| Plan: | Ramsburg |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.0687.BPRAMSBURG-VG01 |
Het bestemmingsplan Ramsburg van de gemeente Middelburg.
De geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0687.BPRAMSBURG-VG01 met de bijbehorende regels en bijlagen.
De verbeelding (plankaart) van het bestemmingsplan Ramsburg Middelburg.
Een geometrisch bepaald vlak of een figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en / of het bebouwen van deze gronden.
De grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.
Een aan een hoofdgebouw gebouwd gebouw dat in bouwkundig opzicht te onderscheiden is van het hoofdgebouw.
Auto's, boten en caravans;
Elk bouwwerk, geen gebouw zijnde.
De Walcherse Archeologische Dienst (WAD) of een daaraan gelijkgesteld KNA (Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie) gecertificeerd onderzoeksbureau.
Diverse vormen van onderzoek naar de archeologische waarden binnen een plangebied, uitgevoerd volgens de geldende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie.
De aan een gebied toegekende waarde in verband met de in dat gebied voorkomende overblijfselen uit oude tijden.
Een of meer gebouwen en / of bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
Een onderneming of organisatie gericht op het vervaardigen, bewerken, herstellen, installeren of inzamelen van goederen dan wel op het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij eventueel detailhandel uitsluitend plaatsvindt als ondergeschikt onderdeel van de onderneming in de vorm van verkoop c.q. levering van ter plaatse vervaardigde, bewerkte of herstelde goederen, dan wel goederen die in rechtstreeks verband staan met de uitgeoefende handelingen.
Een gebouw of een gedeelte daarvan als onderdeel van een bedrijfsgebouw dat andere bedrijfsactiviteiten als inkomstenbron heeft en waarvoor het kantoor uitsluitend een ondersteunende functie heeft en is gericht op het verlenen van diensten op administratief, financieel, architectonisch, juridisch of een daarmee naar aard gelijk te stellen gebied, waarbij het publiek niet of slechts in ondergeschikte mate rechtstreeks te woord wordt gestaan en geholpen.
De totale oppervlakte van ruimten - binnenwerks gemeten - die worden of kunnen worden gebruikt voor bedrijfsmatige activiteiten, inclusief ruimten ten behoeve van opslag en administratie.
Eén gebouw dat dient voor de huisvesting van gelijktijdig minimaal drie bedrijven en/of zelfstandige kantoren.
Een woning in of bij een gebouw of op een terrein, die slechts is bestemd voor bewoning door (het huishouden van) een medewerker of eigenaar van het ter plaatse gevestigde bedrijf, wiens huisvesting daar noodzakelijk is, gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein van het ter plaatse gevestigde bedrijf.
Afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen en aantallen, die op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan tot stand zijn gekomen of tot stand kunnen komen met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Wabo.
De grens van een bestemmingsvlak.
Een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming.
Bedrijven zoals bedoeld in artikel 2 lid 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen.
Bevoegd gezag zoals bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats.
De grens van een bouwvlak.
Een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.
De grens van een bouwperceel.
Een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten.
Elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren.
Een motorvoertuig dat is uitgerust om in te overnachten en recreëren.
Een speciaal voor campers ingerichte en met officiële borden aangeduide plaats voor het parkeren van een camper om ter plaatse te overnachten en te recreëren.
Vuurwerk dat is bestemd voor particulier gebruik.
Een constructie ter vergroting van een gebouw, die zich tussen de dakgoot en de nok van een dakvlak bevindt, waarbij deze constructie onder de noklijn is gelegen en de onderzijde van de constructie in het dakvlak is geplaatst.
Een constructie ter vergroting van een gebouw, die zich boven de dakgoot bevindt, waarbij deze constructie (deels) boven de oorspronkelijke nok uitkomt en de onderzijde van de constructie in één of beide dakvlak(ken) zijn geplaatst.
Een door burgemeester en wethouders aan te wijzen onafhankelijke deskundige of commissie van deskundigen inzake een specifiek aspect van de ruimtelijke ordening.
Het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen, die deze goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. Alsmede anders dan voor gebruik ter plaatse.
Detailhandel in motorbrandstoffen, waaronder begrepen smeermiddelen voor motorvoertuigen en benodigdheden voor gebruik, reiniging zoals een wasstraat of spoedeisende reparaties van motorvoertuigen alsmede accessoires daarvoor.
Detailhandel in de volgende volumineuze en gevaarlijke goederen:
Al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een gebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw.
Bouwwerk, geen gebouw zijnde, dat dient als afscheiding van een erf of terrein en is geplaatst in of rondom een erf of terrein.
De grens van het erf.
Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.
Bedrijven, zoals bedoeld in artikel 2.4 van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer, die in belangrijke mate geluidshinder kunnen veroorzaken.
Een geluidsscherm of geluidwal die naast een weg of spoorlijn wordt geplaatst om de geluidhinder te beperken voor mensen die erachter wonen of verblijven.
Een gebouw of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is.
Een bedrijf, gericht op één of meer van de navolgende activiteiten:
Het geheel van diensten die de overheden aan hun burgers leveren, alsmede het verlenen van maatschappelijke diensten, medische dienstverlening, psychosociale zorg, sociaal-culturele voorzieningen evenwel met uitzondering van seksinrichtingen, massagesalons en onzelfstandige vormen van wonen.
Alle aanduidingen die betrekking hebben op afmetingen, percentages, oppervlakten, hellingshoeken en aantallen, zowel ten aanzien van het bouwen als ten aanzien van het gebruik, zijn maatvoeringsaanduidingen.
Bouwwerk oorspronkelijk gebouwd en geschikt voor het benutten van windkracht.
Een zone rond een molen, waarin beperkende bepalingen voor de hoogte van bebouwing en beplanting gelden.
Een door burgemeester en wethouders aan te wijzen onafhankelijke deskundige of onafhankelijke commissie op het gebied van molens.
Hoogst gelegen snijlijn van twee dakvlakken bepalend voor de richting van de kap.
Voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen, voorzieningen ten behoeve van (ondergrondse) afvalinzameling en apparatuur voor telecommunicatie.
Detailhandel die als activiteit in ruimtelijk, functioneel en inkomenswervend opzicht duidelijk ondergeschikt is aan de op de ingevolge het bestemmingsplan toegestane hoofdfunctie en uitsluitend plaatsvindt als niet zelfstandig onderdeel van een onderneming in de vorm van verkoop c.q. levering van ter plaatse vervaardigde, bewerkte of herstelde goederen, dan wel goederen die in rechtstreeks verband staan met de onderneming.
Een bedrijf primair gericht op het verzorgen van rondritten.
Medegebruik houdt in dat de recreatieve activiteiten ondergeschikt dienen te zijn aan de functie van de bestemming waarbinnen dit recreatieve gebruik is toegestaan en voor zover de overige functies van de gronden dit toelaten.
De Staat van Bedrijfsactiviteiten "functiemenging" die van deze regels deel uitmaakt.
De Staat van Horeca-activiteiten die van deze regels deel uitmaakt.
Gronden waarop voor particulier gebruik op recreatieve wijze voedings- en siergewassen worden geteeld.
Het meest naar de wegzijde gekeerde deel van een hoofdgebouw. Indien meerdere delen van het hoofdgebouw naar de weg zijn gekeerd, bepaalt het bevoegd gezag welke zijde als voorgevel moet worden beschouwd.
De op de kaart als zodanig aangegeven lijn die, in combinatie met de rechte lijnen die in het verlengde daarvan zijn te trekken, bij het bouwen aan de wegzijde niet mag worden overschreden.
Het bedrijfsmatig verlenen van diensten en/of het leggen van contacten of het uitvoeren van commerciële handelingen, waarbij het publiek rechtstreeks (al dan niet via een balie) te woord wordt gestaan en geholpen, zoals uitzendbureaus, fysiopraktijken, pedicures, wasserettes, makelaarskantoren en bankfilialen, met uitzondering van seksinrichtingen, reisbureaus, kapsalons, nagelstudio's, hypotheek- en verzekeringsagenten en massagesalons.
Kantoor dat niet behoort tot een bedrijf, maar een zelfstandige eenheid vormt en is gericht op het bedrijfsmatig verlenen van diensten waarbij het publiek niet of slechts in ondergeschikte mate rechtstreeks te woord wordt gestaan en geholpen, zoals administratieve, financiële, ontwerptechnische, juridische of andere daarmee gelijk te stellen diensten.
Bij de toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:
afstanden tussen bouwwerken onderling alsmede afstanden van bouwwerken tot perceelsgrenzen worden daar gemeten waar deze afstanden het kleinst zijn.
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouwen zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.
tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels en het hart van de scheidsmuren.
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak.
tussen het peil en de snijlijn tussen de bovenkant van het dakbeschot en de buitenkant van de gevel, hellende dakvlakken, topgevels, dakkapellen – voor zover deze minder dan 50% van de breedte van het dakvlak beslaan – en liftopbouwen daar niet onder begrepen.
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en / of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
indien een gebouw met betrekking tot de constructiedelen als bedoeld onder 2.5 over verschillende hoogten beschikt, wordt als volgt gemeten:
de gebruiksvloeroppervlakte volgens NEN 2580.
De voor 'Agrarisch - Beschermde dijken' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
Voor het bouwen geldt dat uitsluitend terreinafscheidingen mogen worden opgericht.
De bouwhoogte, de oppervlakte en/of de inhoud van een gebouw of bouwwerk, geen gebouwen zijnde, bedragen ten hoogste de volgende aangegeven maten:
| bouwwerk | goothoogte | bouwhoogte | oppervlakte/inhoud | |
| 1. | terreinafscheidingen | - | 2 m | - |
Het is verboden op de in lid 3.1 bedoelde gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag, de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:
Het verbod van lid 3.3.1 geldt niet voor het uitvoeren van werken, of werkzaamheden die:
Werken of werkzaamheden als bedoeld in lid 3.3.1 zijn slechts toelaatbaar indien daardoor de in lid 3.1 genoemde waarden van de gronden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor het herstel van de waarden niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind.
Alvorens te beslissen omtrent een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 3.3.1, winnen burgemeester en wethouders schriftelijk advies in van de landschaps- en natuurbeschermingsdeskundige, omtrent de voorwaarde zoals genoemd in lid 3.3.3.
De voor 'Agrarisch met Waarden - Landschapswaarden (AW-L)' aangewezen gronden zijn bestemd voor de uitoefening van agrarische bedrijfsdoeleinden en de bij deze bestemming behorende voorzieningen zoals groen, water, nutsvoorzieningen en voet- en fietspaden.
Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels:
op deze gronden worden bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd.
| bouwwerk | goothoogte | bouwhoogte | oppervlakte/inhoud | |
| a. | erfafscheidingen grenzend aan openbaar gebied | 1 m | ||
| b. | overige erfafscheidingen | 2 m | ||
| c. | overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde | 3 m |
De voor 'Bedrijventerrein' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
Voor het bouwen gelden de volgende regels:
De goothoogte, bouwhoogte, de oppervlakte en/of de inhoud van een gebouw, geen bedrijfswoning zijnde, of bouwwerk, geen gebouwen zijnde, bedragen ten hoogste de volgende aangegeven maten:
| bouwwerk | goothoogte | bouwhoogte | oppervlakte/inhoud | |
| a. | gebouwen | zie maatvoeringsaanduiding op de verbeelding | zie maatvoeringsaanduiding op de verbeelding |
75% |
| b. | bouwwerken, geen gebouwen zijnde | - | 3 m | - |
| c. | erfafscheidingen grenzend aan openbaar gebied | - | 1 m | - |
| d. | overige erfafscheidingen | - | 3 m | - |
| e. | lichtmasten | - | 9 m | - |
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 5.2.1 onder c voor het verkleinen van de aangegeven afstand, met inachtneming van de volgende regels:
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen ten aanzien van de situering en hoogte van gebouwen indien dit noodzakelijk is:
Met betrekking tot het gebruik van gronden en bouwwerken gelden de volgende regels:
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 5.1:
Aan de afwijkingsbevoegdheid als bedoeld in artikel 5.6.1 wordt slechts toepassing gegeven indien afwijken niet leidt tot onevenredige aantasting van de gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van naastgelegen percelen.
Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming wijzigen door het verwijderen van de aanduiding 'detailhandel' op de verbeelding, met inachtneming van de volgende voorwaarden:
Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming wijzigen door het verwijderen van de aanduiding 'bedrijfswoning' op de verbeelding, met inachtneming van de volgende voorwaarden:
De voor 'Gemengd – 14' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
Voor het bouwen gelden de volgende regels:
De goothoogte, bouwhoogte, de oppervlakte en / of de inhoud van een gebouw of bouwwerk, geen gebouwen zijnde, bedragen ten hoogste de volgende aangegeven maten:
| bouwwerk | goothoogte | bouwhoogte | oppervlakte/ inhoud | |
| a. | gebouwen | zie maatvoerings- aanduiding |
zie maatvoerings- aanduiding |
zie maatvoerings- aanduiding |
| b. | bedrijfswoning | 6 m | 10 m | 200 m²/ 750 m³ |
| c. | erfafscheidingen grenzend aan openbaar gebied | - | 1 m | - |
| d. | overige erfafscheidingen | - | 2 m | - |
| e. | lichtmasten | - | 9 m | - |
| f. | overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde | - | 3 m | - |
Met betrekking tot het gebruik van gronden en bouwwerken gelden de volgende regels:
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 6.1:
Aan de afwijkingsbevoegdheid als bedoeld in artikel 6.4.1 wordt slechts toepassing gegeven indien afwijken niet leidt tot onevenredige aantasting van de gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van naastgelegen percelen.
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om de bestemming te wijzigen op grond van artikel 3.6 lid 1 sub a Wet ruimtelijke ordening en de oprichting van bedrijfswoningen toe te laten met inachtneming van de volgende voorwaarden:
De voor 'Gemengd – 15' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
Voor het bouwen gelden de volgende regels:
De goothoogte, bouwhoogte, de oppervlakte en / of de inhoud van een gebouw of bouwwerk, geen gebouwen zijnde, bedragen ten hoogste de volgende aangegeven maten:
| bouwwerk | goothoogte | bouwhoogte | oppervlakte/ inhoud | |
| a. | gebouwen | zie maatvoerings- aanduiding |
zie maatvoerings- aanduiding |
zie maatvoerings- aanduiding |
| b. | erfafscheidingen grenzend aan openbaar gebied | - | 1 m | - |
| c. | overige erfafscheidingen | - | 2 m | - |
| d. | lichtmasten | - | 9 m | - |
| e. | overige bouwwerken, geen gebouwen, zijnde | - | 3 m | - |
Met betrekking tot het gebruik van gronden en bouwwerken gelden de volgende regels:
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 7.1:
Aan de afwijkingsbevoegdheid als bedoeld in artikel 7.4.1 wordt slechts toepassing gegeven indien afwijken niet leidt tot onevenredige aantasting van de gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van naastgelegen percelen.
De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
Op deze gronden worden gebouwd:
| bouwwerk | goothoogte | bouwhoogte | oppervlakte/ inhoud | |
| a. | Gebouwen, zoals bergplaatsen en hobbykassen | 4 m | 4 m | 15 m² |
| b. | Gebouwen t.b.v. nutsvoorzieningen | - | 3 m | 15 m2 |
| c. | Lichtmasten | - | 9 m | - |
| d. | Geluidwerende voorzieningen | - | 3 m | - |
| Overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde | - | 3 m | - |
Met betrekking tot het gebruik gelden de volgende regels:
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om de bestemming 'Groen' op grond van artikel 3.6 lid 1 sub a Wet ruimtelijke ordening te wijzigen in de bestemming 'Verkeer' met inachtneming van de volgende voorwaarden:
De voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
Voor het bouwen gelden de volgende regels:
De goothoogte, bouwhoogte, de oppervlakte en/of de inhoud van een gebouw of bouwwerk, geen gebouwen zijnde, bedragen ten hoogste de volgende aangegeven maten:
| bouwwerk | goothoogte | bouwhoogte | oppervlakte/ inhoud | |
| a. | gebouwen | zie maatvoeringsaanduiding | zie maatvoeringsaanduiding | zie maatvoeringsaanduiding |
| b. | bouwwerken, geen gebouwen zijnde | - | 3 m | - |
| c. | erfafscheidingen grenzend aan openbaar gebied | - | 1 m | - |
| d. | overige erfafscheidingen | - | 2 m | - |
| e. | lichtmasten | - | 9 m | - |
Met betrekking tot het gebruik gelden de volgende regels:
De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor tuinen bij de op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen.
Op deze gronden mogen bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd, uitgezonderd overkappingen.
| bouwwerk | goothoogte | bouwhoogte | oppervlakte/ inhoud | |
| a. | Erfafscheidingen | 1 m | ||
| b. | Lichtmasten | 9 m | ||
| c | Overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde | 3 m |
Met betrekking tot het gebruik gelden de volgende regels:
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 10.2 met inachtneming van de volgende regels:
De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
Op deze gronden worden uitsluitend gebouwd:
De goothoogte, bouwhoogte, de oppervlakte en/of de inhoud van een gebouw of bouwwerk, geen gebouw zijnde, bedragen ten hoogste de volgende aangegeven maten:
| bouwwerk | goothoogte | bouwhoogte |
oppervlakte/ inhoud |
|
| a. | nutsvoorzieningen | - | 3 m | 15 m² |
| b. | lichtmasten | - | 9 m | - |
| c. | overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde | 9 m |
De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
Op deze gronden worden gebouwd:
De goothoogte, bouwhoogte, de oppervlakte en/of de inhoud van een gebouw of bouwwerk, geen gebouwen zijnde, bedragen ten hoogste de volgende aangegeven maten:
De voor 'Waarde - Archeologie – 3' aangewezen gronden – zijn bij wijze van dubbelbestemming - bestemd voor bescherming en veiligstelling van archeologische verwachtingswaarden.
Voor het bouwen gelden de volgende regels:
Het is verboden om zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van het bevoegd gezag (Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden) de navolgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:
Het verbod van lid 13.3.1 is niet van toepassing, indien:
De werken en werkzaamheden, zoals in lid 13.3.1 bedoeld, zijn slechts toelaatbaar, indien de aanvrager van de omgevingsvergunning aan de hand van nader archeologisch onderzoek kan aantonen dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden aanwezig zijn. Voorts wordt een omgevingsvergunning in ieder geval verleend indien:
Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Waarde - Archeologie - 3' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders bouwwerken te slopen.
Het verbod als bedoeld in lid 13.4.1. is niet van toepassing indien:
Een vergunning, zoals in lid 13.4.1 bedoeld, kan slechts worden verleend indien:
Burgemeester en wethouders kunnen het bestemmingsvlak met de in lid 13.1 genoemde bestemming verwijderen, met inachtneming van de volgende regels:
Burgemeester en wethouders kunnen de vorm van het bestemmingsvlak met de in lid 13.1 genoemde bestemming wijzigen, met inachtneming van de volgende regels:
De voor 'Waterstaat – Waterkering' aangewezen gronden zijn – bij wijze van dubbelbestemming – bestemd voor bescherming en veiligstelling van de waterkering.
Voor het bouwen gelden de volgende regels:
Het bevoegd gezag kan afwijken van het bepaalde in lid 14.2.1, onder b, indien de waterstaatkundige belangen niet onevenredig worden geschaad.
Alvorens omtrent de omgevingsvergunning als bedoeld in lid 14.3.1 te beslissen, wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de beheerder(s) van de waterkering omtrent de vraag of door het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen de waterstaatkundige belangen niet onevenredig worden geschaad.
Het is verboden op de in lid 14.1 bedoelde gronden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van het bevoegd gezag (omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden) de volgende werken geen bouwwerken zijnde of werkzaamheden uit te voeren:
Het verbod van lid 14.4.1 geldt niet voor het uitvoeren van werken, of werkzaamheden die:
Werken of werkzaamheden als bedoeld in lid 14.4.1 zijn slechts toelaatbaar indien daardoor de waterstaatkundige functie van de waterkering daardoor niet onevenredig wordt geschaad.
Alvorens te beslissen omtrent een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 14.4.1 wint bevoegd gezag schriftelijk advies in van de beheerder(s) van de waterkering, omtrent de voorwaarde zoals genoemd in lid 14.4.3.
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
De bouwgrenzen, niet zijnde bestemmingsgrenzen, mogen in afwijking van aanduidingsgrenzen, aanduidingen en regels worden overschreden door:
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 16.3 en toestaan dat de parkeergelegenheid niet (volledig) op eigen terrein bij de ontwikkeling wordt gerealiseerd, mits dit geen onevenredige afbreuk doet aan de parkeersituatie ter plaatse en wordt voldaan aan de kencijfers parkeren van de CROW (Toekomst bestendig parkeren, publicatienummer 381), dan wel diens rechtsopvolgers.
Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone – dijk' gelden de volgende regels:
Burgemeester en wethouders kunnen de in het plan opgenomen bestemmingen wijzigen ten behoeve van overschrijding van bestemmingsgrenzen, voor zover zulks van belang is voor een technisch betere realisering van bestemmingen of bouwwerken dan wel voor zover zulks noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein. De overschrijdingen bedragen echter niet meer dan 3 m en het bestemmingsvlak wordt met niet meer dan 10% vergroot.
Voor bouwwerken luidt het overgangsrecht als volgt:
Voor gebruik luidt het overgangsrecht als volgt:
Deze regels worden aangehaald als: 'Regels van het bestemmingsplan Ramsburg'.