| Plan: | Bedrijventerrein Koegorsstraat |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.0715.BPKGP03-VG99 |
Beleidskader
Algemeen
Qua normstelling, begrippenkader en rekenmethodiek voor het bepalen van de risico's, wordt in het beleidsveld voor externe veiligheid gewerkt met twee begrippen. Het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR).
Het PR is omschreven als de kans dat een persoon die gedurende een heel jaar onafgebroken en onbeschermd op een bepaalde plaats verblijft, tengevolge van een ongewoon voorval met een gevaarlijke stof komt te overlijden. Voor het PR geldt de risicocontour van de kans één op een miljoen (10-6) als grenswaarde voor kwetsbare objecten (afwijken is niet mogelijk) en als richtwaarde voor beperkt kwetsbare objecten (afwijken is mogelijk maar alleen na motivering).
Het GR is de cumulatieve kans, grafisch weergegeven in een curve, dat een groep personen van 10, 100 en 1.000 personen tegelijk komt te overlijden als gevolg van een ongewoon voorval met een gevaarlijke stof. Het GR is niet wettelijk genormeerd. Voor het GR geldt een oriënterende waarde als richtlijn.
In navolging van het provinciale beleid, geldt in de gemeente Terneuzen dat een verantwoording van het GR plaats moet vinden indien:
Een verantwoording van het GR is niet vereist als het enkel (kwetsbaar) object betreft in een nagenoeg maagdelijke omgeving. Het GR is in de referentiesituatie in die gevallen namelijk erg laag, zodat een toename van het GR in die gevallen dan al snel boven de drempel van 10% uitkomt.
Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi)
Voor risicovolle bedrijven – dat wil zeggen inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer (Wm) – is het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) van toepassing. Het besluit stelt normen voor het PR die in acht moeten worden genomen bij de aanvraag om een milieuvergunning en bij besluiten op grond van de Wet ruimtelijke ordening (Wro). In de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi) is een verdere technische uitwerking gemaakt van onderdelen van het Bevi. In het Revi zijn voorts enkele categorieën van inrichtingen aangewezen waarop het Bevi eveneens van toepassing is. Het spoorwegemplacement 'Axel Aansluiting' is in het Revi als zodanig aangewezen.
Circulaire Risiconormering Vervoer Gevaarlijke Stoffen (CRVGS)
Voor het transport van gevaarlijke stoffen gelden de normen voor het PR en de oriënterende waarde voor het GR zoals hiervoor aangegeven. Het belangrijkste beleidsdocument is daarbij de Nota Risiconormering Vervoer Gevaarlijke Stoffen (NRVGS) uit 1996. De uitgangspunten van de NRVGS zullen op hoofdlijnen worden overgenomen in een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) op grond van de Wm. Het gaat om het Besluit transportroutes externe veiligheid (Btev). Als voorbode van beide besluiten is op 4 augustus 2004 de Circulaire Risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen (CRVGS) in de Staatscourant gepubliceerd. Het Btev zal de NRVGS en de CRVGS gaan vervangen. Wanneer het Btev van kracht wordt, is nog niet bekend.
Op dit moment wordt het Basisnet Vervoer Gevaarlijke Stoffen ontwikkeld. Voor de basisnetten Water, Weg en Spoor wordt beoogd een duurzaam evenwicht tussen ruimtelijke ontwikkelingen, vervoer van gevaarlijke stoffen en veiligheid te creëren. Dit gebeurt door alle hoofdvaarwegen, rijkswegen en spoorwegen in te delen in categorieën. Deze categorieën verschillen in de mate waarin er beperkingen gelden voor vervoer en / of ruimtelijke ontwikkelingen. Beperkingen voor het vervoer worden vastgelegd in een gebruiksruimte, beperkingen voor ruimtelijke ontwikkelingen in een veiligheidszone. Voor de modaliteiten water en weg zijn voorlopige indelingen gemaakt. Hier kunnen nog geen rechten aan ontleend worden.
Het streven is het basisnet voor de modaliteiten spoor, weg en water tegelijk vast te stellen. Het Kanaal van Gent naar Terneuzen maakt onderdeel uit van het Basisnet Water. In het eerder genoemde Btev wordt het Basisnet van een juridische basis voorzien. In december 2009 is, vooruitlopend op de inwerkingtreding van het Btev, een wijziging gepubliceerd van de CRVGS17. Deze wijziging houdt in dat ten aanzien van de risico's die samenhangen met het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg en over het water reeds moet worden aangesloten bij de benadering van het Basisnet Weg respectievelijk het Basisnet Water.
Voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over het water houdt dit in dat voor de maatgevende contour voor het PR (10-6) ervan moet worden uitgegaan dat deze is gelegen op de oever van in de bijlage bij het CRVGS aangegeven vaarroutes. Voor het vervoer van gevaarlijke stoffen is een bijlage aan het CRVGS toegevoegd waarin de maatgevende contour voor het PR (10-6) per wegvak is aangegeven.
Voor het GR geldt voor zowel het vervoer over het water als over de weg een verantwoordingsplicht voor ruimtelijke plannen indien daardoor het aantal aanwezige personen in het invloedsgebied wordt vergroot. Als invloedsgebied geldt de grootste afstand gemeten aan de hand van 1%-letaliteitsgrens.
Voor het transport van gevaarlijke stoffen over het spoor wordt momenteel gewerkt aan het Basisnet Spoor. De definitieve resultaten voor de risico's die samenhangen met het transport van gevaarlijke stoffen zijn inmiddels gepubliceerd, maar in de eerder genoemde wijziging van de CRVGS nog niet opgenomen. Dit houdt in dat voor ruimtelijke plannen die zijn gelegen op een afstand tot 200 meter van het betreffende spoortracé een eventuele verandering van het GR inzichtelijk moet worden gemaakt. Voor ruimtelijke plannen die zijn gelegen op een afstand van meer dan 200 meter tot het betreffende spoortracé gelden geen (planologische) beperkingen.
Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb)
Op het transport van risicovolle stoffen door buisleidingen is het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) van toepassing. Het besluit werkt met een vaste norm voor het PR die in acht moeten worden genomen bij het vaststellen van een bestemmingsplan. Deze norm betreft de contour van het PR met kans 10-6. Binnen deze contour is de bouw van kwetsbare objecten geheel niet toegestaan. Daarnaast verplicht het Bevb tot het opnemen van een adequate bestemming van solitaire buisleidingen voor het transport van gevaarlijke stoffen in het bestemmingsplan. In elk geval dient de belemmeringenstrook op de verbeelding te worden weergegeven. Bouwwerkzaamheden of het uitvoeren van werkzaamheden binnen deze strook die het leidingbelang kunnen schaden, dienen daarbij aan een aanlegverbod te worden gekoppeld. In de Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb) is een verdere technische uitwerking gemaakt van onderdelen van het Bevb. In het Revb is onder andere is de rekenmethodiek voor het beoordelen van het PR en het GR voorgeschreven.
De inwerkingtreding van het Bevb wordt gefaseerd. Dat houdt in dat per 1 januari 2011 enkel het transport van aardgas en aardolieproducten binnen de werkingssfeer van het Bevb is gebracht. Voor de het transport van andersoortige gevaarlijke stoffen is het beleidskader uit de Circulaire K1-, K2- en K3-stoffen (1991) van toepassing gebleven. Voor wat betreft het transport van risicovolle stoffen door buisleidingen, niet-zijnde aardgas, is het daarom nog niet mogelijk om de systematiek van het Bevb te hanteren. Voor deze stoffen is in het Revb nog geen beoordelingsystematiek voor risico's opgenomen. Bij het opstellen van dit bestemmingsplan is daarom voor één van de leidingen in het plangebied uitgegaan van de circulaire uit 1991.
Windturbines
In het plangebied komen enkele windturbines voor. Windturbines zijn geen risicovolle bedrijven als bedoeld in het Bevi. Het Bevi is dan ook niet op het beoordelen van windturbines van toepassing. Windturbines dienen te voldoen aan de risiconormering uit het Activiteitenbesluit en de bijbehorende Activiteitenregeling. Op grond van artikel 3.15a van het Activiteitenbesluit dient de maatgevende risicocontour van windturbines aan bepaalde normen te voldoen (PR 10-5 voor beperkt kwetsbare objecten en PR 10-6voor kwetsbare objecten).
Gehanteerde uitgangspunten
Voor de berekeningen van het GR zijn de uitgangspunten gehanteerd zoals weergegeven in tabel 3.3. In de huidige situatie bevinden zich binnen en rondom het plangebied diverse (beperkt kwetsbare) objecten of terreinen waar mensen verblijven. Er is dan ook geen sprake van een maagdelijke omgeving.
Vanwege de nabije ligging bedrijventerrein Zuidpoort is bij de beoordeling van het GR niet enkel gekeken naar de bijdrage ten gevolge van de komst van de ontwikkeling van het bedrijfsterrein Koegorsstraat. Ook is de komst van het opleidingsinstituut Bio Base Europe (BBE) en de nieuwe programmatische invulling van het Leisurecenter aan de noordzijde van het plangebied de Koegorsstraat meegenomen.
Tabel 3.3. Gehanteerde uitgangspunten Koegorsstraat
|
aantal personen dagperiode (8:30–18:30 uur) |
aantal personen avondperiode (18:30–22:00 uur) |
aantal personen nachtperiode (22:00–8:30 uur) |
aantal personen in dagdienst* | |
| Leisurecenter | 1.100 | 1.100 | 0 | |
| BioBase Europe | 313 | 313 | 0 | |
| Koegorsstraat | 1.824 |
* Voor het bedrijventerrein Koegorsstraat is aangenomen dat zich hier uitsluitend in de periode van 07.00 uur tot 19.00 uur personen zullen bevinden. Daarbij is uitgegaan van de aanwezigheid van 40 personen per hectare.
Toetsing risicocontouren en invloedsgebied
Risicovolle inrichtingen
Nabij het plangebied zijn de in tabel 3.4 genoemde risicovolle bedrijven gelegen.
Tabel 3.4. Risicovolle bedrijven nabij plangebied
| bedrijf | PR 10-6 (meters buiten terreingrens) | invloedsgebied (meters buiten terreingrens) | afstand tot plangebied (m) | |
| Heros Sluiskil | chemische industrie (op- en overslag gevaarlijke stoffen) | (terreingrens ) | 450 | 50 |
| Yara Sluiskil | chemische industrie (op- en overslag gevaarlijke stoffen) | 700 | 2.000 | 100 |
| Emplacement Axel aansluiting | spoorwegemplacement | * | * | 50 |
* Het emplacement Axel aansluiting is een zelfstandige inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, maar wordt verder, vanwege de ligging ervan direct grenzend aan het bedrijfsterrein Yara, tezamen met Yara beschouwd.
Figuur 3.3. Risicocontouren Yara Sluiskil B.V. (Bron: TNO)
Plaatsgebonden risico
Van de risicovolle bedrijven nabij plangebied liggen de maatgevende risicocontouren (PR 10-5 en 10-6) van Yara Sluiskil in het plangebied. Binnen de contour 10-5 zijn beperkt kwetsbare objecten niet toegestaan. In het plangebied zijn de gronden die liggen binnen deze risicocontour bestemd als water. Binnen deze bestemming zijn beperkt kwetsbare objecten niet mogelijk. Binnen de contour 10-6 zijn beperkt kwetsbare objecten wel toegestaan, zij het dat dit moet worden gemotiveerd. De gronden in het plangebied die liggen binnen deze risicocontour zijn voorzien van een bedrijfsbestemming. Binnen deze bestemming zijn uitsluitend beperkt kwetsbare objecten toegestaan. Het gaat om bedrijfsgebouwen en kantoren die behoren tot de bedrijven die op het toekomstige bedrijventerrein worden gevestigd. De omvorming van het plangebied van agrarische gronden naar een bedrijventerrein is een gewenste ontwikkeling die volgt uit zowel het provinciale als het gemeentelijke beleid en als zodanig ook in het beleidskader is vastgelegd. Binnen het bedrijventerrein zijn enkel bedrijfsgebouwen mogelijk die geen kwetsbare of bijzondere functies huisvesten die in de toekomst een mogelijke belemmering met zich mee kunnen brengen voor de bestaande risicovolle bedrijven in de omgeving. Ook zijn de toekomstige personen in het plangebied, de werknemers van de bedrijven, geen groep van personen die op enigerlei wijze als kwetsbaar moet worden aangemerkt of die anderszins een verhoogde mate van bescherming behoeft.
In de planregeling is voorts opgenomen dat het aantal personen binnen deze objecten niet dusdanig groter kan worden waardoor een kwetsbaar object zou kunnen ontstaan. Toekomstige saneringssituaties zijn zodoende uitgesloten. Zodoende wordt geconcludeerd dat de aanwezige bestaande risicovolle bedrijvigheid zich niet verzet tegen de ontwikkeling van het toekomstige bedrijventerrein Koegorsstraat.
Het is mogelijk dat de bestaande risicovolle bedrijven in de toekomst hun risicovolle bedrijfsactiviteiten uit willen breiden. In beginsel geldt op grond van het Bevi en het gemeentelijke beleid dat een toename van risicovolle bedrijvigheid niet gepaard mag gaan met een toename van de risicocontouren buiten het eigen bedrijfsterrein. Vanwege het beoogde toekomstbeeld van de Kanaalzone in zijn algemeenheid – namelijk een gebied overwegend bestemd voor (zeehavengebonden) industriële bedrijfsactiviteiten – is echter niet uit te sluiten dat de risicocontouren van deze bedrijven buiten het eigen bedrijfsterrein toch in enige mate toenemen. Om ongewenste situaties, waarbij kwetsbare objecten komen te liggen binnen de risicocontouren van de bestaande bedrijven, in de toekomst tegen te gaan, wordt de vestiging van nieuwe kwetsbare objecten op het bedrijfsterrein Koegorsstraat uitgesloten. In bijlage 11 is een overzicht opgenomen van wat onder een (beperkt) kwetsbaar object wordt verstaan.
Groepsrisico
Uit tabel 3.4 blijkt dat het beoogde bedrijventerrein is gelegen binnen het invloedsgebied van zowel Yara Sluiskil als van Heros Sluiskil. Omdat dit bestemmingsplan de komst van nieuwe beperkt kwetsbare objecten in het invloedsgebied mogelijk maakt, dient inzicht te worden geboden in een verandering van het GR als gevolg van dit bestemmingsplan.
Bij de berekening van het GR is gebruik gemaakt van de gegevens uit een eerdere veiligheidsstudie die door TNO is uitgevoerd in 2006. Dat onderzoek is verricht in het kader van het voorontwerpbestemmingsplan Koegorspolder18. Dat bestemmingsplan is nooit meer tot een definitief bestemmingsplan verworden, de uitgangspunten en uitkomsten uit de studie uit 2006 zijn evenwel nog steeds bruikbaar als het gaat om het maken van een goede afweging over risico's in het plangebied.
TNO heeft de ontwikkeling van bedrijventerrein Koegorsstraat zowel zelfstandig als in samenhang met andere ruimtelijke ontwikkelingen rondom het plangebied onderzocht19. Bij de beoordeling in relatie tot de andere ontwikkelingen zijn dezelfde uitgangspunten gebruikt die ten grondslag lagen aan de hiervoor genoemde studie van TNO uit 2006.
Ten aanzien van het GR blijkt dat als gevolg van de ontwikkeling van het bedrijventerrein Koegorsstraat (in samenhang met de ontwikkeling van BBE en het Leisurecentre) het GR toeneemt tot een factor 0,08 van de oriënterende waarde. Deze geringe toename van de oriënterende waarde leidt niet tot een noodzaak om het groepsrisico te verantwoorden.
Geconcludeerd wordt dat de aanwezige risicovolle bedrijvigheid zich niet verzet tegen de ontwikkeling van het bedrijventerrein Koegorsstraat.
Transport van gevaarlijke stoffen over de weg
De rijkswegen N61 en N62 zijn beiden aangewezen voor het transport van gevaarlijke stoffen.
Plaatsgebonden risico
Voor beide wegen is in de bijlage bij de CRVGS aangegeven dat mag worden aangenomen dat de maatgevende risicocontour (PR 10-6) zich niet buiten de wegberm bevindt (risicoafstand 0 meter).
Groepsrisico
Ten aanzien van het GR geven noch het Basisnet Weg noch de CRVGS een maat voor het invloedsgebied. Om het invloedsgebied te bepalen is daarom aangesloten bij de uitkomsten van een veiligheidsstudie die in opdracht van de provincie Zeeland in 2006 is uitgevoerd voor dit wegvak. In deze studie is voor het jaar 2010 een risicocontour PR 10-8 van 263 meter aan weerszijden van de N61 berekend, voor de N62 is dat 100 meter20. Aangenomen wordt dat de risicocontour 10-8 in grote lijnen overeenkomt met het invloedsgebied op basis van de 1%-letaliteitsgrens zoals genoemd in de CRVGS. Het plangebied is gelegen op meer dan 750 meter van beide wegen. Zodoende behoeft geen inzicht te worden geboden verandering van het GR als gevolg van dit bestemmingsplan.
Geconcludeerd wordt dat het transport van gevaarlijke stoffen over de N61/N62 zich niet verzet tegen de ontwikkeling van het bedrijventerrein.
Transport van gevaarlijke stoffen over het Water
Over het Kanaal van Gent naar Terneuzen vindt transport plaats van gevaarlijke stoffen in binnenvaart- en zeeschepen. Het kanaal maakt onderdeel uit van het Basisnet Water en is aangewezen in de gewijzigde CRVGS. In het definitief ontwerp van het Basisnet Water is het kanaal aangeduid als een zeevaartcorridor met toetsingsafstand. Dit houdt in dat risicocontour PR 10-6 op het water ligt maar in de toekomst kan groeien tot de oeverlijn en dat het aandachtsgebied voor plasbranden is gelegen 40 m landwaarts vanaf de waterlijn. Concreet houdt dit in dat ter plaatse geen nieuwe kwetsbare bestemmingen binnen de waterlijnen mogelijk zijn. Gelet op de werkelijke afstand tussen het kanaal en het bedrijventerrein Koegorsstraat (circa 585 meter), wordt ruimschoots voldaan aan deze afstand.
Ten aanzien van het GR geven noch het Basisnet Water noch de CRVGS een maat voor het invloedsgebied. Om het invloedsgebied te bepalen is daarom aangesloten bij de uitkomsten van een veiligheidsstudie die in opdracht van de provincie Zeeland in 2006 is uitgevoerd voor het Kanaal van Gent naar Terneuzen. In deze studie is berekend dat de risicocontour PR 10-8 is gelegen op de kanaaloever21. Aangenomen wordt dat de risicocontour 10-8 in grote lijnen overeenkomt met het invloedsgebied op basis van de 1%-letaliteitsgrens zoals genoemd in de CRVGS. Nu de afstand van het beoogde bedrijventerrein tot het kanaal meer dan 585 meter bedraagt, behoeft geen inzicht te worden geboden verandering van het GR als gevolg van dit bestemmingsplan.
Geconcludeerd wordt dat het transport van gevaarlijke stoffen over het Kanaal van Gent naar Terneuzen zich niet verzet tegen de ontwikkeling van het bedrijventerrein Koegorsstraat.
Transport van gevaarlijke stoffen over het spoor
Het plangebied wordt doorsneden door het spoorwegtracé Terneuzen Zuidzijde aansluiting – Axel Aansluiting. Over dit spoortracé vindt transport plaats van gevaarlijke stoffen (hoofdzakelijk ammoniak). Nu het plangebied binnen een afstand van 200 meter is gelegen, dient op basis van de CRVGS de verandering van het GR ten gevolge van de komst van het bedrijventerrein inzichtelijk te worden gemaakt. Onderzoeksbureau AVIV heeft de ontwikkeling van bedrijventerrein Koegorsstraat, zowel zelfstandig als in samenhang met andere ruimtelijke ontwikkelingen rondom het plangebied, onderzocht22.
Plaatsgebonden risico
Uit de berekeningen blijkt dat de maatgevende risicocontour van het spoortracé (PR-contour 10-6) niet aanwezig is.
Groepsrisico
Uit het onderzoek blijkt dat met het transport van gevaarlijke stoffen over dit spoortracé geen GR samenhangt. Dit wil zeggen dat bij een ongeval met een kans van 10-9 (één op een miljard) het aantal slachtoffers kleiner is dan 10.
Geconcludeerd wordt dat het transport van gevaarlijke stoffen over het spoorwegtracé Terneuzen Zuidzijde aansluiting – Axel Aansluiting zich niet verzet tegen de ontwikkeling van bedrijventerrein Koegorsstraat.
Transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen
Nabij en in het plangebied zijn diverse buisleidingen gelegen ten behoeve van transport van gevaarlijke stoffen (tabel 3.5).
Tabel 3.5. Overzicht relevante buisleidingen voor transport gevaarlijke stoffen
| product |
diameter, druk |
leiding- beheerder |
veiligheids- afstand of minimale bebouwings- afstand tot zgn. kwetsbare bestemmingen |
veiligheids- afstand of minimale bebouwings- afstand tot zgn. beperkt kwetsbare bestemmingen |
| Aardgas Z555-01 | 8 inch, 40 bar | Gasunie | n.v.t. | n.v.t. |
| Etheen-/propeenleiding | 6 inch, 100 bar | Shell | 80 meter voor etheen, 50 meter voor propeen | In beide gevallen 0 meter |
| Etheen-/propeenleiding | 6 inch, 100 bar | Dow Benelux N.V. | 80 meter voor etheen, 50 meter voor propeen | In beide gevallen 0 meter |
Plaatsgebonden risico
Met de inwerkingtreding van het Bevb dient in beginsel enkel rekening te worden gehouden met het ruimtebeslag voor de aardgasleiding die ook privaatrechtelijk door de leidingbeheerder wordt gereguleerd (de zogenaamde belemmeringenstrook van 5 meter aan weerszijden van de leiding, artikel 14 Bevb). Enkel indien de PR-contour met kans 10-6 zich buiten deze strook bevindt, dient hiermee bij het projecteren van nieuwe kwetsbare objecten rekening te worden gehouden (artikel 11 Bevb).
Uit gegevens van de leidingbeheerder blijkt dat de PR-contour met kans 10-6 zich op de leiding bevindt. Zodoende brengt de aardgasleiding geen belemmeringen met zich mee voor de ontwikkeling van het bedrijventerrein Koegorsstraat.
Zoals hiervoor is aangegeven, is de beoordelingssystematiek voor risico's rondom het transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen, niet-zijnde aardgas, nog niet definitief vastgesteld. Zodoende moet hiervoor worden terugvallen op de systematiek van de circulaire uit 1991. In tabel 3.5 zijn de veiligheidsafstanden uit deze circulaire opgenomen. Deze afstanden gelden enkel voor kwetsbare bestemmingen. Aangezien in het bestemmingsplan geen kwetsbare bestemmingen mogelijk worden gemaakt, wordt voldaan aan deze veiligheidsafstanden.
Groepsrisico
Aangezien geen nieuwe (beperkt) kwetsbare objecten binnen het invloedsgebied van deze aardgasleiding worden geprojecteerd, kan ingevolge artikel 12 Bevb een verantwoording van het GR achterwege blijven.
Aangezien de rekensystematiek hiervoor nog niet is vastgesteld, kan een verantwoording van het GR voor wat betreft de etheen-/propeenleiding achterwege blijven.
Geconcludeerd wordt dat het transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen zich niet verzet tegen de ontwikkeling van het bedrijventerrein Koegorsstraat.
Windturbines
Bij het leggen van de bestemming 'Bedrijven' is rekening gehouden met de maatgevende risicocontouren uit het Activiteitenbesluit voor de windturbines. Dat houdt in dat nergens binnen de contour van het PR met kans 10-6 van de windturbines (nieuwe) kwetsbare objecten mogelijk worden gemaakt. Omdat het bestemmingsplan enkel nieuwe beperkt kwetsbare objecten mogelijk maakt, wordt daarmee ook voldaan aan de norm van het PR met kans 10-5.