direct naar inhoud van Artikel 3 Agrarisch
Plan: Beheersverordening Dow, Mosselbanken en Logistiek Park
Status: vastgesteld
Plantype: beheersverordening
IMRO-idn: NL.IMRO.0715.BVIDM-VG99

Artikel 3 Agrarisch

3.1 Bestaand gebruik en bestaande bouwwerken
  • a. de in het besluitvlak 'Agrarisch' gelegen gronden en bestaande bouwwerken mogen worden gebruikt overeenkomstig het bestaande gebruik;
  • b. bestaande bouwwerken mogen worden vervangen door bouwwerken van dezelfde afmetingen en op dezelfde locatie.

3.2 Aanvulling ten aanzien van het GEBRUIK
3.2.1 Toegestaan gebruik besluitvlak 'Agrarisch'

In aanvulling op het bepaalde in lid 3.1 is het toegestaan gronden en gebouwen te gebruiken voor:

  • a. de uitoefening van grondgebonden agrarische bedrijven;
  • b. bij deze functie behorende voorzieningen, zoals:
    • 1. groenelementen,
    • 2. laad- en losvoorzieningen,
    • 3. nutsvoorzieningen;
    • 4. (natuurvriendelijke) oevers,
    • 5. parkeervoorzieningen.
    • 6. water en waterhuishoudkundige voorzieningen;

3.2.2 Niet toegestaan gebruik besluitvlak 'Agrarisch'

In aanvulling op het bepaalde in lid 3.1 is het navolgende gebruik van gronden en gebouwen niet toegestaan:

  • a. bij een paardenbak en / of stapmolen is het gebruik van een geluidsinstallatie, of verlichting door middel van lichtmasten die niet zijn voorzien van bovenafdekking, niet toegestaan;
  • b. het gebruik van groeibevorderende of conditionerende belichting, zoals assimilatiebelichting of cyclische belichting, in permanente tunnel- of boogkassen is niet toegestaan;
  • c. het gebruik van groeibevorderende of conditionerende belichting, zoals assimilatiebelichting of cyclische belichting, in kassen waarvan gevel en dak aan de binnenzijde niet volledig zijn afgeschermd tegen horizontale en verticale lichtuitstraling, is niet toegestaan;
  • d. het gebruiken van een bijgebouw ten behoeve van het ontvangen of verlenen van mantelzorg is niet toegestaan;
  • e. het gebruik van gebouwen, opslagvoorzieningen en installaties, anders dan ten behoeve van het eigen agrarische bedrijf is niet toegestaan, met uitzondering van het bepaalde onder g;
  • f. voorzieningen voor opslag, niet zijnde bouwwerken, zijn buiten een besluitsubvlak 'agrarisch bouwvak' niet toegestaan met uitzondering van mestzakken aansluitend aan het besluitsubvlak 'agrarisch bouwvlak' en wateropslag;
  • g. de opslag van goederen, anders dan agrarische producten afkomstig van het eigen agrarisch bedrijf, buiten een besluitsubvlak 'agrarisch bouwvlak' , is niet toegestaan;
  • h. de opslag van agrarische producten anders dan ten behoeve van het eigen agrarisch bedrijf en de opslag van caravans, boten en inboedels is uitsluitend binnen de bestaande gebouwen toegestaan;
  • i. opslag van goederen met een totale stapelhoogte van meer dan 3 m is niet toegestaan;
  • j. het huisvesten van seizoensarbeiders is niet toegestaan;
  • k. de opslag van dierlijke mest ten behoeve van handelsdoeleinden, is niet toegestaan;
  • l. containervelden en bassins voor aquacultuur zijn buiten een besluitsubvlak 'agrarisch bouwvak' niet toegestaan;
  • m. het gebruik van lage tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen voor een aaneengesloten periode langer dan 6 maanden is niet toegestaan;
  • n. het gebruik van seizoensgebonden standplaatsen voor de plaatsing van kampeermiddelen ter plaatse van een minicamping buiten het kampeerseizoen is niet toegestaan;
  • o. detailhandel is niet toegestaan;
  • p. het uitoefenen van een aan - huis - gebonden beroepen met een oppervlak van meer dan 50 m² per agrarische bedrijfswoning is niet toegestaan;
  • q. het uitoefenen van kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten met een oppervlak van meer dan 50 m² per agrarische bedrijfswoning is niet toegestaan;
  • r. het aanbieden van meer dan 50 % van de oppervlakte van de bedrijfswoning ten behoeve van logies met ontbijt is niet toegestaan;
  • s. het gebruik van gronden die zijn gelegen binnen een afstand van 50 m van woningen van derden, of terreinen bestemd voor verblijfsrecreatie (minicampings daaronder inbegrepen) ten behoeve van nieuwe fruitteeltboomgaarden is niet toegestaan;
  • t. Wgh-inrichtingen zijn niet toegestaan;
  • u. bedrijfswoningen zijn niet toegestaan.

3.3 Aanvulling ten aanzien van het BOUWEN
3.3.1 Toelaatbare bebouwing

In aanvulling op het bepaalde in lid 3.1 is het toegestaan om bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te bouwen, waarbij de volgende bepalingen gelden:

  • a. toegestaan zijn:
    • 1. lage tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen;
    • 2. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met uitzondering van overkappingen, paardenbakken, stapmolens, schokgolf generatoren en voorzieningen voor opslag;

met dien verstande dat:

  • b. in afwijking van het bepaalde onder a sub 2 sleufsilo's niet zijn toegestaan;
  • c. in afwijking van het bepaalde onder a sub 2 wateropslag is toegestaan waarbij de bouwhoogte en de inhoud per wateropslag ten hoogste 3 m respectievelijk 200 m3 mag bedragen;
  • d. de bouwhoogte van erfafscheidingen elders bedraagt ten hoogste 2 m;
  • e. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 3 m.

3.4 Afwijken ten aanzien van het GEBRUIK

n.v.t.

3.5 Afwijken ten aanzien van het BOUWEN

n.v.t.