direct naar inhoud van Artikel 4 Bedrijventerrein - A
Plan: Beheersverordening Dow, Mosselbanken en Logistiek Park
Status: vastgesteld
Plantype: beheersverordening
IMRO-idn: NL.IMRO.0715.BVIDM-VG99

Artikel 4 Bedrijventerrein - A

4.1 Bestaand gebruik en bestaande bouwwerken
  • a. de in het besluitvlak 'Bedrijventerrein - A' gelegen gronden en bestaande bouwwerken mogen worden gebruikt overeenkomstig het bestaande gebruik;
  • b. bestaande bouwwerken mogen worden vervangen door bouwwerken van dezelfde afmetingen en op dezelfde locatie.

4.2 Aanvulling ten aanzien van het GEBRUIK
4.2.1 Besluitvlak Bedrijventerrein

In aanvulling op het bepaalde in lid 4.1 is het toegestaan gronden en gebouwen te gebruiken voor:

  • a. bedrijfsactiviteiten, voor zover deze voorkomen in:
  • b. bedrijfswoningen zijn niet toegestaan;
  • c. nieuwe activiteiten uit kolom 1 van bijlagen C en D van het Besluit milieueffectrapportage in de gevallen, zoals genoemd in kolom 2 zijn uitsluitend toegestaan indien het activiteiten betreft waarvan voldoende wordt aangetoond dat geen sprake is van significante effecten voor het milieu en indien dit wel het geval is, middels een door een erkend bureau opgesteld rapport, wordt aangetoond dat deze door middel van mitigerende en zo nodig compenserende maatregelen voorkomen kunnen worden;
  • d. nieuwe risicovolle inrichtingen zijn uitsluitend toegestaan onder de volgende voorwaarden:
    • 1. de plaatsgebonden risicocontour 10-6 ligt niet over kwetsbare objecten;
    • 2. er dient een verantwoording te worden gegeven van het groepsrisico in het invloedsgebied van de inrichting;
  • e. kwetsbare objecten zijn niet toegestaan, met uitzondering van bestaande kwetsbare objecten;
  • f. beperkt kwetsbare objecten zijn toegestaan, voorzover deze een functionele binding hebben met de onder lid 4.1 en lid 4.2.1 onder a genoemd gebruik;
  • g. Wgh-inrichtingen zijn toegestaan;
  • h. detailhandelsbedrijven zijn niet toegestaan;
  • i. zelfstandige kantoren zijn niet toegestaan;
  • j. ter plaatse van het besluitsubvlak 'logistiek park' zijn uitsluitend toegestaan:
    • 1. groothandelsbedrijven, behorende tot en met ten hoogste categorie 4.2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten 'gezoneerd industrieterrein';
    • 2. goederenwegvervoerbedrijven, met uitzondering van bus- en taxibedrijven;
    • 3. dienstverlening ten behoeve van opslag en vervoer;
  • k. bij deze besluit(sub)vlakken behorende voorzieningen, zoals:
    • 1. nutsvoorzieningen;
    • 2. geluidwerende voorzieningen;
    • 3. groenvoorzieningen;
    • 4. ontsluitingswegen;
    • 5. parkeervoorzieningen;
    • 6. spoor- en railverbindingen;
    • 7. water en waterhuishoudkundige voorzieningen.

4.3 Aanvulling ten aanzien van het BOUWEN
4.3.1 Toelaatbare bebouwing

In aanvulling op het bepaalde in lid 4.1 is het toegestaan om niet voor bewoning bestemde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te bouwen met in achtneming van de volgende bepalingen:

  • a. de afstand van een gebouw tot de perceelgrens mag niet minder dan 5 m bedragen;
  • b. de bouwhoogte van gebouwen mag niet meer dan 40 m bedragen;
  • c. de bouwhoogte van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, mag niet meer bedragen dan:
    • 1. verlichtingsmasten en andere masten 15 m;
    • 2. kranen, procesinstallaties en silo's: 99 m;
    • 3. schoorstenen: 99 m;
    • 4. zendmast: 50 m;
    • 5. tanks: 40 m;
    • 6. overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde: 6 m.

4.4 Afwijken ten aanzien van het GEBRUIK
4.4.1 Afwijken van de Staat van Bedrijfsactiviteiten 'gezoneerd industrieterrein'

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 4.2:

  • a. om bedrijven toe te laten uit twee categorieën hoger en lager dan in lid 4.2  genoemd, voor zover het betrokken bedrijf naar aard en invloed op de omgeving (gelet op de specifieke werkwijze of bijzondere verschijningsvorm) geacht kan worden te behoren tot de volgens lid 4.2 toegelaten categorieën van de Staat van Bedrijfsactiviteiten 'gezoneerd industrieterrein';
  • b. om bedrijven toe te laten die niet in de Staat van Bedrijfsactiviteiten 'gezoneerd industrieterrein' zijn genoemd, voor zover het betrokken bedrijf naar aard en invloed op de omgeving geacht kan worden te behoren tot de volgens lid 4.2 toegelaten categorieën van de Staat van Bedrijfsactiviteiten 'gezoneerd industrieterrein', met inachtneming van de volgende bepalingen:
    • 1. opslag van meer dan 10.000 kg consumentenvuurwerk is niet toegestaan;
    • 2. activiteiten uit kolom 1 van bijlagen C en D van het Besluit milieueffectrapportage in de gevallen, zoals genoemd in kolom 2 zijn uitsluitend toegestaan voor zover het activiteiten betreft waarvan voldoende wordt aangetoond dat geen sprake is van significante effecten voor het milieu en indien dit wel het geval is, middels een door een erkend bureau opgesteld rapport, wordt aangetoond dat deze door middel van mitigerende en zonodig compenserende maatregelen voorkomen kunnen worden;
  • c. de bevoegdheid tot afwijken wordt uitsluitend gebruikt indien de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast.

4.5 Afwijken ten aanzien van het BOUWEN
4.5.1 Hogere gebouwen

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 4.3.1 onder b voor een hogere bouwhoogte, met in achtneming van de volgende bepalingen:

  • a. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 80 m;
  • b. de omgevingsvergunning wordt niet verleend, indien daardoor onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ingevolge de bestemming gegeven gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken.