direct naar inhoud van Regels
Plan: Kom Philippine, herziening Meerpaalstraat 3
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0715.BPPHP05-VG99

Regels

Hoofdstuk 1 Inleidende regels

Artikel 1 Begrippen

1.1 het plan:

het bestemmingsplan "Kom Philippine, herziening Meerpaalstraat 3" van de gemeente Terneuzen;

1.2 bestemmingsplan:

de geometrisch bepaalde planobjecten met bijbehorende regels als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0715.BPPHP05-VG99

  • A. De bestaande begrippen van het bestemmingsplan 'Kom Philippine' worden als volgt vernummerd:

  • a. de begrippen 4 tot en met 27 worden vernummerd tot 6 tot en met 29;
  • b. de begrippen 28 tot en met 30 worden vernummerd tot 31 tot en met 33;
  • c. de begrippen 31 tot en met 44 worden vernummerd tot 35 tot en met 48;
  • d. de begrippen 46 tot en met 53 worden vernummerd tot 50 tot en met 57;
  • e. de begrippen 54 tot en met 65 worden vernummerd tot 59 tot en met 70.

  • B. Aan artikel 1 van het bestemmingsplan 'kom Philippine' worden de volgende begrippen toegevoegd:

"4. aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of een figuur, waar gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.

5. aanduidingsgrens: de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.

30. dove gevel: een bouwkundige constructie die een ruimte in een gebouw scheidt van de buitenlucht, waarin geen te openen delen aanwezig zijn en met een karakteristieke geluidswering - conform NEN5077 - die ten minste gelijk is aan het verschil tussen de geluidsbelasting van die constructie en 33 dB (ingeval van wegverkeerslawaai) en 35 dB(A) (ingeval van industrielawaai), alsmede een bouwkundige constructie waarin alleen bij wijze van uitzondering te openen delen aanwezig zijn, mits die delen niet direct grenzen aan een geluidsgevoelige ruimte, zoals omschreven in artikel 1 van de Wet geluidhinder.

34. geluidsgevoelige ruimten:

woningen en andere geluidgevoelige gebouwen, zoals bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder.

49 praktijkruimte:

een gebouw of een gedeelte daarvan, dat dient voor het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, architectonisch, kunstzinnig, juridisch, medisch, paramedisch, therapeutisch of een daarmee naar aard gelijk te stellen gebied.

58 vliesgevel: een bouwkundige constructie aangebracht aan de buitenzijde van een gevel van een gebouw met een geluidswerende functie ten behoeve van de betrokken gevel van het gebouw, waarbij de afstand tussen de vliesgevel en de gevel van het gebouw ten minste 0,5 m bedraagt."

Artikel 2 Wijze van meten

De regels die deel uitmaken van het bestemmingsplan 'Kom Philippine', zoals vervat in de bestandenset met planidentificatie 'NL.IMRO.07150000BPPHP-0001' met de bijbehorende regels (en eventuele bijlagen) zijn onverkort van toepassing.

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels

Artikel 3 Woondoeleinden (W)

  • A. Lid 3.1 van artikel 3. Woondoeleinden (W)wordt als volgt herzien. Na sublid a wordt een nieuw sublid "aa" ingevoegd luidende als volgt:

"aa. ter plaatse van de aanduiding 'gemengd' zijn uitsluitend toegestaan:

1. een kantoor ten behoeve van een aan-huis-gebonden beroep; en/of

2. kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten; en/of

3. een praktijkruimte; "

  • B. Lid 3.2 van artikel 3 Woondoeleinden (W) wordt als volgt herzien.

  • a. In sublid 3.2.1 wordt na sublid l een nieuw sublid 'm' ingevoegd, luidende als volgt:

'"m. geluidgevoelige ruimten die rechtstreeks grenzen aan een oostgevel dienen uitgevoerd te worden als dove gevel. "

  • b. In sublid 3.2.2 wordt na sublid d een nieuw sublid 'e' ingevoegd, luidende als volgt:

"e. de naar het parkeerterrein en het aangrenzende constructiebedrijf gekeerde gevel van een aan- uitbouw of bijgebouw wordt uitgevoerd als dove gevel of vliesgevel. "

  • C. Na sublid 3.6 wordt een nieuw sublid 3.7 'Specifieke gebruiksregels' ingevoegd, luidende als volgt:

"3.7 Specifieke gebruiksregels

Met betrekking tot het gebruik gelden de volgende regels:

  • a. ter plaatse van de aanduiding gemengd zijn geen geluidsgevoelige ruimten toegestaan."

Artikel 4 Overige bestemmingen

  • A. Artikel 4 tot en met 19 van het bestemmingsplan 'Kom Philippine' zoals vervat in de bestandenset met planidentificatie 'NL.IMRO.07150000BPPHP-0001' met de bijbehorende regels (en eventuele bijlagen) zijn onverkort van toepassing.

Artikel 5 Waarde - Archeologisch waardevol gebied

  • A. Na artikel 19 'Beschermde Dijk (bd)' wordt een nieuw artikel 20 Waarde Archeologisch waardevol gebied ingevoegd luidende als volgt:

"Artikel 20 Waarde - Archeologisch waardevol gebied

20.1. Bestemmingsomschrijving

1. De gronden op de voorschriftenkaart aangewezen voor Waarde- Archeologisch waardevol gebied

zijn mede bestemd voor:

  • a. bescherming van de archeologische (verwachtings)waarden;
  • b. ter plaatse van de subbestemming AMK-gebied (rijksmonument) tevens voor archeologische waarden als rijksmonument.

 

20.2 Bouwvoorschriften

20.2.1. Bouwvoorschriften vanwege de bestemming Archeologisch waardevol gebied:

  • a. Bouwwerken ten behoeve van de andere voor de gronden geldende bestemmingen zijn op deze gronden slechts toelaatbaar, indien daarvoor vrijstelling door burgemeester en wethouders is verleend. Vrijstelling wordt verleend, indien de archeologische belangen door de bouwactiviteiten niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad en de voorgenomen bouwactiviteit strekt tot behoud, herstel en beheer van de cultuurhistorische elementen, rekening wordt gehouden met de cultuurhistorische kwaliteiten en de samenhang en herkenbaarheid hiervan worden vergroot.

 

20.2.2 Vrijstelling, zoals in lid 20.2.1. bedoeld, is niet vereist:

  • a. wanneer op de betrokken bouwlocatie blijkens archeologisch onderzoek geen archeologische waarden aanwezig zijn;
  • b. wanneer op de betrokken bouwlocatie aanwezige archeologische waarden blijkens rapportage van de archeologische adviesinstantie in voldoende mate zijn zeker gesteld;
  • c. voor vervanging van reeds aanwezige bouwwerken, indien de oppervlakte van het bouwwerk niet wordt uitgebreid en de bestaande fundering in omvang en diepte niet wordt aangepast;
  • d. voor nieuwe bouwwerken die niet dieper zijn gefundeerd dan 30 cm beneden het maaiveld en waarbij geen paalfunderingen worden aangebracht.

 

20.3 Adviesprocedure voor bouwen

Alvorens omtrent het verlenen van vrijstelling te beslissen, winnen burgemeester en wethouders schriftelijk advies in bij de archeologische deskundige omtrent de vraag of door de voorgenomen bouwactiviteiten de archeologische belangen niet onevenredig worden geschaad en de eventueel te stellen voorwaarden.

 

20.4 Aanlegvoorschriften

20.4.1. Het is verboden op of in de gronden met de bestemming Waarde - Archeologisch waardevol gebied als bedoeld in lid 1 onder a zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (aanlegvergunning) de volgende werken of werkzaamheden uit te voeren:

  • a. het uitvoeren van grondwerkzaamheden dieper dan 30 cm, waartoe ook gerekend wordt woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, aanleggen van drainage en ontginnen, en aanleggen, vergraven of verruimen van sloten, vijvers en andere wateren;
  • b. het planten van bomen;
  • c. het rooien van bomen waarbij de stobben worden verwijderd;
  • d. het verlagen van het waterpeil;
  • e. het aanleggen, verbreden of verharden van wegen, paden of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen;
  • f. het uitvoeren van alle overige werkzaamheden die de archeologische waarden in het terrein kunnen aantasten en die niet kunnen worden gerekend tot het normale gebruik of onderhoud van het terrein.

 

20.4.2. Het verbod zoals in 20.4.1 bedoeld, is:

  • a. niet van toepassing op:
    • 1. werken of werkzaamheden die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan;
    • 2. werken of werkzaamheden die mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende aanlegvergunning;
    • 3. het verrichten van archeologisch onderzoek door de archeologische deskundige;
  • b. evenmin van toepassing wanneer op de betrokken locatie:
    • 1. blijkens archeologisch onderzoek geen archeologische waarden aanwezig zijn;
    • 2. wel aanwezige archeologische waarden in voldoende mate zijn zekergesteld.

 

20.4.3. De werken of werkzaamheden, zoals in 20.4.2 bedoeld, zijn slechts toelaatbaar indien daardoor de archeologische belangen niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad.

 

20.5. Adviesprocedure voor aanlegvergunningen

Alvorens over het verlenen van aanlegvergunning te beslissen, winnen burgemeester en wethouders schriftelijk advies in bij de archeologische deskundige omtrent de vraag of door de voorgenomen activiteiten de archeologische belangen niet onevenredig worden geschaad en de eventueel te stellen voorwaarden.

Hoofdstuk 3 Algemene regels

Artikel 6 Geldende regels

  • A. De regels die deel uitmaken van het bestemmingsplan 'Kom Philippine', zoals vervat in de bestandenset met planidentificatie 'NL.IMRO.07150000BPPHP-0001' met de bijbehorende regels (en eventuele bijlagen) zijn onverkort van toepassing, met dien verstande dat deze worden vernummerd van artikel 20 tot en met artikel 25 in artikel 21 tot en met artikel 26.

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels

Artikel 7 Overgangsrecht

7.1 Overgangsrecht bouwwerken

Voor bouwwerken luidt het overgangsrecht als volgt:

  • a. een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot:
    • 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;
    • 2. na het tenietgaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is tenietgegaan;
  • b. het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van dit lid onder a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in dit lid onder a met maximaal 10%;
  • c. dit lid onder a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
7.2 Overgangsrecht gebruik

Voor gebruik luidt het overgangsrecht als volgt:

  • a. het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet;
  • b. het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in dit lid onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind;
  • c. indien het gebruik, bedoeld in dit lid onder a, na het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten;
  • d. dit lid onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

Artikel 8 Slotregel

Deze regels worden aangehaald als: 'Regels van het bestemmingsplan

'Kom Philippine, herziening Meerpaalstraat 3'.