m.